CConstaterende datLelystad
Koppel je AI →
Document · PDF

305. Informatienota motie enquete Zoom en Horst Businesscase

Raadsvergadering 7 december 2021, gemeente LelystadBij agendapunt: 305. Heroverweging enquête ondergrondse container of vierde bak aan huis Zoom en Horst1.139 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

INFORMATIENOTA VOOR DE RAAD Nummer: 305 Portefeuille: Programma: Taakveld:

: Wmo, duurzaamheid, sport en bewegen, vitaliteit en gezondheid, ruimtelijk stedelijke ontwikkeling en omgevingswet en p&o : 7. Volksgezondheid en milieu : 7.3 afval

Datum

: 5 oktober 2021

Onderwerp: onderzoek consequenties uitvoeren van de motie ‘heroverweging / enquête afvalinzameling Zoom – Horst’. DE RAAD NEEMT KENNIS VAN: De uitkomst van het onderzoek naar de eventuele consequenties van het uitvoeren van demotie ‘heroverweging / enquête afvalinzameling Zoom – Horst’ en het daarop gebaseerde besluit om de motie niet uit te voeren. INLEIDING Op 6 juli 2021 heeft de gemeenteraad aan het college gevraagd om de motie ‘heroverweging / enquête afvalinzameling Zoom – Horst’ uit te voeren, maar eerst uit te zoeken wat de gevolgen zijn als deze motie wordt uitgevoerd. In deze notitie worden de gevolgen van het uitvoeren van de motie besproken. KERNBOODSCHAP Het college heeft besloten geen uitvoering te geven aan de motie ‘heroverweging / enquête afvalinzameling Zoom – Horst’, omdat het rechtsgelijkheidsbeginsel, het rechtsonzekerheidsbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel de uitvoering niet mogelijk maken zonder forse financiële, juridische en imagoconsequenties. Het juridisch kader laat zien dat het uitvoeren van de motie in strijd is met het juridisch rechtsgelijkheidsbeginsel. Er kan geen uitzondering worden gemaakt voor buurten of straten, zonder dat dit ook voor andere buurten of straten geldt.

Als de enquête opnieuw wordt uitgezet in de Zoom of in een deel van de Horst, dan mogen bewoners van andere buurten – onder dezelfde regels – ook opnieuw de enquête doen, dit is het rechtsgelijkheidsbeginsel. De gemeente heeft ook in andere buurten gesprekken gevoerd met bewoners die het niet eens zijn met het besluit voor hun buurt of straat, hier zijn de verzoeken voor andere buurtindelingen afgewezen. Bij het schouwen in de Horst bleek dat bewoners een andere definitie van ‘hun’ buurt hanteren: de Horst is in hun optiek verdeeld in een lage Horst (Horst 10 tot en met Horst 16) en een Hoge Horst (18 tot en met 38). Dit geldt ook zo in andere delen van de stad: inwoners voelen zich soms onderdeel van één of twee straten, en niet van de gehele buurt. Daarnaast is een buurt geen statisch gegeven. De keuze van wat een buurt is en hoe het afval het beste ingezameld kan worden, is altijd arbitrair. In

Lelystad heeft de gemeenteraad de keuze gemaakt om per buurt, aangeleverd in een specifieke lijst, de afvalinzameling te organiseren. Zie bijlage ‘tijdlijn maatwerk op buurtniveau’. Hierin is de Horst opgenomen als één buurt en niet als twee buurten. Wanneer in een deel van de Horst een nieuwe enquête wordt uitgezet, zal het gelijkheidsbeginsel gelden: als de Horst opgedeeld wordt, dan geldt dit recht ook voor andere buurten. Het juridisch kader laat zien dat het uitvoeren van de motie in strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel. Zowel in de Zoom als in de Horst is een enquête gehouden. De uitkomst van de enquête is vastgesteld door de gemeenteraad. Bewoners mogen erop vertrouwen dat de gemeente de enquête zorgvuldig heeft gedaan en dat de uitkomst vervolgens ook leidend is in de uitvoering. Dat is rechtszekerheid. Signalen van bewoners uit de Zoom geven aan dat de discussie genuanceerd ligt: er zijn voor- en tegenstanders, en de meeste mensen willen geen bak direct voor hun deur. Ook daar zijn gesprekken gevoerd met bewoners, is er heroverwogen en is aangegeven dat de Zoom een buurt is, zoals door de raad is vastgesteld. Het juridisch kader laat zien dat het uitvoeren van de motie in strijd is met het zorgvuldigheidsbeginsel. Het zorgvuldigheidsbeginsel betekent dat elk besluit door de overheid zorgvuldig wordt voorbereid.

Er wordt daarvoor de nodige kennis vergaard en alle relevante feiten en belangen worden afgewogen voordat een beslissing wordt genomen. Deze afweging is terug te vinden in de bijlage ‘tijdlijn maatwerk op buurtniveau’. Er bestaan risico’s bij het uitvoeren van deze motie a). Juridisch staat de gemeente zwak als zij uitvoering geeft aan de motie: zowel naar bewoners toe die wel voor een ondergrondse container hebben gekozen (zorgvuldigheidsbeginsel), als naar bewoners van andere buurten die een gelijk pleidooi gehouden hebben, maar zijn afgewezen (gelijkheidsbeginsel). Uitvoering geven aan de motie betekent dat de gemeente Lelystad een forse juridische workload tegemoet kan zien. b). Financieel kan er voor de Lage Horst en Zoom nog een uitzondering gemaakt worden, er zijn pas enkele containers geplaatst in deze buurten. Maar juist omdat het niet alleen over de lage Horst en de Zoom, maar over heel Lelystad gaat, is het financiële effect niet te overzien. Los van de tijd die het kost om geschikte locaties te vinden, betekent het wisselen van uitkomst per buurt een enorme desinvestering. De raad dient in dat geval de consequentie van een hogere afvalstoffenheffing te willen dragen. c). Het uitvoeren van deze motie betekent dat de gemeente zich onbetrouwbaar opstelt naar haar inwoners.

De gemeente volgt een lang en zorgvuldig proces; komt tot een uitkomst en heroverweegt de uitkomst zodra de uitvoering halverwege is. Dat maakt de gemeente op dit moment en naar de toekomst toe niet geloofwaardig. Tijdspad Voor het opnieuw uitzetten van de enquête, het verzamelen van de respons en het omzetten van deze data moet ongeveer een half jaar gerekend worden. In de tussentijd worden de geplaatste containers niet gebruikt, haalt de gemeente Lelystad de milieudoelstellingen en de daarbij behorende financiele effecten niet. Financiele gevolgen Het niet uitvoeren van deze motie heeft geen financiele gevolgen. Het wel uitvoeren van deze motie heeft financiele gevolgen. De heroverweging van de keuze voor een ondergrondse container naar vier bakken aan huis betekent financieel het volgende: • Herbestemmen van reeds aangekochte ondergrondse container (€ 6.500/stuk). • Verwijderen van bestaande/reeds geplaatste ondergrondse containers (€ 2.000/stuk). • Uitzetten van nieuwe minicontainers voor restafval (€ 45/stuk + uitgifte/inname € 11,60/stuk). • Hierbij moet rekening gehouden worden met het volgende aantal huisaansluitingen: Zoom (165) en Horst (924 hele Horst, 142 ‘lage’ Horst) (€ 61.631,40).

Voor de (lage) Horst en het grootste gedeelte van de Zoom worden geen extra kosten gemaakt, omdat hier het grootste gedeelte van ondergrondse containers nog niet is geplaatst. Echter, zoals in het juridisch kader is te zien, kan de organisatie andere wijken die een nieuwe enquête aanvragen niet weigeren. Wanneer deze enquête wordt uitgezet in de buurten waar ondergrondse containers al geplaatst en de minicontainer geleverd zijn, en de uitkomst is na uitzetten van de nieuwe enquête anders dan in 2018 is vastgesteld, dan kunnen de extra kosten voor de gemeente enorm oplopen. In de volgende cases is dit uitgewerkt voor de buurten ‘Karveel’ en ‘Oostrandpark’. Businesscase Karveel Kosten geplaatste oc's Kosten oc's verwijderen Uitzetten mini's Kosten per mini

€ 28.000,00 € 28.000,00 € 15.254,00 €59.175,00

Totaal €130.429,00 NB: Karveel heeft 1315 woonhuisaansluitingen is 6,72% van alle woonhuisaansluitingen in stadsdeel 1, 2 en 3

VERVOLG Het college zal het project ‘het nieuwe inzamelen’ verder uitvoeren.

BIJLAGEN Motie ‘heroverweging / enquête afvalinzameling Zoom – Horst’.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lelystad&id=486b64dc-3ed6-449c-8989-4a7de7193d53