24.228 RV IHP sport
Tekst van het document
Voorstel aan de raad Nummer: 24.228
Portefeuille: Programma: Taakveld:
D.A. Grimbergen 5 Sport, cultuur en recreatie 5.2 Sportaccommodaties
Onderwerp: Integraal huisvestingsplan Sport (IHP Sport)
Voorgesteld besluit 1. Kennis te nemen van het uitgevoerde onderzoek over de ruimteclaims en toekomstige indicatieve investeringsbedragen op het gebied van sport en de ruimtelijke inpassing van (nieuwe) sportvoorzieningen. 2. De volgende normen voor de omvang van voorzieningen voor sport en bewegen, zoals vastgelegd in paragraaf 8.2 van het IHP Sport, als uitgangspunten te hanteren: a. Er is voldoende capaciteit aan zwemwater als op grond van het aantal bezoekers per jaar sprake is van een animocijfer tussen van 2,5 - 3,5 en een aantal bezoekers per m2 van 225 275. b. 1 sporthal per 24.000 inwoners en 1 sportzaal per 30.000 inwoners. Bij uitbreiding vindt een toets op noodzaak plaats op basis van het gebruik van de bestaande accommodaties conform het afwegingskader zoals opgenomen in paragraaf 8.3 van het IHP Sport. c. Voor buitensportaccommodaties 7m2 sportvelden per woning. Uitbreiding en afstoting van velden op gebeurt op basis van de afwegingskaders zoals opgenomen in paragraaf 8.3 van het IHP Sport. d. Voor sport en bewegen in de openbare ruimte 1m2 per inwoner bij (nieuwe) gebiedsontwikkelingen. Bij de inpassing worden ook combinaties gelegd met andere voorzieningen zoals sportparken en schoolpleinen. 3. Voor het uitbreiden van de capaciteit aan sportvoorzieningen uit te gaan van de uitgangspunten en afwegingskaders zoals opgenomen in paragraaf 8.3 van het IHP Sport.
Basis op orde: korte termijn (2025-2026) 4. Voor het oplossen van huidige knelpunten in vraag en aanbod een blaashal voor hockey, drie nieuwe kunstgrasvelden voetbal en een natuurgrasveld voetbal te realiseren. 5. Bij de kadernota 2026-2029 integraal een besluit te nemen over het benodigde budget voor het op orde brengen van de basis (zie beslispunt 5). 6. Te onderzoeken in hoeverre door het vrijvallen en herontwikkelen van huidige sportterreinen middelen gerealiseerd kunnen worden voor het medefinancieren van sportfaciliteiten. Investeringen in relatie tot de groei (vanaf 2027) 7. In ZuiderC een sportpark te onderzoeken binnen de kaders van de mastervisie te realiseren met in ieder geval acht voetbalvelden en een club-kleedgebouw, tien tennisbanen en tien padelbanen.
Kwaliteitsimpuls en verduurzaming 8. Bij de kadernota 2026-2029 integraal besluiten te nemen over de kwaliteitsimpuls als aangegeven in de samenvatting van het IHP Sport (pagina 3). 9. Bij de kadernota 2026-2029 integraal besluiten te nemen over de verduurzaming van de volledige sportaccommodaties De Rietlanden en De Koploper. Urgentie Raad Geen urgentie: Er is geen datum waarvoor dit besloten moet zijn door de raad. Voorstel kan in reguliere procedure. Voorgaande besluitvorming Er is geen voorgaande besluitvorming. Inleiding De gemeente Lelystad heeft een integraal huisvestingsplan sport (hierna IHP Sport) laten opstellen. Het IHP Sport geeft inzicht in de ruimteclaims en indicatieve investeringsbedragen in de toekomst en de ruimtelijke inpassing van (nieuwe) sportvoorzieningen. Voor het huidige inwonersaantal moet de ‘basis op orde komen’. Daarnaast moet rekening gehouden worden met de toekomstige groei van de gemeente en is geanalyseerd wat die toekomstige groei betekent voor de vraag naar (en daarmee het aanbod aan) sportaccommodaties. Het IHP sport sluit aan bij de Sport- en beweegvisie 2023 – 2030 die in januari 2023 is vastgesteld. Een belangrijke ambitie uit deze visie is dat in Lelystad (ook met de beoogde toekomstige groei) voor iedereen voldoende ruimte is om te bewegen en sporten.
Aandachtspunten daarbij zijn: • Een passend accommodatiebestand voor binnen- en buitensport (kwantiteit en kwaliteit). • Een beweegvriendelijk ingerichte openbare ruimte. • Oog voor verduurzaming van de accommodaties. Deze aandachtspunten zijn verwerkt in het IHP Sport. Argumenten 1. Kennis te nemen van het IHP Sport. 1.1. Het IHP Sport geeft een overzicht van de ruimtelijke en financiële kaders en een integraal afwegingskader. Het IHP Sport geeft de gemeente Lelystad een overzicht van de ruimtelijke en financiële opgaven voor de korte en langere termijn en een afwegingskader voor integrale besluiten over huisvestingswensen in relatie tot beschikbare middelen. Het IHP Sport speelt in op de groei van de stad en daarmee op de vraag naar ruimte voor de sport (binnensport, buitensport) en inrichting van een beweegvriendelijke openbare ruimte. 1.2. Het IHP Sport geeft sport- en beweegaanbieders duidelijkheid over de koers en ruimte voor sport en bewegen in de stad. Het IHP Sport geeft de sport- en beweegaanbieders (waaronder de verenigingen) transparantie over de koers waar het gaat om ruimte voor sport en bewegen in de stad. 2. De volgende normen voor de omvang van voorzieningen voor sport en bewegen, zoals vastgelegd in paragraaf 8.2 van het IHP Sport, als uitgangspunten te hanteren: a.
Er is voldoende capaciteit aan zwemwater als op grond van het aantal bezoekers per jaar sprake is van een animocijfer tussen van 2,5 - 3,5 en een aantal bezoekers per m2 van 225 - 275.
b. 1 sporthal per 24.000 inwoners en 1 sportzaal per 30.000 inwoners. Bij uitbreiding vindt een toets op noodzaak plaats op basis van het gebruik van de bestaande accommodaties conform het afwegingskader zoals opgenomen in paragraaf 8.3 van het IHP Sport. c. Voor buitensportaccommodaties 7m2 sportvelden per woning. Uitbreiding en afstoting van velden op gebeurt op basis van de afwegingskaders zoals opgenomen in paragraaf 8.3 van het IHP Sport. d. Voor sport en bewegen in de openbare ruimte 1m2 per inwoner bij (nieuwe) gebiedsontwikkelingen. Bij de inpassing worden ook combinaties gelegd met andere voorzieningen zoals sportparken en schoolpleinen. 2.1. Er zijn geen wettelijke normen voor de omvang van voorzieningen voor sport en bewegen. Daarom is aansluiting gezocht bij de beleidsdoelstellingen en bij onderzoeken naar normen. De gemeente heeft een zorgplicht voor de inwoners op het gebied van welzijn. Mogelijkheden om te sporten en bewegen maken hiervan onderdeel uit. De mate waarin hierin wordt voorzien is een vrije keuze. Er zijn instanties (zoals het Mulier Instituut) die periodiek onderzoek doen naar de omvang van sportvoorzieningen in Nederland. Daaruit komen gemiddelden en ontwikkelingen naar voren. Daarnaast zijn er belangenorganisaties (zoals Jantje Beton) die richtlijnen opstellen.
In combinatie met de eigen beleidsdoelstellingen, zoals beschreven in de Sport- en Beweegvisie 2023-2030, zijn de in het IHP Sport weergegeven normen vastgesteld. 2.2. Bij een norm moet sprake zijn van een goede aansluiting tussen vraag en aanbod. Een norm is een goede richtlijn voor de benodigde voorzieningen. Bij het realiseren van voorzieningen moet sprake zijn van een goede aansluiting tussen norm en praktijk, tussen vraag en aanbod. Het IHP Sport heeft vraag en aanbod op overzichtelijke wijze in kaart gebracht. 3. Voor het uitbreiden van de capaciteit aan sportvoorzieningen uit te gaan van de uitgangspunten en afwegingskaders zoals opgenomen in paragraaf 8.3 van het IHP Sport. 3.1. De in paragraaf 8.3 vastgelegde afwegingskaders worden standaard betrokken bij het maken van (toekomstige) keuzes voor het uitbreiden van sportvoorzieningen. Afwegingskaders zijn helpend bij het maken van keuzes. Van belang is dat de in het IHP Sport in paragraaf 8.3 vastgelegde afwegingskaders altijd in acht genomen worden bij het maken van (toekomstige) keuzes voor het uitbreiden van de capaciteit aan sportvoorzieningen. 4. Voor het oplossen van de huidige knelpunten in vraag en aanbod een blaashal voor hockey, drie nieuwe kunstgrasvelden voetbal en een natuurgrasveld voetbal te realiseren. 4.1. Het knelpunt voor voetbal (Batavia en Unicum) is ontstaan door ledengroei.
Het knelpunt voor hockey ziet op het korte hockeyseizoen dat niet in verhouding staat tot het beslag dat gelegd wordt op sporthal of -zaal. Uit het IHP Sport blijkt dat er voor de korte termijn knelpunten in de capaciteit zijn voor de sportaccommodaties voor voetbal en hockey. Het knelpunt voor voetbal is ontstaan door ledengroei. Voetbalvereniging Batavia en Unicum wensen op korte termijn uitbreiding van de veldcapaciteit. Het knelpunt voor hockey heeft betrekking op het korte hockeyseizoen (12 weken) waardoor een onevenredig groot beslag gelegd wordt op de beschikbaarheid van sporthallen en sportzalen. 4.2. Voor het oplossen van capaciteitsknelpunten en overlast is nodig dat het aantal velden op sportpark Schouw wordt uitgebreid naar vijf, het aantal velden op sportpark Doggersbank verlaagd wordt naar drie, het aantal velden op sportpark Langezand daalt naar zeven en sportpark Langezand benut kan worden voor groei van Unicum en Batavia. Uit het IHP Sport blijkt dat voor het op de korte termijn oplossen van de knelpunten bij Unicum omvorming van één natuurgrasveld met omliggende ruimte naar één natuurgrasveld en één
kunstgrasveld gewenst is. Daardoor is er een functionele capaciteit van vijf wedstrijdvelden en drie trainingsvelden. Voetbalvereniging Unicum kan daarmee voor het huidige aantal leden/teams alle wedstrijden plannen tussen 9.00 en 16.30 uur en alle trainingen op de maandag tot en met donderdag tot 22.00 uur. Hierdoor wordt de overlast voor de omwonenden beperkt. Uitwijken naar sportpark Langezand maakt het voor Unicum mogelijk om de wachtlijsten aan te pakken. Aanleg van een tweede kunstgrasveld op sportpark Doggersbank zorgt voor meer trainingscapaciteit waardoor Batavia wedstrijden en trainingen beter binnen de gewenste tijden kan plannen. Daarvoor is wel nodig dat het aantal sportvelden op sportpark Doggersbank daalt van vijf naar drie. In deze situatie is sprake van minder leden en hierdoor minder verkeer en minder parkeerdruk. Uitwijken naar sportpark Langezand maakt het voor Batavia mogelijk om de wachtlijsten aan te pakken. Voor sportpark Langezand wordt voorzien dat er zeven velden nodig zijn waarvan twee kunstgrasvoetbalvelden. Daarmee daalt het aantal velden van acht naar zeven. Desondanks biedt dit echter wel mogelijkheden voor verplaatsing van voetbalactiviteiten van de sportparken Schouw en Doggersbank vanwege ledengroei naar sportpark Langezand.
Hoewel sportpark Langezand voldoende ruimte heeft voor trainingen en wedstrijden van Unicum en Batavia is het gewenst om op korte termijn één extra kunstgrasveld aan te leggen dat ook geschikt is voor American Football. Daardoor wordt een kwaliteitsimpuls gegeven aan het verder ontwikkelen van sportpark Langezand en aan het herstructureren van de sport in Lelystad. 4.3. Een blaashal voor zaalhockey is een gangbare oplossing voor het korte zaalhockeyseizoen. Het zaalhockeyseizoen duurt 12 weken per jaar (van december t/m februari). Voor december en na februari maakt de hockeyvereniging geen gebruik meer van de binnensportaccommodaties. De keuze voor het plaatsen van een blaashal tijdens het zaalhockeyseizoen is een gangbare oplossing. 4.4. Aanschaf van een blaashal voor zaalhockey lost het capaciteitsprobleem van andere sportverenigingen in seizoen 2025-2026 op. In Lelystad wordt het gebruik van sportzalen door de hockeyvereniging voor een groot deel ingeroosterd op piekmomenten (18.00 – 22.00 uur). Dit leidt tot een minder optimale exploitatie van de accommodaties. De aanschaftermijn van een blaashal voor hockey bedraagt enkele maanden. De hal kan in het sportseizoen 2025 – 2026 al in gebruik worden genomen. Hiermee kan het tekort aan capaciteit voor de andere sportverenigingen in het seizoen 2025 – 2026 al opgelost worden (zie figuur 17, pag. 34 van het IHP Sport). 5.
Bij de kadernota 2026-2029 integraal een besluit te nemen over het benodigde budget voor het op orde brengen van de basis (zie beslispunt 4). 5.1. De raad besluit over de benodigde middelen voor uitvoering van het IHP Sport 2025-2026. Omdat sport geen wettelijke taak is, is naast het afwegingskader ook een bestuurlijk besluit vanuit de raad nodig. Daarom wordt niet alleen het voorliggend raadsvoorstel maar ook de financiële consequenties van het IHP Sport voor 2026 e.v. ter goedkeuring voorgelegd aan u als raad bij de Kadernota 2026-2029. Op basis van uw besluit over de financiële kaders wordt het IHP Sport vervolgens aan het college voorgelegd voor (‘definitieve’) vaststelling. 6. Te onderzoeken in hoeverre door het vrijvallen en herontwikkelen van huidige sportterreinen middelen gerealiseerd kunnen worden voor het medefinancieren van sportfaciliteiten. 6.1. Door het ontbreken van financiële middelen voor het op orde brengen van basissportvoorzieningen zoals bedoeld bij de beslispunt 4 wordt gezocht naar mogelijkheden om middelen te realiseren.
Er zijn geen budgetten voor het doen van extra investeringen op het gebied van sport. Er is onderzocht welke investeringen in de begroting van het Sportbedrijf staan die mogelijk vrijvallen. Deze informatie vindt u onder het kopje Financiën. Vanwege het ontbreken van financiële middelen voor het realiseren van in ieder geval de korte termijn voorzieningen wordt voorgesteld om te onderzoeken of een herontwikkeling van een sportterrein mogelijkheden biedt voor het financieren van sportfaciliteiten. Het gaat hierbij om middelen voor beslispunt 4. 7. In ZuiderC een sportpark te realiseren met inachtneming van de ambities van de Mastervisie 2024 ZuiderC met in ieder geval acht voetbalvelden en een club-kleedgebouw, tien tennisbanen en tien padelbanen. 7.1. In de Mastervisie.2024 ZuiderC zijn de ambities op het gebied van energietransitie, (circulaire) economie, klimaatadaptie (water en bodem sturend, natuur(inclusief) en bereikbaarheid vastgelegd. In de Mastervisie 2024 ZuiderC zijn de ambities van de gemeente Lelystad, de provincie Flevoland en het Rijk op het gebied van energietransitie, (circulaire) economie, klimaatadaptie (water en bodem sturend, natuur(inclusief) en bereikbaarheid vastgelegd. Deze ambities vormen het vertrekpunt voor de planontwikkeling van ZuiderC. Het is van belang dat deze ambities in achtgenomen worden bij het realiseren van een sportpark in ZuiderC. 7.2.
Uitbreiding van het aantal voetballocaties in de stad is nodig voor het oplossen van knelpunten en leidt tot een goede spreiding over de stad. Uit het IHP Sport blijkt dat er voor de toekomst knelpunten verwacht worden voor voetbal. Volgens het IHP Sport is het nodig om het aantal voetballocaties in de stad uit te breiden van drie naar vier. Dit leidt tot een goede spreiding van het voetbalaanbod over de stad: zeven velden in het noorden van de stad (sportpark Langezand), acht velden in het midden van de stad (vijf op sportpark Schouw en drie op sportpark Doggersbank) en acht velden in het zuiden van de stad (sportpark ZuiderC). 7.3. ITL en Poseidon kunnen in ZuiderC groeien in ledenaantal, gezamenlijk hun aanbod verbreden en zonder geluidsoverlast padel aanbieden. Ook voor tennis geldt dat er bij toekomstige groei van de verenigingen knelpunten te verwachten zijn. Tennisverenigingen ITL en Poseidon willen graag samengevoegd worden. De verenigingen krijgen door de aanleg van tien tennisbanen en tien padelbanen in ZuiderC de mogelijkheid om hun aanbod te verbreden. Beide verenigingen willen graag padel aanbieden maar vanwege het geluidsniveau is dat alleen mogelijk als de accommodatie niet te dicht bij woningen ligt. Op de huidige locaties van beide verenigingen is de inpassing van padel niet mogelijk wegens de korte afstand van deze accommodaties tot omliggende woningen.
Een nieuwe locatie biedt de samengevoegde verenigingen de ruimte om in de toekomst verder te groeien. 8. Bij de kadernota 2026-2029 integraal te besluiten over de kwaliteitsimpuls als aangegeven in de samenvatting van het IHP Sport (pagina 3). 8.1. Met kwaliteitsimpuls wordt bedoeld het verder versterken van de kwaliteit van sportparken, het creëren van extra ruimte voor sportfuncties en/of het vrijspelen van ruimte op (monofunctionele) sportparken. Naast het op orde brengen van de basis zijn in het IHP Sport ook opties benoemd voor herstructurering van sportparken. Die opties hebben vooral betrekking op het verder versterken van de kwaliteit van sportparken, het creëren van extra ruimte voor sportfuncties en/of het vrijspelen van ruimte op (monofunctionele) sportparken. De genoemde opties kunnen derhalve vooral gezien worden als een kwaliteitsimpuls voor de sport en de inwoner van Lelystad.
Concreet gaat het hierbij over het verbeteren van de functionaliteit van gymzalen, het combineren van een nieuwe gymzaal met een clubgebouw voor de tafeltennisvereniging, een nieuwe turnhal bij sportcomplex de Rietlanden, waarmee ook voorzien kan worden in de groei van de gymnastiekvereniging, en over herstructurering van sportpark Langezand zodat dit sportpark multifunctioneler gebruikt kan worden. 9. Bij de kadernota 2026-2029 integraal te besluiten over de verduurzaming van de volledige sportaccommodaties De Rietlanden en De Koploper. 9.1. Door verduurzaming wordt uitvoering gegeven aan het Klimaatakkoord. In het kader van het Klimaatakkoord kunnen de complexen De Koploper en De Rietlanden verduurzaamd worden. De verduurzamingsmogelijkheden zijn in het IHP Sport in beeld gebracht, inclusief de terugverdientijden. De investeringsramingen zijn afhankelijk van de keuze voor het doorvoeren van een deel of van alle mogelijkheden. Concreet gaat het hierbij voor De Rietlanden over isolatie van de bouwkundige schil voor het grootste deel van het complex, het doorvoeren van LED-verlichting (grootste deel van de verlichting), het plaatsen van zonnepanelen, waterbesparende douchekoppen, gedeeltelijke HR++ beglazing en warmteterugwinning.
Voor het gehele complex De Koploper gaat het om maatregelen voor het voorkomen van warmteverlies via het dak, het plaatsen van zonnepanelen en het plaatsen van warmtepompen. 9.2. Gedeeltelijke financiering van verduurzaming van De Koploper kan mogelijk gedekt worden uit reserveringen uit het MJOP. Het Sportbedrijf Lelystad denkt al geruime tijd na over verduurzamingsmogelijkheden. Bij de uitvoering van de maatregelen kan mogelijk op onderdelen worden aangesloten bij het MJOP (meerjarig onderhoudsplan). Vervanging van (delen van) het dak staan in het MJOP gepland voor 2028 en 2032; isolatie van het dak zou tijdens die werkzaamheden gecombineerd kunnen worden. Als alternatief zou gekozen kunnen worden om zonnepanelen eerder te plaatsen. Waar zonnepanelen geplaatst worden, zou de vervanging (en isolatie) van die delen van het dak naar voren gehaald kunnen worden. Een deel van de investeringen kan mogelijk gedekt worden uit reserveringen uit het MJOP.
Kanttekeningen 1. De raad te informeren over het IHP Sport. 1.1. Het IHP Sport had in 2023 gereed kunnen zijn. Een randvoorwaarden om tot een goed IHP Sport te komen is voldoende tijd en capaciteit. Daarom is ervoor gekozen het schrijven van het plan uit te besteden aan een extern bureau. Er moet voldoende tijd zijn om het bureau aan te sturen en het interne proces en besluitvorming te organiseren. Deze randvoorwaarde was in 2023 nog niet op orde. Financiën Korte termijn: basis op orde Om huidige knelpunten rond capaciteit van sportaccommodaties op te lossen en te komen tot een balans tussen vraag en aanbod, zijn investeringen nodig in de basis sportinfrastructuur. Het gaat daarbij om de uitbreiding van sportcomplex De Rietlanden (financiering via een separate kredietaanvraag), realisatie van een blaashal voor hockey en investeringen in voetbalcapaciteit op de sportparken (aanleg van drie kunstgrasvelden en één natuurgrasveld).
Met deze investeringen is een extra structurele jaarlast gemoeid van € 218.000. Daarbij is uitgegaan van de volgende uitgangspunten: - Alle lasten zijn inclusief BTW. - Afschrijvingstermijnen voor sportvelden van 10 jaar (toplaag), voor lichtmasten van 40 jaar en voor overige investeringen van 30 jaar. - VAT-kosten en projectmanagement (eenmalige kosten bij de aanleg) zijn meegenomen in de investeringsbedragen voor de sportvelden. - Afschrijvingstermijn voor de blaashal van 10 jaar. Deze is gebaseerd op een minimale levensduur van de blaashal. De toepassing van blaashallen is relatief nieuw. De exacte levensduur kan uiteindelijk hoger liggen. - Rekenrente kapitaallasten van 0,25 %. De investering in voorzieningen in de openbare ruimte voor sport en bewegen (ter compensatie van het wegvallen van de openbare ruimte rond ’t Kofschip) is op PM gesteld. Deze is afhankelijk van de keuze voor voorzieningen sport en bewegen in de openbare ruimte. Lange termijn: groei van de stad De investeringen die nodig zijn om te voorzien in de sport- en beweegbehoefte als gevolg van de groei van de stad concentreert zich vooral op het nieuw te realiseren sportcomplex ZuiderC, voorzieningen voor sport en bewegen in de openbare ruimte en op termijn eventueel een tweede zwembad. Deze investeringen moeten gefinancierd worden vanuit de grondexploitatie van de nieuw te ontwikkelen gebieden in Lelystad.
Kwaliteitsimpuls
Uitgangspunten voor bovengenoemde investeringen zijn: - Een afschrijvingstermijn van 60 jaar voor de gebouwen en een rekenrente kapitaallasten van 0,25%. - Voor de turnhal wordt uitgegaan van de variant van aanbouw bij het nieuwe complex bij De Rietlanden. Er kan gekozen worden voor een andere variant (solitaire voorziening of in combinatie met de te realiseren gymzaal bij de Rietlanden). In dat geval heeft dat consequenties voor de investering en daarmee de jaarlasten. - Een eventuele herstructurering van sportpark Langezand is nog niet meegenomen.
Verduurzaming De investeringskosten voor verduurzamingsmaatregelen in De Koploper en De Rietlanden zijn in beeld gebracht. Op basis van terugverdientijden en impact in relatie tot het Klimaatakkoord kunnen hier keuzes in gemaakt worden. De jaarlast van de investering is afhankelijk van die keuzes. Daarom is voor de investeringen op het gebied van verduurzaming geen jaarlast berekend. Vervolg Er wordt een start gemaakt met de uitvoering geven aan de investeringen die op korte termijn nodig zijn om de basis op orde te brengen. Dit is afhankelijk van de beschikbare financiële middelen. Jaarlijks zal het Sportbedrijf een inventarisatie doen bij de sportverenigingen zodat nieuwe wensen en behoeften in beeld zijn en getoetst kunnen worden aan de hand van de vastgestelde uitgangspunten en afwegingskaders. Het IHP Sport wordt 1 keer in de 4 jaar geactualiseerd om te kijken naar evenwicht in vraag en aanbod en in hoeverre beleidsuitgangspunten nog actueel zijn. Bijlage 1. IHP Sport.
Lelystad, 11 juni 2024 Het college van de gemeente Lelystad, de secretaris, J.S.W. Ozenga *Dit voorstel is digitaal vastgesteld en ondertekend