25.058 BL2 AV Bespreking informatienota - Brief regio samenwerking jeugd
Tekst van het document
Aan alle colleges van het BOSD overleg
uw brief van
uw kenmerk
ons kenmerk
datum verzending 14 januari 2025
behandeld door
doorkiesnummer
bijlagen
dossiernummer
0 onderwerp regio samenwerking jeugd
Beste collega bestuurders, Het afgelopen jaar hebben we vele gesprekken gevoerd rondom jeugdzorg, de transformatie daarvan en de regionale samenwerking daarbij. Gebleken is dat er soms verschillen zijn in de uitgangspunten die van invloed zijn op onze regionale samenwerking. Met deze brief wil het college van Lelystad conform de afspraak in het BOSD helderheid creëren over wat voor ons de belangrijkste uitgangspunten van Lelystad zijn: regie (autonomie) bij ouders en/of jeugdigen en lokale autonomie in het kader van financiële beheersbaarheid. Regionale samenwerking zien we, vanuit deze uitgangspunten, als ‘zelfstandig waar het kan, samenwerken waar het past’. Regie bij ouders en/of jeugdigen In z’n algemeenheid is het gesprek rondom jeugdzorg en het huidige systeem niet uniek voor Flevoland. Vanuit verschillende hoeken verschijnen er rapporten en onderzoeken. Er vallen begrippen als normaliseren, maakbaarheid van een samenleving, weerbaarheid in relatie tot tegenslag in het leven, een moreel failliet jeugdzorgsysteem, te veel aanbodgericht in plaats van vraaggericht en onvoldoende rechtsbescherming voor ouders en/of jeugdigen. De regie van ouders en/of jeugdigen lijkt te zijn onder gesneeuwd. Er wordt momenteel binnen de jeugdzorg vooral gekeken vanuit het perspectief van de zorgprofessional naar een situatie met een gezin of jeugdige.
In veel situaties is dit perspectief bepalend geworden ten koste van het perspectief en de regie van ouders en/of jeugdigen. Niet vanuit verkeerde intenties, het gaat steeds om ‘goede zorg voor onze jeugd’. Maar ook goede intenties rechtvaardigen niet een praktijk die leidt tot het voorbijgaan aan en overnemen van regie van ouders en/of jeugdigen.
ons kenmerk
datum verzending
pagina
14 januari 2025
2
De regionale aanbesteding en het samen met aanbieders opstellen van onder andere het Regionaal Handelingskader laat eenzelfde patroon zien. Het perspectief van ouders en/of jeugdigen is niet betrokken bij het inkopen van aanbod. In het Regionaal Handelingskader zien we vooral regie voor verwijzers en aanbieders, zij bepalen welk zorg er nodig is, of doelen zijn behaald en of er nog meer zorg nodig is (verlenging van zorg). Een voorbeeld daarvan is de beschrijving van het product ‘TOM door- en uitstroom’, in het document ‘Werkinstructies Thuis op maat (TOM)’ (Regionaal Handelingskader): TOM door- en uitstroom kan worden ingezet wanneer aanbieder en verwijzer overeenkomen dat de gestelde doelen tijdens behandeling of begeleiding voldoende zijn behaald, en de jeugdige daardoor sneller kan uitstromen. Het traject heeft een maximale doorlooptijd van drie maanden, waarin wordt getoetst of de doelen zijn gerealiseerd. Behandelaar en verwijzer toetsen dit. Daarmee lijkt de inzet van jeugdhulp vooral vanuit (de belangen van) aanbod te worden gestuurd. Daardoor wordt het stelsel financieel onbeheersbaar voor de lokale overheid. Het zou vooral van belang moeten zijn of ouders en/of jeugdigen aangeven dat ze geholpen zijn bij hun vraag.
Jeugdwet en lokaal beleid In de Jeugdwet heeft het college de verantwoordelijkheid gekregen om voorzieningen te treffen wanneer, naar het oordeel van het college, een jeugdige of een ouder jeugdhulp nodig heeft (artikel 2.3 Jeugdwet). De gemeenteraad stelt periodiek een plan vast dat richting geeft aan door de gemeenteraad en college te nemen beslissingen met betrekking tot jeugdhulp (artikel 2.1 Jeugdwet). Dat geeft de mogelijkheid om lokaal het gesprek met ouders en/of jeugdigen te kunnen voeren en aan te sluiten bij hun vraag. Het college van Lelystad wil deze verantwoordelijkheid invullen vanuit het uitgangspunt dat ouders en/of jeugdigen bepalend zijn voor wat er nodig is. Dat betekent dat we bij het treffen van voorzieningen (inkopen van aanbod) vertrekken vanuit de vraag van een ouder en/of jeugdige. Ook bij het inzetten van voorzieningen (afgeven van een beschikking) sluiten we aan bij wat ouder(s) en/of jeugdigen denken dat nodig is. Het perspectief van zorgprofessionals (aanbieder) en overheid is aanvullend hierop, maar bepaalt niet de inzet. Dit is de transformatie die we voor ogen hebben. Het partnerschap met ouders en/of jeugdigen heeft eerste prioriteit. De (proces)afspraken, zoals die nu zijn gemaakt in onder andere het Regionaal Handelingskader, zijn niet in lijn hiermee.
Sterker nog, in het kader van een uniforme werkwijze zijn afspraken gemaakt die Lelystad hierin belemmeren. Een voorbeeld daarvan is het werken met ‘317’-berichten. Dat is een digitaal wijzigingsbericht in het systeem dat een aanbieder stuurt wanneer deze de zorg verlengt, een administratieve handeling. Enkel het perspectief en oordeel van de aanbieder is hier bepalend en de afspraak is dat een gemeente volgt wat een aanbieder vraagt. Bij de medische verwijsroute staat expliciet vermeld dat de gemeente niet beslist dat een nieuwe verwijzing nodig is als de medische route wordt gevolgd. Het aan het college toegekende mandaat om een beschikking af te geven (en het proces daarvoor in te richten), is niet overgedragen aan de regio en kan ook niet bepaald worden door (afspraken met) aanbieders. De beschikking geeft immers aan welk bedrag mag worden gefactureerd voor welke zorg. Hiermee kan een gemeente sturen op financiële beheersbaarheid. Alle afspraken die zijn gemaakt in de contracten, handelingskader of andere documenten die in de praktijk betekenen dat een aanbieder of verwijzer bepalend is voor het in te zetten aanbod (een af te geven beschikking) zijn in essentie een
ons kenmerk
datum verzending
pagina
14 januari 2025
3
beperking van de regie van ouders en/of jeugdige. De gemeente Lelystad wil borgen dat ouders niet in hun regie beperkt worden en zal daarom niet meegaan met deze afspraken noch in het overdragen van ons mandaat hierin. Regionale samenwerking, Intentieovereenkomst In lijn daarmee kan het college de nu voorliggende Intentieovereenkomst niet ondertekenen. Dit document bevat niet enkel een intentie tot samenwerken via leidende principes, maar behelst ook het maken van feitelijke samenwerkingsafspraken. Over de reikwijdte van de samenwerking lijken we principieel te verschillen. Het college van Lelystad wil een samenwerking op inkoop en subsidiëring van aanbod dat lokaal ontoereikend is. Beleid rondom het beschikbaar hebben van jeugdhulp en de werkwijze met betrekking tot het toewijzen daarvan is voorbehouden aan een lokale gemeente. Daarmee blijven gemeenteraad en ouders en/of jeugdige in regie. Op deze manier kunnen we ook onze verantwoordelijkheid voor de financiële beheersbaarheid nemen. Een aantal samenwerkingsafspraken maakt onvoldoende expliciet welke samenwerking wordt beoogd en welk mandaat hiermee overgedragen wordt of moet gaan worden.
Een voorbeeld hiervan is de tekst: ‘De regio en de regiogemeenten zorgen samen ervoor dat inwoners en ketenpartners geen last hebben van verschillen tussen (boven) regionaal en lokaal, en vice-versa.’ Het is onduidelijk wat dit in de praktijk betekent voor de ruimte van een lokale aanpak en regie voor ouders en/of jeugdige. Verdergaande regionalisering versterkt de positie van overheden, verwijzers en aanbieders ten opzichte van de positie van ouders en/of jeugdige. Bovenstaande uiteenzetting leidt voor het college van Lelystad tot een blijvend andere kijk op het dossier. Niet alleen op inhoud, ook op proces en mandaat. Aangezien wij allen voor een taak staan die niet alleen op kosten maar ook op kwaliteit geënt is, welke een direct effect hebben op eigen inwoners (lees jeugdigen en ouders/verzorgers), hechten wij waarde aan een aanpak die zich kenmerkt door “samen waar het past en zelfstandig waar het kan” met als uitgangspunt beheersbaarheid en regie bij jeugdigen en ouders. Het college van Lelystad gaat graag verder in gesprek over de verschillende uitgangspunten en de ruimte die desondanks gevonden kan worden voor onze regionale samenwerking Met vriendelijke groet, het college van de gemeente Lelystad, de interim secretaris,
de burgemeester,
A.N. van den Bergh
A.E.H. Baltus