307. BL4 WAS -WORDT lijst VERORDENING op de Rekenkamer
Tekst van het document
WAS – WORDT LIJST Verordening op de Rekenkamer voor Lelystad 2023 Verordening op de rekenkamer voor Lelystad 2005 Artikel 1. Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. wet : Gemeentewet; b. voorzitter : voorzitter van de Rekenkamer; c. college : college van burgemeester en wethouders; d. Rekenkamer : de Rekenkamer van de gemeente Lelystad; e. commissie : commissie voor de Rekenkamer. Artikel 2. Rekenkamer 1. Er is een Rekenkamer. 2. De Rekenkamer bestaat uit 3 leden.
Verordening op de Rekenkamer 2023
Toelichting
Artikel 1. Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. wet: de Gemeentewet; b. raad: de gemeenteraad van Lelystad; c. commissie: commissie van de Rekening van de gemeente Lelystad; d. college: college van burgemeester en wethouders van Lelystad; e. rekenkamer: de rekenkamer van de gemeente Lelystad als bedoeld in artikel 81a van de Gemeentewet; f. voorzitter: voorzitter van de rekenkamer Lelystad. Artikel 2. Rekenkamer 1. Er is een rekenkamer. 2. De rekenkamer bestaat uit drie leden, waaronder een voorzitter. Tevens kan de raad plaatsvervangende leden benoemen.
Geel gemarkeerde tekst is toegevoegd. Dit ter verduidelijking van de inhoud.
Geel gemarkeerde tekst is toegevoegd. Dit ter verduidelijking van de inhoud.
Verordening op de rekenkamer voor Lelystad 2005 Artikel 3. Commissie 1. De raad stelt uit zijn midden een commissie samen ex artikel 82 van de wet. 2. De commissie heeft de volgende taken: a. het voorbereiden van de voordracht van kandidaten voor het lidmaatschap, het voorzitterschap en het plaatsvervangend lidmaatschap van de Rekenkamer; b. rapporten van de Rekenkamer worden direct in handen van de commissie gesteld; c. het adviseren van de raad over de rapporten van de Rekenkamer; d. het onderhouden van de contacten tussen raad en Rekenkamer; e. het adviseren van de Rekenkamer. Lokale wet- en regelgeving
Verordening op de Rekenkamer 2023
Toelichting
Artikel 3. Commissie 1. De commissie van de Rekening fungeert als klankbord voor de rekenkamer. 2. De commissie heeft jegens de rekenkamer de volgende taken: a. het op voordracht van de rekenkamer voorbereiden van de benoeming van kandidaten voor het lidmaatschap, het voorzitterschap en het plaatsvervangend lidmaatschap van de rekenkamer; b. rapporten van de rekenkamer worden direct in handen van de commissie gesteld; c. het adviseren van de raad over de rapporten van de rekenkamer; d. het namens de raad onderhouden van contacten met de rekenkamer; e. het adviseren van de rekenkamer.
Lid 1 van de oude verordening, de commissie van de rekening is conform haar nieuwe verordening niet samen gesteld op basis van artikel 82 van de wet en voldoet daarom niet meer. En is verwijderd.
Artikel 4. Benoeming leden 1. De raad benoemt de leden en de voorzitter van de Rekenkamer op aanbeveling van de commissie. 2. De commissie doet de aanbeveling vergezeld gaan van een verklaring van elke kandidaat bevattende: a. de mededeling dat hij/zij een benoeming als lid zal aanvaarden; b. een overzicht van de openbare betrekkingen die hij bekleedt. Bij ontstentenis van de voorzitter treedt het langstzittende lid op als voorzitter dan wel, als de overige leden een gelijke periode zitting hebben gehad, het oudste lid in jaren. 3. Voorafgaand aan de voordracht tot benoeming van de voorzitter en de overige leden van de Rekenkamer pleegt de commissie overleg met de Rekenkamer. 4. Indien de voorzitter door de raad op nonactiviteit wordt gesteld kan de raad voor de tijdelijke vervanging in de functie van voorzitter een van het derde lid afwijkende regeling treffen.
Artikel 4. Benoeming, herbenoeming en ontslag voorzitter en leden 1. Voorafgaand aan de voordracht tot benoeming van de voorzitter en de leden van de rekenkamer pleegt de commissie overleg met de rekenkamer. 2. De raad benoemt de leden en de voorzitter van de rekenkamer op aanbeveling van de commissie. 3. De commissie doet de aanbeveling vergezeld gaan van een verklaring van elke kandidaat bevattende: a. de mededeling dat hij/zij een benoeming als lid zal aanvaarden; b. een overzicht van de openbare betrekkingen die hij bekleedt. 4. De rekenkamer bericht de raad als een van de ontslaggronden zich voordoet, bedoeld in artikel 81c, zesde of zevende lid, of van artikel 81d, eerste of tweede lid, van de wet. 5. In de gevallen, bedoeld in artikel 81c, zevende lid, en in artikel 81d, tweede lid, van de wet adviseert de rekenkamer de raad over de vraag of al dan niet moet worden overgegaan tot ontslag, respectievelijk het op non-activiteit stellen van het desbetreffende lid. 6. De rekenkamer adviseert de raad tevens met betrekking tot een beslissing tot verlenging of beëindiging van een maatregel als bedoeld in artikel 81d, eerste of tweede lid.
Geel gemarkeerd is toegevoegd. Artikel 4 en artikel 6 van de oude verordening zijn samengevoegd.
(geel gemarkeerd is nieuw) Lid 1 van de nieuwe verordening geeft aan dat de commissie een klankbord groep voor de rekenkamer is.
Art.4.3 oude verordening is Art.4.1 nieuwe verordening Art.4.1 oude verordening is Art.4.2 nieuwe verordening Art.4.2 oude verordening is Art.4.3 nieuwe verordening Art.6.1 oude verordening is Art.4.4 nieuwe verordening Art.6.2 oude verordening is Art.4.5 nieuwe verordening Art.6.3 oude verordening is Art.4.6 nieuwe verordening
Verordening op de rekenkamer voor Lelystad 2005 Artikel 5. Benoeming plaatsvervangende leden 1. De raad benoemt 1 plaatsvervangend lid. Artikel 4 is van overeenkomstige toepassing. 2. Een plaatsvervangend lid kan door de voorzitter worden opgeroepen een lid tijdelijk te vervangen, als dat lid door de raad op nonactiviteit is gesteld dan wel bij voorziene afwezigheid anderszins. 3. De bepalingen van deze verordening zijn op het plaatsvervangend lid van overeenkomstige toepassing.
Verordening op de Rekenkamer 2023
Toelichting
Artikel 5. Benoeming plaatsvervangende leden 1. De raad benoemt plaatsvervangende leden voor de rekenkamer. Artikel 4 is van overeenkomstige toepassing op plaatsvervangende leden. 2. Een plaatsvervangend lid kan door de voorzitter worden opgeroepen een lid tijdelijk te vervangen. 3. De bepalingen van deze verordening zijn op het plaatsvervangend lid van overeenkomstige toepassing.
Grijs gemarkeerd (oude verordening) is in de nieuwe verordening vervallen, geel gemarkeerd is toegevoegd.
Verordening op de rekenkamer voor Lelystad 2005 6. Ontslag en non-activiteit 1. De Rekenkamer bericht de raad als een van de ontslaggrond Artikel 4. Benoeming, herbenoeming en ontslag voorzitter en leden 1. Voorafgaand aan de voordracht tot benoeming van de voorzitter en de leden van de rekenkamer pleegt de commissie overleg met de rekenkamer. 2. De raad benoemt de leden en de voorzitter van de rekenkamer op aanbeveling van de commissie. 3. De commissie doet de aanbeveling vergezeld gaan van een verklaring van elke kandidaat bevattende: a. de mededeling dat hij/zij een benoeming als lid zal aanvaarden; b. een overzicht van de openbare betrekkingen die hij bekleedt. 4. De rekenkamer bericht de raad als een van de ontslaggronden zich voordoet, bedoeld in artikel 81c, zesde of zevende lid, of van artikel 81d, eerste of tweede lid, van de wet. 5. In de gevallen, bedoeld in artikel 81c, zevende lid, en in artikel 81d, tweede lid, van de wet adviseert de rekenkamer de raad over de vraag of al dan niet moet worden overgegaan tot ontslag, respectievelijk het op non-activiteit stellen van het desbetreffende lid. 6. De rekenkamer adviseert de raad tevens met betrekking tot een beslissing tot verlenging of beëindiging van een maatregel als bedoeld in artikel 81d, eerste of tweede lid.
en zich voordoet, bedoeld in artikel 81c, zesde of zevende lid, of van artikel 81d, eerste of tweede lid, van de wet. 2. In de gevallen, bedoeld in artikel 81c, zevende lid, en in artikel 81d, tweede lid, van de wet adviseert de Rekenkamer de raad over de vraag of al dan niet moet worden overgegaan tot ontslag, respectievelijk het op non-activiteit stellen van het desbetreffende lid. 3. De Rekenkamer adviseert de raad tevens met betrekking tot een beslissing tot verlenging of beëindiging van een maatregel als bedoeld in artikel 81d, eerste of tweede lid.
Verordening op de Rekenkamer 2023
Toelichting
Artikel 6. Ambtelijke ondersteuning 1. De rekenkamer heeft een ambtelijk secretaris. 2. Het college wijst de ambtelijk secretaris aan, alsmede ook een of meer plaatsvervangers, op voordracht van de voorzitter van de rekenkamer.
Artikel 6 in de oude verordening (grijs gemarkeerd) is opgenomen in de nieuwe verordening onder artikel 4. Artikel 6 in de nieuwe verordening bevat een artikel over de ondersteuning van de rekenkamer met een ambtelijk secretaris die aangesteld wordt door het college. Dit is een aanvulling uit de modelverordening.
Verordening op de rekenkamer voor Lelystad 2005 Artikel 7. Budget 1. De Rekenkamer is bevoegd binnen een aan haar bij de begroting beschikbaar gesteld budget uitgaven te doen ten behoeve van de uitvoering van haar taken. 2. De Rekenkamer verantwoordt de baten en lasten van het vorig begrotingsjaar in het jaarverslag aan de raad, als bedoeld in artikel 185, derde lid. 3. De voorzitter doet jaarlijks vóór 1 juni een voorstel aan de raad voor de nodige middelen voor een goede uitoefening van de taken. Artikel 8. Rechtspositie De rechtspositie van de leden van de Rekenkamer is vastgelegd in de Verordening geldelijke vergoeding leden van de Rekenkamer.
Verordening op de Rekenkamer 2023
Toelichting
Artikel 7. Budget 1. De rekenkamer is bevoegd binnen een aan haar bij de begroting beschikbaar gesteld budget uitgaven te doen ten behoeve van de uitvoering van haar taken. 2. De rekenkamer verantwoordt de baten en lasten van het vorig begrotingsjaar in een verslag aan de raad, als bedoeld in artikel 185, vierde lid. 3. De voorzitter doet een voorstel aan de raad voor de nodige middelen voor een goede uitoefening van de taken.
Artikel 7 van de oude verordening stemt in grote lijnen overeen met artikel 7 van de nieuwe verordening. Alleen de zinsnede (grijs gemarkeerd) “jaarlijks vóór 1 juni” is verwijderd. Dit is gedaan omdat het niet jaarlijks gebeurd en alleen plaatsvindt als een bijstelling noodzakelijk is. Dit wordt dan meegenomen in het P&C proces van de organisatie.
Artikel 8. Vergoeding 1. Leden van de Rekenkamer ontvangen voor hun werkzaamheden een vergoeding. 2. De vergoeding bedraagt voor de voorzitter 80% en voor de leden 60% van de vergoeding voor raadsleden van de gemeente Lelystad. 3. Voor iedere volledige kalendermaand dat het plaatsvervangende lid optreedt als vervanger bestaat recht op de in het tweede lid bedoelde vergoeding. 5. De gemaakte reiskosten die noodzakelijk zijn voor de vervulling van het lidmaatschap van de rekenkamer worden aan het lid van de rekenkamer vergoed. Conform de regeling die geldt voor raadsleden van de gemeente Lelystad.
Artikel 8 van de oude verordening is vervallen (grijs gemarkeerd). Met deze nieuwe verordening worden de twee bestaande verordening voor de rekenkamer samengevoegd in de nieuwe verordening. De rechtspositie van de leden wordt in de nieuwe verordening in hoofdstuk 8 verder toegelicht.(geel gemarkeerd)
Artikel 9. Deze verordening kan worden aangehaald als Verordening Rekenkamer Lelystad
Artikel 9. Slotbepalingen 1. Besluiten, genomen krachtens Verordening Rekenkamer Lelystad 2005 en de Verordening geldelijke vergoeding leden van de Rekenkamer 2005, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening. 2. De Verordening Rekenkamer Lelystad 2005 en de Verordening geldelijke vergoeding leden van de Rekenkamer 2005 worden ingetrokken. 3. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2024 4. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening gemeentelijke rekenkamer 2023.
Artikel 9 en 10 van de oude verordening zijn samengevoegd in artikel 9 van de nieuwe verordening. Er wordt aangegeven dat de oude verordeningen vervallen en dat de nieuwe in werking treed.
Artikel 10. Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2006. Lelystad, 20 oktober 2005. De raad van de gemeente Lelystad, de griffier, de voorzitter,
Verordening geldelijke vergoeding leden van de Rekenkamer 2005 Artikel 1. Begripsbepaling. In deze verordening wordt verstaan onder: a. Rekenkamer: de Rekenkamer van de gemeente Lelystad; b. rechtspositiebesluit raads-en commissieleden: het Koninklijk Besluit van 22 maart 1994, Stb. 244; c. Reisbesluitbinneneland: het Koninklijkbesluit van 1 maart 1993, Stb 144.
Toelichting
Artikel 2. Rechtspositie. Leden van de Rekenkamer vallen niet onder de ambtelijke rechtspositie van de gemeente.
vervalt
Artikel 3 Vergoeding voor werkzaamheden. 1. Leden van de Rekenkamer ontvangen voor hun werkzaamheden een vergoeding. 2. Voor de voorzitter bedraagt deze 80% van de vergoeding die leden van de raad ontvangen ingevolge de Verordening voorzieningen wethouders, raads- en commissieleden 2003. 3. De leden die geen voorzitter zijn ontvangen een vergoeding ter hoogte van 60% van de vergoeding die leden van de raad ontvangen ingevolge de Verordening voorzieningen wethouders, raads- en commissieleden 2003. 4. Het plaatsvervangende lid van de Rekenkamer ontvangt een vergodeingvan 20% die leden van de raad ontvangen ingevolge de Verordening voorzieningen wethouders, raads- en commissieleden 2003. 5. Voor iedere volledige kalendermaand dat het plaatsvervangende lid optreedt als vervanger bestaat recht op de in het derde lid bedoelde vergoeding.
vervalt
Vervalt
Verordening geldelijke vergoeding leden van de Rekenkamer 2005 Artikel 4. Berekening en betaling vergoeding voor werkzaamheden. 1. Onverminderd het bepaalde in de artikelen 1, onder en 8 van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden vangt de vergoeding bedoeld in artikel 3 aan op de in het benoemingsbesluit bepaalde dag. 2. Onverminderd het bepaalde in de artikelen 1, onder en 8 van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden eidigt de vergoeding bedoeld in artikel 3 aan op de in het ontslagbesluit bepaalde dag. 3. De vergoeding bedoeld in het tweede, derde en vierde lid van artikel 3 wordt maandelijks uitbetaald.
Toelichting vervalt
Verordening geldelijke vergoeding leden van de Rekenkamer 2005 Artikel 5. Reiskosten. 1. De gemaakte reiskosten die noodzakelijk zijn voor de vervulling van het lidmaatschap van de Rekenkamer worden aan het lid van de Rekenkamer vergoed. 2. De in het eerste lid bedoelde vergoeding betreft: a. bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een (treini)taxi: volledige vergoeding van de in redelijkheid noodzakelijk gemaakte kosten; b. bij gebruik van een eigen motorvoertuig of bromfiets: een vergoedingvan dein redelijkheid noodzakelijk gemaakte reiskoste overeenkomstig de bedragen in artikel 2 van de Reisregeling binneland. 3. De in het eerste lid bedoelde vergoeding is ook van toepassing voor het plaatsvevangende lid indien deze wordt opgeropen ter vervanging van één van de vaste leden. 4. Voor vergoeding van de on het eerste lid bedoelde kosten wordt gebruik gemaakt van een declaratieformulier, waarvan het model door het college is vastgesteld, indien deze kosten uit eigen middelen vooruit zijn betaald. 5. Het in het vierde lid bedoelde declaratieformulier wordt volledig ingevuld en ondertekend en binnen 2 maanden bij de griffier of door hem aan gewezen ambtenaar ingediend, onder bijvoeging van de orginele bewijsstukken.
Toelichting
Artikel 6. Citeertitel. Deze verordening kan worden aangehaald als Verordening geldelijke vergoeding leden van de Rekenkamer 2005.
vervalt
vervalt
Verordening geldelijke vergoeding leden van de Rekenkamer 2005 Artikel 7. Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2006. Lelystad, 10 november 2005. De raad van de gemeente Lelystad, de griffier, de voorzitte,
Toelichting vervalt