CConstaterende datLelystad
Koppel je AI →
Document · PDF

421. 250008265 - 170925 Brief inwoner over omgevingsvergunning Jupiterweg_geredigeerd

Raadsvergadering 14 oktober 2025, gemeente LelystadBij agendapunt: 25.358 Verklaring van geen bedenkingen omgevingsvergunning Jupiterweg (onder voorbehoud commissievergadering van 13 oktober 2025)8.059 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Lelystad 17-09-2025 Aan de leden van de gemeenteraad van Lelystad Betreft: Ernstige tekortkomingen in handhavingszaak en verklaring van geen bedenkingen aangaande vergunning Jupiterweg – verzoek tot politieke controle en bescherming van mijn leefomgeving en het buitengebied Geachte raadsleden, Met deze brief vraag ik uw aandacht voor een kwestie die op 30 september 2025 op uw agenda staat, waarbij U wordt gevraagd een verklaring van geen bedenkingen te geven over het afwijken van het bestemmingsplan, voor het agrarisch hulpbedrijf Arenosa aan de Jupiterweg 9 te Lelystad. Uw oordeel in deze kwestie is van grote invloed op de leefbaarheid van het gebied en op mijn persoonlijke en professionele voortbestaan. Bij de motivering die het college u voorlegt is tot mijn verbijstering helemaal niets vermeld over mijn situatie en de overlast. U kent het verhaal dus niet, en kunt zo geen afweging maken. ik hoop dat u mijn belangen meeweegt en de situatie ter plaatse wil komen bekijken voordat u stemt. Ik vraag u niet in te stemmen met het afgeven van een verklaring van geen bezwaar.

Procesfouten Ik vraag al sinds 2020 aandacht voor de geluidsoverlast en de overtreding van het bestemmingsplan.

Er zijn er in deze zaak veel procesfouten gemaakt. De hele situatie is al vanaf 2020 bedenkelijk. Het feit dat u nu gevraagd wordt een verklaring van geen bedenkingen te geven is wonderlijk, op 19-04-2022 heeft het college besloten handhavend op te treden tegen de activiteiten van Arenosa, maar dat is nooit gebeurd. Volgens de gemeente Lelystad omdat er zicht was op legalisatie. Deze legalisatie is er echter nog steeds niet, sterker nog, die bent u nu aan het behandelen jaren na dato. Als er zicht was geweest op legalisatie en de vergunning verstrekt kon worden dan hadden we nu toch niet, ruim 5 jaar na onze eerste klachten met dit probleem gezeten? Dan had het toch allang opgelost kunnen zijn? Dan had er toch allang iets gedaan kunnen worden aan het geluidsniveau dat voor ons zo hinderlijk is? Wij blijven toch niet voor onze lol zo lang aan de bel trekken en zoveel energie en kosten verspillen hieraan? Ik heb wel andere dingen te doen in mijn leven, ik heb een bedrijf te runnen. Hieruit kunt u concluderen dat wij echt een probleem hebben. Overlast Ik ben eigenaar van Biologische kruidentuin De Polderkol, gevestigd tegenover het bedrijf van Arenosa. Sinds de uitbreiding van hun activiteiten vanaf 2016 ervaar ik ernstige overlast, geluidsoverlast door ventilatoren en machines. Dit met name ’s nachts en in de wintermaanden als ik veel in huis ben.

Ook heb ik last van draaiende vrachtwagenmotoren.. Deze vrachtwagens beschadigen de toegangsweg, berm en mijn oprit. Ondanks jarenlange

pogingen tot overleg met het bedrijf, de gemeente, omgevingsdienst en zelfs mediation, is er geen oplossing gevonden voor deze overlast. Arenosa voelt zich niet geroepen om zelfs maar de meest eenvoudige geluidswerende maatregelen uit te voeren of aanpassingen te doen aan de bedrijfsvoering. Wij zagen geen andere uitweg dan de gang naar de rechter en uiteindelijk zitten we toch weer hier. Nalatigheid Al die jaren tot op heden heeft het bedrijf Arenosa gedraaid zonder vergunning en ben ik niet gehoord. Al die tijd is er ook geen enkele maatregel genomen door Arenosa om de situatie te verbeteren. Er zijn geen maatregelen tegen de geluidshinder getroffen waarover in 2021 al het advies werd gegeven door een geluidstechnicus van de Gemeente, in zijn rapport van 1 december Daarin stelde hij de volgende oplossingen voor: • •

Buiten bij Arenosa: ventilatoren verplaatsen naar om de hoek. Binnen bij Arenosa: omkasting van motorgedeelte koeling.

Ook is er geen verbetering ten aanzien van de situatie met de vrachtwagens. Ik heb verschillende opnames van vrachtwagens die staan te wachten voor het dok met draaiende motoren van de afgelopen maanden. In de rechtbank echter verklaarde van Arenosa dat hier geen sprake van zou zijn. Mocht u interesse hebben dan kan ik de geluidsopnames aan u toesturen. De weg naar onze bedrijven is alleen maar slechter geworden in de loop der jaren en ook de berm bij ons huis heeft veel schade. Ook dat probleem is niet aangepakt. Handhavingsverzoek Op 16 december 2020 heb ik een handhavingsverzoek ingediend. Het college wees dit op 21 maart 2021 af. Na bezwaar en advies van de commissie bezwaarschriften is het besluit herroepen. (Zie bijlage Besluitenlijst College 3.5) Toch is er tot op heden geen handhaving uitgevoerd. De redenatie van het college, dat deze verklaring wel afgegeven kan worden omdat dit bedrijf al zo lang deze activiteiten uitvoert. Het college geeft steeds aan dat er niet gehandhaafd hoeft te worden omdat er zicht is op legalisatie. Deze redenatie is m.i. onheus omdat dit al jaren speelt. Ook de redenatie dat het tegenoverliggende bedrijf wel uit kan breiden gaat voorbij aan de klacht over de geluidshinder en is eveneens onheus.

Het college is zich bewust van mijn overlast maar blijft zich via steeds weer andere ambtenaren beroepen op “zicht op legalisatie” als reden om niet op te treden. Ik wijs u erop dat dit juridisch niet langer houdbaar is: •

• •

Er was op dat moment december 2020 geen vergunningsaanvraag ingediend, geen ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd, en geen beleidsmatige onderbouwing voor afwijking van het geldende bestemmingsplan. De periode sinds het oorspronkelijke verzoek bedraagt inmiddels bijna vijf jaar, wat de redelijke termijn voor legalisatie ruimschoots overschrijdt. ‘Concreet zicht op legalisatie’ is slechts relevant indien binnen afzienbare tijd legalisatie daadwerkelijk te verwachten is. Dat is hier niet het geval.

Ernstig in gebreke Het college is daarmee ernstig in gebreke gebleven. Niet alleen is het oorspronkelijke besluit onrechtmatig gebleken, maar ook het vervolgtraject is gekenmerkt door nalatigheid, uitstel en het negeren van fundamentele bestuursrechtelijke beginselen. De beginselplicht tot handhaving is structureel geschonden. Met mijn belangen wordt geen rekening gehouden. Ik slaap al jaren vaak niet thuis maar in onze bus ergens op een rustige plek. Het college en de behandelende ambtenaren, die steeds wisselen in dit dossier, weten dit ook allemaal. Geluidsmetingen versus berekeningen Bijgesloten is ook een brief van , geluidsdeskundige van CITO-sa. Hij stelt dat zijn geluidsmeting, op professionele manier is uitgevoerd en tot stand gekomen. Het bedrijf Arenosa en de gemeente hadden vooraf geen kennis van het moment van meten. De geluidsbelasting op onze gevel was bij deze meting 38,5 – 40 DBA. Een grote overschrijding op de norm van 35. Tevens constateert hij in dat rapport een tonaal constant geluid van de koelventilatoren en geeft aan dat dit veel storender en doordringender is, omdat het constant aanwezig en hoorbaar is, dan fluctuerende- of piekgeluiden.

Mijn geluidsdeskundige zegt: “er is een muur van geluid” Deze constatering maakt dat het rapport van de Omgevingsdienst met langdurige metingen uitgaand van de piekgeluiden en omgevingsgeluiden geen recht doet aan de constante overlast van de tonale geluiden. stelt in zijn schrijven, dat ik als bijlage heb toegevoegd, dat hij niet begrijpt waar de gemeente Lelystad mee bezig is. De proceskosten om telkens weer bezwaar aan te tekenen zijn inmiddels opgelopen tot €30.000 a €50.000 terwijl de maatregelen tegen de geluidshinder een fractie van deze zouden kosten zijn. Het wekt mijn argwaan dat juist dit rapport en het rapport van niet bij uw stukken is meegestuurd. En ook het collegebesluit niet, waarin staat dat wij als bezwaarmakers in het gelijk zijn gesteld door de bezwaarcommissie en handhavend moet worden opgetreden. Daarom heb ik dit besluit als bijlage bijgevoegd. Een rapport dat wel bij uw stukken is meegeleverd bevat geen metingen maar modelberekeningen. Hierin heeft ernstige fouten geconstateerd en doet hij de suggestie dat deze berekeningen zo zijn uitgevoerd dat een gunstig resultaat voor het bedrijf Arenosa verkregen werd. Daardoor ondervinden wij al jarenlang ernstige hinder. Mijn bedrijf en woonplek bestaan al meer dan twintig jaar en zijn met veel inspanning en liefde opgebouwd. Het overlijden van mijn man heeft deze plek voor mij nog dierbaarder gemaakt.

Mijn kruidenproducten worden landelijk verkocht en dragen bij aan de gezondheid van velen. Daarnaast zet ik mij actief in voor Lelystad en draag ik de stad een warm hart toe, onder andere door de kruidentuin open te stellen voor publiek en begeleiding aan mensen die het even moeilijk hebben. Maar ook, educatie en mediaoptredens, zo was ik ambassadeur voor Lelystad, bijvoorbeeld in het programma Binnenste Buiten. Het voorliggende besluit om af te wijken van het bestemmingsplan ten behoeve van het bedrijf Arenosa, om producten van buiten het gebied te verwerken, is niet passend in deze omgeving. Dat komt door de bedrijfsvoering van Arenosa, zij verbouwen maar een deel zelf en verwerken veel producten van anderen, en slaan die op. Dat verwerken en opslaan in koelcellen kost veel energie en brengt enorm veel geluid met zich mee. Vrachtwagens staan voor mijn slaapkamer te ronken. Voor dit soort activiteiten is het gebied niet bedoeld en toch vraagt het college u om daarvoor een verklaring van geen bedenkingen af te geven. Wèèr om een fout in de procedure te repareren

Het karakter van het gebied wordt hierdoor aangetast, terwijl er andere locaties zijn voor dit soort activiteiten, zoals Flevokust of de Platinastraat. Het buitengebied van Lelystad-Noord verdient bescherming. De industriële activiteiten in deze omvang passen niet bij de visie van dit unieke groene, duurzame en biologische landbouwgebied. Dit wordt ook verwoord in de Beleidsregel Ontwikkelingen Landelijk Gebied Flevoland van Gedeputeerde Staten van Flevoland. (zie ook de bijlage). De maatschappelijke meerwaarde van deze bedrijfsuitbreiding is twijfelachtig, gezien de beperkte werkgelegenheid en de overbelasting van de infrastructuur. Ik ondervind zeer ernstige overlast die het bedrijf weigert aan te pakken. Eenvoudige aanpassingen zouden al een aanzienlijk verschil maken. Ik vraag u met klem: 1. Om deze verklaring van geen bedenkingen niet af te geven en vervolgens handhavend op te treden. 2. Om het college ter verantwoording te roepen over het jarenlang uitblijven van handhaving. 3. Om concrete maatregelen op korte termijn op te leggen om de hinder te beperken: o Isolatie of verplaatsing van geluidproducerende machines, zoals voorgesteld door , geluisdeskundige van de gemeente Lelystad en van CTI-sa geluidsdeskundige en adviseur voor de overheid. o Verplichting voor vrachtwagens om hun motor uit te zetten bij laden/lossen.

o Verbreding van de weg om schade aan mijn berm en oprit te voorkomen. Ik nodig u van harte uit om langs te komen in mijn tuinhuis voor een toelichting en een kop kruidenthee. Zo kunt u zelf ervaren wat deze plek betekent en waarom het zo belangrijk is om haar te beschermen. Met vriendelijke groet,

Bijlagen: Geluisdrapport

1-12-2021

Beluit college 2022

Beleidsregel ontwikkelingen landelijk gebied Flevoland van Gedeputeerde Staten van Flevoland. Brief

Enkele notities inzake dossier afkomstig van CTIsa, ,

/ Arenosa t,b.v. overleg met gemeente Lelystad d.d. 15 sept 2025

CTIsa is al meerdere jaren betrokken bij deze zaak en heeft middels adviezen, metingen en rapporten bijgestaan CTIsa heeft in 2024 gedurende meerdere (>10) nachten (22:00 – 06:00) geluidsmetingen verricht. Metingen die geheel conform de “Handleiding Meten en Rekenen van Industrie lawaai” (HMRI) zijn ingericht (opbouw, meteo condities, wind < 1.5 m/sec etc.). Daar waar de inrichting is afgeweken, bv. geluid afkomstig van andere bronnen dan die van het bedrijf Arenosa, is deze ingevuld met betere methoden door moderne technieken mogelijk gemaakt. Voorbeeld daarvan: bepaling van geluidssignatuur van de diverse bronnen, ook mogelijke stoorbronnen, en herkenningssoftware voor het vinden van de diverse bronnen, ook stoorbronnen, in het geluidsspectrum. CTIsa doet uitsluitend metingen - zonder vooraankondiging aan de veronderstelde geluidsbroneigenaar, - met de netspanning in de woning van geluidgehinderde afgeschakeld (accu-voeding), - is gericht op het zo nauwkeurig mogelijk bepalen van de geluidssterkte (in dB(A)) op de door HMRI vereiste plaats, - zonder voorkennis van de door de instantie (Omgevingsdienst, Gemeente) voorgeschreven norm. Het resultaat van de in 2024 uitgevoerde CTIsa metingen is dat de norm van 35 dB(A) op de voorgevel ruim wordt overschreden.

Na correctie voor reflectie aan de gevel ( een correctie door HMRI voorgeschreven) is minimaal 38 dB(A) en gemiddeld 40.3 dB(A). De smalle band frequentie spectra geven inzicht op het tonale karakter van het binnenkomend geluid resulterend in een 5 dB toeslag. Kortom de norm van 35 dB(A) wordt ruim overschreden. Als bron van dit norm overschrijdend geluid is duidelijk: het bedrijf Arenosa aan de overzijde van de weg. Het bedrijf is met haar koelinstallatie in de nacht in het hoogseizoen continu in bedrijf. Deze overschrijdingen zijn al eerder waargenomen en gemeld in het rapport Geluidsmeting Lelystad, , 1 december 2021. Dit rapport van al 4 jaar geleden, is afgesloten met het advies aan de firma Arenosa bouwtechnische veranderingen aan te brengen met als doel vermindering van de geluidsemissie. Er zijn rechtszaken geweest en een tussenuitspraak is gepaard gegaan met de eis binnen een beperkt aantal maanden opnieuw geluidsmetingen te laten uitvoeren, ingericht volgens het klassieke HMRI protocol. Omdat er in de gestelde korte periode niet een situatie te vinden was waarbij het bedrijf Arenosa vol in het bedrijf zou zijn (de representatieve bedrijfssituatie) is er gekozen voor een modelberekening: emissie van onderdelen in het bedrijf (ventilatoren, compressoren, vrachtwagens etc. etc) wordt gemeten in de daarvoor geschikte software Geomilieu ingevoerd.

De uitvoer is dan het berekende geluidsniveau op een vast ingestelde spot, bv. de gevel van de woning . Deze omschakeling van meten naar modelberekening is een grove miskenning van de kwaliteit van een goed uitgevoerde meting.

Is de foutmarge van een meetresultaat in de orde van 0.4– 0.8 dB ( de laatste bij stoorbronnen nabij en een meteo-conditie op de rand van het toelaatbare.), de fout van berekeningen kan eenvoudig oplopen tot 4- 6 dB. Dat is een grote fout en als illustratie daarvan: In deze casus zijn twee modelberekeningen uitgevoerd: een van het bedrijf TechMap in opdracht van de firma Arenosa en een door het bedrijf DGMR in opdracht van de gemeente. Beide rapporten zijn beschikbaar. Beide rapporten bevatten een uitvoerige beschrijving van de totstandkoming van de geluidsnorm. Het TechMap rapport weet te melden dat dit 40 dB(A) is voor de nachtelijke uren, het DGMR rapport meldt 35 dB(A). Het is dan niet verwonderlijk dat beide rapporten hun berekeningen laten uitkomen net onder de voorkeursnorm van hun rapport. De uitvoerders van het DGMR onderzoek hebben stevig kritiek op het TechMap–onderzoek, in die zin dat meerdere omissies zijn gemeld waarmee eigenlijk de uitkomsten van het TechMap onderzoek (nog) hoger zou uitkomen. Een mening van TechMap op het DGMR is niet bekend (gemaakt). Kortom: Modelberekeningen zijn, gelet op de redelijk van stoorbronnen geïsoleerde locatie van het bedrijf Arenosa, niet de juiste werkwijze voor het met enige nauwkeurigheid bepalen van geluidsniveaus.

De software is absoluut niet in staat de werkelijkheid goed weer te geven (transparantie en resonantie van daken/muren, grote schuifdeuren). De bouw van de werkloodsen van Arenosa zijn zeer moeilijk zo niet onmogelijk in de modelberekening te vatten. CTIsa heeft vele modelberekeningen doorwrocht en heeft meerdere malen waargenomen dat de invoer zich aanpast aan het gewenste eindresultaat. Dan de afsluitende vraag: waar is men in de gemeente Lelystad op dit onderwerp mee bezig? En dan nog wat: Een oprisping geruime tijd geleden: Aanvullend commentaar zaak versus Areanosa jan. 2025 Nu, na om en nabij 4 jaar bezig te zijn geweest met de klachtafhandeling van de bewoners van is er nog geen duidelijkheid. Vervang de ventilatoren door schijnwerpers met de lichtkracht van een vuurtoren en voor een ieder is duidelijk wat de bron is. Nu met een bron van onzichtbare geluid-energie, wordt door bron-eigenaar, de gemeente Lelystad en de omgevingsdienst elke onrealistische reden aangegrepen om de klachten van de bewoners van te ontkennen. Een oplossing van het geluidsprobleem is eenvoudig: ventilatoren en pomp naar de noordgevel (eventueel zuidgevel) inclusief een scherm. Kosten ca € 3000 . Dit ter vergelijking de kosten van de huidige nog niet afgelopen procedure, geschat €40000 - € 50000.- all in .

Adviezen van en van het CTIsa worden door Areanosa niet in overweging genomen van wege het niet geloven dat het helpt. De gemeente Lelystad verzaakt haar zorgplicht. Te gek voor woorden!!

CTIsa 21-01-2025

Meetverslag

Geluidsmeting

Opgesteld door : Gemeente Lelystad Datum verslag : 1 dember 2021

Lelystad

2.2

Meetapparatuur

Voor de geluidsmetingen is gebruik gemaakt van drie klasse-1 geluidsniveaumeters, merk Rion, type NL-52 met recent kalibratie certificaat. De microfoon-geluidsmeter is voorafgaand aan de meting gekalibreerd met een Rion NC-74 klasse-1 ijkbron.

2.3

Meetresultaten en analyse van de Leq geluidsniveaus.

De opzet van de meting was om te onderzoeken welke frequenties een rol spelen in het laagfrequente gebied. Uit eerdere reacties van de bewoner kwamen frequenties tussen 20 en 100 Hz. naar voren als overlast gevend. Door nu in deze tweede meting specifiek audio opnames te maken en te analyseren via FFT (Fast Fourier Transformatie) kunnen die frequenties opgespoord worden. De afgeleide onderzoeksvraag is, indien er specifieke frequenties zijn opgespoord, waar die frequenties vandaan komen en uiteindelijk wat er aan te doen is.

De eerste analyse wordt gedaan op basis van de geluidsmeters A en B. In de plaatjes hieronder (figuur 2) is te zien dat de ventilator op 13:42:04 is uitgeschakeld. Daarna is de grafiek gemaakt van het laagfrequente uitstraling van de ventilator. De bijdrage van 100 Hz. is daarbij nadrukkelijk aanwezig, het verschil tussen in-bedrijf en uitgeschakeld is goed te zien. Deze metingen zijn op 3 meter vanaf de ventilator gedaan.

Figuur 2, tijdsgrafiek van A- en C niveau op 3 meter van de ventilator.

Opvallend aan figuur 2 is dat er in de bedrijfstoestand “aan” een verschil tussen dB(C) en dB(A) is van circa 10 dB. Dat betekent dat het geen specifieke laagfrequente bron is, die zou een verschil van 15 tot 25 laten zien in de meetresultaten. Bij de uitschakeling is te zien dat het dB(A) niveau circa 30 dB daalt, maar het dB(C ) niveau circa 20 dB daalt. Dat betekent dat er nog een andere laagfrequente bron nabij is of dat het stoorgeluid in de omgeving al 55 dB(C) veroorzaakt. Er was tijdens de meting stoorgeluid van oogstwerkzaamheden. Omdat het hier niet specifiek om toetsing aan regelgeving in dB(A) gaat is dat minder van belang. Als de tijdsgrafiek van figuur 2 nader wordt geanalyseerd dan volgt de tijdsgrafiek van figuur 3, specifiek voor de tertsbanden (A-gewogen) van 25 tot 100 Hz.

Figuur 3, tijdsgrafiek voor de tertsbanden 25 t/m 100 Hz. gedurende uitschakelen ventilator.

Uit figuur 3 blijkt dat de tertsbanden 50, 63, 80 en 100 Hz. een behoorlijke daling laten zien. De tertsband van 100 Hz. is dominant.

In figuur 4 zijn de Leq (gemiddelde) geluidsniveaus te zien voor die specifieke tertbanden voor en na het uitschakelen van de ventilator.

Figuur 4, verschil in tertsband niveaus

Vanuit figuur 4 volgt natuurlijk de vraag of dit effect ook te zien is bij de geluidsmeter op het erf naast de woning. De meter B is opgesteld gelijk aan de gevellijn maar op 10 meter van de woning om effect van gevelreflectie te vermijden.

In figuur 5 is het effect te zien in de tuin bij het uitschakelen voor de lagere tertsbanden.

Figuur 5, effect in de tuin na uitschakelen ventilator.

In figuur 5 is te zien dat er effect te zien is voor de 100 Hz. tertsband, die wordt duidelijk lager. De andere tertsbanden blijven vrijwel gelijk. In figuur 6 is het hetzelfde effect te zien voor de Leq niveaus voor en na het uitschakelen.

Figuur 6, tertsband niveaus in de tuin voor en na uitschakelen

2.4

FFT analyse.

De mobiele metingen met de FFT analyse leveren ook inzichten op voor de freqenties.

Figuur 7, FFT bij ventilator, uitgeschakeld. Uit figuur 7 blijkt dat er, bij uitgeschakelde ventilator, geen opvallende frequenties zijn in het achtergrond geluid.

Figuur 8, meting in de tuin (meetpunt B) met uitgeschakelde ventilator Ook in de tuin zijn geen opvallende pieken in het FFT spectrum te zien.

Figuur 9, FFT bij de ventilator ingeschakeld.

Uit figuur 9 blijkt dat er enkele pieken in het FFT spectrum zitten, bij 22.5 Hz (en deels 25 Hz), bij 60 Hz., bij 100 Hz. en bij 200, 300 en 400 Hz. De pieken bij 22.5, 100 en 200 zijn het hoogste. Pieken in het spectrum bij een ventilator in bedrijfstoestand zijn niet ongebruikelijk. In het totale ruisachtige spectrum van een ventilator vallen deze meestal niet of nauwelijks op.

Figuur 10, FFT analyse bij meetpunt B (tuin) Uit figuur 10 blijkt dat er in de tuin van de woning weinig overblijft van de eerder op korte afstand gemeten frequentiepieken bij de ventilator. Het hoogste niveau is te zien bij 27.5 Hz maar is vrijwel even hoog als de overige frequenties in dat gebied. Er is nog een piek bij 77.5 Hz en bij 90 Hz, maar die waren niet duidelijk te zien dichtbij de ventilator bron.

De FFT niveaus zijn lineair gemeten. De absolute niveaus verschillen bij het meetpunt niet of nauwelijks bij de situatie ventilator uit of aan. De Leq metingen zijn A-gewogen en laten bij het meetpunt tuin wel een duidelijke afname zien bij de 100 Hz. tertsband.

Op verzoek is er ook bij de deur van de koelcel gemeten. Deze ligt circa 7 meter links van de ventilatoren en geeft toegang tot de gekoelde laad/los ruimte voor de vrachtwagens.

Figuur 11, FFT spectrum bij de deur naar de koelcel. Indien verondersteld wordt dat het geluidseffect van de ventilatoren hier minder is (de meting was op 1 meter van de koeldeur en op 7 meter vanaf de ventilator) dan is de dominante piek rond 22.5/25 Hz. duidelijk aanwezig en ook bij 400 Hz.

Figuur 12, zijwand richting noorden. In figuur 12 is de FFT te zien, gemeten op 1 meter vanuit de zijmuur richting noorden. Dit is circa 10 meter vanaf de hoek van het gebouw. Het geluid van de ventilator was niet hoorbaar op dit punt. Ook hier valt de piek bij 22.5/25 Hz. op en deels bij 90 Hz. en bij 400 Hz.

Figuur 13, meting zijmuur noord, de koeling (binnen) uitgeschakeld.

Uit figuur 13 blijkt, dat indien de koeling (compressoren) binnen in de bedrijfshal worden uitgeschakeld, eigenlijk alle pieken zijn verdwenen en een ruisachtig spectrum overblijft.

Figuur 14, FFT analyse in de woonkamer, geen brongeluid

Bij afwezigheid van de geluidsbronnen in het bedrijf zijn er geen opvallende pieken in de woning te zien.

Figuur 15, meting in de woning, ventilator aan

Het inschakelen van de ventilator levert geen ander FFT plaatje op dan zonder ventilator.

Figuur 16, tweede meting in de woning.

De FFT analyse van de tweede meting werd verstoord door een bestelauto die op straat kwam aanrijden. Verder zijn de pieken rond 100 Hz. vrijwel gelijk aan de vorige FFT (met ventilator) maar ook vrijwel gelijk aan de FFT zonder ventilator.

3. Conclusie Uit de metingen blijkt dat het geluidseffect van de ventilatoren meetbaar is in de tuin van de woningen aan de overzijde. Dat is ook vrij logisch, het geluidsverschil tussen uitgeschakeld en ingeschakeld is hoorbaar. Daarbij valt de 100 Hz. tertsband op.

Uit metingen met FFT analyse blijkt dat er in de woning geen specifieke frequentie is gemeten en ook niet gehoord. Dit in tegenstelling tot de meting dichtbij de ventilator, waar diverse pieken te zien zijn in het FFT spectrum, hetgeen overigens niet ongebruikelijk is dichtbij een geluidsbron. Uit nadere analyse blijkt dat de koeltechniek in de bedrijfshal (compressoren) een uitstraling via de oostgevel en noordgevel van het gebouw geeft. Daarbij is specifiek een piek van 22.5 Hz te zien en ook enkele pieken rond 100 Hz. Het bijzondere is dat die effecten niet terug te zien zijn bij het meetpunt tuin en meetpunt in de woning.

Het bedrijf moet voldoen aan de standaard geluidsnormen uit het Activiteitenbesluit. Dit betekent voor de nachtperiode 40 dB(A), avondperiode 45 dB(A) en dagperiode 50 dB(A). Het is door de eerste en tweede serie metingen niet aangetoond dat het bedrijf daar niet aan voldoet, evenwel ook niet dat het bedrijf daar wel aan voldoet. Daarvoor zou een stille periode (latere avond) onder volle bedrijfscondities met westenwind uitsluitsel geven.

Om geluidsoverlast door specifieke tonen te verminderen kan overwogen worden om de ventilatoren aan de noordkant van het gebouw te zetten, evenwel is ook het inpakken of afschermen van de koeltechniek (compressoren, niet verder onderzocht) in het gebouw aan te bevelen.

Opvallend: Diverse piekfrequenties bij de muur van de koelcel, met name 25 Hz Dit is dan weer wel een klein beetje terug te zien in de woning, maar de 100 Hz weer niet.

Oplossing voor buiten bij Arenosa: ventilatoren verplaatsen naar om de hoek, Oplossing voor binnen bij Arenosa: omkasting van motorgedeelte koeling

Beleidsregel ontwikkelingen landelijk gebied Flevoland Geldend van 01-01-2024 t/m heden Intitulé Beleidsregel ontwikkelingen landelijk gebied Flevoland

Gedeputeerde Staten van Flevoland, Overwegende, dat het landelijk gebied vitaal moet blijven; dat de vitaliteit van het landelijk gebied vergroot kan worden door de gebruiksmogelijkheden ervan af te stemmen op de maatschappelijke behoeften; dat in Flevoland sprake is van verdergaande schaalvergroting en herstructurering van de landbouw; dat er als gevolg daarvan agrarische bouwpercelen en agrarische bebouwing vrijkomt; dat het van belang is meer ruimte te bieden aan nieuwe agrarisch aanverwante en niet-agrarische activiteiten; dat voor agrarisch aanverwante activiteiten de behoefte bestaat om (voormalige) agrarische bouwpercelen te vergroten; dat verruiming van de gebruiksmogelijkheden in het landelijk gebied er niet toe mag leiden, dat de reeds in het landelijk gebied aanwezige activiteiten en functies gehinderd worden, noch dat het landelijk gebied verstedelijkt; dat dit er niet toe mag leiden dat het voortbestaan van basisvoorzieningen in de kleine kernen en de ontwikkeling van bestaande bedrijventerreinen wordt bemoeilijkt door daarmee te zeer concurrerende activiteiten; dat het voorts van belang is, dat de activiteiten en de (voormalige) agrarische bouwpercelen landschappelijk, milieutechnisch en verkeerskundig goed worden ingepast; dat dit vraagt om een zorgvuldige regie, opdat de ontwikkelingsmogelijkheden van de landbouw én de kwaliteit van het landelijk gebied

behouden blijven of zelfs verder versterkt worden; dat het derhalve wenselijk is om het kader voor de verschillende ontwikkelingen in het landelijk gebied op de (voormalige) agrarische bouwpercelen, zoals geformuleerd in het Omgevingsprogramma Flevoland, nader uit te werken in deze beleidsregel en zodoende inzicht te verschaffen in het beleid dat wordt gehanteerd bij de vestigings- en uitbreidingsmogelijkheden van niet-agrarische en agrarisch aanverwante activiteiten in het landelijk gebied; dat Gedeputeerde Staten een dergelijke beleidsregel hebben uitgewerkt en daarmee nadere invulling geven aan de uitgangspunten zoals die in de Omgevingsvisie FlevolandStraks en het Omgevingsprogramma Flevoland staan opgenomen;

dat naast deze beleidsregel op experimentele basis de mogelijkheid bestaat voor integrale ontwikkelingen, waarvoor het beleid in het Omgevingsprogramma Flevoland en deze beleidsregel te beperkend is, mits wordt voldaan aan de in het Omgevingsprogramma Flevoland gestelde voorwaarden; dat de uitgangspunten in deze beleidsregel mede een nadere concretisering bieden van onderdelen van de Lijst van gevallen van provinciaal belang waarin op grond van het bepaalde in artikel 16.15a onder d Omgevingswet en artikel 4.25 lid 3 van het Omgevingsbesluit gevallen van provinciaal belang worden aangewezen waarin Gedeputeerde Staten om: •

• advies moeten worden gevraagd over een ingediende aanvraag om omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit en

•

• instemming op een voorgenomen beslissing op een aanvraag om omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit moeten worden gevraagd;

dat deze beleidsregel mede aangeeft wanneer Gedeputeerde Staten overwegen om gebruik te maken van de bevoegdheid: •

• een reactieve interventie te plegen ten aanzien van een onderdeel van een besluit tot vaststelling of wijziging van een omgevingsplan als bedoeld in artikel 16.21 Omgevingswet;

•

• een aanwijzing te geven ten aanzien van gemeentelijke projectbesluiten als bedoeld in artikel 16.15a onder d Omgevingswet (omgevingsvergunningen voor buitenplanse omgevingsactiviteiten);

dat indien niet voldaan is aan deze beleidsregel Gedeputeerde Staten overwegen zienswijzen in te dienen met betrekking tot een omgevingsplan (artikel 16.30 Omgevingswet) of een gemeentelijk project van publiek belang (artikel 5.55 en 16.71 Omgevingswet); dat deze beleidsregel inhoudelijk een voortzetting is van de beleidsregel Kleinschalige ontwikkelingen in het landelijk gebied 2008; dat gelet op het feit, dat geen inhoudelijke wijzigingen zijn doorgevoerd, is afgezien van het opnieuw ter inzage leggen van deze beleidsregel; dat dit ook niet nodig is, omdat de ontwerp beleidsregel Kleinschalige ontwikkelingen in het Landelijk Gebied 2008 met ingang van 30 oktober 2006 gedurende 6 weken voor iedereen ter inzage heeft gelegen, de ontvankelijke zienswijzen bij de vaststelling van de beleidsregel zijn afgewogen en de beleidsregel in aangepaste vorm door Gedeputeerde Staten conform de destijds opgestelde antwoordnota, waarin de zienswijzen in samengevatte vorm waren opgenomen en de aanpassingen ten opzichte van het ontwerp van de beleidsregel waren aangegeven, is vastgesteld op 24 april 2007; Gelet op artikel 4:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de artikelen 5.55, 16.15a, 16.21, 16.30, 16.71 en 22.1, alsmede gelet op het Omgevingsprogramma Flevoland; Gelezen het voorstel van 22 augustus 2022 met kenmerk 2855346. Besluiten:

Vast te stellen de navolgende beleidsregel: Beleidsregel ontwikkelingen landelijk gebied Flevoland Artikel 1 (Inleiding) Het landelijk gebied van Flevoland heeft voor een groot deel een agrarische functie. Ontwikkelingen in de landbouwsector maken het wenselijk meer ruimte te bieden aan (kleinschalige) niet-agrarische of agrarisch aanverwante activiteiten en vergroting van (voormalige) agrarische bouwpercelen, voor zover deze de bestaande activiteiten en functies niet hinderen, niet leiden tot verstedelijking van het landelijk gebied en landschappelijk, milieutechnisch en verkeerskundig goed worden ingepast. Daarbij dienen de ontwikkelingsmogelijkheden van de landbouw behouden te blijven of verder versterkt te worden. Artikel 2 (Doel van de beleidsregel) Met deze beleidsregel willen Gedeputeerde Staten aangeven op welke wijze zij omgaan met de uitgangspunten zoals die in de Omgevingsvisie FlevolandStraks en het Omgevingsprogramma Flevoland zijn geformuleerd met betrekking tot ontwikkelingen in het landelijk gebied. Met deze beleidsregel willen Gedeputeerde Staten aangeven op welke wijze zij omgaan met de uitgangspunten zoals die in het Omgevingsprogramma Flevoland zijn geformuleerd met betrekking ontwikkelingen in het landelijk gebied.

Indien niet voldaan is aan deze beleidsregel zullen Gedeputeerde Staten overwegen zienswijzen in te dienen met betrekking tot een omgevingsplan (artikel 16.30 Omgevingswet) of een gemeentelijk project van publiek belang (artikel 5.55 en 16.71 Omgevingswet). Voorts overwegen Gedeputeerde Staten om ten aanzien van een besluit tot vaststelling of wijziging van een omgevingsplan een reactieve interventie (artikel 16.21 Omgevingswet) te geven, die ertoe strekt dat een onderdeel van het plan geen deel daarvan uitmaakt. Ten aanzien van een aanvraag om omgevingsvergunning voor omgevingsplanactiviteit van provinciaal belang (artikel 16.15a Omgevingswet) brengen Gedeputeerde Staten advies uit over de aanvraag conform deze beleidsregel. Indien het bevoegd gezag voor de omgevingsvergunning dit advies niet opvolgt overwegen Gedeputeerde Staten conform artikel 4.38 Omgevingsbesluit instemming te onthouden. De onderhavige beleidsregel heeft betrekking op het landelijke gebied van Flevoland, met uitzondering van (voormalige) agrarische bouwpercelen binnen het (te ontwikkelen) Natuur Netwerk Nederland (NNN). Ook landgoederen worden in deze beleidsregel buiten beschouwing gelaten, omdat hiervoor specifiek beleid ontwikkeld is.

Hetzelfde geldt voor de in de Omgevingsvisie FlevolandStraks en Omgevingsprogramma Flevoland genoemde integrale ontwikkelingen die onder daar genoemde voorwaarden op experimentele basis kunnen worden uitgezet. Artikel 3 (Begripsomschrijvingen) Agrarische activiteiten: activiteiten die door hun aard onlosmakelijk verbonden zijn aan het functioneren van een agrarisch bedrijf. Agrarisch aanverwante activiteiten: activiteiten die door hun aard (niet onlosmakelijk) verbonden zijn aan de agrarische activiteit(en) van een agrarisch bedrijf. Agrarisch bouwperceel: Onder agrarisch bouwperceel wordt verstaan het vlak waarop de (agrarische en woon-) bebouwing mag worden gerealiseerd én de strook waarop de erfsingel gesitueerd is. Het bouwperceel wordt onderscheiden van de productiegronden waarop de gewassen staan en/of het vee wordt geweid. Erfsingel : Strook van opgaande inheemse beplanting (struiken én bomen) aan ten minste drie zijden rondom een (voormalig) agrarisch bouwperceel. Deze strook van erfbeplanting is ten minste 6 meter breed met daarnaast een ruimte van 4 meter tot de bebouwing om de boomspiegel tot wasdom te laten komen. Landelijk gebied: het gebied buiten de op de kaart Stedelijk gebied uit het Omgevingsprogramma Flevoland aangewezen stedelijke gebieden (steden en dorpen).

Niet-agrarische activiteiten: activiteiten die door hun aard per definitie niet verbonden zijn aan het agrarisch bedrijf. Artikel 4 (Inhoud) Geen belemmering voor bestaande activiteiten en functies •

4.1. Niet-agrarische en/of agrarisch aanverwante activiteiten op (voormalige) agrarische bouwpercelen zijn mogelijk, tenzij belemmeringen en hinder ontstaan voor het functioneren van de naastgelegen (agrarische) bedrijven en/of activiteiten, zoals wonen en recreëren. Indien nodig en mogelijk zal dit nader worden geregeld in een omgevingsvergunning.

Voorkomen van verstedelijking landelijk gebied •

4.2 Niet-agrarische en/of agrarisch aanverwante activiteiten op (voormalige) agrarische bouwpercelen zijn mogelijk, mits deze activiteiten in opzet en ontwikkelingsperspectief kleinschalig van karakter zijn en blijven.

•

Hiervoor geldt dat: o

a. de schaal van een activiteit bepaald wordt door de aard, de omvang, de verkeersaantrekkende werking en het aantal werknemers. In de tabellen 1 en 2 in de bijlage bij deze beleidsregel is voor een aantal activiteiten een indicatie van de bedoelde activiteit gegeven;

o

b. niet-agrarische en agrarisch aanverwante activiteiten hebben indien mogelijk plaats in bestaande bebouwing;

o

c. voor niet-agrarische activiteiten in totaal maximaal 30 % van het (voormalig) agrarisch bouwperceel bebouwd mag worden. De volgende uitzonderingen zijn hierop van toepassing: ▪

1. detailhandel is toegestaan tot een maximum van 200 m2 bruto vloeroppervlak per (voormalig) agrarisch bouwperceel voor de verkoop van eigen of in de streek gekweekte of vervaardigde producten (opslag niet meegerekend) en/of voor de verkoop van producten met een directe binding aan op grond van deze beleidsregel toegestane toeristisch-recreatieve voorzieningen;

▪

2. een café en/of restaurant is toegestaan tot een maximum van 500 m2 per (voormalig) agrarisch bouwperceel;

▪

3.

huisvesting van tijdelijke aard van meer dan 50 arbeidsmigranten op (voormalige) agrarische bouwpercelen in de gemeente Noordoostpolder o

d. voor agrarisch aanverwante activiteiten geen maximum bebouwd oppervlakte gesteld wordt. De volgende uitzonderingen zijn hierop van toepassing: ▪

1. bouwwerken ten behoeve van de be- en/of verwerking van eigen of in de streek gekweekte of vervaardigde producten zijn toegestaan tot een maximum van 500 m2 per (voormalig) agrarisch bouwperceel;

▪

2. bouwwerken ten behoeve van de be- en/of verwerking van mest en andere biomassa zijn toegestaan tot een maximum van 1000 m2 per (voormalig) agrarisch bouwperceel;

▪

3. bebouwing in de vorm van teeltondersteunend glas is toegestaan tot een maximum van 2500 m2 per (voormalig) agrarisch bouwperceel.

•

4.3 Niet toegestaan zijn niet-agrarische en/of agrarisch aanverwante activiteiten die qua aard, omvang, verkeersaantrekkende werking en aantal werknemers primair thuishoren op een bedrijventerrein of industrieterrein dan wel in of aansluitend aan de bebouwde kom. Dit geldt in ieder geval maar niet uitsluitend voor activiteiten die vallen in zone 4 van milieuzonering conform bijlage 3 van de beleidsregel.

•

4.4 Per (voormalig) agrarisch bouwperceel wordt uitgegaan van één woning. Vrijgekomen boerderijwoningen kunnen worden gebruikt voor algemene bewoning.

•

4.5 Vergroting van het (voormalige) agrarische bouwperceel is mogelijk, mits: o

a. de ruimtelijke mogelijkheden voor verhoging van het bebouwingspercentage zijn verkend en te beperkt zijn bevonden;

o

b. bij de aanvraag tot vergroting van het (voormalige) agrarische bouwperceel wordt aangegeven waarom de gevraagde vergroting noodzakelijk is voor de ontwikkeling van het agrarische bedrijf of niet-agrarische en/of agrarisch aanverwante activiteit. Daarbij wordt ook het toekomstperspectief van het desbetreffende bedrijf of activiteit in beschouwing genomen, waarbij mede de beste locatie wordt betrokken;

o

c.

wordt voldaan aan de volgende regeling: ▪

1. voor uitbreidingen van (voormalige) agrarische bouwpercelen tot in totaal 2,5 hectare kan een mogelijkheid voor een binnenplanse omgevingsplanacitivteit in het omgevingsplan worden opgenomen voor zover dat niet reeds in het vigerende omgevingsplan is opgenomen;

▪

2. Voor samenvoeging van twee naast elkaar gelegen (voormalige) agrarische bouwpercelen kan een binnenplanse omgevingsplanacitivteit in het omgevingsplan worden opgenomen;

▪

3. voor uitbreidingen waarbij het (voormalige) agrarische bouwperceel in totaal groter wordt dan 2,5 hectare is een herziening van het omgevingsplan of een projectbesluit noodzakelijk;

•

4.6 Het ruimtelijk splitsen van een (voormalig) agrarisch bouwperceel is niet toegestaan.

Landschappelijke inpassing •

4.7 Vergroting van de (voormalige) agrarische bouwpercelen en ontwikkeling van niet-agrarische en/of agrarisch aanverwante activiteiten is mogelijk, tenzij de landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten worden aangetast. Hiervoor geldt dat: o

a. bij niet-agrarische en/of agrarisch aanverwante activiteiten de erfsingel behouden moet blijven of hersteld moet worden;

o

b. de vergroting van het (voormalige) agrarische bouwperceel landschappelijk wordt ingepast, door middel van het herstellen of opnieuw aanplanten van de erfsingel;

o

c. er naar gestreefd dient te worden, dat de vorm van het (voormalige) agrarische bouwperceel past in het aanwezige landschap.

Verkeerskundige inpassing •

4.8 Vergroting van de (voormalige) agrarische bouwpercelen dan wel de ontwikkeling van nietagrarische en/of agrarisch aanverwante activiteiten op (voormalige) agrarische bouwpercelen zijn mogelijk, tenzij dit leidt tot knelpunten of onveilige situaties in de verkeersafwikkeling.

Voorts geldt dat: o

a. voorzien moet worden in voldoende manoeuvreerruimte op het eigen (voormalige) agrarische bouwperceel;

o

b. er bij voorkeur geen sprake is van meer dan één uitrit op een provinciale weg indien van toepassing;

o

c. parkeren geschiedt op het eigen (voormalige) agrarische bouwperceel;

o

d. de niet-agrarische en/of agrarisch aanverwante activiteiten op het (voormalig) agrarisch bouwperceel zijn afgestemd op de aard en capaciteit van de weg en omliggende wegen waaraan het betreffende bouwperceel is gelegen.

•

4.9 Er wordt naar gestreefd, dat recreatieve en/of toeristische activiteiten en andere publieksaantrekkende activiteiten goed bereikbaar zijn met openbaar vervoer en fiets.

Artikel 5 (Intrekking en overgangsrecht) De beleidsregel ‘Kleinschalige ontwikkelingen in het Landelijk gebied 2008’ wordt ingetrokken. Deze beleidsregels blijven van toepassing op gevallen die onder het overgangsrecht van de Omgevingswet vallen. Artikel 6 (Inwerkingtreding) Deze beleidsregel treedt in werking op het tijdstip dat de Omgevingswet in werking treedt. Artikel 7 (Citeerartikel) Deze beleidsregel wordt aangehaald als “Beleidsregel ontwikkelingen landelijk gebied Flevoland“. Ondertekening Aldus besloten in de vergadering van Gedeputeerde Staten van Flevoland op 6 september 2022. Gedeputeerde Staten van Flevoland, de secretaris de voorzitter

Besluit:

1. Voor het woonbehoefteonderzoek van Companen in het kader van de provinciale Woonagenda, een aanvullende steekproef uit de BRP (Basis Registratie Personen) te trekken. 2. Ten behoeve van dit onderzoek akkoord te gaan met de levering van NAW (Naam, Adres, Woonplaats)-gegevens uit de BRP. 3.4

Wijziging Nadere regels voorzieningen huisvesting onderwijs Gemeente Lelystad De gemeente heeft in overleg met de Lelystadse schoolbesturen regels opgesteld voor de procedure onderwijshuisvesting: de Nadere regels voorzieningen huisvesting onderwijs Gemeente Lelystad. Deze nadere regels dateren uit 2016 en beschrijven de procedure om te komen tot een zo goed mogelijk en rechtmatig - voorzieningenniveau. In de afgelopen periode zijn deze nadere regels in overleg met de schoolbesturen geactualiseerd. Daarom wordt het college voorgesteld om de herziene Nadere regels voorzieningen huisvesting onderwijs Gemeente Lelystad 2022 vast te stellen. Besluit:

1. De Nadere regels voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Lelystad 2022, inclusief bijlagen, vast te stellen en te ondertekenen. 2. De Nadere regels voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Lelystad 2016 in te trekken met ingang van de dag na die waarop de nadere regels voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Lelystad 2022 is bekend gemaakt. 3.5

Besluit op bezwaar Jupiterweg Op 16 december 2020 heeft bezwaarmaker een handhavingsverzoek ingediend vanwege (geluids)overlast afkomstig vanaf het tegenovergelegen agrarische bedrijf Arenosa. Op 21 maart 2021 heeft het college het handhavingsverzoek afgewezen. 12 April 2021 heeft bezwaarmaker bezwaar ingediend tegen de afwijzing van het handhavingsverzoek. Bezwaarmaker wenst handhaving van het bestemmingsplan en optreden tegen geluidsoverlast. Op 7 maart 2022 heeft de commissie bezwaarschriften haar advies uitgebracht. Besluit:

1. Het bezwaar gericht tegen het besluit van 15 maart 2021 ontvankelijk te verklaren. 2. Het bestreden besluit van 15 maart 2021 te herroepen met inachtneming van het advies van de commissie bezwaarschriften. 3. De proceskostenvergoeding toe te kennen nu het bestreden besluit niet in stand kan blijven. 4

Voorstellen B-procedure

4.1

Hoofdontsluiting toekomstig Ziekenhuisgebied In 2021 is een intentieovereenkomst gesloten tussen de gemeente Lelystad en ziekenhuis St Jansdal waarin afspraken zijn gemaakt over de samenwerking voor de gebiedsontwikkeling. St Jansdal kijkt voor de toekomst naar de Pagina 2

ontwikkeling van een nieuw ziekenhuis binnen het concept van een zorgcampus. St Jansdal wil in 2022/2023 een eerste stedenbouwkundige opzet van het gebied maken en hiervoor is het van belang dat er een goed en verkeersveilig principe voor infrastructuur ligt. De gemeente heeft hiervoor een principebesluit voor de hoofdontsluiting opgesteld en dit besproken met belanghebbenden in het gebied, te weten St Jansdal, Coloriet, Centrada, GGZ Meerzicht en de brandweer. Daarbij wordt, net als in de huidige situatie, uitgegaan van een hoofdontsluiting van het ziekenhuis op de Ziekenhuisweg voor bezoekers en personeel. Voor de eerste hulp en ambulances is een nieuwe rechtstreekse aansluiting op de Zuigerplasdreef geschetst. Tenslotte zijn er ideeën om de parkeerplaatsen van GGZ Meerzicht en woongebouw De Leyakkers (Centrada) in de toekomst rechtstreeks op de Gordiaandreef aan te sluiten. Automobilisten met deze bestemming kruisen dan niet meer het doorgaande fietspad. Besluit:

Het principe voor de hoofdontsluiting van het toekomstig Ziekenhuisgebied, zoals weergegeven op de tekening in bijlage 1, vast te stellen als uitgangspunt voor het integrale stedenbouwkundige plan voor het ziekenhuisgebied, met:

 

4.2

Een aansluiting op de Zuigerplasdreef voor de ontsluiting van de eerste hulp en voor ambulances; Een aansluiting op de Ziekenhuisweg voor het parkeerterrein van het Ziekenhuis en bewoners/gebruikers van het toekomstige Ziekenhuisgebied; Een aansluiting op de Gordiaandreef voor de bereikbaarheid van de parkeerplaatsen van GGZ Meerzicht en woongebouw De Leyakkers (Centrada).

Concept IHP Jaarprogramma 2022-2023 Goede schoolgebouwen kunnen een belangrijke stimulerende en ondersteunende bijdrage leveren aan de kwaliteit van het onderwijs. Op basis van dit uitgangspunt geeft de gemeente Lelystad invulling aan haar wettelijke taak om te zorgen voor een ‘voldoende en adequate’ huisvesting voor het primair, speciaal en voortgezet onderwijs in de stad. In het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs (IHP) geeft het college jaarlijks aan hoe hier concrete uitvoering aan wordt gegeven. In het IHP jaarprogramma voor 2022-2023 zijn de geplande investeringen in de Lelystadse schoolgebouwen voor het huidige en komende jaar opgenomen en waar nodig aangepast aan de actualiteit. Het IHP jaarprogramma is tot stand gekomen in samenspraak met de besturen van de Lelystadse scholen. De schoolbesturen zijn ook in de gelegenheid gesteld om aanvragen in te dienen voor nieuwe onderwijshuisvestingsvoorzieningen waarvoor de gemeente verantwoordelijk is. Het IHP kan dan ook worden gezien als het totaal van de – voor zover mogelijk - op elkaar afgestemde onderwijshuisvestingsplannen van zowel de gemeente als de schoolbesturen. Het college wordt voorgesteld om het IHP jaarprogramma 2022-2023 in eerste instantie in concept vast te stellen en aan de gemeenteraad aan te bieden ter kennisname.

Over de financiële consequenties van het IHP beslist de raad bij de behandeling van de Kadernota en Programmabegroting. Definitieve besluitvorming over het IHP jaarprogramma 2022-2023 vindt vervolgens plaats na vaststelling van de Programmabegroting 2023, waarna de voor 2023 geplande investeringen kunnen worden uitgevoerd. Pagina 3

Besluit:

1.Het concept Integraal Huisvesting Plan Onderwijs (IHP) jaarprogramma 20222023 vast te stellen en daarmee: a. In te stemmen met de daarin opgenomen investeringen en bijbehorende kapitaallasten en exploitatielasten. b. De financiële consequenties (kapitaallasten) voor de begroting 2023-2026 voortvloeiend uit de bijstelling van de IHP -investeringen te betrekken bij de integrale afweging bij de begroting 2023-2026, voor de jaren 2023-2026 respectievelijk, € 36.822 (voordeel), € 52.934 (nadeel), € 65.420 (voordeel) en € 77.681 (voordeel); c. De financiële consequenties voor de begroting 2023-2026 voortvloeiend uit de bijstelling van de IHP -exploitatielasten te betrekken bij de integrale afweging bij de begroting 2023-2026 , te weten voor de jaren 2023-2026, € 170.000 (nadeel), € 37.741 (nadeel), € 112.259 (voordeel) en € 112.259 voordeel. 2. Het concept IHP jaarprogramma 2022-2023 met bijgaande brief en samenvatting (bijlage 1) ter kennisneming aan te bieden aan de raad. 3. De raad voor te stellen om: a) De afschrijvingstermijn voor permanente gebouwen die voldoen aan de vastgestelde duurzaamheidseisen en die zijn gebouwd vanaf 2022, gelijk te trekken met de levensduur van deze gebouwen zoals benoemd in de verordening huisvesting onderwijs en de afschrijvingstermijn daarmee te verlengen van 40 naar 60 jaar.

b) Deze wijziging op te nemen in het Integraal Huisvestingsplan en te verwerken in de Programmabegroting 2023 en verder. c) De nota Waarderen, Activeren en Afschrijven bij de eerstvolgende herziening hierop eveneens aan te passen. 4.3

Lening SVL '67 Het college heeft besloten om de voetbalvereniging SVL’67 een lening te verstrekken om tot een definitieve oplossing te komen voor de huurachterstand bij het Sportbedrijf Lelystad. De club kwam in financiële moeilijkheden door een combinatie van factoren. Door onrust binnen de vereniging is het ledenaantal gedaald. Het huidige bestuur is in 2019 aangetreden na heftige interne discussie in de club en het aftreden van vorige bestuur. Het leenbedrag wordt direct aan het Sportbedrijf Lelystad uitbetaald ter zekerheid van de betaling en hun exploitatie. Daarmee is de gehele schuld ingelost. De club betaald de lening terug aan de gemeente over een periode van 40 jaar tegen een rente van 2,0%. Besluit:

1. Een lening te verstrekken van € 50.000,= aan SVL ’67 tegen een rentepercentage van 2,0% en een looptijd van 40 jaar. 2. Deze rechtstreeks aan de N.V. Sportbedrijf Lelystad uit te betalen ter garantie van betaling van dit deel van de huurachterstand.

4.4

Kaders afvalbakken Het college heeft besloten om het voorliggende voorstel voor te leggen aan de gemeenteraad. Op 28 april 2020 heeft de raad, als onderdeel van de korting op de ICL, besloten om 40% van het areaal afvalbakken te verminderen. Amendement n.a.v.: Het document “59.200001433 rv Uitwerking herijking MJR KSP Openbare Ruimte” ligt aan dit VB ten grondslag. Pagina 4

Besluit:

De raad voor te stellen:

1. Afvalbakken te behouden in de KSP gebieden met een kwaliteitsambitie A en B. Het gaat hierbij om: a. Centrum gebieden; b. Sub-centrum gebieden; c. Bushaltes. 2. Afvalbakken te behouden in de KSP gebieden met een kwaliteitsambitie C. Het gaat hierbij om: a. Recreatiegebieden; b. Speeltuinen; c. Bij invalspaden van parken. 3. Afvalbakken te verwijderen in de KSP gebieden met een kwaliteitsambitie C. het gaat hierbij om: a. Bushaltes; b. Parken, met uitzondering van invalspaden, conform Beheerplan Parken; c. Schoolgebieden; d. Woongebieden; e. Buitengebied. 4. In die gebieden en op die locaties waar standaard geen afvalbakken meer worden geplaatst de mogelijkheid te bieden van een participatiebak. 5. Zwerfafvalluikjes te plaatsen in alle ondergrondse afvalcontainers, voor restafval. en hiervoor eenmalig € 160.000 beschikbaar te stellen uit de ROS. 6. Afvalbakken te plaatsen bij invalspaden van parken en bij grotere speelvoorzieningen. 4.5

Beantwoording schriftelijke vragen van D66 inzake “overzicht correspondentie en contact met Jeugd Lelystad” De fractie van D66 heeft schriftelijke vragen gesteld op grond van artikel 36 van het Reglement van Orde inzake "Overzicht correspondentie en contact met Jeugd Lelystad". Het college beantwoordt de vragen met deze brief. Besluit:

1. De schriftelijke vragen van de fractie D66 inzake "Overzicht correspondentie en contact met Jeugd Lelystad" met de bijgevoegde brief te beantwoorden.

4.6

Ontwerp programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026 van Veiligheidsregio Flevoland Het college heeft kennisgenomen van de ontwerp programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026 van de Veiligheidsregio Flevoland en de raad voorgesteld geen zienswijze in te dienen. Besluit:

Pagina 5

De raad voor te stellen geen zienswijze in te dienen op de ontwerp programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024- 2026 van de Veiligheidsregio Flevoland. 4.7

Jaarstukken 2021 van de Veiligheidsregio Flevoland Het college heeft kennisgenomen van de jaarstukken 2021 van de Veiligheidsregio Flevoland en biedt deze ter informatie aan de raad aan. In de jaarstukken zijn de beleids- en financiële resultaten van Veiligheidsregio Flevoland verantwoord. De beleidsmatige toelichting op de jaarstukken laat zien dat er veel en positieve resultaten geboekt zijn. Organisatie en bestuur hebben daarnaast gezamenlijk een forse inspanning gepleegd om de doorlopende Covidcrisis te beheersen. De jaarrekening sluit met een positief resultaat van € 1.789.125 en dit resultaat is tot stand gekomen door voornamelijk incidentele voor- en nadelen mede als gevolg van de Coronacrisis. Gezien de hoogte van het weerstandsvermogen is het mogelijk om een bedrag terug te storten naar de gemeenten. Het voorstel is om het gehele resultaat € 1.789.125 te retourneren. Besluit:

1. Kennis te nemen van de jaarstukken 2021 van de veiligheidsregio Flevoland. 2. De jaarstukken 2021 van de Veiligheidsregio Flevoland ter informatie aan de raad aan te bieden met de bijgevoegde informatienota. Vastgesteld in de vergadering van 25 april 2022. de secretaris,

de voorzitter,

Pagina 6

Vragen Als u nog vragen heeft over deze brief dan kunt u contact opnemen met de behandelend juridisch medewerker van het team Stadstoezicht, . Op werkdagen telefonisch bereikbaar op nummer 140320.

Hoogachtend, het college van de gemeente Lelystad, namens deze, De burgemeester,

De gemeente secretaris,

A.E.H. Baltus

N. van den Bergh

Bijlage: advies bezwaarcommissie, uitslag onderzoek Omgevingsdienst

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lelystad&id=50ef20dd-441c-47ba-a08b-7d6afb32df8a