208. RV Onderwijsachterstandenbeleid (2023-2026)
Tekst van het document
Voorstel aan de raad Nummer: 208
Portefeuille: Programma: Taakveld:
D.A. Grimbergen 4 Onderwijs 4.3 Onderwijsbeleid en leerlingzaken
Onderwerp: 'Gelijke kansen in Lelystad' - Onderwijsachterstandenbeleid 2024-2026
Voorgesteld besluit 1. Kennis te nemen van het plan ‘Gelijke kansen in Lelystad’ van het onderwijsachterstandenbeleid 2024-2026 en het volgende maatschappelijk hoofddoel en subdoelen vast te stellen: Leerlingen starten of stromen uit met gelijke kansen in het onderwijs. Aan het eind van het basisonderwijs wordt, in Lelystad, een onderwijsniveau behaald zoals dat in Nederland gemiddeld is voor een gelijke populatie aan leerlingen. Door deze gelijke (onderwijs)kansen en uitstroom wordt de integratie in de maatschappij verhoogd en segregatie voorkomen. Subdoelen Deelonderwerp: Indicering & toeleiding a. Er is zicht op het bereik en non-bereik van (geïndiceerde) kinderen, gespecificeerd op basis van leeftijd, reden waarop geïndiceerd is en herkomst in de stad. Deelonderwerp: Baby’s en peuters b. Ouders, van een baby of peuter die mogelijk achterstanden kan opbouwen, worden begeleid naar voorschoolse educatie en in contact gebracht met vroege taal/leesstimuleringsprojecten. Deelonderwerp: Kinderopvang en Voorschoolse Educatie (VE) c. 100% van de geïndiceerde kinderen wordt bereikt en volgt voorschoolse educatie. d. Er is voldoende, gevarieerd en gespreid, aanbod van voorschoolse educatie binnen de gemeente Lelystad. e. Kinderen krijgen 16 uur per week en in totaal 960 uur voorschools aanbod. f.
Voorschoolse voorzieningen bieden een kwalitatief en onderbouwd VE-aanbod wat is gericht op het stimuleren van de (onderwijs)ontwikkeling. Daarnaast werken ze aan het bevorderen van de integratie, voorkomen van segregatie en het verhogen van de ouderbetrokkenheid.
Deelonderwerp: Primair onderwijs g. De leerling met VVE-indicatie laat een groei zien in ontwikkeling naar groep 3. Eind groep 3 heeft 75% van de leerlingen geen significant verschil in ontwikkeling ten opzichte van leeftijdsgenoten. h. In groep 8 stroomt 100% van de leerlingen, met een VVE-indicatie, uit met minimaal het basisniveau van rekenen en taal (referentieniveau 1F). i. Er worden effectieve, evidence en practise based, methodieken en interventies ingezet om de cognitieve en sociale onderwijsachterstanden te voorkomen en/of te verkleinen. j. De basisscholen werken aan het bevorderen van de integratie, voorkomen van segregatie en het verhogen van de ouderbetrokkenheid. Deelonderwerp: Overkoepelende thema’s k. Er is een doorgaande lijn in het aanbod voor baby’s, peuters, kleuters en basisschoolleerlingen, op het gebied van sociaal-emotionele achterstanden, bevorderen van integratie, voorkomen van segregatie, ouderbetrokkenheid en overdracht tussen professionele partners. l. De kwantitatieve en kwalitatieve data geven input in het onderwijsachterstandenbeleid waardoor het complexe proces beter te sturen is, dit is te zien door meer inzicht in cijfers en ontwikkeling. 2. De volgende uitgangspunten te hanteren om de middelen beschikbaar te stellen voor: a. het aanbod voor kinderen met een VVE-indicatie.
Om toe te leiden naar de voorschool, achterstanden tegen te gaan op de voorschool en in het primair onderwijs, integratie te bevorderen, segregatie te voorkomen en ouderbetrokkenheid te verhogen. b. de kernpartners, namelijk Icare JGZ, kinderopvang met voorschoolse educatie, primair onderwijs en de Flevomeer Bibliotheek. c. Voorschoolse Educatie (VE)-plekken en deze voorrang te geven in subsidieverstrekking tot de wettelijke taak van de gemeente is vervuld. d. een schoolbrede aanpak op de 13 achterstandsscholen van het primair onderwijs. e. alle, geïndiceerde, kinderen met een onderwijsachterstand op alle scholen. f. alle groepen van het basisonderwijs (groep 1 tot en met 8). 3. De middelen, van €5.338.524 per jaar en daarbovenop €2.611.022 voor de gehele periode 2024-2026, die het rijk gedurende de projectperiode geoormerkt beschikbaar stelt voor OAB, te bestemmen voor de uitvoering van dit beleid. Urgentie Raad Geen urgentie: Er is geen datum waarvoor dit besloten moet zijn door de raad. Voorstel kan in reguliere procedure.
Voorgaande besluitvorming - Kadernota OAB 2020-2023
Inleiding Er zijn in Nederland veel kinderen die al op jonge leeftijd (risico hebben op) een ontwikkelachterstand. Om dit tegen te gaan en ervoor te zorgen dat kinderen een gelijke kans hebben om zich te ontwikkelen stelt het rijk budget beschikbaar op basis van criteria van het CBS. Naast de professionele partners uit het onderwijs, ontvangt ook gemeente Lelystad middelen om deze achterstanden te bestrijden.
De gemeente is, vanuit het rijk, verantwoordelijk voor de vormgeving van het onderwijsachterstandenbeleid en daarnaast voor het gesprek dat samen met haar partners wordt gevoerd. In dit gesprek worden doelen besproken waardoor de integratie van kinderen wordt bevorderd, segregatie wordt voorkomen, ouderbetrokkenheid wordt verhoogd en onderwijsachterstanden vroegtijdig worden gesignaleerd en bestreden. Daarbij heeft de gemeente een verplichting om voldoende voorzieningen aan te bieden met voorschoolse educatie (VE), in zowel het aantal als ook de spreiding voor kinderen met een risico op een onderwijsachterstand. Dit vraagt samenwerking tussen het consultatiebureau, kinderopvang en primair onderwijs en gemeente.
Argumenten 1. Kennis te nemen van het plan ‘Gelijke kansen in Lelystad’ van het onderwijsachterstandenbeleid 2024-2026 en het volgende maatschappelijk hoofddoel en subdoelen vast te stellen: Leerlingen starten of stromen uit met gelijke kansen in het onderwijs. Aan het eind van het basisonderwijs wordt, in Lelystad, een onderwijsniveau behaald zoals dat in Nederland gemiddeld is voor een gelijke populatie aan leerlingen. Door deze gelijke (onderwijs)kansen en uitstroom wordt de integratie in de maatschappij verhoogd en segregatie voorkomen. 1.1 Het doel van het onderwijsachterstandenbeleid is om kinderen te ondersteunen, die op basis van hun omgevingskenmerken een vergroot risico lopen op een onderwijsachterstand. Daarbij is de doelstelling om kinderen, met een VVE-indicatie, met gelijke kansen te laten starten op de basisschool, in groep 3 en op niveau uit te laten stromen in groep 8 ten opzichte van een soortgelijke doelgroep. Voorschoolse educatie richt zich hierbij op de voorschoolse periode in de kinderopvang en vroegschoolse educatie richt zich op groep 1 en 2 van het primair onderwijs. Deze ondersteuning richting gelijke kansen zorgt ervoor dat er minder verschillen, door omgevingsfactoren, tussen kinderen zijn en ontstaan. Dat bevordert de integratie en voorkomt segregatie in de maatschappij.
1.2 Het onderwijsachterstandenbeleid levert een bijdrage aan de ambities zoals verwoord in ‘Lelystad next Level’ en de ‘Maatschappelijke Agenda’ gericht op de toekomstige generaties. De stad investeert in de jeugd, in het onderwijs en zorgt dat de stad aantrekkelijk is voor nieuwe generaties. Ook in ‘de Maatschappelijke Agenda’, onder ‘Leren en ontwikkelen’, is verwoord dat ieder kind in Lelystad recht heeft om mee te doen in de maatschappij, ook als het niet vanzelf gaat. Daarom is het doel dat alle kinderen een goede start kunnen maken in het onderwijs en hun talenten ontwikkelen, ongeacht hun achtergrond, beperking of financiële situatie. Deze visies sluiten aan bij het doel, van het onderwijsachterstandenbeleid, om kinderen vanaf de geboorte te ondersteunen die op basis van hun omgevingskenmerken een vergroot risico lopen op een onderwijsachterstand.
Subdoelen Deelonderwerp: Indicering & toeleiding a. Er is zicht op het bereik en non-bereik van (geïndiceerde) kinderen, gespecificeerd op basis van leeftijd, reden waarop geïndiceerd is en herkomst in de stad. Het doel is om inzicht te krijgen en daarop te kunnen handelen. Dit begint bij indicering en inzichtelijk maken van het bereik en non-bereik van geïndiceerde kinderen. Als het aantal, leeftijd en herkomst duidelijk is zal er nog meer ingezet kunnen worden op het bereiken van zoveel mogelijk kinderen.
Deelonderwerp: Baby’s en peuters b. Ouders, van een baby of peuter, die mogelijke achterstanden kan opbouwen, worden begeleid naar voorschoolse educatie en in contact gebracht met vroege taal/leesstimuleringsprojecten. Zoals in de visie verwoord is het doel om zo vroeg mogelijk het risico op achterstanden te voorkomen of te verkleinen. Een middel hierin zijn voorschoolse educatie en andere projecten. Voor een groot bereik is het noodzakelijk dat ouders begeleid en ondersteunt worden naar het aanbod. Deelonderwerp: Kinderopvang en Voorschoolse Educatie (VE) c. 100% van de geïndiceerde kinderen wordt bereikt en volgt voorschoolse educatie. d. Er is voldoende, gevarieerd en gespreid, aanbod van voorschoolse educatie binnen de gemeente Lelystad. e. Kinderen krijgen 16 uur per week en in totaal 960 uur voorschools aanbod. f. Voorschoolse voorzieningen bieden een kwalitatief en onderbouwd VE-aanbod wat is gericht op het stimuleren van de (onderwijs)ontwikkeling. Daarnaast werken ze aan het bevorderen van de integratie, voorkomen van segregatie en het verhogen van de ouderbetrokkenheid. Wettelijk heeft de gemeente als taak om voldoende, gespreid VVE-aanbod beschikbaar te stellen. Het doel is om alle kinderen met een (risico op een) achterstand te ondersteunen door kwalitatief en voldoende uren voorschoolse educatie (VE) aan te bieden. Hierin zijn nog stappen te zetten.
Deelonderwerp: Primair onderwijs g. De leerling met VVE-indicatie laat een groei zien in ontwikkeling naar groep 3. Eind groep 3 heeft 75% van de leerlingen geen significant verschil in ontwikkeling ten opzichte van leeftijdsgenoten. h. In groep 8 stroomt 100% van de leerlingen, met een VVE-indicatie, uit met minimaal het basisniveau van rekenen en taal (referentieniveau 1F). i. Er worden effectieve, evidence en practise based, methodieken en interventies ingezet om de cognitieve en sociale onderwijsachterstanden te voorkomen en/of te verkleinen. j. De basisscholen werken aan het bevorderen van de integratie, voorkomen van segregatie en het verhogen van de ouderbetrokkenheid. Het doel is om leerlingen met gelijke kansen te laten starten in groep 3 of in groep 8 uit te laten stromen van het basisonderwijs. Daarnaast is de doelstelling het inzichtelijk maken hoe de ontwikkeling van een kind met een VE-indicatie verloopt zodat hierop ingespeeld kan worden door professionals en de gemeente.
Deelonderwerp: Overkoepelende thema’s k. Er is een doorgaande lijn in het aanbod, voor baby’s, peuters, kleuters en basisschoolleerlingen, op het gebied van sociaal-emotionele achterstanden, bevorderen van integratie, voorkomen van segregatie, ouderbetrokkenheid en overdracht tussen partners. l. De kwantitatieve en kwalitatieve data geven input in het onderwijsachterstandenbeleid waardoor het complexe proces beter te sturen is, dit is te zien door meer inzicht in cijfers en ontwikkeling. Om kinderen op een goede manier te ondersteunen en gelijke kansen te kunnen creëren is het nodig om een doorgaande lijn in aanbod te organiseren, zodat het aanbod op elkaar aansluit en er gestuurd kan worden met behulp van de verkregen data.
2. De volgende uitgangspunten te hanteren om de middelen beschikbaar te stellen voor: a. Het tegengaan van achterstanden op de voorschool en in het primair onderwijs. Het is een wettelijke taak om de geoormerkte gelden in te zetten voor het tegenstaan van (risico op mogelijke) achterstanden. b. De kernpartners: Icare JGZ, Kinderopvang met voorschoolse educatie, primair onderwijs en daarbij de Bibliotheek voor de leeftijd 0-2,5 jaar en de doorgaande lijn. Om de samenwerking te bevorderen worden de gelden beschikbaar gesteld voor de kernpartners en kunnen schilpartners (cultuur, welzijn et cetera.) gebruik maken van de gelden als een kernpartner de subsidie aanvraagt en de verantwoording verzorgd. De Flevomeer Bibliotheek is hierin een uitzondering in de leeftijdscategorie 0-2,5 jaar en in de doorgaande lijn. Dit, omdat er een vernieuwde rijksopdracht vanuit de Bibliotheek ligt, waarbij wordt aangesloten, en er nauwelijks VVE-aanbod in die leeftijdscategorie is. Ook is Icare JGZ een kernpartner, omdat deze een rol speelt in toeleiding en indicering van VVE-indicaties. c.
Voorschoolse Educatie (VE)-plekken en deze voorrang te geven in subsidieverstrekking tot de wettelijke taak is vervuld. Wettelijke verplichting van OAB is het voldoende beschikbaar stellen van VE-plekken. Het voorstel is daarom om subsidieaanvragen voor VE-plekken voorrang te geven. Als er voldoende middelen hiervoor zijn kunnen de gelden voor andere plannen worden ingezet. Het kan anders zo zijn dat het budget is gebruikt voor overige plannen en er niet voldoende gelden beschikbaar zijn voor VE.
d. Een schoolbrede aanpak op de 13 (primair onderwijs) achterstandsscholen. Er zijn 13 scholen geselecteerd, met behulp van de cijfers van het CBS, op basis van de achterstandsscore van de school en individuele achterstandsscore van de leerling. Voorstel is om deze scholen te selecteren als achterstandsschool /kernschool en de mogelijkheid te bieden tot een geïntegreerd schoolbreed aanbod van vroegschoolse educatie (groep 1-2) en andere projecten (groep 3-8). De lijst met scholen is in de bijlage terug te vinden. e. Alle, geïndiceerde, kinderen op alle scholen. Voorstel is om alle, geïndiceerde, kinderen te laten profiteren van het onderwijsachterstandenbeleid ongeacht of de leerling op één van de 13 scholen onderwijs volgt. In tegenstelling tot scholen met achterstanden is dit geen schoolbrede aanpak, maar gericht op de individuele of kleine groepjes geïndiceerde leerlingen
f.
Alle groepen van het basisonderwijs (groep 1 tot en met 8) Het voorstel richt zicht op alle groepen van het onderwijs, omdat de doorgaande lijn tot en met de uitstroom belangrijk is om het niveau van onderwijs vast te houden en de kansen gelijk te houden richting het voortgezet onderwijs.
3. De middelen, van €5.338.524 per jaar en daarbovenop €2.611.022 voor de gehele periode 2024-2026, die het rijk gedurende de projectperiode geoormerkt beschikbaar stelt voor OAB, te bestemmen voor de uitvoering van dit beleid. In 2023 zijn de rijksgelden, van het onderwijsachterstandenbeleid voor de gemeente Lelystad, €5.338.524. Daarbovenop komt een deel van voorgaande jaren, dat niet besteed is en meegenomen mag worden naar de volgende jaren, namelijk in totaal €2.611.022 over de gehele periode.
In de jaren 2024-2026 zullen de middelen voor de gemeente, op basis van de voorlopige toekenning, €5.338.524 per jaar zijn (exclusief het meegenomen bedrag). Daarbij is het niet toegestaan om de middelen op andere terreinen in te zetten, op straffe van terugvordering door het rijk. De verdeling van de middelen, tussen de voorschool en primair onderwijs, zal in de subsidieregeling verder worden uitgewerkt. De raad heeft, uiteindelijk, het budgetrecht en het beschikbaar stellen is in lijn met waar het Rijk de middelen voor heeft bedoeld.
Kanttekeningen Het eerdere gemeentelijk OAB-beleid was vooral op grote lijnen uitgewerkt. Dit laat veel vertrouwen zien richting de partners door veel vrijheid te geven, maar geeft tegelijkertijd ook de moeilijkheid in de monitoring en evaluatie van gekozen doelen. Dit maakt dat de doelen en de resultaatafspraken van het nieuw te vormen beleid meetbaarder gemaakt wordt. Zo wordt het bereik, inzicht en de kwaliteit van het aanbod verhoogd. Financiën Voor het onderwijsachterstandenbeleid wordt geoormerkt budget vanuit het rijk ontvangen, welke aan het eind van de periode afgerekend zullen worden. Het beleid dat wordt gevoerd is op basis van wat er vanuit het rijk beschikbaar wordt gesteld en is budgettair neutraal. Voor 2024-2026 heeft het rijk voorlopig €5.338.524, per jaar, beschikt. Daarbovenop is een budget beschikbaar, wat meegenomen wordt van voorgaande jaren, van €2.611.022. Deze 2,6 miljoen kan verspreid worden over de komende beleidsjaren (2024-2026). Vervolg Na het definitief vaststellen wordt voor de uitvoering een bijpassende subsidieregeling opgesteld. Halverwege de beleidsperiode en na afloop volgt een (tussen)evaluatie naar de mate van bereik van het gestelde doel waarbij het college de raad zal informeren. Bijlagen - 'Gelijke kansen in Lelystad'- Onderwijsachterstandenbeleid 2024-2026
Lelystad, 11 juli 2023 Het college van de gemeente Lelystad, de secretaris, J.S.W. Ozenga *Dit voorstel is digitaal vastgesteld en ondertekend