236. Informatienota - Meicirculaire 2021
Tekst van het document
INFORMATIENOTA VOOR DE RAAD
Nummer: 236 Portefeuille: Programma: Taakveld:
Financiën Bestuur en ondersteuning 0.11 Resultaat van de rekening van baten en lasten
Datum: :
6 juli 2021
Onderwerp: Meicirculaire 2021 DE RAAD NEEMT KENNIS VAN: Gemeenten worden drie maal per jaar geïnformeerd over de ontwikkelingen binnen de gemeentefondsuitkeringen, via de mei-, september- en decembercirculaire. Op maandag 31 mei is de meicirculaire 2021 gepubliceerd. Deze circulaire resulteert per saldo in onderstaande effecten ten opzichte van de reeds vastgestelde programmabegroting 2021 en kadernota 2022 – 2025: 2021 – per saldo €400.000 voordelig 2022 – per saldo €854.000 voordelig 2023 – per saldo €90.000 voordelig 2024 – per saldo €520.000 nadelig 2025 – per saldo €112.000 voordelig Het voordelige effect voor het lopende begrotingsjaar 2021 wordt betrokken bij de begrotingsmonitor september 2021 en maakt onderdeel uit van het jaarrekeningresultaat 2021. De effecten voor de jaren 2022 en verder worden betrokken bij de nog op te stellen programmabegroting 2022 – 2025. Naast bovenstaande ‘generieke mutaties’ met een effect op het begrotingssaldo bevat de meicirculaire 2021 ook nog diverse ‘taakgerelateerde mutaties’. Dit zijn mutaties die een directe relatie hebben met de uitvoering van taken. Om die reden hebben dit type mutaties doorgaans een budget neutrale uitwerking op het gemeentelijke begrotingssaldo.
Het gaat per saldo om de volgende bijstellingen: 2021 : per saldo €3.227.000 hogere inkomsten (en dienovereenkomstig hogere lasten) 2022 : per saldo €1.729.000 hogere inkomsten (en dienovereenkomstig hogere lasten) 2023 : per saldo €1.747.000 hogere inkomsten (en dienovereenkomstig hogere lasten) 2024 : per saldo €1.776.000 hogere inkomsten (en dienovereenkomstig hogere lasten) 2025 : per saldo €1.782.000 hogere inkomsten (en dienovereenkomstig hogere lasten). Een korte uitsplitsing van deze taakgerelateerde mutaties afzonderlijk staat verderop in deze informatienota. Deze afzonderlijke mutaties zullen budgetneutraal in de begroting 2021 worden verwerkt, zodat de middelen beschikbaar komen voor de uitvoering. Voor de jaren 2022 en verder zal een budget neutrale bijstelling worden opgenomen in de programmabegroting 2022 – 2025.
INLEIDING De huidige in de begroting 2021 en meerjarenraming 2022 - 2025 opgenomen bedragen zijn gebaseerd op de septembercirculaire 2020. De begroting 2021 is daarnaast onlangs nog geactualiseerd naar aanleiding van de maartcirculaire 2021, waarin gemeenten zijn geïnformeerd over de compensatie naar aanleiding van de coronamaatregelen (raadsbesluit dd. 22 juni 2021). Deze informatienota maakt inzichtelijk – ten opzichte van dat beeld - wat de doorwerking is van de meicirculaire 2021.
KERNBOODSCHAP
A. Generieke mutaties gemeentefonds: Binnen het gemeentefonds is de algemene uitkering de grootste component. De algemene uitkering wordt verdeeld over de gemeenten via een groot aantal maatstaven, een aan deze maatstaven gekoppeld gewicht (bedrag per eenheid) en de uitkeringsfactor (de voor alle gemeenten gelijke vermenigvuldigingsfactor). Die drie zijn aan verandering onderhevig en iedere circulaire geeft informatie over de wijzigingen en de uitwerking ervan. De circulaire geeft ook duidelijkheid over de daadwerkelijk gerealiseerde ruimte onder het plafond van het BTW compensatiefonds in 2020. De daadwerkelijke realisatie in 2020 is lager dan eerder nog werd ingeschat. Volgens afspraak leidt dit tot een toevoeging aan de algemene uitkering in 2021. Conform het advies in de circulaire en de richtlijn die door de provinciaal toezichthouders wordt gehanteerd wordt deze ruimte onder het plafond als verwachte opbrengst in de raming 2022 en verder opgenomen. Per saldo leiden deze generieke mutaties tot de volgende effecten: o Jaarschijf 2021 – voordeel van €0,4 miljoen ten opzichte van de reeds vastgestelde programmabegroting 2021. Dit voordelige effect wordt betrokken bij het opstellen van de begrotingsmonitor september 2021 en maakt onderdeel uit van het rekeningresultaat over 2021.
Het is evenwel nog goed mogelijk dat dit ingeschatte effect zal wijzigen, bijvoorbeeld naar aanleiding van de septembercirculaire 2021. o Jaarschijven 2022 – 2025 – voordelen ten opzichte van de begroting ter grootte van €854.000 in 2022, €90.000 in 2023, en €112.000 in 2025. In 2024 is er per saldo sprake van een nadelige bijstelling ter grootte van -€520.000. Deze wijzigingen ten opzichte van de vastgestelde kadernota 2022 – 2025 worden betrokken bij het opstellen van de programmabegroting 2022 - 2025. Ook hiervoor geldt dat deze ingeschatte effecten nog kunnen wijzigen naar aanleiding van de septembercirculaire 2021.
B. Taakgerelateerde mutaties gemeentefonds: Naast de generieke mutaties binnen het gemeentefonds worden er ook mutaties doorgevoerd die betrekking hebben op de uitvoering van specifieke taken. Deze taakgerelateerde mutaties aan de batenkant- hebben derhalve een directe koppeling met de lastenkant van de begroting. Het uitgangspunt dat wordt gehanteerd is dat de middelen die worden overgeheveld voor de uitvoering van specifieke (nieuwe) taken ook voor dat doel worden ingezet. o
Jaarschijf 2021 – toevoeging van per saldo €3.227.000 ten opzichte van de huidige programmabegroting 2021. De bijstelling van de jaarschijf 2021 naar aanleiding van de beschikbaar gestelde corona compensatie (raadsbesluit dd. 22 juni 2021) is reeds verwerkt in de begroting 2021.
0.7 0.7 0.7 0.7 0.7 0.7 0.7 0.7 0.7 0.7 0.7 0.7
6.1 6.1 6.1 6.1 6.1 6.4 6.5 6.72 6.72 6.72 6.72 7.1 7.1
Doorwerking taakgerelateerde mutaties meicirculaire 2021 Batenkant begroting - taakgerelateerde mutaties Versterking gemeentelijke antidiscriminatievoorziening Maatschappelijke begeleiding statushouders (DU) Inburgering (IU) Jeugd aan Zet (DU) (Corona) Participatie (IU) Heroriëntatie zelfstandigen (DU) (Corona) Aanpak problematiek jeugdzorg: verdringing en lichte jeugdzorgproblematiek Aanpak problematiek jeugdzorg: POH Jeugd GGZ Aanpak problematiek jeugdzorg: wachttijden specialistische jeugdzorg Voogdij/18+ (IU / AU) Rijksvaccinatieprogramma meningokokken Rijksvaccinatieprogramma informed consent Subtotaal - taakgerelateerde mutaties batenkant begroting
32 137 -31 10 180 24 1.426 63 1.251 113 19 3 3.227
Lastenkant begroting - doorvertalen taakgerelateerde mutaties Versterking gemeentelijke antidiscriminatievoorziening Maatschappelijke begeleiding statushouders (DU) Inburgering (IU) Jeugd aan Zet (DU) (Corona) Participatie (IU) Heroriëntatie zelfstandigen (DU) (Corona) Aanpak problematiek jeugdzorg: verdringing en lichte jeugdzorgproblematiek Aanpak problematiek jeugdzorg: POH Jeugd GGZ Aanpak problematiek jeugdzorg: wachttijden specialistische jeugdzorg Voogdij/18+ (IU / AU) Rijksvaccinatieprogramma meningokokken Rijksvaccinatieprogramma informed consent Subtotaal - taakgerelateerde mutaties lastenkant begroting
-32 -137 31 -10 -180 -24 -1.426 -63 -1.251 -113 -19 -3 -3.227
Effect taakgerelateerde mutaties op begrotingssaldo - jaarschijf 2021
-
Deze aanvullende taakgerelateerde mutaties uit de meicirculaire zullen vervolgens - op één na - budgetneutraal worden verwerkt in de lopende begroting en via de decembernotitie 2021 ter formele vaststelling aan de raad worden aangeboden. Voor wat betreft de taakgerelateerde mutaties in 2021 met betrekking tot de ‘Aanpak problematiek Jeugdzorg’ krijgt de raad een afzonderlijk voorstel voorgelegd, naar verwachting kort na het zomerreces. Deze middelen hebben betrekking op het besluit van het kabinet om bij de Voorjaarsnota €613 miljoen beschikbaar te stellen voor acute problematiek in de jeugdzorg, waarvan €493 miljoen onder gemeenten wordt verdeeld via deze meicirculaire 2021.
Jaarschijven 2022 – 2025 – toevoegingen van per saldo €1.729.000 in 2022, €1.747.000 in 2023, €1.776.000 in 2024 en €1.782.000 met ingang van 2025. Deze mutaties ten opzichte van de vastgestelde kadernota 2022 – 2025 zullen budgetneutraal betrokken worden bij het opstellen van de programmabegroting 2022 – 2025.
o
Taakveld
Taakveld
2021
Meerjarenraming 2022 - 2025 2022 2023 2024 2025
Doorwerking taakgerelateerde mutaties meicirculaire 2021
0.7 0.7 0.7 0.7 0.7 0.7 0.7 0.7 0.7
Batenkant begroting - taakgerelateerde mutaties Wet open Overheid (structureel) Wet open Overheid (incidenteel tot en met 2026) Versterking gemeentelijke antidiscriminatievoorziening Inburgering Armoedebestrijding kinderen Participatie Voogdij / 18+ Rijksvaccinatieprogramma meningokokken Prenataal huisbezoek door jeugdgezondheidszorg Subtotaal - taakgerelateerde mutaties batenkant begroting
73 86 32 52 -27 175 1.291 19 28 1.729
91 86 33 30 -27 197 1.290 19 28 1.747
110 87 33 20 -27 214 1.290 20 29 1.776
129 88 33 10 -27 211 1.289 20 29 1.782
0.4 0.4 6.1 6.1 6.1 6.4 6.72 7.1 7.1
Lastenkant begroting - doorvertalen taakgerelateerde mutaties Wet open Overheid (structureel) Wet open Overheid (incidenteel tot en met 2026) Versterking gemeentelijke antidiscriminatievoorziening Inburgering Armoedebestrijding kinderen Participatie Voogdij / 18+ Rijksvaccinatieprogramma meningokokken Prenataal huisbezoek door jeugdgezondheidszorg Subtotaal - taakgerelateerde mutaties lastenkant begroting
-73 -86 -32 -52 27 -175 -1.291 -19 -28 -1.729
-91 -86 -33 -30 27 -197 -1.290 -19 -28 -1.747
-110 -87 -33 -20 27 -214 -1.290 -20 -29 -1.776
-129 -88 -33 -10 27 -211 -1.289 -20 -29 -1.782
-
-
-
-
Effect op taakgerelateerde mutaties op begrotingssaldo 2022 - 2025
Begin juni kwam het bericht dat het Rijk in 2022 zo’n €1,314 miljard extra beschikbaar stelt aan gemeenten ter compensatie van de tekorten veroorzaakt door de jeugdzorg. Aangezien de meicirculaire 2021 op dat moment al gepubliceerd was volgt de precieze verdeling van dit bedrag onder de individuele gemeenten in de septembercirculaire 2021. Vooruitlopend daarop heeft het Rijk op 29 juni inzicht geboden in de verdeelwijze van deze incidentele middelen, wat voor Lelystad resulteert in een indicatief bedrag ter grootte van €8.189.272 in 2022. Zoals toegelicht op de vorige pagina is er een raadsvoorstel in voorbereiding voor de inzet van de incidenteel voor 2021 beschikbaar gestelde middelen. De voor 2022 beschikbaar gestelde middelen zullen eveneens onderdeel uitmaken van dit raadsvoorstel, dat naar verwachting kort na het zomerreces aan de raad zal worden aangeboden.
C. Voornaamste overige ontwikkelingen 1. Herijking verdeling gemeentefonds Op 2 februari 2021 hebben de fondsbeheerders de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) advies gevraagd over het voorlopige voorstel voor de nieuwe verdeling van het gemeentefonds. De ROB heeft op 26 maart 2021 in een tussenbericht aan de fondsbeheerders om meer toelichting op de keuzes en effecten gevraagd en enkele kritische kanttekeningen geplaatst bij de uitlegbaarheid van de uitkomsten,
met name in het sociaal domein. Daarnaast heeft de Tweede Kamer naar aanleiding van de adviesaanvraag vragen gesteld en hebben de fondsbeheerders veel reacties en vragen gekregen van gemeenten. De herverdeeleffecten van dit voorlopige voorstel zouden voor Lelystad resulteren in een structureel nadeel ter grootte van 23 euro per inwoner. De fondsbeheerders zijn in reactie daarop gestart met een nadere analyse, waarbij de VNG nauw is betrokken. Het aangepaste verdeelvoorstel zal – op basis van de laatste berichten – medio juli 2021 gereed zijn. De ROB heeft inmiddels laten weten dat een geactualiseerd advies hierover naar verwachting pas medio september 2021 zal volgen. Besluitvorming over de invoering van de nieuwe verdeling – voorzien per 1 januari 2023 – is aan het nieuwe kabinet. Na definitieve besluitvorming vindt zo spoedig mogelijk de verwerking in de circulaire van het gemeentefonds plaats. De herverdeeleffecten per gemeente zullen op dat moment definitief bepaald worden. 2. Evaluatie normeringssystematiek De ROB is om advies gevraagd over de toekomst van de normeringssystematiek ‘samen de trap op / samen de trap af’. Dit advies zal ook naar verwachting medio juli worden gepresenteerd.
Het is aan een nieuw kabinet om in overleg met de medeoverheden te besluiten hoe in de toekomst met het accres (groei / krimp van de omvang van de algemene uitkering uit het gemeentefonds, gekoppeld aan de rijksuitgaven) omgegaan moet worden. 3. Financiële Positie Gemeenten Het afgelopen jaar heeft Cebeon onderzoek gedaan naar de financiële positie van gemeenten en het voorzieningenniveau. De uitkomsten van dit onderzoek zijn besproken tijdens het Bestuurlijk overleg Financiële verhoudingen (BOFv) van 7 april 2021 en de minister van BZK heeft op 15 april 2021 de Tweede Kamer geïnformeerd over de uitkomsten van dit onderzoek. Het onderzoek doet ook aanbevelingen over het monitoren van de financiële positie van gemeenten. De komende maanden wordt met gemeenten, VNG en provinciaal toezichthouders het gesprek hierover voortgezet. 4. Rapport Stuurgroep Maatregelen Financiële Beheersbaarheid Jeugdwet Naar aanleiding van het door AEF verrichte onderzoek over het structureel benodigde budget voor jeugdzorg heeft een stuurgroep van Rijk en gemeenten onder voorzitterschap van mevrouw drs. M. Sint een reeks maatregelen in kaart gebracht die moeten leiden tot een toekomstbestendig jeugdstelsel.
Het rapport van AEF en het rapport van de stuurgroep laten zien dat het nodig is om de beheersbaarheid van het jeugdstelsel ingrijpend te verbeteren, zowel door effectievere en meer doelmatige sturing door (samenwerkende) gemeenten als door aanpassingen in het stelsel. Op verzoek van de VNG heeft een onafhankelijke Commissie van Wijzen zich gebogen over het structureel benodigde budget voor jeugdzorg en de te treffen maatregelen om het jeugdstelsel toekomstbestendig te maken. Gegeven de urgentie van het onderwerp is het huidige kabinet in gesprek gegaan met de VNG om de vervolgstappen te bepalen om te komen tot een ‘Ontwikkelagenda jeugdzorg’. Op het moment dat de meicirculaire 2021 werd gepubliceerd was er nog geen duidelijkheid over de uitkomsten van deze gesprekken. Inmiddels is bekend gemaakt dat gemeenten in 2022 zo’n €1,3 miljard aan incidentele middelen ontvangen, bovenop de eerder toegekende €300 miljoen. Voor Lelystad gaat het om een indicatief bedrag ter grootte van €8.189.272, zoals bekend gemaakt op dinsdag 29 juni. Een volgend kabinet zal een besluit moeten nemen over het beschikbaar stellen van structurele middelen. De raad krijgt nog een voorstel voorgelegd over de inzet van deze middelen.
Naast de middelen in 2022 naar aanleiding van de arbitrage uitspraak gaat het in dat voorstel ook om de inzet van incidentele middelen die voor 2021 beschikbaar zijn gesteld (zie de toelichting bij de ‘taakgerelateerde mutaties’ bij de tabellen op pagina 2 en 3 van deze informatienota). VERVOLG De raad heeft op dinsdag 8 juni de kadernota 2022 – 2025 vastgesteld. Op dat moment was de meicirculaire 2021 nog niet beschikbaar en stond er nog een PM vermeld bij het financiële effect gemeentefonds:
Taakveld
Meerjarenraming 2022 - 2025 2022 2023 2024 2025
C. Doorwerking gemeentefonds
0.7 0.7
Herijking verdeelmodel algemene uitkering Ontwikkeling algemene uitkering C. Financieel effect gemeentefonds
PM
PM PM
PM PM
PM PM
-
-
-
-
Met deze informatie uit de meicirculaire 2021 kan het financieel perspectief 2022 – 2025 verder worden ingevuld: Taakveld
Meerjarenraming 2022 - 2025 2022 2023 2024 2025
C. Doorwerking gemeentefonds
0.7 0.7 0.7
Herijking verdeelmodel algemene uitkering Ontwikkeling algemene uitkering Ontwikkeling algemene uitkering - doorwerking meicirculaire 2021
PM 854
PM PM 90
PM PM -520
PM PM 112
C. Financieel effect gemeentefonds
854
90
-520
112
Tegelijkertijd zijn de onzekerheden omtrent de uitkering uit het gemeentefonds – zoals beschreven in de kadernota - nog steeds van kracht. Zo biedt de meicirculaire 2021 nog geen duidelijkheid over de herijking van het gemeentefonds, is er nog geen nieuws te melden omtrent de normeringssystematiek en moeten er nog afspraken worden gemaakt over de financiële positie van gemeenten. Ook over een structurele ophoging van de rijksmiddelen die gemeenten ontvangen voor de uitvoering van de Jeugdzorg moeten nog afspraken worden gemaakt met een nieuw kabinet. Deze bijstelling naar aanleiding van de meicirculaire 2021 is te overzien en zal betrokken worden bij het opstellen van de programmabegroting 2022 – 2025. Dit document zal uiteindelijk ook de doorwerking van de septembercirculaire 2021 bevatten. Uiteraard is het financieel effect van het gemeentefonds slechts een onderdeel van de totale actualisatie van het financieel perspectief 2022 – 2025. Uitgangspunt is dat het college de raad een programmabegroting 2022 – 2025 aanbiedt die reëel en structureel in evenwicht is, binnen de kaders die door de raad zijn gesteld in de kadernota 2022 – 2025. BIJLAGEN - Geen.