Beantwoording technische vraag 354 Kadernota nieuwe energie Lelystad - D66.docx
Tekst van het document
Beantwoording technische vragen 354 Document: Onderwerp: Portefeuillehouder: Datum: Indiener(s):
Kadernota Nieuwe energie Lelystad Kaderstelling Transitievisie Warmte Wethouder Schoone 11 – 1 - 2021 D66
Op 12 december 2020 heeft de fractie D66 technische vragen gesteld. Hieronder herhalen wij eerst de vraag en vervolgens ons antwoord.
1 Vraag 1: In de begrippenlijst worden wel de inhoudelijke begrippen toegelicht maar niet geduid wat er: precies onder een regierol wordt verstaan, Antwoord: De regierol wordt toegelicht onder paragraaf 4.1. De regierol houdt tenminste in dat de gemeente zelf geen projecten gaat uitvoeren, maar de wijze waarop de regierol wordt ingevuld hangt af van het project en de fase waarin dat project zich bevindt. of onder handelingsperspectief, Antwoord: Voor de toelichting op handelingsperspectief wordt verwezen naar paragraaf 5.4 waar uitgebreid wordt toegelicht wat daar onder verstaan wordt. of energetisch technisch mindere maatregelen, Antwoord: In de spelregel wordt niet gesproken over “mindere maatregelen”, maar dat technisch gezien in bepaalde wijken minder maatregelen nodig zijn (en de impact voor de woningeigenaar daarmee kleiner kan zijn), dan in andere wijken waar bijvoorbeeld grootschalige na-isolatie nodig is. of sociale aspecten, Antwoord: Met sociale aspecten worden alle niet technische aspecten bedoeld. Het kan daarbij gaan om de persoonlijke levenssfeer, omstandigheden, buurtopbouw, etc. wijkuitvoeringsplannen, Antwoord: Voor de toelichting op het wijkuitvoeringsplan wordt verwezen naar hoofdstuk 9. complexe wijk, Antwoord: Een wijk kan om meerdere redenen complex zijn.
Er kan sprake zijn van woningen waar veel aan gedaan moet worden om over te kunnen stappen op een andere energiebron in combinatie met een lage draagkracht in de wijk en/of sociale problematieken. Of juist wijken waar technisch niet veel aan de woningen gewijzigd hoeft te worden maar waar andere problematieken spelen die van invloed zijn op de energietransitie. voorkeursenergiesystemen, Antwoord: een voorkeursenergiesysteem wordt door de raad vastgesteld, op basis van een met de professionele partijen gemaakte afweging welk energiesysteem het best past bij een wijk of buurt. Dat wil echter niet zeggen dat dit ook het systeem is dat uiteindelijk gekozen wordt, wanneer
wijkbewoners een ander systeem beter vinden kan er een andere keuze worden gemaakt in het wijkuitvoeringsplan dat door de gemeenteraad wordt vastgesteld. of waar transparante en objectieve criteria aan moeten voldoen, Antwoord: Een criterium moet helder zijn en gebaseerd op feiten. En zodanig verwoord dat ook over 10 jaar nog kan worden uitgelegd waarom keuzes zijn gemaakt zoals ze zijn gemaakt. Alle criteria moeten daarbij zijn benoemd, er mag niet op de achtergrond een criterium leidend zijn geweest zonder dat dit zichtbaar is geweest voor de betrokkenpartijen. criteria voor collectiviteiten, is dat 2 of meer huishoudens? Kunt u deze begrippen duiden? Antwoord: Een collectief is een representatief en significante samenstel van woningeigenaren uit een wijk of buurt. In 8.3.4. wordt als ondergrens gesteld dat 70% van een wijk (of buurt) achter het initiatief moet staan. 2. Vraag 2 Welke kaders hanteert u voor participatie en communicatie. Energietransitie is een kwestie van gedragsverandering hoe zet u daarop in. Is er een strategische notitie voor de communicatie en participatie gemaakt op dit punt? Kan de raad deze ontvangen? Kijkt u bv naar de strategische inzet van informele netwerken? Gebruikt u proefprojecten om te kijken wat op dit vlak werkt, maakt u gebruik van design thinking? Antwoord: In hoofdstuk 8 staat hier een beschrijving over gegeven.
Het college heeft ter kennisgeving een dynamische communicatiestrategie ontvangen bij behandeling van het onderhavige raadsvoorstel. De grote lijnen en strategie hieruit zijn omschreven in hoofdstuk 8 van de kadernota. De uitwerkingen en concrete maatregelen zijn onderdeel van de dagelijkse uitvoering onder leiding van de stuurgroep. Denk hierbij aan pilotwijken, informatiemomenten, proeftuin aanvragen, panelleden, samenwerking met (professionele) stakeholders etc. U kunt deze communicatiestrategie ter kennisgeving ontvangen echter dit document maakt geen onderdeel uit van de voorliggende besluitvormende documenten. Welke ervaringen heeft u hiervan meegenomen uit de eerste ervaringen van andere gemeenten? Antwoord: Deze informatie en kennis is via het programmabureau Aardgasvrije Wijken ontvangen en beoordeeld op inzet voor Lelystad. De grootste aandachtpunten hierin zijn het betaalbaar maken van de energietransitie. Heeft u een aanvraag gedaan voor aardgasvrije wijken? Antwoord: Het college heeft een aanvraag gedaan voor de proeftuin aardgasvrije wijken voor het gebied Campus zone Midden. Helaas is deze aanvraag niet gehonoreerd. Waarom kiest u voor een wijkbenadering in plaats van een lijn met early adopters en first followers? Antwoord: Dit is de opbouw van de warmtevisie waarin u als raad geografische gebieden moet aanwijzen.
We kiezen met nadruk voor een gecombineerde aanpak waarbij we naast de wijkuitvoeringsplannen de early adopters en first followers ondersteuning bieden en voor iedereen is er het spoor handelingsperspectief.
3. Vraag 3 Is er onderzoek gedaan naar bv zonnepaneleneigenaren( early adopters) wat zij nodig zouden hebben om van het gas af te gaan? Is deze groep bevraagd op hun motieven en toekomstig plannen? Antwoord: Nee, deze doelgroep is niet specifiek (in het Lelypanel) bevraagd. Zonnepanelen eigenaren hebben deze panelen om hen moverende redenen aangeschaft. Dat kan inderdaad zijn om voorop te willen lopen in de verduurzamen van de woning, maar velen hebben ze vooral aangeschaft vanwege het economisch rendement. Het wel of niet hebben van zonnepanelen heeft geen invloed op de keuzes die gemaakt moeten worden om de energietransitie te doorlopen. De energietransitie gaat vooral over een warmtetransitie, waar zonnepanelen elektriciteit produceren. Het al hebben van zonnepanelen kan een voordeel zijn, bijvoorbeeld omdat woningeigenaren dan al hebben nagedacht en bereid zijn de woning te verduurzamen, andersom kan het ook vertragend werken als met de investering in zonnepanelen de financiële ruimte om te investeren beperkter is geworden. 4. Vraag 4 Wordt er behalve naar een omgevingsanalyse ook gekeken naar gedrag? Antwoord: Ja, goede communicatie wordt zo mogelijk de belangrijkste opgave in de energietransitie. Het informeren over het waarom, hoe, welke gevolgen heeft de transitie en wat kan een woningeigenaar zelf doen spelen daarin een hoofdrol.
Ook de relatie tussen gedrag en energieverbruik komt nadrukkelijk aan de orde. In de nabije toekomst zullen er meer instrumenten worden geïntroduceerd om duurzame gedragsverandering in de wijk te bewerkstellingen en om early adaptors meer mogelijkheden geven om te verduurzamen. 5. Vraag 5: Participatieaanpak gaat in de energietransitie het verschil maken. Bent u van plan deze besluitvormend aan de raad aan te bieden? U benoemt niet dat de bewoners er zelf over gaan en het dus de hoogste vorm is voor bewoners: Beslissen. Het proces is ingericht op techniek en technische oplossingen en niet op verleiden en overtuigen, zoals vele landelijke rapporten laten zien als noodzaak voor de energietransitie. Wat gaat u doen om daarin een relatie op te bouwen met inwoners en vervolgens te kijken waar de energie voor veranderen zit om goede voorbeelden te creëren en zo ervaring op te doen met de weg van de verleiding? U participeert wel over de volgorde der wijken maar niet over de complete participatie aanpak…heeft u daar ook aan gedacht? Waar komt de keuze voor dit werkmodel vandaan? Antwoord: In hoofdstuk 8 stelt de raad de algemene principes vast. Het betrekken van burgers en professionele stakeholders in een vroeg stadium is een belangrijk speerpunt om tot een hoger draagvlak van besluitvorming te komen.
Daarom is er vanaf het begin van dit proces overleg met u als Raad gevoerd in diverse “gesprekken aan de voorkant” evenals met professionele stakeholders. Dit zal in de wijkuitvoeringsplannen een grote rol hebben. Bij het vaststellen van de Volgorde der wijken zal ook de participatieaanpak voor de Wijkuitvoeringsplannen onderdeel uitmaken van de besluitvorming door de raad. De participatieaanpak zelf zal per fase worden vormgegeven waarbij er verschillen tussen de verschillende wijken zullen zijn, afhankelijk van wat past bij de wijk.