71. raadsinformatienota monitor sociaal domein
Tekst van het document
INFORMATIENOTA VOOR DE RAAD
Nummer: 71 Portefeuille Programma Taakveld Datum
: : 6 Sociaal domein : : 2 maart 2021
Onderwerp: informatie voor de raad over de monitor sociaal domein eerste helft 2020 DE RAAD NEEMT KENNIS VAN: 1. De monitor sociaal domein eerste helft 2020, op www.lelystadinzicht.nl INLEIDING Twee keer per jaar is er een update van de monitor sociaal domein. De nieuwe monitor staat nu online en wij nemen u graag mee in de belangrijkste bevindingen. KERNBOODSCHAP De monitor bevat de belangrijkste verrichtingen, ontwikkelingen en aandachtspunten binnen het sociaal domein. TOELICHTING
Hieronder volgen de belangrijkste bevindingen per onderdeel. Datakwaliteit Er is dit jaar extra geïnvesteerd in een duidelijke en uniforme werkwijze voor het verzamelen van de gegevens voor de monitor sociaal domein. Dankzij de conversie van de gegevens naar het datawarehouse zijn de gegevens in eigen beheer gekomen en kunnen we nu rechtstreeks de gegevens ophalen voor zowel de Wmo,de Jeugdwet als een groot deel van de Participatiewet. Ook zijn de definties aangescherpt. Doordat de data nu vanaf 1 plek komt gaat de kwaliteit van de cijfers omhoog. Als gevolg van deze verbeteringen zijn de cijfers van voor 1-1-2020 niet geheel te vergelijken zijn met de huidige cijfers. Wmo Ondersteuningsplannen Inwoners kunnen met hun ondersteuningsvraag terecht bij de Sociaal Wijkteams. Het Sociaal Wijkteam stelt in overleg met de inwoner een ondersteuningsplan op waarin is aangegeven wat de problematiek is, wat de betrokkene zelf gaat doen, welke ondersteuning er vanuit de basis ingezet kan worden en of en welke maatwerkvoorzieningen er nodig zijn. Het aantal ondersteuningsplannen is tot en met 2019 elk jaar iets toegenomen. In heel 2019 zijn er meer dan 2600 ondersteuningsplannen opgesteld. In de eerste helft van 2020 zijn dat er rond de 1100.
Maatwerkvoorzieningen Over de hele linie zijn we een geleidelijke toename van het gebruik van maatwerkvoorzieningen. Dit is met name het gevolg van de vergrijzing, de extramuralisering en de invoering van het abonnementstarief. Steeds meer kwestbare inwoners blijven zelfstandig wonen en doen een beroep op de Wmo. Als gevolg van de hiervoor genoemde automatisering en harmonisering wordt er vanaf 1-1-2020 soms op een iets andere manier geteld. De aantallen van voor 1-1-2020 en na 1-1-2020 zijn daarom niet geheel te vergelijken. Als gevolg van de nieuwe manier van tellen lijkt er voor een aantal onderdelen van de Wmo sprake te zijn van een afname terwijl terwijl er in werkelijkheid sprake is van een toename. Aandachtspunten Wmo Extramuralisering en vergrijzing Inwoners met zwaardere problematiek worden minder snel in een instelling opgenomen en blijven (langer) zelfstandig wonen. Dit, gecombineerd met vergrijzing, leidt er toe dat steeds meer mensen met zwaardere problematiek gebruik maken van de Wmo. Ook zien we dat de invoering van het abonnementstarief ertoe leidt dat inwoners met een wat hoger inkomen vaker een beroep doen op de Wmo. Jeugdhulp Beschikkingen Sinds de 2e helft van 2017 is het aantal beschikkingen elk half jaar gestegen. In de eerste helft van 2020 is een daling te zien in het aantal beschikkingen t.o.v. het half jaar daarvoor.
Factoren die mogelijk hebben bijgedragen aan deze daling van beschikkingen zijn de Coronamaatregelen en de maatregelen uit de Aanpak Jeugdzorg 2020: - De aangescherpte subsidie aan het Jeugd- en Gezinsteam die gericht is op normaliseren en doelmatigheid en kritisch kijkt of en welke jeugdzorg ingezet moet worden; - De externe toetser toegang jeugdzorg die per april is gestart; Jeugdbescherming en jeugdreclassering Het aantal jeugdigen dat via het gedwongen kader ondersteund wordt ligt sinds begin 2018 rond de 290. In de eerste helft van 2020 is zowel onder jeugdreclassering als onder kinderbeschermingsmaatregelen een toename te zien. Het aantal jeugdigen waarvoor gedwongen kader is ingezet is als gevolg daarvan gestegen naar 322. Hierdoor is het aandeel beschikkingen in het gedwongen kader groter geworden. Aandachtspunten jeugdhulp Tekorten Jeugdzorg Met het decentraliseren van de Jeugdzorg heeft het Rijk een oplopende bezuiniging ingeboekt, die in de jaren 2015-2020 voor de gemeenten zichtbaar werd in de vorm van een afnemende rijksbijdrage. Daarnaast vindt de verdeling van deze beschikbare middelen met ingang van 2016 niet langer plaats op basis van historisch gereconstrueerde kostenniveaus, maar worden de middelen verdeeld op basis van objectief bepaalde maatstaven (zoals het aantal jeugdigen, bijstandsuitkeringen, eenoudergezinnen, etc.).
Deze herverdeling zorgt er voor dat Lelystad geconfronteerd wordt met een forse aanvullende bezuinigingstaakstelling, die in de aankomende jaren verder oploopt. Er ligt een grote financiele opgave om de uitgaven voor de jeugdzorg in de komende jaren in lijn te brengen met de beschikbare rijksbijdragen. Met de Aanpak Jeugdzorg 2020 zijn maatregelen getroffen. zoals de aangescherpte subsidie aan het JGT en de externe toetser toegang jeugdzorg. Vanwege de Corona heeft de pilot jeugdprofessionals bij de huisartsen (JPH) wat vertraging opgelopen, maar deze JPH zijn respectievelijk gestart op 1 september 2020, 1 oktober 2020 en 1 november 2020. Er is een waterbedeffect te zien door de steviger toegang bij het JGT en de vertraging van de inzet van JPH. Hierdoor hebben de maatregelen uit de Aanpak Jeugdzorg 2020 minder effect dan voorzien.
Met de Aanpak Sociaal Domein zijn aanvullende beheersmaatregelen getroffen voor 2021 en verder. De basis wordt versterkt en op 1 juli 2021 komt er een nieuwe toegang en regie jeugdzorg en gaan de nieuwe contracten van de lokale jeugdhulp in. Het recent onderzoek van AEF laat zien dat gemeenten in 2019 zo’n 1,7 miljard meer uitgeven aan jeugdzorg dan dat ze aan middelen ontvangen. Komende periode zijn er gesprekken tussen kabinet en VNG over een combinatie van structureel extra budget en maatregelen/aanpassing in het stelsel vanaf 2022 om de Jeugdwet financieel beheersbaar te maken. Participatiewet Cliënten met bijstandsuitkering Na een aantal jaar van gestage afname van het aantal bijstandsuitkeringen is er in de eerste helft van 2020 als gevolg van de coronacrisis een toename te zien van 2016 op 1-1-2020 naar 2096 op 1-72020. Er is zowel een hogere instroom als een lagere uitstroom te zien. Reïntegratievoorzieningen De uitstroom naar werk vanuit een reïntegratievoorziening ligt in de eerste helft van 2020 als gevolg van de coronamaatregelen lager dan gebruikelijk. Normaal gesproken stromen er tussen de 150 en 200 mensen succesvol door, in de eerste helft van 2020 waren dit er 107. De instroom ligt met 317 iets lager. Dit komt onder andere omdat er in verband met de 1.5 meter maatregelen minder ruimte was voor werkervaringsplaatsen.
Inmiddels wordt dit op andere wijze opgelost waardoor mensen wel geplaatst kunnen worden op een reïntegratievoorziening. Tot de coronacrisis was sprake van een krimpend bestand met een complexere doelgroep. Dit vroeg om gemiddeld meer inzet om uitstroom uit de bijstand te bewerkstelligen. Onder invloed van de coronacrisis gaat de samenstelling van de bijstandspopulatie veranderen, hoewel de verwachtte forse toename vooralsnog uitblijft. We zien dat naast de groep met een lange afstand in toenemende mate een groep mensen met een zeer korte afstand tot de arbeidsmarkt de bijstand instroomt. Het toeleiden van de nieuwe groep mensen naar kansrijke sectoren wordt de uitdaging voor de komende jaren. Tegelijkertijd moet er blijvend aandacht voor en inzet blijven op het weer arbeidsfit maken en de arbeidstoeleiding van de groep met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt. Aandachtspunten participatiewet Reïntegratievoorzieningen Dagelijks worden er vanuit de verschillende routes 600 cliënten begeleid, bij voorkeur naar regulier werk. Met de aanpak sociaal domein is het aantal van 600 opgehoogd naar 700 mensen. Door de coronacrisis is het absorptievermogen van de arbeidsmarkt in eerste instantie sterk afgenomen. Desondanks heeft het Werkbedrijf over heel 2020 circa 217 mensen weten te plaatsen.
De impact voor de komende maanden is op dit moment nog niet goed in te schatten en hoe zich dit verder gaat ontwikkelen is sterk afhankelijk van de duur en omvang van de economische crisis. BIJLAGEN www.lelystadinzicht.nl