CConstaterende datLelystad
Koppel je AI →
Document · PDF

170 BL Wijzigingstabel 2023 - aangepast 14 september 2023

Raadsvergadering 26 september 2023, gemeente LelystadBij agendapunt: 170. Wijziging Verordening fysieke leefomgeving1.794 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Tabel wijzigingen VFL in 2023 Artikel VFL (+ Oorspronkelijke tekst VFL 2021 oud artikel) Artikel 1.1 --> Algemene begripsbepalingen

Gewijzigde tekst VFL 2021 (versie 2023)

toevoegen begrip

deelvoertuig: voertuig dat bedrijfsmatig wordt aangeboden aan derden om lokaal gebruik van te maken tegen betaling;

Artikel 2.1a (nieuw)

Artikel 2.1a Melding terrassen 1. Het verbod van artikel 2.1, eerste lid, is niet van toepassing indien het gaat om de plaatsing van een terras, welke geplaatst wordt conform de, krachtens artikel 2.1, derde lid, vastgestelde nadere regels en daartoe een melding is gedaan bij het college. 2. Een melding bevat in ieder geval de volgende gegevens: a. Naam, adres en KvK-nummer van de exploitant van het horecabedrijf of openbare inrichting; b. Naam en adres van het horecabedrijf of openbare inrichting; c. de indeling en uitvoering van het beoogde terras; en, d. een plattegrond met afmetingen van het beoogde terras. 3. Het college kan na ontvangst van de melding extra gegevens opvragen welke nodig zijn voor de controle van de melding.

Artikel 2.3

1.Het is verboden een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg indien: a.degene die voornemens is een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg daarvan niet van tevoren melding heeft gedaan aan het college, onder indiening van een gemaatvoerde situatietekening van de gewenste uitweg en een foto van de bestaande situatie; of b.het college het maken of veranderen van de uitweg heeft verboden. 2.Van de melding wordt kennis gegeven op de gebruikelijke wijze van bekendmaking. 3...... 4.De uitweg kan worden aangelegd indien het college niet binnen vier weken na ontvangst van de melding heeft beslist dat de gewenste uitweg wordt verboden. 5.Hetgeen bepaald in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken, de Keur Waterschap Zuiderzeeland 2017 of de provinciale wegenverordening of nadien gewijzigd. 6.In afwijking van hetgeen bepaald in het eerste lid, onder a, is geen melding vereist voor het maken van een uitweg, mits de uitweg wordt aangelegd conform de voor dat gebied geldende inrittenkaart. 7..... 8.....

1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg. 2. Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een gemaatvoerde situatietekening van de gewenste uitweg; en, b. een foto van de bestaande situatie. 3. Een omgevingsvergunning wordt alleen verleend als dit niet: a. leidt tot een mogelijk verkeersgevaarlijke situatie; b. de functionaliteit van het openbaar gebied op onaanvaardbare wijze aantast ten koste van openbare parkeerplaatsen, lichtmasten, nutsvoorzieningen, containeropstelplaatsen e.d.; c. de ruimtelijke kwaliteit, waaronder het uiterlijk aanzien van de omgeving, op onaanvaardbare wijze aantast; of, d. ziet op het aanleggen van een tweede uitweg op een woonperceel met een frontbreedte van minder dan 25 meter. 4. Hetgeen bepaald in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken, de Keur Waterschap Zuiderzeeland 2017 of de provinciale wegenverordening of nadien gewijzigd. 5. Het verbod van het eerste lid geldt niet, mits de uitweg wordt aangelegd conform de voor dat gebied geldende inrittenkaart. 6. Het college is bevoegd om inrittenkaarten vast te stellen. 7. Het college is bevoegd de bevoegdheid zoals opgenomen in het zesde lid door te mandateren.

Artikel 3.5

Het is verboden een elektrische auto vanaf het woon- of werkadres door middel van een laadkabel over de openbare weg op te laden.

Het is verboden een elektrisch voertuig te laden door middel van een kabel vanaf privéterrein in het openbaar gebied, tenzij het laden plaatsvindt op een parkeerplaats die grenst aan de erfgrens.

Artikel 11.2

1.Het is verboden op een door het college aangewezen weg een voertuig te parkeren met het kennelijke doel het te koop aan te bieden of te verhandelen. 2.Het college kan ontheffing van het verbod verlenen. 3.Op de aanvraag om de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

1. Het is verboden een voertuig te parkeren op de weg met het kennelijke doel het te koop aan te bieden of te verhandelen. 2. Het college kan ontheffing van het verbod verlenen. 3. Op de aanvraag om de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

artikel 11.4

2.Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.

2.Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien bij of krachtens de Wet milieubeheer.

Artikel 11.7

1. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter te parkeren op een door het college aangewezen plaats, waar dit schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente. 2. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op een door het college aangewezen weg, waar dit parkeren buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte. 3. Het verbod in het tweede lid is niet van toepassing op werkdagen van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00 uur. 4. Het verbod in het tweede lid is voorts niet van toepassing op campers, kampeerauto’s, caravans en kampeerwagens, voor zover deze voertuigen niet langer dan drie achtereenvolgende dagen op de weg worden geplaatst of gehouden. 5. Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste en tweede lid opgenomen verbod. 6. Op de aanvraag om de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

1. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter te parkeren op de weg. 2. Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op een door het college aangewezen plaats. 3. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op werkdagen van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00 uur. 4. Het verbod in het eerste lid is voorts niet van toepassing op campers, kampeerauto’s, caravans en kampeerwagens, voor zover deze voertuigen niet langer dan drie achtereenvolgende dagen op de weg worden geplaatst of gehouden. 5. Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid opgenomen verbod. 6. Op de aanvraag om de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 11.9

1. Het is verboden een voertuig te parkeren of te laten stilstaan op een door het college aangewezen, niet tot de rijbaan behorend weggedeelte. 2. Het verbod is niet van toepassing op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam.

Vervalt --> Dit artikel is door de VNG opgenomen om o.a. parkeren in de berm weer te verbieden bij een parkeerverbod. Uit jurisprudentie blijkt inmiddels dat dit artikel niet houdbaar is.

Artikel 11.11 (nieuw)

Artikel 19.30

Artikel 11.11: Deelvoertuigen bedrijfsmatig aanbieden. 1. Het is verboden om zonder vergunning van het college bedrijfsmatig deelvoertuigen ten behoeve van gebruik door derden op de weg te plaatsen. 2. Het college kan voorschriften en beperkingen verbinden aan een vergunning: a. ter voorkoming van overlast; b. in het belang van het uiterlijk ten aanzien van de gemeente; c. in het belang van de veiligheid van het publiek; d. in het belang van de doorstroming van het verkeer; e. ter voorkoming van onevenredig ruimtegebruik; of, f. ten aanzien van het type deelvoertuig waar de vergunning betrekking op heeft. 3. Het college kan ter bescherming van de belangen in het tweede lid een maximum stellen aan het totaal aantal bedrijven waaraan een vergunning kan worden verleend of aan het totaal deelvoertuigen als bedoeld in het eerste lid of categorieën of typen daarvan dat op of aan de weg kan worden geplaatst. 4. Het college kan in het belang van de openbare orde, veiligheid of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen. 5. Onverminderd het bepaalde in artikel 1.7 weigert het college de vergunning indien: a. afbreuk wordt gedaan aan de directe leefomgeving; b. onevenredig beslag wordt gelegd op de openbare ruimte; of, c. een maximum als bedoeld in het derde lid is vastgesteld en dit maximum al is bereikt. 6.

Het college kan wegen of weggedeelten aanwijzen waar uitsluitend deelvoertuigen als bedoeld in het eerste lid mogen worden geplaatst en ter gebruik mogen worden aangeboden of waar deelvoertuigen niet mogen worden geplaatst en niet ter gebruik mogen worden aangeboden. 7. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. 1.Het is verboden een spudpaal te gebruiken, tenzij dit geschiedt in overeenstemming met ter plaatse aangebrachte verkeerstekens en nadere aanduidingen als bedoeld in artikel 19.11.

1.Het is verboden een spudpaal te gebruiken, tenzij dit geschiedt in overeenstemming met ter plaatse aangebrachte verkeerstekens en nadere aanduidingen als bedoeld in artikel 19.10.

Artikel 20.3

1. Overtreding van een bij of krachtens deze verordening gegeven voorschrift, niet-nakoming van een opgelegde verplichting of nietnaleving van één of meer voorschriften aan een ontheffing of vergunning verbonden wordt gestraft met een hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie. 2. In afwijking van het eerste lid wordt overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde en de daarbij op grond van artikel 1.3 gegeven voorschriften en beperkingen gestraft met een geldboete van de eerste categorie: artikelen 4.4 en 6.1.

Bijlage 1 en 2

Bijlage 4

1. ..... 2. …... 3. Hetgeen bepaald in het eerste lid is niet van toepassing indien een overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde reeds strafbaar is gesteld op grond van hogere wet- of regelgeving.

kaarten zijn geactualiseerd

Schematische tekening van het aansluitpunt riolering

Afbeelding is verplaatst naar de toelichting, omdat "bijlages" gekoppeld worden aan juridische regels in de verordening. Deze afbeelding is een toelichting, welke geen directe relatie heeft met de juridische regels. Om deze reden wordt deze verplaatst naar de toelichting, waarin wel verwezen wordt naar de afbeelding. De bijlages alsmede de artikelen welke verwijzen naar de bijlages zijn in nummering aangepast.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lelystad&id=31be2b21-fa31-4204-ad79-5a9318b6ae0e