25.369 BL CONCEPT Omgevingseffectrapport gemeente Lelystad_incl Bijlagetabel
Tekst van het document
Uit de vragen die hierover gesteld zijn, volgt dat de inwoners het meest tevreden zijn met de wandelpaden (75%), gevolgd door de fietspaden (66%), parkeermogelijkheden (61%) en borden met wandel- of fietsroutes (51%). Het minst scoort de tevredenheid van de inwoners over culturele activiteiten: slechts 22% is hierover tevreden. Horeca (27%) en natuurlijk spelen (36%) zijn ook voorzieningen die minder hoog scoren. Ten aanzien van de bereikbaarheid van natuurgebieden of -parken in Lelystad is uit het onderzoek gebleken dat 94% van de inwoners ze goed bereikbaar vindt. Circa 4% vindt de natuurgebieden of -parken niet goed bereikbaar, waarvan een groot deel van de ondervraagden als reden hiervoor aangeeft dat de natuurparken met het openbaar vervoer slecht bereikbaar zijn.
Figuur 4-13: Uitsnede groenkaart van Nederland (10 meter resolutie) (Atlas Natuurlijk Kapitaal (RIVM), 2022).
31
Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 26 augustus 2025 - Public
Figuur 4-14: Percentage lage vegetatie (Atlas Natuurlijk Kapitaal (RIVM), 2022).
Autonome ontwikkeling De gemeente Lelystad streeft naar een groenblauwe structuur die ervoor moet zorgen dat belangrijke groengebieden in de stad versterkt worden, verbonden zijn en beschermd worden. Het betreft een wettelijk kader dat moet helpen om een goede afweging te kunnen maken bij (toekomstige) ruimtelijke vraagstukken (Strategie Agenda Natuur 2030). Op het moment van schrijven zit de ontwikkeling van de ecologische groenblauwe structuur in de afrondende fase. Op basis van onder andere deze structuur wordt ook een kansenkaart ontwikkeld voor het vergroenen en voor de verbetering van de biodiversiteit in de stad (Strategie Agenda Natuur 2040). Dit zal het vertrekpunt zijn van ontwikkelingen in de openbare ruimte, zodat bijvoorbeeld kan worden bezien welke verharding kan worden omgezet naar groen. Met name voor het Stadshart geldt dat er urgentie is om de openbare ruimte hiervan kwalitatief te verbeteren, met name door te vergroenen. De gemeente heeft verder aangegeven te werken aan een Parkenplan, die ook onderdeel uitmaakt van de groenblauwe structuur. Het plan gaat over de parken die nu al in Lelystad zijn en de parken die er in de toekomst zullen komen. Het betreft onder meer Woldpark, Bultpark, Stadspark, Kustpark, Park Hondenkop en Voorhofpark en de drie parken in Warande. In het Parkenplan zal worden vastgelegd hoe de gemeente Lelystad zich zo goed mogelijk
32
Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 26 augustus 2025 - Public
OMGEVINGSEFFECTRAPPORT OMGEVINGSVISIE GEMEENTE LELYSTAD
kan voorbereiden op een veranderend klimaat (regenval, droogte, opwarming) en hoe de parken mooier en beter kunnen worden gemaakt. De gemeente Lelystad wil de woningbouwambitie voornamelijk realiseren door binnenstedelijk te transformeren. Hierdoor bestaat een groot risico dat stedelijk groen verloren gaat. Raakvlakken De volgende omgevingsaspecten hebben een raakvlak met beleidsveld stedelijk groen: •
• •
•
•
•
• •
Wonen: de woningbouwopgave biedt kansen voor vergroening maar aan de andere kant kan woningbouw door middel van inbreiding knellen met de ruimtevraag voor stedelijk groen. De bouw van nieuwe woningen gaat namelijk gepaard met verstening en verdere asfaltering. Het is van belang te zoeken naar koppelkansen bij de bouw van nieuwe woningen met het toevoegen van stedelijk groen en zorg te dragen voor een goede afwatering. Hittestress: voldoende groen in steden gaat hittestress tegen. Door een grote hoeveelheid aan steen en asfalt in de bebouwde kom stijgt de gevoelstemperatuur op warme dagen. Wateroverlast: voldoende groen in steden heeft een positief effect op het waterbergend vermogen, een gebrek aan groen kan leiden tot wateroverlast doordat straten blank komen te staan na hevige regenval. Doordacht ontworpen en geplaatst, kan groen samen met andere maatregelen zorgen voor hoger waterbergend vermogen. Natuur en biodiversiteit: biodiversiteit wordt verhoogd door stedelijke groen te introduceren, terwijl meer verharding de biodiversiteit juist niet bevorderd. De natuur wordt bevorderd door stedelijk groen met ecologische waarden aan te brengen. Gezondheid: groen binnen stedelijke omgevingen kan de luchtkwaliteit verbeteren en kan daarnaast bijdragen aan gezondheid doordat groene ruimtes veelal een toevluchtsoord zijn om te ontspannen of stress te verminderen.
Bovendien biedt groen ruimte voor sport en beweging en fungeert het als ontmoetingsplaatsen voor sociale interactie. Duurzame warmte: hoewel stedelijk groen niet direct duurzame warmte produceert, zorgt het wel voor een verkoelingseffect op de omgevingstemperatuur. Dit kan bijdragen aan verminderd energieverbruik in de warmere maanden. Cultuurhistorie en archeologie: bij de ontwikkeling van stedelijk groen dient rekening gehouden te worden met aanwezige cultuurhistorie en/of archeologie. Leefbaarheid: stadsparken en groene pleinen stimuleren sociale cohesie doordat ze fungeren als ontmoetingsplaatsen. De aanwezigheid van groen heeft bovendien een positief op het welzijn van inwoners en verbetert daarmee de kwaliteit van leven.
Bouwstenen voor de Omgevingsvisie • •
• •
•
•
33
In het raamwerk de groenblauwe structuur vastleggen voor bestaande stad en voor uitbreiding. Lelystad heeft veel groen, de druk op groen neemt toe. De vraag is hoe hiermee om dient te worden gegaan. Van belang is een evenwichtige stedelijke ontwikkeling. Door groenblauw (landelijk) raamwerk te definiëren en groennorm te hanteren. Gebruik 3-30-300-regel als ondergrens. Groen kwalitatief en multifunctioneel ontwikkelingen ten dienste van de stad. Dit draagt bij aan een klimaatbestendige, duurzame en aantrekkelijke stad en kent een hoge gebruikswaarde. Besteedt in de Omgevingsvisie aandacht aan de verbinding tussen het stedelijk groen met de grote natuurgebieden rondom de stad en faciliteer dit ook. Zoals ook aangegeven door de gemeente, is groen in het buitengebied niet gericht op gebruik door inwoners. Prioriteer het onderwerp stedelijk groen in toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen door dit beleidsthema ook een aparte plek te geven in de Omgevingsvisie. Dit draagt bij aan de ambitie om Lelystad een van de vijf groenste steden van Nederland te maken. Zorg voor variatie in het stedelijk groen binnen de gemeente in plaats van te kiezen voor eenzijdig en weinig divers groen.
Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 26 augustus 2025 - Public
4.3.4
Natuur en biodiversiteit
Ambities • • • • • •
Lelystad in de top 5 groenste steden van Nederland (Strategie Agenda Natuur 2030). Toekomstbestendige groenstructuren met een hogere natuurwaarde (Strategie Agenda Natuur 2030). Meer beleefbaar groen dat uitnodigt om er gebruik van te maken (Strategie Agenda Natuur 2030). ‘Groen, tenzij’: de openbare ruimte (inclusief daken en gevels) groen inrichten, tenzij dat op die plek niet kan vanwege de vereiste functionaliteit (Strategie Agenda Natuur 2030). Verbetering van de kwaliteit zodat het openbaar groen bijdraagt aan het verbeteren van de biodiversiteit (Strategie Agenda Natuur 2030). Minder versnippering van bestaande groenstructuren door knelpunten in het ecosysteem op te lossen en nieuwe knelpunten te voorkomen (Strategie Agenda Natuur 2030).
Beleidsdocumenten • • • • • •
Omgevingsvisie Lelystad 2040 (Gemeente Lelystad, 2021). Strategie Agenda Natuur 2030 (Gemeente Lelystad, 2023). Bosbeleidsplan Gemeente Lelystad (Gemeente Lelystad, 2019). Programma ‘Van Groen Dromen naar Groen Doen’ (Gemeente Lelystad, 2023). Lelystadse Adaptatie Strategie 2023 (Gemeente Lelystad, 2023). Kadernota Duurzaamheid (Gemeente Lelystad, 2015).
Fase
Beoordeling
Huidige situatie
Autonome ontwikkeling
Doelbereik Omgevingsvisie
Toelichting
0
Binnen de bebouwde kom van Lelystad is de soortendiversiteit enigszins laag, in vergelijking met andere stedelijke gebieden in Nederland. De soortendiversiteit in agrarische buitengebied is ook laag, maar vergelijkbaar met andere agrarische gebieden. Een groot deel van het buitengebied bestaat echter uit bos of open natuurlijk terrein, waaronder de Oostvaardersplassen. Natuurwaarden hier zijn hoog.
0
De komende decennia zal door onder meer klimaatverandering, landgebruik en stikstofdepositie de biodiversiteit in Nederland verder achteruitgaan. De gemeente Lelystad werkt echter aan een aantal initiatieven die tot doel hebben om natuurwaarden te vergroten. Mogelijk wordt deze negatieve trend daarmee deels of geheel gekeerd.
+
De meeste maatregelen uit de Omgevingsvisie hebben een beperkt positieve invloed op natuur en biodiversiteit, vooral door het creëren van ruimte voor klimaatadaptatie en natuurinclusief ontwerpen. Maatregelen zoals vergroening en het realiseren van een robuust ecosysteem leveren een sterk positief effect op, doordat ze de leefomgeving en biodiversiteit direct verbeteren. De totale beoordeling is daarmee beperkt positief (+).
Huidige situatie Van het Lelystadse grondgebied bestaat 33% uit bos of open natuurlijk terrein (Lelystadse Adaptatie Strategie, 2023). De bebouwde kom grenst onder meer aan het Nationaal Park Nieuw Land, het Zuigerplasbos en het Gelderse Hout. In Figuur 4-15 is een kaart weergegeven van het groen in de gemeente. Zichtbaar zijn het NNN-gebied de Oostvaardersplassen en de Marker Wadden. Dit is zijn de grootste en belangrijkste natuurgebieden van Flevoland en betreft een moerasgebied dat grenst aan het Markermeer. Aan de randen van het gebied bevinden zich bossen (Kotterbos, en Oostvaardersbos) die vrij toegankelijk zijn voor mensen en moerasgebied dat niet vrij toegankelijk is. De graslanden zijn vooral een belangrijk vogelgebied, met name voor watervogels, omdat ze aangetrokken worden door het water, de openheid van het gebied en de aanwezigheid van kort voedselrijk gras. Het aanwezige groen binnen de bebouwde kom is redelijk eenzijdig. Ten tijde van de ontwikkeling van Lelystad speelde biodiversiteit in de stad een minder belangrijke rol, vandaar dat er een gebrek aan variatie is de mate van 34
Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 26 augustus 2025 - Public
OMGEVINGSEFFECTRAPPORT OMGEVINGSVISIE GEMEENTE LELYSTAD
verscheidenheid van aanwezige plantsoorten. Houtopstanden bestaan veelal uit dezelfde boomsoort en het overige groen in de bermen is eenzijdig.
Figuur 4-15: Groen in agrarisch gebied, Natura 2000-gebied, NNN-gebied en overige gebieden (Atlas Leefomgeving, 2022).
Opgemerkt dient te worden dat er beperkte informatie beschikbaar is om aan te tonen hoe het staat met de biodiversiteit in Lelystad. Voor de soortendiversiteit maken we gebruik van modelmatige informatie, beschikbaar via de Atlas van de Leefomgeving. Figuur 4-16 laat de geschatte soortendiversiteit per vierkante kilometer zien. De zeven belangrijkste en best onderzochte soortgroepen zijn hierin samengenomen, namelijk vaatplanten, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en vogels. Hoe donkerder de groene kleur is, hoe meer verschillende soorten planten en dieren in een bepaald gebied voorkomen ten opzichte van een ander gebied. Dit geeft de mate van biodiversiteit aan. Zichtbaar is dat de kust nabij Lelystad en de waterrijke gebieden donkergroen kleuren. De soortendiversiteit is hier hoog vergeleken met andere gebieden. Het agrarische buitengebied is minder divers qua soorten en scoort vergelijkbaar met andere landbouwgebieden. Binnen de bebouwde kom is de soortendiversiteit ook relatief laag, zeker in vergelijking met andere stedelijke gebieden in Nederland.
35
Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 26 augustus 2025 - Public
Figuur 4-16: Soortendiversiteit (bron: Nationale Databank Flora en Fauna, 2017).
Autonome ontwikkeling De komende decennia zullen factoren die de kwaliteit van de natuur in Nederland onder druk zetten, een rol blijven spelen. Verdergaande klimaatverandering leidt tot langere perioden van droogte, wat zijn weerslag op planten en dieren heeft. Ondanks maatschappelijke en politieke druk ziet het er op korte termijn niet naar uit dat substantiële reducties in stikstofemissies en -depositie te verwachten is. En verdergaande verstedelijking door een groeiende bevolking zorgt ervoor dat het leefgebied van planten en dieren achteruit blijft gaan. De tendens is door al deze factoren dat de biodiversiteit in Nederland de komende decennia verder achteruit zal blijven gaan. De gemeente Lelystad probeert het tij te keren. De gemeente profileert zich als Hoofdstad van de Nieuwe Natuur en werkt aan een aantal initiatieven mee. Voordat hier door het Rijk een streep door gezet werd, werkte de gemeente Lelystad mee aan het Flevolands Programma Landelijk Gebied (FPLG). Ook werkt de gemeente aan de IJsselmeerdijkversterking en de verbinding van de Oostvaardersplassen, Markermeer en Lepelaarplassen om een sterk en levendig watergebied voor dieren en planten te realiseren. Ook wordt er gewerkt aan de doorontwikkeling van de Marker Wadden om een bijdrage te leveren aan de realisatie van het Toekomstbestendig Ecologisch Systeem (TBES) in het Markermeer – IJmeer.
In Zuiderhage wordt een grote hoeveelheid natuur gecreëerd met slenken, kruiden- en faunarijk grasland en bos. Hiermee moet de natuur in omvang toenemen en worden er een aantal ecologische verbindingen gelegd tussen buitengebied en stad. Vanuit de Agenda Natuur 2030 is er vastgelegd dat gewerkt wordt om te komen tot een Basiskwaliteit Natuur (BKN). De gemeente Lelystad werkt hier momenteel aan. De BKN betreft een minimumniveau van natuurkwaliteit buiten beschermde gebieden. Het betreft de condities die nodig zijn om algemene soorten algemeen te laten blijven of worden. Ontwikkelingen die verder in de toekomst spelen zijn de groenblauwe dooradering van het landelijk gebied. Dit vloeit voort uit het doel van 10% dooradering dat hiervoor is gesteld op landelijk niveau. De gemeente ziet een kans in de vele bermen in het buitengebied die op deze ontwikkeling een bijdrage kunnen leveren. Centraal hierbij staat ecologische en insectvriendelijke wegbermen en ecologisch vriendelijk beheer. Verder kent Lelystad Airport Business Park mogelijk een groene zone genaamd de ‘Groene Corridor’. In het jaarplan Natuur 2025 is opgenomen dat de gemeente in Q3 start met het verkennen van de randvoorwaarden en koppelkansen voor de groene corridor. De 36
Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 26 augustus 2025 - Public
OMGEVINGSEFFECTRAPPORT OMGEVINGSVISIE GEMEENTE LELYSTAD
gemeente werkt eraan om deze verder uit te werken doordat het een belangrijk knelpunt oplost door natuurgebieden aan de oostkant van Lelystad te verbinden met de Hollandse Hout. Een ontwikkeling die daarnaast speelt, breder in Flevoland, is de landbouwopgave en hoe dit toekomstbestendig kan worden gemaakt. Mogelijke toekomstige ontwikkelingen betreffen ingebruikname van Lelystad Airport, LAB en het defensieterrein. Deze kunnen mogelijk de ecologische verbindingen tussen oostelijk en zuidelijk Flevoland en rondom de stad onder druk zetten. Raakvlakken De volgende omgevingsaspecten hebben raakvlakken met het beleidsveld natuur en biodiversiteit: •
• • •
•
• •
Stedelijk groen: stedelijke groenvoorzieningen zorgen niet alleen voor leefruimte voor fauna, maar fungeren ook als ecologische verbindingszones wat de diversiteit van soorten bevorderd. De kwaliteit van het stedelijk groen kan dus een positief effect hebben op de natuur en de biodiversiteit. Klimaatadaptatie: het versterken van biodiversiteit en klimaatadaptatie gaan hand in hand. Klimaatadaptatie zorgt onder meer voor behoud en herstel van natuurlijke habitats, waarmee de biodiversiteit beschermd wordt. Bodem: de bodem vormt de leefomgeving van diverse organismen die een belangrijke rol spelen in het ecosysteem. Dit draagt op zijn beurt weer bij aan de biodiversiteit. Economie: natuurgebieden zoals de Oostvaardersplassen en Natuurpark Lelystad trekken toeristen aan, wat economische inkomsten genereert. Mogelijke uitbreiding van bedrijventerreinen kan ten koste gaan van de ambitie om een hoge natuurwaarde in de gemeente te hebben en biodiversiteit te stimuleren. Wonen: de locatiekeuze voor woonwijken in het kader van de woningbouwopgave kan botsen met het behouden en versterken van de natuur en biodiversiteit. Inbreiding kan een uitkomst bieden maar ook daarbij moet natuurinclusiviteit niet vergeten worden.
Duurzame elektriciteit: de ruimtevraag voor het opwekken van duurzame energie, zoals zonneparken en windmolens, kan botsen met de ambitie om landschappelijke elementen te behouden en te versterken. Landbouw: landbouw bepaalt een groot deel van het landgebruik in de gemeente. Intensieve landbouw kan leiden tot verlies van natuurlijke habitats. Monoculturen verminderen de lokale biodiversiteit doordat ze homogene habitats creëren.
Bouwstenen voor de Omgevingsvisie •
• • •
37
Biedt in de Omgevingsvisie duidelijkere kaders die nodig zijn om een integrale afweging te kunnen maken ten aanzien van de ontwikkeling van natuur en biodiversiteit en de ontwikkelingen die spelen in het ruimtegebruik. Onderstreep het belang van het laten meewegen van de natuur. Haak in de Omgevingsvisie aan bij al bestaand beleid op het gebied van natuur en beleid dat nog in ontwikkeling is zodat er eenduidig beleid gevormd kan worden. Inzetten op een grotere diversiteit aan groen in en rondom de stad ter stimulering van de biodiversiteit. Versterken van het ecologisch landschappelijk raamwerk in het buitengebied vooral in het overgangsgebied tussen zuidelijk en oostelijk Flevoland en rondom de stad.
Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 26 augustus 2025 - Public
4.4
Water 4.4.1
Wateroverlast en waterveiligheid
Ambities •
• • • • • • • • •
Verbetering van de waterkwaliteit door inname van gebiedsvreemd water (water met een kwaliteit die niet van nature voorkomt in een gebied) zoveel mogelijk te vermijden. Er wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de belevingswaarde van het water en het recreatief gebruik hiervan. Bij projecten worden klimaatadaptieve maatregelen genomen die de gevolgen van wateroverlast beperken. Alle maatregelen zijn groen, tenzij… Leren omgaan met onzekerheden. Leren omgaan met extremen, robuuste leefomgeving. Tijdig anticiperen op afvalwater (toename woningen en bedrijvigheid in relatie tot knelpunten rioleringen en waterzuivering). Tijdens hevige regenval blijven hoofdwegen toegankelijk en zijn overige wegen binnen enkele uren weer toegankelijk. Calamiteitenverkeer voor hulpdiensten blijft mogelijk. Intredend water in gebouwen wordt zoveel mogelijk voorkomen. Vitale en kwetsbare functies blijven beschikbaar.
Beleidsdocumenten • • • •
Omgevingsvisie Lelystad 2040. Rioleringsbeheerplan 2020-2025. Gemeentelijk rioleringsprogramma 2022-2031. Lelystadse Adaptatie Strategie 2023.
Fase
Beoordeling
Huidige situatie
Autonome ontwikkeling
Doelbereik Omgevingsvisie
Toelichting
+
In de gemeente Lelystad is er weinig sprake van wateroverlast (door afval, hemel- of grondwater). Overlast wordt zoveel als mogelijk voorkomen en er is geen sprake van structurele grondwateroverlast in het openbaar gebied.
-
Door klimaatverandering kunnen intense regenbuien steeds vaker voorkomen, wat kan leiden tot toenemende wateroverlast. Hoewel de gemeente al maatregelen neemt om hier inzicht in te krijgen, is het van belang de onzekerheid die klimaatverandering met zich meebrengt, in de gaten te houden. Lelystad ligt 4,5 meter onder zeeniveau en het waterbergend vermogen van de ondergrond in de gemeente Lelystad is klein. Bij een grotere kans op hevigere piekbuien kan dit een groot risico zijn op overlast.
+/-
De meeste maatregelen uit de Omgevingsvisie hebben geen effect op wateroverlast en waterveiligheid. Twee maatregelen, zoals natuurvriendelijke oevers en zichtbaar water in wijken, dragen sterk positief bij door waterberging en vermindering van overstromingsrisico’s. Enkele andere maatregelen hebben een beperkt positief effect, bijvoorbeeld via beter waterbeheer en anticiperen op afvalwaterproblemen. De totale milieubeoordeling is neutraal (+/-).
Huidige situatie Wateroverlast kan door verschillende factoren worden veroorzaakt. Klimaatverandering is een van de oorzaken doordat het gepaard gaat met hevige regenbuien die vaker voorkomen, wat tot problemen kan leiden als de ontwaterings- en afwateringssystemen niet toereikend zijn om de grote hoeveelheden water die bij extreme buien vallen op te vangen. In stedelijk gebied kan de bodem het water vaak ook niet goed absorberen waardoor ze extra gevoelig kunnen zijn voor schade door wateroverlast. Ook een stijging van het grondwaterpeil kan wateroverlast veroorzaken. Voor de gemeente zijn de gemeentelijke watertaken vastgelegd in artikel 2.16 van de Omgevingswet. De taken luiden als volgt: 38
Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 26 augustus 2025 - Public
OMGEVINGSEFFECTRAPPORT OMGEVINGSVISIE GEMEENTE LELYSTAD
• • •
Het afvoeren en transporteren naar een zuiveringsinstallatie van huishoudelijk vuilwater; Het inzamelen en verwerken van afvloeiend regenwater, voor zover van de eigenaar niet kan worden verwacht dat hij het zelf naar bodem of oppervlaktewater afvoert; Maatregelen nemen tegen structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand, mits dit doelmatig is.
Het Gemeentelijk Rioleringsprogramma 2022-2031 van de gemeente Lelystad beschrijft de wijze waarop de gemeente omgaat met (grond)wateroverlast. Ook beschrijft het hoe de gemeente invulling geeft aan de wettelijke taken beschreven in het rioleringsprogramma en hoe het beleid is verdeeld over de drie categorieën afvalwater, hemelwater en grondwater. Overlast door afvalwater De gemeente Lelystad zorgt ervoor dat contact met afvalwater wordt voorkomen door dit direct uit de leefomgeving te verwijderen. Doordat er in de gemeente sprake is van een gescheiden rioleringsstelsel is het zaak om foutieve aansluitingen te voorkomen. Door een foutieve aansluiting kan ongezuiverd afvalwater namelijk in het oppervlaktewater geloosd worden. Bij een constatering hiervan zal de gemeente dit op de juiste wijze herstellen (Gemeentelijk rioleringsprogramma Lelystad 2022-2031, 2022). Overlast door hemelwater Door klimaatverandering neemt de kans op hevige neerslag toe. Om overlast tijdens hevige piekbuien te voorkomen, moet het hemelwater zoveel mogelijk ook op een andere manier dan via riolering worden afgevoerd of geborgen. Oppervlakkige afstroming van neerslag vanaf wegen heeft daarbij de voorkeur. De afstroming vindt plaats naar laagteberging, waar het geen schade oplevert.
Vanuit deze voorziening infiltreert overtollig water naar het grondwater, of wordt (vertraagd) afgevoerd naar het oppervlaktewatersysteem. In Figuur 4-17 zijn de effecten van kortdurende, hevige neerslag weergegeven (Klimaateffectatlas, z.d.). Te zien is dat de overlast bij een hevige regenbui van 70 mm in twee uur tijd voornamelijk in het stadscentrum en in het zuidwestelijke deel van Lelystad optreedt. Kijkend naar het stadscentrum zijn vooral de Stationsdreef, Lindelaan en de achtertuinen en straat van de Hanzepark donkerblauw gekleurd. Als we meer inzoomen op het zuidwesten wordt duidelijk dat vooral de (achter)tuinen en groene gebieden meer te maken hebben met wateroverlast. Dit blijkt ook uit de stresstesten die in 2018 en 2022 zijn gedaan (Gemeente Lelystad, 2023).
Figuur 4-17: Waterdiepte bij hevige bui van 70 mm in twee uur (Klimaateffectatlas, z.d.).
In Figuur 4-17 is de kans op overstroming vanuit zee, meer of een rivier weergegeven, waarbij opvalt dat er in principe voor heel Lelystad geldt dat er 1x per 1000 jaar kans is op een overstroming. De gemeente Lelystad moet het rioleringsstelsel laten voldoen aan de eisen van klimaatverandering (Gemeente Lelystad, 2020). Daarom werkt de gemeente nu aan twee opgaven, zijnde voldoende bergingscapaciteit bij hevige 39
Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 26 augustus 2025 - Public
neerslag en ervoor zorgen dat het regenwater in voldoende mate naar het oppervlaktewater en de groenstructuren loopt. De maatregel die door de gemeente wordt genomen is het laten afstromen van neerslag naar laagteberging. Vanuit daar kan het overtollige water infiltreren in het grondwater of wordt het afgevoerd naar het oppervlaktewatersysteem (Gemeente Lelystad, 2022). De gemeente richt zich daarnaast vooral op het aanleggen en onderhouden van een werkend drainagesysteem, waardoor schade aan wegen door verzakking en opvriezen worden voorkomen. Daarbij kan met drainage kwelwater beheerst worden. Kwelwater kan voedingsstoffen en zouten aanvoeren, wat invloed kan hebben op de waterkwaliteit in het gebied. Dit is van belang voor de ecologische balans. De gemeente neemt maatregelen op het gebied van gegevensbeheer zodat er beter gestuurd kan worden op onderhoud, reparatie en vervanging (Gemeente Lelystad, 2021). In de gemeente Lelystad is geen sprake van structurele grondwateroverlast in openbaar gebied. Wel wordt soms, door het ontbreken of haperen van de drainages op particulier terrein, overlast ervaren (Gemeente Lelystad, z.d.).
Figuur 4-18: Kans op een overstroming vanuit zee, meer of rivier (Atlas Leefomgeving, Rijkswaterstaat, 2022).
Overlast door grondwater Een hoge grondwaterstand is zoals eerder genoemd ook een van de oorzaken van overlast. In Figuur 4-19 is het verschil weergegeven tussen het huidige gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) en het maaiveld. De kaart drukt uit hoeveel water (in mm) nog in de grond geborgen kan worden ten opzichte van een huidige natte situatie. In gebieden met een beperkt waterbergend vermogen is het risico op wateroverlast door grondwater groter. De figuur laat zien dat het waterbergend vermogen in de gemeente Lelystad laag is. Met name bij het gebied van de Oostvaardersplassen en langs de kunst, waaronder dat ten noorden van het stedelijk gebied, is het waterbergend vermogen zeer klein (0 – 50 mm berging) en is er daardoor een groter risico op overlast door grondwater. In deze gebieden, met een zeer klein waterbergend vermogen een lager vermogen van de ondergrond om piekbuien op te vangen.
40
Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 26 augustus 2025 - Public
OMGEVINGSEFFECTRAPPORT OMGEVINGSVISIE GEMEENTE LELYSTAD
Figuur 4-19: Waterbergend vermogen van de ondergrond (Deltares, 2017).
Autonome ontwikkeling Door klimaatverandering komen korte, hevige buien steeds vaker voor, terwijl door verstedelijking, de woonopgave en andere ontwikkelingen die extra verharding aan de stad toevoegen het risico op wateroverlast bij hevige neerslag vergroten. Bij deze hevige buien is wateroverlast op sommige plekken niet te voorkomen. In 2018 en 2022 heeft de gemeente Lelystad stresstesten gedaan om de knelpunten op het gebied van onder andere wateroverlast in kaart te brengen. Door de ruime aanwezigheid van groenblauwe structuren staat de gemeente Lelystad in de top 10 van groenste steden van Nederland (Omroep Flevoland, 2023). Lelystad heeft hiermee goede mogelijkheden om neerslagpieken tijdelijk op te vangen. De nieuw te bouwen woningen worden met behulp van stresstesten en kennis van de fysieke ondergrond beter voorbereid op wateroverlast, terwijl ook verder wordt gewerkt om overlast te voorkomen. In het bestaande gebied wordt bij herstructurering en wijkvernieuwingen al gekeken naar hoe de doelstellingen kunnen worden toegepast. Op de plekken waarvan uit de stresstest blijkt dat er een groot urgent probleem is met een significant risico op schade, wordt gekeken of het kosteneffectief is om al maatregelen te nemen voordat het groot onderhoud plaatsvindt (Lelystadse Adaptatie Strategie, 2023).
Overheden zijn per 23 maart 2020 verplicht om te voldoen aan het gegevenswoordenboek stedelijk water (GWSW). Dit wordt gebruikt om een gemeenschappelijke taal te gebruiken en het optimaliseren van het doelmatig managen van het (afval)watersysteem. Op dit moment voldoet het beheersysteem van de gemeente Lelystad nog niet aan het GWSW, maar de verwachting is dat dit in medio 2025 wordt afgerond (Gemeente Lelystad, 2022). Een rioolstelsel heeft een gemiddelde levensduur van 80 jaar. Het oudste deel van de riolering in Lelystad is ongeveer 60 jaar oud, waardoor de eerste grootschalige vernieuwing pas vanaf 2044 plaats zal vinden. Dit is iets waar de gemeente Lelystad zich de komende jaren door middel van een spaardoel al op voor wil bereiden (Gemeente Lelystad, 2022).
41
Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 26 augustus 2025 - Public
Er wordt vanaf 2026 onderzoek gedaan naar de stof H2S (waterstofsulfide) die schade aanbrengt aan het riool. Met behulp van mitigerende maatregelen zou ook de staat van het riool kunnen verbeteren. Raakvlakken De volgende omgevingsaspecten hebben raakvlakken met het beleidsveld wateroverlast en waterveiligheid: • •
• •
Stedelijk groen: de groenblauwe structuren binnen bebouwd gebied spelen een belangrijke rol bij de waterhuishouding van de gemeente Lelystad. Wonen: de bebouwde kom is gevoelig voor wateroverlast. Vanwege verdere verstedelijking en dus verharding ontstaat er een groter risico op wateroverlast. Bij de herstructurering van bestaande wijken en ontwikkeling van nieuwe woonwijken zullen waterberging en de aanwezigheid groenblauwe structuren belangrijke aandachtspunten zijn. Het doel hierbij moet zijn om overlast en schade aan woningen zoveel mogelijk te voorkomen. Droogte: maatregelen als vergroening tegen wateroverlast helpen ook bij het tegengaan van droogte Hittestress: maatregelen als vergroening tegen wateroverlast helpen ook bij het tegengaan van hittestress.
Bouwstenen voor de Omgevingsvisie • • • • •
42
Een meer gerichte aanpak op de locaties waar de risico’s op wateroverlast groter zijn dan in de rest van de gemeente. Ontwikkelingen moeten rekening houden met wateropgaven. Meer inzicht krijgen in op welke andere locaties wateroverlast kan ontstaan en daarop handelen. Bij nieuwe woningbouw rekening houden met het voorkomen van wateroverlast, anticiperen op klimaatverwachtingen over 50 tot 100 jaar. Doelen en ambities uit de verschillende beleidsdocumenten zoals het GRP en de Lelystadse Adaptatie Strategie uitwerken.
Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 26 augustus 2025 - Public
OMGEVINGSEFFECTRAPPORT OMGEVINGSVISIE GEMEENTE LELYSTAD
4.4.2
Grond- en oppervlaktewater
Ambities • •
Groenblauwe netwerken gebruiken die in en rondom de stad als berging en voorraad van zoet water dienen (Lelystadse Adaptatie Strategie 2023). Het aanleggen van een grondwatermeetnet in het freatisch vlak om de gemeentelijke watertaak grondwater in te vullen. Informatie die daarbij vrijkomt is ook van belang voor bijvoorbeeld de kaarten voor relinen en drainage (Gemeentelijk rioleringsprogramma Lelystad 2022-2031).
Beleidsdocumenten • • •
Omgevingsvisie Lelystad 2040. Lelystadse Adaptatie Strategie 2023. Gemeentelijk rioleringsprogramma 2022-2031.
Fase
Beoordeling
Toelichting
Huidige situatie
-
De waterkwaliteit in Lelystad wordt beïnvloed door schadelijke stoffen. Metingen tonen variërende toxiciteit in het oppervlaktewater. Vier waterlichamen in Lelystad moeten tegen 2027 voldoen aan chemische en ecologische normen, maar momenteel voldoen ze niet aan de chemische eisen en hebben ze een matige ecologische status. Daarnaast is in de Meerkoetentocht een PFAS-concentratie gemeten die 538 keer de norm overschrijdt. Door toenemende droogte dalen grondwaterstanden, vooral in stedelijk gebied, wat het risico op droogte en verdroging van oppervlaktewater vergroot.
Autonome ontwikkeling
--
Klimaatverandering leidt tot intensere neerslag en periodes van (extreme) droogte. Droge perioden nemen in intensiteit en frequentie toe, waardoor grondwaterstanden verder wegzakken en grondwaterverontreinigingen in ernst toenemen.
+/-
De gemeente zet sterk in op het zichtbaar maken van water in wijken en het aanleggen van natuurvriendelijke oevers, wat een sterk positief effect heeft op grond- en oppervlaktewater door betere waterhuishouding en natuurlijke processen. Andere maatregelen, zoals anticiperen op afvalwaterproblemen en goed waterbeheer, hebben een beperkt positief effect. De totale beoordeling is neutraal (+/-).
Doelbereik Omgevingsvisie
43
Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 26 augustus 2025 - Public
Huidige situatie Waterkwaliteit (grond- en oppervlaktewater) De waterkwaliteit betreft hier de kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater in de gemeente, oftewel de hoeveelheid schadelijke stoffen in het water. De gemeente heeft op grond van artikelen 2.16 en 2.3 van de Omgevingswet de zorgplicht met betrekking tot grondwater in de kernen, de zogenoemde grondwatertaak. De gemeente is, in relatie tot de bescherming van de kwaliteit van de bodem, inclusief het grondwater, bevoegd gezag voor lozingen op of in de bodem en rioollozingen. In de gemeente Lelystad zijn meerdere metingen gedaan om de toxiciteit van het oppervlaktewater in beeld te brengen. Dit is in Figuur 4-20 weergegeven. Te zien is dat op verschillende meetpunten in de gemeente sprake is van geringe, matige of hoge toxiciteit. Een zeer hoge toxiciteit is bij de metingen in Lelystad
niet geconstateerd. Figuur 4-20: Toxiciteit in oppervlaktewater (Atlas leefomgeving, 2018).
KRW-waterlichamen De huidige situatie wordt beoordeeld aan de hand van de Kaderrichtlijn Water (KRW). Dit is een Europese richtlijn die wordt gebruikt om de kwaliteit van het oppervlaktewater te beoordelen. Het doel van de KRW is het realiseren en behouden van chemisch schoon en ecologisch gezond oppervlakte- en grondwater (Informatiepunt Leefomgeving, z.d.). EU-lidstaten dienen deze ‘goede toestand’ uiterlijk in 2027 te realiseren. In Figuur 4-21 zijn de KRWwaterlichamen opgenomen (Waterschap Zuiderzeeland, 2019).
44
Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 26 augustus 2025 - Public
OMGEVINGSEFFECTRAPPORT OMGEVINGSVISIE GEMEENTE LELYSTAD
Figuur 4-21: KRW-waterlichamen 2019 (Waterschap Zuiderzeeland, 2019).
In de gemeente Lelystad bevinden zich vier oppervlaktewateren die moeten voldoen aan de eisen uit de KRW, het gaat om Bovenwater, Oostvaardersplassen, Tochten GFIK, J en H en Vaarten lage afdeling ZOF. De gemonitorde waarden van deze vier KRW-lichamen zijn in Tabel 4-1 opgenomen. Het bevoegd gezag voor de genoemde oppervlaktewateren ligt bij het waterschap. De gemeente dient te voorkomen dat er vervuild water in oppervlaktewateren terecht komt. De gemeente Lelystad heeft een goed functionerend afvalwaterstelsel, dat gescheiden is van het hemelwaterstelsel. Daardoor heeft regen in principe geen invloed op de afvoer van het vuilwater en kan er bij hevige regenval geen vuilwater op straat komen. Tabel 4-1: KRW-lichamen met gemonitorde waardes (Waterschap Zuiderzeeland, 2023).
Waterlichaam
Chemie totaal
Ecologie totaal
Fosfor
Stikstof
Bovenwater
Voldoet niet
Matig
Goed
Goed
Oostvaardersplassen
Voldoet niet
Matig
Goed
Goed
Tochten GFIK, J en H
Voldoet niet
Matig
Goed
Matig
Vaarten lage afdeling ZOF
Voldoet niet
Matig
Goed
Goed
45
Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 26 augustus 2025 - Public
PFAS PFAS is een verzamelnaam van 6.000 verschillende stoffen die zeer persistent en schadelijk voor mens en milieu zijn. In Nederland worden alle PFAS bestempeld als Zeer Zorgwekkende Stof (ZZS) (Rijksoverheid, 2024). Eén van de 6.000 stoffen is PFAS. In de Meerkoetentocht, gelegen nabij Lelystad Airport, is een PFAS-concentratie van 350 ng/L gemeten (Waterschap Zuiderzeeland, 2024). Met een norm van 0,65 ng/L betekent dit dat sprake is van een overschrijding van 538 keer de PFAS-norm. De verontreiniging heeft zeer waarschijnlijk te maken met brandweeroefeningen op het voormalig oefenterrein, waarbij het PFAS-houdend afvalwater in de bodem en het omringende oppervlaktewater terecht is gekomen.
Figuur 4-22: PFAS-waardes van oppervlaktewater (Waterschap Zuiderzeeland, 2024).
Grondwaterstanden Door toenemende droogte wordt de gemiddelde grondwaterstand in Nederland lager. Door gebrek aan grondwater door droogte, in combinatie met te veel water dat wordt afgevoerd, is de natuur afhankelijk van opgeslagen grondwater in de nattere periodes. In Figuur 4-23is weergegeven wat de laagste grondwaterstanden zijn in een extreem droge zomer. Daarbij is te zien dat in de wijken Stadshart, Waterwijk, Boswijk, Atolwijk en Zuiderzeewijk de waterstand meer daalt dan in de rest van de gemeente. Deze wijken zullen hierdoor op termijn meer te maken krijgen met (extra) droogte en is er een groter risico op het verdrogen van het aanwezige oppervlaktewater.
Figuur 4-23: Laagste grondwaterstand in een extreem droge zomer (Deltares, Nationaal Water Model, Klimaateffectatlas, 2019).
46
Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 26 augustus 2025 - Public
OMGEVINGSEFFECTRAPPORT OMGEVINGSVISIE GEMEENTE LELYSTAD
Autonome ontwikkeling Klimaatverandering zal een hogere intensiteit van neerslag met zich mee blijven brengen, afgewisseld met extreme droogte. Om dit het hoofd te bieden, zal de gemeente Lelystad kijken naar groene ontwikkeling en adaptieve stedenbouw. Hiervoor wordt er onder andere gekeken naar hoe de afvoer van regenwater zoveel mogelijk vertraagd kan worden. Hemelwater wordt vastgehouden waar het valt en wordt nuttig gebruikt. Hierbij wordt de volgende voorkeursvolgorde gebruikt (Gemeente Lelystad, 2023): 1. 2. 3. 4.
Vasthouden en nuttig gebruiken; Oppervlakkige afvoer naar aanliggende groenvakken; Afvoer van riool naar infiltratie in groenvakken of naar open water; Buffering en verwerken in het oppervlaktewater (bij piekbuien).
Kijkend naar de grondwaterstand in een extreem droge zomer wordt er, in ‘scenario 2050 hoog’, vooral in het stedelijk gebied een stijging van de grondwaterstand verwacht (zie Figuur 4-24). In het buitenstedelijke gebied zal echter wel een (sterke) daling van de grondwaterstand optreden (Deltares, Nationaal Water Model, Klimaateffectatlas, 2019).
Figuur 4-24: Daling grondwaterstand in een extreem droge zomer, scenario 2050 hoog (Deltares, Nationaal Water Model, Klimaateffectatlas, 2019).
Raakvlakken De volgende omgevingsaspecten hebben een raakvlak met het beleidsveld grond- en oppervlaktewater: • • •
47
Wateroverlast en waterveiligheid: de aanwezigheid van oppervlaktewater speelt een grote rol in het voorkomen van wateroverlast en de waterhuishouding. Droogte: door extreme droogte kan de grondwaterstand lager worden wat invloed heeft op de grondwaterafhankelijke natuur. Landbouw: de afvoer en het wegspoelen van voedingsstoffen vanaf intensief bewerkte landbouwgronden leidt tot een toename van nutriënten in grond- en oppervlaktewater.
Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 26 augustus 2025 - Public
Bouwstenen voor de Omgevingsvisie • •
• •
48
De gemeente Lelystad moet (blijven) investeren in ruimte voor groenblauwe structuren en waterbergende capaciteit van stedelijke gebieden, met name in de kwetsbare wijken. Gelet op het feit dat de KRW-lichamen in de gemeente niet voldoen aan de KRW-normen (‘chemie totaal’), dient er extra aandacht te worden besteed aan de toxiciteit in de oppervlaktewaterlichamen. Streven naar chemisch schoon en ecologisch gezond water, in lijn met de KRW-doelstellingen, zorgt ervoor dat de waterlichamen tegen 2027 aan de normen kunnen voldoen. De significant hoge PFAS-concentratie nabij Lelystad Airport duidt op een milieuprobleem dat vraagt om gerichte maatregelen om verdere vervuiling te voorkomen. Door klimaatverandering neemt droogte toe, wat resulteert in een lagere gemiddelde grondwaterstand en verhoogde risico’s op verdroging. Dit is met name problematisch in bepaalde wijken zoals Stadshart, Waterwijk, Boswijk, Atolwijk en Zuiderzeewijk.
Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 26 augustus 2025 - Public
OMGEVINGSEFFECTRAPPORT OMGEVINGSVISIE GEMEENTE LELYSTAD
4.4.3
Droogte
Ambities • • •
Bij projecten worden klimaatadaptieve maatregelen genomen die de gevolgen van droogte beperken; Droogte moet zo min mogelijk overlast geven voor de land- en tuinbouw; Inzetten op maatregelen om meer water lokaal te bergen om voldoende te hebben in tijden van droogte.
Beleidsdocumenten • •
Omgevingsvisie Lelystad 2040; Lelystadse Adaptatie Strategie (LAS) 2023.
Fase
Beoordeling
Huidige situatie
Autonome ontwikkeling
Doelbereik Omgevingsvisie
Toelichting
0
Droogte is met name een risico voor het verstedelijkte gebied.
-
Door klimaatverandering wordt het risico op droogte groter. Zonder beleid en concrete maatregelen zal dit leiden tot meer extreme gevolgen van droogte. Binnen Lelystad speelt bodemdaling een rol en de vraag is hoe water beter vastgehouden kan worden in peridioden van droogte.
+/-
De meeste maatregelen uit de Omgevingsvisie hebben geen effect op droogte. Enkele dragen beperkt positief bij, bijvoorbeeld door klimaatadaptief ontwerpen, water zichtbaar maken in wijken en goed waterbeheer, maar deze maatregelen bieden geen directe oplossingen voor droogte. De totale beoordeling is daardoor neutraal (+/-).
Huidige situatie Door klimaatverandering nemen droge periodes toe. Doordat Flevoland is gebouwd op de bodem van de voormalig Zuiderzee kent Flevoland een natuurlijke toestroom van water, uit de bodem en uit kwel. Flevoland heeft daardoor niet direct last van droogte. Het waterschap monitort het waterpeil en bij droogte wordt water vanuit het IJsselmeer de polders in gepompt.3 In Lelystad is het gemiddelde potentiële maximale neerslagtekort relatief laag met 150-165 mm (KNMI, z.d.). Droogte doet zich voor wanneer er gedurende een langere periode minder neerslag valt in combinatie met grote verdamping als gevolg van hitte (KNMI, z.d.), zie hiertoe Figuur 4-25. In het figuur is weergegeven hoe droogtegevoelig gebieden in de gemeente Lelystad zijn. Zoals zichtbaar is op de kaart, zijn grote delen van de gemeente weinig (droogte)gevoelig. Dit houdt in dat ze in potentie minder kwetsbaar zijn bij langdurige droogte.
3 Droogte | Waterschap Zuiderzeeland.
49
Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 26 augustus 2025 - Public
Figuur 4-25: Droogtegevoelige gebieden in de gemeente Lelystad.
Droogte kan grote gevolgen hebben, omdat bijvoorbeeld schade ontstaat aan natuur, woningen en dijken. Een neerslagtekort is een maat voor droogte en treedt op als de verdamping gedurende tijd hoger is dan de neerslag. Dit is meestal het geval in de loop van de zomer, maar de laatste jaren is het voorjaar vooral droog en warm geweest. Droogte leidt tot een dalende grondwaterstand wat effecten kan hebben op landbouw, natuur en waterkwaliteit. 4 Voor Lelystad heeft dit vooral betrekking op gemeentelijk groen in nieuwbouwwijken waar groen nog niet voldoende diep heeft kunnen wortelen.5 De landbouw ervaart reeds effecten van droogte, de bodem daalt en de vraag rond het beter vasthouden van water speelt specifiek in deze sector een rol. Lelystad maakt gebruik van een klimaat adaptatie monitor waarin inzicht wordt gegeven in de klimaatadaptatie opgaven en ambities met specifieke indicatoren op wateroverlast, hitte droogte en vergroening. Aan de hand van deze tool worden de doelstellingen uit de LAS getoetst en geanalyseerd of voortgang wordt geboekt in de komende jaren. Autonome ontwikkeling Door klimaatverandering neemt de kans op overlast in de vorm van hittestress, wateroverlast en droogte al decennialang toe. In het gemeentelijk groen bestaat een (groter) risico op droogte, voornamelijk in de nieuwbouwwijken en heringerichte gebieden.
In die gebieden is er namelijk recent aangeplant groen, wat nog niet voldoende heeft kunnen wortelen (Gemeente Lelystad, 2023). Daarnaast ontstaat schade aan oudere bomen en beplanting door droogte. Voor de kleibodem en het gescheiden riool ligt een mindere stimulans op afkoppelen en infiltreren van water in de bodem. In tijden van droogte is dat juist belangrijk. Afkoppelen in nieuwe wijken (zoals voorbeeld Groot Noten) en op plekken waar het makkelijk kan afvloeien, is daarom zeker wenselijk. Landbouw draagt niet alleen bij aan klimaatverandering, maar krijgt naar verwachting ook een significant aandeel van de verwachtte schade als gevolg van klimaatverandering te verduren. Boeren ondervinden al schade door droogte en watertekorten voor de productie. De bodem daalt en de vraag is hoe we het water beter vasthouden voor perioden van droogte (Gemeente Lelystad, 2023).
4 Home | Waterschap Zuiderzeeland. 5 LAS 2023 Gemeente Lelystad.
50
Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 26 augustus 2025 - Public
OMGEVINGSEFFECTRAPPORT OMGEVINGSVISIE GEMEENTE LELYSTAD
Door klimaatverandering en de op mondiaal niveau toenemende temperaturen zal droogte een meer en meer voorkomend verschijnsel zijn. In de huidige situatie heeft de gemeente Lelystad geen problemen met een tekort aan oppervlaktewater in een extreem droog jaar. In het scenario ‘2050 hoog’ ontstaat echter de situatie waarbij de gemeente Lelystad te weinig oppervlaktewater heeft in een extreem droog jaar (Nationaal Water Model, Klimaateffectatlas, 2019). Dit is in Figuur 4-26 en Figuur 4-27 weergegeven.
Figuur 4-26: Laagste grondwaterstand – extreem droge zomer (scenario 2050 laag) (Deltares, Nationaal Water Model, Klimaateffectatlas, 2019).
51
Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 26 augustus 2025 - Public
Figuur 4-27: Laagste grondwaterstand – extreem droge zomer (scenario 2050 hoog) (Deltares, Nationaal Water model, Klimaateffectatlas, 2019).
Raakvlakken De volgende omgevingsaspecten hebben raakvlakken met het beleidsveld droogte: • • • • •
• • • •
Bodem en ondergrond: droogte kan een nadelig effect hebben op de agrarische gronden en nadelig zijn voor bodemdaling en de grondwaterstand. Stedelijk groen: door meer stedelijk groen en minder verhard oppervlak aan te brengen, kan het risico op droogte worden verminderd. Natuur en biodiversiteit: droogtestress kan een negatief effect hebben op de natuurgebieden en aanwezige biodiversiteit. Stedelijk groen: een lagere grondwaterstand zorgt voor minder verdamping, wat leidt tot minder verkoeling door bomen in de stad. Wonen: bij de bouw van nieuwe woningen, zowel inbreiding als uitbreiding, moet worden gekeken naar hoe droogte zo goed mogelijk kan worden voorkomen door middel van de aanleg van groenblauwe structuren en het verminderen van verhard oppervlak. Wateroverlast en waterveiligheid: door droogte verhard de grond en ontstaat een groter risico op wateroverlast bij hevige neerslag, hierdoor is het belangrijk dat de gemeente kijkt naar de waterhuishouding; Grond- en oppervlaktewater: droogte heeft een effect op grondwaterafhankelijke natuur, daarnaast kan voldoende oppervlakte helpen om droogte te verminderen. Hittestress: langdurige hitte gaat vaak gepaard met droogte. Cultuurhistorie en archeologie: droogte kan door een lagere grondwaterstand archeologische waarden, zoals (onontdekte) scheepswrakken, bedreigen.
Bouwstenen voor de Omgevingsvisie •
52
De gemeente zal actief moeten zijn in het verminderen van het risico op droogte en de gevolgen daarvan.
Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 26 augustus 2025 - Public
OMGEVINGSEFFECTRAPPORT OMGEVINGSVISIE GEMEENTE LELYSTAD
4.4.4 Hittestress Ambities • •
Bij projecten worden klimaatadaptieve maatregelen genomen die de gevolgen van hittestress beperken. Op stadsdelen wordt uitgegaan van het 3-30-300-principe: vanaf welke plek in de stad dan ook is het maximaal 300 meter lopen naar een koele verblijfsplek met groen en schaduw, is er minimaal 30% schaduw op straat door bomen, gebouwen of andere structuren en vanuit iedere woning zie je minimaal 3 groenstructuren/bomen.
Beleidsdocumenten • •
Omgevingsvisie Lelystad 2040. Lelystadse Adaptatie Strategie 2023.
Fase
Beoordeling
Huidige situatie
Autonome ontwikkeling
Doelbereik Omgevingsvisie
Toelichting
--
De gemeente Lelystad kent een hoge mate van verstening, waardoor de gevoelstemperatuur op een warme dag op kan lopen tot 46-48 graden. Gevoelstemperaturen van hoger dan 42 graden kunnen levensbedreigende situaties veroorzaken. In Lelystad is de gevoelstemperatuur op een warme dag iets lager dan in de grote steden, maar is te hoog en gevaarlijk voor de gezondheid. Naast verstening in het verstedelijkte gebied is ook de beperkte aanwezigheid van openbaar groen een oorzaak van de hoge gevoelstemperatuur.
--
De gemeente Lelystad heeft de ambitie om tot 2050 40.000 extra woningen te bouwen met tussen 2021 en 2030 een bouwtempo van 1.300 woningen per jaar. Deze (verdere) verstedelijking levert, in combinatie met de relatief beperkte aanwezigheid van openbaar groen, een verhoging op van de gevoelstemperatuur op warme dagen.
-
De meeste maatregelen uit de Omgevingsvisie verminderen hittestress niet. Enkele maatregelen, zoals vergroening en ruimte geven aan klimaatadaptatie, hebben een beperkt positief effect, vooral op de langere termijn. Omdat het directe effect op hittestress gering is, is de algehele beoordeling beperkt negatief (-).
Huidige situatie Hittestress is nauw verbonden met het fysieke domein en wordt verergerd door ontwikkelingen zoals verstedelijking. In stedelijke gebieden absorberen gebouwen en verharde oppervlakken zoals asfalt, stenen en beton warmte, waardoor steden 'hitte-eilanden' kunnen worden waar de temperaturen aanzienlijk hoger liggen dan in landelijke gebieden. Dit fenomeen wordt versterkt door factoren zoals beperkte groenvoorzieningen, gebrek aan schaduw en onvoldoende ventilatie. De verstedelijking verandert de natuurlijke omgeving, wat leidt tot minder verdamping en afkoeling, waardoor hittestress in stedelijke gebieden toeneemt. De stijgende temperaturen als gevolg van verstedelijking kunnen de gezondheid en het welzijn van inwoners negatief beïnvloeden en leiden tot een hoger energie- en waterverbruik om af te koelen. In Figuur 4-28 is te zien dat de gemeente Lelystad te maken heeft met het stedelijk hitte eilandeffect (Atlas Natuurlijk Kapitaal, Klimaateffectatlas, 2017). Het effect hiervan bedraagt 1 graad Celsius, wat relatief beperkt is in vergelijking met sterker verstedelijkte gebieden in de Randstad waar het effect op kan lopen tot 3 graden Celsius. De reden hiervan is dat de gebouwde omgeving van de gemeente Lelystad in hoge mate versteend is en daardoor warmte voor langere periode vasthoudt.
Het verschil met het buitenstedelijke gebied is duidelijk te zien, dat koelt namelijk snel af doordat er daar vooral groen aanwezig is. Als gevolg van het stedelijk hitte eilandeffect is ook de gevoelstemperatuur hoger. Op veel plekken in de gemeente is er sprake van een extreme gevoelstemperatuur, dat wil zeggen, een gevoelstemperatuur van 41 graden of hoger op een warme dag (de referentiedag 1 juli 2015, 33 graden). In de gemeente Lelystad zijn er in grote delen van de gemeente gevoelstemperaturen van 46-48 graden, zie Figuur 4-29
53
Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 26 augustus 2025 - Public
(Nelen & Schuurmans, Klimaateffectatlas, 2024). Gevoelstemperaturen boven de 42 graden kunnen levensbedreigende situaties veroorzaken, dit is iets wat in grote delen van de grote steden in Nederland al gebeurt.
Figuur 4-28: Stedelijk hitte-eilandeffect (Atlas Natuurlijk Kapitaal, Klimaateffectatlas, 2017).
Figuur 4-29: Gevoelstemperatuur (Nelen & Schuurmans, Klimaateffectatlas, 2024).
Door klimaatverandering neemt de kans op overlast in de vorm van hittestress, wateroverlast en droogte in onze gemeente toe. In 2018 en 2022 heeft de gemeente Lelystad stresstesten uitgevoerd om te kijken waar de knelpunten ontstaan. Vooral bedrijventerreinen kwamen hierin naar voren als een grote risicofactor voor hittestress, onder andere veroorzaakt door de hoge concentratie van donkere daken (Gemeente Lelystad, 2023). Lelystad kent een vergroeningsopgave in wijken waar hittestress en wateroverlast een probleem kunnen zijn. Het brede groen langs de dreven kan een rol gaan spelen voor klimaatadaptatie (waterberging, hittestress), biodiversiteit en energietransitie. Bewoners worden gestimuleerd hun hemelwaterafvoer te ontkoppelen en hun tuin te ontharden, bijvoorbeeld tijdens jaarlijkse bewonersacties zoals het ‘NK-tegelwippen’. 54
Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 26 augustus 2025 - Public
OMGEVINGSEFFECTRAPPORT OMGEVINGSVISIE GEMEENTE LELYSTAD
Autonome ontwikkeling Door mondiaal toenemende temperaturen zal het risico op hitte ook in de toekomst een belangrijk onderwerp zijn binnen de gemeente. Kijkend naar de grote woningbouwambitie van de gemeente Lelystad vindt verdere verstening plaats van de openbare ruimte, wat het risico op onder andere hittestress doet vergroten. Daarnaast heeft de gemeente Lelystad relatief weinig openbaar groen, wat ook een versterkt effect oplevert. Bij ontwikkelingen zal de gemeente rekening moeten houden met de impact van verstening op de temperatuur. Raakvlakken De volgende omgevingsaspecten hebben raakvlakken met het beleidsveld hittestress: • • • • • • • •
•
Landbouw: hittestress zal een gevolg hebben op onder andere de kwaliteit en productiviteit van de landbouw. Stedelijk groen: door meer stedelijk groen toe te passen kan het risico op hittestress worden verminderd. Natuur en biodiversiteit: verschillende planten- en dierensoorten zullen geraakt worden door de gevolgen van hittestress. Wateroverlast en waterveiligheid: door hittestress verdroogt de bodem meer, waardoor er meer kans bestaat op wateroverlast. Grond- en oppervlaktewater: door hittestress verdampt meer water, wat een daling van de grondwater- en oppervlaktewaterstanden tot gevolg kan hebben. Droogte: door hittestress neemt het risico op droogte toe. Gezondheid: hittestress heeft een grote invloed op de gezondheid van inwoners, zeker voor risicogroepen zoals en ouderen en zieken. Wonen: de wijze waarop woningen worden gebouwd (qua materialen en ontwerp) spelen een rol bij het thema hittestress, omdat bijvoorbeeld betonnen gebouwen meer warmte vasthouden, terwijl groene daken en gevels helpen om de temperatuur te verlagen. In dichtbebouwde woonwijken kan de temperatuur ook hoger zijn. Cultuurhistorie en archeologie: hittestress kan door een lagere grondwaterstand archeologische waarden, zoals (onontdekte) scheepswrakken, bedreigen.
Bouwstenen voor de Omgevingsvisie • •
•
Hanteren van het 3-30-300 principe om hittestress en de gevolgen ervan zo veel mogelijk tegen te gaan. Besteed voldoende aandacht aan het tegengaan van hittestress bij de ontwikkeling van nieuwe woonwijken en werkgebieden en zet in op een voldoende groenblauwe structuur in de gebieden om het risico op hittestress te verminderen. Er moet meer aandacht besteed worden aan de groenblauwe structuren om het risico op hittestress te verminderen, onder andere in het groen in de dreven.
4.5
Economie 4.5.1
Economische bedrijvigheid
Ambities • •
• •
55
Lelystad heeft in 2050 een robuuste economische structuur met meer bedrijvigheid en meer werkgelegenheid. Lelystad heeft zich gespecialiseerd in logistiek, circulair, secundaire agro-food, toerisme en recreatie. Inzet op de goederengerichte sectoren (maakindustrie en logistiek). Het betreft activiteiten in de groothandel, logistiek, distributie en maak. Hierbij wordt ook ingezet op sectoren die een relatie hebben met de verschillende transities, zoals CO2-reductie, elektrificatie en biobased/circulariteit. In 2040 is het onderwijs kwalitatief hoogstaand, aantrekkelijk en onderscheidend. De bevolking is goed opgeleid, aansluitend bij het economische profiel van de stad (Koersdocument 2040). Het Stadshart ontwikkelt zich tot het geliefde en kloppende hart van de stad. Een plek waar Lelystedelingen graag samen komen en zich thuis voelen. Het Stadshart wordt groener en dynamischer, met een grote(re) diversiteit aan mensen, activiteiten, sferen, woon- en verblijfmilieus. Dit maakt het centrumgebied onderscheidend van andere plekken in de stad.
Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 26 augustus 2025 - Public
Beleidsdocumenten • • • • •
Lelystad Next Level (Gemeente Lelystad, 2019); Koersdocument 2040 (Gemeente Lelystad, 2020); Economisch Perspectief Lelystad 2030 (Gemeente Lelystad, december 2022); Uitvoeringsprogramma Economisch Perspectief (EPL) 2024 – 2025 (Gemeente Lelystad 2024); Actieplan Stadshart.
Fase
Beoordeling
Toelichting
Huidige situatie
0
De gemeente Lelystad heeft een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor bedrijven, onder andere door strategische ligging en de beschikbaarheid van infrastructuur en ruimte. Het Stadshart Lelystad kent leegstand en uitdagingen rond het aantrekken van publiek.
Autonome ontwikkeling
+
Er zijn veel ontwikkelingen op het gebied van bedrijvigheid en werkgelegenheid. Bij een eventuele opening van Lelystad Airport zal dit ook veel (nieuwe) bedrijvigheid met zich meebrengen en zal bedrijventerrein Lelystad Airport Business Park worden gerealiseerd.
+
De maatregelen uit de Omgevingsvisie stimuleren innovatie en aantrekkelijke werklocaties, een sterk positief milieueffect heeft door het bevorderen van technologische ontwikkeling en economische groei. Maatregelen rond circulaire bedrijventerreinen, onderwijs en sociale inclusie dragen beperkt positief bij. De totale beoordeling is beperkt positief (+).
Doelbereik Omgevingsvisie
Huidige situatie Lelystad heeft een aantrekkelijk vestigingsklimaat door strategische ligging en beschikbaarheid van infrastructuur en ruimte. De gemeente heeft een multimodale bereikbaarheid met een seaport, airport en roadport. De economische positie van Lelystad is in de afgelopen 10 tot 15 jaar versterkt. Lelystad is nu een belangrijke schakel geworden in het metropolitane netwerk van de Amsterdamse regio met een specialisatie op goederengerichte activiteiten (Economisch Perspectief Lelystad 2030, 2022). Dit komt door langjarige investeringen in de infrastructuur en de beschikbaarheid van grote kavels op de bedrijventerreinen. Dit heeft geresulteerd in nieuwvestigingen van meerdere groothandelsbedrijven op de bedrijventerreinen Lelystad Airport Business Park (LAB) en Flevokust Haven. De doorontwikkeling van bedrijventerrein Flevokust Haven verloopt voorspoedig (Lelystad Next Level, 2019). Het gehele bedrijventerrein is op moment van schrijven al volledig uitgegeven. Het bedrijventerrein Flevokust Haven is gereed in 2030. De gemeente ligt in een groter gebied dat zich kenmerkt door bovengemiddelde economische groei, namelijk de metropoolregio Amsterdam en de regio Zwolle. Lelystad vormt binnen deze groeiende regio’s de schakel tussen het westen en het noordoosten. De werklocaties van Lelystad Airport Business Park en Flevokust Haven liggen dan ook gunstig.
In het Economisch Perspectief Lelystad 2030 (EPL), en vooral de periode waarin dit EPL werd opgetekend, stond “Logistieke Hotspot Lelystad” centraal. We kunnen stellen dat de basis hiervoor nu gelegd is. 6 De verwachting is dat op het gebied van werkgelegenheid bij volledige opschaling van alle bedrijven die zich recent hebben gevestigd of daar nu mee bezig zijn, de komende jaren daar nog een verdere groei met zo’n voltijds 6.000 - 7.000 arbeidsplaatsen bijkomt. Daarmee zijn ook de bedrijventerreinen Flevokust Haven, LAB-I en Zuiderpark nagenoeg uitgegeven. Al enige tijd wordt nagedacht over de doorontwikkeling van de stedelijke economie van Lelystad. Het EPL 2030 wijst op de kansen voor de op goederengerichte sectoren en de maakindustrie. Daarnaast worden de kansen genoemd op bedrijvigheid rond de onderscheidenlijke klimaattransities: energietransitie, grondstoffentransitie, circulariteit. Via een informatienota aan de raad nr. 24.241, gedateerd d.d. 2 juli 2024 (Bijlage 3) heeft de gemeente deze verschuiving reeds aangestipt. De beoogde doorontwikkeling van de stedelijke economie vormt tevens een onderdeel van het traject “Lelystad Next Level”.
6 Lelystad stond in 2023 samen met Almere en Zeewolde op de 2e plaats van alle logistieke hotspots in Nederland.
56
Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 26 augustus 2025 - Public
OMGEVINGSEFFECTRAPPORT OMGEVINGSVISIE GEMEENTE LELYSTAD
Voor de doorontwikkeling van de stedelijke economie van Lelystad wordt samen met Almere en de provincie Flevoland vooral gekeken naar de kernthema’s uit Groeiagenda Nieuw Land: • Bouw (en dan met name de omschakeling naar circulair & bio based bouwen; sluit aan bij de gebiedsontwikkelingen van o.a. Zuiderhage en later Pampus); • Energie (CO2-reductie, elektrificatie, opwek en opslag, waterstof, Smart Energy Grids); • Duurzame mobiliteit (duurzaam vliegen, elektrified trucking, duurzame logistiek); • ICT&Tech (Smart Grids, Semicon); • Voedsel (kortere ketens, eiwittransitie). Reguliere bedrijventerreinen dragen sterk bij aan de stad (banen, stageplekken, ruimte om de circulaire economie een plek te geven). Op deze bedrijventerreinen, waar met name MKB gevestigd is, werken veel mensen uit de gemeente waar dit bedrijventerrein gevestigd is. Reguliere bedrijventerreinen behoren in of dicht tegen het stedelijk weefsel te worden gesitueerd. Vanuit de gemeente is de wens aangegeven om in te zetten op de groei van de reeds aanwezige stedelijke economie. Dit hoort bij de groeiambitie van de stad. Stadshart Het stadshart van Lelystad kampt met serieuze uitdagingen. Landelijk is deze trend ook zichtbaar: winkelcentra worden niet meer uitsluitend gezien als winkelgebied, maar als plekken waar wonen, werken, cultuur en recreatie samenkomen.