24.095 RV Woonwagen- en standplaatsenbeleid
Tekst van het document
Voorstel aan de raad Nummer: 24.095
Portefeuille: Programma: Taakveld:
D.A. Grimbergen 8 Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing 8.3 Wonen en bouwen
Onderwerp: Woonwagen- en standplaatsenbeleid
Voorgesteld besluit 1. Kennis te nemen van het woonwagen- en standplaatsenbeleid Gemeente Lelystad 2024 en de volgende uitgangspunten vast te stellen: 1.1. Nieuw te ontwikkelen woonwagenlocaties zijn gelegen in verbinding met de bestaande stad, in de nabijheid van voorzieningen en sluiten aan op de bestaande (ondergrondse) infrastructuur. 1.2. Woonwagenlocaties zijn kleinschalig en kennen een voorkeursgrootte van 8 tot 20 woonwagens. 1.3. Het aantal woonwagenstandplaatsen wordt bepaald door de lokale behoefte, het behoefteonderzoek en de inschrijf- en wachtlijst geven hier inzicht in. Het wordt voor woonwagenbewoners mogelijk om binnen een redelijke termijn kans te maken op een standplaats vergelijkbaar met de inschrijfduur voor een sociale huurwoning. Beiden zijn wel afhankelijk van wat de stad aankan op het gebied van leefbaarheid en veiligheid. 1.4. Het uitgangspunt is dat er wordt gewerkt met een erfpachtconstructie dus dat de grond in eigendom blijft van de gemeente. 1.5. Woonwagens worden alleen aan de beoogde doelgroep toegewezen die daarbij ook een economische of maatschappelijke binding hebben met Lelystad. 1.6. Er wordt zoveel mogelijk en tegen redelijke kosten rekening gehouden met de wensen van woonwagenbewoners als het gaat om het beschermen en faciliteren van de woonwagencultuur. 1.7. Huurwoonwagens worden door de woningcorporatie Centrada verhuurd.
Zij zijn er voor huishoudens met een laag tot middeninkomen die willen huren, in de sociale huur of middenhuur. 1.8. Bij de toewijzing van standplaatsen en/of woonwagens wordt de rangorde bepaald door middel van toewijzingsregels. 1.9. Woonwagenbewoners worden ook betrokken bij de uitvoering van het woonwagenbeleid zodat voor hun belangen in het hele proces wordt opgekomen.
Urgentie Raad Geen urgentie: er is geen datum waarvoor dit besloten moet zijn door de raad. Voorstel kan in reguliere procedure.
Voorgaande besluitvorming Woonvisie 2022-2027
Inleiding De aanleiding tot het schrijven van dit beleidskader is de noodzaak om het huidige woonwagen- en standplaatsenbeleid in Nederland in overeenstemming te brengen met het mensenrechtelijk kader. De gemeente Lelystad had ook nog geen woonwagen- en standplaatsenbeleid waardoor het gewenst was dit op te stellen. Daarnaast hebben enkele huishoudens met een woonwagenachtergrond zich bij de gemeente Lelystad gemeld met het verzoek om een woonwagenstandplaats. Hieruit bleek al een concrete behoefte. De initiatiefnemers beriepen zich op het Rijksbeleidskader woonwagen- en standplaatsenbeleid dat in 2018 is vastgesteld. Na het verschenen Rijksbeleidskader heeft de gemeente Lelystad de belangrijkste beleidsuitgangspunten uit het beleidskader vastgelegd in de nieuwe Woonvisie 2022-2027 en zichzelf als opdracht gesteld om een verdere uitwerking te maken. Op dit moment heeft Lelystad één woonwagenstandplaats in Noordersluis met plaats voor acht woonwagens. De huidige behoefte in Lelystad komt met name van repatrianten (oudwoonwagenbewoners die vaak onvrijwillig in een stenen woning terecht zijn gekomen), maar ook van extra behoefte van de huidige woonwagenbewoners en circus- en kermisfamilies. Om de exacte behoefte naar woonwagens en standplaatsen in kaart te brengen heeft Lelystad een woningbehoefteonderzoek woonwagenbewoners uitgevoerd onder de huidige inwoners.
Uit het uitgevoerde behoefteonderzoek blijkt dat er behoefte is aan extra woonwagenstandplaatsen binnen de gemeente Lelystad is.
Argumenten 1. Het vaststellen van een woonwagen- en standplaatsenbeleid dat recht doet aan de mensenrechten van woonwagenbewoners. 1.1. Anders is de gemeente Lelystad in strijd met het mensenrechtelijk kader Het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens heeft de woonwagenbewoner erkend als etnische groepering. Dit houdt in dat er een positieve verplichting bij overheden ligt om de identiteit en de levensstijl van de woonwagenbewoner te beschermen en te steunen. Dit houdt onder meer in dat de rechten van woonwagenbewoners moeten kunnen worden uitgeoefend, dat zij hun ‘mensenrecht’ moeten kunnen uitoefenen. 1.1. Nieuw te ontwikkelen woonwagenlocaties zijn gelegen in verbinding met de bestaande stad, in de nabijheid van voorzieningen en sluiten aan op de bestaande (ondergrondse) infrastructuur. 1.1.1. Het is beter om een woonwagenlocatie niet buiten de maatschappij te plaatsen Woonwagenbewoners horen ook bij de maatschappij, voor de leefbaarheid en veiligheid wordt het aangeraden om hen dan ook niet af te laten zonderen van de rest van de samenleving. Dat is ook de wens van de Lelystadse woonwagenbewoner. Daarnaast is het hierdoor financieel ook haalbaarder. 1.2. Woonwagenlocaties zijn kleinschalig en kennen een voorkeursgrootte van 8 tot 20 woonwagens. 1.2.1.
Om optimaal in familieverband te kunnen wonen Het College voor de Rechten van de Mens noemt in zijn advies aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties drie specifieke aspecten waar gemeenten in hun woonbeleid in ieder geval rekening mee moeten houden als het gaat om het beschermen en faciliteren van de woonwagencultuur. Het wonen in familieverband is daar één van. De Nederlandse staat heeft een positieve verplichting, indien daar behoefte aan is, om het leven in familieverband te faciliteren door voldoende standplaatsen op een woonwagenlocatie beschikbaar te stellen. Het begrip
‘voldoende’ moet gelezen worden als het minimumaantal standplaatsen dat nodig is om het traditionele familie- en gemeenschapsleven voort te zetten. Tijdens de bewonersavond met Lelystadse woonwagenbewoners is deze voorkeursgrootte gekomen. 1.2.2. Is beter handhaafbaar Uit gesprekken met handhaving wordt ook de voorkeur gegeven aan kleinschalige woonwagenlocaties. Dit is beter handhaafbaar voor de handhavers. 1.4. Het uitgangspunt is dat er wordt gewerkt met een erfpachtconstructie dus dat de grond in eigendom blijft van de gemeente. 1.4.1.
Hierdoor kan de gemeente haar verantwoordelijkheid en onafhankelijke rol het beste oppakken. Wanneer de gemeente eigenaar van de grond blijft, behoud je voldoende grip op de huisvesting van woonwagenbewoners. Dat er voldoende standplaatsen beschikbaar blijven en dat de toewijzing ook bij koopwoonwagens naar rechtmatige woonwagenbewoners gaan.
1.5. Woonwagens worden alleen aan de beoogde doelgroep toegewezen die daarbij ook een economische of maatschappelijke binding hebben met Lelystad. 1.5.1.
Waardoor standplaatsen maximaal aan de Lelystadse woonwagenbewoner worden toegewezen De gemeente Lelystad wil voldoende rekening houden met de specifieke woonbehoefte van de Lelystadse woonwagenbewoners en hen voorzien in voldoende standplaatsen. Het is niet de bedoeling om een oplossing te zijn voor andere gemeenten.
1.9. Woonwagenbewoners worden ook betrokken bij de uitvoering van het woonwagenbeleid zodat voor hun belangen in het hele proces wordt opgekomen. 1.9.1.
Participatie is altijd belangrijk maar vanwege de mensenrechten zit hier een extra verplichting op. Een veelgehoord misverstand is dat een zeer kleine groep een voorkeursbehandeling zou krijgen ten opzichte van reguliere inwoners van de gemeente. Een groot verschil met reguliere inwoners is alleen dat het reguliere woonbeleid hier normaal gesproken niet in strijd is met mensenrechten.
Kanttekeningen 1.9. Woonwagenbewoners worden ook betrokken bij de uitvoering van het woonwagenbeleid zodat voor hun belangen in het hele proces wordt opgekomen. 1.9.1.
Het is ook weer niet zo dat de gemeente altijd aan alle wensen van woonwagenbewoners moet voldoen. Er wordt zoveel mogelijk en tegen redelijke kosten rekening gehouden met de wensen van woonwagenbewoners als het gaat om het beschermen en faciliteren van de woonwagencultuur. 1.9.2. Participatie met (toekomstige) omwonenden is net zo belangrijk Om te komen tot nieuwe woonwagenlocaties en om de leefbaarheid en veiligheid te beschermen is het zeer belangrijk om ook de belangen uit de omgeving in kaart te brengen. Zij worden in een zo vroeg mogelijk stadium betrokken. Na de ontwikkeling van een nieuwe woonwagenlocatie blijft het van belang om het onderlinge gesprek te voeren.
Financiën De vaststelling van het woonwagen- en standplaatsenbeleid brengt geen kosten met zich mee. De financiering van nieuw te ontwikkelen woonwagenlocaties is wel een belangrijk aandachtspunt.
Vervolg Na besluitvorming in de raad wordt overgegaan tot de uitvoering van het woonwagen- en standplaatsenbeleid Gemeente Lelystad 2024.
Bijlagen 1. 2. 3. 4. 5.
Woonwagen- en standplaatsenbeleid gemeente Lelystad 2024 Behoefte-inventarisatie woonwagenstandplaatsen 2022 Nota van participatie VNG Wegwijzer gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid BZK Beleidskader gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid
Lelystad, 12 maart 2024 Het college van de gemeente Lelystad, de secretaris, J.S.W. Ozenga *Dit voorstel is digitaal vastgesteld en ondertekend