25.408 INFO Verklaring van geen bedenkingen voor de omgevingsvergunning Jupiterweg 9
Tekst van het document
INFORMATIENOTA VOOR DE RAAD Nummer: 25.408
Portefeuillehouder: Portefeuille: Programma: Taakveld:
P. van Dijk Ruimtelijke Ordening
Datum:
9 oktober 2025
8.1 Ruimtelijke ordening
Onderwerp: Verklaring van geen bedenkingen voor de omgevingsvergunning Jupiterweg 9
DE RAAD NEEMT KENNIS VAN: Aanvullende informatie m.b.t. het afgeven van een verklaring van geen bedenkingen voor de omgevingsvergunning Jupiterweg 9 en het vervolgproces. INLEIDING Tijdens de vergadering van de raadscommissie Ruimte Ontwikkeling en Bereikbaarheid op dinsdag 30 september is het raadsvoorstel 25.358 m.b.t. een verklaring van geen bedenkingen voor de omgevingsvergunning voor Jupiterweg 9 besproken. Naar aanleiding van de opmerkingen uit de commissie heeft de portefeuillehouder toegezegd om op korte termijn met een raadinformatienota te komen KERNBOODSCHAP Met deze informatienota wordt de raad nader geïnformeerd over het proces dat tot nu toe gelopen is en een wordt antwoord gegeven op de vraag welke mogelijkheden en beslissingsruimte voor college en raad in dit proces resteert. Ook heeft het college onderzocht welke mogelijkheden er zijn om los van de lopende juridische procedure te bezien welke stappen nog kunnen worden genomen om een bijdrage te leveren om uit dit langslepende conflict te komen. In het proces zijn twee (juridische) processen te onderscheiden.
Aan de ene kant zien we het ruimtelijke ordeningsproces voor het verkrijgen van de omgevingsvergunning voor Arenosa als agrarisch hulpbedrijf (zie 1) waarbij de gemeente de mogelijkheid heeft gekregen via een tussenvonnis van de rechter om de voor deze vergunning noodzakelijke verklaring van geen bedenkingen aan de raad te vragen. Aan de andere kant zien we de handhavingszaak (zie 2) waarin de rechter inmiddels een uitspraak heeft gedaan. 1. Omgevingsvergunning Op 7 december 2023 is een omgevingsvergunning afgegeven aan Arenosa inzake het toestaan van het verwerken (wassen, sorteren en verpakken) van agrarische producten voor derden', zonder dat voor het perceel de aanduiding 'agrarisch hulpbedrijf' is opgenomen. Tegen dat besluit heeft eiser beroep ingesteld bij de rechtbank. In die zaak heeft de rechter op 9 juli 2025 een tussenuitspraak gedaan. Daarin heeft de rechtbank aangegeven dat er een gebrek zit in het besluit van 7 december 2023. Voor dit besluit had een verklaring van geen bedenkingen moeten worden afgegeven door de gemeenteraad, omdat het college ten onrechte gebruik heeft gemaakt van 1
een uitzonderingsgrond. De rechtbank heeft in een tussenvonnis bepaald dat in de Omgevingsvisie 2040 en de ontwikkelstrategie van Lelystad ‘Lelystad Next Level’ geen duidelijke aanwijzing van de betreffende locatie aan de Jupiterweg staat, waardoor het niet duidelijk is dat de gemeenteraad dit specifiek deze locatie ook wenselijk vindt, waardoor er voor deze specifieke locatie alsnog een verklaring van geen bedenkingen nodig is. De rechtbank geeft de gemeente 16 weken (tot eind oktober 2025) de tijd gegeven om dit gebrek te herstellen. De ruimte voor deze afweging die de raad hierin moet maken wordt begrensd door de vraag of er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Uit de eerder aan uw raad verzonden stukken met betrekking tot deze vergunningsaanvraag blijkt dat het afwijkingsverzoek hieraan voldoet; het is niet in strijd met rijks-, provinciaal of gemeentelijk beleid en het voldoet aan alle wettelijke normen op het gebied van omgevings-/milieuaspecten. De ruimte voor een andere afweging is dus beperkt. Daar komt bij dat indien uw raad besluit de verklaring van geen bedenkingen niet te verlenen, de gemeente het risico loopt dat het bedrijf Arenosa een flinke schadeclaim gaat indienen, omdat ze dan niet over een onherroepelijke omgevingsvergunning kan beschikken, terwijl het bedrijf wel voldoet aan een goede ruimtelijke ordening.
Maar het moet duidelijk zijn dat ondanks deze beperkingen de raad in alle gevallen kan oordelen dat er geen sprake is van een goede ruimtelijke ordening en kan weigeren de verklaring van geen bedenkingen af te geven. 2. Handhavingszaak In een door bewoners aangespannen handhavingszaak heeft de rechter op 9 juli 2025 een einduitspraak gedaan. De rechtbank heeft geconcludeerd dat het college met het geluidsrapport van DGMR d.d. 28 november 2024 voldoende deugdelijk en inzichtelijk heeft gemotiveerd dat wordt voldaan aan de grenswaarden van het Activiteitenbesluit/Bruidsschat. Dit betekent dat er volgens de rechtbank geen sprake is van een overtreding. Daardoor is bij de vergunningverlening sprake geweest van een goede ruimtelijke ordening voor wat betreft de maximale geluidsniveaus in de avond- en nachtperiode. Het college is daarom niet bevoegd om handhavend op te treden en heeft het handhavingsverzoek van eisers afgewezen. Tegen de einduitspraak van de rechter over de handhavingszaak is de eiser in hoger beroep gegaan, dit traject loopt nog. Deze handhavingszaak had sneller afgehandeld kunnen worden door de gemeente. De rechter heeft hier in zijn uitspraak met betrekking tot de proceskostenvergoeding rekening mee gehouden door een zwaardere wegingsfactor en daarmee een hogere proceskostenvergoeding toe te kennen.
Conclusie Het raadsvoorstel richt zich nu in eerste instantie op de tussenuitspraak van de rechtbank, waarin de rechtbank de gemeente tot eind oktober 2025 de kans geeft om het gebrek te herstellen met betrekking tot de verklaring van geen bedenkingen. De verklaring kan vanwege het ruimtelijke afwegingskader en het belang van de ondernemer moeilijk worden geweigerd, maar dat neemt niet weg dat, hoewel het geluid volgens de rechter binnen de normen valt, bewoners van de Jupiterweg 6 nog steeds geluidsoverlast ervaren. Vervolg Op basis van de gesprekken die het college de afgelopen week heeft gevoerd met beide partijen is er naar ons oordeel ruimte om te zoeken naar het beperken van de door de bewoners ervaren geluidsoverlast. De ondernemers van het bedrijf Arenosa hebben zich in het gesprek met de portefeuillehouder en eerder al per mail in de richting van een van uw raadsleden bereid verklaard om mee te willen werken aan een oplossing om het geluid te reduceren. Uit het gesprek met de ondernemers is ook gebleken dat zij bereid zijn een investering te doen mits die mede naar het oordeel van de bewoners ook effectief is en de klachten daadwerkelijk verminderen. Vanuit de bewoner is aangegeven ook mee te willen werken aan een onderzoek, bij voorkeur door DGMR, die zicht geeft op het daadwerkelijk ervaren geluid en aanbevelingen kan doen om deze te kunnen verminderen.
Het college is gezien de geschiedenis en de rol die we als gemeente in het dossier 2
hebben vervuld graag bereid om hierin te acteren door de inzet van een mediator op grond waarvan tot een overeenkomst kan worden gekomen die afdwingbaar is en die ertoe kan leiden dat het onderling vertrouwen en de relatie en communicatie tussen partijen verbeterd.
Toelichting aanvullende motivering (zie ook Raadsvoorstel 25.358 dat reeds in uw bezit is): Samengevat komt deze motivering op de volgende punten neer: 1. Een verklaring van geen bedenkingen af te geven voor het realiseren van een agrarisch hulpbedrijf, Jupiterweg 9 te Lelystad. 1.1. er is een verklaring van geen bedenkingen verplicht op grond van het Besluit omgevingsrecht; In artikel 6.5, lid 1 van het Besluit omgevingsrecht (hierna: Bor) is bepaald dat de gemeenteraad een verklaring van geen bedenkingen op grond van artikel 2.27 van de Wabo moet afgeven voordat het college van burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning kan verlenen. Op grond van artikel 6.5, lid 3 van Bor is het mogelijk dat de gemeenteraad een lijst met categorieën van gevallen aanwijst waarin een verklaring van geen bedenkingen niet nodig is. Nu door de rechter is geoordeeld dat ten onrechte een uitzondering is ingeroepen, dient er alsnog een verklaring van geen bedenkingen afgegeven te worden door de gemeenteraad om de omgevingsvergunning rechtsgeldig te houden. 1.2. er is sprake van een goede ruimtelijke ordening; Een omgevingsvergunning waarbij afgeweken wordt van het bestemmingsplan kan slechts worden verleend als de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening (artikel 2.12, lid 1, Wabo).
Uit de eerder aan uw raad verzonden stukken met betrekking tot deze vergunningsaanvraag blijkt dat het afwijkingsverzoek daaraan voldoet; het is niet in strijd met rijks-, provinciaal of gemeentelijk beleid en het voldoet aan alle omgevings-/milieuaspecten (zoals, flora, fauna, archeologie, geluid, etc.). 1.3. het initiatief past binnen de speerpunten zoals opgenomen in de Omgevingsvisie 2040 en de ontwikkelstrategie van Lelystad ‘Lelystad Next Level’; Waar het oordeel dat de afwijking geen verklaring van geen bedenkingen nodig had onjuist is geacht door de rechter, blijft de motivering bij deze redenering ongewijzigd. De rechter geeft in de tussenuitspraak van 9 juli jl. aan dat de redenering, dat Lelystad prioritering toekent aan de (secundaire) agrofood sector en dat dit initiatief daarbinnen past, correct is. Het gebrek zit in de afwezigheid van een duidelijke aanwijzing van de locatie. Hiermee is door uw gemeenteraad eerder vastgesteld dat ontwikkelingen zoals deze in zijn algemeenheid wenselijk zijn en ziet de verklaring van geen bedenkingen vooral op de vraag of deze locatie geschikt is hiervoor. 1.4. de ruimtelijke afwijking past in het gebied; Waar deze vergunning noodzakelijk is voor het afwijken van de regels van het bestemmingsplan, is het niet zo dat dergelijke activiteiten vreemd zijn in het gebied.
Binnen de agrarische bestemming is er ruimte om nevenactiviteiten te ontplooien, zolang het agrarische gebruik van de gronden dominant is. Door de groei van het bedrijf kan niet langer gesproken worden van het kweken van gewassen als dominant agrarisch gebruik binnen de bedrijfsvoering. Aan de overzijde van de straat ligt tevens de bestemming agrarisch en op deze locatie is binnen het bouwvlak tevens het gebruik als agrarisch hulpbedrijf toegestaan. Voor beide zijden van de straat geldt een bebouwingspercentage van 50% binnen het bouwvlak, waardoor er tegenover de initiatiefnemer en naburig aan de eiser een veel groter agrarisch hulpbedrijf mag worden gestart.
3
Hiermee zijn mogelijke ruimtelijke gevolgen op de omgeving van een agrarisch hulpbedrijf in dit gebied deel geweest van het besluit het bestemmingsplan vast te stellen. Voorliggend initiatief sluit daarom in de praktijk ruimtelijk aan bij wat er in dit gebied is toegestaan en beoogd. Bijlagen 1. Einduitspraak rechtbank Handhavingszaak d.d. 9 juli 2025 (niet voor publicatie op internet) 2. Tussenuitspraak rechtbank Vergunningszaak d.d. 9 juli 2025
4