24.090 BL Rekenkamer onderzoek Samenwerking in Flevoland onder nieuwe omgevingswet 116a - aanbiedingsbrief
Tekst van het document
De raad van de gemeente Lelystad Postbus 91 8200 AB LELYSTAD
uw brief van --
uw kenmerk --
ons kenmerk --
behandeld door
doorkiesnummer 14-0320
bijlagen 3
onderwerp Aanbiedingsbrief ‘Samenwerking in Flevoland onder de nieuwe Omgevingswet’.
datum 3 oktober 2023 RKR dossiernummer -pr-nummer --
Geachte raad,
Hierbij bieden wij u het bestuurlijke en feitelijke rapport aan van het rekenkameronderzoek naar de ‘Samenwerking in Flevoland onder de nieuwe Omgevingswet’. Het onderzoek is in de periode 2022 / 2023 uitgevoerd. Wanneer de nieuwe Omgevingswet in werking treedt op 1 januari 2024, brengt dat veranderingen met zich mee op het gebied van de fysieke leefomgeving. Denk hierbij aan veranderingen op het gebied van wetgeving, beleid, taken, bevoegdheden, beslistermijnen en de manier waarop de lokale en regionale overheden samenwerken. Aangezien een dergelijke interbestuurlijke samenwerking de reikwijdte van de afzonderlijke bestuursorganen gemeente, provincie en waterschap kan overstijgen, hebben de rekenkamer(commissie)s van de gemeenten Almere, Dronten, Lelystad en Noordoostpolder, de provincie Flevoland en het Waterschap Zuiderzeeland besloten samen een onderzoek naar de voorbereiding op de nieuwe Omgevingswet uit te voeren.
Rekenkamer Lelystad Stadhuisplein 2 Postbus 91 8200 AB Lelystad 14-0320 www.lelystad.nl/rekenkamer rekenkamer@lelystad.nl
ons kenmerk --
datum 3 oktober 2023
pagina 2
DOELSTELLING EN AFBAKENING VAN DIT REKENKAMERONDERZOEK Onder de nieuwe Omgevingswet is een totaalafweging nodig rondom omgevingsvergunningen. Met dit onderzoek wilden de samenwerkende rekenkamer(commissie)s achterhalen of de Flevolandse overheden genoeg doen om te waarborgen, dat de democratische besluitvorming over (gebiedsoverstijgende) vergunningaanvragen binnen de daarvoor gestelde termijnen gaat verlopen, ondanks mogelijke botsende belangen tussen de overheden. De nadruk lag in dit onderzoek daarom op de samenwerking tussen waterschap, provincie en gemeenten onder de Omgevingswet. In dit onderzoek ging speciale aandacht uit naar de positie van (volks)vertegenwoordigers.
De hoofdvraag in dit gezamenlijke onderzoek was: ‘Hoe gaan de verschillende overheden in de provincie Flevoland straks interbestuurlijke complexe vragen oplossen wanneer de Omgevingswet in werking is getreden?’
Deelvragen waren onder meer: ‘Welke formele en informele afspraken hebben de overheden in Flevoland met elkaar gemaakt over de afhandeling van complexe interbestuurlijke vraagstukken? Wat gebeurt er als er verschil van inzicht is op interbestuurlijk niveau, oftewel: waar zit de doorzettingsmacht?’
LEESWIJZER In deze brief geven wij als eerste een korte weergave van de conclusies en de aanbevelingen uit het onderzoek. Vervolgens geeft de rekenkamer Lelystad de hoofdlijnen weer uit de bestuurlijke reactie van het college. De bestuurlijke reactie staat in zijn geheel in bijlage 1 van deze aanbiedingsbrief. In het nawoord staan in het kort nog enkele slotoverwegingen van de rekenkamer Lelystad. Door deze stappen in deze brief met u te delen, willen wij u in staat stellen het proces te volgen. Ook hopen wij op deze wijze een goede discussie en goede besluitvorming in uw raad over dit rapport te ondersteunen.
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN Wanneer de nieuwe Omgevingswet in werking treedt, zijn alle overheden in Flevoland verplicht om op tijd een besluit te nemen over (gebiedsoverstijgende) vergunningaanvragen. Die besluitvorming moet ook democratisch bekrachtigd zijn. Ambtenaren, politici en bestuurders in de verschillende overheidslagen hebben de afgelopen jaren al diverse voorbereidingen getroffen in de eigen organisatie. Maar er is nog het nodige werk te verzetten om de afstemming tussen de overheden – zeker op het vlak van de gemeenteraden, Provinciale Staten en Algemene Vergadering - te verbeteren. Afstemmen op het niveau van de (volks)vertegenwoordiging is belangrijk om de ingewikkelde interbestuurlijke vraagstukken, die zich onvermijdelijk gaan aandienen, op tijd en binnen de dan geldende wet- en regelgeving af te doen.
ons kenmerk --
datum 3 oktober 2023
pagina 3
Deelconclusies 1.
De overheden in Flevoland hebben veel werk verzet om de eigen organisatie voor te bereiden op de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
2.
De op samenwerking gerichte cultuur in Flevoland is een goede basis voor het aanpakken van interbestuurlijke vraagstukken.
3.
De overheden in Flevoland beseffen dat samenwerking nodig is, maar hebben toch behoefte aan autonomie en behoud van zeggenschap bij het beoordelen van (gebiedsoverstijgende) vergunningaanvragen.
4.
De regionale afstemming op ambtelijk en bestuurlijk niveau is in Flevoland nog niet vastgelegd in een formele samenwerkingsstructuur. De uitkomsten van de huidige samenwerking worden niet structureel gedeeld met de (volks)vertegenwoordigende gremia.
5.
De verschillende (volks)vertegenwoordigingen binnen de Flevolandse regio staan niet structureel met elkaar in contact.
De regio Flevoland staat voor grote vraagstukken, zoals woningbouw, het inrichten van het landelijk gebied, het verbeteren van de bereikbaarheid en de overgang naar een toekomstbestendig energiesysteem. Juist daarom zullen de diverse overheidslagen het accent moeten gaan verleggen van het eigen beleid en de eigen regels, naar samenwerking met andere overheden. De overheden zullen hun procedures, randvoorwaarden, beleidskeuzes en -beslissingen onderling moeten afstemmen, binnen de kaders van de Omgevingswet. De samenwerkende rekenkamer(commissie)s hebben vier aanbevelingen
opgesteld. Aan de hand hiervan willen de
rekenkamer(commissie)s de drie decentrale overheidslagen in Flevoland handvatten geven voor het werken als één overheid zoals bedoeld in de Omgevingswet:
AANBEVELINGEN REKENKAMER 1.
Ontwikkel een gedeelde sturingsfilosofie voor de overheden in Flevoland, aan de hand van de opgaven waar de regio voor staat.
2.
Maak structurele afstemming mogelijk tussen de Flevolandse (volks)vertegenwoordigers.
3.
Zorg voor regie op de regionale werkafspraken over het toetsen van vergunningaanvragen.
4.
Maak heldere afspraken over de crisisbeheersing rond interbestuurlijke vraagstukken, met specifieke aandacht voor de risico’s die spelen bij de inzet van de instrumenten ‘advies’ en ‘advies met instemming’.
UITKOMSTEN BESTUURLIJK WEDERHOOR IN GROTE LIJNEN Het college onderschrijft in zijn bestuurlijke reactie het belang van het versterken van de samenwerking tussen de Flevolandse overheden in volgende fase van het veranderproces omtrent de Omgevingswet, specifiek voor de opgaven die verder gaan dan woningbouw. Het college denkt hierbij aan het maken van goede afspraken tussen overheden en het uitspreken van verwachtingen naar elkaar. De randvoorwaarden hiervoor zijn aanwezig volgens het college: de onderlinge verhoudingen tussen de bestuurders zijn goed en de bestuurders van de diverse
ons kenmerk --
datum 3 oktober 2023
pagina 4
overheden weten elkaar goed te vinden. Het college is het ermee eens dat het behouden van lokale autonomie toch ook belangrijk is. Lokale belangen moeten altijd gewaarborgd blijven bij het bestuursorgaan dat daarvoor wettelijk het bevoegd gezag is, aldus het college. Het college deelt de zorgen over de omvangrijke lijst van gevallen van provinciaal belang, vanwege de vervelende gevolgen die deze lijst misschien heeft voor de processen en doorlooptijd bij het behandelen van initiatieven. Ook kan de lijst mogelijk leiden tot meer onzekerheden voor initiatiefnemers. Het college is het er niet helemaal mee eens dat er geen passende, officiële samenwerkingsstructuur tussen overheden is en dat de informatievoorziening aan de gemeenteraad over de uitkomsten van de samenwerking tussen overheden nu niet goed op orde is. Hoewel er volgens het college geen formele samenwerkingsstructuur op alle niveaus is uitgewerkt binnen de regio, is de samenwerking wel uitgewerkt op ambtelijk en bestuurlijk niveau via de Omgevingstafel. Van de Omgevingstafel wordt verslag gemaakt en dat verslag wordt volgens het college aan alle partijen gestuurd. De raad krijgt op deze manier toch wel overzicht. Het college vindt het verder logisch, dat de raad zich voegt naar de uitkomsten van een Omgevingstafel.
Het college onderschrijft de conclusie dat (volks)vertegenwoordigende gremia elkaar niet of nauwelijks onderling spreken in het kader van de Omgevingswet. Het college vindt het niettemin vooral van belang, dat de bestuurders van de verschillende overheden contact met elkaar hebben. Van daaruit kan het college de raad meenemen en het belang van de regionale opgaven uiteen zetten. Het college acht alle vier aanbevelingen haalbaar en uitvoerbaar, hoewel hij zich niet in elke aanbeveling herkent. Het college stelt voor een kwartiermaker aan te stellen om overeenstemming te krijgen over een zinvolle manier van samenwerken tussen overheden, het duurzaam borgen van de regierol in die regionale samenwerking en afspraken te maken over een geschikt escalatiemodel. Het college biedt aan de griffie desgewenst te ondersteunen bij het ontwikkelen van een samenwerkingsstructuur voor de (volks)vertegenwoordiging.
NAWOORD REKENKAMER De rekenkamer Lelystad dankt het college voor zijn opbouwende en bereidwillige bestuurlijke reactie. De rekenkamer is verheugd dat het college zich grotendeels kan vinden in de conclusies en aanbevelingen uit het rapport, zij het met enkele op- en aanmerkingen. Het college geeft puntsgewijs weer hoe hij aan de aanbevelingen opvolging wil geven. Het college stelt voor om een kwartiermaker de formele structuren en afspraken voor interbestuurlijke samenwerking, de regierol en het escalatiemodel te laten voorbereiden. Op zich is daar niets mis mee, maar de raad doet er dan wel goed aan in de daaruit voortkomende voorstellen nadrukkelijk te letten op de mate van democratische legitimatie en democratische controle. Immers, het wat meer op afstand zetten van een taak waar de gemeente een vrij ruime mate van kaderstellende bevoegdheid heeft, kan leiden tot problemen met afnemende democratische legitimiteit, sturing en controle. Er moet dus wel een vorm van democratische sturing, controle en/of toezicht blijven hierop. Het college vindt vooral de gemeenteoverstijgende betrokkenheid van college en ambtelijke organisatie van belang, waarbij de raad zich per definitie verbindt aan de uitkomsten van de Omgevingstafels.
Het is volgens de rekenkamer desondanks van belang, dat de raad goede afspraken maakt over samenwerking met partijen die specifiek voor de raad relevant zijn, bij voorkeur voordat de Omgevingswet in
ons kenmerk --
datum 3 oktober 2023
pagina 7
ons kenmerk --
datum 3 oktober 2023
pagina 8