4.3 NL22-648800269-15335 (DEF) + addendum
Tekst van het document
Notitie Onderwerp: Distributiecentrum JYSK, Lelystad – onderzoek stikstofdepositie Projectnummer: 51005843 Referentienummer: NL22-648800269-15335 Datum: 25-01-2022
1
Aanleiding
JYSK is voornemens om circa 25 ha grond van gemeente Lelystad aan te kopen ten behoeve van de realisatie van een distributiecentrum in Nederland. Binnen het plangebied is ruimte voor een aantal (opslag-)panden, een terrein voor buitenopslag, en parkeerplaatsen. Voor de planontwikkeling van het distributiecentrum wordt een bestemmingsplan opgesteld. Om de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan aan te tonen is een onderzoek naar stikstofdepositie benodigd. Het plangebied is onderdeel van een toekomstig bedrijventerrein gelegen ten noorden van het industriegebied Oostervaart in Lelystad, welke is omringd door de waterloop ‘Forellentocht’. Het plangebied van 3 kavels ligt ten noordoosten van het bedrijf ‘Orgaworld Vergisting Biocel’, ten zuiden van de forellentocht en de IJsselmeerdijk, en ten noordwesten van een aantal kavels met zonnepanelen. Deze locatie heeft momenteel een agrarische functie. De locatie is te zien op Figuur 1. Een stedenbouwkundig schetsontwerp van het plangebied is weergegeven in Figuur 2. In deze notitie is het onderzoek stikstofdepositie beschreven. Hierbij is in het kader van de wet- en regelgeving voor natuur nagegaan of er vanuit deze wet- en regelgeving mogelijke belemmeringen zijn voor de planontwikkeling.
Als onderdeel hiervan dienen de effecten van het plan op de stikstofdepositie in stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden inzichtelijk te worden gemaakt. Daarbij dient te worden nagegaan of ten gevolge van het plan significante negatieve effecten optreden in 1) stikstofgevoelige habitattypen en/of 2) stikstofgevoelige leefgebieden. In deze notitie zijn de uitgangspunten en resultaten vastgelegd van de berekeningen van de stikstofdepositie als gevolg van de voorgenomen planontwikkeling, waarbij rekening wordt gehouden met de gebruiksfase. De aanlegfase van de voorgenomen planontwikkeling is niet beschouwd. In de Wet stikstofreductie en natuurverbetering is een partiële vrijstelling voor de tijdelijke emissies gedurende de aanlegfase van bouwwerkzaamheden opgenomen. Deze wet is sinds 1 juli 2021 in werking. Figuur 3 toont een beslisboom voor de toestemmingsverlening stikstofdepositie bij nieuwe activiteiten conform de recente beleidslijnen. Deze notitie voorziet in stap 1 (AERIUS-berekening) en een beschouwing van stap 2 (Intern salderen).
Sweco Robijnstraat 11 1812 RB Alkmaar Postbus 214 1800 AE Alkmaar
T +31 88 811 66 00 www.sweco.nl
Sweco Nederland B.V. Alkmaar Handelsregister 30129769 Statutair gevestigd te De Bilt 1 (15)
Figuur 1: Locatie plangebied in rood
Figuur 2: Stedenbouwkundig schetsontwerp (Project J)
2 (15)
Figuur 3: Stappenplan toestemmingverlening stikstofdepositie bij nieuwe activiteiten
3 (15)
2
Juridisch kader
2.1 Wet natuurbescherming Bescherming van Natura 2000-gebieden vindt plaats op grond van de Wet natuurbescherming (Wnb). Onder Natura 2000-gebieden vallen de gebieden die op grond van de Europese Vogelrichtlijn en/of Habitatrichtlijn zijn aangewezen. De essentie van het beschermingsregime voor deze gebieden is dat de duurzame instandhouding van soorten en habitats binnen de Europese Unie wordt gewaarborgd. Daarbij zijn instandhoudingsdoelstellingen geformuleerd voor natuurlijke habitats en/of soorten. Dit kunnen behoudsdoelstellingen zijn voor habitats en leefgebieden van soorten die zich al op het gewenste niveau (kwalitatief en kwantitatief) bevinden of uitbreidings- respectievelijk verbeterdoelstellingen voor habitats en leefgebieden van soorten die zich nog niet op het gewenste niveau bevinden. Om dit toetsbaar te maken kent de Wnb eisen voor plannen die significante gevolgen voor de betreffende gebieden kunnen hebben (artikel 2.7, eerste lid, Wnb), en een vergunningplicht voor projecten die (significant) negatieve gevolgen voor de betreffende gebieden kunnen hebben (artikel 2.7, tweede lid, Wnb). 2.2 Beoordelingskader effecten stikstofdepositie projecten Als gevolg van de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) d.d.
29 mei 2019 kan een generieke beoordeling die aan het Programma Aanpak Stikstof (PAS) ten grondslag lag, niet langer worden gebruikt voor toestemmingverlening voor activiteiten die stikstofdepositie veroorzaken op stikstofgevoelige Natura 2000gebieden. De beoordeling en vergunningverlening voor projecten met stikstofdepositie verloopt daarom weer per project, zoals in de vorige paragraaf beschreven wettelijke regeling. Indien uit de AERIUS-berekeningen blijkt dat er geen sprake is van een toename van de stikstofdepositie (kleiner dan of gelijk aan 0,00 mol N/ha/jaar) dan is er voor het onderdeel stikstofdepositie geen vergunningplicht Wnb. Indien uit de AERIUS-berekening blijkt dat er sprake is van een toename van de stikstofdepositie (groter dan 0,00 mol N/ha/jaar), dan is er meestal wel een vergunningplicht Wnb, tenzij uit een ecologische voortoets blijkt dat significante gevolgen op grond van objectieve criteria op voorhand zijn uit te sluiten. Een Wnb-vergunning kan in de volgende situaties worden verleend: · In het stikstofregistratiesysteem is voldoende depositieruimte beschikbaar om de effecten van het project te salderen1. · Uit een passende beoordeling, eventueel inclusief extern salderen, blijkt dat er geen risico’s zijn voor het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen van de betreffende Natura 2000-gebieden. · Na het succesvol doorlopen van de ADC-toets2.
Indien uit de AERIUS-berekening blijkt dat er sprake is van een toename van de stikstofdepositie (> 0,00 mol N/ha/jaar) en niet aan één van bovenstaande beschreven situaties is voldaan, kan geen vergunning Wnb worden verleend.
1
Met het stikstofregistratiesysteem is depositieruimte gecreëerd doordat maatregelen zijn genomen die de stikstofdepositie verminderen. Een deel van deze depositieruimte kan worden ingezet voor het verlenen van een Wnb-vergunning. Voorlopig is het stikstofregistratiesysteem alleen beschikbaar voor woningbouwprojecten en een beperkt aantal infrastructurele projecten. 2 Dit is een onderzoek waaruit naar voren komt dat er geen Alternatieven zijn voor het project, er Dwingende reden van groot openbaar belang zijn en waarbij Compensatie van Natura 2000 plaatsvindt.
4 (15)
Salderen stikstofdepositie en referentiesituatie De Wet natuurbescherming vereist dat plannen en projecten getoetst moeten worden aan effecten ten opzichte van de referentiesituatie. Tot voor kort was er onduidelijkheid of bij toepassing van intern salderen een Wnb-vergunning nodig is. Uit een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) van 20 januari 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:71) blijkt dat geen Wnb vergunning vereist is indien na intern salderen een project niet leidt tot een toename aan stikstofdepositie ten opzichte van de referentiesituatie. De ABRvS overweegt (r.o. 17) dat met de wetswijziging van 1 januari 2020 alleen nog een vergunningplicht bestaat voor projecten die significante gevolgen kunnen hebben. De vergunningplicht voor projecten die enige maar geen significante gevolgen kunnen hebben is vervallen (= de verslechteringsvergunning). De referentiesituatie voor projecten wordt ontleend aan de geldende natuurvergunning of, bij het ontbreken daarvan, aan de milieutoestemming die gold op de referentiedatum (dat is het moment waarop artikel 6 van de Habitatrichtlijn van toepassing werd voor het betrokken Natura 2000-gebied), tenzij nadien een milieutoestemming is verleend voor een activiteit met minder gevolgen. Dan geldt die toestemming als referentiesituatie (ECLI:NL:RVS:2021:71. R.o. 17.2).
Wanneer op de referentiedatum grond in gebruik was voor agrarische doeleinden, vormt dit gebruik de referentiesituatie. Daarmee wordt voldaan aan het vereiste van een milieutoestemming ten tijde van de referentiedatum (ABRS 29 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1604, r.o. 22.5). Een activiteit die op de Europese referentiedatum was toegestaan en die sindsdien onafgebroken aanwezig is geweest of nog kan zijn tot het moment van intrekking of wijziging van de toestemming, is een toestemming die gebruikt kan worden bij intern salderen (Art 1 lid o 50 van de Beleidsregel; Art 5 lid 1)3. Beoordelingskader voor bestemmingsplannen De gemeenteraad stelt een bestemmingsplan alleen vast wanneer de raad voldoende zekerheid heeft verkregen dat het plan de natuurlijke kenmerken van Natura 2000-gebieden niet zal aantasten. Voor een plan dat leidt tot een toename aan stikstofdepositie en waarvoor significante gevolgen niet in een voortoets zijn uit te sluiten, dient een passende beoordeling opgesteld te worden. Indien ook in de passende beoordeling, na eventueel treffen van mitigerende maatregelen, significante gevolgen niet zijn uit te sluiten, stelt de raad het plan alleen vast na succesvol doorlopen van de ADC-toets (artikelen 2.7 en 2.8 Wnb). Net als bij projecten geeft een AERIUS-berekening inzicht in de eventuele toename aan stikstofdepositie door een plan.
De referentiesituatie voor plannen is echter anders dan bij projecten. De referentie voor plannen is niet de vergunde situatie, maar de feitelijke planologisch, legale situatie voorafgaand aan de vaststelling van het plan (ECLI:NL:RVS:2020:1110, r.o. 12.7).
3 Beleidsregel van Gedeputeerde Staten van de provincie Flevoland houdende regels omtrent stikstof
(Beleidsregels intern en extern salderen 2019). https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR631035. Deze Beleidsregels met betrekking tot intern salderen zijn in praktijk komen te vervallen.
5 (15)
3
Ligging ten opzichte van Natura 2000-gebieden
Rondom het plangebied zijn de volgende stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden aanwezig: · IJsselmeer (circa 0,1 kilometer tot plangebied) · Markermeer & IJmeer (circa 3,1 kilometer tot plangebied) · Ketelmeer & Vossemeer (circa 9,0 kilometer tot plangebied) · Oostvaardersplassen (circa 10,9 kilometer tot plangebied) · Zwarte Meer (circa 22,2 kilometer tot plangebied) · Veluwerandmeren (circa 22,5 kilometer tot plangebied) · Rijntakken (circa 17,2 kilometer tot plangebied) Alleen het Natura 2000-gebied Rijntakken kent stikstofgevoelige habitattypen en/of leefgebieden. De ligging van het plangebied ten opzichte van Natura 2000-gebieden is in Figuur 4 weergegeven.
Figuur 4: Ligging plangebied t.o.v. nabijgelegen (stikstofgevoelig) Natura 2000-gebieden
6 (15)
4
Werkwijze
Voor de toetsing van de effecten zijn stikstofberekeningen uitgevoerd met AERIUS Calculator (2020). De berekeningen zijn uitgevoerd voor de gebruiksfase. Bij de AERIUSberekening is rekening gehouden met de PAS-uitspraak van de ABRvS van 29 mei 2019. De berekeningen zijn opgesteld conform het document ‘Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2020’ van BIJ12 (versie 3.0). Gebruiksfase De gebruiksfase leidt mogelijk tot extra effecten van stikstofdepositie omdat er sprake is van een verkeersaantrekkende werking. Aanlegfase De Wet stikstofreductie en natuurverbetering4 voorziet in een partiële vrijstelling voor de tijdelijke emissies gedurende de aanlegfase van bouw- en sloopwerkzaamheden. Deze wet is sinds 1 juli 2021 in werking5. Daarom is de aanlegfase van de voorgenomen planontwikkeling in deze notitie niet beschouwd.
5
Beoordeling effecten stikstofdepositie
5.1
Mogelijke effecten van stikstofdepositie
Stikstofdepositie bestaat in gereduceerde vorm (NH3, ammoniak) en geoxideerde vorm (stikstofoxide, NOx). Beide vormen van stikstof kunnen worden omgezet tot de nutriënten ammonium (NH4) en nitraat (NO3). De extra aanvoer van deze voedingsstoffen kan vooral bedreigend zijn voor voedselarme habitattypen. Door de verrijking kan de vegetatie verruigen en kunnen kenmerkende soorten van schrale milieus verdwijnen. Daarnaast kan depositie van stikstof en dan vooral depositie van ammoniak, leiden tot een daling van de bodem-pH. Door verzuring verdwijnen gevoelige soorten en neemt de soortenrijkdom en kwaliteit van zuurgevoelige habitattypen af. Voor de toetsing van de effecten is het van belang om vast te stellen of de kritische depositiewaarde (KDW) van de betreffende habitattypen wordt overschreden. De KDW is de grens waarboven het risico bestaat dat de kwaliteit van het habitat significant wordt aangetast door de verzurende en/of vermestende invloed van atmosferische stikstofdepositie. Een overschrijding van de KDW betekent niet direct dat dit leidt tot een daadwerkelijke verslechtering van de kwaliteit, dit is afhankelijk van lokale situatie, waarbij er sprake kan zijn van buffering ten aanzien verzuring of vermesting. 5.2
Berekening effecten stikstofdepositie
Voor de gebruiksfase is een berekening met de AERIUS Calculator 2020 uitgevoerd, welke geen rekening meer houdt met de vrijstellingen in het voormalige PAS. Op grond van de berekende stikstofdepositie in de gebruiksfase dient per relevant stikstofgevoelig habitattype beoordeeld te worden wat de mogelijke gevolgen zijn van de toename van stikstofdepositie op de instandhoudingsdoelstellingen van de habitattypen.
4 Wet van 10 maart 2021 tot wijziging van de Wet natuurbescherming en de Omgevingswet (stikstofreductie en
natuurverbetering). https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2021-140.html 5 Besluit van 14 juni 2021 tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I van de Wet van 10 maart 2021 tot wijziging van de Wet natuurbescherming en de Omgevingswet (stikstofreductie en natuurverbetering) en artikel I van het Besluit van 14 juni 2021 tot wijziging van enkele algemene maatregelen van bestuur (stikstofreductie en natuurverbetering). https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2021-288.html
7 (15)
Gebruiksfase Met het plan wordt een distributiecentrum gerealiseerd. Dit resulteert in verkeersbewegingen van licht verkeer, middelzwaar verkeer en zwaar verkeer, zowel op het terrein als richting/vanaf het distributiecentrum. Deze twee typen verkeersbewegingen worden in deze paragraaf nader uiteengezet. Het distributiecentrum wordt niet aangesloten op het gasnet, maar wordt op een duurzame manier verwarmd. Hierdoor ontstaan bij de verwarming geen emissies van stikstof. Het jaar van de ingebruikname van het distributiecentrum is op 2023 gesteld. Dit betreft een conservatieve aanname. Voertuigen op het terrein JYSK verwacht het gebruik van een terminaltruck en elektrische vorkheftrucks ten behoeve van de op en overslag op het terrein. Er wordt verwacht dat de terminaltruck 1.250 uur per jaar ingezet wordt. De uitstoot van de voertuigen wordt berekend via de ingebouwde calculator voor een ‘kipper’ van AERIUS (Mobiele werktuigen – Bouw en Industrie). Voor de berekening is uitgegaan van een oppervlakte-bron met de omtrek van het plangebied. De berekende emissie is 247,50 kg NOx en 6,83 kg NH3. JYSK verwacht het gebruik van een terminaltruck en elektrische vorkheftrucks en elektrische terminaltrucks ten behoeve van de op en overslag op het terrein.
Wegverkeer De verkeersgeneratie van wegverkeer in de gebruiksfase is berekend op basis van de verwachting van JYSK van licht verkeer, middel zwaarverkeer en vrachtverkeer. Voor de busjes is gerekend met de categorie middel zwaarverkeer, dit betreft een conservatieve aanname. De verwachte hoeveelheid verkeersbewegingen is gebaseerd op de piekmomenten van het distributiecentrum. Voor een conservatieve berekening wordt er gerekend met deze situatie vanaf het jaar van ingebruikname (2023). De ingebruikname zal echter eind 2023 plaatsvinden. De verwachte hoeveelheid voertuigen op piekmomenten is weergegeven in Tabel 1. Op basis van deze hoeveelheid voertuigen zijn de voertuigenbewegingen per jaar bepaald, dit is weergegeven in Tabel 2. Tabel 1: Voertuigbewegingen op piekmomenten
Dag
Shift
Maandag - Vrijdag Maandag - Vrijdag Zaterdag - Zondag
06:00 - 14:00 14:00 - 22:00 08:00 - 16:00
Aantal auto's 276 148 63
Aantal busjes 30 20 6
Aantal vrachtwagens 240 160 48
Totaal 450 300 90
Tabel 2: Verwachte verkeersbewegingen in de gebruiksfase
Type voertuig
Licht verkeer Middenzwaar verkeer Zwaar vrachtverkeer
Aantal voertuigen per week
Aantal voertuigen per jaar
2.250 262 2.096
117.000 13.624 108.922
Aantal verkeersbewegingen per jaar 234.000 27.248 217.984
Als ontsluiting van en naar het plangebied is uitgegaan van de route vanaf de toekomstige
8 (15)
ontsluiting van het plangebied via de Karperweg en de Binnenhavenweg richting de N307, alwaar het verkeer opgaat in het heersend verkeersbeeld. Daarnaast worden er 8.000 containers per jaar met een vrachtwagen vervoer, vanuit de containerterminal richting het terrein van Jysk. Dit resulteert in 16.000 vervoersbewegingen (enkele reis) van vrachtverkeer, echter worden hiervoor grotendeels elektrische vrachtwagens ingezet. Daarom zijn, als conservatieve aanname 10.000 vervoersbewegingen in categorie zwaar vrachtverkeer meegenomen. AERIUS Calculator gaat daarbij uit van standaardwaarden voor het gemiddelde Nederlandse wagenpark aan vrachtverkeer. De route van de vrachtwagens is gemodelleerd vanaf de toekomstige ontsluiting van het plangebied, via de Karperweg in noordoostelijke richting en de rotonde, rechtstreeks richting de containerterminal. Scenario zonder salderen Er is een berekening gemaakt met de AERIUS Calculator 2020 voor de gebruiksfase. Hierbij is nog geen rekening gehouden met saldering (verschilberekening met emissies in de referentiesituatie) Op basis van de gehanteerde uitgangspunten worden geen effecten van stikstofdepositie als gevolg van de plantontwikkeling berekend groter dan 0,00 mol/ha/jaar. Voor de specificering van de berekening wordt verwezen naar de exports van de AERIUSberekening (Bijlage 1).
Aanvullende berekening effecten buiten 5 km (zonder salderen) Omdat AERIUS Calculator de depositiebijdragen uit wegverkeer berekent met de Standaardreken-methode 2, zoals beschreven in de Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007, worden bijdragen uitgerekend tot 5 km van de weg. Voor de verschilberekening van de gebruiksfase is met een controleberekening nagegaan of effecten buiten de huidige afkapgrens van 5-km voor wegverkeer uit te sluiten zijn, naar aanleiding van de tussenuitspraak van de Raad van State in de zaak ViA156 Er is een aanvullende berekening gemaakt, waarbij de wegverkeersbronnen in de gebruiksfase zijn omgezet naar emissiebronnen met de sector ‘Anders’. Dit heeft tot gevolg dat deze bronnen worden doorgerekend met het Operationele Priotaire Stoffen Model (OPS). Op deze wijze is de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden berekend. De ‘stikstofruimte’ in de huidige situatie is niet omgezet naar de sector ‘Anders’, als conservatie benadering. Voor de omzetting van de wegverkeerbronnen zijn de emissiekenmerken overgenomen. Het gaat hier om: · Het label van de emissiebron. · Emissies NH3. · Emissies NOx. · Geometrie van de bron. · Bronhoogte (2,5 m). · Spreiding in de hoogte (2,5). · Warmte-inhoud (0 MW). Hieraan is toegevoegd de temporele variatie die hoort bij wegverkeer: LIGHT_DUTY_VEHICLES.
6
Uitspraak 201702813/1/R3 van 20 januari 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:105).
9 (15)
Uit de controleberekening van de gebruiksfase, waarin het wegverkeer gemodelleerd is als sector ‘Anders’, volgt dat een toename groter dan 0,00 mol/ha/jaar op Natura 2000gebieden niet op voorhand is uit te sluiten. De berekende effecten zijn opgenomen in Tabel 3. Tabel 3: Resultaten berekening zonder salderen met sector anders
Natura 2000-gebied
Weerribben Rijntakken De Wieden Veluwe Rottige Meenthe & Brandemeer
Max. toename stikstofdepositie (mol/ha/kjaar) 0,01 0,01 0,01 0,01 0,01
Scenario met intern salderen Uit de controleberekening zonder salderen volgt dat effecten van stikstofdepositie in de gebruiksfase voorbij 5 km niet op voorhand zijn uit te sluiten. Daarbij is echter geen rekening gehouden met intern salderen. Binnen het plangebied is er in de huidige situatie (referentiesituatie voor het bestemmingsplan) sprake van agrarisch gebruik waarbij de landbouwpercelen worden bemest. Bij het bemesten (aanwending van dierlijke en/of kunstmest) van agrarische percelen komen emissies van ammoniak (NH3) vrij. De percelen die in agrarisch gebruik zijn binnen het plangebied zijn ingetekend in Figuur 5. In totaal beslaan deze percelen in het plangebied 21,8 hectare.
Figuur 5: Huidig landgebruik plangebied
10 (15)
Op basis van open data van de Basisregistratie Gewaspercelen7 en Boer&Bunder8 is het huidig agrarische gebruik in kaart gebracht. Vakken ‘1’ en ‘3’ betreffen percelen waar in 2021 voor het eerste jaar het gewas luzerne wordt geteeld. Bij de teelt van luzerne is bemesting niet toegestaan na het eerste jaar van de teelt9. Als conservatieve benadering is daarom geen rekening gehouden met emissies als gevolg van het bemesten van de percelen waar luzerne wordt geteeld. Het vlak ‘2’ is in 2021 in gebruik voor de teelt van prei. Dit perceel heeft een oppervlak van circa 9,9 hectare. De huidige agrarische percelen worden uit productie genomen om plaats te maken voor het de planontwikkeling tot een bedrijfskavel. Met het vaststellen van het nieuwe bestemmingsplan komt de bestemming ‘Agrarisch’ van de percelen in het vigerend bestemmingsplan ‘Lelystad Flevokust – binnendijk’ (vastgesteld d.d. 13 april 2006), te vervallen. Daarmee komen ook de stikstofemissies als gevolg van mesttoediening in de huidige situatie te vervallen. Luchtfoto’s in Bijlage 2 tonen aan dat ook voor het vaststellen van het vigerende bestemmingsplan in 2006 reeds sprake was van agrarisch gebruik. Het meest zuidelijk agrarisch perceel (Vlak ‘2’) binnen het plangebied, betreft een perceel waarop prei wordt geteeld. De grondsoort van het perceel is bouwland op klei10.
In Tabel 4 is de berekening van de emissie als gevolg van de bemesting van dit perceel weergegeven. Het gewas prei heeft een stikstofgebruiksnorm van 245,0 kg N per hectare voor de grondsoort klei11. Jaarlijks mag maximaal 170 kg dierlijke mest worden toegediend per hectare12. Dit is de stikstofgebruiksruimte dierlijke mest. Het percentage ammoniakaal stikstof (TAN) in de toegediende mest is van meerdere factoren afhankelijk, zoals het type mest. Er is hierbij uitgegaan van de categorie ‘opfokzeugen en -beren, dunne mest’ met een TAN van 66%13, als aanname. Er is in de berekening uitgegaan van een gemiddelde emissiefactor (vervluchtigingspercentage) van 3,3%14. Dit resulteert in een jaarlijkse emissie van 3,7 kg NH3-N per hectare door toediening van dierlijke mest. Er is van uitgegaan dat tevens kunstmest wordt toegediend totdat de volledige stikstofgebruiksruimte is ingezet. Daarbij is de gemiddelde emissiefactor (vervluchtigingspercentage) van 3,6%15. Dit resulteert in een jaarlijkse emissie van 2,7 kg NH3-N per hectare door toediening van kunstmest. De totale emissie van 6,4kg NH-N per hectare is omgerekend naar kg NH3 door toepassing van de factor 17/14, gebaseerd op de verhouding van het moleculair gewicht NH3:N16. De totale emissie in kg NH3 als gevolg van bemesting van het perceel waarop prei wordt geteeld, bedraagt daarmee 77,1 kg NH3.
7
De Basisregistratie Gewaspercelen (BRG) is openbare data, afkomtis van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (Ministerie van Economische Zaken). Jaarlijks dienen agrariërs hun percelen in te tekenen en gewassen op te geven. Hiervan wordt een kaartbeeld met peildatum 15 mei gegenereerd. 8 https://boerenbunder.nl/ 9 RVO, Mestbeleid 2019-2021, Tabel 2. https://www.rvo.nl/onderwerpen/agrarisch-ondernemen/mest/tabellen 10 RVO, Grondsoortenkaart Nederland. https://ez.maps.arcgis.com/apps/webappviewer/index.html?id=61d2e75688b24ec2bd102b2f8d7f7fc2 11 https://www.rvo.nl/sites/default/files/2020/02/Tabel-2-Stikstof-landbouwgrond-2019-2021.pdf 12 https://www.rvo.nl/onderwerpen/agrarisch-ondernemen/mestbeleid/gebruiken-en-uitrijden/hoeveel-dierlijke-mestlandbouwgrond 13 Velthof, et al (2009). Methodiek voor berekening van ammoniakemissie uit de landbouw in Nederland. Bijlage 12 14 Berekend op basis van een bandbreedte in de verdeling naar mesttoedieningstechniek volgens Bruggen et al. 2019 https://edepot.wur.nl/544296 bijlage 17 tabel 17.2 en tabel 17.3. bouwland. De exacte parameter is in lijn met de berekening van RHO adviseurs in het stikstofonderzoek voor het gehele bedrijventerrein. 15 Berekend op basis van een bandbreedte in de verdeling naar mesttoedieningstechniek volgens Bruggen et al. 2019 https://edepot.wur.nl/544296 Tabel 3.1 en bijlage 20 tabel B20.1. bouwland.
De exacte parameter is in lijn met de berekening van RHO adviseurs in het stikstofonderzoek voor het gehele bedrijventerrein. 16 Van der Zee et al. (2021). Methodology for estimating emissions from agriculture in the Netherlands. RIVM-report 2021-0008.
11 (15)
Tabel 3: Emissies NH3 in de huidige situatie
Bemesting met dierlijke mest (rundvee) en kunstmest
Toegestane toediening in kg stikstof per ha per jaar (=stikstofgebruiksruimte dierlijke mest)
Gebruiksnorm dierlijke mest (zonder derogatie) in kg stikstof per ha
% TAN-aandeel in toegediende mest (uitgangspunt: opfokzeugen en -beren, dunne mest)
Emissiefactor (vervluchtigings percentage)
Emissie NH3-N dierlijke mest in kg/ha/jaar
245
170
66%
3,3%
3,7
Toegestane aanvulling kunstmest in kg/ha/jaar (= stikstofgebruiksruimte totaal minus stikstofgebruiksruimte dierlijke mest)
Emissiefactor (vervluchtigingspercentage)
Emissie NH3-N kunstmest in kg/ha/jaar
Totaal emissies bemesting in kg NH3N in ha per jaar
75
3,6%
2,7
6,4
Prei
Totaal emissies bemesting in kg NH3 in ha per jaar omrekening NH3-N naar NH3 (17/14) o.b.v. moleculair gewicht)
7,8
De verschilberekening tussen de huidige situatie en de gebruiksfase toont aan dat er per saldo geen feitelijke toename van stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden plaatsvindt als gevolg van de planontwikkeling. Voor de specificering van de berekening wordt verwezen naar de exports van de AERIUS-berekening (Bijlage 1). Aanvullende berekening effecten buiten 5 km (met salderen) Er is tevens een aanvullende verschilberekening gemaakt, waarbij de wegverkeersbronnen in de gebruiksfase zijn omgezet naar emissiebronnen met de sector ‘Anders’. De aanvullende verschilberekening tussen de huidige situatie en de gebruiksfase toont aan dat er per saldo eveneens geen feitelijke toename van stikstofdepositie in Natura 2000gebieden plaatsvindt als gevolg van de planontwikkeling, zoals weergegeven in Tabel 5. Voor de specificering van de berekening wordt verwezen naar de exports van de AERIUSberekening (Bijlage 1). Tabel 5: Resultaten berekening zonder salderen met sector anders
Natura 2000-gebied
Weerribben Rijntakken De Wieden Veluwe Rottige Meenthe & Brandemeer
Minimale verschil in stikstofdepositie (gebruiksfase minus huidige situatie/referentiesituatie in mol/ha/jaar) 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
12 (15)
6
Conclusie
De voorgenomen planontwikkeling Distributiecentrum JYSK in gemeente Lelystad leidt in de gebruiksfase niet tot een netto toename van stikstofdepositie >0,00 mol/ha/jaar in de omliggende Natura 2000-gebieden, op basis van de gehanteerde uitgangspunten. Effecten buiten 5 km zijn in de gebruiksfase echter niet op voorhand uit te sluiten. In deze notitie is tevens intern salderen (stap 2 in Figuur 3) beschouwd. In de huidige situatie is sprake van stikstofemissies door agrarisch landgebruik, als gevolg van de toediening van mest. Deze agrarische activiteiten, waarbij stikstof wordt uitgestoten, vormen de referentiesituatie (de feitelijke, planologisch legale situatie). In de gebruiksfase van de voorgenomen planontwikkeling, is er ten opzichte van de huidige situatie (referentiesituatie) geen feitelijke toename van de stikstofdepositie groter dan 0,00 mol/ha/jaar. Netto toenamen van stikstofdepositie buiten 5 km zijn daarbij eveneens uit te sluiten. De voorgenomen planontwikkeling is, conform de uitgangspunten in deze notitie, daarom niet vergunningplichtig in het kader van de Wet natuurbescherming voor het onderdeel stikstofdepositie. Significante effecten op Natura 2000-gebieden in de gebruiksfase zijn, na beschouwing van intern salderen, op voorhand uit te sluiten.
De Wet stikstofreductie en natuurverbetering voorziet in een partiële vrijstelling van de vergunningplicht voor stikstofemissies afkomstig van bouwwerkzaamheden. De aanlegfase kan dan ook buiten beschouwing gelaten worden voor de beoordeling van de vergunningplicht.
13 (15)
Bijlage 1 · · · ·
Export AERIUS-berekening gebruiksfase
Gebruiksfase Gebruiksfase met wegverkeer in sector anders Verschil berekening huidige situatie vs. gebruiksfase Verschil berekening huidige situatie vs. gebruiksfase met wegverkeer in sector anders
14 (15)
Bijlage 2
Luchtfoto’s
Luchtfoto plangebied. Bron: Google Earth. Datering 2015.
15 (15)
15-02-2022
Stikstofdepositie Distributiecentrum JYSK Lelystad Addendum bij ‘Notitie stikstofdepositie distributiecentrum JYSK, Lelystad ’, d.d. 25-01-2022, ref. NL22-648800269-15335.
Aanleiding Het stikstofonderzoek ‘Notitie stikstofdepositie distributiecentrum JYSK, Lelystad’, opgesteld door Sweco d.d. 25-01-2022, referentie NL22-648800269-15335 (zie bijlage 2), is opgesteld ten behoeve van het toetsen van het bestemmingsplan. Het betreft een geactualiseerde versie van de notitie van d.d. 11-11-2021, referentie NL21-648800269-9754, die als bijlage is opgenomen in het ontwerp bestemmingsplan ‘DC JYSK’ (ter inzage gelegd per 9 december 2021). Het ontwerp bestemmingsplan beoogt in het planologisch mogelijk maken van de realisatie van een distributiecentrum. In het stikstofonderzoek is, op basis van berekeningen met de AERIUS Calculator 2020, geconcludeerd dat in de gebruiksfase van de voorgenomen planontwikkeling geen sprake is van een toename van stikstofdepositie van omliggende Natura 2000-gebieden. De Wet stikstofreductie en natuurverbetering1 voorziet in een partiële vrijstelling voor de tijdelijke emissies gedurende de aanlegfase van bouw- en sloopwerkzaamheden. De wet is in werking getreden op 1 juli 20212. Een beschouwing van de aanlegfase is daarmee niet benodigd. Sinds 20 januari 2022 is een nieuwe versie van de AERIUS Calculator (2021) beschikbaar. Hierin zijn nieuwe inzichten en actuele gegevens verwerkt. De stikstofberekeningen in het onderzoek bij het ontwerp bestemmingsplan dienen dan ook te worden geactualiseerd.
In de nieuwe versie wordt onder meer een rekenafstand van 25 km van de emissiebron gehanteerd, waar in de vorige versie sprake was van een afkap op 5 km vanaf de emissiebron voor wegverkeer. Tevens is de rekenmethode gewijzigd waarmee de emissies als gevolg van mobiele werktuigen worden berekend.
Resultaten controleberekening Voor de gebruiksfase (ten opzichte van de referentiesituatie) is een (controle)berekening gemaakt met de AERIUS Calculator 2021. De berekeningen zijn opgesteld conform het document ‘Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2021’ van BIJ12 (versie 1). In de berekening met de nieuwe versie van de AERIUS Calculator zijn beide wegverkeersbronnen uit de eerdere berekening van de gebruiksfase overgenomen. De bron met het mobiele werktuig (de terminaltruck) in de gebruiksfase is herberekend volgens ‘Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2021’. Voor de terminaltruck zijn in lijn met eerdere berekening de volgende uitgangspunten aangehouden: • • •
het bouwjaar 2014; een maximaal vermogen van 330 kW; 1.250 draaiuren per jaar, in lijn met de eerdere berekening.
1
Wet van 10 maart 2021 tot wijziging van de Wet natuurbescherming en de Omgevingswet (stikstofreductie en natuurverbetering). https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2021-140.html 2
Besluit van 14 juni 2021 tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I van de Wet van 10 maart 2021 tot wijziging van de Wet natuurbescherming en de Omgevingswet (stikstofreductie en natuurverbetering) en artikel I van het Besluit van 14 juni 2021 tot wijziging van enkele algemene maatregelen van bestuur (stikstofreductie en natuurverbetering). https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2021-288.html
Sweco
Postbus 214
Sweco Nederland B.V.
NL 1800 AE Alkmaar
Handelsregister 30129769
Netherlands
Statutair gevestigd te: De Bilt
T +31 88 811 6600 www.sweco.nl
1/4
Dit resulteert in een brandstofverbruik van 63,0 l/uur. Er is uitgegaan van een toevoeging van 6,6% AdBlue. De AERIUS Calculator 2021 berekent op basis van deze invoergegevens (78.768 l brandstof, 5199 l AdBlue, 1.250 draaiuren) de jaarlijkse emissies van het mobiele werktuig. Deze bedraagt 214,1 kg NOx en 18,9 kg NH3. Als rekenjaar is 2023 ingevoerd. De export van de controleberekening is opgenomen in Bijlage 1.
15-02-2022
De referentiesituatie, waarin sprake is van emissies als gevolg van bemesting van landbouwgrond (teelt van prei), is overgenomen uit de eerdere berekening.
Conclusie Deze controleberekening met de AERIUS Calculator 2021 bevestigt dat in de beoogde situatie (gebruiksfase) van de voorgenomen planontwikkeling geen netto toename van de stikstofdepositie >0,00 mol/ha/jaar in Natura 2000-gebieden plaatsvindt, ten opzichte van de referentiesituatie. Effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden in de gebruiksfase zijn daarmee op voorhand uit te sluiten.
2/4
Bijlage 1 – Export AERIUS-berekening gebruiksfase t.o.v. referentiesituatie (AERIUS Calculator 2021)
15-02-2022
3/4
Projectberekening
Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron
Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
x X, X Lelystad x Gebruiksfase
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
RXjQ5iJzvDA5 08 februari 2022, 15:14 Wnb-rekengrid
Totale emissie
Rekenjaar 2023 2023
Akkerland - Referentie Gebruiksfase - Beoogd
Resultaten
Emissie NH3 < 0,1 ton/j < 0,1 ton/j
Hoogste depositie Hexagon Akkerland - Referentie Gebruiksfase - Beoogd 1.370,22 mol/ha/j 6092526 Gekarteerd oppervlak met toename (ha) 0,00 ha Gekarteerd oppervlak met afname (ha) 0,00 ha Grootste toename van depositie 0,00 mol/ha/j Grootste afname van depositie 0,00 mol/ha/j
RXjQ5iJzvDA5 (08 februari 2022)
Emissie NOx 1,8 ton/j Gebied Rijntakken
2/9
Projectberekening
Gebruiksfase (Beoogd), rekenjaar 2023 Emissiebronnen werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | 3 Mobiele Terminal Truck Verkeersnetwerk
RXjQ5iJzvDA5 (08 februari 2022)
Emissie Emissie NH3 NOx < 0,1 ton/j 0,2 ton/j < 0,1 ton/j 1,6 ton/j
3/9
Projectberekening
Akkerland (Referentie), rekenjaar 2023 Emissiebronnen 1 Landbouw | Landbouwgrond | Luzerne 1
Emissie NH3 -
Emissie NOx -
2 Landbouw | Landbouwgrond | Prei
< 0,1 ton/j
-
-
-
3 Landbouw | Landbouwgrond | luzerne 2
RXjQ5iJzvDA5 (08 februari 2022)
4/9
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn
Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
Grootste afname van depositie Grootste toename van depositie Hoogste totale depositie De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie. RXjQ5iJzvDA5 (08 februari 2022)
5/9
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Gebruiksfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Totaal
RXjQ5iJzvDA5 (08 februari 2022)
Berekend (ha Hoogste totale Met toename Grootste gekarteerd) depositie (ha gekarteerd) toename (mol/ha/jr) (mol/ha/jr)
0,00
0,00
0,00
0,00
Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol/ha/jr)
0,00
0,00
6/9
Projectberekening
Gebruiksfase, Rekenjaar 2023 3 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning Naam
Terminal Truck
Naam
Stageklasse
Terminal truck
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja
RXjQ5iJzvDA5 (08 februari 2022)
NOx NH3
BrandstofverbruikDraaiuren AdBlue verbruik 78768 l/j
1250 u/j 5199 l/j
0,2 ton/j < 0,1 ton/j
Stof Emissie NOx 0,2 ton/j 0,1 NH3 <ton/j
7/9
Projectberekening
Akkerland, Rekenjaar 2023 1 Landbouw | Landbouwgrond Naam Luzerne 1 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele Variatie Meststoffen
Uittreedhoogte Warmteinhoud
0,5 m 0,000 MW
Type
Stof
Mestaanwending: dierlijke mest
NOx NH3
Emissie
0,0 ton/j 0,0 ton/j
2 Landbouw | Landbouwgrond Naam Prei Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele Variatie Meststoffen
Uittreedhoogte Warmteinhoud
0,5 m 0,000 MW
Type
Mestaanwending: dierlijke mest
Mestaanwending: kunstmest
NH3
< 0,1 ton/j
Stof
Emissie
Stof
Emissie
NOx NH3 NOx NH3
0,0 ton/j < 0,1 ton/j 0,0 ton/j < 0,1 ton/j
3 Landbouw | Landbouwgrond Naam luzerne 2 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele Variatie Meststoffen
Type
Uittreedhoogte Warmteinhoud
Mestaanwending: dierlijke mest
0,5 m 0,000 MW
NOx NH3
0,0 ton/j 0,0 ton/j
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
RXjQ5iJzvDA5 (08 februari 2022)
8/9
Projectberekening
Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2021.0.2_20220128_2eee9c6138 Database versie 2021_2eee9c6138 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/
RXjQ5iJzvDA5 (08 februari 2022)
9/9
Bijlage 2 – Notitie stikstofdepositie distributiecentrum JYSK, Lelystad’, d.d. 25-01-2022, referentie NL22-648800269-15335
15-02-2022
4/4
Notitie Onderwerp: Distributiecentrum JYSK, Lelystad – onderzoek stikstofdepositie Projectnummer: 51005843 Referentienummer: NL22-648800269-15335 Datum: 25-01-2022
1
Aanleiding
JYSK is voornemens om circa 25 ha grond van gemeente Lelystad aan te kopen ten behoeve van de realisatie van een distributiecentrum in Nederland. Binnen het plangebied is ruimte voor een aantal (opslag-)panden, een terrein voor buitenopslag, en parkeerplaatsen. Voor de planontwikkeling van het distributiecentrum wordt een bestemmingsplan opgesteld. Om de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan aan te tonen is een onderzoek naar stikstofdepositie benodigd. Het plangebied is onderdeel van een toekomstig bedrijventerrein gelegen ten noorden van het industriegebied Oostervaart in Lelystad, welke is omringd door de waterloop ‘Forellentocht’. Het plangebied van 3 kavels ligt ten noordoosten van het bedrijf ‘Orgaworld Vergisting Biocel’, ten zuiden van de forellentocht en de IJsselmeerdijk, en ten noordwesten van een aantal kavels met zonnepanelen. Deze locatie heeft momenteel een agrarische functie. De locatie is te zien op Figuur 1. Een stedenbouwkundig schetsontwerp van het plangebied is weergegeven in Figuur 2. In deze notitie is het onderzoek stikstofdepositie beschreven. Hierbij is in het kader van de wet- en regelgeving voor natuur nagegaan of er vanuit deze wet- en regelgeving mogelijke belemmeringen zijn voor de planontwikkeling.
Als onderdeel hiervan dienen de effecten van het plan op de stikstofdepositie in stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden inzichtelijk te worden gemaakt. Daarbij dient te worden nagegaan of ten gevolge van het plan significante negatieve effecten optreden in 1) stikstofgevoelige habitattypen en/of 2) stikstofgevoelige leefgebieden. In deze notitie zijn de uitgangspunten en resultaten vastgelegd van de berekeningen van de stikstofdepositie als gevolg van de voorgenomen planontwikkeling, waarbij rekening wordt gehouden met de gebruiksfase. De aanlegfase van de voorgenomen planontwikkeling is niet beschouwd. In de Wet stikstofreductie en natuurverbetering is een partiële vrijstelling voor de tijdelijke emissies gedurende de aanlegfase van bouwwerkzaamheden opgenomen. Deze wet is sinds 1 juli 2021 in werking. Figuur 3 toont een beslisboom voor de toestemmingsverlening stikstofdepositie bij nieuwe activiteiten conform de recente beleidslijnen. Deze notitie voorziet in stap 1 (AERIUS-berekening) en een beschouwing van stap 2 (Intern salderen).
Sweco Robijnstraat 11 1812 RB Alkmaar Postbus 214 1800 AE Alkmaar
T +31 88 811 66 00 www.sweco.nl
Sweco Nederland B.V. Alkmaar Handelsregister 30129769 Statutair gevestigd te De Bilt 1 (15)
Figuur 1: Locatie plangebied in rood
Figuur 2: Stedenbouwkundig schetsontwerp (Project J)
2 (15)
Figuur 3: Stappenplan toestemmingverlening stikstofdepositie bij nieuwe activiteiten
3 (15)
2
Juridisch kader
2.1 Wet natuurbescherming Bescherming van Natura 2000-gebieden vindt plaats op grond van de Wet natuurbescherming (Wnb). Onder Natura 2000-gebieden vallen de gebieden die op grond van de Europese Vogelrichtlijn en/of Habitatrichtlijn zijn aangewezen. De essentie van het beschermingsregime voor deze gebieden is dat de duurzame instandhouding van soorten en habitats binnen de Europese Unie wordt gewaarborgd. Daarbij zijn instandhoudingsdoelstellingen geformuleerd voor natuurlijke habitats en/of soorten. Dit kunnen behoudsdoelstellingen zijn voor habitats en leefgebieden van soorten die zich al op het gewenste niveau (kwalitatief en kwantitatief) bevinden of uitbreidings- respectievelijk verbeterdoelstellingen voor habitats en leefgebieden van soorten die zich nog niet op het gewenste niveau bevinden. Om dit toetsbaar te maken kent de Wnb eisen voor plannen die significante gevolgen voor de betreffende gebieden kunnen hebben (artikel 2.7, eerste lid, Wnb), en een vergunningplicht voor projecten die (significant) negatieve gevolgen voor de betreffende gebieden kunnen hebben (artikel 2.7, tweede lid, Wnb). 2.2 Beoordelingskader effecten stikstofdepositie projecten Als gevolg van de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) d.d.
29 mei 2019 kan een generieke beoordeling die aan het Programma Aanpak Stikstof (PAS) ten grondslag lag, niet langer worden gebruikt voor toestemmingverlening voor activiteiten die stikstofdepositie veroorzaken op stikstofgevoelige Natura 2000gebieden. De beoordeling en vergunningverlening voor projecten met stikstofdepositie verloopt daarom weer per project, zoals in de vorige paragraaf beschreven wettelijke regeling. Indien uit de AERIUS-berekeningen blijkt dat er geen sprake is van een toename van de stikstofdepositie (kleiner dan of gelijk aan 0,00 mol N/ha/jaar) dan is er voor het onderdeel stikstofdepositie geen vergunningplicht Wnb. Indien uit de AERIUS-berekening blijkt dat er sprake is van een toename van de stikstofdepositie (groter dan 0,00 mol N/ha/jaar), dan is er meestal wel een vergunningplicht Wnb, tenzij uit een ecologische voortoets blijkt dat significante gevolgen op grond van objectieve criteria op voorhand zijn uit te sluiten. Een Wnb-vergunning kan in de volgende situaties worden verleend: · In het stikstofregistratiesysteem is voldoende depositieruimte beschikbaar om de effecten van het project te salderen1. · Uit een passende beoordeling, eventueel inclusief extern salderen, blijkt dat er geen risico’s zijn voor het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen van de betreffende Natura 2000-gebieden. · Na het succesvol doorlopen van de ADC-toets2.
Indien uit de AERIUS-berekening blijkt dat er sprake is van een toename van de stikstofdepositie (> 0,00 mol N/ha/jaar) en niet aan één van bovenstaande beschreven situaties is voldaan, kan geen vergunning Wnb worden verleend.
1
Met het stikstofregistratiesysteem is depositieruimte gecreëerd doordat maatregelen zijn genomen die de stikstofdepositie verminderen. Een deel van deze depositieruimte kan worden ingezet voor het verlenen van een Wnb-vergunning. Voorlopig is het stikstofregistratiesysteem alleen beschikbaar voor woningbouwprojecten en een beperkt aantal infrastructurele projecten. 2 Dit is een onderzoek waaruit naar voren komt dat er geen Alternatieven zijn voor het project, er Dwingende reden van groot openbaar belang zijn en waarbij Compensatie van Natura 2000 plaatsvindt.
4 (15)
Salderen stikstofdepositie en referentiesituatie De Wet natuurbescherming vereist dat plannen en projecten getoetst moeten worden aan effecten ten opzichte van de referentiesituatie. Tot voor kort was er onduidelijkheid of bij toepassing van intern salderen een Wnb-vergunning nodig is. Uit een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) van 20 januari 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:71) blijkt dat geen Wnb vergunning vereist is indien na intern salderen een project niet leidt tot een toename aan stikstofdepositie ten opzichte van de referentiesituatie. De ABRvS overweegt (r.o. 17) dat met de wetswijziging van 1 januari 2020 alleen nog een vergunningplicht bestaat voor projecten die significante gevolgen kunnen hebben. De vergunningplicht voor projecten die enige maar geen significante gevolgen kunnen hebben is vervallen (= de verslechteringsvergunning). De referentiesituatie voor projecten wordt ontleend aan de geldende natuurvergunning of, bij het ontbreken daarvan, aan de milieutoestemming die gold op de referentiedatum (dat is het moment waarop artikel 6 van de Habitatrichtlijn van toepassing werd voor het betrokken Natura 2000-gebied), tenzij nadien een milieutoestemming is verleend voor een activiteit met minder gevolgen. Dan geldt die toestemming als referentiesituatie (ECLI:NL:RVS:2021:71. R.o. 17.2).
Wanneer op de referentiedatum grond in gebruik was voor agrarische doeleinden, vormt dit gebruik de referentiesituatie. Daarmee wordt voldaan aan het vereiste van een milieutoestemming ten tijde van de referentiedatum (ABRS 29 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1604, r.o. 22.5). Een activiteit die op de Europese referentiedatum was toegestaan en die sindsdien onafgebroken aanwezig is geweest of nog kan zijn tot het moment van intrekking of wijziging van de toestemming, is een toestemming die gebruikt kan worden bij intern salderen (Art 1 lid o 50 van de Beleidsregel; Art 5 lid 1)3. Beoordelingskader voor bestemmingsplannen De gemeenteraad stelt een bestemmingsplan alleen vast wanneer de raad voldoende zekerheid heeft verkregen dat het plan de natuurlijke kenmerken van Natura 2000-gebieden niet zal aantasten. Voor een plan dat leidt tot een toename aan stikstofdepositie en waarvoor significante gevolgen niet in een voortoets zijn uit te sluiten, dient een passende beoordeling opgesteld te worden. Indien ook in de passende beoordeling, na eventueel treffen van mitigerende maatregelen, significante gevolgen niet zijn uit te sluiten, stelt de raad het plan alleen vast na succesvol doorlopen van de ADC-toets (artikelen 2.7 en 2.8 Wnb). Net als bij projecten geeft een AERIUS-berekening inzicht in de eventuele toename aan stikstofdepositie door een plan.
De referentiesituatie voor plannen is echter anders dan bij projecten. De referentie voor plannen is niet de vergunde situatie, maar de feitelijke planologisch, legale situatie voorafgaand aan de vaststelling van het plan (ECLI:NL:RVS:2020:1110, r.o. 12.7).
3 Beleidsregel van Gedeputeerde Staten van de provincie Flevoland houdende regels omtrent stikstof
(Beleidsregels intern en extern salderen 2019). https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR631035. Deze Beleidsregels met betrekking tot intern salderen zijn in praktijk komen te vervallen.
5 (15)
3
Ligging ten opzichte van Natura 2000-gebieden
Rondom het plangebied zijn de volgende stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden aanwezig: · IJsselmeer (circa 0,1 kilometer tot plangebied) · Markermeer & IJmeer (circa 3,1 kilometer tot plangebied) · Ketelmeer & Vossemeer (circa 9,0 kilometer tot plangebied) · Oostvaardersplassen (circa 10,9 kilometer tot plangebied) · Zwarte Meer (circa 22,2 kilometer tot plangebied) · Veluwerandmeren (circa 22,5 kilometer tot plangebied) · Rijntakken (circa 17,2 kilometer tot plangebied) Alleen het Natura 2000-gebied Rijntakken kent stikstofgevoelige habitattypen en/of leefgebieden. De ligging van het plangebied ten opzichte van Natura 2000-gebieden is in Figuur 4 weergegeven.
Figuur 4: Ligging plangebied t.o.v. nabijgelegen (stikstofgevoelig) Natura 2000-gebieden
6 (15)
4
Werkwijze
Voor de toetsing van de effecten zijn stikstofberekeningen uitgevoerd met AERIUS Calculator (2020). De berekeningen zijn uitgevoerd voor de gebruiksfase. Bij de AERIUSberekening is rekening gehouden met de PAS-uitspraak van de ABRvS van 29 mei 2019. De berekeningen zijn opgesteld conform het document ‘Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2020’ van BIJ12 (versie 3.0). Gebruiksfase De gebruiksfase leidt mogelijk tot extra effecten van stikstofdepositie omdat er sprake is van een verkeersaantrekkende werking. Aanlegfase De Wet stikstofreductie en natuurverbetering4 voorziet in een partiële vrijstelling voor de tijdelijke emissies gedurende de aanlegfase van bouw- en sloopwerkzaamheden. Deze wet is sinds 1 juli 2021 in werking5. Daarom is de aanlegfase van de voorgenomen planontwikkeling in deze notitie niet beschouwd.
5
Beoordeling effecten stikstofdepositie
5.1
Mogelijke effecten van stikstofdepositie
Stikstofdepositie bestaat in gereduceerde vorm (NH3, ammoniak) en geoxideerde vorm (stikstofoxide, NOx). Beide vormen van stikstof kunnen worden omgezet tot de nutriënten ammonium (NH4) en nitraat (NO3). De extra aanvoer van deze voedingsstoffen kan vooral bedreigend zijn voor voedselarme habitattypen. Door de verrijking kan de vegetatie verruigen en kunnen kenmerkende soorten van schrale milieus verdwijnen. Daarnaast kan depositie van stikstof en dan vooral depositie van ammoniak, leiden tot een daling van de bodem-pH. Door verzuring verdwijnen gevoelige soorten en neemt de soortenrijkdom en kwaliteit van zuurgevoelige habitattypen af. Voor de toetsing van de effecten is het van belang om vast te stellen of de kritische depositiewaarde (KDW) van de betreffende habitattypen wordt overschreden. De KDW is de grens waarboven het risico bestaat dat de kwaliteit van het habitat significant wordt aangetast door de verzurende en/of vermestende invloed van atmosferische stikstofdepositie. Een overschrijding van de KDW betekent niet direct dat dit leidt tot een daadwerkelijke verslechtering van de kwaliteit, dit is afhankelijk van lokale situatie, waarbij er sprake kan zijn van buffering ten aanzien verzuring of vermesting. 5.2
Berekening effecten stikstofdepositie
Voor de gebruiksfase is een berekening met de AERIUS Calculator 2020 uitgevoerd, welke geen rekening meer houdt met de vrijstellingen in het voormalige PAS. Op grond van de berekende stikstofdepositie in de gebruiksfase dient per relevant stikstofgevoelig habitattype beoordeeld te worden wat de mogelijke gevolgen zijn van de toename van stikstofdepositie op de instandhoudingsdoelstellingen van de habitattypen.
4 Wet van 10 maart 2021 tot wijziging van de Wet natuurbescherming en de Omgevingswet (stikstofreductie en
natuurverbetering). https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2021-140.html 5 Besluit van 14 juni 2021 tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I van de Wet van 10 maart 2021 tot wijziging van de Wet natuurbescherming en de Omgevingswet (stikstofreductie en natuurverbetering) en artikel I van het Besluit van 14 juni 2021 tot wijziging van enkele algemene maatregelen van bestuur (stikstofreductie en natuurverbetering). https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2021-288.html
7 (15)
Gebruiksfase Met het plan wordt een distributiecentrum gerealiseerd. Dit resulteert in verkeersbewegingen van licht verkeer, middelzwaar verkeer en zwaar verkeer, zowel op het terrein als richting/vanaf het distributiecentrum. Deze twee typen verkeersbewegingen worden in deze paragraaf nader uiteengezet. Het distributiecentrum wordt niet aangesloten op het gasnet, maar wordt op een duurzame manier verwarmd. Hierdoor ontstaan bij de verwarming geen emissies van stikstof. Het jaar van de ingebruikname van het distributiecentrum is op 2023 gesteld. Dit betreft een conservatieve aanname. Voertuigen op het terrein JYSK verwacht het gebruik van een terminaltruck en elektrische vorkheftrucks ten behoeve van de op en overslag op het terrein. Er wordt verwacht dat de terminaltruck 1.250 uur per jaar ingezet wordt. De uitstoot van de voertuigen wordt berekend via de ingebouwde calculator voor een ‘kipper’ van AERIUS (Mobiele werktuigen – Bouw en Industrie). Voor de berekening is uitgegaan van een oppervlakte-bron met de omtrek van het plangebied. De berekende emissie is 247,50 kg NOx en 6,83 kg NH3. JYSK verwacht het gebruik van een terminaltruck en elektrische vorkheftrucks en elektrische terminaltrucks ten behoeve van de op en overslag op het terrein.
Wegverkeer De verkeersgeneratie van wegverkeer in de gebruiksfase is berekend op basis van de verwachting van JYSK van licht verkeer, middel zwaarverkeer en vrachtverkeer. Voor de busjes is gerekend met de categorie middel zwaarverkeer, dit betreft een conservatieve aanname. De verwachte hoeveelheid verkeersbewegingen is gebaseerd op de piekmomenten van het distributiecentrum. Voor een conservatieve berekening wordt er gerekend met deze situatie vanaf het jaar van ingebruikname (2023). De ingebruikname zal echter eind 2023 plaatsvinden. De verwachte hoeveelheid voertuigen op piekmomenten is weergegeven in Tabel 1. Op basis van deze hoeveelheid voertuigen zijn de voertuigenbewegingen per jaar bepaald, dit is weergegeven in Tabel 2. Tabel 1: Voertuigbewegingen op piekmomenten
Dag
Shift
Maandag - Vrijdag Maandag - Vrijdag Zaterdag - Zondag
06:00 - 14:00 14:00 - 22:00 08:00 - 16:00
Aantal auto's 276 148 63
Aantal busjes 30 20 6
Aantal vrachtwagens 240 160 48
Totaal 450 300 90
Tabel 2: Verwachte verkeersbewegingen in de gebruiksfase
Type voertuig
Licht verkeer Middenzwaar verkeer Zwaar vrachtverkeer
Aantal voertuigen per week
Aantal voertuigen per jaar
2.250 262 2.096
117.000 13.624 108.922
Aantal verkeersbewegingen per jaar 234.000 27.248 217.984
Als ontsluiting van en naar het plangebied is uitgegaan van de route vanaf de toekomstige
8 (15)
ontsluiting van het plangebied via de Karperweg en de Binnenhavenweg richting de N307, alwaar het verkeer opgaat in het heersend verkeersbeeld. Daarnaast worden er 8.000 containers per jaar met een vrachtwagen vervoer, vanuit de containerterminal richting het terrein van Jysk. Dit resulteert in 16.000 vervoersbewegingen (enkele reis) van vrachtverkeer, echter worden hiervoor grotendeels elektrische vrachtwagens ingezet. Daarom zijn, als conservatieve aanname 10.000 vervoersbewegingen in categorie zwaar vrachtverkeer meegenomen. AERIUS Calculator gaat daarbij uit van standaardwaarden voor het gemiddelde Nederlandse wagenpark aan vrachtverkeer. De route van de vrachtwagens is gemodelleerd vanaf de toekomstige ontsluiting van het plangebied, via de Karperweg in noordoostelijke richting en de rotonde, rechtstreeks richting de containerterminal. Scenario zonder salderen Er is een berekening gemaakt met de AERIUS Calculator 2020 voor de gebruiksfase. Hierbij is nog geen rekening gehouden met saldering (verschilberekening met emissies in de referentiesituatie) Op basis van de gehanteerde uitgangspunten worden geen effecten van stikstofdepositie als gevolg van de plantontwikkeling berekend groter dan 0,00 mol/ha/jaar. Voor de specificering van de berekening wordt verwezen naar de exports van de AERIUSberekening (Bijlage 1).
Aanvullende berekening effecten buiten 5 km (zonder salderen) Omdat AERIUS Calculator de depositiebijdragen uit wegverkeer berekent met de Standaardreken-methode 2, zoals beschreven in de Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007, worden bijdragen uitgerekend tot 5 km van de weg. Voor de verschilberekening van de gebruiksfase is met een controleberekening nagegaan of effecten buiten de huidige afkapgrens van 5-km voor wegverkeer uit te sluiten zijn, naar aanleiding van de tussenuitspraak van de Raad van State in de zaak ViA156 Er is een aanvullende berekening gemaakt, waarbij de wegverkeersbronnen in de gebruiksfase zijn omgezet naar emissiebronnen met de sector ‘Anders’. Dit heeft tot gevolg dat deze bronnen worden doorgerekend met het Operationele Priotaire Stoffen Model (OPS). Op deze wijze is de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden berekend. De ‘stikstofruimte’ in de huidige situatie is niet omgezet naar de sector ‘Anders’, als conservatie benadering. Voor de omzetting van de wegverkeerbronnen zijn de emissiekenmerken overgenomen. Het gaat hier om: · Het label van de emissiebron. · Emissies NH3. · Emissies NOx. · Geometrie van de bron. · Bronhoogte (2,5 m). · Spreiding in de hoogte (2,5). · Warmte-inhoud (0 MW). Hieraan is toegevoegd de temporele variatie die hoort bij wegverkeer: LIGHT_DUTY_VEHICLES.
6
Uitspraak 201702813/1/R3 van 20 januari 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:105).
9 (15)
Uit de controleberekening van de gebruiksfase, waarin het wegverkeer gemodelleerd is als sector ‘Anders’, volgt dat een toename groter dan 0,00 mol/ha/jaar op Natura 2000gebieden niet op voorhand is uit te sluiten. De berekende effecten zijn opgenomen in Tabel 3. Tabel 3: Resultaten berekening zonder salderen met sector anders
Natura 2000-gebied
Weerribben Rijntakken De Wieden Veluwe Rottige Meenthe & Brandemeer
Max. toename stikstofdepositie (mol/ha/kjaar) 0,01 0,01 0,01 0,01 0,01
Scenario met intern salderen Uit de controleberekening zonder salderen volgt dat effecten van stikstofdepositie in de gebruiksfase voorbij 5 km niet op voorhand zijn uit te sluiten. Daarbij is echter geen rekening gehouden met intern salderen. Binnen het plangebied is er in de huidige situatie (referentiesituatie voor het bestemmingsplan) sprake van agrarisch gebruik waarbij de landbouwpercelen worden bemest. Bij het bemesten (aanwending van dierlijke en/of kunstmest) van agrarische percelen komen emissies van ammoniak (NH3) vrij. De percelen die in agrarisch gebruik zijn binnen het plangebied zijn ingetekend in Figuur 5. In totaal beslaan deze percelen in het plangebied 21,8 hectare.
Figuur 5: Huidig landgebruik plangebied
10 (15)
Op basis van open data van de Basisregistratie Gewaspercelen7 en Boer&Bunder8 is het huidig agrarische gebruik in kaart gebracht. Vakken ‘1’ en ‘3’ betreffen percelen waar in 2021 voor het eerste jaar het gewas luzerne wordt geteeld. Bij de teelt van luzerne is bemesting niet toegestaan na het eerste jaar van de teelt9. Als conservatieve benadering is daarom geen rekening gehouden met emissies als gevolg van het bemesten van de percelen waar luzerne wordt geteeld. Het vlak ‘2’ is in 2021 in gebruik voor de teelt van prei. Dit perceel heeft een oppervlak van circa 9,9 hectare. De huidige agrarische percelen worden uit productie genomen om plaats te maken voor het de planontwikkeling tot een bedrijfskavel. Met het vaststellen van het nieuwe bestemmingsplan komt de bestemming ‘Agrarisch’ van de percelen in het vigerend bestemmingsplan ‘Lelystad Flevokust – binnendijk’ (vastgesteld d.d. 13 april 2006), te vervallen. Daarmee komen ook de stikstofemissies als gevolg van mesttoediening in de huidige situatie te vervallen. Luchtfoto’s in Bijlage 2 tonen aan dat ook voor het vaststellen van het vigerende bestemmingsplan in 2006 reeds sprake was van agrarisch gebruik. Het meest zuidelijk agrarisch perceel (Vlak ‘2’) binnen het plangebied, betreft een perceel waarop prei wordt geteeld. De grondsoort van het perceel is bouwland op klei10.
In Tabel 4 is de berekening van de emissie als gevolg van de bemesting van dit perceel weergegeven. Het gewas prei heeft een stikstofgebruiksnorm van 245,0 kg N per hectare voor de grondsoort klei11. Jaarlijks mag maximaal 170 kg dierlijke mest worden toegediend per hectare12. Dit is de stikstofgebruiksruimte dierlijke mest. Het percentage ammoniakaal stikstof (TAN) in de toegediende mest is van meerdere factoren afhankelijk, zoals het type mest. Er is hierbij uitgegaan van de categorie ‘opfokzeugen en -beren, dunne mest’ met een TAN van 66%13, als aanname. Er is in de berekening uitgegaan van een gemiddelde emissiefactor (vervluchtigingspercentage) van 3,3%14. Dit resulteert in een jaarlijkse emissie van 3,7 kg NH3-N per hectare door toediening van dierlijke mest. Er is van uitgegaan dat tevens kunstmest wordt toegediend totdat de volledige stikstofgebruiksruimte is ingezet. Daarbij is de gemiddelde emissiefactor (vervluchtigingspercentage) van 3,6%15. Dit resulteert in een jaarlijkse emissie van 2,7 kg NH3-N per hectare door toediening van kunstmest. De totale emissie van 6,4kg NH-N per hectare is omgerekend naar kg NH3 door toepassing van de factor 17/14, gebaseerd op de verhouding van het moleculair gewicht NH3:N16. De totale emissie in kg NH3 als gevolg van bemesting van het perceel waarop prei wordt geteeld, bedraagt daarmee 77,1 kg NH3.