CConstaterende datLelystad
Koppel je AI →
Document · PDF

78. rv Beleidsregels TONK

Raadsvergadering 9 maart 2021, gemeente LelystadBij agendapunt: 78. Wensen en bedenkingen Beleidsregels TONK-regeling2.518 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Voorstel aan de raad Nummer: 78

Portefeuille:

Financiën, gemeentelijke dienstverlening , participatie (W&I) , armoede en schuldhulpverlening ,handhaving 6 Sociaal domein 6.3 Inkomensregelingen

Programma: Taakveld: Onderwerp: Beleidsregels TONK

Voorgesteld besluit Geen wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen ten aanzien van het voorgenomen besluit van het college om de Beleidsregels TONK vast te stellen. Inhoudende op hoofdlijnen: o o o o o o

o

Inwoners hebben een inkomensval van minimaal 50%; Het percentage noodzakelijke kosten is minimaal 50%; De TONK ziet slechts toe op noodzakelijk woonlasten, zijnde huur-/hypotheeklasten, Gas, Water en Licht; Inwoners komen pas voor een tegemoetkoming TONK in aanmerking als ze minder dan €3.000 (alleenstaanden) of €4.500 (gehuwden) aan beschikbare geldmiddelen hebben; Inwoners worden geacht alle inkomen boven het sociaal minimum – de zogenoemde draagkracht – te besteden aan noodzakelijke woonlasten; Wanneer de draagkracht ontoereikend is om de noodzakelijke woonlasten te betalen, kan de inwoner in aanmerking komen voor een tegemoetkoming van maximaal €300,00 per maand voor een alleenstaande en €450,00 per maand voor gehuwden/ samenwonenden; De TONK wordt maandelijks uitgekeerd

Urgentie Raad De Beleidsregels TONK zullen met terugwerkende kracht in gaan vanaf 1 januari 2021 en lopen tot 30 juni 2021. Het is van belang dat inwoners zo snel mogelijk een tegemoetkoming kunnen aanvragen. Echter is dat pas mogelijk nadat de beleidsregels zijn vastgesteld.

Samenvatting De TONK is een nieuwe Rijksregeling in het kader van het corona steunpakket. De TONK (Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten) is een tijdelijke tegemoetkoming vooral bedoeld voor woonkosten. Deze tegemoetkoming is voor huishoudens die te maken hebben met een inkomensterugval en daardoor deze noodzakelijke kosten niet meer kunnen betalen uit het inkomen. De TONK zal met terugwerkende kracht op 1 januari 2021 ingaan en lopen tot 30 juni 2021. Gemeenten moeten de TONK uitvoeren. Het Rijk heeft gemeenten beleidsvrijheid gelaten. Dat wil zeggen, iedere gemeente moet zelf beslissen hoe zij hun TONK-regeling ontwerpen. De TONK is een verruiming van de bijzondere bijstand, ongeveer zoals de TOZO een verruiming is van de Bbz. Met de TONK vraagt het Rijk van gemeenten om in voorkomende individuele gevallen,

ruimhartiger om te gaan met draagkracht dan de “normale bijzondere bijstand” c.q. wat de richtlijnen in “niet coronatijd” voorschrijven. Om dit mogelijk te maken, is het nodig dat beleidsregels wordgen vastgesteld.

Voorgaande besluitvorming N.v.t.

Inleiding Sommige huishoudens hebben te maken met een onvoorzienbare, onvermijdelijke en plotselinge terugval in hun inkomen, doordat zij vanwege de coronamaatregelen niet of minder kunnen werken. Deze huishoudens kunnen daardoor in de problemen raken met de betaling van noodzakelijke kosten, waaronder woonlasten. Deze problemen kunnen niet worden opgelost door het stelsel van sociale zekerheid en de eerder genomen maatregelen uit de steunpakketten. Sommige huishoudens dreigen tussen wal en schip te vallen. De Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK) is een tijdelijke tegemoetkoming in noodzakelijke kosten. De TONK wordt pas uitgekeerd als andere bestaande regelingen aantoonbaar geen of onvoldoende soelaas bieden. Gemeenten moeten de TONK uitvoeren. Het Rijk heeft veel beleidsvrijheid gelaten aan gemeenten om de TONK in te richten. Voor de TONK moeten aparte beleidsregels worden opgesteld.

Doel Beleidsregels voor de TONK vast te stellen.

Argumenten Geen wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen ten aanzien van het voorgenomen besluit van het college om de Beleidsregels TONK vast te stellen. Op grond van artikel 169 lid 4 Gemeentewet wordt de raad in voorkomende gevallen in de gelegenheid gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen indien uitoefening van het college ingrijpende gevolgen kan hebben voor de gemeente. In het laatste geval neemt het college geen besluit dan nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen. Deze beleidsregels zijn zo opgesteld dat Lelystad koerst op een globaal financieel risico van naar verwachting tussen de €1,2 en €2,9 miljoen. Zie ook de paragraaf financiën. Vanuit het kabinet en de Tweede Kamer is er de nadrukkelijke wens dat gemeenten de TONK ruimhartig uitvoeren. Echter de aanvankelijk door het Rijk gereserveerde budgetten zijn daar ontoereikend voor. Minister Koolmees heeft colleges van B&W op 25 februari jl. een brief gestuurd waarin hij tracht gemeenten t.a.v. de toereikendheid van de budgetten gerust te stellen. Hij doet echter geen concrete uitspraken dat de budgetten en met hoeveel de budgetten zullen worden verhoogd.

Bijgevoegde beleidsregels zijn opgesteld door eerst het globale maximale financiële risico te bepalen dat Lelystad bereid is op de TONK te lopen en daarna een regeling te ontwerpen die – op basis van schattingen van o.a. de instroom – op ongeveer dat totaalbedrag aankoerst. Zoals u onder zult zien, is het dan nog mogelijk om aan een aantal “knoppen” te draaien. Maar wanneer aan één gedraaid wordt, omdat het totaalbedrag leidend is, draaien bijna altijd de andere knoppen mee. Kiest Lelystad bijvoorbeeld voor een ruimere toegang (= lagere percentages) of om beschikbare geldmiddelen niet mee te tellen , dan zullen de maximum uit te keren bedragen naar beneden bijgesteld moeten worden om weer uit te komen op een maximaal risico van de verwachte €2,9 miljoen. Deze beleidsregels zijn zo ruimhartig als we kunnen zijn, voor de groep die de TONK het hardst nodig heeft. De TONK moet zo worden ingericht dat de tegemoetkoming huishoudens ondersteunt in de betaling van hun vaste lasten en hen daarmee helpt, waarbij het niet de bedoeling is om alle noodzakelijke kosten te vergoeden als mensen de kosten zelf kunnen betalen. Gezien de richting die het Rijk heeft gegeven, is gekozen voor een regeling met een wat strengere toegang en iets ruimere

vergoedingen. Eén die redelijk eenvoudig uit te voeren is, terwijl er – middels een draagkrachtberekening – wel maatwerk geleverd kan worden. Dit heeft geresulteerd in onderstaande beleidskeuzes:  

Inwoners hebben een inkomensval van minimaal 50%; Het percentage noodzakelijke kosten is minimaal 50%;

Deze beide percentages worden ook gebruikt in de “voorbeeld beleidsregels kleine gemeenten” van Divosa de partner van SZW en VNG in de uitwerking van de TONK. De conceptbeleidsregels die we van andere gemeenten hebben gezien, hanteren ook 50% of soms iets lager (30 of 40%) – wanneer een bredere toegang wordt nagestreefd. Met 50% doet Lelystad niets vreemds en door de toegang iets te beperken kunnen we hogere maandbedragen uitkeren. 

De TONK ziet slechts toe op noodzakelijk woonlasten, zijnde huur-/hypotheeklasten, Gas, Water en Licht

Ook wanneer alleen huur/hypotheek en GWL wordt vergoed kan een ruimhartige regeling worden ingericht. Argumenten om ook andere kosten mee te tellen kunnen zijn dat 1) Het rechtvaardiger is want je houdt meer rekening met de unieke situatie van de persoon. 2) Het ertoe leidt dat mensen eerder in aanmerking komen en hogere bedragen krijgen uitgekeerd. Het risico van meerdere kosten meerekenen is dat de uitvoering complexer en duurder wordt. De regeling wordt ingewikkelder, meer informatie moet worden opgevraagd, het behandelen van de aanvraag duurt (veel) langer en mensen zullen vaker wijzigingen door moeten geven, waardoor tussentijds het bedrag moet worden bijgesteld. Echter, het meenemen van meer kostensoorten is niet nodig om substantiële bedragen te kunnen uitkeren, daarvoor is het voldoende om de maximum bedragen op te schroeven en de draagkrachtberekening slim in te richten. Deze gedachtenlijn wordt toegepast in dit voorgestelde ontwerp van de TONK-regeling. In de draagkrachtberekening worden de woonlasten die cliënten geacht worden te kunnen betalen van een inkomen op sociaal minimum (= 100% bijstandsnorm), namelijk niet in mindering gebracht op de totale woonlasten – wat normaal wel zo zou zijn. Dit wil zeggen dat we een bedrag ter waarde van de bijstandsnorm volledig vrij laten, en alleen het meerdere (volledig) meerekenen als draagkracht.

Hierdoor is er sprake van een ruimhartige verstrekking van de tegemoetkoming. 

Inwoners komen pas voor een tegemoetkoming TONK in aanmerking als ze minder dan €3.000 (alleenstaanden) of €4.500 (gehuwden) aan beschikbare geldmiddelen hebben

Alleen de geldmiddelen waar een inwoner redelijk eenvoudig over kan beschikken worden in aanmerking genomen. Dit betekent dat dure bezittingen van inwoners, zoals een auto, buiten beschouwing worden gelaten. Bij de reguliere bijzondere bijstand wordt vermogen in de vorm van dure bezittingen en overwaarde in woning wel in aanmerking genomen en in mindering gebracht op de uitkering. 

Inwoners worden geacht alle inkomen boven het sociaal minimum, de zogenoemde draagkracht, te besteden aan noodzakelijke woonlasten;

Zodoende kan maatwerk worden geleverd. Mensen met relatief lagere inkomens en met een hoger percentage noodzakelijke kosten t.o.v. het inkomen, komen door de draagkrachtberekening eerder in aanmerking voor TONK en krijgen ook een hogere TONK dan mensen met nog best een hoog inkomen en mensen die krap aan 50% van hun inkomen aan woonkosten kwijt zijn. 

Wanneer de draagkracht ontoereikend is om de noodzakelijke woonlasten te betalen, kan de inwoner in aanmerking komen voor een tegemoetkoming van maximaal €300,00 per maand voor een alleenstaande en €450,00 per maand voor gehuwden;

Dit onderscheid bestaat in de participatiewet ook. Onder gehuwden wordt ook samenwonenden verstaan. De keuze voor een onderscheid is niet vreemd en wordt hier toegepast in de wens om de kosten te beheersen. De totale uitkering over de hele 6 maanden komt neer op respectievelijk max €1.800 en max. €2.700. Dit zijn bedragen die inwoners daadwerkelijk kunnen helpen.

De TONK wordt maandelijks uitgekeerd, waarbij inwoners veranderingen in hun inkomen moeten doorgeven.

We keren maandelijks uit zodat inwoners de TONK ook weer kunnen stopzetten als zij weer meer inkomsten hebben. Op deze manier hoeven we zo min mogelijk terug te vorderen. Wanneer we de TONK in één keer zouden uitkeren, dan rest ons bij een inkomenswijziging (hoger inkomen) geen andere keus dan terugvorderen. Overigens kan een inwoner ook aangeven dat de inkomsten verder zijn gedaald, waardoor we extra TONK zouden kunnen uitkeren. U ziet de verplichting om inkomstenwijzigingen door te geven, niet terug in de beleidsregels zelf omdat dit reeds uit de participatiewet voortvloeit. De belanghebbende die een beroep doet op de TONK heeft op grond van de Participatiewet een inlichtingenplicht. Dit betekent dat hij bij de aanvraag, maar ook na toekenning van de tegemoetkoming, alle informatie en bewijsstukken moet verstrekken die van invloed kan zijn op het recht op of de hoogte van de tegemoetkoming. Wanneer achteraf blijkt dat de tegemoetkoming op basis van onvolledige of onjuiste informatie is toegekend, biedt de Participatiewet de mogelijkheid om de ten onrechte verleende tegemoetkoming van de belanghebbende terug te vorderen. Inwoners worden over deze plicht geïnformeerd tijdens het aanvraagproces én in de beschikking. We zullen ook een simpel, digitaal proces ontwerpen waarbij inwoners makkelijk wijzigingen kunnen doorgeven.

Kanttekeningen 

Er is maatschappelijke druk om snel met uitvoering van de TONK te starten. Dit zit de zorgvuldigheid in de weg en maakt een bijzondere procedure voor het betrekken van de raad noodzakelijk. Het is ook vanwege de snelheid, dat het voorstel niet vooraf ter advisering is voorgelegd aan de cliëntenraad sociaal domein. De cliëntenraad wordt wel geïnformeerd over deze beleidsregels.

Er is nog veel onzeker omtrent de TONK. Bijna alle andere gemeenten bevinden zich met de TONK in dezelfde fase als Lelystad: circa half maart stellen de colleges de beleidsregels vast. Er zijn dus weinig tot geen concrete voorbeelden waarop Lelystad zich kan baseren, waardoor het op dit moment niet goed in te schatten is hoe “uitzonderlijk” (sommige keuzes binnen) onze beleidsregels zijn. Bovendien is de instroom niet goed te voorspellen, waardoor de doorlooptijden en uitvoeringskosten lastig te ramen zijn. En de (macro)budgetten zijn niet zeker.

Financiën In december 2020 werd 2x €65 miljoen (totaal €130 miljoen) voor de TONK aangekondigd. Uit de handreiking voor gemeenten die op 1 februari 2021 is gepubliceerd bleek dat deze middelen in twee tranches via het gemeentefonds beschikbaar worden gesteld waarbij de eerste tranche op basis van de verdeelsleutel minimabeleid. Daartoe wordt €130 miljoen extra aan het gemeentefonds toegevoegd. Uit dat bedrag dienen tevens de uitvoeringskosten van de TONK te worden voldaan. Omgerekend naar Lelystad is het bedrag dat wij voor de TONK krijgen vermoedelijk rond de 650K. Wanneer Lelystad de toegangspercentages, toetsingscriteria en vergoedingscriteria hanteert zoals in dit besluit wordt voorgesteld, bedragen de uitvoeringskosten waarschijnlijk 200 tot 280K. Dit betekent dat als Lelystad vervolgens zou kiezen om binnen het initieel toegezegde budget te blijven, er slechts tussen de 450 en 370K over zou zijn om uit te keren. Dat leidt tot een vrij beperkte uitkering per huishouden over de hele periode van zes maanden. De keuze voor deze beleidsregels, zoals met dit VB voorgesteld, is gebaseerd op de wens om meer voor de Lelystadse samenleving te betekenen en daarbij acceptabele financiële risico’s te lopen. Ingeschat wordt dat deze keuze leidt tot ca. 1.100 aanvragen TONK.

De totale kosten - uitvoeringskosten en tegemoetkomingen TONK - zijn op basis van de uitgangspunten becijferd op ca. €2,5 miljoen. Daarbij is de aanname dat ongeveer de helft van de aanvragers alleenstaand is en de helft gehuwd/samenwonend. Niet iedere aanvrager zal verder voor het maximale bedrag in aanmerking komen danwel de hele periode TONK ontvangen – denk aan kappers die in januari en februari 2021 TONK kunnen aanvragen, maar vanaf maart 2021 geen TONK meer nodig

hebben. Om deze reden is de aanname dat het gemiddeld verstrekte bedrag op 90% van het plafond ligt . Afgezet tegen de op dit moment verwachte rijksbijdrage ad. €0,65 miljoen doet uitvoering van de TONKregeling conform het voorgestelde besluit een mogelijk beroep van ca. €1,8 miljoen op de gemeente eigen middelen. Ten aanzien van de doorrekening van de financiële consequenties van de voorliggende beleidsregels is van belang dat de instroom in de TONK zich lastig voorspellen. Lelystad, andere gemeenten en SZW hebben de doelgroep nog niet in beeld. Rotterdam heeft zich als enige aan een prognose gewaagd. Wanneer die prognose wordt omgeslagen naar Lelystad en daarin iets strengere ingangseisen verdisconteerd worden, conform voorliggende beleidsregels, dan wordt voor Lelystad uitgegaan van een bandbreedte 800 tot 1.600 aanvragen. Wanneer met dezelfde uitgangspunten het aantal aanvragen inderdaad meevalt en 800 is, bedraagt het totale becijferde risico afgerond €1,2 miljoen. Bij een tegenvallend aantal aanvragen (1.600 stuks) komt het totale becijferde risico naar verwachting uit op ca. €2,9 miljoen. Momenteel communiceren veel gemeenten hun onvrede richting SZW over de tot nu toe gereserveerde rijksmiddelen en, zoals eerder vermeld, heeft de minister inmiddels een brief gestuurd waarin hij laat doorschemeren (mogelijk) bereid te zijn extra middelen toe te kennen.

Er vanuit gaande dat dit daadwerkelijk gebeurt, maar zonder de hoogte van het bedrag in te kunnen schatten, is een mate van financieel risico inherent aan dit besluit.

Vervolg Wanneer de gemeenteraad geen wensen en bedenkingen bij deze de beleidsregels te uit, worden de beleidsregels daarna op de gebruikelijke formele wijze gepubliceerd en bekend gemaakt. In afwachting van de publicatie kan alvast alle informatie worden geplaatst op de website en kan het aanvraagformulier spoedig worden open gezet, waarna gestart worden met de uitvoering van de TONK. De verwachting is dat de meeste aanvragen in de eerste weken zullen binnenkomen – vergelijk de TOZO. Alle zeilen zullen worden bijgezet om al deze aanvragen binnen de wettelijke termijn (8 weken) te behandelen. Uiteraard is de ambitie e.e.a. sneller af te handelen.

Bijlagen Beleidsregels Tijdelijke ondersteuning noodzakelijke kosten gemeente Lelystad

Lelystad, 9 maart 2021 Het college van de gemeente Lelystad, de secretaris,

de burgemeester,

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lelystad&id=cd80f22f-da03-4181-a724-478149cf094b