354. rv Kadernota Op weg naar nieuwe energie Lelystad
Tekst van het document
Voorstel aan de raad Nummer: 354
Portefeuille: Programma: Taakveld:
Wmo, duurzaamheid, sport en bewegen, vitaliteit en gezondheid, ruimtelijk stedelijke ontwikkeling en omgevingswet en p&o 7 Volksgezondheid en milieu 7.4 Milieubeheer
Onderwerp: Spelregels Transitievisie Warmte Lelystad
Voorgesteld besluit De raad wordt voorgesteld: 1) de Kadernota “op weg naar nieuwe energie in Lelystad” vast te stellen met als kernbesluiten: 1.a) De opgave voor de energietransitie te definiëren als: In 2050 wordt in Lelystad in de gebouwde omgeving geen gebruik meer gemaakt van fossiele brandstoffen. Op basis van peiljaar 2018 wordt daartoe 83 miljoen m3 aardgas door een nietfossiele energiebron vervangen. Door groei van de stad kan deze opgave groter worden. 1.b) Als gemeente een regierol aan te nemen in de energietransitie 1.c) De spelregels te hanteren als basis voor - Strategie / Transitievisie Warmte; - Het bepalen van de volgorde waarin wijken overgaan naar een aardgasloze energievoorziening; - De Wijkuitvoeringsplannen; - Het bieden van handelingsperspectief. 2.d) Ten dienste van “Strategie” de volgende spelregels vast te stellen: 2.d.1 SR1: De Transitievisie Warmte is een gemeente brede warmtetransitie tot 2050. Voor de wijken die tot 2030 opgepakt worden zal dat tot op techniekniveau zijn, voor de wijken tussen 2030 en 2050 wordt handelingsperspectief geboden. 2.d.2 SR2: De gemeente kiest voor een regierol bij de uitvoering. Zij voert zelf geen fysieke energieprojecten uit. Evenmin exploiteert zij energieprojecten, zij is ook niet verantwoordelijk voor de uitvoering.
2.d.3 SR3: Inwoners, maatschappelijke organisaties en bedrijven worden betrokken bij het bepalen van de ‘Volgorde der wijken’ en bij de ‘Wijkuitvoeringsplannen’. 2.d.4 SR4: Er komt een separate aanpak voor woningen en grote bedrijven. 2.e) Ten dienste van “Volgorde der Wijken” de volgende spelregels vast te stellen: 2.e.1 SR5: Er wordt in principe begonnen met wijken waar energetisch technisch minder complexe maatregelen nodig zijn en tegelijk met tenminste één meer complexe wijk. 2.e.2 SR6: Bij het bepalen van de volgorde der wijken wordt rekening gehouden met andere fysieke projecten in de stad. 2.e.3 SR7: Bij het bepalen van de volgorde der wijken voor de fysieke opgave wordt rekening gehouden met de sociale aspecten in de wijken. 2.e.4 SR8: De energietransitie warmtetransitie moet haalbaar en betaalbaar zijn voor de bewoners. 2.f) Ten dienste van “Wijkuitvoeringsplan” de volgende spelregels vast te stellen: 2.f.1 SR9: De keuzes over de voorkeursenergiesystemen met name daar waar die een collectieve verplichting inhouden zijn gebaseerd op transparante en objectieve criteria. Pagina 1
2.f.2
2.f.3 2.f.4 2.f.5 2.f.6
SR10: De wijken worden volgens deze stappen aangepakt: - Kleine maatregelen + koken; - Isoleren; - Ventileren; - Verwarmen; - Opwekken. SR11: Woningen worden vroegtijdig en voldoende geïsoleerd. SR12: Er zullen op wijkniveau enkel bewezen technieken worden toegepast. SR13: De benodigde energie die nodig is voor de uitvoering van de ‘wijkuitvoeringsplannen’ moet duurzaam en beschikbaar zijn zonder negatief effect op het energieverbruik, maatschappelijke kosten, omgevingsaspecten en infrastructuur. SR14: Bewoners/ondernemers hebben binnen de gestelde kaders eigen keuzevrijheid bij de te kiezen techniek.
2.g) Ten dienste van “handelingsperspectief”de volgende spelregels vast te stellen: 2.g.1 SR15: We ondersteunen collectieve initiatieven vanuit wijken die in de periode 2030 tot 2050 gepland zijn, mits voldaan wordt aan de overige spelregels. 2.g.2 SR16: Er komt inzicht in maatregelen die vooruitlopend op een wijkaanpak getroffen kunnen worden zonder dat deze de keuze voor een techniek in de toekomst negatief beïnvloeden.
Urgentie Raad De transitievisie warmte, bestaande uit de drie onderdelen “kadernota”; “volgorde der wijken” en “wijkuitvoeringsplannen” moet eind 2021 vastgesteld zijn. Terugrekenend houd dat in dat er een raadsbesluit nodig is in januari waarin de kaders worden bepaald (het voorliggende besluit). Op basis daarvan kan in het tweede kwartaal het voorstel voor het bepalen van de Volgorde der Wijken worden genomen en is er voldoende tijd om eind 2021 het eerste wijkuitvoeringsplan voor te leggen aan de raad
Samenvatting Het klimaat verandert. De gevolgen daarvan zijn al onmiskenbaar merkbaar in het dagelijks leven. Om de impact van de mens op die verandering te beperken zijn in Parijs afspraken gemaakt over de mate waarin de uitstoot van CO2 en andere broeikasgassen moet worden verminderd. Deze afspraak is in Nederland vertaald in de Klimaatwet en verder uitgewerkt in het Klimaatakkoord. In het Klimaatakkoord hebben overheden, bedrijven, vertegenwoordigers van woningeigenaren en (maatschappelijke) organisaties afgesproken dat de gebouwde omgeving in Nederland in 2050 geen aardgas meer gebruikt. Ook Lelystad zal in een periode van één generatie afscheid nemen van aardgas als energiebron. In de Kadernota Transitievisie Warmte Lelystad wordt beschreven binnen welke randvoorwaarden deze overgang uitgevoerd kan worden. Daarnaast zijn de spelregels opgenomen die gebruikt worden bij het bepalen van de volgorde waarin de wijken de overgang naar nieuwe energie maken, welke energietechnieken daarbij betrokken worden en minstens zo belangrijk: wat wordt verwacht van woningeigenaren en ondernemers. Want het gaat niet alleen om woningen, ook het bedrijfsleven maakt de overstap naar nieuwe energie. In dit besluit vraagt het college aan de raad van Lelystad de kaders en spelregels vast te stellen.
Daarna wordt de Volgorde der Wijken bepaald en met de bewoners van die wijken welke energietechniek het beste bij die wijken past. Waarbij de overgang naar nieuwe energie voor iedereen (ongeacht de persoonlijke situatie) in de komende dertig jaar haalbaar en betaalbaar moet zijn. Zowel de Volgorde der Wijken als de Wijkuitvoeringsplannen worden door de raad vastgesteld.
Voorgaande besluitvorming
Pagina 2
Over dit onderwerp heeft nog niet eerder besluitvorming plaats gevonden. Wel zijn er drie informatiesessie met de raad georganiseerd over dit onderwerp op 18 maart 2019, 2 april 2019 en 22 september 2020.
Inleiding Opgave In de Klimaatwet is het Akkoord van Parijs vertaald naar de Nederlandse opgave. Daarmee heeft het terugbrengen van de CO2 uitstoot een wettelijke basis gekregen. Deze opgave is in het klimaatakkoord vertaald naar concrete acties, verdeeld over een aantal sectoren. Eén daarvan is de sector gebouwde omgeving. Deze sector heeft als opdracht om in 2050 de transitie door te maken naar een energievoorziening die niet meer is gebaseerd op fossiele brandstoffen. In de volksmond is dat vertaald naar “we gaan van het aardgas af”. In 2050 wordt in Lelystad in de gebouwde omgeving geen gebruik meer gemaakt van fossiele brandstoffen. Op basis van peiljaar 2018 wordt daartoe 83 miljoen m3 aardgas door een niet-fossiele energiebron vervangen. Door groei van de stad kan deze opgave groter worden. Rol In het Klimaatakkoord is eveneens vastgelegd dat gemeenten een grote rol toegekend krijgen in de uitvoering van deze transitie. De gemeente voert niet zelf uit, maar heeft de regie. Dat maakt dat het hoogste besluitvormende orgaan in de gemeente, de gemeenteraad, zelf bepaalt op welke wijze deze transitie wordt doorlopen. Die bevoegdheid ziet op het stellen van kaders, het bepalen van de Volgorde der wijken en tot slot op het vaststellen van Wijkuitvoeringsplannen. Samenwerking De gemeente kan het uiteraard niet alleen.
Daartoe is gestart met een proces om te komen tot het bepalen van de kaders die moeten leiden tot het bepalen van de Volgorde der wijken. Deze kaders (verderop spelregels genoemd) zijn ontwikkeld in nauwe samenwerking met voornamelijk professionele stakeholders als netbeheerders, woningstichtingen, energiebedrijven, en afvaardigingen van het bedrijfsleven. Daarnaast is een raadpleging gehouden in het Lelystadpanel. Naarmate de transitie concretere vormen aanneemt wordt de participatie snel opgevoerd tot op huishoudenniveau. Voorwaarden aan het Rijk Van begin af aan hebben de Nederlandse gemeenten aangeven de toegekende rol in de energietransitie te aanvaarden, maar onder twee voorwaarden. Het rijk moet voldoende financiële, juridische en kennisinstrumenten beschikbaar stellen om de transitie binnen de bevoegdheid van de gemeente uit te kunnen voeren. En, zeker zo belangrijk, de transitie moet voor iedere Nederlander, ongeacht zijn financiële situatie, haalbaar en betaalbaar zijn. Het Rijk werkt deze voorwaarden momenteel uit. Deze twee voorwaarden worden in dit voorstel expliciet als randvoorwaarde benoemd. Leeswijzer: alle besluitpunten zijn één op één en herleidbaar opgenomen in de Kadernota “Op weg naar nieuwe energie in Lelystad”.
Doel Het vaststellen van de kaders en de spelregels aan de hand waarvan de Volgorde der wijken wordt bepaald, waarin de basis wordt gelegd voor de Wijkuitvoeringsplannen en waarin handelingsperspectief wordt geboden aan wijken die niet als eerste aan de beurt zijn.
Argumenten 1. De Kadernota Transitievisie Warmte Lelystad beschrijft de wettelijke kaders en de lokale randvoorwaarden (technisch, organisatorisch, financieel en juridisch) waarbinnen de overgang naar nieuwe energie wordt uitgevoerd. 2. De raad is bevoegd gezag voor het vaststellen van de kaders en middelen die nodig zijn om de overgang naar nieuwe energie te maken. Pagina 3
2.a.1 Het is van belang de opgave te koppelen aan de ontwikkeling van Lelystad. Zeker nu er plannen zijn de stad een flink aandeel te laten leveren bij de aanpak van het woningen tekort kan het energiegebruik van de stad flink toenemen. De opgave om in 2050 CO2 neutraal te kunnen zijn neemt dan ook toe. 2.b.1. Het aannemen van een regierol is in lijn met wat landelijk is afgesproken in het Klimaatakkoord. De invulling van de regierol kan per projectfase verschillen. 2.c.1 De spelregels zijn op verschillende niveau’s nodig om uiteindelijk te komen tot Wijkuitvoeringsplannen. Van hoog abstractieniveau (Strategie) tot een lager abstractieniveau (Wijkuitvoeringsplannen en handelingsperspectief). 2.d.1 Niet alle woningen kunnen tegelijk de transitie doormaken. De kaders worden in principe bepaald voor de hele looptijd van het proces, tot 2050. De planning wordt (in lijn met de in Klimaatwet vastgelegde doelen) in drie decennia verdeeld: aanpak van woningen tot 2030, aanpak van woningen tussen 2030-2040 en voor de woningen die tussen 2040 en 2050 op duurzame energie overstappen. 2.d.2 De keuze voor de regierol is in lijn met dat wat afgesproken is in het Klimaatakkoord. De wijze waarop de regierol wordt ingevuld hangt af van de fase waarin de transitie zich bevindt. 2.d.3 Draagvlak is cruciaal voor het slagen van de transitie. Participatie is daarom een drager van het plan.
Naarmate het plan van een hoger abstractieniveau steeds concreter wordt, neemt de participatie van bewoners toe, met uitgebreide participatie mogelijkheden door bewoners bij het opstellen van de wijkuitvoeringsplannen. 2.d.4 Bedrijven vergen een andere aanpak dan woningen. Bij woningen is in grote mate sprake van eenvormigheid en gelijk oplopende natuurlijke vervangingsmomenten. Woonwijken kunnen daarom vaak met een uniforme aanpak geholpen worden. Bedrijven kennen een grote diversiteit in verschijningsvorm, maar ook in energiegebruik voor pand en proces. Ook is er niet automatisch sprake van gelijke natuurlijke vervangingsmomenten. Daarom wordt voor de bedrijven een separaat spoort ontwikkeld worden, gebaseerd op maatwerk. 2.e.1
De verschillen in fysieke en sociale structuren van wijken leiden tot verschillende aanpakken en doorlooptijden. Om iedereen tijdig de ruimte te geven aan te kunnen haken beginnen we met zowel een technisch minder complexe wijk als met een wijk die een complexere aanpak vergt.
2.e.2
We willen voorkomen dat een wijk te lang geconfronteerd wordt met fysieke ongemakken door straten die open liggen of groenvoorziening die onnodig moet worden verwijderd. Daarnaast is het voorkomen van dubbele kosten voor de gemeente van belang.
2.e.3
Elke wijk kent zijn eigen sociale structuur en vergt daarmee zijn eigen aanpak.
2.e.4
De energietransitie kan alleen succesvol zijn als iedereen, ongeacht de persoonlijke situatie, mee kan doen.
2.f.1
Te allen tijde moet de keuze voor een voorkeurssysteem objectief uitlegbaar zijn.
2.f.2
Bij de energietransitie wordt de Trias energetica als uitgangspunt gehanteerd: De Trias energetica houdt in: - energie besparen - inzetten systemen op duurzame energie - inzetten van efficiënte technieken Op deze wijze is, zeker bij de groei van Lelystad, het meeste effect te bereiken. Isolatie: de meest duurzame energie is bespaarde energie.
2.f.3
Pagina 4
Om die reden, en omdat veel technieken een minimale isolatiewaarde van woningen vereisen, zal vroegtijdig worden gestart met isolatieprogramma’s voor woningeigenaren. 2.f.4
Bewezen technieken zorgen voor zekerheid Om een robuuste, zekere transitie door te maken zal enkel gebruik worden gemaakt van bewezen technieken.
2.f.5
Voor de aanleg van een warmtenet of verzwaring van een elektriciteitsnet zijn materialen en middelen nodig. Dit mag niet leiden tot een buitensporige stijging van het energiegebruik, maatschappelijke kosten of belasting van de omgeving.
2.f.6
Recht op keuzevrijheid vinden bij belangrijk. Er zal geen verplichting zijn om deel te nemen aan een project dat uiteindelijk in wijk wordt uitgevoerd, ook al is er overeenstemming met de wijk. Individuen hebben het recht zelf een oplossing te kiezen voor de energietransitie. Aan die oplossingen kunnen wel (milieukundige) voorwaarden worden gesteld.
2.g.1
Wijken die om redenen eerder dan de planning aangeeft de transitie willen doormaken zullen worden ondersteund. Een versnelde transitie mag echter niet leiden tot een moeilijkere opgave voor omliggende wijken of buurten.
2.g.2
Vroegtijdige informatie helpt eigenaren bij het maken van keuzes Woningeigenaren die al (energiebesparende) maatregelen willen treffen vooruitlopend op de transitie zal informatie worden aangeboden over de geschiktheid van maatregelen.
Kanttekeningen 1) Ondersteuning vanuit het Rijk vereist Bij het Rijk is op verschillende niveaus kenbaar gemaakt (mede ook door de VNG) dat de transitie haalbaar en betaalbaar moet zijn voor de betrokkenen. Dat geldt niet alleen voor de woningeigenaren en bedrijven die de transitie moeten doormaken, maar ook voor de gemeenten die een grote rol toegewezen hebben gekregen bij de uitvoering van de transitie. Als de daarvoor benodigde ondersteuning (zowel juridisch als financieel als op gebied van kennisuitwisseling) achterblijft kan dat aanleiding geven het besluit te herzien of te heroverwegen. 2) Actualisatie Kadernota De kadernota vormt de basis van een transitie die dertig jaar duurt. In dertig jaar zullen er de nodige ontwikkelingen zijn die van invloed zijn op de wijze waarop de transitie wordt uitgevoerd. Om die reden wordt de kadernota elke vijf jaar tegen het licht gehouden en geactualiseerd.
Financiën Dit besluit heeft in zichzelf geen financiële consequenties. De planvoorbereiding past vooralsnog binnen de huidige formatie en beschikbare middelen. Eventueel benodigde middelen voor de programmastructuur en de uitvoering (formatie en middelen) zullen via een separaat en op de situatie toegesneden voorstel aan de raad worden voorgelegd.
Pagina 5
Vervolg Na dit besluit wordt het volgende product uitgewerkt: de Volgorde der Wijken. Daarvoor is de raad eveneens het bevoegd gezag. In het tweede kwartaal van 2021 zal dat ter besluitvorming worden voorgelegd. Daarna wordt gestart met de eerste Wijkuitvoeringsplannen. Ook die vallen onder de bevoegdheid van de raad. Naar verwachting (en in lijn met de opgave) zal de eerste daarvan in het laatste kwartaal van 2021 voor besluitvorming worden aangeboden.
Bijlagen -
Kadernota “Op weg naar nieuwe energie in Lelystad”.
Lelystad, 24 november 2020 Het college van de gemeente Lelystad, de secretaris,
de burgemeester,
A. Schepers
H.M. Meijdam
Pagina 6