CConstaterende datLelystad
Koppel je AI →
Document · PDF

25.446 RV Vaststellen van belastingverordeningen en tarievenregeling 2026 - aangepast

Raadsvergadering 16 december 2025, gemeente LelystadBij agendapunt: 25.446 Belastingverordeningen en tarievenregeling 202631.022 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

€ 154,50

aansluitvergunning voor het tot stand brengen c.q. wijzigen en in stand houden van een aansluiting op het openbaar riool bedraagt het tarief: Artikel 2.30 Omgevingsplanactiviteit: kappen van bomen of vellen van houtopstanden Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het vellen van een houtopstand, bedoeld in subparagraaf 15.1.4.3 van het Omgevingsplan gemeente Lelystad, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: Artikel 2.31 Omgevingsplanactiviteit: reclame Gereserveerd Artikel 2.32 Omgevingsplanactiviteit: opslag van roerende zaken

€ 128,75

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit de opslag van roerende zaken in een aangewezen gedeelte van de gemeente, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a.

Indien opgenomen in paragraaf 4.4.3 van het

€ 128,75

Omgevingsplan gemeente Lelystad : 1. als de activiteit bestaat uit het daar opslaan van roerende zaken; of, 2. als de activiteit bestaat uit het als eigenaar, beperkt gerechtigde of gebruiker van een onroerende zaak toestaan of gedogen dat daar roerende zaken worden opgeslagen: 1.

voor een omgevingsplanactiviteit

2.

of, voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit:

2.1.

voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit,

€ 128,75 € 386,25

eenvoudig van aard: 2.2.

voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit,

€ 6.180,00

complex van aard: 2.3.

Voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit,

€ 12.000,00

bedoeld in 2.32 a 2.2, welke voor bindend advies aangeboden moet worden aan de gemeenteraad conform artikel 16.15b. van de Omgevingswet, bedraagt in afwijking van de toeslag opgenomen in 2.32 a 2.2 een toeslag van: Artikel 2.33 Omgevingsplanactiviteit: standplaatsen en overigen a.

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning

€ 128,75

betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het innemen of hebben van een standplaats, bedoeld in artikel 12.2 van de VFL in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: b.

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van

€ 128,75

de Omgevingswet, bestaande uit het aanbieden van deelvoertuigen, bedoeld in subparagraaf 17.3.1.3 van het Omgevingsplan gemeente Lelystad, bedraagt het tarief: c.

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning

€ 128,75

betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het rijden met of parkeren van een voertuig in een park, plantsoen of andere gemeentelijke groenvoorziening, een natuurgebied of een voor recreatief gebruik beschikbaar terrein, bedoeld in subparagraaf 15.1.4.1 van het Omgevingsplan gemeente Lelystad, bedraagt het tarief: Artikel 2.34 Andere activiteiten Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het verrichten van een andere activiteit dan in deze paragraaf en voorgaande paragrafen van dit hoofdstuk bedoeld en die activiteit: 2.34.1

betreft een bij of krachtens artikel 5.1 van de

€ 128,75

Omgevingswet aangewezen vergunningplichtige activiteit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk: Paragraaf 2.9 Maatwerkvoorschriften bij bouwactiviteiten Artikel 2.35 Maatwerkvoorschriften bij bouwactiviteiten Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften betrekking heeft op een bouwof sloopactiviteit, bedraagt het tarief: a.

voor een maatwerkvoorschrift dat betrekking heeft op:

€ 386,25

1. het in stand houden van een bestaand bouwwerk, bedoeld in artikel 3.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving; 2. bouwactiviteiten die het bouwen van nieuwe bouwwerken betreffen als bedoeld in artikel 4.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving; 3. het gebruik van een bouwwerk, bedoeld in artikel 6.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving; of 4. het verrichten van bouw- of sloopwerkzaamheden als bedoeld in artikel 7.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving; per maatwerkvoorschrift: b.

in andere gevallen dan bedoeld in onderdeel a, per maatwerkvoorschrift:

Artikel 2.36 Maatwerkvoorschriften bij milieubelastende activiteiten

€ 386,25

2.36.1

Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving betrekking heeft op:

a.

een milieubelastende activiteit als bedoeld in hoofdstuk

€ 4.120,00

3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief: Artikel 2.37 Maatwerkvoorschriften bij overige activiteiten 2.37.1

Als de aanvraag om een of meer

€ 386,25

maatwerkvoorschriften betrekking heeft op een andere activiteit dan genoemd in de artikelen 2.35 en 2.36, bedraagt het tarief per maatwerkvoorschrift: Paragraaf 2.10 Gelijkwaardigheid Artikel 2.38 Gelijkwaardige maatregel Gereserveerd Paragraaf 2.11 Overige tarieven Artikel 2.39 Verlengen tijdelijke omgevingsvergunning bouwactiviteit Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van

€ 128,75

een aanvraag om verlenging van de in een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit gestelde termijn, bedoeld in artikel 10.23, tweede lid, van het Omgevingsbesluit: Artikel 2.40 Wijzigen omgevingsvergunning Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om wijziging van een omgevingsvergunning is hetzelfde tarief verschuldigd als op grond van dit hoofdstuk verschuldigd is voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor de activiteit of activiteiten waarop de aanvraag tot wijziging betrekking heeft. Artikel 2.41 Wijzigen voorschriften omgevingsvergunning Gereserveerd Artikel 2.42 Intrekken omgevingsvergunning Gereserveerd Artikel 2.43 Beoordeling aanvullende gegevens Gereserveerd Artikel 2.44 Beoordeling onderzoeksrapporten Gereserveerd Artikel 2.45 Wijzigen van het omgevingsplan Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het wijzigen van het omgevingsplan:

€ 12.000,00

Artikel 2.46 Niet genoemd besluit op aanvraag Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van

€ 128,75

een aanvraag tot het nemen van een ander, in dit hoofdstuk niet benoemd besluit op grond van de Omgevingswet, de op die wet gebaseerde algemene maatregelen van bestuur, de Verordening Fysieke leefomgeving of het omgevingsplan: Paragraaf 2.12 Modaliteiten Artikel 2.47 Achteraf ingediende aanvraag Als de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een

10%

activiteit wordt ingediend na aanvang of gereedkomen van de activiteit, worden de op grond van de paragrafen 2.3 tot en met 2.8 verschuldigde leges verhoogd met: Artikel 2.48 Uitgebreide voorbereidingsprocedure Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van

€ 6.180,00

dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is op de voorbereiding van het besluit: Artikel 2.49 Beoordeling onderzoeksrapporten a.

Het tarief bedraagt voor een beoordeling van een

€ 128,75

advies, rapport of berekening ten aanzien van de fysieke leefomgeving, per daaraan besteed half uur. b.

Deze legeskosten worden niet in rekening gebracht als deze kosten al zijn verzekerd door een (anterieure) overeenkomst of als er sprake is van een samenwerkingsovereenkomst met andere bestuursorganen.

Artikel 2.50 Advies 2.50.1

Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als een daartoe aangewezen bestuursorgaan of andere instantie advies moet uitbrengen over de aanvraag om een omgevingsvergunning of een ander besluit op grond van de Omgevingswet:

2.50.1.1

het bedrag dat dit bestuursorgaan aan rechten zou heffen als het voor de activiteit waarvoor advies wordt gevraagd zelf bevoegd gezag zou zijn.

2.50.1.2

Indien de aanvraag betrekking heeft op een bouwplan waar moet worden beoordeeld of het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk, zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te

0,174%

verwachten ontwikkeling daarvan, niet in strijd is met redelijke eisen van welstand, met uitzondering van een principeverzoek zoals genoemd in artikel 2.4.3, verhoogd met: van de bouwkosten, me teen minimum van en een maximum van

€ 128,75 € 2.600,75

Artikel 2.51 Instemming 2.51.1

Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als een aanvraag om een omgevingsvergunning of een ander besluit op grond van de Omgevingswet betrekking heeft op een activiteit waarvoor de beslissing op de aanvraag op grond van artikel 16.16 van de Omgevingswet instemming behoeft van een bestuursorgaan: het bedrag dat dit bestuursorgaan aan rechten zou heffen als het voor de activiteit waarvoor instemming wordt verzocht zelf bevoegd gezag zou zijn.

2.51.2

Het bedrag bedoeld in het eerste artikel onder 2, wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

Paragraaf 2.13 Vermindering Artikel 2.52 Vermindering na initiatief 2.52.1

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning bedoeld in artikel 2.2, aanhef en onderdeel b, en zoals nader omschreven in de paragrafen 2.3 tot en met 2.8, is voorafgegaan door een initiatievenverzoek als bedoeld in artikel 2.1.2, aanhef en onderdeel a, en zoals nader omschreven in paragraaf 2.2, waarop de aanvraag om de omgevingsvergunning betrekking heeft, bestaat onder de in het tweede lid genoemde voorwaarden aanspraak op vermindering van de voor het in behandeling nemen van de aanvraag om de omgevingsvergunning verschuldigde leges. De vermindering bedraagt:

2.52.2

Voor de toepassing van het eerste lid wordt de aanvraag om een omgevingsvergunning gedaan:

100%

2.52.2.1

voor dezelfde activiteit of activiteiten als waarop het initiatievenverzoek betrekking had;

2.52.2.2

in overeenstemming met de uitkomsten van het initiatievenverzoek; en

2.52.2.3

binnen 12 maanden na het laatste initiatievenverzoek of, als het initiatievenverzoek volgens afspraak leidt tot een kennisgeving aan de aanvrager, na de dagtekening van de kennisgeving.

Artikel 2.53 Vermindering proefproject kwaliteitsborging 2.53.1

Indien de aanvraag omgevingsvergunning valt onder het

30%

“proefproject kwaliteitsborging" en als gevolg hiervan de Bouwbesluittoets ( bouwbesluit wordt technische toets) en het toezicht door een hiertoe gecertificeerde marktpartij worden uitgevoerd in plaats van door de gemeente Lelystad, bedraagt de vermindering van de voor die activiteiten verschuldigde leges Paragraaf 2.14 Teruggaaf Artikel 2.54 Teruggaaf bij aanvraag en oordeel geen omgevingsvergunning nodig 2.54.1

Als het college van burgemeester en wethouders op

90%

grond van een aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning oordeelt dat voor de voorgenomen activiteit geen omgevingsvergunning is vereist, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: Artikel 2.55 Teruggaaf als aanvraag verder buiten behandeling wordt gelaten 2.55.1

Als na toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht een aanvraag buiten behandeling wordt gelaten, bestaat aanspraak op teruggaaf. De teruggaaf bedraagt:

Artikel 2.56 Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift bij reguliere procedure 2.56.1

Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning of aanvraag om een maatwerkvoorschrift op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing is geheel of gedeeltelijk intrekt terwijl het college van burgemeester en wethouders daarover nog geen besluit heeft genomen, bestaat aanspraak op

90%

teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: 2.56.1.1

bij gehele of gedeeltelijke intrekking binnen vier weken

90%

na de indiening van de aanvraag: van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges; van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges; 2.56.1.2

bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip

50%

vanaf vier weken tot zes weken na de indiening van de aanvraag: van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges; van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges; 2.56.1.3

bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip

30%

vanaf zes weken na de indiening van de aanvraag: van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges. van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges; Artikel 2.57 Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift bij uitgebreide voorbereidingsprocedure 2.57.1

Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning of aanvraag om een maatwerkvoorschrift op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is geheel of gedeeltelijk intrekt terwijl het college van burgemeester en wethouders daarover nog geen besluit heeft genomen, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt:

2.57.1.1

bij gehele of gedeeltelijke intrekking binnen vier weken

90%

na de indiening van de aanvraag: van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges; 2.57.1.2

bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf vier weken tot zes weken na de indiening van de aanvraag: van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges;

2.57.1.3

bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf zes weken na de indiening van de aanvraag:

50%

van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is

30%

ingetrokken verschuldigde leges. Artikel 2.58 Teruggaaf als gevolg van intrekking verleende omgevingsvergunning voor bouw- of milieubelastende activiteiten 2.58.1

Als het college van burgemeester en wethouders een

30%

verleende omgevingsvergunning voor een bouw- of milieubelastende activiteit intrekt op aanvraag van de vergunninghouder, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges, mits deze aanvraag is ingediend binnen 18 maanden na verlening van de vergunning en van de vergunning geen gebruik is gemaakt. De teruggaaf bedraagt: van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges. Artikel 2.59 Teruggaaf als gevolg van het weigeren van een omgevingsvergunning voor bouw- of milieubelastende activiteiten 2.59.1

Als het college van burgemeester en wethouders een

30%

omgevingsvergunning voor een bouw- of milieubelastende activiteit weigert, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: van de voor de activiteit waarvoor de omgevingsvergunning is geweigerd verschuldigde leges. 2.59.2

Onder een weigering bedoeld in onderdeel a wordt mede verstaan een vernietiging van de beschikking waarbij de vergunning is verleend bij rechterlijke uitspraak.

Artikel 2.60 Geen teruggaaf legesdeel modaliteiten In afwijking van de voorgaande artikelen van deze paragraaf wordt geen teruggaaf verleend van het legesdeel dat betrekking heeft op de modaliteiten genoemd in paragraaf 2.12. Artikel 2.61 Minimumbedrag en teruggaaf Onverminderd hetgeen in deze paragraaf is opgenomen, bedraagt met minimumbedrag aan leges altijd Een bedrag minder dan € 64,40 wordt niet teruggegeven.

€ 64,40

Hoofdstuk 3 Europese dienstenrichtlijn Artikel

Omschrijving

tarief

Paragraaf 3.1 Toezicht op openbare inrichtingen hoofdstuk 2, afdeling 4, Algemene plaatselijke verordening 2021 (APV) Artikel 3.1 Exploitatie openbare inrichting 3.1.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot

€ 855,20

het verkrijgen van een vergunning op grond van artikel 3 van de Alcoholwet 3.1.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een melding als

€ 68,55

bedoeld in artikel 30 en artikel 30 a van de Alcoholwet 3.1.3

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een beperkte

€ 68,55

wijziging van een Alcoholwetvergunning 3.1.4

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot

€ 68,55

het verkrijgen van een ontheffing als bedoeld in artikel 35 van de Alcoholwet 3.1.5

Het tarief bedraagt ter zake voor het in behandeling nemen van een

€ 855,20

aanvraag tot het verkrijgen van een exploitatievergunning horecabedrijf op grond van artikel 2:28 van de APV 3.1.6

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een beperkte

€ 68,55

wijziging van een exploitatievergunning (bijvoorbeeld: wijziging van de persoon van de beheerder) 3.1.7

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van

€ 228,95

een ontheffing als bedoeld in artikel 2:29, 3e lid van de APV (ontheffing sluitingsuur) Paragraaf 3.2 Organiseren evenementen of markten Artikel 3.2 Organiseren evenementen of markten 3.2.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning voor het organiseren, toe te laten of feitelijk leiden van een evenement als bedoeld in artikel 2:25 van de APV (evenementenvergunning), indien het betreft:

3.2.1.1

Evenement met een laag risico (A)

€ 227,05

3.2.1.2

Evenement met een gemiddeld risico (B)

€ 534,05

3.2.1.3

Evenement met een hoog risico (C)

3.2.1.4

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot wijziging van de verleende evenementenvergunning 50 % van de in artikel 3.2.1 1, 3.2.1.2. of 3.2.1.3 genoemde leges

3.2.1.5

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om:

€ 2.137,25

3.2.1.6

een vergunning tot het innemen van een vaste standplaats op een

€ 40,20

weekmarkt 3.2.1.7

een vergunning tot het innemen van een standplaats op een jaarmarkt

€ 40,20

3.2.1.8

Een eerste inschrijving of handhaving van de inschrijving voor een

€ 40,20

kalenderjaar op de wachtlijst als bedoeld in artikel 7 van de vigerende Marktverordening Lelystad, per markt, per branche 3.2.1.9

een vergunning voor het organiseren van een particuliere markt

€ 85,30

Paragraaf 3.3 Prostitutiebedrijven Artikel 3.3 Prostitutiebedrijven 3.3.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een exploitatievergunning of wijziging van een exploitatievergunning als bedoeld in artikel 3:3, van de APV

3.3.1.1

voor een seksinrichting

€ 1.821,05

3.3.1.2

voor een escortbedrijf

€ 431,90

3.3.2

Indien de vergunning als bedoeld onder artikel 3.3.1.1 en artikel 3.3.1.2

€ 231,65

wordt aangevraagd, uitsluitend in verband met wijziging van een leidinggevende of wijziging van de inrichting, dan bedraagt het tarief: Paragraaf 3.4 Coffeeshop Artikel 3.4 Coffeeshops 3.4.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot

€ 2.648,15

het voorbereiden van een gedoogbeschikking ten behoeve van de exploitatie van een coffeeshop 3.4.2

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag om

€ 555,45

verlenging van de geldigheidsduur van een gedoogbeschikking ten behoeve van de exploitatie van een coffeeshop 3.4.3

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot wijziging

€ 555,45

van een gedoogbeschikking ten behoeve van de exploitatie van een coffeeshop Paragraaf 3.5 Kinderopvang Artikel 3.5 Kinderopvang 3.5.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

3.5.2

tot het registreren van een gastouder, gastouderbureau, kinderdagverblijf of locatie voor buitenschoolse opvang per adres of locatie

Paragraaf 3.6 Opkoopbescherming Artikel 3.6 Opkoopbescherming 3.6.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

€ 185,85

3.6.1.1

tot het verlenen van een vergunning om een woonruimte in gebruik te

€ 265,75

geven binnen een periode van vier jaar na de datum van inschrijving in de openbare registers van de akte van levering van die woonruimte aan de nieuwe eigenaar, als bedoeld in artikel 41, eerste lid, van de Huisvestingswet 2014: Paragraaf 3.7 In deze titel niet genoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking Artikel 3.7 Overige 3.7.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een andere, in deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking

Lelystad, 16 december 2025 De raad van de gemeente Lelystad, de griffier,

de voorzitter,

€ 97,35

Raadsbesluit Nummer: De raad van de gemeente Lelystad, op voorstel van het college van de gemeente Lelystad d.d. 4 november 2025; gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdeel a en b, van de Gemeentewet; B E S L U I T: vast te stellen de navolgende VERORDENING op de heffing en de invordering van lijkbezorgingsrechten 2026 (Verordening lijkbezorgingsrechten Lelystad 2026). Artikel 1 Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: a. begraafplaats : de algemene begraafplaats te Lelystad; b. eigen graf : een graf, waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot: - het doen begraven en begraven houden van overledenen; - het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; c. algemeen graf : een graf bij de gemeente in beheer waarin aan eenieder de gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van overledenen; d. eigen urnengraf : een graf waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten of bijgezet houden van twee asbussen met of zonder urnen; e. algemeen urnengraf : een graf bij de gemeente in beheer waarin aan eenieder gelegenheid wordt geboden tot het doen bijzetten van asbussen met of zonder urnen; f. asbus : een bus ter berging van de as van een overledene; g.

urnennis : een nis, waarvoor voor onbepaalde tijd het recht is verkregen tot het doen bijzetten of bijgezet houden van asbussen of urnen; h. urn : een voorwerp ter berging van één of meer asbussen; i. verstrooiingsplaats : een permanent daartoe bestemd terrein waarop as wordt verstrooid, dan wel een plaats waar voor bepaalde of onbepaalde tijd het recht is verleend om as te doen verstrooien; j. wandgraf : een bovengronds graf in een daartoe bestemde wand op de begraafplaats waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het begraven van een overledene; k. jaar : een periode van 365 dagen. Artikel 2 Belastbaar feit Op basis van deze verordening worden rechten geheven voor het gebruik van de begraafplaats en voor het door of vanwege de gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaats.

Artikel 3 Belastingplicht De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt.

Artikel 4 Vrijstelling De rechten worden niet geheven voor het begraven van doodgeboren kinderen of van overleden zuigelingen die met de overleden moeder in één kist worden begraven of gecremeerd. Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. Artikel 6 Belastingtijdvak 1. Het belastingtijdvak voor de rechten genoemd in hoofdstuk 2, de onderdelen 2.1, 2.1.1, 2.1.2, 2.1.3 en 3.5 van de tarieventabel is gelijk aan de periode waarover wordt afgekocht. 2. Na afloop van deze belastingtijdvakken worden de vorenbedoelde rechten niet opnieuw geheven. Artikel 7 Wijze van heffing De rechten worden geheven door middel van een gedagtekende kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld De rechten zijn verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening, bij de aanvang van het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen of bij de aanvang van het belastingtijdvak. Artikel 9 Termijn van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de rechten worden betaald binnen 30 dagen na de dagtekening van de kennisgeving. 2. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijn.

Artikel 10 Kwijtschelding Bij de invordering van de rechten wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 11 Nadere regels door het college van de gemeente Lelystad Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de heffing en de invordering van de rechten. Artikel 12 Inwerkingtreding en citeertitel 1. De “Verordening lijkbezorgingsrechten Lelystad 2025” van 19 november 2024, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2026. 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026. 4. Deze verordening wordt aangehaald als de “Verordening lijkbezorgingsrechten Lelystad 2026”. Lelystad, De raad van de gemeente Lelystad, de griffier,

de voorzitter,

Tarieventabel bij Verordening lijkbezorgingsrechten Lelystad 2026 1. Begraafrechten Begraven en bijzetten Tarief 2026 1.1.

Voor het begraven van een overledene van 12 jaar of ouder wordt geheven

€

1.125,75 1.2.

1.3.

1.4.

1.5.

1.6. 1.7

Voor het begraven van een overledene beneden de leeftijd van 12 jaar wordt geheven

€

1007,30

Voor het bijzetten van een asbus of urn in een urnengraf wordt geheven

€

571,65

Voor het bijzetten van een asbus of urn in een urnennis wordt, indien deze bijzetting in aanwezigheid van nabestaanden geschiedt, geheven

€

180,25

Voor het bijzetten van een asbus of urn in een urnennis wordt, indien deze bijzetting niet in aanwezigheid van nabestaanden geschiedt, geheven

€

48,40

Voor het afhalen en/of opbrengen van een gedenkteken van een eigen graf ten behoeve van een 2e bijzetting in dat graf wordt geheven

€

97,85

Voor het begraven van een overledene in een wandgraf wordt geheven

€

456,25

Lichten en herbegraven 1.8.

Voor het lichten van een overledene wordt geheven

€

1120,60

1.8.1.

Voor het na lichting weer begraven in hetzelfde graf wordt geheven

€

286,30

1.8.2.

Voor het na lichting opnieuw begraven in een ander graf wordt het recht geheven naar de tarieven vermeld in de onderdelen 1.1 en 1.2

1.9.

Voor het lichten van een asbus of urn uit een urnengraf wordt geheven

€

571,65

1.9.1.

Voor het na lichting weer bijzetten in hetzelfde urnengraf wordt geheven

€

188,45

1.9.2.

Voor het na lichting weer bijzetten in een ander urnengraf wordt het recht geheven naar het tarief vermeld in onderdeel 1.3

1.9.3.

Voor het lichten van een asbus of urn uit een urnennis wordt geheven

€

48,40

Voor het na lichting weer bijzetten in dezelfde urnennis wordt geheven

€

48,40

1.9.4.

1.9.5.

Voor het na lichting weer bijzetten in een andere urnennis wordt het recht geheven naar de tarieven vermeld in de onderdelen 1.4 en 1.5

Diensten verricht op buitengewone uren worden verhoogd met: 25% 50% 50% 100% 100%

voor diensten verricht van maandag tot en met vrijdag van 16:00 tot en met 17:00 uur; voor diensten verricht van maandag tot en met vrijdag van 17:00 tot en met 19:00 uur; voor diensten verricht op zaterdag van 09:00 tot en met 12:00 uur; voor diensten verricht op zaterdag van 12:00 tot en met 16:00 uur; Voor diensten verricht op zondag en algemene feestdagen.

2. De aanleg en onderhoudsrechten 2.1.

Voor het begraven van een overledene of het bijzetten van een asbus of urn in een eigen graf wordt in de vorm van een afkoopsom voor een periode van 20 jaren een begraafplaatsrecht geheven van

€

1817,95

€

453,20

€

1.439,90

€

907,40

Voor het verkrijgen van het uitsluitend recht voor een periode van 20 jaren tot het doen begraven en begraven houden van overledenen of het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen in een eigen graf wordt bij de eerste begraving of bijzetting in dat eigen graf een grafrecht geheven van

€

907,40

Voor het verkrijgen van het uitsluitend recht voor een periode van 20 jaren tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen in een eigen urnengraf wordt bij de eerste bijzetting in dat eigen urnengraf een grafrecht geheven van

€

453,20

€

907,43

2.1.0.

Het onder 2.1 vermelde recht wordt verhoogd met 100% indien het een begraving betreft waarbij een overledene in zittende houding wordt begraven waardoor het bovengraf niet meer benut kan worden

2.1.1.

Voor het bijzetten van een asbus of urn in een algemeen of eigen urnengraf wordt in de vorm van een afkoopsom voor een periode van 10 jaren een begraafplaatsrecht geheven van

2.1.2.

2.1.3.

2.2.

2.2.1.

2.2.2.

Voor het begraven van een overledene in een wandgraf wordt in de vorm van een afkoopsom voor een periode van 10 jaren een begraafplaatsrecht geheven van Voor het begraven van een overledene of het bijzetten van een asbus of urn in een algemeen graf wordt in de vorm van een afkoopsom voor een periode van 10 jaren een begraafplaatsrecht geheven van

Voor het verkrijgen van het uitsluitend recht voor een periode van 10 jaren tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen in een urnennis wordt bij de eerste bijzetting in de urnennis een urnennisrecht geheven van

2.2.3.

Voor het verkrijgen van het uitsluitend recht voor een periode van 20 jaren tot het doen begraven en begraven houden van overledenen in een wandgraf wordt een grafrecht geheven van

€

2.328,80

Voor het gebruik van de verstrooiingsplaats wordt indien hierbij nabestaanden aanwezig zijn, per verstrooiing van de as van één gecremeerde overledene een strooirecht geheven van

€

140,05

Voor het verkrijgen van het recht op een verstrooiingsplaats wordt geheven

€

92,70

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning tot het aanbrengen van een gedenkteken wordt geheven

€

163,75

Voor het door of vanwege de gemeente aanbrengen van een herdenkingsplaatje met naamsvermelding ten behoeve van de gedachtenisplek voor een periode van tien jaren wordt geheven

€

124,60

€

19,55

€

50,45

2.3.

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot verlenging van het in de onderdelen 2.2. en 2.2.1. bedoelde uitsluitend recht met een periode van 10 jaren, worden dezelfde tarieven geheven als bij die onderdelen staan vermeld.

2.3.1.

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot verlenging van het in onderdeel 2.2.2. bedoelde recht met een periode van 5 jaren, wordt 50% geheven van het tarief dat bij dat onderdeel staat vermeld.

Strooirecht en verstrooiingsrecht 2.4.

2.5.

3. Overige rechten 3.1.

3.2.

3.3.

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot overschrijving van een uitsluitend recht zoals vermeld in de onderdelen 2.2, 2.2.1, 2.2.2 en 2.2.3 wordt geheven

Onderhoud grafbeplanting 3.4.

3.5.

Voor het door of vanwege de gemeente aanbrengen en onderhouden van de grafbeplanting wordt per jaar geheven

Het onder 3.4. bedoeld recht kan voor een periode van 10 jaren worden afgekocht. De afkoopsom wordt vastgesteld door middel van de berekening van de contante waarde van de onderhoudskosten voor de periode waarover wordt afgekocht. Bij deze berekening wordt uitgegaan van een kostenstijgingspercentage van het prijsindexcijfer per jaar.

Lelystad, De raad van de gemeente Lelystad, de griffier,

de voorzitter,

€

485,10

Raadsbesluit Nummer: De raad van de gemeente Lelystad, op voorstel van het college van de gemeente Lelystad d.d. 4 november 2025 gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en de onderdelen a en b van de Gemeentewet; B E S L U I T: vast te stellen de navolgende VERORDENING op de heffing en de invordering van de liggelden Bataviahaven 2026 (Verordening liggelden Bataviahaven 2026). Artikel 1. Begripsomschrijvingen Schip Elk vaartuig met inbegrip van een vaartuig zonder waterverplaatsing en een watervliegtuig, gebruikt of geschikt om te worden gebruikt als een middel van vervoer te water; onder vaartuig wordt mede verstaan drijvende werktuigen, zoals kranen, baggermolens, pontons of materieel van soortgelijke aard, alsmede glijboten en ponten. Passagiersvaartuig Elk schip, dat door de eigenaar bestemd is om meer dan twaalf passagiers te vervoeren, dan wel een schip, dat meer dan twaalf passagiers vervoert, veerboten daaronder begrepen.

Charterschip Een passagiersvaartuig dat door de eigenaar is bestemd om meer dan twaalf passagiers te vervoeren of meer dan twaalf passagiers vervoert en dat daadwerkelijk en aantoonbaar wordt gebruikt ten behoeve van de beroepsmatige chartervaart en waarvan de gezagvoerder/eigenaar/reder als charterondernemer staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel, dat is te boek gesteld overeenkomstig artikel 785 van boek 8 van het Burgerlijk Wetboek en waarvoor een Certificaat van Onderzoek als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Binnenvaartwet of Certificaat van deugdelijkheid als bedoeld in artikel 3, eerste lid van de Schepenwet is afgegeven en waarvan de gezagvoerder/eigenaar/reder heeft voldaan aan de verplichting als bedoeld in artikel 36 lid 2 van de Binnenvaartwet. Pleziervaartuig Een schip dat uitsluitend of hoofdzakelijk wordt gebruikt voor niet-bedrijfsmatige, sportieve of recreatieve doeleinden. Onder niet-bedrijfsmatig wordt tevens verstaan het al dan niet structureel tegen betaling of enige andere tegenprestatie vervoeren van 12 of minder passagiers.

Charterjacht Een pleziervaartuig dat gebruikt wordt door een natuurlijke persoon die niet de eigenaar van dat jacht is, maar dat tegen betaling in gebruik heeft van een derde, terwijl de gebruiker zelf optreedt als gezagvoerder op dat jacht en de derde van die verhuur zijn beroep of bedrijf heeft gemaakt, een en ander blijkend uit een inschrijving bij de Kamer van Koophandel en het feit dat het jacht daadwerkelijk en aantoonbaar voor dat doel wordt gebruikt. Passanten Belastingplichtigen voor ligplaatsen waarvoor geen abonnement is afgegeven ten behoeve van het schip waarmee ligplaats wordt ingenomen en die geen deelnemer aan een evenement zijn of dat evenement op een of andere wijze met een schip faciliteren.

Bataviahaven Het water, gelegen in de gemeente Lelystad tussen het Schoonzicht en de wegen, de steigers en de kunstwerken, welke vanaf het Schoonzicht in zuid-westelijke richting zijn aangebracht, welke tezamen een dam vormen, met inbegrip van die dam, een strook water in het Oostvaardersdiep ter breedte van 20 meter ten noordwesten van die dam en de bij, op of aan die dam aangebrachte werken en voorzieningen, alsmede de monding van die haven met inbegrip van de in die monding aangebrachte remmingwerken, lichtopstanden, boeien en andere kunstwerken en voorzieningen, de naast en in de haven gelegen pontons en de daarin en daarop aangebrachte voorzieningen, een en ander met inbegrip van het appartement dat plaatselijk bekend is onder het adres Schoonzicht 404 met de daarbij behorende inventaris en aanhorigheden (havenkantoor met bijbehorende sanitaire voorzieningen), een en ander zoals is vastgelegd op de bij de vigerende Havenverordening Bataviahaven van de gemeente Lelystad behorende en daarvan onderdeel uitmakende kaart met het nummer SW-907262-AL-4. Artikel 2. Belastbaar feit Ter zake van het hebben van een ligplaats in de Bataviahaven en het in verband daarmee door of vanwege de gemeente verlenen van diensten wordt onder de naam "liggelden" rechten geheven. Artikel 3. Belastingplicht 1.

Belastingplichtig is degene die een ligplaats heeft ingenomen, dan wel degene voor wie diensten als bedoeld in artikel 2 worden of zijn verricht. 2. Bij voortgezet innemen van een ligplaats na afloop van de termijn waarvoor liggeld is voldaan, ontstaat opnieuw de belastingplicht. Artikel 4. Vrijstelling Het recht wordt niet geheven ter zake van het innemen van een ligplaats met een schip dat voor onderhoudswerkzaamheden aan gemeente-eigendommen wordt gebezigd. Artikel 5. Belastinggrondslag Voor de berekening van het recht wordt: a. als lengte van een vaartuig aangemerkt de lengte over alles van het vaartuig met inbegrip van een vaste boegspriet, een papegaaienstok, het trimvlak en een roer, waarbij een gedeelte van een meter wordt gerekend voor een hele meter; b. als breedte van een vaartuig aangemerkt de breedte over alles van het vaartuig met inbegrip van overhangen en balkons, waarbij een gedeelte van een meter wordt gerekend voor een hele meter; c. als m² aangemerkt de hoeveelheid ingenomen wateroppervlakte, zijnde het product van de lengte en de breedte over alles; waarbij een gedeelte van een m² wordt gerekend voor een hele m². Artikel 6. Tarieven Het recht wordt geheven naar de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. Artikel 7.

Verlaten ligplaats Het college is gerechtigd de ligplaats die wordt ingenomen met een abonnement aan een ander schip toe te wijzen bij afwezigheid van het schip waarvoor het abonnement is afgegeven. Daarnaast is de havenmeester gerechtigd om bij evenementen, aanwijzingen te geven aan de houders van abonnementen. Artikel 8. Het belastingjaar 1. Met betrekking tot de rechten genoemd in de bij deze verordening behorende tarieventabel die per jaar worden geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. 2. Met betrekking tot de overige rechten genoemd in de tarieventabel is het belastingtijdvak gelijk aan de periode waarvoor een ligplaats wordt ingenomen. Artikel 9. Opzeggen recht Ingeval een ligplaats wordt ingenomen voor een kalenderjaar en de gebruiker wenst deze ligplaats het volgende jaar niet in te nemen, dient deze gebruiker dit vóór 1 november van het jaar voorafgaand aan het jaar dat hij van de ligplaats geen gebruik wenst te maken aan het college mede te delen. Indien de gebruiker niet voor bedoelde datum heeft opgezegd, wordt het recht voor het volgende kalenderjaar automatisch verlengd.

Artikel 10. Beëindiging belastingplicht 1. Indien de belastingplicht, voor een vaartuig dat een ligplaats inneemt met een abonnementstarief voor een kalenderjaar, eindigt gedurende de periode waarvoor dat abonnement is verstrekt, wordt op een aanvraag als bedoeld in artikel 242 van de Gemeentewet ontheffing verleend over zoveel delen van het recht als er nog volle kalenderkwartalen in de periode van dat abonnement resteren. 2. Indien de belastingplicht, voor een vaartuig dat een ligplaats inneemt met een abonnementstarief voor een zomer- of winterperiode, eindigt gedurende de periode waarvoor dat abonnement is verstrekt, wordt op een aanvraag als bedoeld in artikel 242 van de Gemeentewet ontheffing verleend over zoveel delen van het recht als er nog volle maanden in de periode van dat abonnement resteren. Artikel 11. Wijze van heffing en termijnen van betaling 1. Het recht wordt geheven bij wege van een mondelinge dan wel gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een gedagtekende bon, nota of ander schriftuur, waarop het verschuldigde bedrag wordt vermeld. 2. Het recht is verschuldigd zodra een ligplaats wordt ingenomen en moet worden betaald op het moment van de mondelinge kennisgeving of het uitreiken van de kennisgeving, dan wel in het geval van toezending van de kennisgeving binnen dertig dagen na de dagtekening van de kennisgeving. 3.

Bij voortgezet verblijf na afloop van de termijn waarover liggeld is betaald begint een nieuwe termijn en is met betrekking tot deze nieuwe termijn het recht opnieuw verschuldigd, alsdan dient betaling opnieuw overeenkomstig het tweede lid plaats te vinden. Een en ander laat onverlet het verbod van voortzetting van de termijn door passanten, zoals dat is bepaald in de vigerende Havenverordening Bataviahaven van de gemeente Lelystad. 4. Abonnementen dienen te worden betaald binnen dertig dagen na dagtekening van de nota. 5. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel 12. Kwijtschelding Bij de invordering van de liggelden wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 13. Nadere regels door het college van de gemeente Lelystad Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de heffing en de invordering van de liggelden. Artikel 14. Inwerkingtreding en citeertitel 1. De “Verordening liggelden Bataviahaven 2025" van 19 november 2024, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2026. 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026. 4.

Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening liggelden Bataviahaven 2026”. Lelystad, De raad van de gemeente Lelystad, de griffier,

de voorzitter,

Tarieventabel Bataviahaven Lelystad 2026, behorende bij de Verordening liggelden Bataviahaven 2025. Geldig vanaf 1 januari 2025. Prijzen inclusief 21% omzetbelasting. tarief Omschrijving

Categorie

periode

1

1.1

Passant

Dag, zijnde een tijdvak van maximaal 24:00 uur, gerekend vanaf 12:00 uur

1.2

Winter-maandabonnement 1 november tot 1 april

Aaneengesloten periode van 30 of 31 dagen (afhankelijk van de “startmaand”)

lengte

m

€ 9,70

1.3

Winterabonnement

Van 1 november tot 1 april

lengte

m

€ 37,05

70 overnachtingen tussen 1 april en 1 november 210 overnachtingen tussen 1 april en 1 november

lengte

m

€ 83,95

lengte

m

€ 252,35

Charterschepen

1.4 Zomerabonnement 1.4.1 schepen met logies 1.4.2 dagschepen

2

Vrachtschepen

berekenings- eenheid prijs per grondslag eenheid lengte m € 1,70

1.5

Zomer-weekabonnement

7 dagen aaneengesloten van 24 uur

lengte

m

€ 8,40

1.6

Dagdeel passant

Dagdeel, maximaal 4 uur of een lengte gedeelte daarvan tot uiterlijk 17:00 uur

m

€ 0,90

2.1

weekbriefje

Weekbriefje op basis van tonnengeld is 7 dagen, 24 uur geldig voor vrachtschepen die actief in de vrachtvaart zijn.

ton ton laadvermogen

€ 0,25

3

Riviercruiseschepen

3.1

Passant

3.1.1 Passant dagdeel

3.2 Passant 3.2.2 Passant dagdeel

4

5

Pleziervaartuigen

Botenhelling

Januari t/m maart en juni t/m lengte december Dagdeel, maximaal 4 uur of een lengte gedeelte daarvan tot uiterlijk 17:00 uur

m

€

2,65

m

€

1,35

april en mei Maximaal 4 uur

m m

€ €

3,85 1,95

lengte lengte

3.3

Reserveringskosten per aanlanding

aanlanding

3.4

Milieuheffing o.b.v. passagierscapaciteitsschip

capaciteit

per € persoon per dag

0,80

4.1

Passant

Dag, zijnde een tijdvak van maximaal 24:00 uur, gerekend vanaf 12:00 uur

lengte

m

€

2,60

4.2

Zomer-week-abonnement

7 dagen aaneengesloten van 24 uur

lengte

m

€ 15,80

4.3

Dagdeel passant

Dagdeel, zijnde een tijdvak van maximaal 4 uur tot uiterlijk 17.00 uur

schip

per schip

€

boot

per keer € 10,00

In en uit het water halen

€ 140,50

Voor multi-hulls geldt een toeslag op het recht van 50% 6

Verhaalswerkzaam- Indien voor een ligplaats, door nalatigheid van de belastingplichtige door of vanwege de gemeente heden verhaalwerkzaamheden moeten worden verricht, worden de hiervoor vermelde rechten verhoogd met € 105,85 per uur dat deze verhaalwerkzaamheden in beslag nemen, waarbij een gedeelte van een uur voor een vol uur wordt gerekend.

8,95

De raad van de gemeente Lelystad, de griffier,

de voorzitter,

Raadsbesluit Nummer: De raad van de gemeente Lelystad, op voorstel van het college van de gemeente Lelystad d.d. 4 november 2025; gelet op artikel 225 van de Gemeentewet; B E S L U I T: vast te stellen de navolgende VERORDENING op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen 2026 (Verordening parkeerbelastingen Lelystad 2026). Artikel 1. Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: a. parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een voertuig anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van zaken, op de binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden; b. motorvoertuigen: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het RVV 1990 met inbegrip van brommobielen; c.

houder: degene die naar de omstandigheden als houder van een voertuig moet worden beschouwd, met dien verstande dat voor een motorrijtuig dat is ingeschreven in het krachtens de Wegenverkeerswet 1994 aan te houden register van opgegeven kentekens (Kentekenregister) als houder wordt aangemerkt degene op wiens naam het voor het motorrijtuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren in het register was ingeschreven; d. parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten, met inbegrip van verzamelparkeermeters, centrale computer en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan; e. centrale computer: computer van het bedrijf waarmee de gemeente Lelystad een overeenkomst heeft gesloten, bestemd voor de registratie van parkeerbewegingen in het kader van het verlenen van diensten op het gebied van betaald parkeren met gebruik van een mobiele telefoon of een ander communicatiemiddel; f. vergunning: een van gemeentewege verleende vergunning voor het parkeren zoals bepaald in de vigerende Parkeerverordening van de gemeente Lelystad; g. abonnement: een van gemeentewege verleend abonnement, voor het parkeren zoals bepaald in de vigerende Parkeerverordening van de gemeente Lelystad.

Artikel 2. Belastbaar feit Onder de naam “parkeerbelastingen” worden de volgende belastingen geheven: a. een belasting terzake van het parkeren van een voertuig op een bij, dan wel krachtens deze verordening in de daarin aangewezen gevallen door het college te bepalen plaats, tijdstip en wijze; b. een belasting terzake van een van gemeentewege verleende vergunning/verleend abonnement voor het parkeren van een voertuig op de in die vergunning/dat abonnement aangeven plaats en wijze. Artikel 3. Belastingplicht 1. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven van degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd. 2. Als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd wordt mede aangemerkt: a. degene die de belasting voldoet dan wel te kennen geeft of heeft gegeven de belasting te willen voldoen; b. zolang geen voldoening van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, heeft plaatsgevonden: de houder van het motorvoertuig met dien verstande dat: 1. indien een voor ten hoogste drie maanden aangegane huurovereenkomst wordt overgelegd waaruit blijkt wie ten tijde van het parkeren ingevolge deze overeenkomst de huurder van het voertuig was, niet de houder maar de huurder wordt aangemerkt als degene die het voertuig heeft geparkeerd; 2.

indien blijkt dat een ander in het Kentekenregister als bedoeld in de Wegenverkeerswet 1994, had moeten staan ingeschreven, die ander wordt aangemerkt als degene die het voertuig heeft geparkeerd. 3. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt niet geheven van degene die op grond van het tweede lid, onderdeel b, als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd wordt aangemerkt, indien deze aannemelijk maakt dat ten tijde van het parkeren een ander tegen zijn wil van het motorvoertuig gebruik heeft gemaakt en dat hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen. 4. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven van degene die de vergunning/het abonnement heeft aangevraagd. Artikel 4. Vrijstellingen 1. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, voor het parkeren van een motorvoertuig op de parkeerlocatie wordt niet geheven van een houder van een geldige gehandicaptenparkeerkaart, indien deze kaart duidelijk zichtbaar achter het voorraam is geplaatst. 2. In afwijking van het bepaalde in het vorige lid geldt de genoemde vrijstelling niet in parkeergarages of bij parkeren achter slagbomen. Artikel 5. Maatstaf van heffing, belastingtarief en belastingtijdvak De maatstaf van heffing, het belastingtarief en het belastingtijdvak zijn vermeld in de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende Tarieven- en kostentabel. Artikel 6.

Wijze van heffing 1. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte. Als voldoening op aangifte wordt in dit geval aangemerkt het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van de door het college gestelde voorschriften. 2. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte. 3. Bij de voldoening op aangifte moet het kenteken van het motorvoertuig waarmee wordt geparkeerd, of waarvoor de vergunning geldt, worden opgegeven. Artikel 7. Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdgelang 1. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, is verschuldigd bij de aanvang van het parkeren, tenzij bij de aanvang van het parkeren het in werking stellen van de centrale parkeerapparatuur geschiedt door het halen van een toegangskaartje waarvoor na afloop van het parkeren betaald moet worden of door het inloggen via een mobiele telefoon of een ander communicatiemiddel op de centrale computer. 2. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, is verschuldigd op het tijdstip waarop de vergunning/het abonnement wordt verleend.

3. 4.

Indien de belasting als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, in de loop van het jaar aanvangt, wordt het verschuldigde bedrag berekend naar zoveel twaalfde gedeelten van het jaartarief, als na de aanvang van de belastingplicht volle maanden in het heffingstijdvak overblijven. Indien de belasting als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, in de loop van het jaar eindigt, wordt het verschuldigde bedrag berekend naar zoveel twaalfde gedeelten van het jaartarief, als na beëindiging van de belastingplicht volle maanden in het heffingstijdvak overblijven. De over deze resterende volle kalendermaanden betaalde belasting wordt op verzoek gerestitueerd, voor zover het te restitueren bedrag hoger is dan € 10,00.

Artikel 8. Termijnen van betaling 1. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, moet worden betaald bij de aanvang van het parkeren. 2. In afwijking van het bepaalde in het vorige lid moet de belasting worden betaald vóór het verlaten van het terrein, waarbij betaling plaatsvindt met behulp van het toegangskaartje in de centrale parkeerapparatuur te stoppen. 3. Indien het in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt via een mobiele telefoon of een ander communicatiemiddel moet de belasting overeenkomstig de aangifte worden betaald binnen één maand na het einde van het parkeren. 4. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald op het tijdstip waarop de vergunning/het abonnement wordt verleend. Voldoening via een daartoe afgegeven machtiging tot automatische incasso wordt met betalen gelijkgesteld. 5. Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald. Artikel 9. Bevoegdheid tot aanwijzing parkeerplaatsen De aanwijzing van de plaats waar, het tijdstip en de wijze waarop tegen betaling van de belasting als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, mag worden geparkeerd geschiedt in alle gevallen door het college bij openbaar bekend te maken besluit. Artikel 10. Kosten De kosten van de naheffingsaanslag ter zake van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, bedragen € 75,56. Artikel 11.

Kwijtschelding Bij de invordering van de parkeerbelastingen wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 12. Nadere regels door het college van de gemeente Lelystad Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de heffing en de invordering van de parkeerbelasting. Artikel 13. Inwerkingtreding en citeertitel 1. De “Verordening parkeerbelastingen Lelystad 2025” van 19 november 2024 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2026. 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026. 4. Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening parkeerbelastingen Lelystad 2026”. Lelystad, De raad van de gemeente Lelystad, de griffier,

de voorzitter,

Tarieven- en kostentabel, behorende bij en aangeduid in artikel 5 en artikel 10 van de Verordening parkeerbelastingen Lelystad 2025. A.

Tarieventabel

Artikel 1. Begripsomschrijvingen In deze tabel wordt verstaan onder: a. dag: periode van 00.00 uur tot 24.00 uur; b. maand: een kalendermaand; c. kwartaal: drie aaneengesloten kalendermaanden; d. jaar: kalenderjaar. Artikel 2. Parkeergebieden Met betrekking tot het parkeren als bedoeld in artikel 2, onderdelen a, van de Verordening parkeerbelastingen Lelystad 2021 bestaan er binnen de gemeente Lelystad gedifferentieerde belastingtarieven voor verschillende locaties. Deze locaties zijn gelegen in het Stadshart, in het winkelcentrum Lelycentre en Batviahaven. Parkeergebied Stadshart De Middenweg, De Waag, Zuigerplasdreef, Agoraweg, Agorawagenplein, Stationsweg en Neringweg (incl ABC-locatie) (straatparkeren). Parkeergarage Zilverpark, Parkeergarage Neringweg, Parkeergarage De Waag, Parkeergarage Agoradek, Parkeerterrein ziekenhuis (garage- en terreinparkeren). Parkeergebied Lelycentre Noorderwagenplein, het Snijdershof en Maerlant. Parkeergebied Bataviahaven Langparkeerterrein Bataviahaven, P6. Artikel 3. Tarieven voor parkeerautomaten Parkeergebied Tijdstippen Maximale en dagen parkeerduur Stadshart (straatparkeren) De Middenweg, De Waag, Zuigerplasdreef, Agoraweg, Agorawagenplein, Stationsweg en Neringweg (incl. ABClocatie)

Stadshart (garage- en terreinparkeren) Parkeergarage Zilverpark, Parkeergarage Neringweg, Parkeergarage De Waag, Parkeergarage Agoradek, Parkeerterrein ziekenhuis Lelycentre Noorderwagenplein Snijdershof De Maerlant

van 9.00 – 18.00 uur maandag, dinsdag, woensdag, vrijdag, zaterdag

Tarief

Vergunninghouders abonnementhouders

Geen limiet

€ 1,80 per uur

Toegestaan

14 dagen

€ 1,80 per uur

Toegestaan

donderdag van 9.00 – 21.00 uur van 9.00 – 18.00 uur: maandag, dinsdag, woensdag, vrijdag, zaterdag

€ 8,00 per dag

donderdag van 9.00 – 21.00 uur van 9.00 – 18.00 uur maandag t/m zaterdag

Geen limiet

€ 1,00 per uur

Toegestaan

€ 4,00 per dag

Bataviahaven Geen limiet

€ 4,50 per dag

Beperkt toegestaan

Langparkeerterrein Bataviahaven P6

van 00.00-23.59 uur maandag t/m zondag en feestdagen

Uitgezonderd in het parkeergebied Bataviahaven is in de parkeergebieden Stadshart en Lelycentre op zon- en feestdagen geen parkeergeld verschuldigd. Als feestdagen worden aangemerkt: nieuwjaarsdag, Goede Vrijdag, Pasen, Koningsdag, Bevrijdingsdag, Hemelvaartsdag, Pinksteren en Kerstmis. Voor een verloren parkeerticket dient het reguliere tarief te worden betaald, dat op basis van het kenteken van het voertuig wordt vastgesteld. Indien het kenteken niet kan worden vastgesteld bedraagt het tarief voor een verloren kaart € 10,00. Tussen 00.00 uur en 07.00 uur worden aanvullend op dit tarief, voor het openen van de garage de kosten van het voorrijden/openen garage door het beveiligingsbedrijf in rekening gebracht, zijnde € 75,00 per keer. Deze kosten dienen contant te worden voldaan. Artikel 4.

Tarieven voor parkeervergunningen/parkeerabonnementen

De tariefstructuur volgt de indeling in categorieën van de vigerende Parkeerverordening van de gemeente Lelystad. De tarieven per categorie bedragen dan: Categorie

Soort

Tijdvak

Tarief

I

Bewonersvergunning/-abonnement

Jaar

€ 55,00

II

Bedrijfsvergunning/-abonnement

Jaar

€ 60,00

III

Autodate

Jaar

€ 55,00

IV

Abonnement: Stadshart, garage- en terreinparkeren

Kwartaal

€ 75,00

Jaar

€ 300,00

Vergunning: Parkwijk

Kwartaal

€ 50,00

Jaar

€ 200,00

Parkeerbundel 80 uur: Stadshart, garageen terreinparkeren

Maand

€ 20,00

Jaar

€ 200,00

Parkeerkraskaart/bezoekersdag vergunning/barcodedagkaart Bezoekersvergunning

Stuk

€ 3,00

Stuk

€ 55,00

VI

Zorgvergunning- /abonnement

Jaar

€ 55,00

VII

Abonnement vrijwilligers van de Bataviawerf, Het Flevolands Archief en KNRM Bewonersvergunning/bedrijfsvergunning in De Stelling Bezoekersvergunning De Stelling

Jaar

€ 0,00

Jaar

€ 55,00

Jaar

€ 55,00

Vergunning Havendam Bataviahaven, bij een Zomerabonnement

De periode waarvoor een zomerabonnement, als bedoeld in de vigerende Verordening liggelden Bataviahaven van de gemeente Lelystad, geldig is. De periode waarvoor een winterabonnement, als bedoeld in de vigerende Verordening liggelden Bataviahaven van de gemeente Lelystad, geldig is.

€ 40,00

V

VIII IX X

Vergunning Havendam, bij een Winterabonnement

€ 30,00

B.

Kostenopbouw naheffingsaanslag parkeerbelastingen

Op grond van artikel 2, eerste lid, van het Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen kunnen de gemeentelijke kosten ter zake van het opleggen van een naheffingsaanslag als bedoeld in artikel 234, zesde lid, van de Gemeentewet ten hoogste bestaan uit de volgende onderstaande componenten, voor zover deze rechtstreeks voortvloeien uit de inning van niet betaalde parkeerbelastingen:

De opbouw van de naheffingsaanslag parkeerbelastingen voor jaar 2025 is als volgt:

Gedetailleerde kostenopbouw naheffingsaanslag parkeerbelastingen Licentie handhavingsapparatuur € 32.000 Byspy software € 5.000 Kosten mobiliteit: lease, brandstof, belasting € 30.650 Opleiding € 2.264 Kleding € 4.800 Kosten inhuur € 13.000 Formatie 2 fte parkeerhandhavers € 124.692 Formatie 0,2 fte juridisch + 0,2 fte belastingmedewerker € 33.935 Overhead 2,4 fte 50% van € 170.280 * € 85.140 Kosten naheffingsaanslagen € 3,50 per naheffingsaanslag (Porto kosten, enveloppen, papier, printkosten, kosten betalingsverkeer) Begroot aantal naheffingsaanslagen 3600 € 12.600 Bijdrage verwerkingskosten (aanmaning, dwangbevelen, verwerken betalingen) Totaal € 344.081 Aantal naheffingen Kosten per naheffing

€

3.600 95,58

* overhead is € 70.950 per fte (totaal € 170.280) , maar mag volgens het Besluit gemeentelijke parkeerbelasting slechts 50% van de loonkosten zijn.

Lelystad, De raad van de gemeente Lelystad, de griffier,

de voorzitter,

Raadsbesluit Nummer: De raad van de gemeente Lelystad, op voorstel van het college van de gemeente Lelystad d.d. 4 november 2025 gelet op artikel 224 van de Gemeentewet; B E S L U I T: vast te stellen de navolgende VERORDENING op de heffing en de invordering van toeristenbelasting 2026 (Verordening toeristenbelasting Lelystad 2026). Artikel 1 Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: a. vakantieonderkomens: roerende of onroerende woningen en andere verblijven, zoals vakantiebungalows, vakantiewoningen, watervilla’s en vakantieappartementen welke al dan niet zijn verbonden aan een (vakantie)park, gelegen op grond of water, welke in hoofdzaak zijn bestemd voor en gebezigd worden als verblijf voor vakantie- en andere recreatieve doeleinden, niet zijnde mobiele kampeeronderkomens, chalets of stacaravans; b. mobiele kampeeronderkomens: tenten, vouwwagens, kampeerauto’s, toercaravans en soortgelijke onderkomens dan wel soortgelijke voertuigen welke bestemd zijn en gebezigd worden als verblijf voor vakantie- en andere recreatieve doeleinden; c. kampeerterrein: een terrein dat geheel of nagenoeg geheel bestaat uit plaatsen met of voor vakantie-onderkomens en/of mobiele kampeeronderkomens; d. vaartuig: een vaartuig dat in hoofdzaak is bestemd of wordt gebezigd voor vakantie- of andere recreatieve doeleinden; e. lengte: de lengte over alles; f.

etmaal: een aaneengesloten tijdvak van 24 uren, aanvangend om 21.00 uur; g. dag: kalenderdag h. maand: een aaneengesloten tijdvak van minimaal 4 weken; i. seizoen: het tijdvak van 1 april tot en met 31 oktober; j. jaar: kalenderjaar k. maand stand-/ligplaats: een terrein of terreingedeelte of een ligplaats in het water, dat bestemd is voor het gedurende een maand plaatsen van eenzelfde mobiel kampeeronderkomen, stacaravan, vakantie-onderkomen of vaartuig, gebruikt door dezelfde perso(o)n(en); l. seizoen stand-/ligplaats: een terrein of terreingedeelte of ligplaats in het water, dat bestemd is voor het gedurende het seizoen plaatsen van eenzelfde mobiel kampeeronderkomen, stacaravan, vakantie-onderkomen of vaartuig, gebruikt door dezelfde perso(o)n(en); m. jaar stand-/ligplaats: een terrein of terreingedeelte of ligplaats in het water, dat bestemd is voor het gedurende een jaar plaatsen van eenzelfde mobiel kampeeronderkomen, stacaravan, vakantieonderkomen of vaartuig, gebruikt door dezelfde perso(o)n(en); n. arrangement: een reservering op een stand-/ligplaats voor een vooraf vastgelegde periode van minimaal vier weken voor een vast huurbedrag. o. groepsaccommodatie: een verblijfsobject dat bedoeld en geschikt is voor het gezamenlijk overnachten door groepen van 20 of meer personen en beschikt over een gezamenlijke bedrijfsruimte voor minimaal 20 personen;

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lelystad&id=cd778908-d040-427b-b0a5-2913ddc83857