25.369 BL Omgevingsvisie Lelystad_Terinzage
Tekst van het document
Bescherming van gebieden die dat nodig hebben, maar op andere plekken juist ruimte geven aan diverse functies zodat de gebruikswaarde voor inwoners toeneemt. Hieronder zijn enkele meer specifieke maatregelen benoemd die daarop voortborduren.
43
Voorgenomen maatregelen rondom het thema natuur en ecologie: Natuurlijk raamwerk algemeen: • Het doel is een robuust natuurlijk raamwerk, te bereiken door het realiseren van ontbrekende ecologische verbindingen en het oplossen van gesignaleerde knelpunten. Een essentiële ecologische verbinding zorgt voor de instandhouding van populaties van soorten, zowel lokaal als internationaal. Een voorbeeld hiervan zijn de verbindingen tussen de NNNgebieden. • Het doel is een divers en toekomstbestendig ecosysteem: We zetten in op gezonde, biodiverse ecosystemen die weerbaarder zijn tegen uitbraken van ziekten of plagen. Onderdeel daarvan is het aanplanten van nieuwe bos en het revitaliseren van bestaande bosstructuren. Door bijvoorbeeld monotone structuren te diversifiëren. Nu diverse boomsoorten hun volwassen leeftijd bereiken en sommige veel voorkomende soorten door ziekte worden verwijderd (bijv. essentaksterfte) ontstaan hier ook noodzaak en kansen voor. • De uitwerking van het natuurlijk raamwerk vindt plaats in de Agenda Natuur 2030 en het programma van Groen Dromen naar Groen Doen. Hierbij haken we aan op provinciaal en landelijk beleid en programma's. • Uitgangspunt is natuurinclusief ontwerpen en ontwikkelen Buitengebied • Het polderlandschap is van oudsher grootschalig en open. De functie is hoofdzakelijk agrarisch afgewisseld met concentraties en verbindingen van natuur.
Het buitengebied geeft ruimte aan nieuwe opgaven (waarvan de energietransitie een belangrijke is. Waardevolle open delen van het polderlandschap open houden. In bepaalde gebieden kan het landschap mogelijk fijnmaziger om naast natuur ook inpassingsruimte te bieden aan grootschalige ruimteclaims. • Inzetten op robuuste landschappelijke inpassing van (grootschalige) nieuwe functie om zo bij te dragen aan landschappelijke omgevingskwaliteit en natuurdoelen. Denk bijvoorbeeld aan voorzieningen nodig voor energietransitie zoals opslag, opweklocaties. • Inzetten op behoud en herstel erfsingels. 6.2.3 Water en watersysteem Toelichting De waterstaatkundige geschiedenis van Lelystad vormt een belangrijke kwaliteit en is beeldbepalend voor het landschap. Denk hierbij aan de dijken, vaarten, tochten, sloten en grote wateren. Grote wateren Het overgrote deel van het Markermeer en een deel van het IJsselmeer maken onderdeel uit van de gemeente Lelystad. Deze meren tezamen hebben een belangrijke functie in het IJsselmeergebied en dus voor Nederland. Een belangrijke functie van het IJsselmeer en Markermeer is het vasthouden van zoetwater voor onder meer drinkwater en droogteperiodes. Daarnaast wordt het water gebruikt voor onder meer landbouw, scheepvaart, natuur, doorspoeling polders, (water) recreatie. Overtollig water wordt via het IJsselmeer en de Afsluitdijk afgevoerd naar de Waddenzee.
Door klimaatverandering worden de zomers steeds droger. Bij hoge temperaturen, weinig neerslag en weinig aanvoer van water uit de rivieren dreigt er een watertekort en verzilting. Met behulp van peilbeheer kan Rijkswaterstaat de waterstand reguleren. Lelystad onderschrijft de belangen van waterkwaliteit, -kwantiteit, -veiligheid, ecologie en biodiversiteit. Maar blijft streven naar een gewogen samenhang met ruimtelijke ontwikkelingen in het IJsselmeergebied zoals bijvoorbeeld wonen, recreatie economie en energieproductie. 44
Het IJsselmeergebied voorziet, als onderdeel drager van het ‘Blauwe Hart’ van Nederland, in vele maatschappelijke gebruiksfuncties. De combinatie van deze gebruiksfuncties en het cultuurhistorische karakter en (inter-)nationale natuurwaarden, maken dit gebied complex; een verandering in een van de functies kan een verrassend effect hebben op andere functies. Wij werken samen met onder meer ministeries, Rijkswaterstaat en Staatsbosbeheer mee aan de Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW). Met dit programma werken we aan het verbeteren van de kwaliteit van water en het versterken van de natuur. De projecten Oostvaardersoevers en Marker Wadden maken hier onderdeel van uit. Deze projecten hebben een positief effect op de waterkwaliteit en de natuurwaarde van het Markermeer. Door het creëren van een ondiepe zone als overgangsgebied tussen het meer en de plassen (binnendijks) krijgt de biodiversiteit in het Markermeer een impuls. De Marker Wadden worden verder uitgebreid. Waterkwaliteit Waterkwaliteit is niet alleen van belang voor de grote wateren, maar ook de binnenwateren en het water in het buitengebied kennen een opgaven. Momenteel voldoet de kwaliteit niet aan de richtlijnen die hiervoor gelden.
In het project Oostvaardersoevers wordt de verhoging van de visstand en toename van nutriënten in het Markermeer nagestreefd door water uit het Markermeer in te laten in de Oostvaardersplassen nabij de Knardijk. Rondom gemaal De Blocq van Kuffeler wordt dit rijke water weer uitgelaten op het Markermeer. Voor Lelystad biedt de ingreep nabij de Kop van de Knardijk een kans en gelegenheid om een recreatieve invulling toe te voegen. Water in het buitengebied Doordat Lelystad in de polder ligt kan het waterpeil goed gereguleerd worden. Dit peil wordt gereguleerd door het Waterschap. Omdat een groot deel van het buitengebied in Flevoland uit landbouw bestaat is het waterpeil gericht op de behoefte vanuit de landbouw. Voorgenomen maatregelen rondom het thema water en watersysteem: • Natuurvriendelijke oevers zijn een belangrijke oplossing voor de water- en natuurkwaliteit in en om de stad. Dit geldt voor binnendijks, maar ook buitendijks ontbreken landwaterovergangen. Door middel van projecten als Marker Wadden worden deze gerealiseerd. • Kwel kan worden voorkomen door goed waterbeheer, inclusief effectieve drainage- en irrigatiesystemen die de waterstand in de bodem reguleren. • Zandpakket kust behouden voor stabiliteit en tegen erosie van het kustgebied. • Tijdig anticiperen op afvalwater (toename woningen en bedrijvigheid in relatie tot knelpunten rioleringen en waterzuivering).
• Water zichtbaar, ook in de wijken zodat we toewerken naar waterpositieve wijken. o Benut het water en ontsluit (nieuwe) woonwijken op het water voor recreatie zonder de beleving van de openheid te beperken. o Capaciteit van het stedelijk water wordt zoveel mogelijk afgestemd op de afkoppelambitie van de gemeente. o Meer ruimte voor waterretentie in bebouwd- en buitengebied. o Ambities en mogelijkheden afstemmen met waterschap.
45
6.2.4 Drinkwater Toelichting Drinkwater is een eerste levensbehoefte en een randvoorwaarde voor gezondheid, leefbaarheid en economische ontwikkeling. Met de groei van de stad, zowel in inwoners als economie zal de vraag naar drinkwater verder toe nemen. Lelystad vindt het belangrijk dat er in de toekomst voldoende en schoon drinkwater is voor iedereen in Lelystad. Tegelijkertijd ontstaat er in de nabije toekomst een drinkwatertekort (in Nederland). Dit drinkwatertekort is in Lelystad is nu al merkbaar. Voor bedrijven die veel zoet (drink)water nodig hebben is aansluiting nu al niet mogelijk. Voor de woningbouwopgave tot 2030 (10.000 woningen volgens de Woondeal) geeft Vitens aan nog voldoende ruimte te hebben om bestaande win- en zuiveringscapaciteit te vergroten, echter onder voorbehoud van vergunningverlening in verband met stikstof etc. Na 2030 kunnen zij geen leveringszekerheid bieden en moet gezocht worden naar ruimte voor nieuwe wingebieden en transportleidingen. Lelystad stimuleert duurzaam watergebruik en onderzoekt mogelijkheden om grijs water bijvoorbeeld van douche of wasmachine) lokaal te hergebruiken voor toepassingen zoals toiletspoeling en tuinirrigatie. Hierdoor wordt de druk op het drinkwatersysteem verlaagd. Dit geldt zeker voor toekomstige gebiedsontwikkelingen.
6.2.5 Klimaatadaptatie Toelichting Het Lelystad van 2050 is een klimaatadaptieve stad waarin rekening gehouden wordt met water en bodem bij ruimtelijke ontwikkelingen. De stad is bestand tegen extreme weersomstandigheden zoals hitte, droogte en wateroverlast. Groene en waterrijke gebieden worden strategisch ingezet om de leefomgeving te verkoelen, water vast te houden, biodiversiteit én beleving te bevorderen. De Lelystadse Adaptatiestrategie (LAS) wordt in 2027 herijkt om klimaatadaptatie als norm blijvend te verankeren. Regionale samenwerking binnen het Deltaprogramma Regionale Adaptatie (DPRA) en de uitwerking van een duidelijke strategie zijn essentieel om Lelystad toekomstbestendig te ontwikkelen. Voldoende berging van zoetwater en beschikbaarheid van drinkwater krijgen een plek in de bebouwde omgeving. Voorgenomen maatregelen rondom het thema klimaatadaptatie: • Bij het ontwerp of herinrichting van gebieden is het nodig om altijd vanuit een klimaatadaptieve blik te werken om zo de stad stapsgewijs te verbeteren. Inzicht krijgen in die gebieden waar klimaateffecten, zoals wateroverlast of hittestress, kunnen optreden, zodat daar extra aandacht naar uitgaat. • Vergroening voor een prettig klimaat o Ruimte voor verbinding en verblijf voor mens en dier, draagt bij aan een klimaatbestendige stad en biedt ruimte aan natuur en biodiversiteit.
Onder andere door het toevoegen van groensoorten en het maken van zachte oevers. o Er is een meerjarenplan vergroening van tuinen (in uitvoering). o Stadsbreed het 3-30-300 principe toepassen. o Op langzaam-verkeersroutes (fietsen en wandelen) is er 40% schaduw door bomen, gebouwen of structuren.
46
Rondom belangrijke functies voor ouderen en jongeren is vergroening en boomkroonbedekking voor schaduw wenselijk. Bijvoorbeeld bij scholen, speeltuinen en zorglocaties. Met name bedrijventerreinen hebben een grote risicofactor voor hittestress. Om een gezonde werkomgeving te kunnen waarborgen moet er bij ontwerp en inrichting van dergelijke terreinen aandacht zijn voor klimaatadaptatie in de breedste zin. Daarnaast zullen de mogelijkheden onderzocht worden om bestaande bedrijventerreinen toekomstbestendig te maken. Uitgangspunt is afvoeren omzetten in insijpelen. Daarvoor is voldoende bergingscapaciteit nodig, zodat bij hevige regenval het regenwater afdoende naar groenstructuren en oppervlaktewater kan stromen. Hierbij moet extra aandacht uitgaan naar de toegankelijkheid voor hulpdiensten op ontsluitingswegen. Zo min mogelijk verharden in de openbare ruimte, tenzij verharding nodig is voor het gebruik. o
•
•
•
6.2.6 Landbouw Toelichting Een van de belangrijkste redenen om Flevoland in te polderen was het tekort aan voedsel in Nederland. Bij de inrichting van het landschap lag de nadruk allereerst op de akkerbouw en veeteelt. Pas later kwam de behoefte aan woningen en de nieuwe opgave voor Lelystad als nieuwe groeikern. Een groot deel van het gemeentelijk grondgebied, wordt benut voor landbouw. Flevoland heeft de meest vruchtbare landbouwgronden van Nederland. Het landschap wordt gekenmerkt door de functionele inrichting. Het aantal banen in de landbouw (ca 300) is vrij constant. Er spelen momenteel en in de toekomst diverse opgaven rondom klimaat en natuur. Klimaatverandering heeft effect op het boerenbedrijf door bijvoorbeeld schade door droogte en watertekorten voor de productie. Door (brak) water uit diepere bodemlagen op te pompen en te gebruiken voor beregening kan de bodem verder verzilten. Het gebruik van water voor beregening van het landerijen moet worden gewonnen uit voorraden die voorkomen dat brak water wordt opgepompt. Gemeente Lelystad wil de samenwerking en communicatie vergroten ten behoeve van toekomstbestendige, energieneutrale- en gezonde landbouwbedrijven met kleinschalige molen, zonnepanelen op het dak, batterij en elektrolyse.
Onze ambitie is dat de land- en tuinbouw in 2050 is ingespeeld op klimaatverandering en rekening houden met water en bodem-sturende principes. Op deze manier heeft het zo min mogelijk last van de gevolgen van die klimaatverandering (wateroverlast, droogte, hitte, bodemdaling en verzilting). Ook wil de gemeente samen met de agrarische sector en andere partners de transformatie richting kringlooplandbouw faciliteren (het zoveel mogelijk denken in kringlopen en hergebruik van reststoffen). Onderwerpen als circulariteit, biodiversiteit (kwaliteit van bodem en water), duurzame energie (zonnevelden of windturbines) en klimaatadaptatie (waterberging) komen hierin samen. Een belangrijk deel aan de oostkant van Lelystad is in eigendom van de Wageningen University Research. Zij richten zich hier onder meer op biowetenschappen, bio-informatica, duurzame energie en agrofood. Daarnaast houden zij zich bezig met de boerderij van de toekomst: ontwikkelen van innovatieve landbouwmethoden. Voor Lelystad is de landbouw, zeker in termen van grondgebruik een belangrijk onderdeel van de gemeente. De hoge kwaliteit van landbouwgrond in Flevoland (waaronder Lelystad) is uniek en schaars in Nederland. In combinatie met de aanwezigheid van de WUR zien we kansen voor onderwijs, innovatie, en dus goede vestigingsfactoren voor de aan de agro verwante bedrijvigheid. 47
Momenteel zien we verdere schaalvergroting, waarbij boerenerven vrijkomen. Op de langere termijn verwachten we echter een schaalverkleining door de opkomst van de kringlooplandbouw. Voorgenomen maatregelen voor het thema landbouw: • Het landelijk gebied staat onder druk door meerdere opgaven, waarvan de energietransitie een van de belangrijkste is. We willen gebiedszonering opstellen waarin mogelijke functies aangegeven worden per zone, waar de focus op ligt. Zo kunnen de opgaven landen op de juiste plekken.. • Toekomstbestendige en gezonde landbouwbedrijven o Transformatie richting kringlooplandbouw faciliteren. Het stimuleren van de geïntegreerde landbouw biedt mogelijkheden voor werkgelegenheid in de secundaire agrofood sector. o Samenbrengen circulariteit, biodiversiteit, kwaliteit water en bodem, duurzame energie en klimaatadaptatie (waterberging). o Stimuleren om landbouw te verbinden aan woningbouwopgave (biobased bouwmaterieel). o (Agrarische) bedrijven in het buitengebied moeten energetisch zelfvoorzienend kunnen zijn met zon op dak, boerderijmolen, kleinschalige batterij en elektrolyser. 6.3 Economische drager De economische drager beschrijft hoe de stad zich positioneert ten opzichte van de regio, maar ook hoe de gemeente zichzelf ontwikkelt en versterkt.
Zoals gesteld in de visie, ontwikkelt de stad zich in de volgende fase meer als een sterke stad met een robuuste en sterke economie., Dit betekent dat Lelystad zich richt op het creëren van voldoende arbeidsplaatsen om zowel de bestaande als de toenemende beroepsbevolking te ondersteunen. Om dit te realiseren, is niet alleen aandacht nodig voor werkgelegenheid, maar ook voor de ontwikkeling van scholing en talent binnen de gemeente en de omgeving. Investeringen in horeca, culturele voorzieningen en evenementen dragen bij aan een omgeving waarin zowel ondernemers als inwoners kunnen floreren. In voorgaande hoofdstukken is al ruimte geboden om te laten zien wat dat betekent voor de woningbouw en centra in de stad. Hier gaan we nog wat dieper in op de thema’s economie, onderwijs, toerisme en recreatie. 6.3.1 Economie Toelichting Bij een groei van de stad, behoort ook een groei van de werkgelegenheid en het voorzieningenniveau. Het is belangrijk dat de arbeidsmarkt zo veel mogelijk aansluit bij de beroepsbevolking van Lelystad en op de gewenste ontwikkeling van de stad. Groei van de economie draagt ook bij aan de aantrekkelijkheid van de stad (en andersom). Hierbij sturen we ook op een goede woon-werkbalans. Meer mensen die wonen waar ze werken, vermindert mobiliteitsproblemenen draagt bij aan minder uitstoot.
Welke economie is belangrijk voor Lelystad In het Economisch Perspectief Lelystad 2030 (EPL) stond de doelstelling “Logistieke Hotspot Lelystad” centraal, mede gevoed door de strategische ligging midden in het land en multimodale ontsluiting 48
over weg, water, spoor en door de lucht. De basis voor deze hotspot is nu gelegd. Lelystad stond in 2023 zelfs samen met Almere en Zeewolde op de 2e plaats van alle logistieke hotspots in Nederland. Met de verwachte groei van de bedrijven en arbeidsplaatsen in deze logistieke sector zijn de bedrijventerreinen Flevokust Haven, LAB-I en Zuiderpark nagenoeg uitgegeven. Deze positie biedt de mogelijkheid om via onder andere smartification (= slimmer maken) van de sector onze economie verder te versterken. De focus voor komende periode staat in het teken van een verdere doorontwikkeling van de stedelijke economie. Een stedelijke economie die het welzijn en de welvaart van de inwoners bevordert, door voldoende banen te creëren, waardoor meer inwoners werk in de eigen omgeving kunnen vinden. Doorontwikkeling van de stedelijke economie door voort te bouwen op waar Lelystad goed in is en de groeiende innovatieve dynamiek in de regio en ons te richten op de versterking van een economisch ecosysteem rond Tech & Transitie die aansluiten bij de transities rond energie en circulariteit. Uit het traject van de Groeiagenda Nieuw Land komen een aantal sectoren naar voren die interessant zijn voor Lelystad. Biobased en circulair bouwen, duurzame luchtvaart, energie, voedselverwerking, voertuigtechnologie en duurzame maakindustrie.
Lelystad Airport Lelystad Airport is een vliegveld dat nu alleen geopend is voor general aviation (kleine vliegtuigen). Lelystad werk al jaren met provincie en het Rijk aan het openen van het vliegveld voor groothandels verkeer (vakantievluchten). De landelijke politiek heeft tot dusver geen definitief besluit genomen. Lelystad hecht grote waarde aan het open van het vliegveld voor groothandelsverkeer. Dit vergroot de werkgelegenheid, naamsbekendheid en heeft aantrekkingskracht op nieuwe bedrijven om in Lelystad te vestigen. Lelystad zet zich in om opening te realiseren. Voorgenomen maatregelen rondom het thema economie: Innovatie een plek geven: • Doorontwikkeling aanpakken op de thema’s uit de Groeiagenda Nieuw Land. • Verder uitbouwen maakindustrie geënt op transities. • Triple Helix samenwerking: Triple helix is een samenwerkingsmodel waarbij overheid, bedrijfsleven en kennisinstellingen samenwerken om innovatie en economische groei te stimuleren. • Onderzoek en benutten kansen in relatie tot aansluiting op waterstofbackbone of productie in de buurt. • In te zetten op behoud van strategisch gelegen bedrijventerreinen die van belang zijn voor de transitie naar een circulaire economie zoals geadviseerd door het PBL in het rapport “Ruimte voor circulaire economie” (2023) • Inzetten op doorgroeimogelijkheden MKB.
Waar dat mogelijk is, vermengen met andere functies zoals wonen in de nieuwe woongebieden. •
Bestaanszekerheid en inclusieve arbeidsmarkt: o Vergroten van het perspectief voor iedereen die mee kan doen. Banenkansen creëren voor inwoners van Lelystad, toekomstige bewoners en de bewoners van de regio. o Faciliteren van instrumenten gericht op mobiliseren arbeidsvermogen. o Concern voor Werk en het Werkbedrijf door ontwikkelen.
6.3.2 Werklocaties
49
Toelichting Lelystad kent de volgende typen werklocaties: binnenstedelijke werklocaties, reguliere bedrijventerreinen en specifieke bedrijventerreinen (bv logistiek of productie). De binnenstedelijke werklocaties hebben een belangrijke functie in de stad. Zij grenzen aan de woonwijken, vaak zijn er lokale ondernemers gevestigd. De bezettingsgraad is hoog. Het is van belang dit type werklocaties te behouden. Onderzocht kan worden of er bij herstructurering transformatie mogelijk is met bijvoorbeeld wonen, zonder dat dit ten koste gaat van het aantal meters bedrijvigheid. Lelystad kent een aantal bedrijventerreinen die bedoeld zijn voor bedrijfsmatige activiteiten die voor overlast / hinder aan de omgeving (kunnen) zorgen en daarom niet in nabijheid van woningen gewenst zijn en bedrijventerreinen waar bedrijven gevestigd zijn die minder hinder veroorzaken en mogelijk wel gecombineerd kunnen worden met andere functies zoals bijvoorbeeld voorzieningen. Met het oog op de toekomst en de ontwikkeling van de stad is het goed om na te denken over de posities van deze locaties in relatie tot de functie die zij hebben. Om zo te werken aan een gezonde en beleefbare stad. Met de groei van de stad en de hiermee gewenste groei van de economie is er ook meer behoefte aan werklocaties In eerste instantie is er ruimte op LAB II. Dit is ook voor de langere termijn voldoende ruimte.
In aansluiting op deze ontwikkeling is er een traject gestart om op Lelystad Airport (LA) een fieldlab (innovatiedistrict) rondom technieken als elektrisch vliegen en smart grids tot ontwikkeling te krijgen. Werkgelegenheid die zich goed leent voor een menging met woningbouw kan bijdragen aan levendigheid en nabijheid van de wijken. Daarom houden we de blik open om ook binnen het stedelijk weefsel ruimte te maken voor werk. De voorkeur gaat daarbij uit voor bestaande binnenstedelijke werklocaties, wijkcentra of langs belangrijke ontsluitingswegen. Voorgenomen maatregelen rondom werklocaties: • Aantrekkelijke en toekomstbestendige werklocaties: o Aantrekkelijke qua functie toekomstbestendige werklocaties met ruimte op de terreinen voor klimaatadaptatie, biodiversiteit, energieopwekking, natuur inclusieve inrichting met aandacht voor de ruimtelijke kwaliteit van de terreinen o Doorontwikkelen Flevokust Haven, Lelystad Airport Businesspark (naar fase 2). Met aandacht voor een goede bereikbaarheid met alle verkeersmodaliteiten o Zoeken naar extra areaal voor te realiseren regulier bedrijventerrein o Behoud en versterken door aanvullende functies van binnenstedelijke bedrijventerreinen. Maatwerk hiervoor mogelijk maken. Dit kan op kleine bedrijventerreinen in Jol, Kempenaar en Griend. o Campusontwikkeling met ruimte voor innovatieve bedrijven en onderwijs.
6.3.3 Wijk- en stadscentra Toelichting Voor Lelystad wordt ingezet op een evenwichtige structuur, waarbij alle afzonderlijke centra (Stadshart, wijkcentra en thematische centra als Palazzo en Bataviakwartier) complementair zijn aan elkaar en ieder centrum afzonderlijk een bepaalde functie binnen deze structuur vervult. Hierbij wordt gestreefd naar een duurzame aanbodstructuur, bestaande uit ook op de langere termijn levensvatbare, elkaar aanvullende centra. Binnen de gewenste structuur wordt onderscheid gemaakt tussen de verschillende gebieden (type) op basis van bezoekmotief, branchering en verzorgingsgebied. Voor Lelystad geldt dat op dit moment alleen Batavia Stad een regionale- of
50
(inter)nationale functie kent. De overige gebieden moeten het anno 2025 vooral hebben van de lokale markt. Het goed functioneren van deze centra is van essentieel belang voor Lelystad. Het draagt bij aan de gewenste leefomgeving en aantrekkelijkheid van de stad als geheel. Diverse trends en ontwikkelingen zorgen ervoor dat centra van functie dienen te veranderen, van monofunctionele locaties waar de nadruk op winkels lag, naar locaties met een bredere functiemix. De voorgestane structuur verandert daardoor echter niet. Het Stadshart ontwikkelt zich tot het gewenste Hart van de Stad met een brede functiemix en verblijfskwaliteit gericht op de gehele stad, terwijl de wijkcentra zich met name richten op de dagelijkse voorzieningen van de buurt dan wel wijk. De verschillende wijkcentra hebben een ondersteunende, meer verzorgende rol en bevorderen de sociale cohesie. Mede gelet op het uitgangspunt dat mensen langer thuis blijven wonen is het van belang dat dagelijkse voorzieningen op afzienbare afstand beschikbaar zijn. Met naar de toekomst toe levensvatbare wijkcentra wordt in deze behoefte voorzien. In deze centra ligt dan ook de focus op dagelijkse voorzieningen zoals boodschappen, huisarts en apotheek, basisonderwijs en kinderopvang, een wijkhub, sociale voorzieningen, speelruimte en kleinschalige horeca.
Binnen Lelystad bestaan meerdere wijkcentra die variëren in betekenis (verzorgingsgebied) en grootte (aantal functies en vestigingen). Zo hebben het Lelycentre en de Tjalk op dit moment een groter verzorgingsgebied, echter de voorgestane functie zoals hierboven beschreven van die wijkcentra ten opzichte van bijvoorbeeld de Botter verschilt niet. Een meer gedetailleerd onderscheid wordt in een programma verder uitgewerkt. Nieuwe centra die worden gerealiseerd in de nieuwe wijken voldoen aan de beschreven structuur en zijn complementair aan het stadscentrum. Het stadcentrum is het belangrijkste centrum voor Lelystad.
Voorgenomen maatregelen rondom centra: Stadscentrum • Blijven inzetten op het stadshart als Hart van de Stad met verblijfskwaliteit en een bredere functiemix als belangrijke pijlers Wijkcentra • Over het algemeen functioneren de wijkcentra goed. Deze centra zijn van groot belang voor de ontmoeting en binding tussen de wijkbewoners. Daarvoor is naar de toekomst toe een kwaliteitsimpuls nodig ten behoeve van de leefbaarheid en levensvatbaarheid van deze centra. • In het Lelycentre staan veel kantoorgebouwen leeg. Deze worden voor een belangrijk deel getransformeerd naar wonen. Overige centra • Outletcentrum Bataviastad heeft een belangrijke toeristische functie vanwege haar concept Lelystad wil deze outletfunctie behouden en zo mogelijk versterken. Door o.a. in te zetten op de gehele ontwikkeling Bataviakwartier • Het Palazzo blijft een locatie voor grootschalige detailhandel (PDV-locatie) 6.3.4 Onderwijs Toelichting
51
Lelystad vindt goed onderwijs enorm belangrijk. Onderwijs is een middel om gelijke kansen te bieden aan jongeren en een mogelijkheid voor talentontwikkeling. Zo creëren we kansen om volwaardig mee te kunnen doen in de samenleving en een sociaal sterke samenleving. Daarnaast is onderwijs belangrijk voor de economie van Lelystad. Het juiste onderwijs dat aansluit op de aanwezige bedrijven stimuleert een sterke economie. Basis en voortgezet onderwijs Het creëren van gelijke kansen begint op de basisschool, waar iedereen recht heeft op goed onderwijs en gelijke beoordeling voor vervolgonderwijs. Basisonderwijs wordt geboden op korte afstand van de woonomgeving van leerlingen, zodat leerlingen veilig en zelfstandig naar school kunnen. Schoolgebouwen dragen bij aan onder meer een gezonde leef- en werkomgeving, opgroeien en ontwikkelen van het kind, ontmoeten en verbinden in de buurt en wijk, het bieden van inclusief en passend onderwijs en de kwaliteit van het onderwijs. Daarom voert de gemeente Lelystad haar taak voor onderwijshuisvesting met beleid uit. Dit betekent dat we niet alleen zorgen voor voldoende en geschikte onderwijshuisvesting, maar dat we ook duurzame, onderscheidende en moderne voorzieningen realiseren. De uitgangspunten hiervoor zijn vastgelegd in het beleidskader onderwijshuisvesting voor het primair onderwijs.
Dit kader, samen met de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs en leerlingenprognoses, vormt de basis voor de beoordeling van de aanvragen voor onderwijshuisvesting. Het voortgezet onderwijs wordt nu georganiseerd door Porteum, en Aeres en Eduvier, waarbij Porteum een brede school is het onderwijs biedt op alle niveaus, Aeres groen onderwijs biedt op VMBO-niveau en Eduvier een school voor voortgezet speciaal onderwijs is. Ook voor het voortgezet onderwijs geldt dat dat zij een essentiële bijdrage leveren aan de stad. Een dekkend aanbod van onderwijsvoorzieningen waar ook ruimte is voor inclusief en passend onderwijs speelt een belangrijke rol. Met de groei van de stad, zal ook het voortgezet onderwijs uitgebreid moeten worden. Hiervoor is ruimte gereserveerd in Zuiderhage. Lelystad wil dat de kwaliteit van het onderwijs op orde is en dat er een dekkend aanbod is. Om dit te bereiken moet Lelystad onderwijs op alle niveaus garanderen en inzetten op een passend en dekkend aanbod van onderwijs en onderwijsvoorzieningen. Beroepsonderwijs en hoger onderwijs In Lelystad zijn twee mbo-scholen aanwezig. MBO College Lelystad (onderdeel van ROC van Flevoland) is een volwaardig mbo en Landstede MBO biedt onderwijs- en zorgopleidingen aan.
In tegenstelling tot de landelijke trend van daling van het aantal mbo-studenten is de verwachting voor Lelystad dat er sprake zal zijn van groei van het aantal mbo-studenten. Door de sterke relatie tussen onderwijs en bedrijfsleven in het beroepsonderwijs is het niet alleen belangrijk kwalitatief goed onderwijs na te streven, maar ook verbinding tussen ondernemers en studenten te faciliteren. Opleidingsfaciliteiten die het mogelijk maken om te ontwikkelen, te trainen, te experimenteren en te onderzoeken zijn daarbij essentieel. Hiervoor willen we ruimte creëren op de bedrijventerreinen en in Zuiderhage. Waar mbo-scholen een lokale en regionale functie hebben, hebben hbo-scholen en universiteiten (hoger onderwijs) een landelijke en regionale functie. In Lelystad zitten twee universitaire instellingen; de WUR BioScience Center en Wageningen Bioveterinary Research. Op reisafstand bevinden zich verschillende onderwijsinstellingen voor hoger onderwijs. Toch willen we ruimte bieden aan specifieke opleidingen en onderzoeksprogramma’s die aansluiten bij het DNA van de stad en de groei die we doormaken. Ook voor deze studenten is de combinatie van ontwikkelen, trainen, 52
experimenteren en onderzoeken essentieel. Het vervolmaken van het systeem door in te zetten op een vestiging van het HBO hoort daarbij. Naast de waarde die beroepsonderwijs en hoger onderwijs aan onze jongeren bieden, voegt beroepsonderwijs ook waarde toe aan de economische ontwikkeling van de stad. Bedrijven hebben te maken met vele transities, naast een krappe arbeidsmarkt, waarbij investeren in jongeren maar ook personeel (leven lang ontwikkelen) essentieel is. Voorgenomen maatregelen voor thema onderwijs: • Lelystad zet zich in voor een HBO vestiging binnen de gemeente. • Het organiseren van onderwijshuisvesting maakt integraal onderdeel uit van nieuwe gebiedsontwikkelingen. • Lelystad zet zich in op het laten aansluiten van beroepsonderwijs op de arbeidsmarkt. • Lelystad zet zich in op het verminderen van de werkloosheid. 6.3.4 Toerisme en recreatie Toelichting Zowel toerisme als recreatie zijn van belang voor Lelystad. Beiden dragen bij aan een sterke economie en aantrekkingskracht voor de stad. Hierbij kan er onderscheid gemaakt worden tussen mensen van buiten Lelystad die de gemeente één of meerdere dagen bezoeken en recreatie voor de inwoners.
Lelystad is een stad met potentie op het gebied van toerisme en recreatie, met bekende bestemmingen, zoals de Oostvaardersplassen, Aviodrome en Batavia Stad Fashion Outlet en Bataviahaven als bestemming voor charterschepen en riviercruises die jaarlijks duizenden bezoekers trekken. Lelystad kan bijdragen aan het opvangen van een deel van de recreatieve druk in de noordwestelijke Randstad, waar de druk leidt tot negatieve effecten op de omgeving. Met een goede ontwikkeling draagt dit bij aan het versterken van de vrijetijdseconomie. Voor de toerist kan een bezoek aan Lelystad een onderdeel zijn van een netwerk van interessante bestemmingen in de omgeving. Toerisme en recreatie is in Lelystad sterk gekoppeld aan de natuur en water, bijvoorbeeld de bossen en parken rondom de stad, de Oostvaardersplassen en het Markermeer met de Markerwadden. Vanuit het Nationaal Park Nieuw Land worden deze gebieden met eenzelfde blik ontwikkeld en gepromoot. De nieuwe kustontwikkeling biedt kansen om hier een nieuw gebied aan toe te voegen waar stedelijkheid gekoppeld is aan natuurbeleving en waterrecreatie. Buiten het Bataviakwartier heeft de kust nog een aantal aantrekkelijke plekken met in totaal vier jachthavens en twee stranden, waarvan één deels een strand is voor kites-, wing- en windsurfers.
De kust heeft de potentie om verder uit te groeien tot een aantrekkelijk toeristische en recreatieve zone. Voor zowel de (nieuwe) inwoners als bezoekers uit de wijde omgeving. Tegelijkertijd zien we in de onderzoeken dat juist de plezierzoeker als type het meest is vertegenwoordigd onder de inwoners van Lelystad. Voor deze personen staat lol maken centraal. Dat vraagt een bruisende stad waar veel georganiseerd wordt en te beleven valt. Dit aanbod is nu nog te weinig te vinden in Lelystad. Het Stadshart en het Waterfront bieden voldoende draagvlak qua inwoneraantal om voorzieningen een plek te geven. Ook bij de inrichting en het gebruik van de openbare ruimte moet er aandacht komen voor deze groep gebruikers. Voor de komende jaren richting 2040 moeten we sterk rekening houden met de groei van aantal inwoners binnen Flevoland en specifiek binnen Lelystad. Met deze groei van het aantal inwoners en 53
meer huizenbouw zal rekening moeten worden gehouden met de ruimte die nodig is om te recreëren Voorgenomen maatregelen voor het thema toerisme en recreatie: • In het Stadshart werken aan een uitnodigende binnenstad met een mix aan (belevings)retail, specifieke uitgaansgebieden, cultuur en aantrekkelijke openbare ruimte. • De kust verbindt niet alleen de stad met het water, maar is ook een schakel voor de natuur in en rondom de stad. Door wonen, natuurontwikkeling, recreatie- en toeristische voorzieningen in samenhang te ontwikkelen laat Lelystad zien hoe mens en natuur zich goed met elkaar kunnen verhouden. Met het Waterfront wordt aan de kust ingezet op een combinatie van wonen, recreatie, toerisme en natuur. Hiermee maken we Lelystad aantrekkelijker voor bezoekers en nieuwe woningzoekenden. Dit draagt bij aan de schaalsprong die Lelystad gaat maken. We realiseren een levendige boulevard met een bijzondere woonwijk aan het water, een stedelijke recreatieve voorziening met o.a. een grote zwemlocatie waaromheen ook veel vertier plaats kan vinden. Ook wordt het toerisme maar een ander level getild door een boost te geven aan de grootschalige leisure in Bataviakwartier, bijvoorbeeld door de doorontwikkeling van Batavialand, uitbreiding van het outletcentrum Bataviastad, een hotel en een Avonturenpark.
Met ontwikkelen van de kustzone in combinatie met aantrekkelijker maken van natuur voor bezoekers wordt Lelystad ook aantrekkelijker voor nieuwe woningzoekenden. • Toegankelijkheid van stadsbossen zoneren en verbeteren met goede routes vanuit de stad naar buiten, verbinden van solitaire gebieden en een duidelijke entrees rondom bezoekerscentra. • Recreatie voor de inwoner afstemmen op de behoefte van de inwoners. Een groot deel van de inwoners hebben een andere behoefte dan groene recreatie. • Meer kunst en cultuur in de stad is nodig. In de diverse centra liggen kansen om ruimte te bieden aan initiatieven rondom dit thema ten behoeve van gemeenschapsgevoel-vorming. In de openbare ruimte bieden kunst en cultuur kansen om een plek op de kaart te zetten. • Het Nationaal Park Nieuw Land omvat grootschalige natuurgebieden als de Oostvaardersplassen, Het Markermeer met de Markerwadden en Lepelaarplassen. Stuk voor stuk natuurgebieden die door mensenhanden zijn gemaakt en daarmee op ongekend grote schaal ruimte bieden aan nieuwe ecosystemen. Hier is ruimte voor diverse vormen van (educatieve) natuurbeleving. Het park laat op een ontspannen, recreatieve manier ervaren hoe dit unieke, door de mens gevormde landschap bijdraagt aan de identiteit en leefkwaliteit van Lelystad. Van belang is dat de diverse toegangen tot het park duidelijk en goed te bereiken zijn voor bezoekers.
6.4 Duurzame ontwikkeling De duurzame ontwikkeling heeft ruimte nodig om tot verwezenlijking van nationale doelen te kunnen komen. Soms is dat nu al duidelijk zichtbaar. Zo vindt elektriciteitsopwek steeds vaker decentraal plaats, in plaats van een enkele grote centrale komt energie uit diverse windturbines en zonnevelden. In de toekomst verwachten we ook veranderingen in het netwerk en de opslag van energie, in het verbouwen van andere gewassen, het anders omgaan met ons afval en vooral in het besparen op het gebruik. In voorgaande hoofdstukken is al ruimte geboden om te laten zien wat dat betekent voor de duurzame ontwikkeling. Hier gaan we nog wat dieper in op de thema’s energie, circulariteit, duurzaamheid en milieu. 6.4.1 Energie Toelichting
54
Ook in Lelystad is er op dit moment sprake van netcongestie. Dit heeft impact op de kortere termijn op de vestiging van nieuwe bedrijven en we hebben maken met een maximaal aantal te realiseren woningen. Hiervoor heeft dit onderwerp urgentie. Realisatie van nieuwe energie heeft impact op het ruimtegebruik in de stad en het buitengebied. Opwek van hernieuwbare elektriciteit en duurzame warmte vindt plaats op diverse plekken in het stedelijk en het buitengebied. Soms op de schaal van een gebouw, soms een hele wijk en soms grootschalig in het buitengebied. Er lopen lokaal diverse trajecten, zoals programma Warmtetransitie om Lelystad aardgasvrij en energiezuinig te maken. Dit wordt verder uitgewerkt in het verplichte omgevingsprogramma Warmtetransitie. In 2050 Worden er geen fossiele brandstoffen meer gebruikt (gas en olie/benzine) De woningen en andere gebouwen worden verwarmd met energie uit duurzame bronnen als geothermie, aquathermie, restwarmte, de buitenlucht en de ondiepe bodem. Waar het kan zijn alle daken van woningen en bedrijven voorzien van zonnepanelen net als grote parkeerterreinen. Op een bedrijventerrein kan eventueel een windturbine nodig zijn om voldoende energie te produceren.
De opgewekte stroom wordt opgeslagen in een buurtbatterij die eveneens is aangesloten op het lokale netwerk dat in verbinding staat met het gesloten distributiesysteem in het buitengebied. In dit gebied wordt zoveel mogelijk groene stroom opgewekt als het gebied aan kan. Batterijen en waterstoffabrieken in het buitengebied zijn aanvullend en maken gebruik van het overschot van duurzame stroom dat op sommige momenten kan worden geproduceerd, en voorkomen daarmee stilstand van duurzame opwek. De geproduceerde elektriciteit en waterstof kunnen bijdragen aan het verduurzamen van de vervoerssector en het verduurzamen van processen in de industrie. Bedrijven in het buitengebied zijn energieneutraal. Zon op daken en waar nodig een kleine windturbine om jaarrond voldoende energie te produceren. Batterijen en elektrolysers kunnen nodig zijn om ook het materieel fossielvrij te hebben. Ook de landelijke energiebehoefte heeft zijn weerslag op de gemeente. Al deze afzonderlijke eigenaren/ontwikkelaars hebben ruimtevragen rondom opwek, transport (waterstof- en hoog- en middenspanningstracé) en opslag (batterijen) van energie om voorbereid te zijn op de toekomst. Hierbij wil de gemeente ruimte geven aan energievragers die noodzakelijk zijn voor het hoogspanningsnet dan wel voor de lokale behoefte. Dit heeft genoeg impact op de omgeving.
Daarbij speelt ook de ruimtelijke inrichting van het landschap een rol. Lelystad biedt geen ruimte aan commerciële ontwikkelingen die geen toegevoegde waarde hebben voor Lelystad. Voorgenomen maatregelen rondom het thema energie: Landelijke energieopgave • Ten behoeve van het toekomstbestendig maken van het landelijke energienetwerk tot 2050 moet dit landelijke netwerk versterkt worden. Hiervoor werkt TenneT in combinatie aan het versterken van deze infrastructuur. Dit houdt in ieder geval in het aanleggen van een nieuw hoogspanningstracé (380 kV) en nieuwe hoogspanningsstation. • Er is ruimte nodig in het buitengebied voor de aanleg van deze netwerken. We voorzien in het net noordelijke deel van het buitengebied een cluster van energieopgaven. • . In de omgeving van het nieuwe hoogspanningsstation zal ook ruimte moeten zijn voor grootschalige energieopslag door middel van batterijen voor balancering van het landelijk netwerk. • Het opwekken van hernieuwbare energie door wind of zon en opslag/conversie door middel van batterij/ waterstof. Lelystad algemeen • In een nieuw omgevingsprogramma wordt nader uitgewerkt hoe Lelystad uiterlijk in 2050 aardgasvrij is en waar mogelijk lokale energiebronnen worden ingezet.
55
•
• • •
Windplan West is een uitwerking/uitvoering is van het Regioplan Windenergie Zuidelijk en Oostelijk Flevoland. De bestaande turbines in dit gebied moeten worden gesaneerd ten behoeve van minder, maar grotere turbines; opschalen en saneren, De invulling van Windplan West wordt op basis van de huidige kennis herijkt tot een Energielandschap West. Nieuwe ontwikkelingen sluiten aan of bereiden zich voor om aan te sluiten op bestaande of nieuwe collectieve warmtesystemen vanwege energie efficiëntie, verhogen van de betaalbaarheid en vermindering van de druk op het elektranetwerk. Ondergrondse infrastructuur en bovengrondse impact ruimtegebruik op elkaar afstemmen (daarbij spelen ook de ruimtelijke inrichting van het landschap een rol). Zon A6
Woningen • Verduurzamen van woningen om de energievraag te verminderen: o Checken waar verduurzaming nodig is in relatie tot eigendom en inkomen en inzetten op een wijkgerichte aanpak in samenhang met sociale problematiek. Veel corporatie bezit is verkocht aan minder draagkrachtige bewoners die nu geen geld of kennis hebben voor verbetering of verduurzaming; o Mogelijk kan het Volkshuisvestingsfonds benut worden voor aankoop en verduurzaming van woningen in combinatie met het verbeteren van het openbaar gebied eromheen. • Het verbruik van energie in de wijk is in balans. (Agrarische) bedrijven in buitengebied • (Agrarische) bedrijven in het buitengebied moeten voor 2050 zelfvoorzienend kunnen zijn met zon op het dak, boerderijmolen, kleinschalige batterij en elektrolyser. Landschappelijke inpassing • Ten noorden van Lelystad komen veel ruimtelijke (energie)ontwikkelingen samen. Naast nog een hoogspanningsleiding is hier ook voorzien in een tracé voor de Lelylijn. Het is ook de noordelijk entree van de stad. • Lelystad zet in om al deze ontwikkelingen integraal in het landschap in te passen. 6.4.2 Circulariteit Toelichting Eén van de grote komende transities is de grondstoffentransitie. Deze transitie werkt toe naar een volledig circulaire economie in 2050. In plaats van verbruik schuift de behoefte naar hergebruik.
In een circulaire economie gaan we zorgvuldig om met onze grondstoffen, we gebruiken bestaande materialen en producten zo lang mogelijk, door bijvoorbeeld te delen, te verhuren, te repareren of op te knappen. We gebruiken niet meer grondstoffen dan de aarde opnieuw kan regenereren en maken daarom zoveel mogelijk gebruik van biologisch afbreekbaar of hernieuwbaar materiaal. Dat betekent van tevoren nadenken over ontwerp, materiaal, losmaakbaarheid en einde levensduur. Er ligt een nationale doelstelling om toe te werken naar een volledig circulaire economie in 2050 waarin vraag en aanbod van grondstoffen op elkaar afgestemd moeten worden en bij voorkeur dicht bij elkaar plaatsvinden. De overheid heeft een zorgplicht om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen en moet nodige maatregelen te nemen om klimaatverandering tegen te gaan. De overheid kan de transitie naar een circulaire economie versnellen. Dat zal namelijk ook leiden tot een minimale uitstoot van broeikasgassen.
56
De gemeente Lelystad zet zich momenteel in op een circulaire economie door samen te werken met ondernemers en andere partijen. De focus ligt hierbij op vijf pijlers die verder uitgewerkt worden is het omgevingsprogramma klimaat namelijk: • Circulaire buitenruimte • Circulair bouwen • Circulair consumeren • Circulair ondernemen • Circulaire bedrijfsvoering De gemeente stelt circulaire eisen aan inkoop, om transities te versnellen en de innovatieve rol van het bedrijfsleven te stimuleren. De transitie naar circulaire bedrijvigheid wordt gestimuleerd door te bouwen met biobased en hergebruikte materialen en we zijn een proeftuin voor innovatieve bouwtechnieken. De gemeente speelt een actieve rol door daar waar mogelijk circulaire principes te integreren in aanbestedingen en het beheer van de openbare ruimte. Dit vraagt echter om het maken van scherpe keuzes, waarbij deze afwegingen zowel op financiële gronden als op maatschappelijke waarden plaats dienen te vinden. We stimuleren duurzaam gedrag en faciliteren de inwoners hun grondstoffen duurzaam opnieuw te gebruiken. In de wijk vindt de inwoner makkelijk zijn weg om zijn grondstoffen op een duurzame wijze aan te bieden. De gemeente geeft het goede voorbeeld door zoveel mogelijk circulaire principes toe te passen binnen de eigen bedrijfsvoering.
Voorgenomen maatregelen rondom het thema circulariteit: • Ten minste één of meerdere strategische bedrijventerreinen (die bij voorkeur ontsloten worden door water én een hogere milieucategorie hebben) voor de transitie naar een circulaire economie. • Woningbouw biobased en circulair. Het gebruik van hernieuwbare en biobased materialen wordt gestimuleerd. Een voorbeeld hiervan is het gebied Zuiderhage, waar de ambitie is 30% van de woningen te bouwen met minimaal 30% biobased materialen, zoals lokaal geteelde vezelgewassen. Dit vermindert de CO₂-uitstoot en bevordert een duurzame bouwsector. • Huishoudens stimuleren om duurzame keuzes te maken. Dit kan bijvoorbeeld door te faciliteren in een deel-economie via wijk-hubs. Ook meer stimuleren van het scheiden van bruikbare grondstoffenstromen in het huishoudelijk afval aan de bron of in de afvalketen afhankelijk van de specifieke stroom. • Bij een groei van de bevolking zal ook geïnvesteerd moeten worden in de capaciteit van de milieustraat via uitbreiding of nevenlocaties. Deze locaties worden zodanig gesitueerd dat de inwoner met een enkel bezoek zijn grondstoffen voor zowel hergebruik als recycling kan aanbieden. • De beroepsbevolking wordt voorbereid op een circulaire samenleving. De gemeente werkt samen met het (beroeps)onderwijs om de vaardigheden te versterken.
6.4.3 Duurzaam bouwen Toelichting Natuurinclusief en duurzaam ontwikkelen en bouwen wordt de norm. Dit maakt de weg vrij voor duurzamere bouw met bijvoorbeeld Cross Laminated Timber (CLT), houtskeletbouw (HSB) en andere houtbouw mogelijkheden. De gemeente heeft het convenant toekomstbestendige woningbouw getekend. Daarnaast heeft Lelystad inspanningsverplichtingen binnen de MRA met de doelstelling van 25% houtbouw. Hier ligt een kans om naast de woningbouwopgave ook duurzame bedrijvigheid op het gebied van woningbouw te binden aan de stad in combinatie met een arbeidsmarktbehoefte aan vakmensen met materiaalkennis. 57
Voorgenomen maatregelen rondom het thema duurzaamheid: • Bij nieuwe ontwikkelingen ligt de nadruk sterk op duurzame woningen, gebouwen en energieopwekking, Lelystad wil conform de afspraken in de klimaatwet klimaatneutraal zijn in 2050. • Natuurinclusief: We maken concreet wat er nodig is om de stedelijke groenstructuren van hoogwaardigere kwaliteit te laten zijn. 6.4.4 Milieu Toelichting Geluid kent verschillende aspecten: geluid vanwege verkeer (weg/rail/luchtvaart) en het geluid van bedrijven, sport en recreatie. Lelystad kent door de ruime opzet een relatief gunstige geluidsituatie doordat woningen op ruime afstand van de dreven en radialen zijn gesitueerd. Op een aantal locaties zijn de woningen dichter bij de dreef gesitueerd in combinatie met een lagere toegestane snelheid. Ook bij toekomstige ontwikkelingen houdt de gemeente rekening met de geluidssituatie, waarbij de afstand tot de dreven in combinatie met snelheid relevante aspecten zijn. Er zijn de drie belangrijke verbindingen waarover het transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt: de Hoofdvaarweg Amsterdam-Lemmer, de A6 en het spoor. Enkele woningbouwlocaties liggen aan die verbindingen nabij het spoor, rondom enkele wegen en/of nabij industrie. Er zal altijd rekening worden gehouden met de wettelijke vereisten die van toepassing zijn.
De luchtkwaliteit van Lelystad is goed, en dat willen we op het huidige niveau handhaven. Bij sommige locaties spelen mogelijk conflicten met geluid, luchtkwaliteit en omgevingsveiligheid, waarbij niet alle belasting kan worden weggenomen. Bij het ontwerp en uitwerken van dit soort gebieden is het van belang rekening te houden met deze beperkingen en eventueel aanvullende maatregelen te nemen om bewoners te beschermen. Voorgenomen maatregelen rondom het thema milieu: • Consolideren van de goede luchtkwaliteit. De komende jaren zal Lelystad zich voorbereiden op het aanscherpen van de luchtkwaliteitseisen in 2030. • Bij een aangename leefomgeving hoort ook een aanpak voor geuroverlast. Met het in werking treden van de Omgevingswet is de beleidsmatige verankering daarvan overgegaan van de provincie naar de gemeente. De komende tijd wordt onderzocht welk beleid daar het beste bij past. • In de nabije toekomst zal Lelystad een basiskaart van geluid voor de hele stad opnemen als nulmeting voor toekomstige monitoring. • Stapeling van overlast: vaak wordt er rondom milieubeleid naar de thema’s afzonderlijk gekeken. Per thema kunnen deze op orde zijn, maar er kan toch sprake zijn van overlast bij een cumulatie of stapeling van milieuaspecten. Van belang is deze bij nieuwe ontwikkelingen in kaart te brengen en locatie specifieke maatregelen te nemen.
• Lelystad omarmt ook in de toekomst het principe dat vervuiling van de leefomgeving bij de bron van de verontreiniging moet worden aangepakt en dat de vervuiler verantwoordelijk is voor de kosten die gemaakt worden bij het voorkomen, beperken en verwijderen van verontreiniging. • Strategische bestemming van bedrijvigheid met hogere milieucategorie als integraal onderdeel van de ruimtelijke ontwikkeling: liggen de activiteiten nog op de goede plek? • Omgevingsveiligheid beschrijft de mate waarin de inwoners worden blootgesteld aan risico’s uit de omgeving en de mate waarin ze daar tegen worden beschermd. In Lelystad zijn diverse risicobronnen aanwezig, verdeeld over bedrijven, vervoer over weg, water en spoor, 58
buisleidingen en luchtvaart. Lelystad wil een veilige stad zijn voor haar inwoners. Nog op te stellen beleid zal bepalen welke combinaties van risicobron/ontvanger worden geaccepteerd en hoe om te gaan met aandachtsgebieden voor brand, explosies en gifwolken. Dit beleid zal per gebiedstype gedifferentieerd worden. 6.5 Bereikbare basis Bij bereikbaarheid ligt de focus op hoe mensen en goederen door de stad heen bewegen, om makkelijk van a naar b komen. Lelystad is een functioneel ingerichte stad. Alles heeft een eigen plek. Voor het mobiliteitssysteem betekent dat dat de fietser, de voetganger en de auto elk eigen ruimte toebedeeld heeft gekregen. Ruimte die bovendien genereus is opgezet. Naar de toekomst toe zien we dat het niet houdbaar is om op deze manier de ruimte in te delen. Daarnaast legt dit ook een druk op de financiën van de stad. De beheerskosten zijn onevenredig hoog. De blik op gezondheid helpt ons hier om over te stappen van kwantiteit naar kwaliteit. Verdichting in combinatie met nabijheid van voorzieningen zorgt voor een beperkte groei van de mobiliteit. In voorgaande hoofdstukken is al ruimte geboden om te laten zien wat dat betekent voor het brede mobiliteitsconcept. Hier gaan we nog wat dieper in op het thema mobiliteit. 6.5.1 Mobiliteit Toelichting Lelystad is gelegen op het knooppunt van spoor, water, weg en lucht.
De gehele regio is goed en snel te bereiken (zowel MRA als Regio Zwolle). Daarmee ontwikkelt Lelystad zich van forensenstad naar netwerkstad centraal gelegen in Nederland, Lelystad kent een unieke structuur van vrijliggende fietsen voetpaden en ongelijkvloerse fiets- en wandelbruggen, die de woonbuurten en het groen ontsluiten en met elkaar verbinden. Lelystad is daarmee een geweldige fietsstad die zeker ook nog verdere kansen biedt voor het verder ontwikkelen tot volwaardige ‘15 minuten stad’, waarbij je binnen 15 minuten alle benodigde voorzieningen kunt bereiken. Daarbij kent het ook een aantal aandachtspunten. Deze structuur is zeer verkeersveilig, maar niet altijd sociaal veilig door het ontbreken van ‘ogen’ op het fietspad. Ook zijn routes voor nieuwe inwoners of bezoekers, moeilijk herkenbaar of vindbaar. Ondanks de opkomst van de e-bike kunnen de bruggen kunnen voor de ouder wordende inwoners een belemmering zijn om gebruik te maken van het fietsnetwerk. Het scootmobiel en scooterbezit in Lelystad is hoog. Hiermee moet ook rekening gehouden worden ten aanzien van de infrastructuur. Naast de rijks en provinciale wegen bestaat het buitengebied uit smalle landwegen met grote snelheidsverschillen tussen langzaam verkeer en snelverkeer.
Daarbij zorgt de toename van functies in het buitengebied voor een toename in (langzaam) verkeer wat nadelige gevolgen heeft voor de verkeersveiligheid. Voorgenomen maatregelen rondom het thema mobiliteit: Algemeen mobiliteit • In Lelystad hanteren we het STOMP principe als uitgangspunt (Stappen, Trappen, Openbaar vervoer, mobiliteitsdiensten, priveauto). Dit ordeningsprincipe houdt in dat we prioriteit geven aan meer duurzame vormen van mobiliteit (lopen, fietsen en openbaar vervoer) en minder prioriteit aan minder duurzame mobiliteitsvormen. In veel gevallen kunnen de verschillende modaliteiten naast elkaar een plek krijgen maar soms zijn doordachte keuzes en beperkingen nodig om iedere modaliteit de juiste plek te geven. De mens staat hierbij centraal.
59
•
Gezien ook de doelen voor uitstoot van fijnstof en CO2 blijft Lelystad inzetten op verduurzaming van het verkeerssysteem. Enerzijds door in te blijven zetten op fiets en OV anderzijds door het verduurzamen van de automobiliteit (faciliteren van laadmogelijkheden, emissievrij belevering van het Stadshart). Deelmobiliteit biedt ook mogelijkheden om de groei van het autobezit en – gebruik terug te dringen
Voet- en fietspaden • Bij aanleg en beheer rekening houden met de 7 factoren voor prettig fietsen: een samenhangend, direct, aantrekkelijk, comfortabel, herkenbaar, vindbaar en veilig stelsel. • Verbeteren sociale veiligheid door te zien en gezien te worden: vanuit bebouwing, goed doorzicht in tunnels, geen zichtbeperkende begroeiing. • Huidige fietspadennet is niet goed vindbaar en herkenbaar. We streven naar een beter bestaand fietsnetwerk. • Onderzoek doen naar het uitbreiden van het hoofdnetwerk fiets in de stad. Waarbij we kijken naar de gebieden waar de afstand tot het hoofdnetwerk te groot is en waar missing-links moeten worden toegevoegd. • Nieuwe wijken worden goed ontsloten en aangesloten op het hoofdnetwerk fiets zodat ook de bestaande stad met stadscentrum en andere belangrijke gebieden snel en eenvoudig te bereiken is. Hierbij is extra aandacht voor snelle en sociaal en verkeersveilige verbindingen. • Bereikbaarheid voorzieningen (scholen, sport etc.) en bedrijventerreinen per fiets en ov verbeteren, waarbij gestimuleerd wordt dat minder kinderen met de auto worden gebracht. Kansen voor Deelmobiliteit Deelmobiliteit kan een bijdrage leveren aan duurzame mobiliteit. Het gaat dan bijvoorbeeld om de fiets als natransport na een treinreis of als recreatief vervoermiddel vanaf grote toeristisch aantrekkelijke locaties.
Ook kan het gaan om het aanbieden van deelauto's voor inwoners die slechts van af en toe gebruik willen maken van een (tweede) auto. Deelautomobiliteit zorgt voor beperking van de groei het autobezit en daarmee parkeerplaatsen nodig, waardoor er meer ruimte komt in de straat om bijvoorbeeld te vergroenen. Bovendien zorgt het voor minder autoverplaatsingen en kilometers. Op dit moment is er een zeer beperkt aanbod van aanbieders van deelmobiliteit. Het gaat dan om de ov-fiets als natransport op de trein en deelauto’s die op enkele locaties rondom het centrum en enkele wijken aangeboden worden. De schaal van Lelystad is op dit moment te klein om dit echt rendabel op stadsniveau aan te kunnen bieden. Dit geldt ook voor andere gemeenten in Flevoland. Daarom is er door de Provincie Flevoland samen met de gemeenten onlangs een traject gestart om te komen tot een gezamenlijk Flevolandbreed aanbod van deelmobiliteit auto en fiets. Voor de implementatie daarvan in Lelystad zullen wij beleid moeten gaan opstellen. Openbaar vervoer • Lelystad zet in op een betere ov-verbinding naar Emmeloord en verder naar Groningen (Lelylijn). • Lelystad zet in op een frequentieverhoging van de treinen richting Almere-Amsterdam/Utrecht (OVSAAL). • Lelystad zet in op het realiseren van de Stichtselijn op de langere termijn (rechtstreekse spoorverbinding, parallel langs de A27 richting Utrecht).
Op korte termijn zal Lelystad zich inzetten voor een verbeterde intercityverbinding via het bestaande spoor. • Lelystad zet zich in voor nieuwe HOV-verbindingen (Hoogwaardige Openbaar Vervoerverbinding) tussen het Station en Lelystad Airport (via Zuiderhage) en Station en het Waterfront. • Door verdichting van de stad zal op termijn een beter exploitabel busnetwerk mogelijk zijn binnen de stad. • Lelystad zet zich in voor de realisatie van een nieuw NS-Station Zuiderhage Naar de haalbaarheid wordt onderzoek gedaan samen met de regio, het Rijk en Prorail. • Lelystad zet zich in voor een busverbinding naar Enkhuizen/Noord-Holland 60
Auto • Inzetten op een gedifferentieerde autostructuur met een buiten- en binnenring en verbindingswegen daartussen die leiden van en naar het centrum. Dit geeft mogelijkheden om de maximumsnelheid op de wegen naar het centrum te verlagen en om de leefbaarheid in het centrum te verbeteren. Ook stimuleren we hiermee een betere routing van verkeer door en langs de stad (ook voor doorgaand verkeer). • In het buitengebied vragen smalle wegen om een andere benadering. Hier geldt op dit moment een maximumsnelheid van 80 km/u. We zetten in op het inrichten van 60 km/u wegen waar het logisch is en waar er draagvlak is. • We zetten in op het zoveel mogelijk tegengaan van doorgaand (vracht)verkeer door de stad Doorgaand verkeer willen we afwikkelen via de hogere orde wegen (buitenring/A6/N307), zodat op de binnenring rondom het stadscentrum alleen bestemmingsverkeer naar het centrum zit. Het is belangrijk dat er maatregelen worden genomen die dit ondersteunen (bijvoorbeeld de verbinding via de Baai van Van Eesteren of herinrichting van dreven). • We blijven inzetten op de met het Rijk afgesproken verbreding van de A6 tussen Almere en Lelystad die noodzakelijk is voor de realisatie van de groeiambitie van lelystad’.. • Onderzoeken mogelijkheid differentiatie parkeernormen (stadsbreed) met ook als doel het ontlasten van het centrum.
Specifieke gebieden • Bereikbaar Stadshart o Opwaardering van de totale stationsomgeving (draagt bij aan bruisender stadshart (en vice versa). o Opwaarderen/complementeren van het hoofdnetwerk van het stadscentrum als belangrijk(st)e duurzame drager van het stadshart. o Het Stadshart blijft ook per auto goed bereikbaar. In het Stadshart zelf zorgen autoluwe zones voor een prettig verblijfsklimaat. Het bestemmingsverkeer wordt op de hoeken van het Stadshart (in de bestaande gebouwde parkeervoorzieningen) opgevangen. Ontmoedigen van doorgaand verkeer via het stadshart. o Voetgangers krijgen prioriteit (ook boven fietsers) in het winkelgebied van het Stadshart. o We zetten in op passend autoparkeerbeleid voor het centrum (door middel van lagere parkeernormen, gereguleerd parkeren, dubbelgebruik, deelmobiliteit) • Bij nieuwe ontwikkellocaties o Bewegen voor bouwen: eerst aanleg infrastructuur en ov bij ontwikkeling van nieuwe wijken. Verhuizing geeft een kans voor effectieve gedragsbeïnvloeding. De concurrerende alternatieven, fiets en ov moeten dan wel tijdig op orde zijn. Dat vraagt een voorinvestering. o Onderzoek hoogwaardige OV- en fietsroutes die kunnen concurreren met de auto. OV is randvoorwaardelijk voor nieuwe uitleglocaties. Bouwen in zulke dichtheden dat daar voldoende draagkracht voor is.
Daarbij ook nagaan wat de impact is op de bestaande fietsverbindingen door de bestaande stad. o Bij ontwerpen schoolomgevingen is specifieke aandacht voor veilige fietsroutes naar scholen nodig waarbij het STOMP principe wordt gehanteerd.
61
Colofon Deze Omgevingsvisie is opgesteld door de gemeente Lelystad met ondersteuning van PosadMaxwan en Studio Bereikbaar ten behoeve van ontwerp en bestuurlijk proces. Gemeente Lelystad Mannus Dekker, Isa van Delft, Mildred Janssen, Natascha Krömer, Martin van Meurs, Claire Nouwen, Michel Soomers, Anuschka de Vries PosadMaxwan Han Dijk, Marieke van Esch, Benjamin Jammes, Anouk Jansen, Jos Kenter, Froukje van de Klundert en Adele Therias Studio Bereikbaar Nicole van der Waart Beelden: Alle kaarten en illustraties zijn (tenzij anders vermeld) gemaakt door PosadMaxwan