Afhandelingsbrief klacht_zaaknr_34019_Geredigeerd-.pdf
Tekst van het document
De heer
Uw brief 3 februari 2022
Zaaknr. 34019
Datum 17 maart 2022
Behandeld door
Bijlagen
Doorkiesnr. 140320
Dossiernummer
Onderwerp Afhandeling klacht Geachte heer
,
Hierbij ontvangt u de reactie op uw klacht van 3 februari 2022. Op 19 augustus 2021 hebben wij voor de eerste keer een klacht van u ontvangen met betrekking tot de redenen voor het niet verlengen van de jachtovereenkomst. Hierop hebben wij op 26 augustus 2021 gereageerd. In uw brief van 3 februari 2022 geeft u aan zeer teleurgesteld en ontstemd te zijn en opnieuw een klacht in te dienen. Onze reactie blijft echter ongewijzigd. Er zijn de afgelopen jaren opvolgende jachthuurovereenkomsten met u afgesloten. De laatste overeenkomst had een looptijd tot 1 januari 2021. Door is ongeveer een maand voor de beëindiging van de looptijd schriftelijk aangekondigd dat de overeenkomst niet zou worden verlengd. In de overeenkomst zijn geen bepalingen opgenomen waaruit een verplichting voortvloeit om een aanzegtermijn in acht te nemen voor het niet verlengen van de overeenkomst. Naar onze mening is de overeenkomst dan ook rechtsgeldig geëindigd per 1 januari 2021. Na de rechtsgeldige beëindiging van de overeenkomst heeft er nog een gesprek met u plaatsgevonden, waarin is toegelicht wat voor ons de gronden zijn geweest om de overeenkomst niet te verlengen, althans een nieuwe overeenkomst aan te gaan. Dit gesprek is schriftelijk bevestigd. U ontkent en betwist de aangevoerde gronden en geeft aan dat de gronden berusten op onwaarheden.
U vindt dat de gemeente onfatsoenlijk handelt door een contractuele relatie van bijna 30 jaar te beëindigen op onjuiste gronden. U wilt gehoord worden in het kader van de klachtregeling van de gemeente Lelystad, die zijn grondslag vindt in de Awb. Wij zijn van mening dat er hier sprake is van een zuiver civielrechtelijk geschil, dat voortvloeit uit onze voormalige contractuele relatie. Dit geldt temeer nu wij – in het kader van een poging om ons geschil buiten rechte te beslechten- reeds eerder uitvoerig met elkaar hebben gesproken. De uitkomst van het gesprek is verwoord in een brief die wij 6 juli 2021 naar de heer Uithoven hebben verstuurd. In deze brief hebben wij ons standpunt nogmaals uitvoerig verwoord. Uw uitgebreide reactie op deze brief van d.d. 16 augustus jl. heeft binnen de gemeente niet tot andere inzichten geleid.