24.154 RV Verkeersonderzoeken Stationsgebied en Hoofdwegenstructuur
Tekst van het document
Voorstel aan de raad Nummer: 24.154
Portefeuille: Programma: Taakveld:
P. van Dijk 8 Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing
Onderwerp: Verkeersonderzoeken Stationsgebied en hoofdwegenstructuur Voorgesteld besluit 1. Kennis te nemen van het onderzoeksrapport “Verkeersonderzoeken Stationsgebied en hoofdwegenstructuur Lelystad” d.d. 9 april 2024 en de volgende verkeerskundige uitgangspunten vast te stellen: a. aanpassen van de rotonde ‘Visarenddreef-Stationslaan-Middenweg’ naar een voorrangskruispunt, waarbij gemotoriseerd verkeer van en naar de Middenweg voorrang dient te verlenen, de aansluiting Botter 15 alleen beschikbaar is voor inrijdend gemotoriseerd verkeer en het kruispunt wordt voorzien van een doseerlicht; b. aanpassen van de rotonde ‘Stationslaan-Rigastraat’ naar een voorrangskruispunt, waarbij gemotoriseerd verkeer van en naar de Rigastraat voorrang dient te verlenen; c. vrijmaken van de Ziekenhuisweg van gemotoriseerd verkeer vooralsnog met uitzondering van openbaar vervoer en hulpdiensten; d. aanpassen van de rotonde ‘Middendreef-Ziekenhuisweg-Middenweg’ naar een Taansluiting voorzien van een doseerlicht voor verkeer vanaf de Middendreef richting de Middenweg; e. vergroten van de capaciteit van de rotonde Zuigerplasdreef-Ziekenhuisweg; f. aanpassen van de rotondes ‘Larserdreef-Middendreef’ en ‘Larserdreef-Zuigerplasdreef’ naar kruispunten met verkeerslichten als principemaatregel te hanteren; g. het verhogen van de snelheid op volledige buitenring naar 70 km/u; h.
opstellen van een monitorings- en evaluatieplan om de noodzaak van aanvullende maatregelen in beeld te brengen. 2. Uitgangspunt 1.a. en 1.b. (Visarenddreef-Stationslaan) uit te werken in het stedenbouwkundig ontwerp voor de infrastructuur van het Stationsgebied West en dit ontwerp ter vaststelling aan de raad voor te leggen; 3. Uitgangspunt 1.c, 1.d. (Ziekenhuisweg) uit te werken in het stedenbouwkundig ontwerp voor het Zilverpark en/of de Zorgcampus en dit ontwerp ter vaststelling aan de raad voor te leggen; 4. Uitgangspunt 1.e. (rotonde Zuigerplasdreef-Ziekenhuisweg) uit te werken in een separaat verkeersontwerp waarbij de raakvlakken met de ontwikkeling van het Zilverpark en de Zorgcampus dienen te worden bewaakt en dit ontwerp inclusief kostenraming en dekkingsvoorstel ter vaststelling aan de raad voor te leggen;
5. Uitgangspunt 1.f. (rotondes ‘Larserdreef-Middendreef’ en ‘Larserdreef-Zuigerplasdreef’) verder uit te werken nadat de verkeerseffecten van de Rondweg Lelystad Zuid bekend zijn, en ter vaststelling voor te leggen aan de raad; 6. Uitgangspunt 1.g. (verhogen snelheid buitenring) nader te onderzoeken op de effecten op de leefbaarheid en verkeersveiligheid, hiervoor de benodigde maatregelen in beeld te brengen en ter vaststelling voor te leggen aan de raad; 7. Uitgangspunt 1.h. (monitorings- en evaluatieplan) uit te werken tot een monitorings- en evaluatieplan om de effecten, tijdigheid en noodzaak van (aanvullende) verkeersmaatregelen, waaronder het aanpassen van de rotondes Larserdreef-Middendreef en LarserdreefZuigerplasdreef en de kruispunten Zuiveringsweg – Westerdreef en Zuigerplasdreef – N307, in beeld te brengen.
Urgentie Raad Voorkeur raadsbehandeling uiterlijk 28 mei 2024 vanwege de voortgang van de projecten waarvoor het raadsbesluit een uitgangspunt vormt.
Voorgaande besluitvorming • • • • • • • • •
Raadsbesluit 246 “Mobiliteitsvisie Lelystad in beweging”, 1 december 2020. Raadbesluit 192 “Ontwikkelingsplan en grondexploitatie Stationsgebied Lelystad”, 8 juli 2021. Raadsbesluit 230 “Raadsakkoord 2022- 2026”, 28 juni 2022. Motie 1579, Verkeersafwikkeling. Motie 1390, Motie Magic Apple – doorstroming. Toezegging aan raad 1582, Aansluiting Torenvalkweg op de Larserdreef. Raadsbesluit 13A “Stedenbouwkundig Ontwerp Stationsgebied Oost”, 21 februari 2023. Motie “Doorstroming stationsgebied ter versterking centrum”, 21 februari 2023. Raadsbesluit 160 “Grodnexploitatie Stationsgebied West en SPVE Hanzepark”, 18 juli 2023.
Inleiding: Naar aanleiding van de bereikbaarheidsopgaven in het Raadsakkoord 2022-2026 zijn twee verkeersonderzoeken uitgevoerd. De eerste betreft onderzoek naar de doorstroming en verkeerscirculatie in het stationsgebied. Het tweede onderzoek richt zich op de doorstroming op de hoofdwegenstructuur van Lelystad. Voor het verrichten van beide onderzoeken is het externe bureau Antea ingehuurd. Bij het onderzoek is onder andere gebruik gemaakt van het verkeersmodel STRAVELA (Strategisch Verkeersmodel Lelystad Almere) en een dynamisch verkeersmodel voor het stationsgebied (VISSIM). Omdat beide onderzoeken nauw met elkaar samenhangen zijn deze integraal uitgevoerd. Dit heeft geresulteerd in het integrale rapport “Verkeersonderzoeken Stationsgebied en hoofdwegenstructuur Lelystad” d.d. 9 april 2024. Op basis van dit rapport worden in het voorliggende raadsvoorstel maatregelen voorgesteld ter verbetering van de doorstroming in Lelystad. Argumenten: 1. Kennis te nemen van het onderzoeksrapport “Verkeersonderzoeken Stationsgebied en hoofdwegenstructuur Lelystad” d.d. 9 april 2024 en de volgende verkeerskundige uitgangspunten vast te stellen: a.
aanpassen van de rotonde ‘Visarenddreef-Stationslaan-Middenweg’ naar een voorrangskruispunt, waarbij gemotoriseerd verkeer van en naar de Middenweg voorrang dient te verlenen, de aansluiting Botter 15 alleen beschikbaar is voor inrijdend gemotoriseerd verkeer en het kruispunt wordt voorzien van een doseerlicht; b. aanpassen van de rotonde ‘Stationslaan-Rigastraat’ naar een voorrangskruispunt, waarbij gemotoriseerd verkeer van en naar de Rigastraat voorrang dient te verlenen;
c. d.
e.
f. g.
h.
vrijmaken van de Ziekenhuisweg van gemotoriseerd verkeer vooralsnog met uitzondering van openbaar vervoer en hulpdiensten; aanpassen van de rotonde ‘Middendreef-Ziekenhuisweg-Middenweg’ naar een Taansluiting voorzien van een doseerlicht voor verkeer vanaf de Middendreef richting de Middenweg; vergroten van de capaciteit van de rotonde Zuigerplasdreef-Ziekenhuisweg; aanpassen van de rotondes ‘Larserdreef-Middendreef’ en ‘Larserdreef-Zuigerplasdreef’ naar kruispunten met verkeerslichten als principemaatregel te hanteren; verhogen van de snelheid op volledige buitenring naar 70 km/u; opstellen van een monitorings- en evaluatieplan om de effecten, tijdigheid en noodzaak van aanvullende maatregelen in beeld te brengen.
1.1. De uitgangspunten vormen een ‘integraal ontwikkelplan verkeer’ voor Lelystad In de huidige verkeerssituatie vormt de rotonde ‘Visarenddreef-Middenweg-Stationslaan’ het grootste capaciteitsknelpunt in Lelystad. Hierdoor ontstaat in de avondspits congestie op met name de Middenweg. Het busverkeer kan hierdoor ook vertraging oplopen. Door toekomstige woningbouwontwikkelingen zal de verkeersdrukte toenemen. De herinrichting van de openbare ruimte in het Stationsgebied Oost (RB13A) die later dit jaar zal starten, heeft een positief effect op de verkeersafwikkeling. Zo vervalt de route voor gemotoriseerd verkeer via de noordelijke spooronderdoorgang, waardoor ook de kruising met verkeerslichten op de Stationslaan kan vervallen. Daarnaast krijgt het busverkeer een vrije busbaan parallel aan de Middenweg. Op de Middenweg komen tevens doseerlichten om de doorstroming van het busverkeer richting de westzijde van het te borgen. Ondanks het positieve effect op de verkeersafwikkeling worden hiermee niet alle toekomstige verkeersknelpunten opgelost. Zonder aanvullende maatregelen blijft in de toekomst simpelweg te veel gemotoriseerd verkeer gebruik maken van de ‘Middenweg-Visarenddeef-Stationslaan’. Het faciliteren van al dit verkeer is niet haalbaar. Op de Middenweg en Visarendreef zouden dan 5 rijstroken nodig zijn en op de Stationslaan 4 rijstroken. Hiervoor is onvoldoende ruimte.
Ook zou dit negatief effect hebben op de leefbaarheid en beleving van het centrumgebied. Uit het verkeersonderzoek blijkt dat 70% van het gemotoriseerde verkeer op de Middenweg geen bestemming in het centrum van Lelystad heeft. Dit verkeer zou via de buitenring kunnen rijden, waardoor de drukte op de binnenring zal afnemen. Echter, ondanks de congestie op de Middenweg kiest dit verkeer toch nog vaak voor de route via de binnenring. De basis voor de aanvullende verkeersmaatregelen liggen daarom niet alleen op het verbeteren van de doorstroming op de binnenring, maar ook op het aantrekkelijk maken van de buitenring. Tezamen vormt dit het ‘integraal ontwikkelplan verkeer‘ voor Lelystad. 1.2. Het integraal ontwikkelplan verkeer kent een gefaseerde uitvoering Zoals aangegeven heeft de herinrichting van het Stationsgebied Oost een positief effect op de verkeersafwikkeling en de doorstroming van het busverkeer, maar is niet voldoende om alle verkeersknelpunten in het stationsgebied op te lossen. Deze herinrichting wordt daarom als eerste van een serie maatregelen gezien, waarmee de verkeersknelpunten in het stationsgebied worden aangepakt. De uitvoering van deze maatregel start nog dit jaar. In het kort worden de volgende aanvullende maatregelen voorgesteld.
Het voorstel is om de rotondes ‘Visarenddreef-Middenweg-Stationslaan’ en ‘Stationslaan-Rigastraat’ aan te passen naar voorrangskruispunten. Ook wordt voorgesteld om de rotonde ‘Middendreef-ZiekenhuiswegMiddenweg’ om te zetten naar een T-aansluiting met een verkeerslicht. Hier kan het verkeer richting de Middenweg worden gedoseerd, waardoor de verkeersdrukte wachtrij op de Middenweg kan worden verplaatst naar de Middendreef waar deze beter kan worden opgevangen (meer ruimte en minder impact op het centrum). Om de buitenring aantrekkelijker te maken wordt voorgesteld om de snelheid hier te verhogen naar 70 km/uur. Om de doorstroming van het verkeer te borgen ontstaat rond 2030 de noodzaak om de capaciteit van de rotonde ‘Zuigerplasdreef-Ziekenhuisweg’ uit te breiden. Om de
doorstroming op de buitenring te verbeteren wordt tevens voorgesteld om op termijn de rotondes ‘Larserdreef-Middendreef’ en ‘Larserdreef-Zuigerplasdreef’ aan te passen naar kruispunten met verkeerslichten. Hiervoor dient de noodzaak voor aanpassingen, na openstelling van de rondweg Lelystad Zuid, gemonitord te worden. De maatregelen worden verderop in dit raadsvoorstel en in het verkeersonderzoek dat als bijlage is toegevoegd uitgebreid toegelicht. Ondanks deze maatregelen kan het zijn dat op de lange termijn nieuwe verkeersknelpunten in het stationsgebied ontstaan. Dat moet blijken uit de monitoring en evaluatie van het verkeerssysteem. Als er aanvullende maatregelen nodig zijn, dan zijn hiervoor nog verschillende opties mogelijk. In eerste instantie kan dan worden ingezet op een optimalisatie van de voorgestelde maatregelen door verkeerslichten anders af te stellen of kruispunten, voorsorteerstroken, etc. te verruimen en/of het fietsgebruik en openbaar vervoer te stimuleren (afname autogebruik stedelijk verkeer). Ook kunnen meer ingrijpende maatregelen worden genomen. Dit dient op langere termijn na monitoring en evaluatie te worden overwogen en maakt geen onderdeel uit van het voorliggende raadsvoorstel. De totale fasering van maatregelen is opgenomen in de figuur hieronder. De verkeerssituatie wordt na iedere maatregel gemonitord.
Met behulp van deze informatie kan de volgende maatregel worden gefinetuned. De noodzaak van de maatregel zelf staat niet ter discussie en is dus niet afhankelijk van de uitkomst van de monitoring. Een uitzondering daarop is de maatregel in het zwart (‘lange termijn maatregelen’). Deze maatregel wordt alleen genomen indien de noodzaak uit de monitoring blijkt. Dat is pas na 2030 bekend en is daarom geen onderdeel van dit raadsvoorstel. Opgemerkt wordt dat de maatregelen voor de buitenring mogelijk al voor 2030 kunnen worden uitgevoerd. Dat is afhankelijk van de snelheid waarmee besluitvorming over de uitwerking van de maatregelen kan plaatsvinden en procedures worden doorlopen.
1.3. Het integraal ontwikkelplan verkeer wordt voorgesteld na gedegen onderzoek Aan het voorstel ligt een gedegen onderzoek ten grondslag. Het onderzoek is verricht door het adviesbureau Antea dat veel ervaring heeft met dergelijke opgaven. Het onderzoek is kwantitatief onderbouwd met verkeersmodellen. Antea heeft daarvoor gebruik gemaakt van het Strategisch Verkeersmodel Lelystad Almere (STRAVELA) en een dynamisch verkeersmodel (VISSIM). 2. Uitgangspunt 1.a. en 1.b. (Visarenddreef-Stationslaan) uit te werken in het stedenbouwkundig ontwerp voor de infrastructuur van het Stationsgebied West en dit ontwerp ter vaststelling aan de raad voor te leggen;
2.1. Aanpassing naar een voorrangskruispunt verbetert de doorstroming Uit het verkeersmodel blijkt dat een voorrangskruispunt op de ‘Visarendreef-Stationslaan-Middenweg’ tot in ieder geval 2030 tot een aanzienlijke verbetering van de doorstroming op de Visarenddreef en Stationslaan leidt. Op de Middenweg blijft in de avondspits nog wel druk. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door verkeer zonder bestemming in het centrum. Daarnaast treedt mogelijk een psychologisch effect dat niet uit het verkeermodel naar voren komt. Indien de Middenweg ondergeschikt is aan de voorrangsroute Visarenddreef-Stationslaan zal verkeer zonder een bestemming in het centrum minder snel geneigd zijn om de Middenweg te kiezen. 2.2. Doseerlichten verbeteren de verkeersafwikkeling openbaar vervoer De doseerlichten op de Middenweg en Visarenddreef hebben als doel prioriteit te geven aan het openbaar vervoer door het gemotoriseerde verkeer kort stil te zetten. Het doseren vergroot de mogelijkheid om de verkeersdoorstroming te reguleren. Het doseerlicht op de Visarenddreef kan tevens worden ingezet om extra ruimte te geven aan het wegrijden van het verkeer op de Middenweg en hiermee een goede doorstroming op de binnenring te waarborgen De doseerlichten reageren op het aanbod van het verkeer en het openbaar vervoer.
Ook communiceren deze ‘slimme’ doseerlichten onderling om tot een optimale verkeersafwikkeling te komen. 2.3. Intensiteit Botter blijft binnen de landelijk geaccepteerde waarde Het heeft de voorkeur om de Botter 15 als éénrichtingsweg naar het zuiden op het voorrangskruispunt ‘Visarenddreef-Stationslaan-Middenweg’ aan te sluiten. Verkeer op de Botter 15 richting het noorden zorgt namelijk voor een minder overzichtelijke situatie in de bocht van de Visarenddreef-Stationslaan. Door de aansluiting in éénrichting in de richting zuid zal het gemotoriseerd verkeer de wijk via Botter 13 uit moeten rijden. Dit past binnen het principe om verkeer te verleiden de buitenring te gebruiken en minder gebruik te maken van de Middenweg. De belasting op Botter 13 en wijkontsluitingsweg Botter neemt dan toe tot 2.500 mvt/etmaal in 2040. Dit is inclusief ontwikkeling van de Getronicslocatie. Een dergelijke intensiteit is nog steeds ruim binnen de landelijk geaccepteerde waarde van 4.000 mvt/etmaal voor erftoegangswegen 30km/h. De leefbaarheid en verkeersveiligheid op de alternatieve route blijft acceptabel. 2.4. De kruispunten vallen binnen de gebiedsontwikkeling Stationsgebied West De raad heeft voor de gebiedsontwikkeling Stationsgebied West een grondexploitatie vastgesteld (RB160).
De aanpassing van de rotondes ‘Visarenddreef-Stationslaan-Middendreef’ en ‘StationslaanRigastraat’ vallen binnen het plangebied van deze grondexploitatie. In deze grondexploitatie zijn tevens financiële middelen opgenomen voor het opstellen van een stedenbouwkundig ontwerp en de herinrichting van de openbare ruimte/infrastructuur. Gelet op de samenhang met het gebied dient het ontwerp van de voorrangskruisingen integraal in deze gebiedsontwikkeling te worden meegenomen. 3. Uitgangspunt 1.c, 1.d. (Ziekenhuisweg) uit te werken in het stedenbouwkundig ontwerp voor het Zilverpark en/of de Zorgcampus en dit ontwerp ter vaststelling aan de raad voor te leggen; 3.1. Afwaarderen Ziekenhuisweg leidt niet tot verkeersknelpunten elders Het afsluiten van de Ziekenhuisweg voor doorgaand gemotoriseerd verkeer heeft invloed op de routekeuze op de binnenring. Het grootste deel van het verkeer verplaatst zich naar de Gordiaandreef. Een kleiner deel maakt dan gebruik van de Agorabaan (noordkant binnenring). Uit het verkeersmodel blijkt dat beide alternatieve routes drukker worden, maar nog steeds voldoende doorstromen. Er zijn op deze routes geen aanvullende maatregelen nodig om het extra verkeer te verwerken. 3.2.
De Ziekenhuisweg vooralsnog beschikbaar voor hulpdiensten, openbaar vervoer, voetganger en fietsers De doorgaande route blijft vooralsnog beschikbaar voor hulpdiensten en openbaar vervoer. Indien de Ziekenhuisweg niet meer beschikbaar zou zijn voor openbaar vervoer zou de rijtijd oplopen, met nadelige gevolgen voor de kosten en de kwaliteit van de busdienst. De Ziekenhuisweg blijft overigens
wel beschikbaar voor voetgangers, fietsers, bestemmingsverkeer en als verbinding tussen de Zuigerplasdreef en Neringweg. 3.2. Afwaardering Ziekenhuisweg biedt ruimte aan oversteekbaarheid en groen Door de veel lagere verkeersintensiteiten op de Ziekenhuisweg neemt de oversteekbaarheid voor langzaam verkeer hier sterk toe: dit langzaam verkeer hoeft alleen nog maar te wachten als er een bus voorbijkomt. Door het afwaarderen is er meer ruimte voor een parkachtige inrichting bij de Ziekenhuisweg, met positieve leefbaarheidseffecten tot gevolg. Uit het verkeersmodel blijkt tevens dat de rijtijd van bussen die gebruik maken van Ziekenhuisweg afneemt. 3.3. Aanpassing rotonde naar T-aansluiting is mogelijk De huidige rotonde ‘Ziekenhuisweg-Middenweg-Middendreef’ kan gewijzigd worden naar een drietaks kruispunt (T-aansluiting). Gezien de lage belasting op de Ziekenhuisweg na de afwaardering functioneert dit kruispunt als voorrangskruispunt zonder problemen. Aanvullend kan hier voor het verkeer van de Middendreef naar de Middenweg een doseerlicht worden geplaatst, waarmee de wachtrij op de Middenweg kan worden beperkt. De wachtrij kan dan worden verplaatst naar de Middendreef waar de wachtrij beter kan worden opgevangen. 3.4.
Samenhang gebiedsontwikkeling Zilverpark en Ziekenhuis Het afwaarderen van de Ziekenhuisweg heeft nauwe relatie met de ontwikkeling van de Zorgcampus en dient in dit gebiedsplan te worden uitgewerkt. Het omzetten van de rotonde naar een T-aansluiting is een randvoorwaarde voor de woningbouwontwikkeling Zilverpark West. Door de T-aansluiting verder richting het treinspoor te leggen ontstaat namelijk ruimte voor een kavel voor de woningbouwontwikkeling. Het ontwerp van de T-aansluiting dient daarom integraal te worden meegenomen in de ontwikkeling van Zilverpark West, waartoe reeds een voorbereidingskrediet beschikbaar is gesteld. 4. Uitgangspunt 1.e. (rotonde Zuigerplasdreef-Ziekenhuisweg) uit te werken in een separaat verkeersontwerp waarbij de raakvlakken met de ontwikkeling van Zilverpark en de Zorgcampus dienen te worden bewaakt en dit ontwerp inclusief kostenraming en dekkingsvoorstel ter vaststelling aan de raad voor te leggen; 4.1. Op middellange termijn is uitbreiding van de capaciteit noodzakelijk Uit het verkeersmodel blijkt dat het op middellange termijn noodzakelijk is om de capaciteit van rotonde ‘Ziekenhuisweg-Zuigerplasdreef’ uit te breiden. Dit is onafhankelijk van de andere voorgestelde maatregelen voor de binnenring en buitenring.
Aangezien dit in de huidige situatie al een ‘enkelstrooksrotonde’ is, ligt uitbreiding van de rotonde naar een ‘dubbelstrooksrotonde’ voor de hand. Een kruispunt met verkeerlichten zou ook een mogelijkheid zijn om de capaciteit te vergroten. 4.2. Het verkeerontwerp heeft raakvlakken met de Ziekenhuisontwikkeling Het verkeersontwerp voor de aansluiting ‘Zuigerplasdreef-Ziekenhuisweg’ kan gelet op de ligging als een zelfstandig product worden opgesteld, maar vereist vanwege de ruimtelijke samenhang met de ontwikkeling van Zilverpark en de Zorgcampus nauwe afstemming. De kosten voor het verkeersontwerp zijn reeds gedekt vanuit het resterende krediet ‘Integrale plan verkeersoplossingen Stationsgebied’. 5. Uitgangspunt 1.f. (rotondes ‘Larserdreef-Middendreef’ en ‘Larserdreef-Zuigerplasdreef’) verder uit te werken naar kruispunten met verkeerslichten, nadat de verkeerseffecten van de Rondweg Lelystad Zuid bekend zijn, en ter vaststelling voor te leggen aan de raad; 5.1. Op dit moment zijn de exacte effecten van de Rondweg Lelystad Zuid op de rotondes ‘Larserdreef-Middendreef’ en ‘Larserdreef-Zuigerplasdreef’ nog onvoldoende duidelijk
Nadat de Rondweg Lelystad Zuid opengesteld is en verkeer is gewend aan de nieuwe situatie zal duidelijk worden wat het exacte effect op de verkeersstromen is. Daarna kan een ontwerp worden gemaakt van het exacte ruimtebeslag van de verkeerslichten en de benodigde opstelruimte. 5.2. Met verkeerslichten wordt de doorstroming van verkeer bevorderd ten opzichte van (turbo)rotondes Het aanbrengen van verkeerslichten leidt tot de beste netwerkprestatie in de toekomst en kent het meeste oplossend vermogen. Naast een hogere capaciteit, hebben verkeerslichten als voordeel dat deze dynamisch en vraaggestuurd het verkeer kunnen regelen. De verkeerslichten kunnen zo met elkaar samenwerken dat er zo goed mogelijke benutting van de beschikbare infrastructuur plaatsvindt. 5.3. De rotondes Larserdreef-Middendreef en Larserdreef-Zuigerplasdreef zijn de locaties waar naar verwachting de eerste doorstromingsknelpunten op de hoofdwegenstructuur gaan ontstaan. 6. Uitgangspunt 1.g. (verhogen snelheid buitenring) nader te onderzoeken op de effecten op de leefbaarheid en verkeersveiligheid, hiervoor de benodigde maatregelen in beeld te brengen en ter vaststelling voor te leggen aan de raad; 6.1.
Het verhogen van de snelheid op de buitenring naar 70 km/u heeft een positief effect op de verkeersdoorstroming in het stationsgebied Er is een samenhang tussen de verkeerscirculatie in het stationsgebied en de verkeersdoorstroming op de hoofdwegenstructuur. Het verhogen van de snelheid op de buitenring biedt verkeer een aantrekkelijker alternatief dan de route door het stationsgebied. 6.2. Het verhogen van de snelheid op de buitenring naar 70 km/u biedt de weggebruiker duidelijkheid over de maximumsnelheid op de buitenring Op de buitenring gelden momenteel maximumsnelheden van 50 km/u en 70 km/u. Door overal 70 km/u in te stellen op de buitenring ontstaat uniformiteit in het snelheidsregime. 6.3. Het verhogen van de maximumsnelheid op de buitenring heeft naar verwachting effect op de leefbaarheid en verkeersveiligheid van de omgeving. De impact van het verhogen van de maximumsnelheid op leefbaarheid en verkeersveiligheid is niet in het onderzoek meegenomen. Deze effecten en eventuele benodigde maatregelen dienen in een nader onderzoek in inzichtelijk te worden gemaakt. 7. Uitgangspunt 1.h. (monitorings- en evaluatieplan) opstellen van een monitorings- en evaluatieplan om de effecten, tijdigheid en noodzaak van (aanvullende) verkeersmaatregelen, waaronder het aanpassen van de kruispunten Zuiveringsweg – Westerdreef en Zuigerplasdreef – N307, in beeld te brengen. 7.1.
Indien nodig zijn op termijn extra doseerpunten mogelijk Onder andere de verkeersintensiteit op de Middenweg wordt gemonitord en geëvalueerd. Indien de intensiteit op deze weg ondanks de maatregelen op termijn onacceptabel wordt, dan kunnen aanvullende doseerlichten aangebracht worden in de omgeving. Deze zorgen er vooral voor dat de Middenweg zelf blijft doorstromen om onder meer de leefbaarheid op en rond deze weg te verhogen. De wachtrij met gemotoriseerd verkeer wordt dan verplaatst naar de doseerlocaties buiten het centrumgebied waar deze beter kan worden opgevangen. Indien nodig kunnen op termijn de volgende doseerpunten worden toegevoegd: • Voorrangskruispunt Visarenddreef-Stationslaan, op de Visarenddreef en Stationslaan. • Voorrangskruispunt Rigastraat-Stationslaan, op de Rigastraat. • Voorrangskruispunt Ziekenhuisweg-Middendreef-Middenweg, op de Middenweg. • Stationsdreef, ten noorden van de Agorabaan.
7.2. De gefaseerde opbouw van maatregelen wordt effectiviteit geëvalueerd Door middel van een monitorings- en evaluatieplan wordt tijdens de gefaseerde opbouw van maatregelen in het stationsgebied en op de buitenring de effectiviteit geëvalueerd. De resultaten van de evaluatie dienen dan als input voor het maken en detailleren van keuzes die in vervolgfases gemaakt moeten worden. Er ontstaat naar verwachting steeds meer druk op de buitenring door ruimtelijke ontwikkelingen. Tegelijkertijd worden maatregelen in het verkeerssysteem genomen, zowel in het stationsgebied als op andere plekken in het verkeerssysteem. Hierdoor ontstaat onzekerheid over de effecten van toename van verkeer op de verkeersdoorstroming. Door keuzes voor de lange termijn te baseren op monitoring van de effectiviteit van de kortetermijnoplossingen ontstaat duidelijkheid over de noodzaak van lange termijn maatregelen. 7.3 Monitoren kruispunten Zuiveringsweg – Westerdreef en Zuigerplasdreef – N307 is nodig Uit het onderzoek blijkt dat op de middellange termijn de rotondes ‘Larserdreef-Middendreef’ en ‘Larserdreef-Zuigerplasdreef’ de grootste knelpunten vormen. De kruispunten Zuiveringsweg Westerdreef en Zuigerplasdreef - N307 vormen in mindere mate knelpunten. Door de situatie op deze locaties te monitoren kan gekozen worden hier een maatregel te treffen wanneer de doorstroming onvoldoende wordt.
Kanttekeningen: 6.1. Het verhogen van de snelheid op de buitenring naar 70 km/u heeft een positief effect op de verkeersdoorstroming in het Stationsgebied De intensiteit op de buitenring zal toenemen. Op termijn zal hierdoor op sommige locaties een hogere capaciteit nodig zijn dan wanneer de snelheidslimiet op de buitenring wordt gehandhaafd. Bijvoorbeeld in de vorm van extra opstelstroken bij verkeerslichten of bypasses bij rotondes. Mogelijk zijn op langere termijn aanvullende maatregelen nodig. 6.3 Het verhogen van de maximumsnelheid op de buitenring heeft naar verwachting effect op de leefbaarheid en verkeersveiligheid van de omgeving Het aanpassen van het snelheidsregime op de buitenring naar 70 km/h heeft mogelijk impact op milieueffecten (geluidbelasting en luchtkwaliteit) bij woningen die nabij de buitenring gelegen zijn, evenals op eventuele nog te bouwen ruimtelijke ontwikkelingen. Daarnaast heeft de verhoging van de maximumsnelheid impact op de verkeersveiligheid van kruispunten, voornamelijk de voorrangskruispunten die de wijken van Lelystad op de buitenring ontsluiten. Naar verwachting zal een aantal van deze kruispunten met verkeerslichten moeten worden ingericht ten behoeve van de verkeersveiligheid, met aanvullende kosten tot gevolg.
Financiën: Voor de uitwerking is reeds dekking beschikbaar: • De kosten voor het ontwerp van de rotondes ‘Visarenddreef-Stationslaan-Middenweg’ en ‘Stationslaan-Rigastraat’ naar voorrangskruispunten zijn gedekt vanuit de daarvoor reeds beschikbare middelen in de grondexploitatie Stationsgebied West. • De kosten voor het ontwerp van het vergroten van de capaciteit van de rotonde ‘ZuigerplasdreefZiekenhuisweg’ zijn gedekt vanuit het resterende krediet ‘Integrale plan verkeersoplossingen Stationsgebied’. • De kosten voor het ontwerp van de rotonde ‘Middendreef-Ziekenhuisweg-Middenweg’ naar aan Taansluiting zijn gedekt vanuit het reeds beschikbaar gestelde voorbereidingskrediet ZilverparkWest. • In het Raadsakkoord is voor opgave Doorstroming Hoofdwegenstructuur incidenteel €100.000 beschikbaar gesteld. Van dit oorspronkelijk bedrag is nog €56.500 beschikbaar. Daarmee is naar verwachting voldoende dekking beschikbaar voor: o Vervolgonderzoek naar de effecten van de snelheidsverhoging op de buitenring op leefbaarheid en verkeersveiligheid. o Het opstellen en uitvoeren van een monitorings- en evaluatieplan.
Vervolg: Na vaststelling door de raad worden de volgende activiteiten uitgevoerd: 1. Herinrichten Stationsgebied Oost. 2. Onderzoeken effecten en maatregelen buitenring 70km/uur. 3. Ontwerpen Visarendreef/Stationslaan. 4. Ontwerpen Zuigerplasdreef/Ziekenhuisweg. 5. Ontwerpen T-aansluiting Middendreef-ziekenhuisweg-Middendreef. Over de herinrichting van het Stationsgebied Oost (punt 1) heeft reeds besluitvorming plaatsgevonden en wordt in de periode 2024-2026 uitgevoerd. Naar verwachting worden de ontwerpen/onderzoeken (punt 2 t/m 5) in de periode Q2/3-2025 ter vaststelling voorgelegd aan de raad.
Bijlagen Verkeersonderzoeken Stationsgebied en hoofdwegenstructuur Lelystad d.d. 9 april 2024 (Antea)
Lelystad, 16 april 2024 Het college van de gemeente Lelystad, de secretaris, J.S.W. Ozenga *Dit voorstel is digitaal vastgesteld en ondertekend