88. Raadsvoorstel Omgevingsvisie (2)
Tekst van het document
Voorstel aan de raad Nummer: 88
Portefeuille: Programma: Taakveld:
Wmo, duurzaamheid, sport en bewegen, vitaliteit en gezondheid, ruimtelijk stedelijke ontwikkeling en omgevingswet en p&o 8 Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing 8.3 Wonen en bouwen
Onderwerp: vaststellen Omgevingsvisie Lelystad 2040
Voorgesteld besluit 1. De nota zienswijze en wijzigingen “omgevingsvisie Lelystad 2040’ vast te stellen met daarin de volgende wijzigingen ten opzichte van de ter visie gelegde omgevingsvisie: a. In hoofdstuk 4.4.2 en 4.4.3 worden korte alinea’s toegevoegd over trillingen; b. Op enkele plekken in de omgevingsvisie wordt daar waar gesproken wordt over fietsvoorzieningen wandel- of voetgangersmogelijkheden toegevoegd; c. Op de kaarten en in hoofdstuk 4.4.3 worden het Knarbos, Larserbos en Rivierduingebied beschreven; d. In hoofdstuk Visie pagina 40 wordt bij ‘Bestaande stad’ toegevoegd: Bestaande kracht, identiteit van wijken behouden en versterken ; e. In hoofdstuk 4 Strategie onder Lucht- en geluidskwaliteit op pagina 69 toevoegen: Lelystad wil de luchtkwaliteit op het huidige niveau handhaven.; f. In hoofdstuk 4 Strategie op pagina 44 in de alinea over energietransitie wordt toegevoegd: Hiervoor zullen er de komende jaren diverse netuitbreidingen/wijzigingen plaatsvinden om de klimaatdoelstellingen te kunnen nakomen; g. In paragraaf 1.3 wordt een alinea toegevoegd waarin een vermelding wordt gemaakt van het amendement over de ambitie van 40.000 extra te bouwen woningen. In de alinea wordt uitgelegd dat de ambities verder worden uitgewerkt, keuzes worden voorgelegd aan de raad en daaruit volgende besluiten op visieniveau worden toegevoegd aan de omgevingsvisie; h.
Op pagina 53 een kleine tekstuele wijziging waarbij ‘transformatie’ vervangen wordt door ‘herinrichting’; i. In hoofdstuk Strategie op pagina 60 een toevoeging van een alinea over Gastheerschap; j. In hoofdstuk Strategie op pagina 68 een toevoeging van ruimtelijke kwaliteit aan de Kustzone.
2. De omgevingsvisie Lelystad 2040, met inachtneming van de nota “Zienswijze en wijzigingen omgevingsvisie Lelystad 2040” vast te stellen, met daarin opgenomen: a. als ruimtelijke hoofdprincipes: a 1. Stad en Landschap zijn verweven a 2. Functies zijn gescheiden a 3. Wijken zijn herkenbaar
b. als hoofdpunten voor de visie Lelystad in 2040: b 1. Sterke stad in de regio met een gespecialiseerde economie
b 2. Hoofdstad van de Nieuwe Natuur met aantrekkelijke woonbuurten en vitale bewoners. c. per gebied de volgende uitgangspunten: c 1. Stationsgebied-Stadshart a. Prioritair gebied (Stationsgebied-Stadshart) b. Stedelijk woon-werkmilieu met kantoren en dienstverlening c. Voorzieningencentrum met stedelijke aantrekkingskracht: detailhandel en dienstverlening d. Cultureel hart van de stad e. Klimaatadaptief mogelijkerwijs door groene daken, gevels en klimaatrobuuste openbare ruimte f. Focus op fiets, OV en lopen c 2. Kustzone a. Prioritair gebied (Bataviakwartier, Verlengde Suyderseeboulevard/Meerdijkhaven) b. Stedelijk woon-werkmilieu c. Voorzieningencentrum met regionale en (inter)nationale aantrekkingskracht: leisure (strand, jachthaven, outlet), musea d. Klimaatadaptief mogelijkerwijs door nieuwe natuur, strand, eilanden e. Verbonden met stadshart door HOV en fietsen voetpadverbindingen f. Veerdienst naar Marker Wadden c 3. Bestaande wijken a. Prioritaire gebieden: Wijken (‘70-’85) met vernieuwingsopgave en verduurzaming van de woningvoorraad en openbare ruimte b. Menselijke maat centraal, elkaar ontmoeten en elkaar kennen, herwaardering van de hoven c. Fiets- en voetpadstructuur staan centraal d. Hoven en buurtgroen nieuwe collectieve plekken met ruimte voor sport en spel, stadslandbouw en waarin nieuwe opgaven landen zoals klimaatrobuuste stad e.
Dreven behouden structuur, maar kunnen van functie veranderen, huisvesten nieuwe opgaven zoals klimaatrobuuste stad f. Bestaande kracht, identiteit van wijken behouden en versterken c 4. Groene rand a. Prioritair gebied: Warande b. Groene rand is samenhangend gebied, een groene buffer en recreatieve zone van Lelystad c. Unieke ontspannen woonmilieus d. Wonen in clusters, met voldoende ruimte tussen de clusters om de samenhang van de groene rand te waarborgen e. Nieuwe opgaven zoals klimaatrobuuste openbare ruimte en duurzaamheid worden meteen meegenomen in het ontwerp f. Geleidelijke overgang tussen stad en bos/buitengebied g. Focus op wandelen en fietsen c 5. Werkgebieden a. Ruim baan voor werk b. Hoogwaardige werkomgeving c. Nieuwe opgaven zoals klimaatrobuuste openbare ruimte en duurzaamheid worden meteen meegenomen in het ontwerp Eveneens integrale opgaven voor (bestaande) bedrijventerreinen en industriegebieden. Hier liggen uitdagingen m.b.t . biodiversiteit, hittestress en wateroverlast. d. Ook bedrijventerreinen moeten straks aardgasvrij zijn c 6. Buitengebied a. Energielandschap: plek voor energieopwekking b. Ruimte voor toekomstbestendige landbouw c. Behoud van het open landschap en verkavelingsstructuur d. als hoofdpunten van de strategie: d.1 Algemene strategie: groene verstedelijking a. Natuurinclusief b. Energieneutraal c. Klimaat adaptief d. Circulair
d.2 Wonen en voorzieningen a. Lelystad ontwikkelt zich naar zelfstandige stad met unieke woonmilieus binnen de MRA; b. De stad gaat groeien naar 100.000 inwoners met meer en sterke schouders; c. Ontwikkelen en bouwen gaan in Lelystad samen met ontwikkeling natuur; d. Lelystad zet in op een hiërarchische (gerangschikte) voorzieningenstructuur; e. Wij helpen mensen langer gezond thuis te blijven door het maken van een gezonde woonomgeving die uitnodigt tot bewegen en ontmoeten; f. Cultuurhistorisch erfgoed wordt behouden door ontwikkeling. d 3. Werken en leren: a. Lelystad richt zich voor de groei van de bedrijvigheid op de sectoren logistiek, toerisme en secundaire agrofood en wil daarin een speler worden op landelijk niveau; b. De A6 zone wordt de economische as met de belangrijkste werkgebieden LAB, Lelystad Airport en Flevokust Haven; c. De vrijetijdseconomie wordt verder uitgebouwd door o.a. ontwikkeling Kustzone d. Stadshart en Bataviakwartier genereren werkgelegenheid in de detailhandel, horeca en leisure/(water)recreatie; e. Lelystad gaat de innovatieve duurzame landbouw faciliteren om zo mogelijkheden te bieden voor werkgelegenheid in de secundaire agrofood sector; f. De Campuszone wordt doorontwikkeld voor o.a. onderwijs – en sportvoorzieningen. d 4. Groen en omgevingskwaliteit: a.
De Marker Wadden, het Schiereiland en de toekomstig tussengelegen eilanden met voor- en achteroevers in de Kustzone versterken in de toekomst als netwerk de ecologische functie; b. De Kustzone met het Schiereiland, Bataviakwartier en het Werkeiland wordt ontwikkeld om van Lelystad een aantrekkelijke toeristische bestemming te maken. c. Bataviakwartier en Poort Lelystad zijn de toegangspoorten tot Nationaal Park Nieuwland met het stationsgebied en Stadshart als entree voor de OV-reizigers. d. Het groen van de dreven zal een rol gaan spelen voor klimaatadaptatie e. De provincie heeft ‘Landbouw: meerdere smaken’ als strategische opgave benoemd. Lelystad heeft hierin een verbindende en faciliterende rol. d 5. Mobiliteit en bereikbaarheid a. Lelystad zet in op een duurzaam mobiliteitssysteem en gebruik van duurzame vervoermiddelen (lopen, fietsen en OV); b. Het openbaar vervoer ondergaat een schaal- en kwaliteitssprong met o.a. een HOV-verbidinding tussen Bataviakwartier, Stadshart en Lelystad Airport; c. Lelystad groeit uit tot een regionale netwerkstad met o.a. inzet op de Lelylijn, spooraansluiting Flevokust Haven, bochtafsnijding N23-A23 en fietsnelwegen; d. Lelystad Airport ontwikkelt zich tot een regionale luchthaven; e. Het grid van dreven blijft de basis voor het interne autonetwerk.
De structuur blijft in tact, maar de functie kan veranderen door het aanbrengen van een hiërarchie.
Urgentie Raad De gemeenteraad is verplicht een omgevingsvisie vast te stellen. Het opstellen van de omgevingsvisie heeft prioriteit gekregen binnen het implementatietraject van de Omgevingswet. Het vormt een goede eerste stap bij de verdere implementatie van de nieuwe Omgevingswet. Afgesproken is om de omgevingsvisie in het eerste kwartaal van 2021 ter vaststelling aan te bieden aan de raad.
Samenvatting De raad wordt voorgesteld de omgevingsvisie Lelystad 2040 vast te stellen. De omgevingsvisie is het richtinggevend kader waarin de ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving tot 2040 in samenhang zijn beschreven. De omgevingsvisie is het resultaat van een intensief participatieproces van de afgelopen 4 jaar met inwoners en maatschappelijke partners. Dat heeft tot mooie producten geleid zoals bijvoorbeeld: Het Verhaal van Lelystad en het Ruimtelijk Raamwerk. Dit geeft een goed beeld over het ontstaan van Lelystad, de kernmerken en kwaliteiten waarop kan worden voortgebouwd. Het Koersdocument, dat begin 2020 is vastgesteld door de gemeenteraad, is het richtinggevend beleidskader en is daarmee toonaangevend geweest voor het opstellen van de omgevingsvisie. In de omgevingsvisie zijn de ambities van Lelystad Next Level opgenomen. De omgevingsvisie is in het najaar als ontwerp gereed gekomen. De raad is in oktober daarvan in kennis gesteld en aansluitend heeft het ontwerp-omgevingsvisie voor 6 weken ter inzage gelegen. Er zijn 10 zienswijzen ingediend. Sommige zienswijzen geven aanleiding om de omgevingsvisie op kleine onderdelen aan te vullen. De omgevingsvisie vormt een goede basis bij de verdere uitwerking van de omgevingsvisie en de implementatie van de nieuwe Omgevingswet.
Voorgaande besluitvorming In 2017 is de gemeente gestart met het invoeringsproces voor de Omgevingswet. Daarvoor is de Startnota ‘Op weg naar de Omgevingswet; leren door te doen’ (vastgesteld in de raad van maart 2017). De Omgevingswet verplicht gemeenten een omgevingsvisie op te stellen. In de startnotitie is bestuurlijk prioriteit gesteld aan het opstellen van de omgevingsvisie. De volgende tussenstappen zijn voorafgaand door college en raad vastgesteld: Het Verhaal van Lelystad, Strategische hoofdopgaven Omgevingsvisie (zoals vastgesteld door de raad in januari 2018) 1 (raadsbesluit zie bijlage) Als resultaat van een intensief participatieproces in het kader van ‘Het Verhaal van Lelystad’ heeft de raad vier perspectieven en de daaronder vallende strategische hoofdopgaven voor de stad vastgesteld. Ruimtelijk Raamwerk Lelystad(zoals vastgesteld door het college in mei 2019)2 In het Ruimtelijk Raamwerk staan de unieke ruimtelijke kwaliteiten centraal. Koersdocument Lelystad 2040 (zoals vastgesteld door de raad in januari 2020)3 Met het Koersdocument heeft de raad kaderstellende uitgangspunten, ambities, thema’s en aspecten voor de fysieke, sociale en economische ontwikkeling van Lelystad als leidraad vastgesteld voor bestuur en gemeentelijke organisatie voor het opstellen van het uitvoeringsprogramma Lelystad Next Level en de omgevingsvisie.
Ontwerp-omgevingsvisie Lelystad 2040 (vrijgegeven voor inspraak door college en toegelicht in de raad, oktober 2020)4 Ter voorbereiding van de besluitvorming in de raad heeft de omgevingsvisie als ontwerp ter inzage gelegen. Op basis hiervan zijn 10 zienswijzen ingediend. In dit voorstel wordt hier nader op ingegaan.
1 Link naar Het verhaal van Lelystad:
https://www.lelystad.nl/Documenten/Gemeente/Actueel/Het verhaal van Lelystad (Omgevingsvisie).pdf 2 Link naar het Ruimtelijke Raamwerk Lelystad:
https://www.lelystad.nl/Documenten/Gemeente/Actueel/Ruimtelijk%20Raamwerk%20Lelystad%20-%202019-0805.pdf 3 Link naar het Koersdocument Lelystad 2040:
https://www.lelystad.nl/Documenten/Gemeente/Actueel/Koersdocument%20Lelystad%202040.pdf 4 Link naar de Ontwerp-omgevingsvisie Lelystad
2040:https://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.0995.SV00005-OW01/d_NL.IMRO.0995.SV00005OW01.pdf
Inleiding Volgens de Omgevingswet dient een gemeente één omgevingsvisie vast te stellen voor het gehele grondgebied van de gemeente voor de toekomstige ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. Deze visie dient integraal en adaptief te zijn. Tijdens het proces van deze omgevingsvisie hebben we als organisatie kunnen ervaren hoe het is om naar de bedoeling van de nieuwe Omgevingswet ‘anders te werken’. Namelijk samen met de regionale ketenpartners en in samenspraak met de samenleving via nieuwe vormen van participatie. Ook hebben we geleerd om met een bredere kijk naar de fysieke leefomgeving te kijken waarbij ook een aantal sociaalmaatschappelijke onderwerpen, zoals gezonde en veilige leefomgeving hebben geleid tot nieuwe inzichten. Deze ervaringen en inzichten zullen bij de verdere uitwerking kunnen leiden tot kansrijke integrale oplossingen. De realisatie van de omgevingsvisie voor Lelystad verloopt stapsgewijs. In stappen is gewerkt aan deze omgevingsvisie met tussenproducten als Het verhaal van Lelystad, Ruimtelijk Raamwerk en het Koersdocument. Deze zijn als bouwstenen verwerkt in één omgevingsvisie. De omgevingsvisie zoals die nu voor ligt om vast te stellen, is een belangrijk stap, ter afronding van het doorlopen proces.
Deze omgevingsvisie is een 1.0 versie, waarin de ambities en opgaven in samenhang worden beschreven en de ruimtelijke principes voor de ontwikkeling van de stad worden weergegeven. Het is een ruimtelijke visie op hoofdlijnen waarin met strategische hoofdpunten de koers is vastgelegd. Het vorm een goede basis voor weer een volgende stap tot verdere uitwerking van de omgevingsvisie en de implementatie van de nieuwe Omgevingswet.
Doel In de omgevingsvisie geeft het gemeentebestuur richting aan de toekomstige ontwikkeling van de stad. In de omgevingsvisie zijn de ambities en opgaven in samenhang voor de fysieke leefomgeving tot 2040 beschreven. Het is een visie op hoofdlijnen waarin de ruimtelijke principes voor de ontwikkeling van de stad zijn vastgelegd. En geeft per thema de strategie voor de toekomst. De omgevingsvisie vormt een goede basis voor de verdere implementatie van de nieuwe Omgevingswet.
Argumenten 1.
De nota zienswijze en wijzigingen “omgevingsvisie Lelystad 2040’ vast te stellen;
1.1 Er zijn 10 zienswijzen ingediend Totdat de Omgevingswet inwerking treedt zal de omgevingsvisie als planologisch instrument een structuurvisie zijn als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening (Wro artikel 2.2). De Wro legt voor de vaststelling van een structuurvisie geen procedurele verplichtingen op. De gemeente betrekt via de gemeentelijke Inspraakverordening ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid. Op inspraak is de procedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. De ontwerp-omgevingsvisie zoals deze ter inzage heeft gelegen is terug te vinden via deze link naar Ruimtelijkeplannen.nl: https://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.0995.SV00005OW01/d_NL.IMRO.0995.SV00005-OW01.pdf De ontwerp-omgevingsvisie Lelystad 2040 heeft van 15 oktober tot en met 25 november 2020 ter inzage gelegen. In deze periode heeft iedereen hierop zienswijze kunnen indienen. Zienswijzen zijn ingediend door: 1. ProRail 2. Stichting Groene Oostrand 3. De heer Langereis 4. Hengelsportvereniging Lelystad-Dronten 5. Stichting Wandelnet 6. Milieudefensie
7. Centrada 8. GGD Flevoland 9. TenneT 10. Omgevingsdienst (OFGV) 1.2 Een aantal zienswijzen geeft aanleiding om de omgevingsvisie te verbeteren In de nota zienswijze en wijzigingen is per ingekomen zienswijze een samenvatting van de zienswijze en een gemeentelijke reactie opgenomen. Een aantal zienswijzen geeft aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen. In dat geval worden per zienswijze de wijzigingen ten opzichte van de ontwerp-omgevingsvisie voorgesteld. Het betreffen de volgende wijzigingen:
In hoofdstuk 4.4.2 en 4.4.3 worden korte alinea’s toegevoegd over trillingen Op enkele plekken in de omgevingsvisie wordt daar waar gesproken wordt over fietsvoorzieningen wandel- of voetgangersmogelijkheden toegevoegd; Op de kaarten en in hoofdstuk 4.4.3 worden het Knarbos, Larserbos en Rivierduingebied beschreven In hoofdstuk Visie pagina 40 wordt bij ‘Bestaande stad’ toegevoegd: Bestaande kracht, identiteit van wijken behouden en versterken In Hoofdstuk 4 Strategie onder Lucht- en geluidskwaliteit op pagina 69 toevoegen: Lelystad wil de luchtkwaliteit op het huidige niveau handhaven. In hoofdstuk 4 Strategie op pagina 44 in de alinea over energietransitie wordt toegevoegd: Hiervoor zullen er de komende jaren diverse netuitbreidingen/wijzigingen plaatsvinden om de klimaatdoelstellingen te kunnen nakomen.
1.3 In de nota zienswijze en wijzigingen zijn enkele ambtshalve wijzigingen voorgesteld. De ambtshalve wijzigingen betreffen: een kleine tekstuele wijziging waarbij ‘transformatie’ vervangen wordt door ‘herinrichting’, een toevoeging van een alinea over Gastheerschap en een toevoeging van ruimtelijke kwaliteit aan de Kustzone. Zie voor nadere duiding van de wijzigingen en de bij horende motivaties, de laatste pagina van de nota zienswijze en wijzigingen. Daarnaast wordt in paragraaf 1.3 een alinea toegevoegd waarin een vermelding wordt gemaakt van het amendement over de ambitie van 40.000 extra te bouwen woningen. In de alinea wordt uitgelegd dat de ambities verder worden uitgewerkt, keuzes worden voorgelegd aan de raad en daaruit volgende besluiten op visieniveau worden toegevoegd aan de omgevingsvisie. 2. De ‘omgevingsvisie Lelystad 2040’ in z’n geheel vast te stellen; 2.1. De gemeenteraad is verplicht een omgevingsvisie (structuurvisie onder de Wro) vast te stellen Zowel de Wro als de Omgevingswet verplicht iedere gemeente een structuurvisie onder de Wro dan wel een omgevingsvisie onder de Omgevingswet vast te stellen. Daarin legt de gemeente haar beleid voor de toekomstige ontwikkeling van haar grondgebied vast. Deze visie is niet bindend voor de inwoners of belanghebbenden, maar is zelf bindend voor de gemeente ten aanzien van het gemeentelijk te voeren beleid.
Door het vaststellen van de omgevingsvisie vervalt de structuurvisie van 2015.
2.2. Het opstellen van de omgevingsvisie heeft prioriteit gekregen binnen het implementatietraject van de Omgevingswet In 2017 heeft de gemeenteraad met de notitie ‘Op weg naar de Omgevingswet; leren door te doen’ het startsein gegeven om aan de slag te gaan met de Omgevingswet. Het opstellen en vaststellen van een omgevingsvisie is als prioriteit aangegeven. De gemeenteraad is via informatiebrieven geïnformeerd over de planning die uitgaat van het aanbieden door het college van het voorstel tot vaststelling in het eerste kwartaal van 2021. 2.3. De omgevingsvisie is het resultaat van een intensief participatieproces gedurende de afgelopen 4 jaar met inwoners en maatschappelijke partners. De nu voorliggende omgevingsvisie is het resultaat van een zorgvuldig gevolgd proces en gebaseerd op eerder vastgestelde tussenproducten en de ambities van LNL. Ook is bij elke stap ruimte geboden aan organisaties, overheden en inwoners om een inbreng te hebben. In paragraaf 1.1 van de omgevingsvisie is beschreven hoe het gesprek met de stad heeft plaatsgevonden. Ook is in de tussenproducten zoals Het Verhaal van Lelystad en het Ruimtelijk Raamwerk terug te lezen hoe
participatie bij deze tussenproducten heeft plaatsgevonden. De laatste stap in dit proces was de formele ter visie legging waarvan gebruik is gemaakt door zowel organisaties als inwoners. 2.4. De door de raad vastgestelde strategische hoofdopgaven behorende bij ‘Het verhaal van Lelystad’, zijn samen met het ‘Ruimtelijk raamwerk’ en het ‘Koersdocument’ verwerkt in de omgevingsvisie Het koersdocument is het door de raad meest recent vastgestelde kader voor het opstellen van de omgevingsvisie. Hiermee zijn de ambities van Lelystad Next Level in de omgevingsvisie opgenomen. Ook is hierdoor de structuur die in 2017 met de ‘Strategische hoofdopgaven’ is vastgesteld, iets veranderd. Toch zijn alle strategische hoofopgaven op enige wijze in de visie, als ruimtelijk principe of als strategische hoofdopgave opgenomen in de omgevingsvisie. Zie hiervoor de bijlage ‘strategische hoofdopgaven in de omgevingsvisie’. 2.5. De omgevingsvisie is richtinggevend voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van Lelystad Het is een omgevingsvisie op hoofdlijnen. Daarin zijn de opgaven en ambities in samenhang met elkaar beschreven. Lelystad Hoofdstad van de Nieuwe Natuur en Sterke stad in de regio. Het geeft daarbij de ruimtelijke principes voor de verdere ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van de stad tot 2040.
In de omgevingsvisie wordt prioriteit gegeven aan het Stadshart, Kustontwikkeling, Warande en de Bestaande stad. Deze visie geeft koers bij de verdere uitwerking van de opgaven van Lelystad Next Level en voor diverse (regionale trajecten) zoals Verstedelijkingsstrategie MRA, ontwikkeling Nationaal Park Nieuwland/ Markerwadden en de versnelling van de woningbouw. 2.6. De omgevingsvisie is richting de toekomst adaptief De omgevingsvisie biedt de basis (de ruimtelijke principes, de opgaves en ambities, en de strategie voor de vier prioritaire gebieden) waarmee Lelystad Next Level met de ambitie Hoofdstad van de Nieuwe Natuur verder wordt uitgewerkt. De ambitie Hoofdstad van de Nieuwe Natuur en de door de raad uitgesproken ambitie om 40.000 woningen te bouwen (zoals opgenomen in het amendement van 10 november 2020) wordt op integrale wijze verder onderzocht en uitgewerkt. Wanneer de raad, na integraal onderzoek over de toekomst van de stad op visieniveau voor de fysieke leefomgeving nieuwe besluiten neemt, zal de omgevingsvisie daarop worden aangevuld. Bij ‘Vervolg’ wordt een doorkijk gegeven wat nodig is voor deze integrale afweging. 2.7. De omgevingsvisie vormt een goede basis voor de verdere uitwerking van de omgevingsvisie en de implementatie van de nieuwe Omgevingswet.
Een vastgestelde visie biedt een kader waarbinnen verschillende andere kerninstrumenten van de Omgevingswet kunnen worden doorontwikkeld. Zo benutten we het overgangsrecht voor de Omgevingswet optimaal. Het credo ‘leren door te doen’ staat voorop.
Kanttekeningen 2 .De omgevingsvisie behoeft nog een doorontwikkeling naar een omgevingsvisie 2.0 zodat deze gaat voldoen aan alle voorwaarden van de Omgevingswet voor zover die inmiddels bekend zijn. De Startnota ‘Op weg naar de Omgevingswet; leren door te doen’ gaat uit van stap voor stap werken aan integraal beleid voor de fysieke leefomgeving, zowel voor de omgevingsvisie als voor het omgevingsplan. Het afronden van deze eerste versie van de omgevingsvisie is een belangrijke stap. Inmiddels weten we dat er voorwaarden zijn vanuit de Omgevingswet waaraan deze eerste versie nog niet voldoet. Voor grootschalige nieuwe gebiedsontwikkelingen als volgende stap is een integrale afweging van keuzes noodzakelijk. Grootschalige ontwikkelingen kunnen grote impact hebben op de leefomgeving. Daarom is het verplicht een integrale MER op te stellen bij een kaderstellende visie. Ook wel een OER genoemd (wat staat voor een omgevingseffectrapportage). Een dergelijk o.e.r.-proces ( het proces schrijf je met
kleine letters) zal inzicht geven in een integrale afweging van keuzes op gebiedsniveau. In deze stap wordt de omgevingsvisie ook conform de Omgevingswet digitaal opgebouwd zodanig dat vanuit de plankaart gebiedsspecifieke informatie gemakkelijk raadpleegbaar is. Uiterlijk 3 jaar na inwerkingtreding van de Omgevingswet, dus vóór 31 december 2024 dient een omgevingsvisie 2.0 te worden vastgesteld die voldoet aan de vereisten van de Omgevingswet. In de bijlage ‘Naar een omgevingsvisie 2.0’ is hier iets meer uitleg aan gegeven.
Financiën Het voorgestelde besluit heeft geen directe financiële gevolgen. Voor de verdere uitwerking in omgevingsplannen zijn de kosten die daarmee zijn gemoeid onderdeel van het project implementatie Omgevingswet. Via het project implementatie Omgevingswet is in de begroting en via de kadernota voor de komende jaren de benodigde middelen aangevraagd. Voor de doorontwikkeling van de visie naar een 2.0 versie worden via de kadernota voor de komende jaren de daarvoor benodigde middelen aangevraagd.
Vervolg Om tot ontwikkeling te komen is een integrale afweging van ambities en opgaven nodig. In het komende proces zal daarvoor een uitwerking van de ambitie Hoofdstad van de Nieuwe Natuur nodig zijn, om te bepalen hoe we ruimte kunnen geven aan de verstedelijkingsopgaven van Lelystad. Deze uitwerking wordt aan de hand van het ruimtelijk principe ‘Stad en Landschap verweven’ uitgewerkt tot een verstedelijkingskader. Samen met de inspanningen uit de LNL-opgaven (uitvoeringsprogramma’s LNL), gebiedsuitwerkingen, de ontwikkeling van Lelystad op de lange termijn (na 2040) en een omgevingseffectrapportage (o.e.r) zal dit leiden tot integrale afweging van keuzes voor de fysieke leefomgeving en een integrale ruimtelijke programmering. De omgevingsvisie 1.0 wordt hierbij als basis genomen. De omgevingsvisie 1.0 is adaptief. Met deze deelproducten vormen ze samen een omgevingsvisie 2.0, waar de raad over wordt geïnformeerd, dan wel tussentijds over onderdelen zal gaan besluiten. Een nadere uitleg over deze doorontwikkeling is opgenomen in de bijlage ’Naar een omgevingsvisie 2.0’.
Bijlagen 1. Omgevingsvisie Lelystad 2040 (versie ter vaststelling) 2. Zienswijzen 3. Nota zienswijze en wijzigingen 4. Strategische hoofdopgaven (raadsbesluit 2018) 5. Strategische hoofdopgave in de omgevingsvisie 6. Naar een omgevingsvisie 2.0 7. Publicatie Lelystad, 16 maart 2021 Het college van de gemeente Lelystad, de secretaris,
de burgemeester,
A. Schepers
mr. H.M. Meijdam