26.041 BL 2 26.061 INFO Uitbreidingsaanvraag stortcapaciteit afvalstortplaats Afvalzorg Zeeasterweg 43 ingediend
Tekst van het document
INFORMATIENOTA VOOR DE RAAD Nummer: 26.061
Portefeuillehouder: Portefeuille: Programma: Taakveld:
S. Kruis Beheer openbare ruimte
Datum:
13 januari 2026
8.1 Ruimtelijke ordening
Onderwerp: Uitbreidingsaanvraag stortcapaciteit afvalstortplaats Afvalzorg Zeeasterweg 43 ingediend. DE RAAD NEEMT KENNIS VAN: Het indienen van een aanvraag voor het uitbreiden van de stortcapaciteit van de afvalstortplaats aan de Zeeasterweg 43 door Afvalzorg. INLEIDING In het Raadsakkoord 2022 - 2026 staat benoemd: "Uitbreiding van de afvalstort buiten de huidige vergunning wordt niet toegestaan". In lijn met deze afspraak heeft het college de afgelopen jaren gewerkt. In overleg met u heeft de wethouder commitment gekregen om wel in overleg met Afvalzorg te blijven om zodoende invloed te kunnen uitoefenen wanneer ontwikkelingen buiten de gemeente om dreigen te gaan. Afvalzorg heeft met de komst van de nieuwe directeur haar koers gewijzigd en zoekt meer de samenwerking met de gemeente en andere stakeholders op. Dat uit zich onder andere in sponsoring van het Sportbedrijf en Flevo-landschap. Afvalzorg werkt aan een compensatievoorstel voor de gemeente Lelystad. Mocht daartoe aanleiding zijn in relatie tot het raadsakkoord, dan leggen we u uiteraard de dilemma's die daar eventueel uit voortkomen open aan u voor.
KERNBOODSCHAP • Afvalzorg heeft op 19 december 2025 een aanvraag voor het uitbreiden van stortcapaciteit van de afvalstortplaats aan de Zeeasterweg 43 in Lelystad bij de Omgevingsdienst ingediend. Deze aanvraag bestaat uit twee onderdelen: een aanvraag voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (hierna BOPA) en een aparte aanvraag voor een milieubelastende activiteit (hierna MBA) + Milieueffectrapportage. • De aanvraag wordt volgens de uitgebreide Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit (hierna BOPA) procedure behandeld. Vanwege het kerstreces heeft de Omgevingsdienst pas in de tweede week van januari 2026 advies gevraagd aan de gemeente Lelystad. VERVOLG De uitgebreide BOPA procedure duurt maximaal 26 weken. Gedeputeerde Staten is het bevoegd gezag. De Omgevingsdienst behandelt de aanvraag namens Gedeputeerde Staten. Het circulair materialenplan is op 30 december 2025 in werking getreden. Voor zover wij nu kunnen voorzien heeft deze inwerkingtreding geen consequenties voor de aard van de besluitvorming in de raad.
U heeft als raad een bindend adviesrecht voor het voorgenomen besluit van het college over het verlenen of onthouden van instemming, zie punt 8. Hieronder vindt u hoe de uitgebreide BOPA-procedure verloopt: 1. Het bevoegd gezag vraagt het college om advies voor het onderdeel milieubelastende activiteit en voor het ruimtelijke onderdeel uit de BOPA-procedure. Het college van B&W heeft een adviesrecht m.b.t. de aanvraag om een omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit (MBA), dat wil zeggen de uitbreiding van de stortplaats. De raad heeft hier geen rol. Wel heeft de gemeenteraad een bindend adviesrecht bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor de BOPA-procedure bestaande uit de uitbreiding van de stortplaats, omdat het college instemmingsrecht heeft, dit is uitgewerkt bij punt 8. De raad heeft namelijk op 14 juni 2022 een lijst van initiatieven aangenomen waarvoor zij bij een BOPA-procedure een bindend adviesrecht heeft. 2. Het college brengt aan het eind van beide procedures advies uit aan het bevoegd gezag. 3. Het bevoegd gezag (GS) neemt een ontwerpbesluit. Het advies van het college wordt in het ontwerpbesluit verwerkt. 4. Het ontwerpbesluit wordt ter inzage gelegd. Belanghebbenden kunnen binnen de inzageperiode van 6 weken zienswijzen indienen. 5.
Het bevoegd gezag neemt de zienswijzen mee in de afwegingen om tot een definitief besluit te komen en stelt een conceptbesluit op. 6. Het bevoegd gezag stuurt het conceptbesluit naar het college met het verzoek om binnen 4 weken instemming te verlenen. 7. Het college zendt dit verzoek om instemming direct door naar de gemeenteraad met het verzoek om binnen een daarbij te stellen termijn (korter dan 4 weken) te adviseren over het door het college te nemen besluit tot het verlenen of onthouden (weigeren) van de instemming. Het college heeft dus instemmingsrecht en de raad is adviseur voor het college voor het verzoek om instemming. 8. De gemeenteraad brengt advies uit aan het college. In de bijlage vindt u nadere informatie over de inhoud van dit bindend adviesrecht. Uit de informatie in de bijlage blijkt dat het bindend adviesrecht dat u als raad heeft alleen bindend is als het gebaseerd is op de beoordelingsregels. 9. Het college van B&W beslist binnen 4 weken of het al dan niet instemming verleent met het conceptbesluit met inachtneming van het bindend advies van de gemeenteraad. Als het college de termijn van 4 weken overschrijdt, mag het bevoegd gezag geen besluit nemen. 10. Het bevoegd gezag neemt een definitief besluit over de aanvraag. Het bevoegd gezag mag de omgevingsvergunning alleen verlenen als het college instemming heeft verleend.
Bijlage: Spelregels procedure gemeenteraad bij bindend advies over instemming bij uitgebreide procedure. Bindend advies over besluit over instemming bij uitgebreide procedure Bij de aanvraag van Afvalzorg geldt de volgende uitgebreide voorbereidingsprocedure uit afdeling 3.4 Awb dat betekent dat het bevoegd gezag (GS) een beslistermijn hebben van 6 maanden. Inhoud van het bindend advies over het besluit over de instemming. M.b.t. de buitenplanse omgevingsplanactiviteit (hierna Bopa) voor de aanvraag van Afvalzorg is Gedeputeerde Staten (hierna GS) bevoegd gezag. Het college heeft instemmingsrecht en de raad is adviseur voor het verzoek om instemming. Dit omdat het bij de aanvraag van Afvalzorg gaat om een geval waarvoor de raad een bindend adviesrecht heeft. Dat wil zeggen de raad heeft een adviesrecht over het voorgenomen besluit van het college over het verlenen of onthouden (weigeren) van instemming. De gemeenteraad geeft in zijn bindend advies aan of het college op het voorgenomen besluit van het bevoegd gezag (GS) instemming moet verlenen of dat het college instemming moet onthouden (instemming moet weigeren). Ook dit bindend advies bevat een motivering die is gebaseerd op de beoordelingsregels voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Doet de raad dit niet dan loopt de raad het risico dat het college het bindend advies naast zich neer moet leggen.
Dit volgt uit art. 16.15b Omgevingswet in samenhang met art. 16:17 Ow en art. 4.38, lid1 Omgevingsbesluit (Ob). Advies gemeenteraad alleen bindend als het gebaseerd is op de beoordelingsregels. Het college hoeft het bindend advies van de raad alleen in acht te nemen voor zover het advies is gebaseerd op de en in overeenstemming is met de beoordelingsregels voor de BOPA. De beoordelingsregels voor de BOPA staan in art. 8.0a lid 2 en art. 8.0b en art. 8.0e en 12.2.7a tot en met art. 12.27c van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Het college heeft dus een zelfstandige verantwoordelijkheid om de beoordelingsregels toe te passen en kan daar, ondanks een advies van de raad, dus niet van afwijken! Wat betekent dit in de praktijk? Adviseert de raad om de omgevingsvergunning te verlenen of te weigeren vanwege redenen die geen deel uitmaken van de beoordelingsregels of daarmee in strijd zijn? Dan moet het college dit advies negeren. Het college moet in zijn besluit uitleggen waarom het afwijkt van het raadsadvies (art. 3.50 Awb). Ook moet het college als zijn besluit over de instemming afwijkt van het raadsadvies daarvan mededeling doen aan de raad (art. 3.43 Awb). Wat zijn nu deze beoordelingsregels voor een BOPA? De omgevingsvergunning mag alleen worden verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
Hiermee is beoogd om aan te sluiten bij het criterium ‘goede ruimtelijke ordening’ dat gold onder de oude Wro. Dus raad mag haar advies om bijvoorbeeld de vergunning niet te verlenen alleen motiveren op basis van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Dat betekent in de praktijk dat er een ruimtelijke motivering aan het advies van de raad ten grondslag moet liggen, geen politieke motivering.