352. Informatienota onderzoek maatschappelijke effecten Flevodrome
Tekst van het document
INFORMATIENOTA VOOR DE RAAD Nummer: 352 Portefeuille: Programma: Taakveld:
Financiën, beheer openbare ruimte, participatie (W&I) , armoede en schuldhulpverlening, handhaving 6. Sociaal Domein 6.5 Arbeidsparticipatie
Datum
25 november 2020
Onderwerp: Onderzoek maatschappelijke effecten Flevodrome
DE RAAD NEEMT KENNIS VAN: De resultaten van het onderzoek naar de maatschappelijke effecten van Flevodrome, naar aanleiding van amendement A14a op de Kadernota 2020-2023. INLEIDING Leer-, werk- en trainingscentrum Flevodrome biedt jongeren intensieve individuele ondersteuning op het gebied van opleiding, beroepshouding en gedrag en motivatie. Het doel van de activiteiten is de autonomie van de jongeren – en daarmee hun succeskansen bij een vervolgopleiding of in het arbeidsproces – te vergroten. Deze voorziening, die gemeente Lelystad al vele jaren subsidieert vanuit het participatiebudget, biedt een opvangmogelijkheid voor jongeren die niet in het reguliere onderwijs terecht kunnen. Het aanbodgericht subsidiëren van een heel specifieke voorziening past niet bij de insteek vanuit de ketensamenwerking: aansluiten bij de vraag van de jongeren en het bedrijfsleven. In de Kadernota 2020-2023 is daarom voorgesteld om de huidige subsidie af te bouwen. De doelstelling was (en is) om geen aanbodgerichte voorziening als doel op zich in stand te houden en, ook vanwege de kostentechnische druk op het Participatiebudget van het project, e.e.a. vraaggericht en kosten efficiënter te organiseren. De gemeenteraad heeft bij de behandeling van de Kadernota een amendement ingediend om de voorgestelde bezuiniging te schrappen en onderzoek te doen naar de maatschappelijke effecten.
Dit onderzoek is uitgevoerd door Regioplan en bijgevoegd als bijlage.
KERNBOODSCHAP De bevindingen uit het onderzoek naar Flevodrome wijzen in de richting van positieve maatschappelijke opbrengsten. Daarnaast geeft het onderzoek belangrijke aanbevelingen over hoe de voorziening beter kan aansluiten bij andere voorzieningen in de stad, waarmee het aanbod beter aansluit bij de vraag van de jongeren en waarmee de voorziening kostenefficiënter ingericht kan worden. Dit wordt de komende maanden met de betrokken partijen uitgewerkt tot een voorstel over de toekomstige positie en financiering van Flevodrome. De belangrijkste conclusies en aanbevelingen uit het onderzoek worden puntsgewijs benoemd en toegelicht. Conclusies 1. De aanpak van Flevodrome wijst in de richting van positieve maatschappelijke opbrengsten, maar Flevodrome moet in beweging komen voor een betere aansluiting op mogelijkheden voor werk. Uit het onderzoek komt naar voren dat Flevodrome voorziet in een behoefte in Lelystad. De ingezette methodiek sluit aan bij de doelgroep die centraal staat: jongeren die zijn vastgelopen in hun ontwikkeling. Meer inbedding in en verbinding met de stad en met de belevingswereld van jongeren is nodig om de inzet van de methodiek in de toekomst te kunnen verbeteren. 2. Uitstroomcijfers zijn consistent met de beoogde effecten.
In de periode 2013-2019 stroomt 35 procent uit naar werk, 28 procent naar onderwijs, 29 procent naar een zorgtraject en 9 procent is niet meer in zicht. 3. Flevodrome levert meer op dan het kost. Het kosten-batensaldo is positief een jaar na afronding van het traject. De netto opbrengsten zijn naar schatting circa €1.100 per deelnemer. 4. Samenwerkingspartners en jongeren zijn positief, maar noemen ook verbeterpunten. Volgens samenwerkingspartners zijn de kleinschalige en persoonlijke aanpak, het gegeven dat voor veel jongeren Flevodrome de laatste voorziening is waar ze terechtkunnen en een goede samenwerkingsrelatie positieve punten van de aanpak. Jongeren melden positieve ervaringen met de begeleiding en vinden dat aangeleerde vaardigheden van pas komen voor de toekomst. Als knelpunten worden door zowel samenwerkingspartners als jongeren genoemd een (te) smalle focus die niet de gehele doelgroep aanspreekt, een soms beperkte aansluiting op vervolgtrajecten en de afgelegen locatie van Flevodrome. 5. Om de aanpak van Flevodrome beter tot zijn recht te laten komen is beweging nodig. Flevodrome staat op relatief grote afstand van de stad. Letterlijk wat betreft de locatie, maar ook wat betreft de connectie met andere (onderwijs)voorzieningen en het Werkbedrijf.
Daardoor, en doordat het aanbod niet altijd goed aansluit op de belevingswereld van jongeren, wordt nog onvoldoende de verbinding gelegd met mogelijkheden voor werk. Verbeterrichtingen voor de inzet komen verder aan bod in de aanbevelingen.
Aanbevelingen Uit het onderzoek blijkt dat de methodiek van Flevodrome een toegevoegde waarde heeft voor Lelystad. Een belangrijk deel van positieve punten is ook als doelstelling terug te vinden in het raadsprogramma. Wel is het nodig dat Flevodrome in beweging komt. Voor verbeteringen van de inzet van Flevodrome in de toekomst komen de volgende rode draden uit het onderzoek naar voren: 1. Zoek meer de verbinding met wat er in de stad gebeurt Flevodrome speelt een belangrijke rol in het onderwijs- en arbeidsrijp maken van jongeren die zijn vastgelopen in hun ontwikkeling. Door beter ingebed en gesitueerd te zijn in het voorzieningennetwerk, kan Flevodrome effectiever en kosten efficiënter opereren. Een herziene positie ten opzichte van andere (onderwijs)voorzieningen en het Werkbedrijf is nodig. Dit moet onderwerp zijn van bestaande bestuurlijke overlegstructuren, waarin ook de positionering, een mogelijk herziene locatie en financiering van Flevodrome besproken moet worden. Uit de bevindingen komt naar voren dat de afgelegen locatie als een drempel wordt ervaren. Behalve dat de jongeren de locatie ver weg vinden, betekent dit ook dat Flevodrome letterlijk op afstand staat van werkgevers/stageaanbieder, het onderwijs en andere voorzieningen in de stad. Dat komt de verbinding met deze partijen niet ten goede. Het is daarom raadzaam om de locatie te heroverwegen. 2.
Zorg voor een breder aanbod dat beter aansluit bij de doelgroep en de kansrijke arbeidsmarktsectoren Hoewel houtbewerking een middel is en geen doel op zich, spreekt het een deel van de doelgroep niet aan. Creëer een betere verbinding met kansen op de arbeidsmarkt. Voor een bredere scope is het goed om de methodiek van Flevodrome beter te verbinden aan kansrijke beroepen in kansrijke arbeidsmarktsectoren. Specifiek voor Lelystad zijn de logistiek en de maakindustrie belangrijke sectoren. Landelijk gezien liggen er kansen op het terrein van de zorg en, ook gezien de energietransitie, in de installatiebranche (zie de arbeidsmarktanalyses van UWV). Het is van belang om nader te bekijken hoe in de aanpak van Flevodrome een sterkere link gelegd kan worden met opleidingen en werk in deze sectoren. Daarbij is het raadzaam dat jongeren leren om sturing te geven aan hun eigen loopbaan, door ze een duidelijker beeld te geven over wat kansrijke beroepen en bijbehorende opleidingen zijn, en hoe deze beroepen aansluiten bij wat zij willen en kunnen. Ook is het van belang dat jongeren een beter netwerk en gerichte werkervaring opdoen ten aanzien van de kansrijke beroepen. Dit kan helpen om de methodiek van Flevodrome gerichter aan te laten sluiten bij de vraagkant (behoeften van werkgevers) en bij de belevingswereld van jongeren. 3.
Zet in op duurzaamheid van de uitstroom Het langer volgen van de doelgroep na uitstroom helpt om de duurzaamheid van de effecten van Flevodrome te vergroten. Ook is het van belang om beter zicht te bieden op de duurzaamheid van de uitstroomresultaten van Flevodrome. VERVOLG Vanuit voorzieningenstructuur en qua aard van de activiteiten beschouwd heeft Flevodrome overeenkomsten met de Bataviawerf waar, op basis van het gelijktijdig aangenomen amendement, de opdracht ligt om middels het Werkbedrijf tot een alternatieve financiering te komen. Methodisch en qua doelgroep zijn er echter wel duidelijke verschillen. Naast bedrijfseconomische aspecten moet ook rekening worden gehouden met een passende begeleiding voor de verschillende doelgroepen. Er zijn mogelijk ook andere vormen om deze kwetsbare groep jongeren passende ondersteuning te bieden, zoals aansluiting bij Lelytalent c.q. een specifiek passend onderwijs arrangement. Hierbij kan mogelijk ook aansluiting worden gezocht bij
onderwijsmiddelen voor (co)financiering van de ondersteuning. Het zijn immers voor een deel leerplichtige jongeren waar we het over hebben. Met de uitkomsten en aanbevelingen uit het onderzoek hebben we een nieuw ijkpunt om verder in gesprek te gaan. We willen dan ook bovengenoemde aanbevelingen gaan uitwerken met de betreffende partners. Dit leidt tot een voorstel over de toekomst van Flevodrome, inclusief financiering. BIJLAGEN 1. Eindrapport maatschappelijke effecten Flevodrome.