CConstaterende datLelystad
Koppel je AI →
Document · PDF

368. Reglement van orde voor de raad Lelystad GEWIJZIGD.docx

Raadsvergadering 20 december 2022, gemeente LelystadBij agendapunt: 368. Aanpassing Reglement van Orde raad van Lelystad6.514 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Reglement van orde voor de raad van Lelystad 2022 Besluit van de raad van de gemeente Lelystad tot vaststelling van het Reglement van orde voor de raad van Lelystad 2022 De raad van de gemeente Lelystad; gelet op artikel 16 van de Gemeentewet; besluit vast te stellen het: Reglement van orde voor de raad van Lelystad 2022 Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Definities In dit reglement wordt verstaan onder: •

• • •

• • •

• • • • • • • • • • •

amendement: voorstel, als bedoeld in artikel 147b lid 1 Gemeentewet, tot wijziging van een ontwerpverordening of ontwerpbeslissing, naar de vorm geschikt om daarin terstond te worden opgenomen; fractieassistent: een door de raad op voordracht van een raadsfractie beëdigd persoon die vooraf is getoetst aan de wettelijke vereisten die ook voor raadsleden gelden; college: het college van burgemeester en wethouders als bedoeld in artikel 34 Gemeentewet; fractie: aanduiding voor het lid of de leden van dezelfde kandidatenlijst die door het centraal stembureau verkozen zijn verklaard of van hen die zich als een nieuwe fractie hebben gegroepeerd; fractievoorzitter: een lid van de raad die tevens voorzitter is van een fractie; griffier: griffier van de raad of diens plaatsvervanger op grond van artikel 107 Gemeentewet; de commissie: een vergadering ex art 82 van de Gemeente, bestaande uit activiteiten of overleg met een informerend, beeldvormend karakter of een oordeelsvormend karakter. De commissies hebben een formele en besluitvormende status; initiatiefvoorstel: voorstel van een raadslid voor een verordening of ander voorstel; interpellatie: het vragen van mondelinge inlichtingen aan het college of de burgemeester over een onderwerp dat niet vermeld staat op de raadsagenda.

lid: een lid van de gemeenteraad van Lelystad; motie/motie vreemd aan de orde van de dag: korte en gemotiveerde verklaring waarmee een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken; raadsvergadering: de besluitvormende vergadering van de gemeenteraad van Lelystad; secretaris: de door de burgemeester en wethouders benoemde functionaris als bedoeld in artikel 100 van de Gemeentewet; subamendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een aanhangig amendement; voorzitter: voorzitter van de gemeenteraad of diens plaatsvervanger, respectievelijk de voorzitter van een commissie; wet: Gemeentewet; zelfstandig lid: aanduiding van een lid van de raad die zich heeft afgesplitst van een fractie. buitenraden en werkbezoeken: Voor de algemene beeldvorming van of informatieverstrekking aan raadsleden kunnen buitenraden en werkbezoeken worden georganiseerd. Deze bijeenkomsten zijn vormvrij en hebben geen formele of besluitvormende status.

Artikel 2 Overige gremia, rapporteurs en ad-hoc werkgroepen 1. Naast de in dit reglement opgenomen overlegvormen kent de raad de volgende op basis van aparte verordeningen ingestelde gremia: a. De werkgeverscommissie b. De vertrouwenscommissie c. De commissie van de rekening 2. Raadsleden die voorafgaand aan de verkiezing van de gemeenteraad zitting hadden in de in lid 1 genoemde commissies en/of de Agendacommissie en zijn toegelaten tot de nieuwe gemeenteraad behouden hun functie in deze gremia na de verkiezingen tot deze opnieuw zijn samengesteld. 3a De raad benoemt uit zijn midden rapporteurs die periodiek aan de raad apolitiek rapporteren over een gemeenschappelijke regeling of samenwerkingsverband.

1

3b. Het rapporteurschap eindigt aan het eind van de raadsperiode waarin de rapporteurs zitting hebben. 4a De raad kan bij besluit ad-hoc werkgroepen instellen voor een afgebakend onderwerp en een afgebakende tijdsperiode. 4b. Deze werkgroepen hebben geen formele status en kunnen geen besluiten door of namens de raad of gemeente nemen. 4c. Na het besluit door de raad tot instelling en de samenstelling, besluit het fractievoorzittersoverleg, tenzij de raad anders beslist, over de bemensing van de ad-hoc werkgroep. 4d. Het orgaan dat het voorstel voor instelling van een ad-hoc werkgroep aan de raad voorlegt, zorgt tevens voor de ambtelijke ondersteuning en overige voor het werk van de werkgroep noodzakelijke facilitering. Artikel 3 Het fractievoorzittersoverleg 1. Het fractievoorzittersoverleg vindt periodiek plaats en bestaat uit de voorzitter en alle fractievoorzitters. 2. De waarnemend voorzitter van de raad is plaatsvervangend voorzitter van het fractievoorzittersoverleg. 3. Het fractievoorzittersoverleg kent geen vervangers. 4. Het fractievoorzittersoverleg bespreekt: a. cultuur- en persoonlijke aangelegenheden; b. relevante zaken uit de portefeuille Openbare Veiligheid van de burgemeester voor zover deze niet kunnen worden besproken in de raadscommissies; c.

alle huishoudelijke en organisatorische zaken van de raad die op basis van artikel 4 lid 7i en lid 8 bij het fractievoorzittersoverleg worden neergelegd. 5. Het overleg van fractievoorzitters is niet openbaar en er wordt geen verslag of besluitenlijst van opgesteld. Artikel 4 De agendacommissie 1. De raad heeft een agendacommissie bestaande uit vijf leden uit de raad. 2. De agendacommissie kiest de voorzitter en plaatsvervangend voorzitter uit haar midden. 3. De vergaderingen van de agendacommissie zijn openbaar. Fractievoorzitters hebben altijd spreekrecht als zij dat wensen. Indien de agendacommissie dit nodig acht kunnen ook anderen voor vergaderingen worden uitgenodigd. 4. Stemrecht hebben alleen de leden van de agendacommissie. 5. De voorzitter van de raad en de griffier (of diens plaatsvervanger) nemen als adviseur deel aan de agendacommissie. 6. De griffie maakt de agenda en een openbare besluitenlijst die worden geplaatst in het raadsinformatiesysteem. 7. De agendacommissie houdt zich bezig met: a. het voorbereiden, plannen en vaststellen van de voorlopige agenda’s voor alle raadsvergaderingen en commissievergaderingen van de raad; b. het vaststellen van het jaarvergaderschema van de raad; c. het bespreken van de termijnplanning van de raad; d. het beoordelen van de kwaliteit van de raadsvoorstellen; e.

het bewaken van openstaande toezeggingen, moties en overige afspraken; f. het organiseren van de betrokkenheid van inwoners en belanghebbenden binnen de commissievergaderingen; g. beoordelen van agendaverzoeken voor commissievergaderingen die raadsleden/fractieassistenten of het college gemotiveerd kunnen aandragen; h. beoordelen van verzoeken voor informerende bijeenkomsten, buitenraden en werkbezoeken van raadsleden, collegeleden en anderen buiten de raads- en commissievergaderingen. i. alle huishoudelijke en organisatorische zaken van de raad, voor zover deze niet op basis van artikel 3 lid 4bij het fractievoorzittersoverleg zijn neergelegd. 8. De agendacommissie vergadert tweemaal per jaar met de fractievoorzitters over de gang van zaken in raads- en commissievergaderingen.

2

9.

De agendacommissie vergadert eenmaal per jaar met het college over de kwaliteit van de voorstellen van het college.

Artikel 5 De voorzitter van de raad en de voorzitterspoule 1. De burgemeester is op grond van artikel 9 van de wet voorzitter van de raad. De raad benoemt de waarnemend voorzitter van de raad en de voorzitters van de commissies uit zijn midden. 2. Indien de burgemeester deelneemt aan de beraadslaging in de raad berust het gespreksleiderschap op dat moment bij de waarnemend voorzitter. 3. De voorzitters rouleren het voorzitterschap in overleg. 4. De voorzitter van de raad, de waarnemend voorzitter van de raad en de voorzitters van de commissies zijn belast met: a. het leiden van de vergadering; b. het handhaven van de orde; c. het doen naleven van het reglement van orde; d. hetgeen de Gemeentewet of dit reglement hem verder opdraagt. 5. Een voorzitter neemt inhoudelijk geen deel aan de beraadslagingen die hij/zij voorzit. 6. Het voorzitterschap van de waarnemend voorzitter van de raad en de voorzitterschappen van de raadscommissies eindigen: a. door beëindiging van het lidmaatschap van de raad; b. door ontslag op eigen verzoek; c. door ontslag door de raad. Artikel 6 De griffier 1. De griffier handelt in opdracht van de raad en is in elke vergadering van de raad aanwezig. 2. Bij verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door een plaatsvervanger die door de raad is aangewezen. 3.

De griffier kan op uitnodiging van de voorzitter aan beraadslagingen in bijeenkomsten en vergaderingen van de raad deelnemen. Artikel 7 Het college Voor het college geldt, tenzij expliciet anders is aangegeven, een doorlopende uitnodiging voor alle bijeenkomsten en vergaderingen van de raad om daarin aanwezig te zijn, informatie te verstrekken en/of op uitnodiging van een voorzitter aan de beraadslagingen deel te nemen. Hoofdstuk 2 De commissie Artikel 8 Commissies 1. De raad kan besluiten commissies in te stellen conform artikel 82, 83 of 84 van de wet; 2. Van de op grond van dit reglement ex artikel 82 ingestelde commissies (de raadscommissies) zijn alle raadsleden en alle door de raad geïnstalleerde fractieassistenten automatisch lid. 3. Van de overige commissies als genoemd in artikel 2 worden de leden door de raad benoemd op basis van een voor die commissies geldende verordening. 4. De zittingsperiode van een commissielid stopt in ieder geval aan het einde van de zittingsperiode van de raad. 5. Een commissiegriffier is bij de vergadering van een commissie aanwezig en voorziet in het secretariaat. 6. De artikelen 15 – 22, 30, 32 – 38, 45 en 49 betreffende raadsvergaderingen zijn van overeenkomstige toepassing op de commissievergaderingen. Artikel 9 De commissie (beeldvormend) 1.

De commissie kent een werkvorm die beeldvormend is: deze werkvorm heeft de status van een commissie als bedoeld in artikel 82 van de wet. 2. Beeldvormende bijeenkomsten van de commissie dragen bij aan oriëntatie en gedachtewisseling in een vroegtijdig stadium. 3. De beeldvormende bijeenkomst kan diverse werkvormen aannemen die in de agendacommissie wordt bepaald, bijvoorbeeld een technische briefing, een benen op tafel sessie, een verkennend gesprek, een brainstormsessie, een presentatie van een externe of een inloop.

3

4. 5.

6.

7. 8.

Bij voorkeur is er in de beeldvormende bijeenkomsten per onderwerp één woordvoerder per fractie. In een beeldvormende bijeenkomst kunnen inwoners, ondernemingen en belangenorganisaties worden geraadpleegd over maatschappelijke vraagstukken. Externen mogen meepraten, inspreken of kunnen worden gehoord, op uitnodiging en aanwijzing van de voorzitter. Het woord kan door in- of meesprekers niet gevoerd worden: a. over een besluit waartegen een juridische procedure (civiele, bestuursrecht- en/of strafprocedure) bij de rechter openstaat; b. over zaken waar op dat moment een juridische procedure (civiele, bestuursrecht- en/of strafprocedure) tegen loopt; c. over zaken waar de gemeente en/of de gemeenteraad niet over gaat; d. over informatie waar geheimhouding op rust; e. over benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; f. over een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene Wet Bestuursrecht kan of kon worden ingediend; g. over hetzelfde onderwerp waarover de inspreker al eerder heeft ingesproken. Naar zijn aard is het beeldvormende deel van een commissievergadering te allen tijde openbaar. In de beeldvormende bijeenkomst van de commissie kan geen besluitvorming plaatsvinden. Aan het eind van een bijeenkomst vat de voorzitter het besprokene samen en geeft hij indien van toepassing het vervolg proces weer.

Artikel 10 De commissie (oordeelvormend) 1. De commissie kent een werkvorm die oordeelvormend is: deze werkvorm heeft de status van een commissie als bedoeld in artikel 82 Gemeentewet. 2. Oordeelvormende bijeenkomsten van de commissie bereiden de besluitvorming door de raad voor en overleggen met het college of de burgemeester over de onderwerpen die aan de orde komen. 3. In oordeelvormende bijeenkomsten van de commissie worden politieke standpunten gedeeld en bevragen c.q. overtuigen leden elkaar door het voeren van het debat over eventuele discussiepunten. 4. Eventuele vragen zijn politiek van aard en gericht op een discussie over standpunten. Technische vragen worden vooraf gesteld en bij voorkeur ook al beantwoord. 5. In de oordeelvormende bijeenkomst van de commissie is er per agendapunt één woordvoerder per fractie. Ook zit er maar één lid van de fractie tegelijk aan de vergadertafel. 6. In een oordeelvormende bijeenkomst kunnen inwoners, ondernemingen en belangenorganisaties inspreken. 7. Het woord kan door insprekers niet gevoerd worden: a. over een besluit waartegen een juridische procedure (civiele, bestuursrecht- en/of strafprocedure) bij de rechter openstaat; b. over zaken waar op dat moment een juridische procedure (civiele, bestuursrecht- en/of strafprocedure) tegen loopt; c. over zaken waar de gemeente en/of de gemeenteraad niet over gaat; d.

over onderwerpen waar geheimhouding op rust; e. over benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; f. over een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene Wet Bestuursrecht kan of kon worden ingediend; g. over onderwerpen die niet zijn geagendeerd. 8. Na afloop van de behandeling van een voorstel formuleert de voorzitter een conclusie en stelt een vervolgwijze van behandeling voor. Daarbij bestaan de volgende mogelijkheden: a. Het voorstel is niet rijp voor behandeling in de raadsvergadering en gaat of terug naar de agendacommissie om in te plannen voor een volgende raadscommissie of wordt teruggezonden naar het college. Tot deze vervolgwijze van behandeling kan gekomen worden bij meerderheid van stemmen (waarbij iedere fractiewoordvoerder één stem heeft). De raad kan besluiten toch het onderwerp toe te voegen aan de raadsagenda; b. Het voorstel is voldoende behandeld in de commissie en kan als hamerstuk aan de raad worden aangeboden ter besluitvorming. Deze vervolgwijze van behandeling kan alleen afgegeven worden bij unanimiteit van stemmen;

4

c.

Het voorstel is voldoende behandeld in de commissie en daarbij zijn een of meerdere moties en/of amendementen verspreid of aangekondigd. Het voorstel wordt de volgende raadsavond op de agenda van de raad gezet ter besluitvorming.

Hoofdstuk 3 Toelating van nieuwe leden, fracties, fractieassistenten en benoeming wethouders Artikel 11 Onderzoek geloofsbrieven en beëdiging raadsleden 1. Bij de benoeming van nieuwe raadsleden stelt de raad een commissie in bestaande uit drie raadsleden. 2. Deze onderzoekt de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken van de nieuw benoemde raadsleden en brengt vervolgens advies uit aan de raad over de toelating van de nieuw benoemde raadsleden tot de raad. 3. Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau gebeurt in de laatste raadsvergadering in oude samenstelling na de gemeenteraadsverkiezingen. 4. Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten raadsleden op om in de eerste raadsvergadering in nieuwe samenstelling de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. 5. In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw benoemd raadslid op voor de raadsvergadering waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. Artikel 12 Fracties 1. Raadsleden die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van de zittingsperiode als één fractie beschouwd. 2. Als boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam.

Als daar geen aanduiding was geplaatst, deelt de fractie in de eerste raadsvergadering aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in de raad zal voeren. 3. De namen van de fractievoorzitter en diens plaatsvervanger worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter. 4. Als één of meer raadsleden van een fractie zich aansluiten bij een andere fractie, wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter. 5. Indien één of meer raadsleden uit een fractie stappen, zetten zij het raadslidmaatschap zelfstandig voort. Het zelfstandige raadslid of de fractie deelt in de eerste raadsvergadering aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in de raad zal voeren. Artikel 13 Toelating en ontslag fractieassistenten 1. Elke fractie heeft het recht om, via de fractievoorzitter, maximaal twee personen voor te dragen als fractieassistent die namens de fractie kunnen deelnemen aan de commissies ex artikel 82 en mogelijke andere commissies die de raad instelt. 2. De artikelen 10,11, 12, 13 en 15 van de wet en de gedragscode voor de raad zijn van overeenkomstige toepassing op de fractieassistenten. 3. Alvorens zijn functie te kunnen uitoefenen, legt een fractieassistent tijdens de vergadering van de raad, in handen van de voorzitter, de eed of verklaring en belofte af. 4. Het fractieassistent lidmaatschap eindigt: a.

wanneer de fractieassistent niet meer voldoet aan de vereisten zoals vermeld in lid 2; b. bij opzegging door de fractieassistent via een schriftelijke mededeling aan de griffie; c. bij opzegging door de voorzitter van de fractie die de fractieassistent heeft voorgedragen via een schriftelijke mededeling aan de griffie; d. als een fractie niet langer vertegenwoordigd is in de raad; e. bij installatie van een nieuwe gemeenteraad na de verkiezingen. Artikel 14 Benoeming wethouders 1. Bij de benoeming van een wethouder stelt de raad een commissie in bestaande uit drie raadsleden. De commissie onderzoekt of benoeming van de kandidaat voldoet aan de vereisten van de artikelen 36a, 36b, 41b, eerste, derde en vierde lid, en 41c, eerste lid, van de wet en brengt vervolgens advies uit aan de raad over de benoeming tot wethouder.

5

2.

3.

4.

Kandidaat-wethouders werken actief mee aan een risicoanalyse integriteit. De burgemeester kan besluiten eerst zelf een gesprek te hebben met de kandidaat of direct de risicoanalyse uit te besteden aan een extern bureau. De risicoanalyse en het gesprek daarover is niet openbaar. In het geval van een externe onderzoeker verstrekt die de volledige risicoanalyse aan de kandidaat. De kandidaat bepaalt vervolgens of de risicoanalyse wordt doorgeleid naar de burgemeester. In het geval dat de kandidaat wordt voorgedragen brengt de burgemeester verslag uit aan de commissie als bedoeld in lid 1 over de uitkomsten van de risicoanalyse.

Hoofdstuk 4 Raadsvergaderingen Paragraaf 1 Voorbereiding Artikel 15 Oproep en agenda 1. De voorzitter zendt ten minste zeven dagen voor een raadsvergadering de raadsleden een schriftelijke oproep en de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken. 2. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van een schriftelijke oproep een aanvullende agenda opstellen. Zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 24 uur voor aanvang van de raadsvergadering wordt deze met de daarbij behorende stukken aan de leden gezonden. 3. Op de stukken, bedoeld in het eerste en tweede lid, is artikel 16, tweede lid, van toepassing. Artikel 16 Ter inzage leggen van stukken 1. De stukken zijn digitaal beschikbaar en worden op de website van de gemeente geplaatst. 2. Informatie van de raad of aan de raad verstrekte informatie waaromtrent op grond van hoofdstuk Va van de wet geheimhouding is opgelegd, worden in afwijking van het eerste lid digitaal vergrendeld beschikbaar gesteld aan de raadsleden. Artikel 17 Openbare kennisgeving Raadsvergaderingen worden ter openbare kennis gebracht door aankondiging op de website van de raad en via lokale media. Paragraaf 2 Ter vergadering Artikel 18 Presentielijst 1. De griffier draagt zorg voor het bijhouden van presentielijsten van raadsvergaderingen. 2.

Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekenen raadsleden de presentielijst, die aan het einde van elke raadsvergadering door de griffier door ondertekening wordt vastgesteld. Artikel 19 Spreektermijnen en spreekregels 1. De beraadslaging geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist. 2. Er geldt een spreektijdregeling op basis van fractiegrootte. Deze wordt gehanteerd tenzij een meerderheid van de raad daartoe aan het begin of tijdens de raadsvergadering anders besluit. De agendacommissie kan vooraf daartoe een voorstel doen. 3. De leden richten zich tot de voorzitter en voeren slechts het woord na het aan de voorzitter gevraagd en van deze verkregen te hebben. 4. Raadsleden mogen in een termijn niet meer dan éénmaal het woord voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel. 5. Behoudens interrupties mag een spreker niet in zijn rede worden gestoord. Als onderdeel van het politieke debat kunnen interrupties op interrupties tot de mogelijkheden behoren met een maximum van drie interrupties per spreker per termijn. Artikel 20 Deelname aan de beraadslaging door anderen Onverminderd artikel 21, eerste en tweede lid, van de wet, kan de raad besluiten dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging. Artikel 21 Vaststellen agenda 1. De agenda wordt bij aanvang van een raadsvergadering door de raad vastgesteld.

6

2.

Een raadslid kan daarbij verzoeken om een raadsvoorstel dat als hamerstuk op de agenda staat toch te bespreken. In eerste termijn voert alleen het raadslid het woord dat om bespreking van het betreffende hamerstuk verzocht. Het college van burgemeester en wethouders kan in eerste termijn de gestelde vragen beantwoorden of kort reageren. Eventueel volgt een korte tweede termijn, waarbinnen raadsleden kunnen reageren.

Artikel 22 Voorstellen van orde 1. Raadsleden kunnen tijdens een raadsvergadering mondeling een voorstel van orde betreffende de vergadering doen. De raad beslist hier terstond over. Artikel 23 Raadsactualiteit 1. Een vast onderdeel van de raadsvergadering is de Raadsactualiteit. Het betreft een plenair gedeelte waarin de volgende actuele onderwerpen aan de orde kunnen komen: a. stand van zaken ingekomen stukken (zie art. 31); b. vragen aan college m.b.t. actualiteiten en de voortgang in bepaalde zaken (inlichtingen zoals bedoeld in de artikelen 169, lid 3, en 180, lid 3 van de wet); c. mededelingen van vertegenwoordigers van de raad in verbonden partijen en gemeenschappelijke regelingen of andere gremia; d. debat over moties vreemd aan de orde van de dag. 2. Het onderdeel Raadsactualiteit beslaat maximaal 30 minuten. Daarbij wordt de spreektijd op voorstel van de voorzitter verdeeld over die onderwerpen die goed gemotiveerd uiterlijk 10 uren voor het begin van de raadsvergadering bij de griffie zijn ontvangen. Paragraaf 3 Stemmingen Artikel 24 Besluitvorming 1. De voorzitter sluit de beraadslaging als hij/zij vaststelt dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, tenzij de raad anders beslist. 2.

Nadat de beraadslaging over alle onderwerpen – met uitzondering van de onderwerpen die worden aangehouden tot een volgende vergadering - is gesloten, vindt besluitvorming plaats. De voorzitter formuleert eerst het voorstel voor de te nemen beslissing. Vanaf dat moment is het niet meer mogelijk om amendementen of moties in te dienen óf inhoudelijk nog het woord te voeren aangaande dat voorstel. 3. Indien een raadslid overeenkomstig artikel 28 van de wet niet deelneemt aan de stemming maakt hij/zij dit kenbaar en verlaat hij/zij gedurende de beraadslaging en stemming zijn/haar zitplaats. Hiervan wordt aantekening gemaakt in de besluitenlijst. 4. Raadsleden kunnen via een stemverklaring hun stemgedrag toelichten. Een stemverklaring is kort en bondig. Adresseren is niet toegestaan. Artikel 25 Stemming; procedure stemming en hoofdelijke stemming 1. De voorzitter vraagt de raadsleden of zij stemming verlangen. Is dit niet het geval dan stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder stemming is aangenomen. 2. Als een voorstel zonder stemming wordt aangenomen, kunnen de in de raadsvergadering aanwezige raadsleden aantekening in het verslag vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd. 3. Als een raadslid om stemming of hoofdelijke stemming vraagt, doet de voorzitter daarvan mededeling aan de raad. 4.

Bij hoofdelijke stemming roept de griffier de raadsleden bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het daarvoor bij loting aangewezen raadslid en verloopt verder op alfabetische volgorde. 5. Bij hoofdelijke stemming brengen ter vergadering aanwezige raadsleden die zich niet ingevolge artikel 28 van de wet van deelneming aan de stemming moeten onthouden, hun stem uit door zich 'voor' of 'tegen' te verklaren, zonder enige toevoeging. 6. Een raadslid dat zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, kan deze vergissing herstellen tot het volgende raadslid heeft gestemd. Bemerkt het raadslid zijn vergissing pas later, dan kan deze nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt aantekening vragen van zijn vergissing. Dit brengt geen verandering in de uitslag van de stemming.

7

7.

De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mee en doet daarbij mededeling van het genomen besluit.

Artikel 26 Volgorde stemming over amendementen en moties 1. Als op een aanhangig voorstel amendementen zijn ingediend, wordt eerst over die amendementen gestemd en vervolgens over het voorstel zoals het dan luidt in zijn geheel. 2. Als een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement waarop dat betrekking heeft. 3. Als meerdere amendementen of subamendementen op eenzelfde gedeelte van een aanhangig voorstel zijn ingediend, wordt, onverminderd het eerste en tweede lid, eerst over het meest verstrekkende amendement of subamendement gestemd. 4. Als aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de motie. De raad kan besluiten van deze volgorde af te wijken. 5. Als twee of meer moties bij een aanhangig voorstel zijn ingediend, bepaalt de voorzitter de volgorde waarin hierover zal worden gestemd. Daarbij geldt de regel, dat de meest verstrekkende motie het eerst in stemming wordt gebracht. Artikel 27 Stemming over personen 1. Bij stemming over personen voor benoemingen of het opstellen van voordrachten of aanbevelingen, benoemt de voorzitter drie raadsleden tot stembureau. 2.

Aanwezige raadsleden die zich niet ingevolge artikel 28 van de wet van deelneming aan de stemming moeten onthouden, zijn verplicht een door het stembureau verstrekt stembriefje in te leveren. 3. Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van het stembureau beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje. 4. In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist het stembureau. Artikel 28 Herstemming over personen 1. Personen die de volstrekte meerderheid hebben gekregen, worden - tenzij er niet genoeg plekken zijn - geacht te zijn gekozen. In het geval er niet genoeg plekken zijn, worden de personen geacht te zijn gekozen die bij de stemming de meeste stemmen op zich hebben verenigd. Indien nodig wordt tot een tweede stemming overgegaan tussen kandidaten die hetzelfde aantal stemmen hadden. 2. Wanneer bij de eerste stemming niemand (of bij gecombineerde stemmingen niet voldoende personen) de volstrekte meerderheid heeft verkregen, wordt tot een tweede stemming overgegaan. 3.

Wanneer ook bij deze tweede stemming door niemand (of bij gecombineerde stemmingen niet voldoende personen) de volstrekte meerderheid heeft verkregen, heeft een derde stemming plaats tussen de twee (of bij gecombineerde stemmingen één plus het aantal plekken) personen, die bij de tweede stemming de meeste stemmen op zich hebben verenigd (herstemming). 4. Zijn bij de tweede stemming de meeste stemmen over meer dan twee personen verdeeld, dan wordt bij een tussenstemming uitgemaakt tussen welke twee personen de derde stemming zal plaatshebben. 5. Indien bij tussenstemming of bij de derde stemming de stemmen staken, beslist terstond het lot. Artikel 29 Beslissing door het lot 1. Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van hen tussen wie de beslissing moet plaatshebben, door de voorzitter op afzonderlijke, geheel gelijke, briefjes geschreven. 2. Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in een stem bokaal gedeponeerd en omgeschud. 3. Vervolgens neemt de voorzitter een van de briefjes uit de stem-bokaal. Degene wiens naam op dit briefje voorkomt, is gekozen. Paragraaf 4 Verslaglegging; ingekomen stukken

8

Artikel 30 Besluitenlijst 1. Van de raadsvergaderingen wordt een besluitenlijst en een videoverslag gemaakt. 2. Vastgestelde besluitenlijsten worden ondertekend door de griffier. 3. Digitaal beschikbare openbare besluitenlijsten en videoverslagen worden op de website van de raad geplaatst, behoudens de uitzonderingsgronden in artikel 5.1 van de Wet open overheid (Woo). Artikel 31 Ingekomen stukken 1. Bij de raad ingekomen stukken worden op een lijst geplaatst die uitsluitend digitaal, aan de raadsleden beschikbaar wordt gesteld. 2. Na de vaststelling van de besluitenlijst stelt de raad op voorstel van de griffier de wijze van afdoening van de ingekomen stukken vast. 3. Over de ingekomen stukken wordt niet het woord gevraagd of gegeven, anders dan het gestelde in artikel 23 (Raadsactualiteit) óf wanneer een alternatief behandelingsvoorstel wordt gedaan. Paragraaf 5 Besloten raadsvergaderingen Artikel 32 Toepassing reglement op besloten vergaderingen Op besloten raadsvergaderingen is dit reglement van overeenkomstige toepassing voor zover dat niet strijdig is met het besloten karakter van de vergadering. Artikel 33 Besluitenlijst besloten vergadering 1. Conceptbesluitenlijsten van besloten raadsvergaderingen worden uitsluitend digitaal, vergrendeld beschikbaar gesteld aan de raadsleden en fractieassistenten. 2.

Deze besluitenlijsten worden zo spoedig mogelijk in een raadsvergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raad een besluit over het al dan niet opheffen van de geheimhouding op het vastgestelde verslag en de besluitenlijst. Indien nodig vindt dat gedeelte van de vergadering in beslotenheid plaats. 3. De vastgestelde verslagen en besluitenlijsten worden door de voorzitter en de griffier ondertekend. Artikel 34 Opheffing geheimhouding Als de raad op grond van artikel 89, vierde lid, van de wet voornemens is de geheimhouding van aan de raad verstrekte informatie op te heffen, wordt, als het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten raadsvergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd. Paragraaf 6 Digitaal vergaderen, toehoorders en pers Artikel 35 Toehoorders en pers 1. Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers wonen openbare raads- en commissievergaderingen uitsluitend bij op de voor hen bestemde plaatsen. 2. Het blijkgeven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is hen verboden. 3. De voorzitter is bevoegd, wanneer de orde in de raads- en commissievergadering op enigerlei wijze door toehoorders wordt verstoord, deze en zo nodig andere toehoorders te doen vertrekken. 4.

De voorzitter is bevoegd toehoorders die bij herhaling de orde in de vergadering verstoren voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergaderingen te ontzeggen. Artikel 36 Geluid- en beeldregistraties Degenen die van een openbare raads- of commissievergadering geluid- of beeldregistraties willen maken, doen hiervan vooraf mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar diens aanwijzingen.

9

Artikel 37 Sociale media Tijdens de behandeling van agendapunten wordt niet gecommuniceerd door de deelnemers aan de vergadering over de raads- of commissievergadering via sociale media over het onderwerp dat op dat moment wordt behandeld. Artikel 38 Digitaal en hybride vergaderen 1. Indien het wettelijk is toegestaan om digitaal te vergaderen kan de voorzitter besluiten tot een digitale vergadering. De voorzitter consulteert voorafgaand aan zijn besluit de agendacommissie. 2. Indien het wettelijk is toegestaan om hybride te vergaderen kan de voorzitter besluiten tot een hybride vergadering. De voorzitter consulteert voorafgaand aan zijn besluit de agendacommissie. 3. Voor de in lid 1 en 2 genoemde vergaderingen geldt dat de in dit reglement van orde bepaalde artikelen van overeenkomstige toepassing zijn zover ze betrekking kunnen hebben op digitale of hybride vergaderingen. 4. Per digitale of hybride vergadering worden door de organisator praktische vergaderafspraken vastgesteld. 5. Ieder lid dient in een digitale of hybride vergadering herkenbaar en identificeerbaar te zijn en de mogelijkheid te hebben zonder last het woord te voeren, in ieder geval inhoudende dat zijn/haar identiteit op basis van beeld en stem vast te stellen is. Hoofdstuk 5 Bevoegdheden, instrumenten raadsleden Artikel 39 Amendementen en subamendementen 1.

Ten behoeve van agendering en bespreking worden amendementen uiterlijk de vrijdag voor een raadsvergadering voor 12:00 uur aan de griffie gestuurd. 2. Een lid van de raad dient amendementen en subamendementen voor het sluiten van de beraadslaging van het voorstel waarop deze betrekking hebben schriftelijk in bij de voorzitter, tenzij de voorzitter oordeelt dat mondelinge indiening volstaat. 3. Er wordt alleen beraadslaagd over amendementen en subamendementen die ingediend zijn door raadsleden die de presentielijst getekend hebben. 4. Intrekking door de indiener van een amendement of subamendement is mogelijk totdat de beraadslaging daarover door de raad is afgerond. Artikel 40 Moties 1. Ten behoeve van agendering en bespreking worden moties uiterlijk de vrijdag voor een raadsvergadering voor 12:00 uur aan de griffie gestuurd. 2. Een lid van de raad dient moties formeel in bij de voorzitter, tenzij de voorzitter oordeelt dat mondelinge indiening volstaat. 3. Er wordt alleen beraadslaagd over moties die ingediend zijn door raadsleden die de presentielijst getekend hebben. 4. De behandeling van een motie vindt gelijktijdig plaats met de beraadslaging over het onderwerp of voorstel waarop het betrekking heeft. 5.

Moties over een niet op de agenda opgenomen onderwerp (moties vreemd aan de orde van de dag) worden uiterlijk ingediend tijdens het agendapunt waar vaststelling van de agenda van de betreffende vergadering plaatsvindt. Behandeling vindt plaats tijdens het agendapunt Raadsactualiteit (zie artikel 23). 6. Intrekking door de indiener van een motie is mogelijk, totdat de beraadslaging daarover door de raad is afgerond. Artikel 41 Initiatiefvoorstel 1. Ieder lid van de raad kan aan de raad een initiatiefvoorstel voorleggen. 2. Een initiatiefvoorstel moet om in behandeling genomen te worden via de griffier bij de voorzitter worden ingediend. De griffier informeert de raad en het college over het voorstel. 3. Het college heeft vijf werkdagen om via de griffie aan te geven of het een reactie wil geven op het initiatiefvoorstel.

10

4.

5.

6.

Als het college een reactie wil geven heeft het vijftien werkdagen de tijd om wensen en bedenkingen schriftelijk kenbaar te maken aan de voorzitter met een afschrift aan de raad. Indien beantwoording niet binnen deze termijn kan plaatsvinden, stelt het verantwoordelijk lid van het college of de burgemeester de initiatiefnemer hiervan via de griffier gemotiveerd in kennis, waarbij de termijn aangegeven wordt, waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden. De griffier zorgt er voor dat in het geval van wensen en bedenkingen van het college de initiatiefnemer vijf werkdagen de tijd krijgt, vanaf het moment van ontvangst van de wensen en bedenkingen gerekend, om het voorstel in te trekken of (on)gewijzigd door te zetten. Indien de initiatiefnemer niet binnen vijf werkdagen reageert wordt het voorstel als niet ingediend beschouwd. Als de initiatiefnemer het voorstel wil agenderen, plaatst de voorzitter het voorstel op de agenda van de eerstvolgende raadsvergadering, tenzij de voorlopige agenda reeds verzonden is. In dit laatste geval wordt het voorstel op de agenda van de daaropvolgende vergadering geplaatst.

Artikel 42 Voorstellen van het college 1. Voorstellen van het college aan de raad zijn te allen tijde openbaar. 2. Door het college voorgestelde raadsbesluiten of de toelichting hierop kunnen verwijzen naar (tijdelijk) geheime bijlagen. 3. Het college draagt ervoor zorg dat geheime bijlagen geen openbare informatie bevatten en/of informatie bevatten die op grond van de Wet open overheid (Woo) openbaar kan zijn. 4. De griffier toetst de voorstellen van het college op inhoudelijke en juridische kwaliteit en zendt deze, indien dit naar zijn/haar oordeel is aangewezen, alvorens deze worden geagendeerd door tussenkomst van de secretaris retour aan het college voor aanvulling of correctie. 5. Het college kan de raad door tussenkomst van de griffier schriftelijk of digitaal verzoeken reeds aan de raad aangeboden voorstellen en/of andere informatie aan te vullen met een addendum. In de raadsvergadering bepaalt de raad via een voorstel van orde of het addendum onderdeel uitmaakt van de beraadslaging en besluitvorming. 6. Een voorstel aan de raad van het college dat vermeld staat op de voorlopige agenda van de raads- of commissievergadering, wordt niet ingetrokken zonder toestemming van de raad of de commissie. 7.

Als de raad of commissie van oordeel is dat het nodig is een voorstel als bedoeld in het eerste lid voor advies terug te zenden aan het college, bepaalt de agendacommissie binnen welke termijn het voorstel nadat dit retour is ontvangen opnieuw geagendeerd wordt. Artikel 43 Interpellatie 1. Een lid van de raad kan middels een schriftelijk verzoek aan de voorzitter één of meerdere leden van het college politieke vragen stellen aangaande onderwerpen die niet zijn geagendeerd. 2. Het verzoek bevat een duidelijke omschrijving van het onderwerp waarover vragen worden gesteld en de te stellen vragen. 3. Over verzoeken die ten minste 2 werkdagen voor aanvang van een raadsvergadering zijn ingediend of in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, wordt tijdens de eerstvolgende raadsvergadering gestemd. In andere gevallen tijdens de daaropvolgende raadsvergadering. 4. De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en de wethouders. 5. De voorzitter stelt het verzoek aan de orde bij de vaststelling van de agenda en stelt de aanvrager desgewenst in de gelegenheid zijn verzoek nader te motiveren. 6. De raad bepaalt bij de vaststelling van de agenda of het verzoek wordt toegestaan middels stemming. 7. De behandeling van het interpellatiedebat vindt plaats in twee termijnen. 8.

In eerste termijn krijgt de indiener het woord, waarna het college kan antwoorden. In deze termijn zijn enkel interrupties toegestaan die als doel hebben hetgeen gezegd is te verduidelijken. 9. In de tweede termijn kunnen ook andere fracties het woord voeren en kan het college nog een keer reageren indien gewenst.

11

Artikel 44 Schriftelijke vragen 1. Schriftelijke vragen vallen onder inlichtingen als bedoeld in de artikelen 169 lid 3, en 180 lid 3 van de wet. Een lid van de raad dient deze schriftelijk in bij de griffier, die ze zo spoedig mogelijk ter kennis brengt van de overige raadsleden, het college en de burgemeester. 2. Het college dan wel de burgemeester beantwoorden schriftelijke vragen zo spoedig mogelijk en in de regel binnen 30 dagen nadat de vragen bij hen zijn binnengekomen. Een lid kan in voorkomende gevallen gemotiveerd verzoeken de vragen met spoed te beantwoorden. 3. Indien beantwoording niet binnen 30 dagen kan plaatsvinden, stelt het verantwoordelijke orgaan de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij de termijn wordt aangegeven waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden. 4. De vragen en antwoorden worden aan de leden toegezonden en openbaar gemaakt. Artikel 45 Technische vragen 1. Een technische vraag is een vraag over een los onderwerp of de toegezonden stukken, met als doel genoeg duidelijkheid te verkrijgen dan wel om een oordeel te kunnen vellen. 2. De agendacommissie bepaalt bij de verzending van de stukken de deadline voor het indienen van technische vragen en de termijn van beantwoording. Voor vragen die na de deadline binnenkomen geldt dat deze mogelijk niet tijdig worden beantwoord. 3.

Technische vragen over niet te agenderen of geagendeerde stukken kunnen door een lid van de raad rechtsreeks worden gesteld aan ambtenaren en/of collegeleden. Deze worden niet geregistreerd en/of verspreid en rechtstreeks aan de vragensteller beantwoord. 4. Een lid of fractieassistent mag tijdens de beeldvormende commissie technische vragen stellen over voorliggende voorstellen op een agenda. Het stellen van technische vragen tijdens de oordeelsvormende commissie of raadsbehandeling zal door de voorzitter worden tegengehouden. 5. Technische vragen waarvan het college acht dat die (te) politiek zijn, bijvoorbeeld omdat deze vragen om een oordeel of mening over het onderwerp, worden niet door ambtenaren beantwoord. Deze vragen kunnen wel tijdens de oordeelsvormende commissie of raadsbehandeling aan collegeleden worden gesteld en door hen worden beantwoord. Artikel 46 Mondelinge vragen 1. Elk lid van de raad kan over actuele politieke en/of maatschappelijke ontwikkelingen en over de voortgang in bepaalde zaken in het kader van de Raadsactualiteit mondelinge vragen stellen aan burgemeester en wethouders, tenzij de desbetreffende aangelegenheid al op de raadsagenda is vermeld of is geagendeerd voor een raadscommissie. 2.

Het lid dat mondelinge vragen wil stellen, meldt dit onder aanduiding van het onderwerp en de concrete vragen schriftelijk bij de griffier aan, uiterlijk 10 uur voorafgaande aan de betreffende raadsvergadering. 3. De voorzitter kan weigeren een onderwerp aan de orde te stellen, indien hij het onderwerp niet voldoende nauwkeurig geformuleerd acht of indien aan het onderwerp naar zijn inzicht de lokale actualiteit ontbreekt. De voorzitter maakt aan het begin van de raadsvergadering bekend welke onderwerpen niet aan de orde gesteld zullen worden. 4. Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één of meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen en een toelichting daarop te geven. Na de beantwoording daarvan krijgt de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen. 5. De voorzitter kan aan andere raadsleden het woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college of de burgemeester vragen te stellen over hetzelfde onderwerp. Artikel 47 Burgerinitiatief Een inwoner kan schriftelijk een burgerinitiatief indienen bij de griffie conform de verordening burgerinitiatief gemeente Lelystad geldende regels. Hoofdstuk 6 Slotbepalingen Artikel 48 Uitleg reglement In gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent de toepassing van het reglement, beslist de raad op voorstel van de voorzitter.

12

Artikel 49 Intrekken oude reglement Het Reglement van Orde voor de vergadering en andere werkzaamheden van de raad van Lelystad 2020 zoals vastgesteld op 28 januari 2020 wordt ingetrokken. Artikel 50 Inwerkingtreding en citeertitel 1. Dit reglement treedt in werking op de eerste dag na die van bekendmaking. 2. Dit reglement wordt aangehaald als: Reglement van orde van de raad van Lelystad 2022. Aldus vastgesteld in de vergadering van de gemeenteraad op 20 december 2022. De griffier, De voorzitter,

13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lelystad&id=cfcd2604-5fc7-4cb5-9313-1b9011b08c7a