CConstaterende datLelystad
Koppel je AI →
Document · PDF

6a. Jupiterweg 9, motivering uitzondering VVGB

Raadsvergadering 14 oktober 2025, gemeente LelystadBij agendapunt: 25.358 Verklaring van geen bedenkingen omgevingsvergunning Jupiterweg (onder voorbehoud commissievergadering van 13 oktober 2025)1.182 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Motivering uitzondering VVGB Inleiding Er is een aanvraag ingediend, welke afwijkt van het ruimtelijke kader op locatie, en er moet onderzocht worden of het mogelijk is om met een omgevingsvergunning af te wijken van het ruimtelijke kader voor het uitbreiden van de gebruiksmogelijkheden op het perceel Jupiterweg 9 ten behoeve van een agrarisch hulpbedrijf. Besluit raad uitzonderingen VVGB Bij een dergelijke aanvraag voor een omgevingsvergunning is een Verklaring van geen bedenkingen (VVGB) van de gemeenteraad in de meeste gevallen verplicht. De raad van de gemeente Lelystad heeft een aantal categorieën van gevallen aangewezen waarin een verklaring van geen gedenken niet is vereist (zie bijlage 1). Voor deze aanvraag dient lid a als uitzonderingsgrond: a. bouwplannen en vrijstellingsverzoeken, die hun grondslag vinden in: 1. 2. 3.

een voorontwerp bestemmingsplan, na positieve afronding van het vooroverleg ex artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening en inspraak, of een ander ruimtelijke plan (bijvoorbeeld een structuurvisie), na instemming van de gemeenteraad en van andere betrokken overheden en inspraak, dan wel een sectorale beleidsnota (bijvoorbeeld een nota detailhandel) die akkoord is bevonden door (voor zover vereist) de inspecteur van de ruimtelijke ordening, andere betrokken overheden en de gemeenteraad en waarover belanghebbenden hebben kunnen inspreken.

Onder lid a2 zijn ontwikkelingen, zoals op locatie beoogd, specifiek opgenomen in relatie tot de hoofdopgaven voor het onderdeel “werken en leren” op pagina 59 van de Omgevingsvisie 2040. De hoofdopgaven die van toepassing bij deze ontwikkeling zijn: ‘1. Lelystad zet in op een circulaire economie en technologische innovatie. Lelystad richt zich voor de groei van de bedrijvigheid op de sectoren logistiek, toerisme en secundaire agrofood en wil daarin een speler worden op landelijk niveau;…. ………………………………… 5. Lelystad gaat de innovatieve duurzame landbouw faciliteren om zo mogelijkheden te bieden voor werkgelegenheid in de secundaire agrofood sector;…….’ Op basis van de ambities van Lelystad op het gebied van logistiek en de agrofood sector past deze ontwikkeling op deze locatie goed bij het bereiken van die doelen. Bij de hoofdopgaven is een kaartje opgenomen wat dit ondersteund, waarin duidelijk te zien is dat dit deel van de stad niet zuiver bedoeld is voor agrariërs, maar breder gebruikt wordt in het belang van de hoofdopgaven.

Hiermee sluiten wij ook aan op de Provinciale omgevingsvisie “Landbouw: Meerdere smaken” (Omgevingsvisie Flevoland, afdeling 4.7), welke een divers gebruik van agrarisch gebied aanmoedigt. “Flevoland is sterk in techniek, technologie en primaire productie……. Vanuit de lucht lijkt onze landbouw op elkaar, op het erf heeft elk bedrijf zijn eigen specialisatie, schaal en bedrijfsmodel…….. Van verwerking, energie, technologie tot stadslandbouw. Alles vindt zijn plek in Flevoland.” Ook is deze ambitie van Lelystad opgenomen in de ontwikkelingsstrategie van Lelystad genaamd “Lelystad Next Level” (hierna: LNL). Op pagina 20 van de strategische agenda die bij LNL hoort staat bij “een krachtig economisch profiel” opgenomen dat Lelystad zich moet richten op het ontwikkelen van krachtige regionale meerwaarde. Hierin worden wederom logistiek en de agrofood sector specifiek benoemd als belangrijke ontwikkelsectoren. ‘Lelystad ligt in de krachtigste economische regio van het land, de Metropoolregio Amsterdam. De Lelystadse economie is jong en divers. We willen dat de Lelystadse economie zich specialiseert en een krachtige regionale meerwaarde levert. We willen een economie die toekomstgericht is, een stabiele basis kent en focust op enkele belangrijke sectoren, zoals logistiek en agrofood. Een economie die floreert door samen te werken en meer economische activiteit te ontplooien……..

De groeiende ontwikkeling van de logistieke en verpakkingsindustrie zijn het vliegwiel om veel Lelystedelingen aan het werk te helpen.’ Tot slot dient in dit verband aangegeven te worden dat in de toelichting van het vigerende bestemmingsplan expliciet ruimte wordt gelaten voor nieuwe ontwikkelingen in het gebied.

‘Bestaande agrarische bedrijven krijgen mogelijkheden tot uitbreiding. Nieuwe functies voortkomend uit verbreding van het agrarisch gebruik of functieverandering zijn (onder voorwaarden) mogelijk.’ Waar hier uiteraard sprake is van het niet bindende deel van het bestemmingsplan kan niet ontkent worden dat met het opnemen van deze ruimte in de toelichting een positieve grondhouding wordt beoogd aan toekomstige ontwikkelingen. Conclusie Op grond van het bovenstaande moet geconcludeerd worden dat de gemeenteraad van de gemeente Lelystad beoogd heeft de ontwikkeling van logistieke en agrofood gerelateerde bedrijvigheid te stimuleren met het vaststellen van de Omgevingsvisie 2040 en de opname hiervan in de LNL ontwikkelingsstrategie. Op grond van lid a2 dient de ontwikkeling op locatie dan ook te worden aangemerkt als een ontwikkeling waar geen VVGB voor hoeft te worden afgegeven door de gemeenteraad.

Bijlage 1: Uitzonderingen VVGB Weergave van: Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Lelystad inzake uitzonderingen verklaringen van geen bedenkingen omgevingsrecht (Categorieën van gevallen waarin een verklaring van geen bedenkingen niet is vereist (artikel 6.5 lid 3 van het Besluit omgevingsrecht) Vindplaats: https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR672153/1 BESLUIT: ingevolge artikel 6.5 lid 3 van het Besluit omgevingsrecht (BOR) de volgende categorieën van gevallen aan te wijzen waarin een verklaring van geen bedenkingen niet is vereist voor projecten van gering planologisch belang die niet in strijd zijn met een goede ruimtelijke ordening: a. bouwplannen en vrijstellingsverzoeken, die hun grondslag vinden in: 1. een voorontwerp bestemmingsplan, na positieve afronding van het vooroverleg ex artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening en inspraak, of 2. een ander ruimtelijke plan (bijvoorbeeld een structuurvisie), na instemming van de gemeenteraad en van andere betrokken overheden en inspraak, dan wel 3. een sectorale beleidsnota (bijvoorbeeld een nota detailhandel) die akkoord is bevonden door (voor zover vereist) de inspecteur van de ruimtelijke ordening, andere betrokken overheden en de gemeenteraad en waarover belanghebbenden hebben kunnen inspreken. b.

bouwplannen op locaties in de bebouwde kom1 voor lokale voorzieningen2 die niet in strijd zijn met rijks- of provinciaal beleid, c. bouwplannen voor openbare nutsvoorzieningen, voorzieningen voor het openbaar vervoer of het wegverkeer; d. aanleg en/of aanpassing van beperkte weg- en waterinfrastructuur buiten de bebouwde kom die niet in strijd zijn met het rijks- en provinciaal beleid; e. aanleg van nieuwe en aanpassing van bestaande weg- en waterinfrastructuur en groenvoorzieningen binnen de bebouwde kom, tenzij het gaat om een stadsuitbreiding die nog niet via een (ontwerp)bestemmingsplan is geaccordeerd; f. woningbouwplannen op locaties binnen de bebouwde kom, waarvoor een bestemmingsplan is vastgesteld; g. een (uitbreiding cq. een verbouwing van een) gebouw voor maatschappelijke, bed rijfs- en kantoordoeleinden en detailhandel tot maximaal 500 m2 op locaties in de bebouwde kom; h. een wijziging van gebruik van gronden voor maatschappelijke, bedrijfs- en kantoordoeleinden en detailhandel tot maximaal 500 m2 op locaties in de bebouwde kom; i. wijziging van gebruik van gronden binnen en buiten de bebouwde kom voor toeristischrecreatieve en horecadoeleinden tot maximaal 500 m2 vloeroppervlak; j.

bouwplannen voor extra woonruimte tot maximaal 80 m2 vloeroppervlak, in of aan een woning, indien daarvoor sociale en/of medische redenen bestaan en vooraf vaststaat dat het niet permanente huisvesting betreft.

1 Onder bebouwde kom wordt verstaan het gebied dat op de bij artikel 1.3, lid 2 van de

Bouwverordening behorende kaart als zodanig is aangewezen. 2 Onder lokale voorzieningen worden verstaan: educatieve, sociaal en/of medische, sociaal-culturele, levensbeschouwelijke, sport- en recreatieve voorzieningen en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening, alsook ondergeschikte detailhandel ten dienste van deze voorzieningen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lelystad&id=fa9bad92-700b-4a92-8e01-a9d94a63e38f