24.394 RV Speelruimtebeleid
Tekst van het document
Voorstel aan de raad Nummer: 24.394
Portefeuille: Programma: Taakveld:
S. Kruis 5 Sport, cultuur en recreatie 5.7 Openbaar groen en (openlucht) recreatie
Onderwerp: Speelbeleid
Voorgesteld besluit Kennis nemen van het bijgevoegde speelruimtebeleid “Samen beter buiten spelen” en de volgende kaders en uitgangspunten vast te stellen 1. Voor iedere wijk (wijken volgens CBS wijk- en buurtindeling) wordt een wijkspeelplan opgesteld, op basis van de volgende uitgangspunten: 1.1 Aanbod a. Voor 90% van de kinderen t/m 8 jaar is er binnen een straal van 200 meter van de woning een formele kleine speelplek beschikbaar. b. Voor 90% van de kinderen t/m 12 jaar is er binnen een straal van 500 meter van de woning een buurtspeelplek beschikbaar. c. Wijk/stadsvoorzieningen (bijvoorbeeld: skatebaan, Cruijff Court of waterpark) worden zoveel mogelijk verdeeld over de wijken. d. Overaanbod aan speellocaties wordt teruggebracht. e. Tekort aan speellocaties wordt aangevuld. f. Wanneer er in een speelbuurt ook veel seniorenwoningen aanwezig zijn (>20%) wordt er bij de inrichting van de speel-, beweeg- en ontmoetingsplekken specifiek rekening gehouden met deze doelgroep. Er komt meer zitgelegenheid en in de ontwerpen worden opties voor jeu de boulesbanen, beweegtuinen en/of speltafels meegenomen. 1.2 Kwaliteit en Natuur a. Bij renovaties en het realiseren van nieuwe speelplekken zijn de richtlijnen “Werkwijze groot onderhoud en nieuwe speelruimte” van toepassing. (bijlage 1) b.
Bij renovaties en het realiseren van nieuwe speelplekken wordt de scorekaart klimaat/natuur toegepast. (bijlage 1) c. Bij renovaties en het realiseren van nieuwe speelplekken wordt er een scorekaart uitdaging/verblijf toegepast. (bijlage 1) d. Bij renovaties en het realiseren van nieuwe speelplekken wordt het ondergrondkeuzemodel toegepast, met als uitgangspunt: het zoveel mogelijk toepassen van natuurlijke ondergronden. (bijlage 1) e. Indien er nieuwe speelplekken worden aangewezen (bijvoorbeeld: Nieuwbouw) liggen deze op minimaal 10 meter afstand van woningen en beweeg- en jongerenplekken op minimaal 50 meter.
f.
Indien er nieuwe speelplekken worden aangewezen (bijvoorbeeld; Nieuwbouw) worden er locaties gekozen waar goed sociaal toezicht mogelijk is. Daarnaast moeten deze goed bereikbaar zijn via een voetpad. 1.3 Inclusief spelen en jongeren a. De behoefte naar samenspeelmaatregelen (bijv. ook voor mindervaliden) wordt vooraf middels participatie bij alle speelplekken uitgevraagd en zoveel mogelijk specifiek naar behoefte toegepast. b. In elke wijk is er of komt er één jongerenplek. 2. Bij stedenbouwkundige ontwikkelingen worden vooraf wijkspeelplannen opgesteld of bijgesteld. 3. Bij alle speelplekken wordt het niet roken van toepassing, 4. Bekend maken van de het aanbod middels een samenspeelkaart op de website van de gemeente Lelystad. Urgentie Raad Geen urgentie: Er is geen datum waarvoor dit besloten moet zijn door de raad. Voorstel kan in reguliere procedure. Voorgaande besluitvorming Op 21 november 2023 heeft de raad een motie aangenomen over het Speelruimtebeleid. In deze motie wordt het college opgeroepen om: • Het speelruimtebeleid opnieuw onder de loep te nemen middels een participatietraject zoals dat eerder gebeurde (ambtenaren gaan de wijken in). • Buurtbewoners en dus ook de kinderen/jeugdigen uit alle wijken erbij betrekken, waarbij zij hun voorkeuren kunnen aangeven. • Vóór behandeling van de Kadernota 2025 met een nieuw voorstel naar de raad te komen.
Het college heeft positief geadviseerd op de motie met de kanttekening dat het in de motie opgenomen werkproces, niet haalbaar is en meer tijd vraagt. Inleiding Deze tijd is gebruikt om in samenwerking met de firma Speelplan een uitgebreid participatie traject uit te voeren, waarbij basisschoolkinderen, jongeren en volwassen op verschillende manieren input hebben gegeven. Daarnaast zijn alle speelplekken extern bezocht en beoordeeld. Deze input is verwerkt en meegenomen in het beleidsplan Samen Beter Buiten Spelen en in de kaders die nu voorliggen voor besluitvorming. Uit de participatie en beoordeling van de speelruimten lijkt dat elke wijk zijn eigen aanpak nodig heeft, daarom wordt het opstellen van wijkspeelplannen voorgesteld. Argumenten 1. Voor iedere wijk (wijken volgens CBS wijk- en buurtindeling) wordt een wijkspeelplan opgesteld, op basis van de uitgangspunten 1.1 Aanbod a. Voor 90% van de kinderen t/m 8 jaar is er binnen een straal van 200 meter van de woning een formele kleine speelplek beschikbaar b. Voor 90% van de kinderen t/m 12 jaar is er binnen een straal van 500 meter van de woning een buurtplek beschikbaar. c. Wijk/stadsvoorzieningen (bijvoorbeeld: skatebaan, Cruijff Court of waterpark) worden zoveel mogelijk verdeeld over de wijken. d. Overaanbod aan speellocaties wordt teruggebracht.
e. f.
Tekort aan speellocaties wordt aangevuld. Wanneer er in een speelbuurt ook veel seniorenwoningen aanwezig zijn (>20%) wordt er bij de inrichting van de speel-, beweeg- en ontmoetingsplekken specifiek rekening gehouden met deze doelgroep. Er komt meer zitgelegenheid en in de ontwerpen worden opties voor jeu de boulesbanen, beweegtuinen en/of speltafels meegenomen.
1.1.1
Met specifieke plannen per wijk wordt er gericht gewerkt aan een optimaal afgestemd aanbod. De wijkspeelplannen zorgen voor een betere samenhang tussen de onderlinge speelplekken. De besluitpunten, komende vanuit het beleid, zorgen voor eenduidige kaders waarmee de wijkspeelplannen worden vormgegeven.
1.1.2
Een goed netwerk over de gehele stad zorgt voor een compleet aanbod voor ieder kind Kleinere kinderen mogen/kunnen vaak zelfstandig minder ver van huis. In het beleid is er daarom gekozen om te werken met verschillende afstanden voor verschillende leeftijdscategorieën. Een alternatief zou zijn om te sturen op basis van demografie. Maar demografie veranderd snel. Bijvoorbeeld: Een kind van 6 jaar heeft over 5 jaar weer een gehele andere speelbehoefte, terwijl de levensduur van een ingerichte speelplek veel langer is. Met een evenredige spreiding van ingerichte speelruimte, ontstaat er een totaalaanbod. De behoefte aan ingerichte speelruimtes is door de gehele stad. Ook in een buurt met relatief oudere inwoners is er voor kleinkinderen speelruimte nodig.
1.1.3
Evenredige verdeling Wijk/Stadsvoorzieningen zorgt voor een eerlijk aanbod in iedere wijk Met Wijk/Stadsvoorzieningen worden speel/sportplaatsen bedoeld die niet in elke wijk terugkomen, zoals een skatebaan, waterpark of pumptrackbaan. Daarom hebben deze geen specifieke norm qua bereik en worden zoveel mogelijk over de wijken verdeeld. Hierbij wordt gekeken naar centraal gelegen plekken, die goed bereikbaar zijn voor een zo’n groot mogelijk publiek.
1.1.4
Goed afgestemd aanbod zorgt voor een optimaal speelklimaat. In verschillende wijken is er sprake van een overaanbod van speelplekken, met hier en daar een gat in de verdeling. In een aantal wijken bevinden zich in een straal van 200 meter 2-3 dezelfde speelplekken. Hierbij geldt dat een overaanbod aan speelplekken juist niet bijdraagt aan een ideaal speelklimaat. Spelen nodigt immers spelen uit.
1.1.5
Samen zijn we de kind vriendelijkste gemeente van Nederland. Gezamenlijk komen we tot goede oplossingen. Om het overaanbod terug te dringen gaan we met de buurtbewoners in gesprek, waarbij de verschillende keuzes worden voorgelegd. Daarnaast is er nog het programma MensenMakenDeBuurt waarbij er verschillende adoptiemogelijkheden zijn.
1.1.6
Senioren moeten ook toegang hebben tot de speelruimte. Senioren zijn onderdeel van een inclusieve samenleving. Daarom moeten zij ook toegang hebben tot de speelplekken en is het noodzakelijk dat er voorzieningen zijn, waardoor ze mee kunnen doen.
1.2 Kwaliteit en Natuur a. Bij renovaties en realiseren van nieuwe speelplekken zijn de richtlijnen “Werkwijze groot onderhoud en nieuwe speelruimte” van toepassing. (bijlage 1) b. Bij renovaties en realiseren van nieuwe speelplekken wordt er een scorekaart klimaat/natuur toegepast. (bijlage 1) c. Bij renovaties en realiseren van nieuwe speelplekken wordt er een scorekaart uitdaging/verblijf toegepast. (bijlage 1)
d. e.
f.
Bij renovaties en nieuwe speelplekken wordt een ondergrondkeuzemodel toegepast, met uitgangspunt: het zoveel mogelijk toepassen van natuurlijke ondergronden. Indien er nieuwe speelplekken worden aangewezen (bijvoorbeeld: Nieuwbouw) liggen op minimaal 10 meter afstand van woningen, beweeg- en jongerenplekken op minimaal 50 meter. (bijlage 1) Indien er nieuwe speelplekken worden aangewezen (bijvoorbeeld; Nieuwbouw) worden er locaties gekozen waar goed sociaal toezicht mogelijk is. Daarnaast moeten deze goed bereikbaar zijn via een voetpad.
1.2.1
Hiermee verhogen we het algemene niveau van de speelplekken en de levensduur. Met standaard richtlijnen, voor speelruimten, worden er eisen gesteld aan speelbeleving, diversiteit en kwaliteit.
1.2.2
Uitdagende speeltuinen zorgen voor meer speelplezier. Met de scorekaart uitdaging/verblijf wordt er bij ieder ontwerp nagedacht over alle mogelijke maatregelen voor uitdaging/verblijf. Alle punten in de scorekaart zijn afgestemd met de GGD en IVN Natuureducatie. Uit de participatie met de kinderen en jeugd blijkt dat ze vaak spanning en uitdaging missen in de speeltuinen.
1.2.3
Groene speelruimten zijn prettige verblijfsplekken. Met de scorekaart klimaat/natuur en het keuzemodel ondergronden wordt er bij ieder ontwerp nagedacht over mogelijke maatregelen ten gunste van een groene leefomgeving en klimaat. Een voorbeeld van deze punten is het planten van bomen, voor meer schaduw. Uit de onafhankelijke beoordeling van alle speelplekken blijkt dat deze op het gebied van klimaat beter ingericht kunnen worden. Door in te zetten op een groenere speelruimte ontstaat er ook automatisch een uitdagendere ruimte. Alle punten in de scorekaart natuur/milieu en keuzemodel ondergronden zijn afgestemd met de GGD en IVN Natuureducatie.
1.2.4
Scorekaarten zorgen voor keuzemogelijkheden en een afweging voor inrichting van een speelruimte. Alle maatregelen op de scoringskaarten zijn niet altijd toepasbaar op iedere speelplek, vandaar dat niet wordt gewerkt met een vaste lijst met criteria. Een flexibele manier van werken waarbij in afstemming met bewoners/gebruikers de locatie specifieke mogelijkheden optimaal worden benut.
1.2.5
Door speelplekken minimaal 10 meter en jongerenplekken 50 meter van de woningen te aan te leggen is er voldoende afstand om overlast te beperken.
1.2.6
Met sociaal toezicht spelen kinderen vrijer en is er een veiliger speelklimaat Indien de locatie zo wordt gekozen dat een speelplek wordt geplaatst dat er goed sociaal toezicht is, mogen kinderen vaker alleen spelen. Speelplekken aan de achterzijde van woningen zijn vaak minder zichtbaar en kunnen zorgen voor minder vrijheid van ouders, richting hun kinderen.
1.3 Inclusief spelen en jongeren a. De behoefte naar samenspeelmaatregelen (bijv. voor mindervaliden) wordt vooraf middels participatie bij alle speelplekken uitgevraagd en zoveel mogelijk specifiek naar behoefte toegepast. b. In elke wijk is er of komt er één jongerenplek. 1.3.1
Door op het niveau van buurtspeelplekken rekening te houden met de samenspeelrichtlijn doen we het beter dan waar de landelijke richtlijn voor bedoeld is.
De samenspeelrichtlijn komt vanuit het SamenSpeelAkkoord, getekend door branchevereniging spelen en bewegen en ministerie van VWS: 100% Welkom, 70% bereikbare toestellen en 50% bespeelbare toestellen. Deze richtlijn is namelijk bedoeld voor specifieke samenspeelplekken, terwijl ze nu ook in afstemming worden meegenomen bij elke buurtspeelplek. Ook wordt hiermee verder ingezet op een inclusieve samenleving (inclusieagenda), waarbij niet alleen kinderen met een duidelijke handicap toegang hebben tot een speelplek, maar ook ouderen en mensen met minder zichtbare beperkingen. 1.3.2
Ons gezamenlijke doel is dat alle kinderen, met en zonder handicap, samen kunnen buitenspelen. Er wordt vooral gekeken naar toegankelijkheid voor iedereen. Daarbij wordt er niet in eerste instantie gekeken naar unieke toestellen die alleen bedoeld zijn voor kinderen met een beperking. Maar juist naar toestellen die gebruikt worden door alle kinderen met en zonder beperking.
1.3.3
Door vooraf te vragen naar de behoeften in de buurt wordt gericht ingespeeld op inclusieve maatregelen en wordt samenspel optimaal gestimuleerd. Gehandicapt zijn komt in veel verschillende vormen voor en moet daarom juist afgestemd worden naar de specifieke behoefte. Deze behoefte naar inclusieve maatregelen wordt d.m.v. participatie vooraf, bij nieuwbouw of renovatie projecten, gevraagd aan de bewoners in de directe omgeving. Hierdoor wordt er optimaal ingespeeld op de specifieke beperkingen en bruikbare samenspeelmogelijkheden.
1.3.4
Jongeren vragen om een eigen plek in de openbare ruimte. Ondanks de verschillende sportlocaties en de onvoorspelbare locatiekeuze van de jeugd zelf is er uit de participatie voortgekomen dat jongeren behoefte hebben aan een eigen plek. Vaak worden ze op bestaande plekken weggestuurd omdat ze (over)last veroorzaken. Door het inrichten van locaties en deze zoveel mogelijk te combineren met wijk-stadsbrede speelplekken ontstaat er een aantrekkelijke plek voor jongeren, waar iets te beleven valt. Bij het inrichten en keuze van locatie worden naast de doelgroep zelf WelZijn en Sportbedrijf Lelystad betrokken.
2. Bij nieuwe stedenbouwkundige ontwikkelingen worden vooraf wijkspeelplannen opgesteld of bijgesteld. 2.1
hiermee wordt het speelruimtebeleid geborgd. Momenteel zijn er geen tot beperkte richtlijnen voor het spelen tijdens nieuwbouw projecten. Door het vooraf opstellen van wijkspeelplannen en hierop het speelruimtebeleid toe te passen, wordt het geborgd.
3. Bij alle speelplekken wordt het niet roken van toepassing 3.1
Daarmee werken we aan een gezonde jeugd en speelomgeving. Middels het aanbrengen van markeringen, het zij met tegels of borden wordt kenbaar gemaakt dat roken op de speelplekken verboden is.
4. Bekend maken van de het aanbod middels een samenspeelkaart op website van de gemeente. 4.1
Bewoners bekend maken met het aanbod in de Gemeente Lelystad. Vanuit de participatie en onderzoek is gebleken dat de bewoners van Lelystad het aanbod aan speelplekken en voorzieningen te beperkt vinden, terwijl ze geen beeld hebben van het totale aanbod. Daarom is het noodzaak om vaker over het spelen en het aanbod te communiceren
o.a. middels interactieve kaart die via de website beschikbaar is en een App beschikbaar komt. Kanttekeningen n.v.t. Financiën Op basis van de wijkspeelplannen wordt, onderdeel van het IGOR, een meerjarenprogramma (5 jaar) spelen opgesteld, om aan deze beleidskaders te voldoen. In de financiële paragraaf van dit meerjarenprogramma wordt inzichtelijk gemaakt welke investeringen noodzakelijk zijn en hoe de dekking geregeld is of moet worden, waarbij het uitgangspunt is dat er binnen de bestaande budgetten wordt gewerkt. Als er naast de bestaande budgetten extra dekking noodzakelijk is zal dit, als onderdeel van de P&C cyclus aan de raad voor besluitvorming worden voorgelegd. Vervolg Het opstellen van een Meerjarenprogramma Spelen Bijlagen -
Speelruimtebeleid 2024: Samen Beter Buiten Spelen Bijlagen speelruimtebeleid 1 t/m 4 Motie 21 november 2023 speelruimtebeleid
Lelystad, 26 november 2024 Het college van de gemeente Lelystad, de loco secretaris, J.L de Jong *Dit voorstel is digitaal vastgesteld en ondertekend