Beantwoording technische vragen 14. Eindrapport onderzoek samenwerking culturele instellingen GroenLinks.pdf
Tekst van het document
Beantwoording technische vragen fractie GroenLinks Document: Onderwerp: Portefeuillehouder: Datum: Indiener(s):
Naar een krachtige stadsprogrammering Rapport onderzoek samenwerking culturele instellingen Wethouder Van Noort 13 januari 2021 Fractie GroenLinks
Op 23 december 2020 heeft de fractie GroenLinks technische vragen gesteld. Hieronder herhalen wij eerst de vraag en vervolgens treft u ons antwoord aan.
Vraag 1.
Wat zijn uw overwegingen geweest om dit rapport niet meteen (tijdens de begrotingsbehandeling) voor de raad beschikbaar te stellen, in het bijzonder in aanmerking nemend dat de gevolgen er van (zoals u ook schrijft) van de bezuiniging van €200.000 structureel zeer ingrijpend zijn en aanmerkelijk verder gaan dan de opdracht van de raad luidde?
Antwoord:
Het rapport kon niet met de raad worden gedeeld als onderdeel van de begrotingsbehandeling omdat het rapport op 10 november 2020 aan het college is aangeboden. Het rapport diende eerst in het college besproken te worden. Uw gevolgtrekking dat de taakstelling in de Programmabegroting 2021 gevolg is van het rapport is niet correct. De besluitvorming over de taakstelling in de programmabegroting 2021 heeft in het college plaats gevonden op het moment dat het onderzoek nog gaande was en het rapport nog niet was ontvangen.
Vraag 2a.
Van insiders begrepen wij dat er voor dit onderzoek maar een zeer beperkt bedrag beschikbaar was. Welk bedrag is dat?
Antwoord:
In de programmabegroting 2020 was voor de uitvoering van de onderzoeksopdracht geen budget opgenomen. Derhalve moest een budget gevonden worden in de gemeentebegroting 2020. Voor de uitvoering van het onderzoek is € 18.000,-beschikbaar gesteld.
Vraag 2b.
Waarom is er niet voor gekozen een gedegener analyse te maken (mede gelet op het voornemen tot een nieuwe cultuurnota te komen)?
Antwoord:
Het onderzoek diende in een kort tijdsbestek te worden uitgevoerd. De uitvoering is aanzienlijk vertraagd omdat de cultuurinstellingen vanaf maart 2020 geconfronteerd werden met de uitvoering van onvoorziene Corona-maatregelen. De voorbereiding en implementatie van deze maatregelen vergde met name in Q2 van 2020 alle aandacht van de betrokken directies. Anderzijds lag er de uitdrukkelijke wens van de raad om de rapportage in 2020 te ontvangen. Met grote inzet van de betrokken instellingen en onderzoekers kon het onderzoek alsnog worden uitgevoerd en het rapport tijdig worden opgesteld. Ondanks dit korte tijdsbestek, geeft het rapport naar het oordeel van het college in voldoende mate weer op welke manier de organisaties hebben onderzocht hoe zij de komende jaren de onderlinge samenwerking kunnen versterken. En welke financiële
en organisatorische maatregelen getroffen kunnen worden die bij deze intensieve samenwerking passen. Het college zal nog een breed gesprek met de raad gaan voeren over de op te stellen cultuurnota. Vraag 2c.
Volgt zo’n gedegen onderzoek/analyse nog als eerste stap om te komen tot een nieuwe cultuurnota?
Antwoord:
Zie antwoord 2b.
Vraag 3.
De teksten in het rapport suggereren voortdurend dat dit een rapport is van de drie instellingen en niet van de (onafhankelijke) overheid. Welke rol heeft u als opdrachtgever bij het onderzoek gespeeld en zijn naast de directies van de culturele instellingen ook anderen (zoals bv het management van Corneel, samenwerkingspartners van de instellingen) daarbij betrokken geweest? Zo ja: wie in welke rol. Zo nee: waarom niet?
Antwoord:
Het onderzoek heeft door de onderzoeksopdracht in de programmabegroting direct betrekking op de operationele taken van de culturele instellingen. Het zijn de instellingen die met betrekking tot deze taken over de benodigde ervaring en kennis beschikken. Op grond van hun specifieke kennis en ervaring kunnen de instellingen beoordelen welke vormen van samenwerking in de Lelystadse uitvoeringpraktijk niet alleen uitvoerbaar en doelmatig zijn, maar ook een meerwaarde kunnen bieden aan het culturele klimaat van de stad. De gemeente staat als subsidient op afstand van de uitvoering en heeft deze expertise niet. Om die reden heeft de gemeente de onafhankelijke en deskundige begeleiding door bureau Berenschot gefaciliteerd. Poppodium Corneel is een afdeling van De Kubus, dus vanuit die hoedanigheid betrokken geweest bij het onderzoek. Maar het college is voornemens om het rapport te betrekken bij het opstellen van de beleidsvisie cultuur en zal in dat traject de voorstellen in het rapport ook met andere actoren in het culturele veld te bespreken.
Vraag 4a.
Er ligt nu, wat de organisaties (op pag.3) noemen, een “totaalpakket”, niet bedoeld voor “cherrypicking”. Hoe verhoudt zo’n alles of niets benadering zich tot de (beperkte) opdracht die gegeven is, nl. een bezuiniging halen uit intensivering van de samenwerking?
Antwoord:
De instellingen hebben conform de opdracht een gezamenlijk plan opgesteld op welke manier de organisaties de komende jaren de onderlinge samenwerking kunnen versterken. En hoe zij financiële en organisatorische maatregelen kunnen treffen die bij die meer intensieve samenwerking passen. De rapport geeft aan dat de instellingen hebben geconcludeerd dat bij dit plan een integrale benadering nodig is om deze samenwerking te kunnen implementeren.
Vraag 4b.
Acht u zich daaraan als college gehouden?
Antwoord a:
Het college beschouwt de benadering als een dringend advies van de betrokken instellingen met betrekking tot de uitvoering en doelmatigheid van de voorstellen in het rapport. Het college gaat het rapport betrekken bij het opstellen van de beleidsvisie cultuur en kan om die reden op dit moment nog geen conclusies trekken of en in welke mate de voorstellen in het rapport tot uitvoer zullen worden gebracht.
Op pag. 6 van het Berenschot – rapport melden de opstellers dat in aanvulling op de raadsopdracht de wethouder Cultuur vijf in veel opzichten zeer richting gevende “suggesties” heeft meegegeven. Vraag 5a.
Waarom is dat gebeurd?
Antwoord:
In het kader van het onderzoek hebben ter voorbereiding enkele gesprekken plaatsgevonden met de portefeuillehouder(s) cultuur. Het eerste gesprek ter voorbereiding van het onderzoek heeft plaats gevonden op 26 februari 2020. In verband met de wijziging van de samenstelling van het college van B&W, heeft op verzoek van de onderzoekers in het kader van het onderzoek een gesprek met de portefeuillehouder plaatsgevonden.
Vraag 5b.
Waar zijn deze suggesties op gebaseerd?
Antwoord:
In dit gesprek heeft de portefeuillehouder aangegeven wat de relevantie van het onderzoek is in het licht van het financiële perspectief van de gemeente.
Vraag 5c.
Waarom zijn die (het is immers een raadsopdracht) niet vooraf gedeeld met de raad?
Antwoord:
Het gesprek vond plaats op verzoek van de onderzoekers als onderdeel van het onderzoek. Het is niet ongebruikelijk dat in het kader van een beleidsonderzoek ook met de betreffende portefeuillehouder wordt gesproken.
Vraag 6.
Wij treffen (al op pag. 3) een vreemde innerlijke tegenstrijdigheid aan mbt de Coronacrisis. Onder punt 1 wordt gesteld dat een toekomststrategie zich nu moeilijk laat ontwikkelen. Onder punt 3 wordt het tegendeel beweerd, nl dat juist nu vanuit visie en kracht een plan is ontwikkeld. Slechts een van beiden kan in onze ogen waar zijn. En bovendien moet het werken aan een cultuurnota nog starten. Hoe verhoudt dit zich in uw ogen tot elkaar?
Antwoord:
Wij zien hier geen tegenstrijdigheid. De stellers geven terecht aan dat de context van de Coronacrisis het niet eenvoudig maakt om een toekomststrategie te ontwikkelen. Maar ondanks de onzekerheden van de coronacrisis, hebben de instellingen een plan opgesteld dat niet op alleen bezuinigingsmogelijkheden is gericht, maar dat ook voorstellen bevat die in hun visie een meerwaarde kunnen bieden aan het culturele klimaat van de stad. Op pag. 4 blijkt de Kubus haar activiteiten te willen beperken tot cultuureducatie en – participatie. Elders in het rapport wordt gewag gemaakt van de “theaterzaal-functie” van de Kubus en hier op deze zelfde pagina wordt de intendant amateurkunst “terug gegeven”.
Vraag 7a.
Het runnen van een Theaterzaal (met mogelijk popconcerten etc.) is iets heel anders dan de door de Kubus nu rigide benoemde kerntaken. Vanwaar deze discrepantie?
Antwoord:
De theaterzaal van De Kubus wordt voor veel doeleinden ingezet. Met name op het gebied van cultuureducatie en amateurkunst. Dit sluit aan op de focus die De Kubus wil gaan aanbrengen bij haar activiteiten.
Vraag 7b.
Betekent het stoppen met de intendant amateurkunst dat de Kubus voor zichzelf geen functie meer ziet in stimulering, programmering en begeleiding van amateurkunst?
Antwoord.
De Kubus wil de focus aanbrengen op het gebied van cultuureducatie en cultuurparticipatie. Onder dit laatste onderdeel valt ook de amateurkunst.
Vraag 7c.
En als de gemeente zo’n functie (die nog bestaat dankzij een expliciete corrigerende raadsuitspraak uit het recente verleden) wil overnemen of elders wil lokaliseren: zien wij het goed dat de bezuinigingstaakstelling dan per saldo niet gerealiseerd wordt?
Antwoord.
Er staan in het rapport vergaande ingrijpende voorstellen waarvan de uitvoerbaarheid, implicaties, draagvlak, etc. nader moeten worden onderzocht. In 2021 wordt de nieuwe beleidsvisie Cultuur opgesteld. In dit beleidsdocument wordt het toekomstige cultuurbeleid van de gemeente vorm gegeven. Het college gaat het rapport betrekken bij het opstellen van de beleidsvisie cultuur en kan om die reden op dit moment nog geen conclusies trekken of en in welke mate de voorstellen in het rapport tot uitvoer zullen worden gebracht.
Vraag 8.
Is niet eigenlijk de conclusie van het rapport dat met samenvoeging/samenwerking van de Kubus, bibliotheek, Corneel, Agora de door de (meerderheid van de) raad beoogde bezuiniging niet haalbaar is?
Antwoord:
Wij trekken deze conclusie niet. De voorstellen in het rapport leiden ook tot een bezuiniging op de cultuuruitgaven van de gemeente.
Vraag 9.
En als dat zo is: waarom is er dan niet voor gekozen deze conclusie eerst met de raad te bespreken alvorens mogelijke vervolgstappen te zetten (in aanmerking nemend dat er nu juist nog een cultuurnota moet worden opgesteld)?
Antwoord:
Zie antwoord vraag 7.
Vraag 10a.
De kosten voor de stadsprogrammeur bedragen ca. €190.000 jaarlijks. Lezen wij het goed dat die kosten boven op de eigen programmeringskosten komen die de instellingen nu al hebben?
Antwoord:
De voorgestelde stadsprogrammering is meer dan de som van de huidige programmering van de instellingen. Dit leidt binnen het voorstel tot additionele kosten.
Vraag 10b.
Wat is de meerwaarde van deze grote extra investering boven een (in veel opzichten al plaats vindende) goede afstemming tussen de paar (2 of 3) functionarissen die nu binnen de instellingen programmeren?
Antwoord:
Zie antwoord 10a.
Vraag 10c.
Eerdere pogingen van de gezamenlijke instellingen om via een aparte entiteit er financieel meer uit te halen (“Cultuur voor Lelystad”) of nieuwe doelgroepen structureel aan te trekken (“Lelykracht”) bleken zacht gezegd lang niet zo succesvol als bij aanvang voorspeld. Waar is de verwachting op gebaseerd dat het met dit vehikel wel zal lukken?
Antwoord:
De doelstellingen en uitgangspunten van de wervingsactie van Cultuur voor Lelystad en van Lelykracht waren beduidend anders dan wat nu in het rapport wordt voorgesteld. De verwachting dat met een aparte entiteit een inhoudelijke stadsprogrammering kan worden ontwikkeld, is gebaseerd op de kennis, inzichten en ervaringen van de onderzoekers en de betrokken instellingen.
Vraag 10 d.
Het rapport is nogal vaag over de context waarin de stadsprogrammeur moet functioneren. Een optie is een cultuurfonds naar model van andere steden. Ook dit zijn keuzes die het culturele klimaat in de stad nogal verregaand kunnen beïnvloeden (ook in relatie tot andere initiatieven dan die van deze drie instellingen). Heeft u nadere informatie op grond waarvan we als raad kunnen beoordelen wat in dezen een goede ontwikkeling zou kunnen zijn?
Antwoord:
Zie antwoord 7c.
Vraag 11.
Wat is de reden dat u als opdrachtgever accepteert dat met dit rapport de directies van de instellingen en de opstellers van het rapport zich heel sterk laten leiden door de coronacrisis, ook in hun conclusies? Dan maken we toch van een uitzonderingssituatie de norm voor de nieuwe ontwikkeling? Hoe bruikbaar zijn de resultaten van dit rapport dan nog?
Antwoord:
Zie antwoord vraag 6.
Vraag 12.
Op pag. 7 wordt gesteld “dat de voorzieningen in de stad op peil moeten zijn is een belangrijke vestigingsvoorwaarde voor nieuwe bewoners en bedrijven”. Hoe is deze algemene en terechte notie te rijmen met de conclusies verderop dat er voor Corneel (ondanks een buiten Coronatijd gezonde exploitatie) als wezenlijk onderdeel daarvan, zeker ook voor jongeren, geen toekomst is?
Antwoord:
Op pagina 14 van het rapport wordt voorgesteld een nieuwe visie te laten ontwikkelen naar de toekomst van de popfunctie in Lelystad.
Vraag 13.
Bij de beschrijving van de gevolgen van de Coronacrisis voor de instellingen wordt per instelling heel verschillend aangegeven wat de precieze gevolgen zijn en in hoeverre gebruik gemaakt kan worden van steunpakketten. De inzet van evt. gemeentelijke en/of provinciale steun ontbreekt geheel. Kunt u, zeker voor de Kubus en Corneel en in mindere mate voor de Agora een vollediger opgave verstrekken?
Antwoord:
Deze opgave kan worden gedaan op basis van de ontvangen vastgestelde jaarrekeningen 2020 van de betreffende instellingen.
Vraag 14.
De passage over de Kubus op pag. 13 begint met de zinsnede: “als enige heeft de Kubus meer mogelijkheden om middelen van relatief grote omvang vrij te maken.” Bekend is dat de reservepositie van de Kubus al jaren heel erg wankel is. Daar zijn goede, maatschappelijke, redenen voor. Waarom wordt er dan nu gekozen (eigen keuze Kubus of inzet gemeente?) voor inleveren van geld ipv het opbouwen van een gezonde reserve?
Antwoord:
Vraag 15 a.
U trekt hier een conclusie die wij niet in het rapport terug vinden. Op pagina 14 wordt aangegeven dat van de betrokken instellingen alleen De Kubus nog mogelijkheden ziet om middelen voor deze ontwikkeling in te zetten. Op pag. 14 wordt vastgesteld dat het “teruggeven” (eufemisme voor sluiting) van Corneel aan de gemeente een besparing oplevert van €365.000, te weten de subsidie die nu jaarlijks wordt uitgekeerd. Als men vervolgens toch op een andere wijze wil voorzien in de organisatie van de optredens en de wat bredere functie van Corneel dan zijn daar ook kosten mee gemoeid?
Antwoord:
Ja.
Vraag 15b.
Kunt u een inschatting geven van die kosten?
Antwoord:
Nee. De betreffende specifieke kennis en expertise voor de organisatie van optredens is aanwezig bij de betreffende culturele instellingen.
Vraag 15c.
In hoeverre verwacht u dat die door de instellingen kunnen worden gedragen?
Antwoord:
De optredens vormen onderdeel van de in het plan voorgestelde stadsprogrammering en zullen binnen dat kader bekostigd worden.
Vraag 15d.
Wat betekent dat voor het halen van de bezuinigingsdoelstelling
Antwoord:
Het voorstel vormt onderdeel van het rapport en daarmee de in het rapport voorgestelde taakstelling.
Vraag 16:
Aan het eind van pag. 8 wordt de grote rol die Corneel speelt in de Lelystadse, maar ook Flevolandse context prima beschreven. Er is zelfs sprake van “een unieke positie in het Lelystadse culturele en uitgaanscircuit”. Dat is de kracht van de relatief zelfstandige positie die Corneel (nu binnen de Kubus) heeft. Waarom komt deze unieke positie in de actielijnen en in het toekomstbeeld helemaal niet meer terug en wordt jongeren- en popcultuur versmalt tot het organiseren van concerten op verschillende locaties?
Antwoord:
Zie antwoord vraag 12.
Vraag 17.
Op pag. 14 wordt een o.i. waardevolle suggestie gedaan die in alle hectiek ondergesneeuwd is, wellicht ook omdat die geen onderdeel uitmaakt van de conclusies. Het betreft het voorstel van de drie culturele instellingen om met de gemeente een nieuwe visie te ontwikkelen voor de “popfunctie”, met mogelijk een nieuwe locatie. Eerder hebben wij daartoe voorstellen gedaan die het op dat moment (helaas net) niet haalden. Bent u bereid deze handschoen nu alsnog op te pakken en zo lang dat niet tot conclusies leidt Corneel open te houden?
Antwoord:
Het college heeft aan de raad toegezegd om in 2021 een beleidsdocument cultuur op te leveren. Uitgangspunt is om in dit beleidsdocument het toekomstige cultuurbeleid vorm te geven. Het beleidsdocument is een goed aanknopingspunt om het onderzoeksrapport in de beleidsontwikkeling te betrekken.
Dit houdt mede in dat de zolang er nog geen nieuw besluit is genomen, de vastgestelde begrotingssubsidie voor Corneel in de Programmabegroting 2021 -2024 van toepassing is. Vraag 18
Het klinkt zo mooi aan het eind van pag. 15 “Daarom zetten de organisaties zich in om de magneetfunctie van kunst en cultuur zo sterk mogelijk te maken.“ Maar hoe doe je dat als je een wezenlijk deel van de bestaande goed functionerende infrastructuur (Corneel) opheft en volgens pag. 20 de slagkracht via nieuwe organisatorische oplossingen wilt vergroten en per saldo ook nog eens niet €140.000 investeert, maar €200.000 bezuinigt. Kunt u ons daarbij meer beeld en geluid geven?
Antwoord:
Het college heeft aan de raad toegezegd om in 2021 een beleidsdocument cultuur op te leveren. Uitgangspunt is om in dit beleidsdocument het toekomstige cultuurbeleid vorm te geven. Het beleidsdocument is een goed aanknopingspunt om het onderzoeksrapport in de beleidsontwikkeling te betrekken.
Vraag 19.
Het rendementsdenken “ondernemen als houding” (hoofdstuk 8) neemt een belangrijke plaats in het rapport, terwijl in onze ogen juist de kerntaak van (gesubsidieerde) cultuurinstellingen hun maatschappelijke functie en het brede bereik is. Natuurlijk is er niets mis met nuchter zakelijk opereren in de backoffice en creativiteit tonen in de combinatie van inhoud en geld. Maar hoe wordt voorkomen dat door rendementsdenken juist de maatschappelijk functie (tarieven, maar ook bedienen van niches, de ongemakkelijke, kritische rol van kunst en cultuur, etc.) in het gedrang komt?
Antwoord:
Deze vraag overstijgt de context van het rapport en is als zodanig door het college niet als een technische vraag te beantwoorden.
Vraag 20.
In bijlage 4 is een samenvatting opgenomen uit het adviesrapport “Quick Scan popzaal Corneel”. Kunt u dit hele rapport aan ons verstrekken (dan wel de verantwoordelijken daarvoor verzoeken dat aan de raad beschikbaar te stellen)?
Antwoord:
We zullen de onderzoekers vragen het rapport aan de raad beschikbaar te stellen.