Beantwoording technische vragen 14. Eindrapport onderzoek samenwerking culturele instellingen - JONGLELYSTAD
Tekst van het document
Beantwoording technische vragen #JongLelystad Document: Onderwerp: Portefeuillehouder: Datum: Indiener(s):
Naar een krachtige stadsprogrammering Rapport onderzoek samenwerking culturele instellingen Wethouder van Noort 26 januari 2021 Fractie #JongLelystad
Op 25 januari 2021 heeft de fractie #JongLelystad technische vragen gesteld. Hieronder herhalen wij eerst de vraag en vervolgens ons antwoord. Naar aanleiding van vraag 1 van GroenLinks: Vraag 1. Kunt u aangeven op welke datum de vraag is neergelegd aan Berenschot om aan dit onderzoek te werken, welke deadline hiervoor is afgesproken; en op welke datum het rapport in concept gereed was? Antwoord 1. De formele opdracht voor de procesbegeleiding is op 23 juni 2020 aan het Bureau Berenschot verleend. Bij de opdrachtverlening is geen specifieke deadline opgenomen. Het rapport was op 28 oktober 2020 gereed om als concept te kunnen worden voorgelegd aan de besturen van de betreffende instellingen. Het college heeft het definitieve rapport op 10 november 2020 ontvangen. Naar aanleiding van vraag 6 van PvdA: Vraag 2. Wanneer kunnen we de uitkomsten van het onderzoek (LNL en benodigde infrastructuur) verwachten? Antwoord 2. Het conceptrapport wordt op 27 januari 2021 besproken met de betrokken gedeputeerden en wethouders. Vervolgens wordt de rapportage definitief gemaakt en worden de aanbevelingen door de opgavemanager LNL Voorzieningen vertaald in inspanningen die uiteindelijk terecht komen in het Uitvoeringsprogramma LNL dat in maart 2021 in het college wordt besproken en eind maart 2021 aan de gemeenteraad verstrekt. Algemene vragen Vraag 3.
Erkent het college, als het Corneel verdwijnt, dat er qua uitgaansgelegenheden maar bar weinig overblijft voor jongeren in Lelystad? Antwoord 3. Deze vraag overstijgt de context van het rapport en is als zodanig door het college niet als een technische vraag te beantwoorden. De aanwezigheid van uitgaansgelegenheden voor jongeren heeft ook de aandacht van het college. Vraag 4. Antwoord.
Indien ja, wordt deze gedachte betrokken in de Cultuurnota? Zie vraag 3.
Vraag 5.
Erkent het college, dat juist na de Coronacrisis, uitgaansgelegenheden EXTRA belangrijk worden voor burgers om de nadelige effecten van Corona te verminderen? (somberheid, eenzaamheid, etc.)
Antwoord 5. Deze vraag overstijgt de context van het rapport en is als zodanig door het college niet als een technische vraag te beantwoorden. De aanwezigheid van uitgaansgelegenheden voor jongeren heeft ook de aandacht van het college.
In het rapport staat: ,De drie culturele instellingen stellen voor om de ‘slaapstand’ van het poppodium te gebruiken om de gemeente een nieuwe visie te laten ontwikkelen (met hulp van de culturele instellingen) naar de toekomst van de popfunctie in Lelystad. Daarbij zou het denkbaar zijn dat er een nieuwe locatie wordt gevonden met een beter binnenklimaat en waar meer bezoekers kunnen worden ontvangen (ook in het licht van de 1,5 meter reguleringen). Vraag 6.
Zijn er locaties op het oog waar het college het poppodium eventueel naar toe zou willen/kunnen verhuizen? Wordt hier rekening mee gehouden dat het wenselijk is dat dit een centrale locatie is (zoals het huidige Corneel?
Antwoord 6. Een mogelijke verhuizing van Corneel is naar aanleiding van een motie van de raad in 2018 uitvoerig onderzocht. Graag verwijzen wij u naar het rapport van het haalbaarheidsonderzoek van bureau Lagroup ‘Een nieuw poppodium voor Lelystad’. Vraag 7.
Mocht het Corneel onverhoopt verdwijnen; welke ideeën heeft het college -vanuit een preventieve visie- voor een alternatief muziekpodium voor in de toekomst? (de raad zal zich later uiteraard nog buigen over een cultuurnota, maar wij vragen hier naar eventuele ideeën die nu al op tafel liggen).
Antwoord 7. Het college heeft nog geen standpunt ingenomen met betrekking tot de toekomst van Corneel en heeft dus geen gedachte over een alternatief poppodium in de toekomst. Vraag 8
Bent u het met ons eens dat er ook een synergie/kruisbestuiving van cultuur kan ontstaan als slechts twee culturele instanties “samengaan” in Lelystad? (onder één dak).
Antwoord 8. Succesvolle fysieke integratie van culturele organisaties vergt onder meer adequate huisvesting waarbij goed rekening wordt gehouden met de diversiteit van de functies van de betreffende organisaties. Vraag 9.
Hoe kijkt het college tegen dit idee aan? (in het bijzonder: bibliotheek in Kubus opnemen, of bibliotheek in Agora opnemen) Vindt het college dat het Berenschot-onderzoek deze mogelijkheid uitsluit?
Antwoord 9. Die specifieke huisvesting is in Lelystad niet aanwezig. Het onderzoek geeft aan dat bij een gezamenlijke stadsprogrammering voorstellingen en uitvoeringen in diverse gebouwen plaats kunnen vinden. Op pagina 16 van het rapport wordt aan de hand van de ‘Handreiking krachtige cultuur kernen’ van Joris Kok aangegeven dat ‘samen wonen’ in Lelystad niet aan de orde is; de functionaliteiten liggen vast.