374. raadsbesluit Tarievennota 2022.docx
Tekst van het document
In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de leges worden betaald ingeval de kennisgeving als bedoeld in artikel 6: a. mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving; b. schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen 30 dagen na de dagtekening van de kennisgeving. 2. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen. Artikel 8 Kwijtschelding Bij de invordering van de leges wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 9 Teruggaaf 1. Gehele of gedeeltelijke teruggaaf van leges terzake van een in de tarieventabel omschreven dienst wordt verleend op een aanvraag als bedoeld in artikel 242 van de Gemeentewet en overeenkomstig een met betrekking tot die dienst in de bij deze verordening behorende tarieventabel opgenomen bepaling. 2. Voor de toepassing van artikel 28, vierde lid, van de Invorderingswet 1990 wordt de teruggaaf van leges, bedoeld in het eerste lid, aangemerkt als een vermindering van de belastingaanslag. Artikel 10 Nadere regels door het college van de gemeente Lelystad Het college van de gemeente Lelystad kan nadere regels stellen met betrekking tot de heffing en de invordering van de leges. Artikel 11 Inwerkingtreding en citeertitel 1.
De “Legesverordening Lelystad 2021” van 15 december 2020 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2022. 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2022. 4. Deze verordening wordt aangehaald als “Legesverordening Lelystad 2022”. Lelystad, 21 december 2021 De raad van de gemeente Lelystad, de griffier,
Raadsbesluit Nummer: 374 / 9
De raad van de gemeente Lelystad, op voorstel van het college van de gemeente Lelystad d.d. 23 november 2021; gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdeel a en b, van de Gemeentewet; B E S L U I T: vast te stellen de navolgende VERORDENING op de heffing en de invordering van lijkbezorgingsrechten 2022 (Verordening lijkbezorgingsrechten Lelystad 2022). Artikel 1 Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: a. begraafplaats : de algemene begraafplaats te Lelystad; b. eigen graf : een graf, waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot: - het doen begraven en begraven houden van overledenen; - het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; c. algemeen graf : een graf bij de gemeente in beheer waarin aan eenieder de gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van overledenen; d. eigen urnengraf : een graf waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten of bijgezet houden van twee asbussen met of zonder urnen; e. algemeen urnengraf : een graf bij de gemeente in beheer waarin aan eenieder gelegenheid wordt geboden tot het doen bijzetten van asbussen met of zonder urnen; f. asbus : een bus ter berging van de as van een overledene; g.
urnennis : een nis, waarvoor voor onbepaalde tijd het recht is verkregen tot het doen bijzetten of bijgezet houden van asbussen of urnen; h. urn : een voorwerp ter berging van één of meer asbussen; i. verstrooiingsplaats : een permanent daartoe bestemd terrein waarop as wordt verstrooid, dan wel een plaats waar voor bepaalde of onbepaalde tijd het recht is verleend om as te doen verstrooien; j. wandgraf : een bovengronds graf in een daartoe bestemde wand op de begraafplaats waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het begraven van een overledene; k. jaar : een periode van 365 dagen.
Artikel 2 Belastbaar feit Op basis van deze verordening worden rechten geheven voor het gebruik van de begraafplaats en voor het door of vanwege de gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaats.
Artikel 3 Belastingplicht De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt. Artikel 4 Vrijstelling De rechten worden niet geheven voor het begraven van doodgeboren kinderen of van overleden zuigelingen die met de overleden moeder in één kist worden begraven of gecremeerd. Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. Artikel 6 Belastingtijdvak 1. Het belastingtijdvak voor de rechten genoemd in hoofdstuk 2, de onderdelen 2.1, 2.1.1, 2.1.2, 2.1.3 en 3.5 van de tarieventabel is gelijk aan de periode waarover wordt afgekocht. 2. Na afloop van deze belastingtijdvakken worden de vorenbedoelde rechten niet opnieuw geheven. Artikel 7 Wijze van heffing De rechten worden geheven door middel van een gedagtekende kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld De rechten zijn verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening, bij de aanvang van het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen of bij de aanvang van het belastingtijdvak. Artikel 9 Termijn van betaling 1.
In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de rechten worden betaald binnen 30 dagen na de dagtekening van de kennisgeving. 2. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijn. Artikel 10 Kwijtschelding Bij de invordering van de rechten wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 11 Nadere regels door het college van de gemeente Lelystad Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de heffing en de invordering van de rechten. Artikel 12 Inwerkingtreding en citeertitel 1. De “Verordening lijkbezorgingsrechten Lelystad 2021” van 15 december 2020, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2022. 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2022. 4. Deze verordening wordt aangehaald als de “Verordening lijkbezorgingsrechten Lelystad 2022”. Lelystad, 21 december 2021 De raad van de gemeente Lelystad, de griffier,
Tarieventabel bij Verordening lijkbezorgingsrechten Lelystad 2022 1. Begraafrechten Begraven en bijzetten Tarief 2022 1.1.
1.2.
1.3.
1.4.
1.5.
1.6. 1.7
Voor het begraven van een overledene van 12 jaar of ouder wordt geheven
€
972,00
Voor het begraven van een overledene beneden de leeftijd van 12 jaar wordt geheven
€
870,00
Voor het bijzetten van een asbus of urn in een urnengraf wordt geheven
€
494,00
Voor het bijzetten van een asbus of urn in een urnennis wordt, indien deze bijzetting in aanwezigheid van nabestaanden geschiedt, geheven
€
156,00
Voor het bijzetten van een asbus of urn in een urnennis wordt, indien deze bijzetting niet in aanwezigheid van nabestaanden geschiedt, geheven
€
42,00
Voor het afhalen en/of opbrengen van een gedenkteken van een eigen graf ten behoeve van een 2e bijzetting in dat graf wordt geheven
€
86,00
Voor het begraven van een overledene in een wandgraf wordt geheven
€
394,00
Lichten en herbegraven 1.8.
Voor het lichten van een overledene wordt geheven
€
967,00
1.8.1.
Voor het na lichting weer begraven in hetzelfde graf wordt geheven
€
247,00
1.8.2.
Voor het na lichting opnieuw begraven in een ander graf wordt het recht geheven naar de tarieven vermeld in de onderdelen 1.1 en 1.2
1.9.
Voor het lichten van een asbus of urn uit een urnengraf wordt geheven
€
494,00
1.9.1.
Voor het na lichting weer bijzetten in hetzelfde urnengraf wordt geheven
€
162,00
1.9.2.
Voor het na lichting weer bijzetten in een ander urnengraf wordt het recht geheven naar het tarief vermeld in onderdeel 1.3
1.9.3.
Voor het lichten van een asbus of urn uit een urnennis wordt geheven
€
42,00
1.9.4.
Voor het na lichting weer bijzetten in dezelfde urnennis wordt geheven
€
42,00
1.9.5.
Voor het na lichting weer bijzetten in een andere urnennis wordt het recht geheven naar de tarieven vermeld in de onderdelen 1.4 en 1.5
Diensten verricht op buitengewone uren worden verhoogd met:
25% 50% 50% 100% 100%
voor diensten verricht van maandag tot en met vrijdag van 16:00 tot en met 17:00 uur; voor diensten verricht van maandag tot en met vrijdag van 17:00 tot en met 19:00 uur; voor diensten verricht op zaterdag van 09:00 tot en met 12:00 uur; voor diensten verricht op zaterdag van 12:00 tot en met 16:00 uur; Voor diensten verricht op zondag en algemene feestdagen.
2. De aanleg en onderhoudsrechten 2.1.
Voor het begraven van een overledene of het bijzetten van een asbus of urn in een eigen graf wordt in de vorm van een afkoopsom voor een periode van 20 jaren een begraafplaatsrecht geheven van
€
1.570,00
€
391,00
€
1.244,00
€
784,00
Voor het verkrijgen van het uitsluitend recht voor een periode van 20 jaren tot het doen begraven en begraven houden van overledenen of het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen in een eigen graf wordt bij de eerste begraving of bijzetting in dat eigen graf een grafrecht geheven van
€
784,00
Voor het verkrijgen van het uitsluitend recht voor een periode van 20 jaren tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen in een eigen urnengraf wordt bij de eerste bijzetting in dat eigen urnengraf een grafrecht geheven van
€
391,00
en bijgezet houden van asbussen in een urnennis wordt bij de eerste bijzetting in de urnennis een urnennisrecht geheven van
€
784,00
Voor het verkrijgen van het uitsluitend recht voor een periode van 20 jaren tot het doen begraven en begraven houden van overledenen in een wandgraf wordt een grafrecht geheven van
€
2.011,00
2.1.0.
Het onder 2.1 vermelde recht wordt verhoogd met 100% indien het een begraving betreft waarbij een overledene in zittende houding wordt begraven waardoor het bovengraf niet meer benut kan worden
2.1.1.
Voor het bijzetten van een asbus of urn in een algemeen of eigen urnengraf wordt in de vorm van een afkoopsom voor een periode van 10 jaren een begraafplaatsrecht geheven van
2.1.2.
2.1.3.
2.2.
2.2.1.
2.2.2.
2.2.3.
2.3.
Voor het begraven van een overledene in een wandgraf wordt in de vorm van een afkoopsom voor een periode van 10 jaren een begraafplaatsrecht geheven van Voor het begraven van een overledene of het bijzetten van een asbus of urn in een algemeen graf wordt in de vorm van een afkoopsom voor een periode van 10 jaren een begraafplaatsrecht geheven van
Voor het verkrijgen van het uitsluitend recht voor een periode van 10 jaren tot het doen bijzetten
Voor het in behandeling nemen van een aanvraag
tot verlenging van het in de onderdelen 2.2. en 2.2.1. bedoelde uitsluitend recht met een periode van 10 jaren, worden dezelfde tarieven geheven als bij die onderdelen staan vermeld. 2.3.1.
Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot verlenging van het in onderdeel 2.2.2. bedoelde recht met een periode van 5 jaren, wordt 50% geheven van het tarief dat bij dat onderdeel staat vermeld.
Strooirecht en verstrooiingsrecht 2.4.
2.5.
Voor het gebruik van de verstrooiingsplaats wordt indien hierbij nabestaanden aanwezig zijn, per verstrooiing van de as van één gecremeerde overledene een strooirecht geheven van
€
121,00
Voor het verkrijgen van het recht op een verstrooiingsplaats wordt geheven
€
80,00
Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning tot het aanbrengen van een gedenkteken wordt geheven
€
141,00
Voor het door of vanwege de gemeente aanbrengen van een herdenkingsplaatje met naamsvermelding ten behoeve van de gedachtenisplek voor een periode van tien jaren wordt geheven
€
107,00
€
16,00
€
43,00
3. Overige rechten 3.1.
3.2.
3.3.
Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot overschrijving van een uitsluitend recht zoals vermeld in de onderdelen 2.2, 2.2.1, 2.2.2 en 2.2.3 wordt geheven
Onderhoud grafbeplanting 3.4.
3.5.
Voor het door of vanwege de gemeente aanbrengen en onderhouden van de grafbeplanting wordt per jaar geheven
Het onder 3.4. bedoeld recht kan voor een periode van 10 jaren worden afgekocht. De afkoopsom wordt vastgesteld door middel van de berekening van de contante waarde van de onderhoudskosten voor de periode waarover wordt afgekocht. Bij deze berekening wordt uitgegaan van een kostenstijgingspercentage van het prijsindexcijfer per jaar.
Lelystad, 21 december 2021 De raad van de gemeente Lelystad, de griffier,
€
419,00
Raadsbesluit Nummer: 374 / 10 De raad van de gemeente Lelystad, op voorstel van het college van de gemeente Lelystad d.d. 23 november 2021; gelet op artikel 227 van de Gemeentewet en gelet op de tussen de gemeente Lelystad en de Stichting Hart voor Lelystad gesloten uitvoeringsovereenkomst; B E S L U I T: vast te stellen de navolgende VERORDENING op de heffing en de invordering van reclamebelasting 2022 (Verordening reclamebelasting Stadshart Lelystad 2022). Artikel 1. Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: a. reclameobject: een openbare aankondiging in letters, symbolen, logos, of kleuren, of een combinatie daarvan, zichtbaar vanaf de openbare weg; b. bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, welke op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij directe of indirecte steun vindt in of op de grond; c. perceel: een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig gedeelte daarvan; d. vestiging: een onroerende zaak als bedoeld in de Wet waardering onroerende zaken of een roerende zaak als bedoeld in de Gemeentewet, die duurzaam wordt gebruikt voor het aanbieden van goederen of diensten (met een winstoogmerk) daaronder begrepen winkels en horeca; e. onroerende zaak: de onroerende zaak als bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken; f.
roerende zaak: de roerende zaak als bedoeld in artikel 221 van de Gemeentewet; g. jaar: een kalenderjaar; h. het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lelystad; i. stichting: Stichting Hart voor Lelystad; j. subsidie: een subsidie zoals bedoeld in het convenant; k. subsidiebeschikking: de beschikking waarmee de subsidie wordt verleend; l. convenant: de tussen de gemeente Lelystad en de Stichting Hart voor Lelystad gesloten uitvoeringsovereenkomst. Artikel 2. Belastbaar feit Onder de naam reclamebelasting wordt, binnen het gebied zoals nader aangewezen in de bij deze verordening behorende bijlage 1, een direct belasting geheven voor een openbare aankondiging die zichtbaar is van de openbare weg. Artikel 3. Belastingplicht 1. De reclamebelasting wordt geheven van de gebruiker van een perceel dat in gebruik of bestemd is als een onroerende of roerende zaak die de openbare aankondiging heeft, dan wel van degene ten behoeve van wie de openbare aankondiging is aangebracht, welke verwijst naar een vestiging gelegen in het gebied in artikel 2 van deze verordening, waarop en waarbij één of meer reclameobjecten worden aangetroffen. 2. Met betrekking tot de reclamebelasting als bedoeld in het eerste lid, wordt als gebruiker aangemerkt: a.
degene die naar de omstandigheden beoordeeld het perceel al dan niet krachtens een zakelijk of persoonlijk recht gebruikt; b. ingeval een gedeelte van een perceel ten gebruik is afgestaan: degene die dat gedeelte in gebruik
heeft afgestaan. Artikel 4 Zelfstandige gedeelten Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld perceel blijkens hun indeling bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, wordt de belasting geheven ter zake van elk als zodanig bestemd gedeelte, met dien verstande dat indien twee of meer van die gedeelten tezamen als één geheel worden gebruikt, deze als één perceel worden aangemerkt. Artikel 5 Belastingobject Onder de naam “reclamebelasting” wordt een belasting geheven ter zake van openbare aankondigingen welke zichtbaar zijn vanaf de openbare weg. Artikel 6 Maatstaf van heffing en belastingtarief 1. De heffingsmaatstaf is de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor de betreffende onroerende zaak vastgestelde waarde voor het kalenderjaar 2022. 2. Het tarief van de reclamebelasting bedraagt voor de onroerende zaak € 2,90 per € 1.000,- van de vastgestelde WOZ-waarde. 3. Het tarief van de reclamebelasting bedraagt voor de roerende zaak een vast bedrag € 400,00. 4. De reclamebelasting bedraagt minimaal € 400,00 en maximaal € 1.425,00. 5.
Indien met betrekking tot een onroerende zaak geen waarde is vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken wordt de heffingsmaatstaf van die onroerende zaak bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken. Artikel 7 Wijze van heffing De reclamebelasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar gelang van tijd 1. De belasting is verschuldigd bij de aanvang van het belastingjaar of, indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, bij de aanvang van de belastingplicht. 2. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd over zoveel gedeelten van de voor dat jaar geldende tarief als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht nog volle kalendermaanden overblijven. 3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar op het tijdstip van beëindiging van de belastingplicht nog volle kalendermaanden overblijven. Artikel 9 Vrijstellingen De reclamebelasting wordt niet geheven voor: a.
een openbare aankondiging door publiekrechtelijke rechtspersonen gedaan in de uitoefening van hun publiekrechtelijke taak; b. politieke aankondigingen ten tijde van de verkiezingen of aankondigingen van culturele en maatschappelijke aard of aankondigingen van niet-commerciële en tijdelijke aard; c. openbare aankondigingen die uitsluitend het openbaar belang dienen; d. openbare aankondigingen die door (semi-)overheden of culturele, maatschappelijke of daarmee gelijk te stellen lichamen met ideële doelstellingen zijn aangebracht en betrekking hebben op activiteiten die uitsluitend een cultureel, maatschappelijk, charitatief of ideëel doel dienen; e. openbare aankondigingen van politieke partijen; f. openbare aankondigingen die korter aanwezig zijn dan 13 weken en binnen het belastingtijdvak niet worden vervangen, opgevolgd of gecontinueerd door andere openbare aankondigingen; g. openbare aankondigingen op bouwterreinen voor zover deze rechtstreeks betrekking hebben op de op dat terrein in uitvoering zijnde bouwwerkzaamheden; h. openbare aankondigingen die met vermelding van een tussenpersoon zijn gedaan in verband met de verhuur of de verkoop van een onroerende zaak. Artikel 10 Termijnen van betaling 1.
In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een belastingaanslag worden betaald in zes termijnen, waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 2. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijn. Artikel 11 Kwijtschelding Bij de invordering van de reclamebelasting wordt geen kwijtschelding verleend.
Artikel 12 Nadere regels door het college van de gemeente Lelystad Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de heffing en de invordering van de reclamebelastingen. Artikel 13 Verhouding Algemene subsidieverordening gemeente Lelystad 1. De Algemene subsidieverordening gemeente Lelystad is van toepassing op subsidies die ten laste van de ontvangen heffingen op grond van deze verordening komen. 2. Voor zover deze verordening afwijkt van de Algemene subsidieverordening gemeente Lelystad dan wel toepassing van de Algemene subsidieverordening gemeente Lelystad en bijbehorende besluiten strijdig zou zijn met deze verordening, prevaleert hetgeen in deze verordening is bepaald. Artikel 14 Aanwijzing stichting De stichting wordt aangewezen als de partij die op grond van deze verordening subsidie kan aanvragen. Artikel 15 Subsidie aanvraag 1. De subsidie wordt jaarlijks verleend aan de stichting voor de uitvoering van de activiteiten die zijn opgenomen in de Subsidiebeschikking en het gesloten convenant. De subsidie wordt verleend op een daartoe gedane aanvraag. 2. Een aanvraag om een subsidie kan worden ingediend vanaf 1 augustus tot uiterlijk 1 oktober voorafgaand aan het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft. 3. Een aanvraag om subsidie die betrekking heeft op het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de verordening in werking is getreden, wordt afgewezen.
Artikel 16 Subsidieverlening 1. De subsidie bedraagt maximaal het bedrag van de jaarlijks te ontvangen reclamebelasting. Het college brengt voor de inning van de heffing € 1.750,00 kosten in rekening. 2. Verrekening als gevolg van vermindering van de reclamebelasting en eventueel oninbaarheid van openstaande vorderingen kunnen leiden tot het vaststellen van een lager subsidiebedrag. Artikel 17 Melding van relevante wijzigingen De stichting stelt het college zo spoedig mogelijk schriftelijk op de hoogte van: a. meer dan ondergeschikte veranderingen in haar financiële situatie; b. een wijziging van de statuten; c. verandering of beëindiging van activiteiten. Artikel 18 Inwerkingtreding en citeertitel 1. De “Verordening reclamebelasting Stadshart Lelystad 2021” van 15 december 2020 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. Deze verordening treedt in werking op de dag nadat het college heeft bekend gemaakt dat bij de ondernemers in het Stadshart sprake is van voldoende steun voor het ondernemersfonds, zoals dat blijkt uit de te houden draagvlakmeting. 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2022. 4. Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening reclamebelasting Stadshart Lelystad 2022”.
Lelystad, 21 december 2021 De raad van de gemeente Lelystad, de griffier,
Bijlage 1: De gebiedsomschrijving Centrum (kaart) als bedoeld in artikel 2 van de Verordening
Raadsbesluit Nummer: 374 / 11
De raad van de gemeente Lelystad, op voorstel van het college van de gemeente Lelystad d.d. 23 november 2021 gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en de onderdelen a en b van de Gemeentewet; B E S L U I T: vast te stellen de navolgende VERORDENING op de heffing en de invordering van de liggelden Bataviahaven 2022 (Verordening liggelden Bataviahaven 2022). Artikel 1. Begripsomschrijvingen Schip Elk vaartuig met inbegrip van een vaartuig zonder waterverplaatsing en een watervliegtuig, gebruikt of geschikt om te worden gebruikt als een middel van vervoer te water; onder vaartuig wordt mede verstaan drijvende werktuigen, zoals kranen, baggermolens, pontons of materieel van soortgelijke aard, alsmede glijboten en ponten. Passagiersvaartuig Elk schip, dat door de eigenaar bestemd is om meer dan twaalf passagiers te vervoeren, dan wel een schip, dat meer dan twaalf passagiers vervoert, veerboten daaronder begrepen.
Charterschip Een passagiersvaartuig dat door de eigenaar is bestemd om meer dan twaalf passagiers te vervoeren of meer dan twaalf passagiers vervoert en dat daadwerkelijk en aantoonbaar wordt gebruikt ten behoeve van de beroepsmatige chartervaart en waarvan de gezagvoerder/eigenaar/reder als charterondernemer staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel, dat is te boek gesteld overeenkomstig artikel 785 van boek 8 van het Burgerlijk Wetboek en waarvoor een Certificaat van Onderzoek als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Binnenvaartwet of Certificaat van deugdelijkheid als bedoeld in artikel 3, eerste lid van de Schepenwet is afgegeven en waarvan de gezagvoerder/eigenaar/reder heeft voldaan aan de verplichting als bedoeld in artikel 36 lid 2 van de Binnenvaartwet. Pleziervaartuig Een schip dat uitsluitend of hoofdzakelijk wordt gebruikt voor niet-bedrijfsmatige, sportieve of recreatieve doeleinden. Onder niet-bedrijfsmatig wordt tevens verstaan het al dan niet structureel tegen betaling of enige andere tegenprestatie vervoeren van 12 of minder passagiers.
Charterjacht Een pleziervaartuig dat gebruikt wordt door een natuurlijke persoon die niet de eigenaar van dat jacht is, maar dat tegen betaling in gebruik heeft van een derde, terwijl de gebruiker zelf optreedt als gezagvoerder op dat jacht en de derde van die verhuur zijn beroep of bedrijf heeft gemaakt, een en ander blijkend uit een inschrijving bij de Kamer van Koophandel en het feit dat het jacht daadwerkelijk en aantoonbaar voor dat doel wordt gebruikt.
Passanten Belastingplichtigen voor ligplaatsen waarvoor geen abonnement is afgegeven ten behoeve van het schip waarmee ligplaats wordt ingenomen en die geen deelnemer aan een evenement zijn of dat evenement op een of andere wijze met een schip faciliteren. Bataviahaven Het water, gelegen in de gemeente Lelystad tussen het Schoonzicht en de wegen, de steigers en de kunstwerken, welke vanaf het Schoonzicht in zuid-westelijke richting zijn aangebracht, welke tezamen een dam vormen, met inbegrip van die dam, een strook water in het Oostvaardersdiep ter breedte van 20 meter ten noordwesten van die dam en de bij, op of aan die dam aangebrachte werken en voorzieningen, alsmede de monding van die haven met inbegrip van de in die monding aangebrachte remmingwerken, lichtopstanden, boeien en andere kunstwerken en voorzieningen, de naast en in de haven gelegen pontons en de daarin en daarop aangebrachte voorzieningen, een en ander met inbegrip van het appartement dat plaatselijk bekend is onder het adres Schoonzicht 404 met de daarbij behorende inventaris en aanhorigheden (havenkantoor met bijbehorende sanitaire voorzieningen), een en ander zoals is vastgelegd op de bij de vigerende Havenverordening Bataviahaven van de gemeente Lelystad behorende en daarvan onderdeel uitmakende kaart met het nummer SW-907262-AL-4. Artikel 2.
Belastbaar feit Ter zake van het hebben van een ligplaats in de Bataviahaven en het in verband daarmee door of vanwege de gemeente verlenen van diensten wordt onder de naam "liggelden" rechten geheven. Artikel 3. Belastingplicht 1. Belastingplichtig is degene die een ligplaats heeft ingenomen, dan wel degene voor wie diensten als bedoeld in artikel 2 worden of zijn verricht. 2. Bij voortgezet innemen van een ligplaats na afloop van de termijn waarvoor liggeld is voldaan, ontstaat opnieuw de belastingplicht. Artikel 4. Vrijstelling Het recht wordt niet geheven ter zake van het innemen van een ligplaats met een schip dat voor onderhoudswerkzaamheden aan gemeente-eigendommen wordt gebezigd. Artikel 5. Belastinggrondslag Voor de berekening van het recht wordt: a. als lengte van een vaartuig aangemerkt de lengte over alles van het vaartuig met inbegrip van een vaste boegspriet, een papegaaienstok, het trimvlak en een roer, waarbij een gedeelte van een meter wordt gerekend voor een hele meter; b. als breedte van een vaartuig aangemerkt de breedte over alles van het vaartuig met inbegrip van overhangen en balkons, waarbij een gedeelte van een meter wordt gerekend voor een hele meter; c. als m² aangemerkt de hoeveelheid ingenomen wateroppervlakte, zijnde het product van de lengte en de breedte over alles; waarbij een gedeelte van een m² wordt gerekend voor een hele m². Artikel 6.
Tarieven Het recht wordt geheven naar de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. Artikel 7. Verlaten ligplaats Het college is gerechtigd de ligplaats die wordt ingenomen met een abonnement aan een ander schip toe te wijzen bij afwezigheid van het schip waarvoor het abonnement is afgegeven. Daarnaast is de havenmeester gerechtigd om bij evenementen, aanwijzingen te geven aan de houders van abonnementen. Artikel 8. Het belastingjaar 1. Met betrekking tot de rechten genoemd in de bij deze verordening behorende tarieventabel die per jaar worden geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. 2. Met betrekking tot de overige rechten genoemd in de tarieventabel is het belastingtijdvak gelijk aan de periode waarvoor een ligplaats wordt ingenomen.
Artikel 9. Opzeggen recht Ingeval een ligplaats wordt ingenomen voor een kalenderjaar en de gebruiker wenst deze ligplaats het volgende jaar niet in te nemen, dient deze gebruiker dit vóór 1 november van het jaar voorafgaand aan het jaar dat hij van de ligplaats geen gebruik wenst te maken aan het college mede te delen. Indien de gebruiker niet voor bedoelde datum heeft opgezegd, wordt het recht voor het volgende kalenderjaar automatisch verlengd. Artikel 10. Beëindiging belastingplicht 1. Indien de belastingplicht, voor een vaartuig dat een ligplaats inneemt met een abonnementstarief voor een kalenderjaar, eindigt gedurende de periode waarvoor dat abonnement is verstrekt, wordt op een aanvraag als bedoeld in artikel 242 van de Gemeentewet ontheffing verleend over zoveel delen van het recht als er nog volle kalenderkwartalen in de periode van dat abonnement resteren. 2. Indien de belastingplicht, voor een vaartuig dat een ligplaats inneemt met een abonnementstarief voor een zomer- of winterperiode, eindigt gedurende de periode waarvoor dat abonnement is verstrekt, wordt op een aanvraag als bedoeld in artikel 242 van de Gemeentewet ontheffing verleend over zoveel delen van het recht als er nog volle maanden in de periode van dat abonnement resteren. Artikel 11. Wijze van heffing en termijnen van betaling 1.
Het recht wordt geheven bij wege van een mondelinge dan wel gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een gedagtekende bon, nota of ander schriftuur, waarop het verschuldigde bedrag wordt vermeld. 2. Het recht is verschuldigd zodra een ligplaats wordt ingenomen en moet worden betaald op het moment van de mondelinge kennisgeving of het uitreiken van de kennisgeving, dan wel in het geval van toezending van de kennisgeving binnen dertig dagen na de dagtekening van de kennisgeving. 3. Bij voortgezet verblijf na afloop van de termijn waarover liggeld is betaald begint een nieuwe termijn en is met betrekking tot deze nieuwe termijn het recht opnieuw verschuldigd, alsdan dient betaling opnieuw overeenkomstig het tweede lid plaats te vinden. Een en ander laat onverlet het verbod van voortzetting van de termijn door passanten, zoals dat is bepaald in de vigerende Havenverordening Bataviahaven van de gemeente Lelystad. 4. Abonnementen dienen te worden betaald binnen dertig dagen na dagtekening van de nota. 5. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel 12. Kwijtschelding Bij de invordering van de liggelden wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 13.
Nadere regels door het college van de gemeente Lelystad Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de heffing en de invordering van de liggelden. Artikel 14. Inwerkingtreding en citeertitel 1. De “Verordening liggelden Bataviahaven 2021" van 15 december 2020, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2022. 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2022. 4. Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening liggelden Bataviahaven 2022”. Lelystad, 21 december 2021 De raad van de gemeente Lelystad, de griffier,
Tarieventabel Bataviahaven Lelystad 2022, behorende bij de Verordening liggelden Bataviahaven 2022. Geldig vanaf 1 januari 2022. Prijzen inclusief 21% omzetbelasting. tarief Omschrijving
Categorie
periode
1
1.1
Passant
Dag, zijnde een tijdvak van maximaal 24:00 uur, gerekend vanaf 12:00 uur
1.2
Winter-maandabonnement 1 november tot 1 april
Aaneengesloten periode van 30 of 31 dagen (afhankelijk van de “startmaand”)
lengte
m
€
1.3
Winterabonnement
Van 1 november tot 1 april
lengte
m
€ 31,97
70 overnachtingen tussen 1 april en 1 november 210 overnachtingen tussen 1 april en 1 november
lengte
m
€ 72,49
lengte
m
€ 217,48
Charterschepen
1.4 Zomerabonnement 1.4.1 schepen met logies 1.4.2 dagschepen
2
Vrachtschepen
berekenings- eenheid prijs per grondslag eenheid lengte m € 1,45 8,35
1.5
Zomer-weekabonnement
7 dagen aaneengesloten van 24 uur
lengte
m
€
7,27
1.6
Dagdeel passant
Dagdeel, maximaal 4 uur of een lengte gedeelte daarvan tot uiterlijk 17:00 uur
m
€
0,73
2.1
weekbriefje
Weekbriefje op basis van tonnengeld is 7 dagen, 24 uur geldig voor vrachtschepen die actief in de vrachtvaart zijn.
ton ton laadvermogen
€
0,20
3
Riviercruiseschepen
3.1
Passant
3.1.1 Passant dagdeel 3.2 Passant 3.2.2 Passant dagdeel
4
5
Pleziervaartuigen
Botenhelling
Januari t/m maart en juni t/m lengte december Dagdeel, maximaal 4 uur of een lengte gedeelte daarvan tot uiterlijk 17:00 uur
m
€
2,20
m
€
1,11
april en mei Maximaal 4 uur
m m
€ €
3,28 1,64
lengte lengte
3.3
Reserveringskosten per aanlanding
aanlanding
3.4
Milieuheffing o.b.v. passagierscapaciteitsschip
capaciteit
per € persoon , per dag
0,64
4.1
Passant
Dag, zijnde een tijdvak van maximaal 24:00 uur, gerekend vanaf 12:00 uur
lengte
m
€
2,27
4.2
Zomer-week-abonnement
7 dagen aaneengesloten van 24 uur
lengte
m
€ 13,65
4.3
Dagdeel passant
Dagdeel, zijnde een tijdvak van maximaal 4 uur tot uiterlijk 17.00 uur
schip
per schip
€
boot
per keer € 10,00
In en uit het water halen
€ 118,89
Voor multi-hulls geldt een toeslag op het recht van 50% 6
Verhaalswerkzaam- Indien voor een ligplaats, door nalatigheid van de belastingplichtige door of vanwege de gemeente heden verhaalwerkzaamheden moeten worden verricht, worden de hiervoor vermelde rechten verhoogd met € 97,50 per uur dat deze verhaalwerkzaamheden in beslag nemen, waarbij een gedeelte van een uur voor een vol uur wordt gerekend.
7,76
Lelystad, 21 december 2021 De raad van de gemeente Lelystad, de griffier,
Raadsbesluit Nummer: 374 / 12
De raad van de gemeente Lelystad, op voorstel van het college van de gemeente Lelystad d.d. 23 november 2021; gelet op artikel 225 van de Gemeentewet; B E S L U I T: vast te stellen de navolgende VERORDENING op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen 2022 (Verordening parkeerbelastingen Lelystad 2022). Artikel 1. Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: a. parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een voertuig anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van zaken, op de binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden; b. motorvoertuigen: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het RVV 1990 met inbegrip van brommobielen; c. houder: degene die naar de omstandigheden als houder van een voertuig moet worden beschouwd, met dien verstande dat voor een motorrijtuig dat is ingeschreven in het krachtens de Wegenverkeerswet 1994 aan te houden register van opgegeven kentekens (Kentekenregister) als houder wordt aangemerkt degene op wiens naam het voor het motorrijtuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren in het register was ingeschreven; d.
parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten, met inbegrip van verzamelparkeermeters, centrale computer en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan; e. centrale computer: computer van het bedrijf waarmee de gemeente Lelystad een overeenkomst heeft gesloten, bestemd voor de registratie van parkeerbewegingen in het kader van het verlenen van diensten op het gebied van betaald parkeren met gebruik van een mobiele telefoon of een ander communicatiemiddel; f. vergunning: een van gemeentewege verleende vergunning voor het parkeren zoals bepaald in de vigerende Parkeerverordening van de gemeente Lelystad; g. abonnement: een van gemeentewege verleend abonnement, voor het parkeren zoals bepaald in de vigerende Parkeerverordening van de gemeente Lelystad.
Artikel 2. Belastbaar feit Onder de naam “parkeerbelastingen” worden de volgende belastingen geheven: a. een belasting terzake van het parkeren van een voertuig op een bij, dan wel krachtens deze verordening in de daarin aangewezen gevallen door het college te bepalen plaats, tijdstip en wijze; b. een belasting terzake van een van gemeentewege verleende vergunning/verleend abonnement voor het parkeren van een voertuig op de in die vergunning/dat abonnement aangeven plaats en wijze. Artikel 3. Belastingplicht 1. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven van degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd. 2. Als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd wordt mede aangemerkt: a. degene die de belasting voldoet dan wel te kennen geeft of heeft gegeven de belasting te willen voldoen; b. zolang geen voldoening van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, heeft plaatsgevonden: de houder van het motorvoertuig met dien verstande dat: 1. indien een voor ten hoogste drie maanden aangegane huurovereenkomst wordt overgelegd waaruit blijkt wie ten tijde van het parkeren ingevolge deze overeenkomst de huurder van het voertuig was, niet de houder maar de huurder wordt aangemerkt als degene die het voertuig heeft geparkeerd; 2.
indien blijkt dat een ander in het Kentekenregister als bedoeld in de Wegenverkeerswet 1994, had moeten staan ingeschreven, die ander wordt aangemerkt als degene die het voertuig heeft geparkeerd. 3. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt niet geheven van degene die op grond van het tweede lid, onderdeel b, als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd wordt aangemerkt, indien deze aannemelijk maakt dat ten tijde van het parkeren een ander tegen zijn wil van het motorvoertuig gebruik heeft gemaakt en dat hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen. 4. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven van degene die de vergunning/het abonnement heeft aangevraagd. Artikel 4. Vrijstellingen 1. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, voor het parkeren van een motorvoertuig op de parkeerlocatie wordt niet geheven van een houder van een geldige gehandicaptenparkeerkaart, indien deze kaart duidelijk zichtbaar achter het voorraam is geplaatst. 2. In afwijking van het bepaalde in het vorige lid geldt de genoemde vrijstelling niet in parkeergarages of bij parkeren achter slagbomen. Artikel 5. Maatstaf van heffing, belastingtarief en belastingtijdvak De maatstaf van heffing, het belastingtarief en het belastingtijdvak zijn vermeld in de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende Tarieven- en kostentabel. Artikel 6.
Wijze van heffing 1. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte. Als voldoening op aangifte wordt in dit geval aangemerkt het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van de door het college gestelde voorschriften. 2. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte. 3. Bij de voldoening op aangifte moet het kenteken van het motorvoertuig waarmee wordt geparkeerd, of waarvoor de vergunning geldt, worden opgegeven. Artikel 7. Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdgelang 1. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, is verschuldigd bij de aanvang van het parkeren, tenzij bij de aanvang van het parkeren het in werking stellen van de centrale parkeerapparatuur geschiedt door het halen van een toegangskaartje waarvoor na afloop van het parkeren betaald moet worden of door het inloggen via een mobiele telefoon of een ander communicatiemiddel op de centrale computer. 2. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, is verschuldigd op het tijdstip waarop de vergunning/het abonnement wordt verleend.
3. 4.
Indien de belasting als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, in de loop van het jaar aanvangt, wordt het verschuldigde bedrag berekend naar zoveel twaalfde gedeelten van het jaartarief, als na de aanvang van de belastingplicht volle maanden in het heffingstijdvak overblijven. Indien de belasting als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, in de loop van het jaar eindigt, wordt het verschuldigde bedrag berekend naar zoveel twaalfde gedeelten van het jaartarief, als na beëindiging van de belastingplicht volle maanden in het heffingstijdvak overblijven. De over deze resterende volle kalendermaanden betaalde belasting wordt op verzoek gerestitueerd, voor zover het te restitueren bedrag hoger is dan € 10,00.
Artikel 8. Termijnen van betaling 1. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, moet worden betaald bij de aanvang van het parkeren. 2. In afwijking van het bepaalde in het vorige lid moet de belasting worden betaald vóór het verlaten van het terrein, waarbij betaling plaatsvindt met behulp van het toegangskaartje in de centrale parkeerapparatuur te stoppen. 3. Indien het in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt via een mobiele telefoon of een ander communicatiemiddel moet de belasting overeenkomstig de aangifte worden betaald binnen één maand na het einde van het parkeren. 4. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald op het tijdstip waarop de vergunning/het abonnement wordt verleend. Voldoening via een daartoe afgegeven machtiging tot automatische incasso wordt met betalen gelijkgesteld. 5. Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald. Artikel 9. Bevoegdheid tot aanwijzing parkeerplaatsen De aanwijzing van de plaats waar, het tijdstip en de wijze waarop tegen betaling van de belasting als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, mag worden geparkeerd geschiedt in alle gevallen door het college bij openbaar bekend te maken besluit. Artikel 10. Kosten De kosten van de naheffingsaanslag ter zake van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, bedragen € 66,50. Artikel 11.
Kwijtschelding Bij de invordering van de parkeerbelastingen wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 12. Nadere regels door het college van de gemeente Lelystad Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de heffing en de invordering van de parkeerbelasting. Artikel 13. Inwerkingtreding en citeertitel 1. De “Verordening parkeerbelastingen Lelystad 2021” van 15 december 2020 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2022. 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2022. 4. Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening parkeerbelastingen Lelystad 2022”. Lelystad, 21 december 2021 De raad van de gemeente Lelystad, de griffier,
Tarieven- en kostentabel, behorende bij en aangeduid in artikel 5 en artikel 10 van de Verordening parkeerbelastingen Lelystad 2022. A.
Tarieventabel
Artikel 1.
Begripsomschrijvingen
In deze tabel wordt verstaan onder: a. dag: periode van 00.00 uur tot 24.00 uur; b. maand: een kalendermaand; c. kwartaal: drie aaneengesloten kalendermaanden; d. jaar: kalenderjaar. Artikel 2. Parkeergebieden Met betrekking tot het parkeren als bedoeld in artikel 2, onderdelen a, van de Verordening parkeerbelastingen Lelystad 2021 bestaan er binnen de gemeente Lelystad gedifferentieerde belastingtarieven voor verschillende locaties. Deze locaties zijn gelegen in het Stadshart, in het winkelcentrum Lelycentre en Batviahaven. Parkeergebied Stadshart De Middenweg, De Waag, Zuigerplasdreef, Agoraweg, Agorawagenplein, Stationsweg en Neringweg (incl ABC-locatie) (straatparkeren). Parkeergarage Zilverpark, Parkeergarage Neringweg, Parkeergarage De Waag, Parkeergarage Agoradek, Parkeerterrein ziekenhuis (garage- en terreinparkeren). Parkeergebied Lelycentre Noorderwagenplein, het Snijdershof en Maerlant. Parkeergebied Bataviahaven Langparkeerterrein Bataviahaven, P6. Artikel 3. Tarieven voor parkeerautomaten Parkeergebied Tijdstippen en Maximale dagen parkeerduur Stadshart (straatparkeren) De Middenweg, De Waag, Zuigerplasdreef, Agoraweg, Agorawagenplein, Stationsweg en Neringweg (incl. ABC-locatie)
van 9.00 – 18.00 uur maandag, dinsdag, woensdag, vrijdag, zaterdag
Tarief
Vergunninghouders abonnementhouders
Geen limiet
€ 1,60 per uur
Toegestaan
14 dagen
€1,60 per uur
Toegestaan
donderdag van 9.00 – 21.00 uur Stadshart (garage- en terreinparkeren) Parkeergarage Zilverpark, Parkeergarage Neringweg, Parkeergarage De Waag, Parkeergarage Agoradek, Parkeerterrein ziekenhuis Lelycentre Noorderwagenplein Snijdershof De Maerlant
van 9.00 – 18.00 uur: maandag, dinsdag, woensdag, vrijdag, zaterdag donderdag van 9.00 – 21.00 uur van 9.00 – 18.00 uur maandag t/m zaterdag
€ 6,50 per dag
Geen limiet
€ 0,85 per uur
Toegestaan
€ 3,00 per dag
Bataviahaven Geen limiet
€ 3,50 per dag
Beperkt toegestaan
Langparkeerterrein Bataviahaven P6
van 00.00-23.59 uur maandag t/m zondag en feestdagen
Uitgezonderd in het parkeergebied Bataviahaven is in de parkeergebieden Stadshart en Lelycentre op zon- en feestdagen geen parkeergeld verschuldigd. Als feestdagen worden aangemerkt: nieuwjaarsdag, Goede Vrijdag, Pasen, Koningsdag, Bevrijdingsdag, Hemelvaartsdag, Pinksteren en Kerstmis. Voor een verloren parkeerticket dient het reguliere tarief te worden betaald, dat op basis van het kenteken van het voertuig wordt vastgesteld. Indien het kenteken niet kan worden vastgesteld bedraagt het tarief voor een verloren kaart € 10,00. Tussen 00.00 uur en 07.00 uur worden aanvullend op dit tarief, voor het openen van de garage de kosten van het voorrijden/openen garage door het beveiligingsbedrijf in rekening gebracht, zijnde € 75,00 per keer. Deze kosten dienen contant te worden voldaan. Artikel 4.
Tarieven voor parkeervergunningen/parkeerabonnementen
De tariefstructuur volgt de indeling in categorieën van de vigerende Parkeerverordening van de gemeente Lelystad. De tarieven per categorie bedragen dan: Categorie I II III IV
Soort
Tijdvak
Tarief
Bewonersvergunning/-abonnement Bedrijfsvergunning/-abonnement Autodate Abonnement: Stadshart, garage- en terreinparkeren
Jaar Jaar Jaar Kwartaal Jaar
€ 50,00 € 50,00 € 50,00 € 55,00 € 250,00
Vergunning: Parkwijk
Kwartaal Jaar Maand Jaar
€ 45,00 € 213,00 € 11,00 € 135,00
Parkeerkraskaart/bezoekersdag vergunning/barcodedagkaart Bezoekersvergunning Zorgvergunning- /abonnement Abonnement vrijwilligers van de Bataviawerf, Het Flevolands Archief en KNRM Bewonersvergunning/bedrijfsvergunning in De Stelling Bezoekersvergunning De Stelling
Stuk
€ 2,50
Stuk Jaar Jaar
€ 50,00 € 50,00 € 0,00
Jaar
€ 16,05
Jaar
€ 8,00
Vergunning Havendam Bataviahaven, bij een Zomerabonnement
De periode waarvoor een zomerabonnement, als bedoeld in de vigerende Verordening liggelden Bataviahaven van de gemeente Lelystad, geldig is. De periode waarvoor een winterabonnement, als bedoeld in de vigerende Verordening liggelden Bataviahaven van de gemeente Lelystad, geldig is.
€ 30,00
Parkeerbundel 80 uur: Stadshart, garageen terreinparkeren V VI VII VIII IX X
Vergunning Havendam, bij een Winterabonnement
B.
€ 20,00
Kostenopbouw naheffingsaanslag parkeerbelastingen
Op grond van artikel 2, eerste lid, van het Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen kunnen de gemeentelijke kosten ter zake van het opleggen van een naheffingsaanslag als bedoeld in artikel 234, zesde lid, van de Gemeentewet ten hoogste bestaan uit de volgende onderstaande componenten, voor zover deze rechtstreeks voortvloeien uit de inning van niet betaalde parkeerbelastingen:
De opbouw van de naheffingsaanslag parkeerbelastingen voor jaar 2022 is als volgt: Omschrijving
Bedrag
a. vaste informatieverwerkingskosten
€
319.447
b. variabele informatieverwerkingskosten
€
13.986
c. kosten van afschrijving
€
22.817
d. kosten van interest
€
3.422
e. personeelskosten
€
154.795
f. overhead (50% van de personeelskosten)
€
77.398
Totaal
€
591.865
Op basis van ervaring van de twee voorgaande jaren, worden er op jaarbasis gemiddeld 4.589 naheffingsaanslagen parkeerbelastingen opgelegd. De kosten per naheffingsaanslag bedragen € 128,97.
Lelystad, 21 december 2021 De raad van de gemeente Lelystad, de griffier,
Raadsbesluit Nummer: 374 / 13 De raad van de gemeente Lelystad, op voorstel van het college van de gemeente Lelystad d.d. 23 november 2021 gelet op artikel 224 van de Gemeentewet; B E S L U I T: vast te stellen de navolgende VERORDENING op de heffing en de invordering van toeristenbelasting 2022 (Verordening toeristenbelasting Lelystad 2022). Artikel 1 Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: a. vakantieonderkomens: roerende of onroerende woningen en andere verblijven, zoals vakantiebungalows, vakantiewoningen, watervilla’s en vakantieappartementen welke al dan niet zijn verbonden aan een (vakantie)park, gelegen op grond of water, welke in hoofdzaak zijn bestemd voor en gebezigd worden als verblijf voor vakantie- en andere recreatieve doeleinden, niet zijnde mobiele kampeeronderkomens, chalets of stacaravans; b. mobiele kampeeronderkomens: tenten, vouwwagens, kampeerauto’s, toercaravans en soortgelijke onderkomens dan wel soortgelijke voertuigen welke bestemd zijn en gebezigd worden als verblijf voor vakantie- en andere recreatieve doeleinden; c. kampeerterrein: een terrein dat geheel of nagenoeg geheel bestaat uit plaatsen met of voor vakantie-onderkomens en/of mobiele kampeeronderkomens; d. vaartuig: een vaartuig dat in hoofdzaak is bestemd of wordt gebezigd voor vakantie- of andere recreatieve doeleinden; e.
lengte: de lengte over alles; f. etmaal: een aaneengesloten tijdvak van 24 uren, aanvangend om 21.00 uur; g. dag: kalenderdag h. maand: een aaneengesloten tijdvak van minimaal 4 weken; i. seizoen: het tijdvak van 1 april tot en met 31 oktober; j. jaar: kalenderjaar k. maand stand-/ligplaats: een terrein of terreingedeelte of een ligplaats in het water, dat bestemd is voor het gedurende een maand plaatsen van eenzelfde mobiel kampeeronderkomen, stacaravan, vakantie-onderkomen of vaartuig, gebruikt door dezelfde perso(o)n(en); l. seizoen stand-/ligplaats: een terrein of terreingedeelte of ligplaats in het water, dat bestemd is voor het gedurende het seizoen plaatsen van eenzelfde mobiel kampeeronderkomen, stacaravan, vakantieonderkomen of vaartuig, gebruikt door dezelfde perso(o)n(en); m. jaar stand-/ligplaats: een terrein of terreingedeelte of ligplaats in het water, dat bestemd is voor het gedurende een jaar plaatsen van eenzelfde mobiel kampeeronderkomen, stacaravan, vakantieonderkomen of vaartuig, gebruikt door dezelfde perso(o)n(en); n. arrangement: een reservering op een stand-/ligplaats voor een vooraf vastgelegde periode van minimaal vier weken voor een vast huurbedrag. o.
groepsaccommodatie: een verblijfsobject dat bedoeld en geschikt is voor het gezamenlijk overnachten door groepen van 20 of meer personen en beschikt over een gezamenlijke bedrijfsruimte voor minimaal 20 personen; p. ‘in georganiseerd verband verblijf houden’: verblijf onder leiding van een of meer meerderjarige begeleiders. Het betreft hier bijvoorbeeld scholen, sportverenigingen of scouting. Familie- en vriendengroepen vallen hier niet onder.
Artikel 2 Belastbaar feit Onder de naam 'toeristenbelasting' wordt een directe belasting geheven voor het houden van verblijf binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven. Artikel 3 Belastingplicht 1. Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot het houden van verblijf als bedoeld in artikel 2 in hem ter beschikking staande ruimten dan wel op hem ter beschikking staande terreinen of door het ter beschikking stellen van ligplaatsen en/of vaartuigen. 2. De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene, ter zake van wiens verblijf de belasting verschuldigd wordt. 3. Indien met toepassing van het eerste lid geen belastingplichtige is aan te wijzen, is belastingplichtig degene die overeenkomstig het bepaalde in artikel 2 verblijf houdt. 4. De belastingplichtige die gelegenheid biedt tot het houden van verblijf als bedoeld in artikel 2, in hem daartoe ter beschikking staande ruimten, dan wel ter beschikking staande terreinen of door het ter beschikking stellen van ligplaatsen of vaartuigen kan ter zake van elk van die ruimten, terreinen en/of ligplaatsen of vaartuigen afzonderlijk in de heffing worden betrokken. Artikel 4 Aanmeldplicht 1.
De belastingplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden, voordat hij (voor de eerste maal) na het in werking treden van deze verordening gelegenheid biedt tot het houden van verblijf, zulks schriftelijk te melden aan de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen gemeenteambtenaren, bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdelen b en d, van de Gemeentewet. 2. De verplichting als bedoeld in het voorgaande lid geldt niet voor de belastingplichtige die met betrekking tot het jaar voorafgaand aan het belastingjaar in de heffing van de toeristenbelasting betrokken is. Artikel 5 Vrijstellingen De belastingen wordt niet geheven voor het verblijf: 1. van degene die verblijf houdt in een toegelaten instelling als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet Toelating Zorginstellingen; 2. van degene die verblijf houdt aan boord van een vaartuig dat: a. is ingericht en wordt gebruikt tot verpleging of verzorging van zieken, van gebrekkigen, van hulpbehoevenden of van bejaarden; b. een lengte heeft van ten hoogste vier meter; c. zich op last of bevel van de overheid in het gemeentelijke watergebied bevindt. 3.
van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h van voornoemde wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt als bedoeld in artikel 1 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers. 4. voor groepen van meer dan 10 personen in de leeftijd van 0 tot 18 jaar, die in georganiseerd verband, als bedoeld in artikel 1 letter p, verblijf houden. De vrijstelling geldt niet voor de begeleiders vanaf 18 jaar. 5. In geval de gemeente ingevolge deze verordening op dezelfde dag ter zake van het houden van verblijf door dezelfde persoon die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen is ingeschreven meer dan eenmaal toeristenbelasting kan heffen, wordt slechts eenmaal toeristenbelasting geheven. In geval er verschillende tarieven gelden, wordt in dit geval het hoogste tarief gehanteerd; 6. Voor personen van 0 tot en met 12 jaar. Artikel 6 Maatstaf van heffing 1. De belasting wordt, voor zover het verblijf wordt gehouden op vaartuigen die aanwezig zijn in wateren binnen de gemeente, geheven naar het aantal etmalen verblijf in het belastingtijdvak. Het aantal etmalen verblijf wordt gesteld op de som van het aantal etmalen dat elke in artikel 2 bedoelde persoon verblijf heeft gehouden.
Voor de toepassing hiervan wordt een gedeelte van een etmaal voor een vol etmaal gerekend. 2. In afwijking in zoverre van het eerste lid kan, op een bij de aangifte gedaan verzoek van de belastingplichtige, de belasting voor het houden van verblijf door dezelfde persoon of personen
naar vaste bedragen per ligplaats worden geheven indien er sprake is van een arrangement, zoals bepaald in de bij deze verordening behorende tarieventabel. 3. De belasting wordt, voor zover het verblijf betreft dat niet wordt gehouden op vaartuigen die aanwezig zijn in wateren binnen de gemeente, geheven naar het aantal overnachtingen in het belastingjaar. Het aantal overnachtingen wordt gesteld op het aantal overnachtende personen vermenigvuldigd met het aantal nachten, dat zij verblijf houden. 4. In afwijking in zoverre van het derde lid kan, op een bij de aangifte gedaan verzoek van de belastingplichtige, de belasting voor het houden van verblijf op een kampeerterrein door dezelfde persoon of personen naar vaste bedragen per standplaats worden geheven indien er sprake is van een arrangement, zoals bepaald in de bij deze verordening behorende tarieventabel. Artikel 7 Belastingtarief De belasting wordt geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. Delen van maatstaven of eenheden worden voor de toepassing van deze verordening en de bij de verordening behorende tarieventabel voor volle maatstaven of eenheden gerekend. Artikel 8 Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 9 Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.
Artikel 10 Aanslaggrens Een belastingaanslag wordt niet opgelegd als de maatstaf van heffing in het belastingjaar minder dan tien heeft belopen. Artikel 11 Termijn van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet de aanslag worden betaald in één termijn, die vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld. 2. Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van de Invorderingswet 1990 met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een bestuurlijke boete is het eerste lid van overeenkomstige toepassing, voor zover deze gelijktijdig wordt opgelegd met de vaststelling van de aanslag. 3. De algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste en tweede lid gestelde termijn. Artikel 12 Kwijtschelding Bij de invordering van de toeristenbelasting wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 13 Aangifteplicht 1. De belastingplichtige, bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden, indien hij niet binnen vier weken na afloop van het belastingjaar een uitnodiging heeft ontvangen tot het doen van aangifte, binnen twee weken na afloop van deze termijn schriftelijk aan de aangewezen ambtenaar, bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet, te verzoeken tot een uitnodiging tot het doen van aangifte. 2.
De gemeente behoudt zich te allen tijde het recht voor alsnog een uitnodiging tot het doen van aangifte te verzenden, dan wel, bij gebrek aan een aangifte door belastingplichtige, de grondslag voor de berekening van de toeristenbelasting ambtshalve te schatten en op basis daarvan een aanslag op te leggen. Artikel 14 Verblijfsregister 1. De belastingplichtige is verplicht per belastingjaar een verblijfsregister bij te houden. 2. Van iedereen aan wie gelegenheid tot overnachting wordt gegeven dient in het verblijfsregister ten minste de volgende gegevens worden opgenomen: a. naam, adres en woonplaats; b. datum van aankomst en datum van vertrek; c. het aantal overnachtingen ter zake waarvan toeristenbelasting verschuldigd is. 3. De verplichting als bedoeld in de voorgaande leden geldt niet voor zover de belastingplichtige gebruik maakt van de vaste tarieven van de heffingsmaatstaf als bedoeld in artikel 6, lid 2 en lid 4 van deze verordening.
Artikel 15 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de toeristenbelasting. Artikel 16 Inwerkingtreding en citeertitel 1. De “Verordening toeristenbelasting Lelystad 2021” van 15 december 2020 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2022. 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2022. 4. Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening toeristenbelasting Lelystad 2022”.