Aanmeldnotitie mer NL21-648800269-10080.pdf
Tekst van het document
Aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling distributiecentrum JYSK
Verantwoording Titel Onderwerp: Projectnummer: Klant: Referentienummer Versie:
Aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling Aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling distributiecentrum JYSK 51005843 JYSK NL21-648800269-10080 D1
Datum:
16-11-2021
Auteur E-mailadres
Jules van Riel Jules.vanriel@sweco.nl
Gecontroleerd door: Paraaf gecontroleerd
Martin Haan
Goedgekeurd door Paraaf goedgekeurd
Lourens Hogenbirk
Document referentie:
NL21-648800269-10080
2/19
Inhoudsopgave
Verantwoording .................................................................................................................................................. 2 1.
Inleiding ...................................................................................................................................................5
2.
Voornemen ..............................................................................................................................................7
3. 3.1 3.2 3.3
Toets aan het Besluit m.e.r. ....................................................................................................................8 Welke m.e.r.-procedure is van toepassing ..............................................................................................8 Te volgen procedure................................................................................................................................9 Doel van de aanmeldingsnotitie ..............................................................................................................9
4.
Vormvrije m.e.r.-beoordeling .................................................................................................................12
Sweco | Aanmeldingsnotitie Projectnummer: sweco.projectId Datum: 16-11-2021 Versie: D1 Document referentie: c:\users\nlrjon\documents\postarchive\nl21-648800269-10080.docm
3/19
1. Inleiding Het bedrijf JYSK is voornemens een distributiecentrum te vestigen in het plangebied Flevokust haven, te Lelystad. Het gaat hier om een bruto plangebied van circa 25 hectare. Daarbinnen is een maximaal bruto bedrijfsvloeroppervlakte beoogd van 195.000m². Het toekomstige gebruik van het distributiecentrum past niet binnen de bepalingen van het vigerende bestemmingsplan.
Figuur 1-1. Ligging plangebied
Vanwege de noodzaak van JYSK om spoedig te starten met de realisatie van het distributiecentrum is er in samenspraak met gemeente Lelystad voor gekozen om de vestiging van het distributiecentrum van JYSK planologisch mogelijk te maken met een (postzegel)bestemmingsplan. Om het milieu een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming van het bestemmingsplan, moet worden getoetst of in het kader van deze ontwikkeling een milieueffectrapportage nodig is. Uit het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) volgt dat voor deze ontwikkeling een vormvrije m.e.r.beoordeling moet worden uitgevoerd. In deze aanmeldingsnotitie is de informatie opgenomen die nodig is voor de m.e.r.-beoordeling van de
Datum: 16-11-2021
D1
5/19
voorgenomen activiteit. Achtereenvolgens wordt ingegaan op het voornemen (hoofdstuk 2), op de m.e.r.-procedure (hoofdstuk 3) en op de potentiële effecten van de voorgenomen activiteit (hoofdstuk 4).
Datum: 16-11-2021
D1
6/19
2. Voornemen JYSK is voornemens een grootschalig distributiecentrum met voldoende vloeroppervlakte en bouwhoogte te realiseren. De exacte vormgeving van het beoogde distributiecentrum wordt nog nader uitgewerkt, maar zal veelal aansluiten bij andere, in het buitenland, gerealiseerde of in aanbouw zijnde distributiecentra van JYSK. Binnen het plangebied dient in ieder geval ruimte te zijn voor een aantal (opslag-)panden en een terrein voor buitenopslag. De gebouwen verschillen, afhankelijk van de functie, in de bouwhoogte. Daarnaast is de energiehuishouding van deze gebouwen gasloos. Het distributiecentrum omvat naast opslagruimte onder andere ook ruimte voor verzending, sorteren en administratie. In totaal is circa 140.000 m2 op de begane grond voorzien en ruim 53.000 m2 op de verdieping. In totaal is de ontwikkeling maximaal 195.000 m2 groot. JYSK gaat voor de distributie gebruik maken van transportbewegingen tussen de containerterminal van Flevokust Haven en het distributiecentrum, én tussen het distributiecentrum en de rest van hun centra. Hiervoor wordt gebruik gemaakt over daarvoor geschikte wegen.
Figuur 2-1. Mogelijke kavelindeling (De IJsselmeerdijk ligt aan de noordzijde van de plantekening)
Datum: 16-11-2021
D1
7/19
3. Toets aan het Besluit m.e.r. 3.1 Welke m.e.r.-procedure is van toepassing Het instrument milieueffectrapportage (m.e.r.) is ontwikkeld om het milieu een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. Het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) geeft aan of voor een project een m.e.r.plicht of m.e.r.-beoordelingsplicht van toepassing is. Voor de activiteiten die zijn opgenomen in de C-lijst van het Besluit m.e.r. geldt de zogenoemde m.e.r.plicht. Deze activiteiten worden gekenmerkt door het feit dat zij over het algemeen belangrijke nadelige milieugevolgen hebben. Voor de activiteiten die zijn opgenomen in de D-lijst van het Besluit m.e.r. geldt de zogenoemde m.e.r.beoordelingsplicht. Voor deze activiteiten geldt dat zij, afhankelijk van de omstandigheden, nadelige milieugevolgen kunnen hebben. De onderhavige ontwikkeling betreft activiteit 11.2 en 11.3 uit de D-lijst van het Besluit m.e.r. (zie tabel 3.1). Tabel 3-1 | Activiteit D11.2 en D11.3 uit het Besluit milieueffectrapportage (d.d. 29-102021)
D 11.2
D11.3
Kolom 1 Activiteiten De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsprojec t met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen.
De aanleg, wijziging of uitbreiding van een industrieterrein.
Datum: 16-11-2021
D1
Kolom 2 Gevallen In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1°. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2°. een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of 3°.een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 75 hectare of meer.
Kolom 3 Plannen De structuurvisie, bedoeld in de artikelen 2.1, 2.2 en 2.3 van de Wet ruimtelijke ordening, en het plan, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van die wet.
Kolom 4 Besluiten De vaststelling van het plan, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van de Wet ruimtelijke ordening dan wel bij het ontbreken daarvan van het plan, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van die wet.
De structuurvisie, bedoeld in de artikelen 2.1, 2.2 en 2.3 van de Wet ruimtelijke ordening, en het plan, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van die wet.
De vaststelling van het plan, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van de Wet ruimtelijke ordening dan wel bij het ontbreken daarvan van het plan, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van die wet.
8/19
Het Besluit m.e.r. geeft onder ‘gevallen’ per activiteit aan wat de relevante drempel is voor een m.e.r.-(beoordelings)plicht. Voor het stedelijk ontwikkelingsproject geldt dat de (indicatieve) drempelwaarde uit het Besluit m.e.r. niet wordt overschreden, aangezien het postzegelbestemmingsplan een plangrens heeft van circa 25 hectare en daarmee kleiner is dan de drempelwaarden van 75 hectare (D11.3) en 100 hectare (D11.2). Ook de bedrijfsvloeroppervlakte blijft met maximaal 195.000 m² onder de genoemde drempelwaarde van 200.000 m² (D11.2). Indien een activiteit een omvang heeft die onder de drempelwaarden ligt, dient op grond van de selectiecriteria in de ‘Europese richtlijn milieueffectbeoordeling’ te worden vastgesteld of belangrijke nadelige gevolgen van de activiteit voor het milieu kunnen worden uitgesloten (een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.- beoordeling'). Pas als dat het geval is, is de activiteit niet m.e.r.-plichtig.
3.2 Te volgen procedure Deze aanmeldingsnotitie geeft het bevoegd gezag (college van B&W van de gemeente Lelystad) de informatie die nodig is om te beoordelen of een m.e.r. nodig is voor de in paragraaf 3.1 genoemde activiteit. Op basis van deze aanmeldingsnotitie dient het bevoegd gezag een beslissing te nemen of voor deze activiteit, vanwege belangrijke nadelige gevolgen die deze activiteit voor het milieu kan hebben, een m.e.r.-procedure moet worden doorlopen. Het bevoegd gezag neemt uiterlijk zes weken na de datum van ontvangst van de aanmeldingsnotitie een m.e.r.-beoordelingsbeslissing.1 Dit besluit moet zijn genomen voorafgaand aan de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan. Het besluit wordt niet gepubliceerd in de Staatscourant.2 Op dit besluit is geen bezwaar/beroep mogelijk. Eventuele bezwaren kunnen worden ingediend in de procedure van het bestemmingsplan.
3.3
Doel van de aanmeldingsnotitie
De vormvrije m.e.r.-beoordeling is een toets van het bevoegd gezag om te bepalen of er bij de voorgenomen activiteit mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. In het kader van een vormvrije m.e.r.beoordeling wordt een aanmeldingsnotitie opgesteld. In een aanmeldingsnotitie wordt op objectieve wijze de informatie verzameld en gepresenteerd die voor deze afweging noodzakelijk is. Op basis van de informatie in de aanmeldingsnotitie besluit het bevoegd gezag of een m.e.r-procedure nodig is. Bij de vormvrije m.e.r.-beoordeling dient het bevoegd gezag expliciet te beoordelen of zij het noodzakelijk acht om de m.e.r.-procedure te doorlopen. Er kunnen twee uitkomsten zijn: · belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen niet uitgesloten worden à er dient een m.e.r.-procedure te worden doorlopen; · belangrijke nadelige milieugevolgen treden niet op à er wordt gemotiveerd aangegeven dat geen m.e.r.-procedure wordt doorlopen. Het uitgangspunt bij deze beoordeling is: Nee, tenzij (zie hiervoor verder kader 3.1). Dit uitgangspunt betekent dat er geen nadere m.e.r. nodig is, tenzij er 1 Indien het bevoegd gezag tevens initiatiefnemer is, neemt het in een zo vroeg mogelijk stadium de
m.e.r.-beoordelingsbeslissing. 2 Dit is bepaald in het Besluit m.e.r. in artikel 2.5 onder b.
Datum: 16-11-2021
D1
9/19
sprake is van mogelijke ‘belangrijke nadelige gevolgen’ voor het milieu op basis waarvan een dergelijke procedure wel noodzakelijk moet worden geacht. Deze ‘belangrijke nadelige gevolgen’ moeten worden beoordeeld op basis van het toetsingskader van Bijlage III EU richtlijn milieubeoordeling projecten. Het project dient te worden getoetst aan: 1. Kenmerken van de activiteit a: Omvang van het project b: Cumulatie met andere projecten c: Gebruik natuurlijke hulpbronnen d: Productie afvalstoffen e: Verontreiniging en hinder f: Risico van zware ongevallen en/of rampen, waaronder rampen door klimaatverandering g: Risico’s voor de menselijke gezondheid 2. Plaats van de activiteit a: Bestaand grondgebruik b: Rijkdom aan en kwaliteit en regeneratievermogen natuurlijke hulpbronnen van het gebied c: Opnamevermogen milieu met aandacht voor specifieke gevoelige gebieden 3. Kenmerken van het potentiële effect a: De orde van grootte en het ruimtelijk bereik van het effect b: De aard van het effect c: Grensoverschrijdend karakter d: Intensiteit en complexiteit van het effect d: Waarschijnlijkheid effect e: Verwachte aanvang, duur, frequentie en omkeerbaarheid van het effect f: Cumulatie van effecten g: De mogelijkheid effecten doeltreffend te verminderen In hoofdstuk 4 wordt de benodigde informatie voor de toetsing behandeld.
Eerst wordt een beschrijving gegeven van de kenmerken van de activiteit en de plaats van de activiteit en van de potentiële effecten die daaruit naar voren komen. Vervolgens wordt ingegaan op de kenmerken van de gevolgen van deze effecten. Hierbij wordt gekeken of er mogelijk (belangrijke) nadelige milieugevolgen ontstaan en of er verzachtende mitigerende maatregelen kunnen worden genomen om eventueel het milieueffect te verminderen of teniet te doen.
Datum: 16-11-2021
D1
10/19
KADER 3.1: UITLEG AANMELDINGSNOTITIE Zoals aangegeven is het uitgangspunt bij de vormvrije m.e.r.-beoordeling het ‘nee, tenzij’ principe. Dit heeft gevolgen voor inhoud en diepgang van deze aanmeldingsnotitie. In dit kader wordt kort toegelicht hoe deze aanmeldingsnotitie is opgebouwd en op welke wijze naar de inhoud moet worden gekeken. Waarom Nee, tenzij? Dat het ‘nee, tenzij’ principe geldt, vloeit voort uit het feit dat het een activiteit betreft uit de D-lijst van het Besluit m.e.r., waarvoor tevens geldt dat de activiteit onder de drempelwaarde ligt zoals in deze D-lijst genoemd. In het Besluit m.e.r. zijn alle activiteiten die mogelijk gevolgen hebben op het milieu verdeeld over twee lijsten: de C en de D lijst. Activiteiten uit de C-lijst worden gekenmerkt door het feit dat zij over het algemeen belangrijke nadelige milieugevolgen hebben. Voor deze activiteiten geldt dan ook een directe m.e.r.-plicht. Voor activiteiten uit de D-lijst geldt dat deze afhankelijk van de omstandigheden nadelige milieugevolgen kunnen hebben. Wanneer de activiteit op de D-lijst staat én onder de drempelwaarde blijft zoals in die lijst opgenomen, is de verwachting dat deze activiteit waarschijnlijk geen belangrijk nadelige milieugevolgen oplevert. Op voorhand geldt voor deze activiteiten daarom ook geen m.e.r.-plicht.
Dit moet echter wel worden getoetst middels de vormvrije m.e.r.-beoordeling. In bepaalde gevallen kan een activiteit met een kleinere omvang namelijk wel degelijk belangrijke nadelige milieugevolgen hebben. Dat kan bijvoorbeeld doordat die activiteit in of bij een kwetsbaar gebied is gepland. Inhoud aanmeldingsnotitie Voor een aanmeldingsnotitie die wordt opgesteld in het kader van de vormvrije m.e.r.beoordeling bestaan geen vereisten voor de diepgang van het onderzoek. In de meeste gevallen kan de vormvrije m.e.r.-beoordeling worden gebaseerd op ‘expert judgement’, zonder (model)berekening of (veld)onderzoek. Het uitgangspunt is dat de aanmeldingsnotitie kort en bondig is en alleen inzoomt op die kenmerken en gevolgen die mogelijk kunnen leiden tot nadelige gevolgen voor het milieu. In veel gevallen zal snel helder zijn dat een activiteit geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu heeft (vanwege grote afstand tot gevoelige gebieden, de locatie en de omgeving hebben geen bijzondere kenmerken waardoor er een verwaarloosbare kans is op belangrijke nadelige effecten, de activiteit leidt niet tot grote emissies, heeft een klein ruimtebeslag e.d.). Dan is ook geen uitgebreide motivering nodig: er wordt dan beknopt beschreven dat naar alle Europese criteria is gekeken
Datum: 16-11-2021
D1
11/19
4. Vormvrije m.e.r.-beoordeling 1. Kenmerken van het project
Omvang van het project (relatie met drempel D lijst)
Distributieterrein JYSK Het project omvat de realisatie van een distributiecentrum van het bedrijf Jysk. De ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt via een bestemmingsplan met een gedetailleerde regeling. Het betreft een project (kolom 4) in de zin van het besluit m.e.r.. Categorie D11.2 van toepassing in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1°. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2°. een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of 3°. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Categorie D11.3 van toepassing in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 75 hectare of meer. Voor het project Jysk geldt dat de (indicatieve) drempelwaarden uit het Besluit m.e.r. niet worden overschreden, aangezien het postzegelbestemmingsplan een plangrens heeft van circa 25 hectare en daarmee kleiner is dan de drempelwaarde van 75 hectare (D11.3) en 100 hectare (D11.2). Ook de bedrijfsvloeroppervlakte blijft met 195.000 m² onder de genoemde drempelwaarde van 200.000 m².
Cumulatie met andere projecten
Datum: 16-11-2021
D1
Het perceel ligt op het bedrijventerrein Flevokust. Ten noorden van het perceel waarop Jysk zich vestigt, zijn plannen voor een logistiek centrum. Voor dit perceel geldt het een onherroepelijk bestemmingsplan “Lelystad Flevokust – binnendijks”. Voor het logistiek centrum is een wijzigingsplan in voorbereiding (= toepassing van een in het bestemmingsplan opgenomen wijzigingsbevoegdheid). In de noordelijke punt van het bedrijventerrein Flevokust wordt een datacenter gerealiseerd (bestemmingsplan onherroepelijk) en aan de Karperweg 8 is het bedrijf 3D Metal Forming gepland (bestemmingsplan onherroepelijk). Op de eventuele cumulatie van effecten wordt ingegaan onder ‘3. Kenmerken van het potentiële effect’.
12/19
Gebruik natuurlijke hulpbronnen3
Productie afvalstoffen4 Verontreiniging en hinder
Risico van zware ongevallen en/of rampen, waaronder rampen door klimaatverandering
Risico’s voor de menselijke gezondheid
Bij de aanleg van het terrein en de gebouwen van Jysk wordt gebruik gemaakt van natuurlijke hulpbronnen zoals hout, glas, (bak)steen en grond. Deze hulpbronnen worden van buiten het plangebied aangevoerd. Voor het project Jysk worden geen natuurlijke hulpbronnen gebruikt die uit of in de nabijheid van het plangebied worden onttrokken. Er zijn geen natuurlijke hulpbronnen in het gebied aanwezig die invloed ondervinden van de voorgenomen activiteit. Er is geen sprake van nieuwe productie van (gevaarlijke) afvalstoffen met nadelige milieugevolgen. Verontreiniging: Tijdens de aanlegfase kan door bouwverkeer mogelijk een tijdelijke verslechtering van de luchtkwaliteit optreden. In de gebruiksfase kan de verkeersaantrekkende werking van het distributiecentrum tevens leiden tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. Hierop wordt nader ingegaan onder ‘3. Kenmerken van het potentiële effect’. Hinder: Tijdens de aanleg kan als gevolg van bouwwerkzaamheden en het bouwverkeer verkeershinder en geluidhinder optreden. In de gebruiksfase kan de ontwikkeling leiden tot een toename van verkeersbewegingen met als gevolg extra (geluid)hinder voor omwonenden. Op mogelijke effecten als gevolg van hinder wordt nader ingegaan onder ‘3. Kenmerken van het potentiële effect’. Er wordt geen toename van het risico op ongevallen verwacht. Op het terrein wordt niet gewerkt met gevaarlijke stoffen.
In de omgeving van het plangebied zijn enkele risicobronnen aanwezig. Externe veiligheid heeft ook betrekking op de veiligheid van degenen die niet bij de risicovolle activiteit zelf zijn betrokken, maar als gevolg van die activiteit wel risico’s kunnen lopen, zoals werknemers op een bedrijventerrein. Om de externe veiligheidssituatie van de voorgenomen ontwikkeling inzichtelijk te maken en te kunnen verantwoorden is een onderzoek uitgevoerd. Op externe veiligheid wordt onder ‘3. Kenmerken van het potentiële effect’ ingegaan. De verandering in luchtkwaliteit en de geluidshinder in de aanlegfase is tijdelijk en vormt geen risico voor de menselijke gezondheid. In de gebruiksfase kan de toename in verkeer leiden tot risico’s voor de menselijke gezondheid in situaties waarin de achtergrondwaarden voor luchtkwaliteit en geluid reeds hoog zijn. Hierop wordt nader ingegaan onder ’3. Kenmerken van het potentiële effect’.
3 Toelichting: Van gebruik van natuurlijke hulpbronnen kan sprake zijn als een ontwikkeling gevolgen
heeft voor op, of in de nabijheid van, de locatie aanwezige natuurlijke hulpbronnen. Denk bijvoorbeeld aan de onttrekking van grondwater of het delven van grondstoffen zoals zand of klei. Ook het kappen van bos als leefomgeving voor dieren of recreatiegebied voor mensen valt hieronder. Dit criterium is vooral van belang bij industriële activiteiten. 4 Afvalstoffen zijn stoffen (preparaten of voorwerpen) waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen (artikel 1.1, lid 1 Wet milieubeheer). Nadelige milieugevolgen kunnen ontstaan bij het vrijkomen van gevaarlijke afvalstoffen.
Datum: 16-11-2021
D1
13/19
2. Plaats van het project Bestaande grondgebruik
Rijkdom aan en kwaliteit en regeneratievermogen natuurlijke hulpbronnen van het gebied Opnamevermogen milieu met aandacht voor wetlands, kustgebieden, berg- en bosgebieden, reservaten en natuurparken, H/V richtlijngebieden, gebieden waar milieunormen worden overschreden, gebieden met hoge bevolkingsdichtheid, landschappelijk historisch cultureel of archeologische gebieden van belang.
Het kavel waarop het distributiecentrum van Jysk is beoogd, ligt ten noorden van de kern van Lelystad, ingesloten tussen het IJsselmeer, Rijksweg A6 en de provinciale weg N307. De IJsselmeerdijk geldt als primaire waterkering tussen het IJsselmeer en het achterland, parallel hieraan ligt een leidingstrook met landelijk opererende transportleidingen. Op dit moment zijn de percelen in het plangebied in gebruik als akkers. Het plangebied ligt niet in een grondwaterbeschermingsgebied. In het plangebied komen verder geen bijzondere natuurlijke hulpbronnen voor. Natuur Het plangebied bevindt zich 200 meter ten oosten van de begrenzing van het Natura 2000-gebied ‘IJsselmeer’. Tevens ligt het Natura 2000-gebied ‘Markermeer & IJmeer op 3,1 kilometer van het plangebied, het Natura 2000-gebied ‘Ketelmeer & Vossemeer’ op circa 9 kilometer van het plangebied en de ‘Oostvaardersplassen’ op circa 10,9 kilometer van het plangebied. Het plangebied is niet gelegen in een NNN-gebied. Wel ligt het (Rijks-) NNN-gebied IJsselmeer op 200 meter van het plangebied en ligt er een (provinciaal) NNN-gebied op 495 meter van het plangebied. Voor deze gebieden geldt echter geen externe werking. Op de Natura 2000 gebieden kunnen mogelijk effecten optreden, hier wordt onder ‘3. Kenmerken van het potentiële effect’ ingegaan.
Landschappelijke en cultuurhistorische waarden Er is hoofdzakelijk sprake van agrarische cultuurgrond bedoeld voor veehouderij en akkerbouw, de bedrijven zelf zijn hier niet gevestigd. Op de landschappelijke waarden kunnen mogelijk effecten optreden, hier wordt onder ‘3. Kenmerken van het potentiële effect’ ingegaan. Archeologie In het bestemmingsplan Lelystad – Flevokust binnendijks zijn geen regels opgenomen voor archeologie. Volgens de gemeentelijke beleidskaart ligt het plangebied in een zone met een lage archeologische verwachting. Het aantreffen van archeologische waarden is niet op voorhand uit te sloten. Onder ‘3. Kenmerken van het potentiële effect’ wordt hier nader op ingegaan. Waterhuishouding Als gevolg van het voornemen wordt er circa 200.000m² verharding aangebracht (zowel bedrijfsgebouwen als wegen). Bij een toename van verhard oppervlak wordt het regenwater snel(ler) afgevoerd, waardoor de werking van het ontvangende oppervlaktewatersysteem negatief kan worden beïnvloed met snellere en hogere peilstijgingen en afvoer. Om een goed functionerend watersysteem te garanderen en te behouden bij nieuwe ontwikkelingen is er een compensatieplicht voor de toename van het verhard oppervlak. In de ’Keur 2017’ van
Datum: 16-11-2021
D1
14/19
Waterschap Zuiderzeeland staat vermeld dat de te hanteren bergingsnorm voor deze ontwikkeling 5% is van de toename van het verhard oppervlak. Dit staat gelijk aan 9.956 m². Het grootste gedeelte van deze oppervlakte (9.937 m²) wordt binnen het plangebied gecompenseerd. Aan zowel de noordals de zuidzijde van het plangebied worden watergangen gegraven. De overige wateropgave wordt gecompenseerd door waterbergingen onder parkeerplaatsen en tussen de gebouwen. De overige wateropgave van 20 m² wordt in een verdere fase van het ontwerp binnen de ontworpen watergangen worden verwerkt. Door de compensatie is er geen sprake van negatieve effecten. Overige waardevolle of kwetsbare gebieden liggen niet in of in de nabijheid van het plangebied. Op basis van (1.) de kenmerken en (2.) de plaats van het project zijn de volgende mogelijk belangrijk nadelige gevolgen naar voren gekomen: • • • • •
Verontreiniging en/of (geluid)hinder als gevolg van bouwverkeer en verkeersaantrekkende werking; Potentiële effecten op externe veiligheid; Potentiële effecten op Natura 2000-gebieden; Effect op landschappelijke waarden; Effecten op archeologische waarden;
Op deze mogelijke gevolgen wordt bij ‘3. Kenmerken van het potentiële effect’ ingegaan. Overige belangrijke nadelige gevolgen zijn niet te verwachten. 3. Kenmerken van het potentiële effect De orde van grootte en het ruimtelijk bereik van het effect
Grensoverschrijdend karakter
Potentiële effecten als gevolg van stikstofdepositie kunnen op enkele kilometers van het plangebied effect hebben op Natura 2000- gebieden. Overige potentiële effecten als gevolg van hinder en verontreiniging zullen lokaal optreden. In de directe nabijheid van het perceel waarop Jysk zich vestigt liggen geen woningen. Potentiële hinder voor omwonenden kan zich alleen voordoen bij een zeer beperkt aantal woningen langs aan/afvoerroutes in het Flevokust-gebied en aan de overzijde van de A6. De effecten zijn beperkt en lokaal van aard. De effecten komen met name voort uit bouwwerkzaamheden (tijdelijk) en de verkeersaantrekkende werking van het distributiecentrum. Er zijn geen landsgrensoverschrijdende effecten.
Intensiteit en complexiteit van het effect
Hinder en verontreiniging (Geluid en luchtkwaliteit)
De aard van het effect
Verontreiniging/hinder als gevolg van aanlegfase: Tijdens de aanlegfase kan er geluid- en trillinghinder ondervonden worden van de bouwwerkzaamheden. Deze werkzaamheden kunnen lokaal tijdelijk leiden tot een verslechtering van de luchtkwaliteit door uitstoot van stikstofdioxide en (fijn)stof. Omdat de achtergrondconcentraties van stikstofdioxide en fijnstof in dit gebied onder de
Datum: 16-11-2021
D1
15/19
grenswaarden liggen zal dit niet leiden tot overschrijding van de grenswaarden en daardoor tot belangrijk nadelige gevolgen. Verontreiniging/hinder in de gebruiksfase: De verkeersaantrekkende werking van de ontwikkeling is getoetst betreffende luchtkwaliteit. Uit de resultaten komt naar voren dat langs de ontsluitende wegen en in de directe omgeving van de inrichting geen overschrijdingen optreden van de grenswaarden voor de concentraties stikstofdioxide en fijnstof. Hiermee worden ten gevolge van het plan ook geen mensen blootgesteld aan concentraties boven de grenswaarden. De geluidbelasting van de voorgenomen ontwikkeling bedraagt op de omliggende woningen ten hoogste (LAr;LT) 42 dB(A) etmaalwaarde op de woning aan de Visvijverweg 57, de dichtstbij gelegen woning. De berekende waarden voldoen aan de grenswaarde van ten hoogste 50 dB(A) etmaalwaarde. De geluidbelasting als gevolg van het plan levert voor de omliggende woningen geen relevante bijdrage en er worden geen vastgestelde hogere waarden overschreden. Op de zonegrens worden wel toenames berekend ten opzichte van de referentiesituatie, maar de geluidbelasting blijft onder de grenswaarde van ten hoogste 50 dB(A) etmaalwaarde. Negatieve effecten als gevolg van de toename van geluidbelasting zijn daarmee uit te sluiten.
Externe veiligheid Algemeen Voor het realiseren van het voornemen zijn een viertal risicobronnen relevant (Onderzoek Externe Veiligheid Distributiecentrum JYSK, Sweco, 2021): -
Aardgasleiding (A-570) Transport van gevaarlijke stoffen over de rijksweg A6 Transport van gevaarlijke stoffen over het spoortraject Weesp – Zwolle. Inrichting 3D Metal Forming (gepland) met opslag ontplofbare stoffen voor civiel gebruik.
Voor het transport van gevaarlijke stoffen over de weg en het spoor is nader onderzoek niet nodig, alleen een beperkte verantwoording van het groepsrisico voor een toxische gifwolk (deze beperkte verantwoording is opgenomen in het Externe veiligheidsonderzoek). Voor 3D Metal Forming geldt dat de relevante contour (de B-zone) het plangebied van Jysk niet bereikt. Deze risicobron heeft daardoor geen invloed op het plangebied van Jysk en nader onderzoek is niet nodig. Aardgasleidingen Voor het transport van gevaarlijke stoffen in buisleidingen (A570) is volledigheidshalve een QRA uitgevoerd.
Datum: 16-11-2021
D1
16/19
Plaatsgebonden risico: voor bedrijven (beperkt kwetsbare objecten) geldt voor het plaatsgebonden risico een grenswaarde van PR 10-6/jaar. De hogedrukaardgasleiding A570-deel-1, die het dichtst bij het plangebied ligt, heeft geen PR 10-6/jaar contour. De hogedrukaardgasleidingen A570-02 en A655-deel-1 hebben een PR 10-6/jaar contour. Echter, deze contouren bereiken het plangebied niet. Het plaatsgebonden risico is geen belemmering voor het realiseren van het project. Groepsrisico: voor alle drie de hogedrukleidingen en voor zowel de huidige als de toekomstige situatie, ligt het groepsrisico ruim onder de 0,1 maal de oriëntatiewaarde. Dat betekent dat er een beperkte verantwoording van het groepsrisico moet worden opgesteld conform artikel 12 lid 3 van het Bevb en artikel 8 van de Revb. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de externe veiligheidssituatie nu en in de toekomst onder de gegeven waarden en daarmee geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling vormen. Uit de beperkte verantwoording van het groepsrisico blijkt dat er risico’s zijn op fakkelbrand (gasleiding) en toxische wolken (A6 en spoor). De risico’s worden in het onderzoek naar externe veiligheid benoemd, evenals de mogelijkheden van de hulpverlening en de zelfredzaamheid. Twee laatstgenoemde beperken het effect van het ongeval tot een omvang die beter beheersbaar wordt geacht.
Ondanks reductie van het risico is er altijd sprake van een restrisico. Natuur Het plangebied ligt dichtbij Natura 2000-gebied ’IJsselmeer’. Licht, trillingen en geluid kunnen tot enkele honderden meters ver reiken. Tussen het plangebied en het IJsselmeergebied ligt een een groenstrook, een watergang (de Forellentocht), een leidingenzone, een strook met zonnepanelen en een een dijk (met op de binnenberm van die dijk een weg genaamd ’IJsselmeerdijk’). De aanwezige weg veroorzaakt al de nodige verstoring op het Natura 2000-gebied. Effecten van werkzaamheden of de aanwezigheid van een distributiecentrum zullen daarom niet merkbaar zijn op het Natura 2000-gebied. Effecten door externe werking zoals verstoring door geluid, licht, optische verstoring e.d. zijn dan ook uit te sluiten. Omdat externe effecten als gevolg van stikstofdepositie niet op voorhand kunnen worden uitgesloten is er een AERIUSberekening uitgevoerd. Uit de AERIUS-berekening blijkt dat er voor de gebruiksfase geen toename van stikstodepositie >0,00 mol/ha/jaar plaatsvindt (Sweco, 2021). In deze berekening is rekening gehouden met intern salderen. In de huidige situatie is namelijk sprake van stikstofemissies door agrarisch landgebruik, als gevolg van toedienen van mest. Deze
Datum: 16-11-2021
D1
17/19
agrarische activiteiten, waarbij stikstof wordt uitgestoten, vormen de referentiesituatie. In de gebruiksfase van de voorgenomen ontwikkeling, is er ten opzichte van de referentiesituatie geen toename van de stikstofdepositie groter dan 0,00 mol/ha/jaar. De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot significante effecten op Natura 2000-gebieden. De Wet stikstofreductie en natuurverbetering voorziet per 1 juli 2021 in een partiële vrijstelling van de vergunningplicht voor stikstofemissies afkomstig van bouwwerkzaamheden. De aanlegfase kan vanaf die datum buiten beschouwing gelaten worden voor de beoordeling van de vergunningplicht. Landschap en cultuurhistorie Het voornemen heeft een negatief effect op het landschap dat zich kenmerkt door het relatief open karakter en een groenstrook. De high bays worden tot 46 meter hoog. Dit is in afstemming met de stedenbouwkundige van gemeente Lelystad en provincie akkoord bevonden. Er wordt voldaan aan de kaders van de welstandsnota en het beeldkwaliteitsplan van Flevokust. Tevens sluiten de bouwregels aan bij de regels van de bedrijventerreinbestemming ten noorden van dit plangebied. Het effect is hiermee echter niet gemitigeerd. Archeologie Op basis van uitgevoerd archeologisch onderzoek wordt geadviseerd om in het plangebied een dubbelbestemming archeologie te hanteren.
Deze dubbelbestemming kan gelden voor een diepte van bijvoorbeeld 4.70 meter onder maaiveld. Op 5 meter onder maaiveld zijn de hoogste dekzandopduikingen waargenomen in booronderzoeken. De maximale verstoringsgrenzen daarvan kunnen door het bevoegd gezag worden bepaald, maar de ingrepen bereiken deze diepte niet, met uitzondering van de heipalen. De verstoringsgrenzen voor de heipalen zijn voorgelegd aan de gemeente, en bedragen maximaal 2% van het plangebied en dienen minimaal 4 meter uit elkaar te staan. Dit wordt beschouwd als acceptabel effect op eventueel aanwezige archeologische waarden. Indien deze waarde overschreden wordt, dan is archeologisch vervolgonderzoek nodig. Waarschijnlijkheid effect
De effecten in de aanlegfase treden daadwerkelijk op. Het gaat hier met name om geluidhinder en trillinghinder van bouwverkeer rondom het plangebied en bouwwerkzaamheden in het plangebied. De waarschijnlijkheid van het effect van heipalen tijdens de aanleg op archeologische waarden is aanwezig. De verstoringsgrens (heipalen mogen maximaal 2% van het plangebied betreffen en minstens 4 meter uit elkaar) stelt kaders aan het plaatsen van heipalen en vermindert daardoor de kans op het effect.
Datum: 16-11-2021
D1
18/19
Verwachte aanvang, duur, frequentie en omkeerbaarheid van het effect
Cumulatie van effecten
De mogelijkheid effecten doeltreffend te verminderen
De effecten in de gebruiksfase treden permanent op. Het gaat hierbij om het effect op het landschap en de (lichte) toename van geluidbelasting op de zonegrens. De duur van de tijdelijke effecten als gevolg van de bouwwerkzaamheden bedraagt enkele maanden en treden op in het plangebied en in de directe omgeving. De effecten in de gebruiksfase zijn permanent, zolang het distributiecentrum in gebruik is. Zowel het plan voor Jysk als de andere genoemde bedrijfsontwikkelingen (logistiek centrum, datacenter, 3D Metal Forming) vinden plaats op ruime afstand van woningen van derden, in een omgeving met andere bedrijven en agrarisch gebruik. Ook liggen alle bedrijfsontwikkelingen op ca 200 meter van het IJsselmeer en worden de activiteiten afgeschermd door de IJsselmeerdijk. Effecten op archeologische waarden zijn niet geheel uit te sluiten. In overleg met de gemeente is een verstoringsgrens bepaald. Indien het voornemen deze grens overschrijdt, dient aanvullend archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden. Op deze manier kan er een betere invulling gegeven worden aan de bescherming van de archeologische waarden.
Gezien de omvang van de activiteiten in relatie tot de drempelwaarden en te verwachten effecten in vergelijking tot de huidige situatie, zijn belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, die vragen om een nadere uitwerking in een MER uit te sluiten. Nader onderzoek in een MER is dan ook niet noodzakelijk.
Datum: 16-11-2021
D1
19/19