CConstaterende datLelystad
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording technische vragen 14. Eindrapport onderzoek samenwerking culturele instellingen CDA.docx

Raadssessies (Raadzaal) 9 februari 2021, gemeente LelystadBij agendapunt: 14. Eindrapport onderzoek samenwerking culturele instellingen2.011 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beantwoording technische vragen fractie CDA Document: Onderwerp: Portefeuillehouder: Datum: Indiener(s):

Naar een krachtige stadsprogrammering Rapport onderzoek samenwerking culturele instellingen Wethouder van Noort 13 januari 2021 Fractie CDA

Op 2 januari 2021 heeft de fractie CDA technische vragen gesteld. Hieronder herhalen wij eerst de vraag en vervolgens ons antwoord. Vraag 1:

Graag inzage in de expertise en ervaring van de schrijver(s) van het rapport;

Antwoord:

De begeleiding van het onderzoek en opstellen rapport is gedaan door twee personen. 1] Dertig jaar ervaring als adviseur, interimmanager en auteur op het terrein van kunstbeleid, cultuur en erfgoed bij diverse gemeenten en organisaties. Sinds 2019 werkzaam bij bureau Berenschot. 2] Dertig jaar ervaring als adviseur en directeur op het terrein van kunst en cultuur en bibliotheekwerk.

Vraag 2a.

Doel is meer mensen te bereiken met cultureel aanbod. Graag aangeven hoeveel meer mensen en welke specifieke doelgroepen beoogd worden te bereiken;

Antwoord:

Dit is nog niet zo exact aan te geven. Daarvoor moeten de actielijnen uitgewerkt worden in concrete plannen. Met de stadsprogrammering treedt cultuur meer naar buiten, wordt zichtbaarder en draagt bij aan een positieve beleving van de stad. Dit heeft een positief effect op het bereik, zowel in aantal als in unieke deelnemers. Het doel van de stellers van het rapport is om in 2023 20% meer inwoners te bereiken met de programmering. Door de inwoners en vertegenwoordigers van specifieke groepen te betrekken bij de programmering zal het bereik diverser worden. De organisaties willen met partners in het culturele netwerk en met doelgroep organisaties werken aan een aansprekend en maatschappelijk geïnspireerde programmering. Denk aan cultuuruitingen van inwonersgroepen met een niet-westerse culturele achtergrond en aan specifieke doelgroepen als ouderen en jongeren. Zie ook de kwalitatieve en kwantitatieve doelen in het rapport op pag. 19 en de uitwerking van de actielijnen op pag. 20-23.

Vraag 2b.

Graag ontvangen wij de onderbouwing waaruit blijkt dat mensen die nu niet worden bereikt met cultuur straks, met het voorgestelde plan in het rapport, naar verwachting wel bereikt gaan worden;

Antwoord:

Dit is nog niet zo exact aan te geven. Daarvoor moeten de strategieën uitgewerkt worden in concrete plannen en gaan de organisaties in gesprek gaan met de doelgroepen die nu niet of nog weinig bereikt worden. Doel is een loket te vormen dat zal dienen als Podium van de Stad. Door één loket te maken waar elke Lelystedeling terecht kan willen de organisaties de culturele infrastructuur openstellen voor elke Lelystedeling. Dit heeft zeer positieve resultaten opgeleverd in bijvoorbeeld Deventer. Diverse subdoelgroepen in de stad hebben hun weg naar het podium gevonden, daar waar ze dat voorheen niet deden. De instellingen hopen dat hier een aanzuigende werking vanuit zal gaan.

Vraag 3.

T.a.v. de intendant amateurkunst. Het voorstel is dit terug te geven aan het college. Kan en wil het college dit qua uitvoering op zich nemen en welke kosten zijn hiermee gemoeid?

Antwoord:

Op grond van het vigerende gemeentelijk cultuurbeleid ontvangt de stichting De Kubus jaarlijks een aparte subsidiebeschikking (51.000,--) om uitvoering te kunnen geven aan de functie Intendant amateurkunst. Het college gaat het voorstel betrekken bij het opstellen van de nieuwe beleidsvisie Cultuur. Indien de stichting voor deze functie geen aanvraag indient kan de subsidie voor deze functie voor dit doel zonder extra kosten ook aan een andere organisatie worden verleend.

Vraag 4.

Er staat dat de wethouder onlangs de aanvullende suggesties heeft gegeven. Graag aangeven wanneer de op deze pagina benoemde aanvullende suggesties zijn gegeven en waarom deze suggesties zijn gegeven;

Antwoord:

In het kader van het onderzoek hebben ter voorbereiding enkele gesprekken plaatsgevonden met de portefeuillehouder(s) cultuur. Het eerste gesprek ter voorbereiding van het onderzoek heeft plaats gevonden op 26 februari 2020. In verband met de wijziging van de samenstelling van het college van B&W, heeft op verzoek van de onderzoekers in het kader van het onderzoek een gesprek plaatsgevonden op 30 september 2020. In dit gesprek heeft de portefeuillehouder aangegeven wat de relevantie van het onderzoek is in het licht van het financiële perspectief van de gemeente. T.a.v. Shared Service afspraken. Hier staat: ‘Samenwerking kan op sommige onderdelen meerwaarde hebben, denk aan marketing.

Vraag 5a.

Graag aangeven wat de structurele bate (in €) kan zijn van dit onderdeel? ;

Antwoord:

De instellingen brengen capaciteit en middelen in t.b.v. de collectieve cultuurmarketing volgens de beschrijving op pag. 22 van het rapport. De uitvoering is ondersteunend aan de stadsprogrammering. De bate is nu nog niet aan te geven, want die is afhankelijk van de concrete plannen om de doelen te halen. De baten zullen liggen op het terrein van meer deelnemers /hoger bereik en meer omzet.

Vraag 5b.

Graag aangeven in hoeverre actie wordt ondernomen om deze bate te realiseren;

Antwoord:

Eenduidiger cultuurmarketing moet het effect gaan hebben dat Lelystedelingen beter worden geïnformeerd over het culturele programma van alle culturele partners tezamen; hierin worden zowel de gesubsidieerde als niet-gesubsidieerde instellingen meegenomen. In Zwolle bijvoorbeeld gebeurt dit door gezamenlijke marketing onder de titel www.zwolsetheaters.nl

T.a.v. het onderdeel ‘Realiseren gezamenlijke inkoopvoordelen’: Hier staat: ‘De organisaties hebben onder begeleiding aanvullend onderzoek gedaan om resterende mogelijkheden op te sporen.’ Vraag 6a.

Graag aangeven wat de structurele bate (in €) kan zijn van dit onderdeel?

Antwoord:

De organisaties leggen zich op het onderdeel inkoopvoordelen een taakstelling op van € 25.000.

Vraag 6b.

Graag aangeven in hoeverre actie wordt ondernomen om deze bate te realiseren;

Antwoord:

De instellingen werken sinds het LAgroup rapport (2012) samen op gebied van gezamenlijke inkoop. De grote besparingen zijn destijds bij de start gerealiseerd. Daar

wordt nu op voortgeborduurd en leidt door het volumevoordeel, bijv. op gebied van energie, tot relatief lage besparingen of minder hoge stijgingen. Er zijn in de breedte van de bedrijfsdiensten geen grote voordelen meer te realiseren. Vraag 7.

P. 14: Er staat ‘Daarbovenop blijkt een gezonde exploitatie van Corneel tijdens Corona niet mogelijk. Stichting de Kubus stelt daarom voor om het poppodium tijdelijk te sluiten zo lang er geen vaccin beschikbaar is en het poppodium in een ‘slaapstand’ te zetten.’ Intussen lijkt er een vaccin op de markt te komen. In hoeverre geeft dit naar mening van de opstellers van dit rapport een andere blik op de conclusies van het rapport?

Antwoord:

De vooruitzichten van de vaccins zijn hoopgevend. Echter zullen de beperkende maatregelen nog zeker geheel 2021 voelbaar zijn. Vervolgens zal het vertrouwen bij de bezoekers weer moeten worden hersteld om zich comfortabel te voelen bij een volgepakt poppodium. Dit alles zorgt ervoor dat als de geplande bezuinigingen doorgaan, de Kubus geen andere mogelijkheid ziet om het voorstel om Corneel in een slaapstand voor te stellen. In alle gevallen werkt Stichting De Kubus mee aan een levensvatbaar poppodium, maar niet onder het eigen beheer. De bezuinigingen in het verleden en die aanstaande zijn, maken dat De Kubus zich concentreert op de kernactiviteiten cultuureducatie en actieve cultuurparticipatie. Het poppodium past niet bij die kerntaken. P. 14: Er staat t.a.v. de bieb: ‘Een deel van de bezuiniging kan hopelijk worden gerealiseerd dankzij het afsluiten van nieuwe, gunstiger contracten. De uitkomst van de lopende onderhandelingen is nog ongewis. Onduidelijk is de financiële ruimte die resteert om te kunnen bijdragen aan de uitvoering van de drie actielijnen uit dit rapport.’ Hierover twee vragen:

Vraag 8a.

Graag aangeven als er nieuwe inzichten zijn t.a.v. bovenstaande conclusie en zo ja welke dit is;

Antwoord:

De stichting Flevomeer Bibliotheek is in gesprek met de beheerder van het pand dat door de stichting wordt gehuurd ten behoeve van het filiaal Lelystad. Als er tussen beide partijen overeenstemming is over een nieuw huurcontract zal de gemeente daar over worden geïnformeerd.

Vraag 8b.

Wanneer kan uitsluitsel worden gegeven in hoeverre er financiële ruimte is om bij te kunnen dragen aan de actielijnen in dit rapport?

Antwoord:

Dit is afhankelijk van de duur van de onderhandelingen tussen beide partijen. Hoe lang de onderhandelingen gaan duren is nu nog niet te zeggen. Bij een eventuele beëindiging van de huurovereenkomst dient dit minimaal 1 jaar van te voren te worden aangegeven, dat is vóór 1 februari 2023. Dus voorafgaand moet er overeenstemming zijn.

Vraag 9.

Een werkorganisatie ten behoeve van ‘de stad als podium’: In hoeverre wijkt deze werkorganisatie af van de werkorganisatie die Lelykracht was?

Antwoord:

In het rapport wordt voorgesteld om voor de werkorganisatie de rechtsvorm van een stichting te geven. Dit is voor culturele organisaties een gebruikelijke rechtsvorm. De definitieve werkvorm zal in overleg met de deelnemende culturele organisaties nader worden bepaald. Daardoor is nu nog niet aan te geven in hoeverre de werkvorm overeenkomt of afwijkt van Lelykracht. De doelstelling en de deelnemende organisaties zullen niet hetzelfde zijn als bij Lelykracht. P. 23: Er staat: ‘Het is de bedoeling dat deze eenheden in nauw samenwerking met CML gaan opereren’. Recentelijk is besloten tot opheffing van CML.

Vraag 10a.

In hoeverre beperkt dit de actielijn 3 ‘het netwerk versterken’?

Antwoord:

Het beëindigen van de werkzaamheden van een marketing georiënteerde organisatie CML heeft ongetwijfeld een negatief effect de versterking van het netwerk. In welke mate dit effect optreedt is op dit moment echter nog niet te bepalen omdat nog niet duidelijk is hoe de functies van CML een vervolg krijgen.

Vraag 10b.

Welke extra investeringen zijn nodig om het opheffen van CML op te vangen?

Antwoord:

Dit is op dit moment nog niet te bepalen omdat nog niet duidelijk is hoe de functies van CML een vervolg krijgen.

Vraag 11.

P. 28: T.a.v. de kosten voor de Corneel van € 360.000: Graag aangeven op welke wijze dit is opgebouwd? Wat zijn de kosten voor personeel en voor het gebouw etc?

Antwoord:

Op grond van de vastgesteld jaarrekening 2019 bedroegen de kosten in 2019: -

Salarissen Gebouwgebonden kosten Overige bedrijfskosten Afschrijvingen

De gemeentelijke subsidie bedroeg in 2019:

313.872 30.000 69.016 19.332 355.176

Vraag12.

T.a.v. de kosten voor het gebouw: Op het moment dat het gebouw leeg komt te staan heeft onze gemeente dan een tekort in de begroting (aangezien wij eigenaar zijn)?

Antwoord:

De kosten voor het gebouw worden intern doorbelast. Als het poppodium geen gebruik maakt van het gebouw leidt dat niet tot een tekort in de begroting.

Vraag 13.

In hoeverre is het redelijk om aan te nemen, gezien de grote leegstand in ons Stadshart, dat het huidige onderkomen van de Corneel op korte termijn een nieuwe huurder heeft dan wel een koper die het gebouw op korte termijn weet te verhuren of iets dergelijks?

Antwoord:

Verhuren is in de huidige markt ingewikkeld. Het gebouw en inrichting van het gebouw zijn zeer specifiek, en daardoor slechts geschikt voor een beperkt aantal doelstellingen en gebruikers. (Horeca, leisure of voor andere maatschappelijke functies).

Vraag 14.

P. 28: Graag aangeven wat de post ‘compensatie Kubus overhead’ is;

Antwoord:

Het Poppodium Corneel is organisatorisch een afdeling van De Kubus. Binnen De Kubus dragen de afdelingen bij aan de overheadkosten van de totale organisatie. Dit is de bijdrage voor overheadskosten die door de stichting De Kubus aan de afdeling Corneel wordt doorberekend.

Vraag 15.

De mogelijkheid om de Corneel en de Bieb te plaatsen in gemeentelijk gebouw de Trommel lijkt niet te zijn overwogen. Waarom niet?

Antwoord:

In 2018 is uitvoerig extern onderzoek door bureau Lagroup uitgevoerd naar een mogelijke verplaatsing van het poppodium naar het Theaterkwartier. Op basis van de vergaande financiële consequenties heeft de raad uiteindelijk besloten het poppodium niet naar het Theaterkwartier te verplaatsen. Ook bij het gebruik van de Trommel vergt de inrichting van een goed poppodium en een adequate bibliotheek een miljoeneninvestering. Tevens dient gekeken te worden of het lokaliseren van beide functies (dit

geldt met name voor de bibliotheek) past binnen het nieuwe bestemmingsplan en bij het beoogde karakter voor het Theaterkwartier als uitgaangebied. Vraag 16.

Onduidelijk is of met het financiële voorstel de reserves van de culturele instellingen duurzaam worden versterkt. Graag aangeven in hoeverre dit het geval is;

Antwoord:

De maatregelen zijn er niet op gericht om de eigen reserves aan te vullen. Maar wel om een bezuiniging te realiseren en om te herinvesteren in cultuur om de gepresenteerde visie te realiseren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lelystad&id=309a88f0-4057-4d1e-ba10-19d48f3054cd