191. rv Verordening JW 2021
Tekst van het document
Voorstel aan de raad Nummer: 191
Portefeuille: Programma: Taakveld:
Jeugdzorg, onderwijs, emancipatie en integratie en kunst en cultuur en gemeentelijk vastgoed 6 Sociaal domein 6.72 Maatwerkdienstverlening 18-
Onderwerp: Verordening Jeugdhulp 2021
Voorgesteld besluit 1. De Verordening Jeugdhulp Lelystad 2021 vast te stellen.
Urgentie Raad De toegang tot jeugdhulp wordt per 1 juli 2021 anders ingericht, waarbij het Jeugd- en Gezinsteam per die datum wordt opgeheven en de Jeugd BV de regie en toegang tot jeugdhulp zal overnemen. Het is daarom van belang om de gewijzigde verordening vóór 1 juli 2021 is vastgesteld.
Samenvatting Door wijziging van wet- en regelgeving in het kader van de Jeugdwet, ontwikkelingen inzake de toegang tot jeugdhulp en door gewijzigde jurisprudentie is de huidige verordening jeugdhulp niet meer actueel. Dit levert in de praktijk problemen op. De verordening is daarom nu in overeenstemming gebracht met geldende wet- en regeling en actuele jurisprudentie ten aanzien van de jeugdhulp.
Voorgaande besluitvorming Op 10 juli 2018 heeft de gemeenteraad de nu geldende Verordening jeugdhulp Lelystad 2018 vastgesteld.
Inleiding Op grond van de Jeugdwet heeft de gemeenteraad de opdracht om een verordening vast te stellen o.a. met betrekking tot de wijze waarop de hoogte van een persoonsgebonden budget wordt vastgesteld (zie artikel 8.1.1 Jeugdwet) en de voorwaarden voor toekenning, de wijze van beoordeling, en de afwegingsfactoren bij een individuele voorziening. Daarnaast heeft de gemeenteraad de bevoegdheid om bij verordening de voorwaarden voor het betrekken van jeugdhulp van een persoon die behoort tot het sociale netwerk te bepalen. Op 10 juli 2018 heeft de gemeenteraad de Verordening jeugdhulp Lelystad 2018 vastgesteld. Door ontwikkelingen inzake de toegang tot jeugdhulp en gewijzigde jurisprudentie in het kader van de Jeugdwet, is de huidige verordening niet meer actueel.
Doel
De verordening in overeenstemming brengen met wet- en regeling en actuele jurisprudentie ten aanzien van de jeugdhulp.
Argumenten 1.1 Bevoegdheid gemeenteraad Het vaststellen van een verordening in het kader van de Jeugdwet is en bevoegdheid van de gemeenteraad. Op grond van de Jeugdwet moet een verordening vastgesteld te worden over o.a. de wijze waarop de hoogte van een persoonsgebonden budget wordt vastgesteld (zie artikel 8.1.1 Jeugdwet), de voorwaarden voor toekenning, de wijze van beoordeling en de afwegingsfactoren bij een individuele voorziening. Daarnaast is de gemeenteraad bevoegd om bij verordening de voorwaarden voor het betrekken van jeugdhulp van een persoon die behoort tot het sociale netwerk te bepalen. Het is van belang om de gewijzigde verordening vóór 1 juli 2021 vast te stellen, nu de vernieuwde toegang tot jeugdhulp eveneens per die datum ingaat. 1.2 Procedure toegang tot jeugdhulp Voor de procedure om jeugdhulp te verkrijgen is aansluiting gezocht bij de procedure, zoals die geldt in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). De Jw-procedure begint daarom met een melding, die al dan niet wordt gevolgd door een daadwerkelijke aanvraag. In tegenstelling tot de Wmo 2015 kent de Jeugdwet geen van de Awb afwijkende aanvraagprocedure. Ieder schriftelijk verzoek om jeugdhulp moet daarom als aanvraag worden aangemerkt.
In de praktijk levert dit veel problemen op, omdat met het hanteren van de meldingsprocedure bij de behandeling van Jeugdwetvragen een soort voortraject gecreëerd wordt dat niet is afgebakend met termijnen en waarborgen. Daarnaast is het voor de jeugdprofessionals vaak niet duidelijk of er al dan niet een aanvraag is ingediend. Hierdoor wordt de afhandelingstermijn niet goed bewaakt en worden besluiten buiten de afhandelingstermijn genomen. Bovendien is inmiddels in jurisprudentie bevestigd dat voor de procedure om Jeugdhulp te verkrijgen aansluiting moet worden gezocht bij de aanvraagprocedure van de Awb . Dat betekent dat als iemand behoefte heeft aan jeugdhulp, hij hier direct een aanvraag voor kan indienen bij het college. Na deze aanvraag begint de wettelijke beslistermijn van acht weken te lopen. Daarom wordt voorgesteld om in de nieuwe verordening de procedure om en JW-voorziening te verkrijgen te wijzigen en aansluiting te zoeken bij de aanvraagprocedure van de Awb. 1.3 Ondertekening plan niet meer vereist De Awb schrijft o.a. voor dat een aanvraag tot het geven van een beschikking moet worden ondertekend. Doordat de procedure om jeugdhulp te verkrijgen met een melding start, kunnen jeugdigen/ouders pas na het afronden van het onderzoek een aanvraag indienen door het ondertekenen van het gezinsplan. Daarbij kunnen zij ‘voor akkoord’ of ‘voor gezien’ ondertekenen.
Wanneer de procedure met een aanvraag start en jeugdigen/ouders meteen op de voorgeschreven wijze een aanvraag indienen, is ondertekening van het gezinsplan niet meer vereist. Daarnaast is in de praktijk gebleken dat het voor akkoord of voor gezien laten onderteken van het gezinsplan geen toegevoegde waarde heeft, omdat:. - na ondertekening ‘voor gezien’ niet wordt aangeven waarom men niet akkoord is; - na ondertekening ‘voor akkoord’ men toch in bezwaar kan gaan Voorgesteld wordt om het laten ondertekenen van het gezinsplan door jeugdigen/ouders te schrappen. Jeugdigen/ouders ontvangen wel een gezinsrapportage en kunnen verzoeken om de rapportage te wijzigen, wanneer onjuist informatie daarin is opgenomen.
1.4 Ingangsdatum voorziening
In de huidige verordening zijn geen bepalingen opgenomen met betrekking tot de ingangsdatum van de jeugdhulp. In de beleidsregels is dit wel geregeld. Echter hoort een bepaling m.b.t. de ingangsdatum van een voorziening in een verordening. Voorgesteld wordt om de toetsingskader uit te breiden met een bepaling waarin geregeld wordt dat de jeugdhulp niet eerder ingaat dat de datum van aanvraag. 1.5 Geen gebruik van voorziening In de Jeugdwet en de huidige verordening is bepaald dat wanneer jeugdigen/ouders een verstrekte voorziening niet gebruiken, kan worden besloten om het besluit te herzien of te trekken. Niet duidelijk is wanneer gesteld kan worden dat een voorziening niet wordt gebruikt. Om die reden wordt voorgesteld om in de verordening op te nemen dat de jeugdigen/ouders zich binnen 3 maanden na de besluitdatum moeten hebben gemeld bij een jeugdhulpaanbieder. Hiermee wordt enerzijds voorkomen dat hulpbehoevende jeugdigen/ouders langere tijd zonder jeugdhulp zitten en anderzijds kan indien nodig het besluit worden herzien (indien nodig andere voorziening verstrekken) dan wel worden ingetrokken. 1.6 Uitbreiding regels over pgb In de huidige beleids- en nadere regels is opgenomen welke kosten niet vanuit een pgb bekostigd worden. Een dergelijk bepaling hoort in de verordening, aangezien regels over de pgb in de verordening moeten worden opgenomen.
Voorgesteld wordt om in de verordening op te nemen dat de volgende kosten uitgesloten zijn voor vergoeding vanuit een pgb: a. kosten voor bemiddeling; b. kosten voor tussenpersonen of belangenbehartigers; c. kosten voor het voeren van een pgb-administratie; d. kosten voor ondersteuning bij het aanvragen en beheren van een pgb; e. kosten voor feestdagenuitkering en een eenmalige uitkering. 1.7 Formele en informele zorgverlener In de huidige verordening is onderscheid gemaakt tussen een gekwalificeerde (formele) zorgverlener en zorgverlener vanuit het sociaal netwerk (informele sfeer). Dit onderscheid is van belang voor het bepalen van het tarief, aangezien voor formele zorg een ander tarief wordt gehanteerd dan voor informele zorg. Voorgesteld wordt om aan deze bepaling toe te voegen dat de jeugdhulp geboden door een bloed- of aanverwant in de 1e of 2e graad van de budgethouder gekwalificeerd wordt als informele hulp. Hiermee kan worden voorkomen dat andere familieleden die bedrijfsmatig jeugdhulp verlenen gekwalificeerd worden als informele zorgverlener. 1.8 Pgb-tarief voor voorziening die niet per uur worden betaald In de huidige verordening is opgenomen dat het maximaal tarief van informele jeugdhulp het op de hulpverlener van toepassing zijnde bruto wettelijk minimumloon is.
Omdat niet alle beschikbare voorzieningen per uur worden verstrekt, levert dit in de praktijk problemen op. Voorgesteld wordt om voor vervoer en voorzieningen die per etmaal of dagdeel worden verstrekt en die door het sociaal netwerk worden geleverd af te wijken van het minimumloon deze als volgt te bepalen: - Voor het vervoer met een eigen auto wordt aansluiting gezocht bij reiskosten die door de belastingdienst worden gehanteerd, zijnde 0,19 per gereden km en voor openbaar vervoer aan de goedkoopste vorm van openbaar vervoer. - Voor voorzieningen die per etmaal worden verstrekt, wordt aansluiting gezocht bij de door het Rijk gehanteerde pleegzorgvergoeding. - Voor voorzieningen die per dagdeel worden verstrekt, wordt aansluiting gezocht bij het tarief dat hiervoor gehanteerd wordt voor de gecontracteerde instellingen.
1.9 Jeugdhulp van het sociaal netwerk In de huidige verordening is bepaald onder welke voorwaarden jeugdhulp door iemand uit het sociaal netwerk mag worden geleverd.
Voorgesteld wordt om deze bepaling aan te vullen met de voorwaarde dat ggz-behandeling niet door iemand ut het sociaal netwerk mag worden geboden. Gelet op de aard van de hulp, kan GGZ-behandeling alleen door een professional worden geboden. Professionele hulp vergt een objectieve en onafhankelijke blik. Een persoon uit het sociaal netwerk is niet in staat een professionele afstand tot de jeugdige te bewaren en dus de vereiste professionaliteit te bieden die vereist is voor dit type jeugdhulp. 1.10 Verwijderen overbodige bepalingen In de huidige verordening zijn bepalingen opgenomen over de toegang tot jeugdhulp via een gecertificeerde instelling en over het instellen van een vertrouwenspersoon door het college. Omdat soortgelijke bepalingen al in de wet zijn opgenomen, zijn deze bepalingen overbodig in de verordening. Voorgesteld wordt om deze bepalingen te schappen uit de verordening. 1.11 Aanvullen noodzakelijke bepalingen In de huidige verordening ontbreken bepalingen over de wijze waarop de toegang tot en de toekenning van een individuele voorziening wordt afgestemd met andere voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, werk en inkomen. Op grond van de jeugdwet moeten dergelijke bepalingen in de verordening worden opgenomen. Voorgesteld wordt om de ontbrekende bepalingen op te nemen in de voorliggende verordening.
Kanttekeningen N.v.t.
Financiën Het vaststellen van de voorliggende verordening heeft geen financiële gevolgen.
Vervolg Na vaststelling van de verordening wordt deze op de gebruikelijke wijze gepubliceerd.
Bijlagen Verordening Jeugdhulp Lelystad 2021 Toelichting Verordening Jeugdhulp Lelystad 2021 Was-Wordt-Lijst
Lelystad, 1 juni 2021 Het college van de gemeente Lelystad, de secretaris,
de burgemeester,
A. Schepers
mr. H.M. Meijdam