Beantwoording technische vraag 354 Kadernota nieuwe energie Lelystad - CDA.docx
Tekst van het document
Beantwoording technische vragen 354 Document: Onderwerp: Portefeuillehouder: Datum: Indiener(s):
Kadernota Nieuwe energie Lelystad Kaderstelling Transitievisie Warmte Wethouder Schoone 11 – 1 – 2021 CDA
Op 4 januari 2021 heeft de fractie CDA technische vragen gesteld. Hieronder herhalen wij eerst de vraag en vervolgens ons antwoord.
Pagina 1: - T.a.v. 1.b): De gemeente neemt alleen een regierol: 1. Vraag 1: Welke ambitie heeft de gemeente t.a.v. de eigen gemeentelijke vastgoed? Antwoord: Net als alle andere gebouwen moeten ook de gemeentelijke gebouwen over op een hernieuwbaar en duurzame energievoorziening. De aanpak daarvan maakt onderdeel uit van de wijkaanpak (als het kleine gebouwen betreft en dan in samenhang met het meerjarenonderhoudsplan), bij grotere gebouwen maakt dat onderdeel uit van de maatwerkaanpak bedrijven of aanpak maatschappelijk vastgoed, zoals in kadernota omschreven. 2. Vraag 2: Waarom is deze ambitie niet opgenomen in deze nota? Antwoord: Omdat deze gebouwen meegaan in de reguliere aanpak voor woningen en bedrijfsgebouwen. - T.a.v. 1.c): T.a.v. de vier items (strategie, volgorde van wijken, wijkuitvoeringsplannen en het bieden van perspectief: 3. Vraag 3: Betreffen al deze vier documenten die aan de raad ter besluitvorming worden voorgelegd? Zo nee, graag aangeven waarom niet. Antwoord: Nee, er worden drie documenten aan de raad ter besluitvorming voorgelegd: deze Kadernota met de spelregels, de Volgorde der wijken en tot slot de Wijkuitvoeringsplannen. Het handelingsperspectief maakt onderdeel uit van elk van deze drie besluitstukken en vergt geen zelfstandige besluitvorming. - T.a.v. 2.d.1: Er staat: ‘voor de wijken tussen 2030 en 2050 wordt handelingsperspectief geboden’: 4.
Vraag 4: Wanneer (in welk jaar) wordt door de gemeente dit perspectief geboden? Antwoord: Het bieden van handelingsperspectief is een doorlopend proces dat al gaande is (energieloket, wijkinformatieavonden, etc). - T.a.v. 2.d.2: Er staat dat de gemeente enkel een regierol pakt. In de onderliggende documenten zijn vier soorten regierollen (afwachtend, proces, integraal of sturend) benoemd. 5. Vraag 5: Waarom is de rol in dit besluit dit niet verder uitgewerkt? Antwoord: De in te nemen rol verschilt per project, per fase en per wijk. De wijze waarop deze rol wordt ingevuld wordt in de Wijkuitvoeringsplannen vastgelegd. 6. Vraag 6: Wanneer kan de raad beslissen over welk type rol(len) de gemeente gaat pakken? Antwoord: Bij het vaststellen van de wijkuitvoeringsplannen.
- T.a.v. 2.e.1: Er staat ‘er wordt begonnen met wijken waar energetisch technisch minder complexe maatregelen nodig zijn’: 7.Vraag 7: Hoe verhoudt dit zich tot recent gebouwde wijken. Mogelijk zijn deze technische minder complex om te verduurzamen, maar zijn de (afschrijvings)kosten mogelijk vele malen hoger. Antwoord: Veel recent gebouwde wijken zijn al aardgasvrij of van zodanige leeftijd dat vervroegd afschrijven niet of nauwelijks aan de orde is. 8. Vraag 8: Op welke wijze wordt de ‘leeftijd’ van de wijk meegewogen? Antwoord: De leeftijd van een wijk maakt onderdeel uit van de wegingsfactoren om te komen tot de Volgorde der Wijken, waarover de raad besluit. 9. Vraag 9: In hoeverre wordt begonnen met wijken waar de meeste / veel winst te halen valt met het Isoleren van de woningen? Antwoord: Het isoleren van de woningen maakt onderdeel uit van het handelingsperspectief wat een verdere eigenstandige uitwerking zal krijgen. Isoleren van woningen kan altijd, hoeft niet te wachten op het moment waarop een wijk “aan de beurt is”. - T.a.v. 2.f.4.: Er staat ‘zullen enkel bewezen technieken worden toegepast’: 10. Vraag 10: Graag aangeven conform welke standaarden de technieken worden afgemeten? Antwoord: Onder bewezen technieken worden technieken verstaan die genoegzaam bekend zijn en niet meer in de experimentele fase zitten.
In grote lijnen verstaan we daar onder warmtenetten en (individuele) elektrische oplossingen. 11. Vraag 11: Op welke wijze weegt wooncomfort mee in deze criteria? Antwoord: Wooncomfort is in zichzelf een subjectief aspect, maar kan wel worden getoetst aan uitgangspunten in bijvoorbeeld het bouwbesluit. De keuze voor een hernieuwbaar en duurzaam energiesysteem mag niet leiden tot een reductie van het wooncomfort, als het systeem bijdraagt aan verbetering van het wooncomfort zal dat positief gewaardeerd worden bij de keuze. - T.a.v. 2.f.6: Er staat ‘binnen de gestelde kaders’: 12. Vraag 12: Graag aangeven welke kaders hier specifiek bedoeld worden. Antwoord: De kaders die nu ter besluitvorming voorliggen. - T.a.v. 2.f.6: Er staat ‘Bewoners/Ondernemers hebben binnen de gestelde kaders eigen keuzevrijheid bij de techniek’: 13. Vraag 13: Begrijpt de CDA fractie goed dat inwoners die al wonen in een wijk met stadsverwarming bij vaststelling van deze kaders niet meer verplicht zijn om mee te doen met de stadsverwarming omdat ze keuzevrijheid krijgen? Antwoord: Nee, deze warmtevisie gaat over woningen die nog niet aardgasvrij zijn, de woningen die al op het warmtenet zijn aangesloten vallen buiten de werking van de kadernota. De bestaande contracten tussen energieleveranciers en afnemers blijven ongewijzigd.
Pagina 2: - Er staat: ‘Daarna wordt de Volgorde der Wijken bepaald en met de bewoners van die wijken welke energietechniek het beste bij die wijken past’: 14. Vraag 14: Begrijpt de CDA fractie goed dat einde 2021 al een keuze wordt gemaakt voor de energietechniek voor de wijken die als eerste worden opgepakt? Antwoord: Ja, dat klopt.
Pagina 3: - Er staat t.a.v. haalbaar en betaalbaar: ‘Het Rijk werkt deze voorwaarden momenteel nog uit. Deze twee voorwaarden worden in dit voorstel expliciet als randvoorwaarde benoemd’: 15. Vraag 15: Wanneer zijn deze randvoorwaarden zijn uitgewerkt? Antwoord: Daarvan is geen planning bekend. 16. Vraag 16: Wat is het proces is richting de raad op moment dat deze randvoorwaarden duidelijk zijn? Antwoord: Eventuele effecten op reeds genomen besluiten zullen met de raad gedeeld worden. 17. Vraag 17: Is kennisgenomen van het rapport van het PBL ‘Planbureau: investeren in duurzamere eigen woning veelal niet rendabel (24-08-2020)? Antwoord: Ja, daarvan is kennis genomen. 18. Vraag 18: In hoeverre klopt voor Lelystad de stelling dat investeringen die huiseigenaren moeten doen om hun woning te verduurzamen lastig tot niet terug te verdienen zijn? Antwoord: De conclusies uit het PBL zijn in Lelystad minder van toepassing omdat er een relatief jonge woningvoorraad is. De kosten per woning zijn aanzienlijk lager dan de bedragen die in de studie worden genoemd. 19. Vraag 19: Wordt t.a.v. betaalbaarheid uitgegaan van woonlastenneutraal? Antwoord: Dat is op dit moment onderdeel van de rijksdiscussie over “haalbaar en betaalbaar”. T.a.v. het document: ‘Bijlage 2 - collegevoorstel - Notitie stakeholder review Lelystad --’ (van WesselinkVanZijst): 20.
Vraag 20: Op pagina 5 en 6 staan vijf aanbevelingen: graag per aanbeveling aangeven op welke wijze deze aanbeveling is dan wel gaat worden voldaan. Antwoord: Dit document maakt geen onderdeel van de besluitvorming in de raad. Het is enkel ter kennisname aan het college ter beschikking gesteld. De hoofdconclusies staan in de kadernota, hoofdstuk 4.3 T.a.v. het document: “Bijlage 3 - collegevoorstel - Concept strategisch communicatieplan Transitievisie Warmte nov 2020”: - P. 4: Er staat: ‘Om aan dit project op een goede manier invulling te kunnen geven, is de beschikbaarheid over voldoende budget en uren essentieel: 21. Vraag 21: Graag aangeven hoeveel budget voor de komende 5 jaar beschikbaar is en waarom dit afdoende is; Antwoord: Dit document maakt geen onderdeel van de besluitvorming in de raad. Het is enkel ter kennisname aan het college ter beschikking gesteld. Er is niet geconstateerd dat het aantal uren en budget voldoende beschikbaar is. In hoeverre dit het geval is wordt momenteel, ook landelijke verder uitgewerkt (zie ook 10.2 van de kadernota). De uitkomsten daarvan worden Q1 of Q2 van 2021 verwacht.