CConstaterende datLelystad
Koppel je AI →
Document · PDF

25.121 BL Rapportage rol gemeente warmtetransitie

Commissie Ruimte Beheer, Energie en Duurzaamheid 1 april 2025, gemeente LelystadBij agendapunt: 25.121 Agendaverzoek Warmtebedrijf11.494 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

•

De ontwikkeling, het beheer en de exploitatie van het warmtesysteem kunnen worden uitbesteed via een DBMO-constructie. Door een gebrek aan technische kennis kiezen coöperatieve samenwerkingsvormen vaak voor een dergelijke samenwerking met private energiebedrijven voor de ontwikkeling en het beheer van het warmtesysteem.

Belangrijke kenmerken van een warmtegemeenschap: • De warmtegemeenschap kan zelfstandig opereren binnen een warmtekavel. Dit betekent dat zij als zelfstandig entiteit verantwoordelijk is voor de distributie en levering van warmte binnen een specifiek gebied. • Eindgebruikers zijn eigenaar van de warmtegemeenschap en hebben de doorslaggevende zeggenschap. • Een energiecoöperatie is de meest voor de hand liggende organisatievorm, maar een Vereniging van Eigenaren (VvE) kan deze rol ook vervullen. • De warmtegemeenschap heeft geen winstoogmerk, maar is gericht op de voordelen voor eindgebruikers, zoals milieuwinst, economische besparingen en sociale voordelen. • Publieke en private partijen mogen samen met de eindgebruikers deelnemen in de warmtegemeenschap, zolang er geen winstoogmerk is en de belangen van de eindgebruikers vooropstaan. • De belangrijkste energiebron moet duurzaam zijn, zoals hernieuwbare energie, restwarmte of een collectieve warmtepomp. Afnemers warmte Lelystad Figuur 12: Governance model warmtegemeenschap

32

Rolneming Lelystad

Warmtegemeenschap Fakton adviseert om bewoners met een afgevaardigde een formele rol te geven binnen de Raad van Advies (RvA) van het publiek integrale warmtebedrijf* Advies betrekken warmtegemeenschap in de marktordening van Lelystad: Wij adviseren de gemeente Lelystad om bewoners een formele rol te geven in de Raad van Advies ten aanzien van het publiek integrale warmtebedrijf. De RvA stelt de afgevaardigde in staat om waardevolle inzichten en adviezen te delen, zonder de slagkracht en regierol van het publieke warmtebedrijf te belemmeren. Dit model biedt een optimale balans tussen inspraak, transparantie en draagvlak enerzijds, en efficiënte besluitvorming en publieke controle anderzijds. Hieronder en in de tabel hiernaast schetsen wij de twee modellen om de warmtegemeenschap als aandeelhouder (incl. RvC) óf RvA te betrekken in het publiek integrale warmtebedrijf voor Lelystad, inclusief de bijbehorende voor- en nadelen:

bestuur van het PIW, waarbij bewoners strategisch kunnen adviseren (bijvoorbeeld over betaalbaarheid) en hun belangen kunnen vertegenwoordigen zonder de operationele slagkracht (bijvoorbeeld technische ontwerpen en langjarige investeringen) van het warmtebedrijf te beperken. Dit model versterkt de transparantie en het draagvlak en versnelt de energietransitie door een bottom-up benadering. Daarnaast maakt de RvA inbesteden door de gemeente wél mogelijk. Hoewel adviezen niet bindend zijn, biedt de RvA een structureel platform voor inspraak en maatschappelijke betrokkenheid, zonder bestuurlijke vertragingen te veroorzaken.

Waarom geen rol als aandeelhouder (RvC)? Aandeelhouderschap (incl. RvC) lijkt op het eerste gezicht een manier om bewoners formeel te betrekken bij het warmtebedrijf, maar in de praktijk brengt deze constructie aanzienlijke beperkingen met zich mee. De warmtegemeenschap wordt onder de Wcw als private partij aangewezen en kan bij warmtesystemen boven de 1500 aansluitingen enkel als minderheidsaandeelhouder toetreden. Het heeft daarmee geen doorslaggevende zeggenschap, terwijl zij wél kapitaal moet inbrengen en (mede)verantwoordelijk draagt voor de integrale warmteketen. Bovendien kan gebrek aan kennis en capaciteit binnen de warmtegemeenschap leiden tot vertragingen en inefficiëntie in de besluitvorming. Aandeelhouderschap vereist daarnaast professionalisering om de ACM-toets te doorstaan. Daarnaast sluit aandeelhouderschap inbesteden van kennisdiensten binnen het PIW uit. Waarom wel een rol in de Raad van Advies? Daartegenover biedt de RvA bewoners wél een formele rol, zonder de nadelen van financiële verplichtingen of bestuurlijke complexiteit. De RvA fungeert als klankbord voor het

33

* HVC, als publiek integraal warmtebedrijf, ziet een betrokkenheid van de warmtegemeenschap in haar besluitvormingsproces (in de vorm van joint venture/Raad van Advies) als niet wenselijk. De bovenstaande modellen zijn daarmee niet toepasbaar voor HVC.

Rolneming Lelystad

G

Kansrijke rolnemingsmodellen Lelystad Selecteren van kansrijke rolnemingsmodellen onder de Wcw op basis van interviews met de gemeente en gesproken marktpartijen

35

Rolneming Lelystad

Marktordening gemeente Lelystad Het toekomstige publieke warmtebedrijf in Lelystad dient op korte termijn regie te voeren op de ontwikkeling van nieuwe warmtenetten buiten het private concessiegebied en tegelijkertijd op lange termijn een effectieve transitie en integratie van het private concessiegebied mogelijk maken. Bij het formuleren van kansrijke rolnemingsmodellen voor Lelystad is het essentieel om twee kernvragen te beantwoorden die bepalend zijn voor de toekomst van het warmtenet in de regio. Deze vragen vormen de basis voor het uitwerken van een duurzame en haalbare governancestructuur. 1. Wie wordt op korte termijn PIW en geeft vorm aan het warmtenet buiten het private concessiegebied? Het vaststellen van de PIW is een cruciale stap voor het organiseren en operationaliseren van het publieke warmtenet buiten het private concessiegebied. Deze vraag richt zich op de actoren die op korte termijn de regie nemen en de benodigde infrastructuur en organisatie opzetten. Het antwoord op deze vraag hangt af van de beschikbaarheid van partijen die zowel organisatorisch als financieel capabel zijn. In de volgende slides wordt deze vraag nader uitgewerkt. 2.

Hoe om te gaan met het private concessiegebied, gezien het moment van beëindiging van de concessie en de mogelijke nationale publieke overname van Vattenfall en/of Ennatuurlijk? Het private concessiegebied vormt een uitdaging, gezien de bestaande contracten en concessies die onder het overgangsrecht vallen. Hierbij worden twee scenario’s onderscheiden: • Scenario 1: Concessieperiode wordt volledig uitgediend: De private concessiehouders, Vattenfall en Ennatuurlijk, blijven opereren binnen hun aangewezen periode onder het overgangsrecht tot maximaal 30 jaar. Dit betekent dat zij de warmtevoorziening blijven verzorgen tot de overeengekomen termijn is verstreken. Daarna wordt het warmtenet automatisch overgedragen aan een PIW.

35

•

Scenario 2: Voortijdige overname door een derde partij: In dit scenario worden de concessies voortijdig beëindigd en overgedragen aan een derde partij. Voor Ennatuurlijk wordt een ingroeimodel als een mogelijke optie beschouwd, wat de overgang naar publiek eigenaarschap mogelijk maakt. Vattenfall daarentegen ziet een nationale publieke overname als de voorkeursoptie. In beide gevallen – of het nu een ingroeimodel of een nationale overname betreft – is het essentieel dat het toekomstige publieke warmtebedrijf in Lelystad in staat is om als derde partij op te treden. Dit vereist niet alleen operationele en organisatorische capaciteiten, maar ook de flexibiliteit om in te spelen op nationale ontwikkelingen in de warmtesector. Denk hierbij aan de provincie overstijgende samenwerking tussen Alliander en EBN. De integratie van een dergelijk centraal warmtebedrijf in het lokale PIW, stelt kennis, expertise en kapitaal op centraal niveau beschikbaar, wat versnelling van lokale warmtenetten óf de overname ervan (op lokaal en/of nationaal niveau) mogelijk maakt.

In hoofdstuk J, Aanbevelingen & vervolgstappen, wordt verder toegelicht hoe de concessiegebieden over de tijd kunnen worden beheerd en geïntegreerd binnen de voorkeursrichting van het PIW.

Rolneming Lelystad

Rolnemingsmodel A Gemeentelijk eigendom en private contractering A. Gemeentelijk eigendom en private contractering (figuur 13): de gemeente wordt zelf eigenaar en zoekt private partner(s) om de warmtevoorziening te ontwikkelen en te exploiteren. Hierdoor heeft de gemeente volledige zeggenschap tijdens de exploitatie, wat transparantie en invloed op prijsvorming mogelijk maakt. Bovendien behoudt de gemeente zeggenschap na een publieke investering aan het begin. De vereiste kennis en deskundigheid worden daarentegen geleverd door de private partij die via een DBMO of White Label-contract is gecontracteerd. Binnen een DBMO-contract is de private partij verantwoordelijk voor zowel de ontwikkeling en realisatie (Design, Build) als de exploitatie en operatie (Maintain, Operate) van het energiesysteem. Bij White Label contractering worden dezelfde taken uitgevoerd, alleen opereert de ESCO vanuit de merknaam van het publieke integrale warmtebedrijf. Private contractering kan een strategische keuze zijn om het exploitatierisico te beperken, wanneer de gemeente zelf niet beschikt over de kennis en expertise. In dit model besteedt het gemeentelijk warmtebedrijf het DBMO of White Label-contract aan.

Rolnemingsmodel A.1: Een integraal warmtebedrijf, 100% in gemeentelijk eigendom dat d.m.v. een DBMO-contract het netwerkbeheer en de levering (op basis van heldere afspraken) gunt aan een ESCO.

Rolnemingsmodel A.2: Een integraal warmtebedrijf, 100% in gemeentelijk eigendom dat d.m.v. een White Labelcontract het netwerkbeheer en de levering (op basis van heldere afspraken) gunt aan een ESCO. ESCO installeert en opereert met inbreng van eigen middelen onder de naam van het integrale warmtebedrijf.

Figuur 13: 100% gemeentelijk eigendom

36

Rolneming Lelystad

Rolnemingsmodel B PPS met publieke kennis- en equitypartner(s). Uitvoering door de publieke partner B. PPS met publiek kennis- en equitypartner(s). Uitvoering door de publieke partij (figuur 14): De gemeente participeert in een entiteit met een publieke partij die gezamenlijk de warmtevoorziening ontwikkelen en exploiteren. Als mede-eigenaar deelt de gemeente zeggenschap en sturing met de publieke partner tijdens de exploitatie. Daarnaast worden de benodigde investeringen en financiële risico verdeeld over de deelnemende partijen. De (publieke of private) partner is zowel equity partner (dit wil zeggen aandeelhouder) als uitvoerende partij in de ontwikkeling en exploitatie van het project. In gevallen waarin de gemeente niet over de benodigde kennis, kunde of kapitaal beschikt, kan dit een strategische keuze zijn om het financiële- en exploitatierisico te beperken. In dit model selecteert de gemeente een publieke of private equitypartner via een transparante selectieprocedure.

Variant B: Eigendom 100% publiek in een integraal warmtebedrijf dat het warmtenetwerkbedrijf en het leveranciersbedrijf contractueel met opdrachten aanstuurt.

Figuur 14: integraal warmtebedrijf met uitvoering in eigen beheer

37

Rolneming Lelystad

Rolnemingsmodel C Indirecte gemeentelijke uitvoeringsorganisatie via HVC C. Indirecte gemeentelijke uitvoeringsorganisatie via HVC (figuur 15): de gemeente is met 51 andere gemeenten en 8 waterschappen gezamenlijk 100% aandeelhouder van HVC. HVC zal een project BV oprichten voor dit warmtenet, de gemeente wordt geen mede-eigenaar van deze dochter BV. Vanwege het verdeelde aandeelhouderschap heeft de gemeente slechts een beperkte mate van zeggenschap over en sturing op de activiteiten van HVC in algemene zin. Deze zeggenschap en sturing zijn beperkt tot de vooraf afgesproken richtlijnen op het niveau van de aandeelhouders, waarbinnen HVC zich moet bewegen. Dit sluit nauwe samenwerking en daarmee transparantie tussen de gemeente en HVC niet uit. Desalniettemin vereist dit model geen grootschalige investering van de gemeente, terwijl het toch het volledige publieke belang waarborgt. De kennis en expertise om effectief te kunnen opereren, wordt ingevuld door HVC. In dit model voert HVC als publiek integraal warmtebedrijf de volledige operatie uit.

Rolnemingsmodel C: Gemeente is met 51 andere gemeenten en 8 waterschappen 100% aandeelhouder van HVC, die warmte inkoopt bij de bron en zelf het warmtenetwerkbedrijf en het leveranciersbedrijf in beheer heeft.

Figuur 15: integraal warmtebedrijf HVC

38

Rolneming Lelystad

Rolnemingsmodellen met namen partners + betrekken warmtegemeenschap Op basis van de kaders vanuit de nieuwe warmtewet en de input van de mogelijke samenwerkingspartners schetst Fakton welke partners deel kunnen nemen aan de verschillende rolnemingsmodellen:

HVC (bronoperator)

SOK

Advies Warmtegemeenschap (RvA)

A. De gemeente Lelystad wordt 100% eigenaar van een warmtebedrijf en besteed de uitvoering middels contractering uit. Om risico’s rondom bron af te bakenen, zou er een contractuele samenwerkingsovereenkomst (SOK) met HVC georganiseerd kunnen worden. De warmtegemeenschap kan als Raad van Advies (RvA) worden meegenomen.

B. De gemeente Lelystad richt samen met publieke netbeheerder, Firan, een warmtebedrijf op, en is daarmee 100% in publiek eigenaarschap. Aangezien Firan voor slechts minderheidsbelang instapt, dient de gemeente voor een meerderheidsbelang in het warmtebedrijf te participeren. Firan is in dit construct expert op de infrastructuur en ontwikkelt het net en organiseert de levering. De contractuele samenwerking met HVC en betrekken van de warmtegemeenschap als RvA, zoals omgeschreven in variant A, gaat hier ook op.

HVC (bronoperator)

SOK

C. HVC richt een eigen project BV op als enig eigenaar. De gemeente hoeft geen investering te doen en hoeft geen kennis en kunde ter beschikking te stellen. HVC fungeert hier als integraal warmtebedrijf van bron tot en met levering. De warmtegemeenschap kan echter niet als Raad van Advies (RvA) worden meegenomen.

Advies Warmtegemeenschap (RvA)

warmtegemeenschap wordt juridisch gezien als een private partij. Door de warmtegemeenschap als Raad van Advies te betrekken wordt inbesteden door de gemeente in 39 *hetDewarmtebedrijf juridisch en organisatorisch mogelijk gemaakt. Het betrekken van de warmtegemeenschap als RvA is voor alle rolnemingsmodellen mogelijk, behalve bij HVC.

Rolneming Lelystad

H Afwegingskader Afwegen van de kansrijke samenwerkingsmodellen aan de hand van objectieve toetsingscriteria

41

Rolneming Lelystad

Definities en weging per toetsingscriteria Fakton stelde de volgende toetsingscriteria met de gemeente vast, om weloverwogen keuzes te maken over de inrichting van de governance voor collectieve warmteprojecten binnen de gemeente. Licht wegend

Zwaarwegend •

Mate van zeggenschap door de gemeente: De mate waarin de gemeente sturing heeft op bijvoorbeeld tarifering en uitbreiding van het warmtenet, gericht op betaalbaarheid, duurzaamheid, leveringszekerheid, klanttevredenheid en toegankelijkheid tot duurzame warmte.

•

Beheersen (financieel) risico gemeente: De mate waarin de gemeente enerzijds risicodragend eigen vermogen heeft ingebracht of moet inbrengen (de zogenaamde value at risk), en anderzijds de mate waarin risico’s voor een specifiek warmtekavel via contractering bij een marktpartij zijn ondergebracht.

•

Mate van ontzorging gemeentelijke organisatie: De mate waarin de ontwikkeling, realisatie en exploitatie van een warmtekavel inspanning en verantwoordelijkheid vraagt van het gemeentelijk apparaat.

•

Optimaal benutten kennis, kunde en realisatiekracht samenwerkingspartner: De mate waarin kennis, kunde en realisatiekracht binnen het samenwerkingsmodel via medeaandeelhouderschap of contractering met marktpartijen wordt georganiseerd.

41

•

Realisatiesnelheid: De mate waarin versnelling aangebracht wordt in de ontwikkeling en realisatie van collectieve warmtenetten in lijn met de gemeentelijke ambities van klimaatneutraliteit per 2050.

•

Mate van betrokkenheid bewoners: De mate waarin bewoners worden betrokken in de besluitvormingsproces rondom collectieve warmte binnen de gemeente.

•

Efficiëntie in bedrijfsvoering: De mate waarin het samenwerkingsmodel integrale sturing biedt over de warmteketen, van bron tot levering, en ruimte biedt voor doorgroeimogelijkheden.

Rolneming Lelystad

Gemeentelijke randvoorwaarden verbonden partijen Fakton destilleerde de volgende randvoorwaarden, relevant aan de beoordeling van de organisatiemodellen, uit de nota van verbonden partijen van de gemeente Lelystad Nota verbonden partijen 3a. Publiekrechtelijke samenwerkingsvormen hebben de voorkeur boven privaatrechtelijke samenwerkingsvormen. Dit geldt niet in het geval van marktwerking. 3b. Bij publiekrechtelijke samenwerkingsvormen hebben de lichtere varianten de voorkeur boven zwaardere varianten. 3c. Bij privaatrechtelijke samenwerkingsvormen wordt de juridische vorm gekozen die het beste aansluit bij de gemeenschappelijke doelstelling. 3d. Private Samenwerkingen kunnen worden overwogen indien er sprake is van projecten met een tijdelijk karakter en waarbij één of meerdere van de volgende voorwaarden te behalen zijn ten opzichte van alternatieve uitvoeringswijzen: •

Meerwaarde vanuit efficiencywinst,

•

Het maximaliseren van zeggenschap,

•

Betere beheersing en/of het delen van risico’s.

4. Uitgangspunt is dat de gemeente Lelystad streeft naar de hoogst haalbare invloed welke te rechtvaardigen is vanuit financieel belang.

42

Rolneming Lelystad

Afwegingskader De organisatievormen variëren in de mate van sturing en de bijbehorende risico’s die de gemeente draagt bij de ontwikkeling en exploitatie van een warmteproject, evenals mate van opschaalbaarheid én de betrokkenheid van bewoners. A. Gemeentelijk eigendom, private contractering

B. PPS met publieke kennis- en equitypartner Firan. Uitvoering door publieke partner.

C. Indirecte gemeentelijke uitvoeringsorganisatie via HVC

Mate van zeggenschap door de gemeente

-

+

-

+

-

+

Beheersen (financieel) risico gemeente

-

+

-

+

-

+

Mate van ontzorging gemeentelijke organisatie

-

+

-

+

-

+

Optimaal benutten kennis, kunde en realisatiekracht samenwerkingspartner

-

+

-

+

-

+

Realisatiesnelheid

-

+

-

+

-

+

Mate van betrokkenheid bewoners

-

+

-

+

-

+

Efficiëntie in bedrijfsvoering

-

+

-

+

-

+

43

Rolneming Lelystad

Afwegingskader Toelichting op de beoordeling van de organisatievormen per criteria Mate van zeggenschap door de gemeente: de beoordeling van de verschillende modellen is gebaseerd op het aandeel van de gemeente in de samenwerkingsmodellen. Het aandeel vertegenwoordigt hierin de mate van zeggenschap over de realisatie, c.q. investering, tarifering etc, van het warmteproject. In model A heeft de gemeente als 100% aandeelhouder van het integrale warmtebedrijf maximale zeggenschap over de investering van het warmteproject, terwijl deze het laagst is bij volledige uitbesteding van de operatie via HVC. Voor model B met is dit afhankelijk van de afspraken die de gemeente maakt met de betrokken samenwerkingspartners. Beheersen (financieel) risico gemeente: De beoordeling van de verschillende modellen is gebaseerd op het aandeel van de gemeente in de samenwerkingsmodellen. Het aandeel van de gemeente vertegenwoordigt de eigen vermogen inbreng en de eventuele financiële compensatie bij hogere uitvallende realisatie- of exploitatiekosten. In model C (HVC) heeft de gemeente de laagste financiële risico's, omdat HVC het project en de exploitatie voor eigen rekening en risico uitvoert. Als aandeelhouder draagt de gemeente samen met 51 andere gemeenten en 8 waterschappen echter de lasten van financiële tegenvallers van HVC.

Het projectrisico wordt dus door velen gedeeld en is daardoor beperkt. Het financiële risico bij model B is hoger, aangezien de gemeente in deze modellen deelneemt als medeaandeelhouder. Het aandeelhouderschap is het grootst bij model A, waar de gemeente volledig verantwoordelijk is voor de eigen vermogensinbreng en de daarmee samenhangende financiële risico’s;

44

Mate van ontzorging gemeentelijke organisatie: De beoordeling van de verschillende modellen is gebaseerd op het aandeel van de gemeente in de samenwerkingsmodellen en de inspanning om uitvoeringscapaciteit te organiseren. Het aandeel geeft aan in welke mate de gemeente capaciteit moet organiseren om effectief te opereren als aandeelhouder en uitvoerende partij. In model A wordt de meeste ambtelijke capaciteit gevraagd, omdat het warmtebedrijf volledig door de gemeente wordt bestuurd. Deze benodigde capaciteit neemt af in model B, waarin wordt samengewerkt met een publieke partij, Firan, die kennis, kunde en een uitvoeringsorganisatie inbrengt als medeaandeelhouder. In model C, waarbij HVC de volledige operatie uitvoert, is de rol van de gemeente in het organiseren van capaciteit zeer beperkt. De verschillen tussen de modellen in het organiseren van uitvoeringscapaciteit zijn beperkt. In model A wordt de capaciteit volledig aanbesteed, in model B wordt deze via Firan ingebracht, en in model C wordt deze volledig uitbesteed; Optimaal benutten kennis, kunde en realisatiekracht samenwerkingspartijen: De beoordeling van de verschillende modellen is gebaseerd op het optimaal aantrekken van kennis, kunde en capaciteit van samenwerkingspartijen op aandeelhoudersniveau en uitvoeringscapaciteit.

Model A, waarin de gemeente 100% eigenaar is, scoort het minst goed op aandeelhoudersniveau omdat het geen gebruik maakt van de kennis, expertise en uitvoeringskracht van samenwerkingspartners. De beoordeling verbetert bij model B waarin wordt samengewerkt met een publieke partij. Model C behaalt hier de hoogste score vanwege de volledige uitvoering door HVC als integraal warmtebedrijf en hun uitgebreide ervaring met warmteprojecten. Op de uitvoeringscapaciteit verschillen de samenwerkingsmodellen beperkt.

Rolneming Lelystad

Afwegingskader Toelichting op de beoordeling van de organisatievormen per criteria Realisatiesnelheid: De beoordeling van de verschillende modellen is gebaseerd op het aandeel van de gemeente in de samenwerkingsmodellen, evenals de invulling van de uitvoeringscapaciteit. Beide aspecten bepalen de snelheid van ontwikkeling en realisatie van het project. Model C, waarin HVC fungeert als een integraal warmtebedrijf, is onafhankelijk van derden voor zowel aandeelhouderschap als uitvoeringscapaciteit, wat resulteert in een laag risico op vertraging. Dit geldt ook voor model B, waarbij een gemeente op aandeelhoudersniveau samenwerkt met een publieke partner (Firan) die met kennis, kunde, kapitaal en uitvoeringscapaciteit projecten ontwikkelt en realiseert. Model A draagt het hoogste risico, waarbij de gemeente volledig zelf verantwoordelijk is voor het organiseren van de benodigde expertise op aandeelhoudersniveau. Dit kost veel tijd en geld om binnen de interne organisatie op te bouwen. Mate van betrokkenheid bewoners: De mate waarin bewoners worden betrokken in het besluitvormingsproces rondom collectieve warmte verschilt per model. Bij zowel Model A als B is het mogelijk om een Warmtegemeenschap (bewonersinitiatief) te betrekken, bijvoorbeeld in de vorm van een Raad van Advies. Dit biedt bewoners inspraak en betrokkenheid bij de ontwikkeling van warmteprojecten.

Bij Model C is deze mogelijkheid niet aanwezig, omdat HVC de volledige verantwoordelijkheid draagt en de Warmtegemeenschap (bewoners) geen rol geeft in haar interne besluitvormingsproces.

45

Efficiëntie in bedrijfsvoering: De efficiëntie en opschaalbaarheid van het warmtesysteem varieert per model. Model A biedt een integraal systeem vanaf de bron, maar de opschaling is beperkt en sterk afhankelijk van hoe de interne organisatie van de gemeente deze schaalvergroting kan faciliteren. Model B biedt meer mogelijkheden voor opschaling. Firan, via moederorganisatie Alliander, werkt samen met EBN aan een regionaal warmtebedrijf om kennis, kunde en kapitaal op regionaal niveau te mobiliseren ten behoeve van deelneming in lokale warmteprojecten. Dit creëert doorgroeimogelijkheden, niet alleen voor nieuw te ontwikkelen warmtenetten, maar ook voor de overname van bestaande concessiegebieden via lokale of (eventueel) nationale overname. Model C kan leiden tot een volledig geïntegreerd systeem waarin de warmteketen van bron (zoals geothermie) tot levering wordt meegenomen. Dit model biedt eveneens doorgroeimogelijkheden, met name door de ervaring en schaalvoordelen van HVC als integraal warmtebedrijf.

Rolneming Lelystad

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lelystad&id=2104f0b3-8644-4798-9e7e-3f52ef8cbef2