170. RV Wijziging Verordening fysieke leefomgeving
Tekst van het document
Voorstel aan de raad Nummer: 170
Portefeuille: Programma: Taakveld:
P. van Dijk 8 Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing 8.1 Ruimtelijke ordening
Onderwerp: Wijzigen Verordening fysieke leefomgeving 2021
Voorgesteld besluit De eerste wijzigingsverordening van de Verordening fysieke leefomgeving Lelystad 2021 vast te stellen en te wijzigen op de volgende onderwerpen:
1. tekstuele aanpassingen vanwege de Omgevingswet; 2. tekstuele aanpassingen op basis van de VNG modelverordeningen van de APV en de Erfgoedverordening; 3. tekstuele aanpassingen vanwege correcties en onvolkomenheden; 4. het opnemen van een meldplicht voor het plaatsen van terrassen; 5. het opnemen van een vergunningsplicht voor het maken van een in- of uitrit; 6. het aanpassen van de bepalingen betreffende het parkeren van voertuigen; en 7. het opnemen van een vergunningsplicht voor het aanbieden van deelvoertuigen.
Urgentie Raad Geen urgentie: Er is geen datum waarvoor dit besloten moet zijn door de raad. Voorstel kan in reguliere procedure.
Voorgaande besluitvorming De vaststelling van de Verordening fysieke leefomgeving Lelystad 2021 d.d. 22 juni 2021.
Inleiding Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 heeft iedere gemeente een omgevingsplan van rechtswege. Alle regels met betrekking tot de fysieke leefomgeving zullen tijdens de implementatieperiode (2024 tot 2030) hun plek moeten krijgen in het omgevingsplan. Dit geldt ook voor regels vanuit gemeentelijke verordeningen met betrekking tot de fysieke leefomgeving. Op 22 juni 2021 heeft de raad de Verordening fysieke leefomgeving Lelystad 2021 (VFL) vastgesteld als tussenproduct tussen het huidige stelsel van verschillende verordeningen en het toekomstige omgevingsplan. Sinds de vaststelling van de VFL is de inwerkingtreding van de Omgevingswet meerdere malen uitgesteld, waardoor de VFL nog niet in het omgevingsplan kan worden opgenomen. Gelet op dit feit is het wenselijk de VFL te actualiseren en aan te passen in relatie tot nieuwe ontwikkelingen en inzichten. Zo zijn er voor de bepalingen oorspronkelijk uit de APV en de Erfgoedverordening modelbepalingen opgesteld door de VNG, aangepast voor toepassing onder de Omgevingswet.
Daarnaast zijn er een aantal specifieke aanpassingen vanuit de organisatie gevraagd, hieronder benoemd: • • • •
het opnemen van een meldplicht voor het plaatsen van terrassen, afgeleid van artikel 2.1 van de VFL. het opnemen van een vergunningsplicht voor het maken van een in- of uitrit, waar nu een meldplicht voor geldt (artikel 2.3 VFL). het aanpassen van de bepalingen betreffende het parkeren van voertuigen. het opnemen van een vergunningsplicht voor het aanbieden van deelvoertuigen.
Argumenten 1.1 de regels zijn geactualiseerd. Vanuit de modelverordeningen van de VNG voor de APV en de Erfgoedverordening zijn wijzigingen voorgesteld ten aanzien van de huidige wet- en regelgeving en wijzigingen naar aanleiding van het op 1 januari 2024 in werking treden van de Omgevingswet. Om de lokale regelgeving nu en bij inwerkingtreding van de Omgevingswet actueel en toepasbaar te houden, is het wenselijk deze wijzigen op te nemen. De regels zijn o.a. gecontroleerd op verwijzingen naar wet- en regelgeving, toepasbaarheid en handhaafbaarheid. 1.2 de wijzigingen zijn afgestemd met de betreffende beleidsafdelingen. De opgenomen wijzigingen zijn of geïnitieerd vanuit één of meerdere beleidsafdelingen of hiermee afgestemd. 1.3 de aanpassingen nodig worden geacht vanuit de diverse beleidsafdelingen. Opnemen van een meldplicht voor het plaatsen van terrassen: Vanuit de organisatie is geconstateerd dat in de praktijk voor het plaatsen van terrassen geen ontheffing wordt afgegeven. In de praktijk wordt de wens om een terras te plaatsen gemeld en wordt vervolgens door de gemeente aangegeven wat mogelijk is op locatie. Aangezien artikel 2.1 van de VFL een ontheffing verplicht stelt, moet hier een uitzondering voor worden gemaakt voor het terras. Met het opnemen van de meldplicht in een nieuw artikel (artikel 2.1a) wordt de praktijk verankerd in de VFL.
Hierop zal beleid nieuwe Nadere regels terrassen introduceren, welke hierop aansluiten en naar verwijzen. Vergunningsplicht opnemen voor in- of uitritten: Vanuit de APV is in artikel 2.3 van de VFL een meldplicht voor het maken van in- of uitritten opgenomen. Binnen de huidige juridische praktijk is het instrument melding op meerdere manieren toegepast. De meldplicht ten aanzien van dit artikel wordt gebruikt als een 'lichte' vergunningsplicht, welke binnen 4 weken moet worden beoordeeld en afgehandeld. Onder de Omgevingswet wordt het instrument meldplicht strakker neer gezet en laat deze geen beoordelingsruimte voor de gemeente. Gezien het feit dat het maken van in- of uitritten op verschillende aspecten getoetst moet worden zoals verkeersveiligheid en de stedenbouwkundige waardering, wordt het overgaan op een meldplicht onder de Omgevingswet als onvoldoende beoordeeld. Om deze reden is verzocht de meldplicht in voorbereiding op de Omgevingswet om te zetten naar een vergunningsplicht. Met de opbouw en de ontwikkeling van het omgevingsplan kan een meldplicht of andere vorm van versoepeling meegenomen worden binnen heldere kaders, maar in de overgang van het huidige stelsel naar de Omgevingswet is het nodig dat het juiste instrument oftewel een vergunningsplicht wordt meegegeven.
Aanpassing van de artikelen rondom parkeren Verschillende bepalingen in hoofdstuk 11 worden geactualiseerd. De bepaling betreffende het parkeren van grote voertuigen (artikel 11.7) is aangepast in lijn met de praktijk. Nu staan er in de eerste twee leden verbodsbepalingen met verschillende motieven waarop het parkeren op aangewezen wegen verboden is. In de nieuwe bepaling wordt er een algemeen verbod gesteld met in het tweede lid een uitzondering op door het college aangewezen locaties. Dit sluit aan bij de praktijk, waar er specifieke locaties zijn aangewezen waar grote voertuigen mogen parkeren.
Opnemen van een vergunningsplicht voor het aanbieden van deelvoertuigen Vanuit de beleidsafdeling verkeer wordt gesignaleerd dat er een toenemende vraag is naar de lokale regelgeving rondom dit onderwerp. Om goed in staat te zijn om deze ontwikkeling te benutten zonder dat de huidige beleving van de stad daar overlast van gaat ondervinden, wordt voorgesteld een vergunningsplicht op te nemen ten aanzien van het aanbieden van deelvoertuigen. Door middel van de introductie van deze vergunningsplicht kan deze ontwikkeling op een veilige manier benut worden en de ruimte worden gegeven deze ontwikkeling mee te laten groeien met de stad.
Kanttekeningen 1.1 het gaat om verschillende typen wijzigingen. Zoals aangegeven betreft het hier twee typen wijzigingen van de VFL, namelijk wijzigingen die in navolging van de vaststelling in werking kunnen treden en wijzigingen die pas in werking kunnen treden wanneer de Omgevingswet in werking treedt. Hiermee zal in navolging van dit besluit twee keer een aangepaste verordening in werking treden. Dit biedt de meeste zekerheid dat op 1 januari 2024 alle wijzigingen zijn meegenomen. 1.2 de VFL is een tussenproduct. De regels uit de VFL moeten in de periode 2024-2030 een plaats gaan krijgen in het omgevingsplan. Dit zal niet direct per inwerkingtreding van de Omgevingswet gebeuren en mogelijk plaatsvinden in stappen bij verschillende omgevingsplanwijzigingen. Daarmee is het actualiseren en aanpassen van de VFL van belang voor het goede verloop van de implementatieperiode voor zolang nog niet de complete VFL in het omgevingsplan is verankerd.
Financiën -
Vervolg Het wijzigingsbesluit wordt op de gebruikelijke wijze bekend gemaakt in het digitale gemeenteblad op overheid.nl.
Bijlagen - wijzigingsvoorstel VFL - tabel was/wordt Lelystad, 20 juni 2023 Het college van de gemeente Lelystad, de secretaris, J.S.W. Ozenga *Dit voorstel is digitaal vastgesteld en ondertekend