24.031 BL 24.017 INFO Resultaten leren en je ontwikkelen in Lelystad
Tekst van het document
Er is behoefte aan inzicht in aansluiting vo- en mbo-aanbod. Docenten geven aan geen goed beeld te hebben bij de verschillende profielen die op Porteum en Aeres worden aangeboden. Een opleidingsaanbod dat goed aansluit op de profielen van vo-scholen uit de omgeving maakt het aantrekkelijker voor leerlingen om te kiezen voor het MBO College én maakt samenwerking tussen vo-scholen en het MBO College makkelijker. Oriëntatie is groot en spannend. Een meerderheid van de studenten die wij spraken is niet naar een open dag geweest bij het maken van hun schoolkeuze voor het mbo. Veel studenten baseren hun keuze voor een opleiding op de beschrijvingen van de website. Een nog kleinere groep is bij meerdere scholen gaan kijken. Studenten die vanuit hun middelbare school zijn gefaciliteerd om verschillende opleidingen te bezoeken bij het MBO College Lelystad, bijvoorbeeld middels korte stages of praktijkopdrachten, hebben dit als helpend voor hun keuzeproces ervaren. Studenten leggen uit dat ze het een spannende keuze vinden waar veel druk op staat, terwijl ze zich nog erg jong voelen en vaak weinig vertrouwen hebben in hun carrièrekansen.
28 - 38
Ook docenten geven aan dat studenten zich vaak niet goed hebben verdiept in hun vervolgopleiding. Hierdoor hebben studenten een slecht beeld van de inhoud van de opleiding waar ze voor kiezen, met motivatieverlies tot gevolg. Het ROC houdt rekening met veel uitvallers in het eerste halfjaar. Ze noemen de jonge leeftijd waarop jongeren voor een vervolgopleiding moeten kiezen ook als oorzaak. Daarnaast geven docenten aan dat 90% van de studenten die halverwege een jaar instromen bij een opleiding datzelfde schooljaar ook weer uitvalt.
Onze aanbevelingen Faciliteer loopbaanoriëntatie vanuit samenwerking. De overstap tussen vo en mbo is een risicovol moment. Jongeren kunnen motivatie verliezen, terwijl ze wel leerplichtig zijn, of een verkeerde keuze maken en niet goed beginnen aan hun loopbaan. Het motiveren van leerlingen om te zoeken naar een school en opleiding die goed bij hun persoonlijke doelen en wensen past, zien mbo-docenten als een belangrijke taak voor het vo. Ze dragen daar ook graag zelf aan bij. Zij noemen als wens een betere samenwerking in de studieoriëntatie tussen het vo en het mbo in Lelystad. Als goed voorbeeld wordt bijvoorbeeld de doorstartklas genoemd die door ROC Flevoland wordt aangeboden.
TIP: Lees hier over het project De Overstap, een samenwerking tussen vo- en mbo-instellingen uit de regio Utrecht. Zij adviseren om met overstapcoaches, overstaptafels en een digitaal doorstroomdossier te werken. Er is behoefte aan verbreding van het opleidingsaanbod. Nabijheid is voor veel toekomstige studenten een doorslaggevende factor in hun keuze voor een vervolgschool. Het huidige aanbod van het MBO College sluit niet altijd goed aan op de onderwijsrichtingen in het vo. Dat zorgt er in sommige gevallen voor dat studenten kiezen voor een opleiding waar ze zelf minder enthousiast over zijn of zich zelfs gedwongen voelen om naar een school buiten Lelystad door te stromen. TIP: Richt je op opleidingen waar vraag naar is, zoals groene of creatieve opleidingen. Er missen bepaalde opleidingen in het aanbod voor sectoren waarin veel werkgelegenheid voor zou zijn in Lelystad, zoals sociale hulpverlening.
29 - 38
Meer karakter en een podium voor het mbo. Het mbo krijgt in heel Nederland steeds meer de aandacht die het verdient. Althans: op papier dan. Er ligt een belangrijke taak bij onderwijsinstellingen om invulling te geven aan een positiever beeld van het mbo, dat gelijkwaardig is aan hbo- en wo-opleidingen, en waar je als student trots op mag zijn. Studenten zoeken naar realistische voorbeelden waarop een school positief bijdraagt aan hun (toekomstige) beroepstrots. Geen mooipraterij, daar prikken ze zó doorheen. Dat kan gaan over kernwaarden en expertisegebieden maar ook over aantrekkelijke praktijklokalen of samenwerkingspartners uit de omgeving. TIP: In Amsterdam zet de gemeente zich in om de studentenkorting voor mbo’ers gelijk te trekken met die van hboen wo'ers. Want hoewel ze nu ‘studenten’ heten, krijgen mbo’ers nog niet dezelfde privileges. Wat kan Lelystad voor hen betekenen? TIP: Zet mbo’ers in hun kracht door ze te vragen mee te denken over maatschappelijke vraagstukken die hen aangaan. Met hun praktische denkkracht komen ze vaak tot een goed werkbare oplossing, en voelen ze zich ook gewaardeerd. Win-win. Zie bijvoorbeeld het Mbo BurgerschapLab of Crimelabs.
Beter en aantrekkelijker onderwijs Wat hebben we gehoord? Studenten hebben behoefte aan meer praktijklokalen. De ‘vliegtuigruimte’ van de leerlingen van SCALA (de samenwerking tussen het ROC van Amsterdam - Flevoland en Schiphol) roept veel enthousiaste reacties op, maar de studenten van de andere opleidingen missen praktijklokalen. Dit gebrek aan lokalen zorgt ervoor dat de meeste mbo’ers vooral les krijgen achter hun laptop in plaats van te leren door te doen. Studenten willen vaker oefenen in de praktijk. Meer energisers en interactieve leervormen, en minder stil zitten. Uitstraling scoort niet hoog. Zowel studenten als docenten vinden het gebouw van MBO College Lelystad niet vriendelijk ogen. Dit gaat niet alleen om het gebouw en de algemene ruimtes, maar ook de lokalen kunnen een opfrisbeurt gebruiken. Studenten zoeken een gezellige, uitnodigende en schone school.
30 - 38
Veel ruimte voor persoonlijke aandacht en zorgbehoeften. Veel studenten geven aan dat ze het ROC van Flevoland ervaren als een sociaal veilige plek en omgeving. Omdat het een kleine ROC is, hebben studenten korte lijntjes met elkaar en hun docenten. De docenten voelen toegankelijk en aanspreekbaar. Dit maakt dat er veel persoonlijke aandacht voor de student is. Deze korte lijntjes zorgen ervoor dat docenten goed op de hoogte zijn van de situatie van elke student. Hierdoor zijn ze in staat de zorgbehoeften van de studenten in kaart te brengen, om die steeds beter te kunnen faciliteren. Studenten willen meer zelfstandig werken. Studenten geven aan behoefte te hebben aan een lossere, minder strenge houding van de docenten. Zo noemen ze dat uitleg veel lestijd kost, terwijl ze liever na een korte uitleg zelfstandig aan de slag zouden gaan. Ze willen op het mbo juist vaardigheden opdoen die gaan over zelfsturend werken en plannen. Om dit mogelijk te maken kunnen docenten volgens studenten hen meer ruimte geven en zich meer als een helpende hand opstellen als studenten vragen hebben. Studenten zouden liever zien dat docenten hen begeleiden op basis van persoonlijke leerdoelen of ambities en dat zij meer zelfstandig aan het werk gaan. Studenten noemen vaak dat zij een stilteruimte missen om zelfstandig te kunnen werken.
“School is om je diploma te halen en werk te vinden.” - Student Voorbereiding op het werkleven. De meeste studenten zien hun mbo-opleiding als voorbereiding op het ‘volwassen leven’. Vanaf hun 18e moeten zij opeens van alles zelfstandig kunnen doen, maar zij weten vaak niet hoe. Studenten geven aan het fijn te vinden als hun school, naast het vak burgerschap, hen hierin kan ondersteunen. Met bijvoorbeeld lessen over belasting, wonen, of het opzetten van een eigen bedrijf zouden ze zich meer klaar voelen om over een paar jaar het werkleven in te stappen. Veel mbo’ers die we spraken omschrijven school als een verplichting voor je diploma om daarna aan het werk te kunnen. Hun wensen ten aanzien van het onderwijs sluiten hierop aan. Betere onderwijscommunicatie. Studenten ervaren de planning, communicatie en administratie van docenten en schoolbreed als onoverzichtelijk. Daardoor is het voor studenten vaak onduidelijk wat de school van hen verwacht.
31 - 38
Balans tussen kerntaken en extra begeleiding. Docenten geven aan dat 77% van hun studenten een zorgbehoefte heeft, bijvoorbeeld vanwege een taalachterstand, lastige thuissituatie of concentratieproblemen. Docenten zijn veel tijd kwijt aan begeleiding van deze studenten, waardoor de aandacht voor de lesstof en het aantrekkelijk maken van de lesstof soms lastig is. Het profiel van de opleiding raakt hierdoor makkelijk ondergesneeuwd, met als gevolg dat de opleiding die studenten kozen niet overeenkomt met hun verwachtingen, wat leidt tot motivatieverlies. De goede persoonlijke aandacht is dus zowel een kwaliteit als een valkuil. Docenten willen er zijn voor leerlingen én voldoende ruimte hebben om de lesstof goed over te brengen.
Onze aanbevelingen Stimuleer Publiek-Private Samenwerkingen. In een Publiek-Private Samenwerking (PPS) gaan bedrijven en onderwijsinstellingen een langdurige samenwerking aan, die niet vrijblijvend is. Binnen een dynamische setting leren studenten, docenten en werknemers bijvoorbeeld over nieuwe technologieën, en krijgen studenten toegang tot stages en begeleiders uit de praktijk. Hierdoor krijgen studenten een dieper inzicht in hun vakgebied, de beroepsmogelijkheden en de taken die hierbij horen. Tegelijkertijd wordt er gezamenlijk gewerkt aan innovatie en het aanpakken van grote uitdagingen voor bedrijven en de lokale gemeenschap.
TIP: Amsterdam kent 11 publiek-private samenwerkingen in het mbo, zoals bijvoorbeeld House of Digital en NexTechnician. Benut de ideeën van docenten. De docenten zijn goed op de hoogte van wat er op het ROC speelt, wat de studenten doormaken en wat hen motiveert. Ondertussen gaat de gemeente enkel in gesprek met de bestuurders van het mbo, terwijl de docenten vol ideeën zitten en een ondernemende houding hebben. TIP: Leraren weten het beste wat nodig is en wat werkt om beter onderwijs te kunnen bieden. Door hen tijd, ruimte en middelen te geven om eigen ideeën uit te voeren, kom je tot innovaties die kans van slagen hebben, én tevreden medewerkers. Kijk bijvoorbeeld in het Handboek voor Onderwijspioniers hoe je dit op je eigen school kunt faciliteren. Luister naar de stem van jongeren. Er wordt onvoldoende gebruikgemaakt van de systemen die al bestaan op het ROC om naar jongeren te luisteren. Er is een studentenraad, maar deze komt weinig bij elkaar en heeft weinig aanspraak op school of bij docenten. Studenten hebben vooral het gevoel dat er over hen geklaagd wordt en hun behoeftes of ideeën niet serieus worden genomen.
32 - 38
TIP: In Amsterdam laat de gemeente zich adviseren door de MBO-denktank. Dit is een groep lokale mbo-studenten die adviseren over bijvoorbeeld het tegengaan van discriminatie op de arbeids- en stagemarkt en het verbeteren van onderwijs. Benut de faciliteiten van vo-scholen. Omdat het schoolgebouw van het MBO College Lelystad relatief klein is, is er weinig ruimte beschikbaar voor nieuwe praktijklokalen. Mbo’ers leren door te doen; praktijkruimtes zijn dus essentieel. Docenten geven aan graag meer samen te werken met vo-scholen in Lelystad om uit te kunnen wijken naar hun lokalen. Wij adviseren om hier prioriteit aan te geven en ook naar alternatieve mogelijkheden voor praktijkruimtes te kijken, bijvoorbeeld bij lokale ondernemers. Werk samen tussen opleidingen. Docenten zien veel kansen in het vergroten van de samenwerking tussen mbo-opleidingen. Bijvoorbeeld door studenten van verschillende opleidingen samen te laten werken aan eigen initiatieven of projecten leren ze nieuwe vaardigheden die hen voorbereiden op het werkleven. Het verbetert hun voorstellingsvermogen van werken in de praktijk in hun sector.
Zorg voor stilteruimtes. Naast de praktijklokalen is er behoefte aan een studieruimte, zodat studenten zich kunnen terugtrekken om in stilte te werken. De plekken die nu beschikbaar zijn om zelfstandig te werken zijn vrij rumoerig en daar hangt geen fijne werksfeer. Het beschikbaar stellen van studieruimtes is tevens een teken dat mbo-studenten serieus worden genomen. Op universiteiten en hogescholen is het ondenkbaar dat er geen stilteruimte is.
In de stad Wat horen we? Er is behoefte aan verbinding tussen onderwijs en praktijk. Studenten hebben interesse in meer connectie tussen hun onderwijs en de praktijk. Daarnaast ervaren ze weinig werkperspectief binnen Lelystad. Veel studenten gaan ervan uit dat zij na hun studie buiten de stad moeten werken.
33 - 38
Jongeren ervaren weinig binding met Lelystad. De stad biedt weinig activiteiten voor jongeren. Hierdoor krijgen jongeren weinig binding met Lelystad. Dit komt deels volgens hen door een gebrek aan winkels en uitgaansgelegenheden, maar ook doordat wijken fysiek relatief ver uit elkaar liggen, waardoor de gezelligheid en levendigheid missen. Ook de omgeving rondom de school biedt weinig gezelligheid of interessante plekken, waardoor studenten weinig gemotiveerd worden om connectie met de stad op te zoeken en veel op school te blijven. Sommige ouders zien hun kinderen graag verhuizen voor hun vervolgopleiding of baan, zodat ze het bruisende leven van een stad kunnen meemaken.
“Ik gun mijn kinderen om meer van Nederland te zien dan Lelystad.” - ouder
Onze aanbevelingen Werk met opdrachtgestuurd onderwijs. In opdrachtgestuurd onderwijs gaan studenten aan de slag met uitdagende opdrachten die nauw verband houden met toekomstige beroepen. Deze opdrachten kunnen bij lokale ondernemers worden opgehaald. Zo worden studenten ondergedompeld in realistische beroepssituaties waarin ze concrete taken uitvoeren.
Deze aanpak motiveert sterk en helpt studenten om de link tussen theoretische kennis en praktische vaardigheden beter te begrijpen. Zo zijn ze goed voorbereid voor hun toekomstige professionele uitdagingen en krijgen ze binding met de lokale professionele gemeenschap. Maak de binnenstad leuker mét jongeren. Studenten op het mbo hebben allerlei ideeën om de binnenstad aantrekkelijker te maken. Hun behoeftes zijn weer net anders dan die van jongeren in het voortgezet onderwijs. Ze noemen voorbeelden als (tijdelijk) gebruik van leegstaande gebouwen of plannen voor de openbare ruimte. Het zou hun waardering voor de stad vergroten als ze zelf de kans krijgen om mee te denken over creatieve plannen en die ideeën werkelijkheid te zien worden. Dit gevoel van eigenaarschap helpt om hen te binden aan de stad. TIP: Een bezoek aan Jongerenbroedplaats SPOT laat zien dat jongeren met de juiste begeleiding en stimulatie allerlei creatieve en ondernemende ideeën kunnen realiseren. Van kunst tot tweedehandskleding winkels. Hoe kunnen we hier lessen uit trekken voor alle jongeren van Lelystad?
34 - 38
6. Hoe nu verder? Er blijken talrijke ideeën en inzichten bij inwoners van Lelystad te zijn. Niet ieder inzicht uit dit onderzoek biedt een kant-en-klare oplossing, maar wijst wel op behoeftes die leven bij veel inwoners. Sommige inzichten zitten meer tussen de regels en wijzen op schijnbare tegenstellingen. Mensen zijn een beetje cynisch over wat de gemeente voor hen kan betekenen, en de gemeente verwacht zelfstandigheid en initiatief van inwoners. Anderzijds zitten inwoners vol ideeën om dingen aan te pakken, maar komen ook handelingsverlegen over. Het roept de vraag op: hoe kom je nu van al die goede ideeën naar een aanpak waar mensen zich in gehoord voelen, waarin met plezier samen wordt gewerkt, en waarin er wederzijds vertrouwen is? Kennisland is sinds 1999 gespecialiseerd in het onderzoeken en ontwerpen van maatschappelijke vooruitgang. We zetten verschillende instrumenten, methodieken en veranderstrategieën in om de collectieve intelligentie van de samenleving beter aan te spreken. We hebben onder andere geleerd dat het oplossen van een complex vraagstuk weinig kans van slagen heeft als de mensen die er het dichtst op staan niet goed betrokken worden. Hier zijn vier aanknopingspunten om in Lelystad samen te vernieuwen.
Ruimte voor pioniers Als we iéts vaak hebben gehoord, dan is het: “Lelystad is een pioniersstad. We zijn goed in dingen opzetten, maar minder goed in vernieuwingen vasthouden.” Pionieren is dus niet alleen ‘ergens mee beginnen’, maar ook volhouden, organiseren en professionaliseren. Geef burgers en professionals de ruimte om initiatieven op te zetten. Zoek je bijvoorbeeld naar oplossingen voor onderwijsproblemen, klop dan eens bij leraren aan. Pioniers zijn simpelweg: mensen met goede ideeën en energie om zelf te beginnen. Maar ze hebben wel ondersteuning nodig; Pioniers hebben baat bij ondersteuning en verbinding, ruimte, tijd en middelen om uit de dagelijkse routine te stappen en tot vernieuwing te komen. TIP: Ga met elkaar in gesprek over het opzetten van een duidelijk proces en ondersteuning om pioniers te helpen elkaar te vinden, lessen te bundelen, en vraag en aanbod te laten aansluiten. Dit is sectoroverstijgend. Lees bijvoorbeeld over de Broedplaats po-vo in Amsterdam. TIP: Lees ook dit opiniestuk van KL-directeur Marieke van Doorninck over het belang ruimte creëren voor burgerinitiatieven.
35 - 38
Betrek inwoners bij het uitbreiden van het onderwijsaanbod.
Vergroot het lerend vermogen
De een wil een nieuwe school, de ander een uitbreiding van het bestaande onderwijs. Allemaal goede antwoorden op dezelfde vragen: hoe gaan we om met de beoogde groei van inwoners, en dus ook schoolgaande kinderen en jongeren? En hoe gaan we om met de uitstroom van jongeren naar andere steden?
Op allerlei gebieden wordt in Lelystad gewerkt aan verandering. Er zijn mensen met wetenschappelijke kennis, bestuurlijke kennis, professionele kennis en ervaringskennis. De uitdaging is om die verschillende vormen van kennis samen te brengen, en te zorgen dat de lessen die zij leren ook worden gedeeld.
Wij zien geen reden om óf voor een nieuwe school te kiezen óf het bestaande aanbod beter en aantrekkelijker te maken. Inwoners spreken behoefte aan allebei uit. Wat wij wel zien, is de rijkdom aan ideeën en betrokkenheid bij inwoners, zowel onder ouders als bij leraren en jongeren. Deze benut je het beste door bewoners (ouders, leraren, jongeren) zelf ideeën te laten aandragen en hen met middelen en handvatten te bieden die ondersteunen bij het realiseren van die ideeën.
Complexe maatschappelijke vraagstukken vragen om een continue lerende en onderzoekende houding. Zonder duidelijk proces om tot leren te komen valt dit vaak van prioriteitenlijstjes af.
TIP: Waar mensen zich druk maken, liggen kansen. Wat er ook georganiseerd wordt in de toekomst rondom een uitbreiding van het onderwijs - bestaand of nieuw - betrek mensen erbij. Dat kan op allerlei manieren, bijvoorbeeld via het ontwikkelen van een challenge of het opzetten van een denktank van betrokken inwoners die zich met één vraagstuk bezighouden, zoals de Denktank Inclusieve Stad in Amersfoort.
TIP: Organiseer bijvoorbeeld een lerende ring van mensen uit verschillende rollen en sectoren. Zij komen samen om lessen te delen, te vieren wat goed gaat en te agenderen wat nodig is. Juist het bundelen van verschillende vormen van kennis vanuit mensen met verschillende achtergronden leidt tot verrassende inzichten. TIP: Op het Montessori College Nijmegen en Groesbeek werd een tussenruimte gecreëerd waarbij leerlingen en leraren samen inzichten en ideeën deelden en oplossingen voor onderwijsvernieuwing in de praktijk brachten.
36 - 38
It takes a village Het is misschien een cliché, maar met een reden. Het gezegde it takes a village to raise a child wil zeggen dat de hele gemeenschap nodig is om tot een goede ontwikkeling van kinderen te komen. Ook in Lelystad blijkt uit alle gesprekken dat school en omgeving niet los van elkaar te zien zijn, en dat het werken aan een betere start voor kinderen en jongeren een gezamenlijke opgave is. Vanuit dit principe zijn er allerlei manieren waarop de spelers rondom kinderen en jongeren nauwer kunnen samenwerken. Dus niet alleen scholen en gemeente, maar ook wijkteams, jeugdzorg, consultatiebureaus, bibliotheken, jongerenwerkers, sportclubs, en nog vele andere zijn nodig om een goede basis te bieden. TIP: In sommige steden wordt via een Broedplaats door organisaties rondom jongeren in kaart gebracht hoe vraag en aanbod beter op elkaar kunnen aansluiten, welke ontwikkelingen deze organisaties zien of nodig hebben en waarbij ze concreet met elkaar aan de slag kunnen gaan met oplossingen. Zie bijvoorbeeld IKC Broedplaats Hoorn. TIP: Lees voor verdieping het HvA-onderzoek Samenwerken rondom kinderen in pedagogische netwerken.
37 - 38
Colofon Auteurs Kennisland Iselien Nabben Fabienne van Rossenberg Nina Sandford Wessel Kok Eindredactie: Tamara Mangelaars
Contact Kennisland Kattenburgerstraat 5 / G003D 1018 JA Amsterdam +31205756720 www.kl.nl
KL is onderdeel van Stichting CAOP
Sardes Antien Haagsman
Auteursrecht Kennisland / CC BY
38 - 38