CConstaterende datLeidschendam-Voorburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Reactie rekenkamercommissie op bestuurlijke reactie college

Raadsvergadering 14 februari 2023, gemeente Leidschendam-VoorburgBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststellen aanbevelingen Rekenkamercommissie uit het rapport over Onderzoek naar participatie in de regionale energiestrategieën659 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Geachte griffie, Op 3 november 2022 ontving de Rekenkamercommissie WVOLV van de griffie van Leidschendam-Voorburg het verzoek om schriftelijk in te gaan op de reactie van het college van B&W op de onderzoeksresultaten van participatie in de RES. Met dit e-mailbericht voldoet de Rekenkamercommissie aan het verzoek van de griffie. In de reactie van het college van B&W vraagt zij aandacht voor drie aspecten:

“Aangaande specifiek de participatie rondom de RES zijn wij wel van mening dat de resultaten van het onderzoek op bepaalde onderdelen genuanceerd dienen te worden. De RES is een strategisch document op regionaal niveau waar als het bijvoorbeeld gaat om locaties voor de opwek van energie abstracte zoekgebieden zijn aangewezen. Het college heeft er gezien het abstractieniveau en de strakke planning van de regionale strategie bewust voor gekozen om geen apart participatietraject te organiseren, maar de opbrengst uit het participatietraject in het kader van de lokale energiestrategie als input in te brengen in het RES-proces. Daarmee is de onderzoeksvraag van het gehele onderzoek naar ons idee, gezien de focus op de RES, niet helemaal passend geweest voor onze gemeente. Immers, waar in Leidschendam-Voorburg de directe participatie was gericht op de LES (en van daaruit op de RES), richt uw onderzoek zich direct op de (waardering voor de) participatie rond de RES. Wij missen een analyse in het onderzoek over de getrapte aanpak in onze gemeente. Naar onze mening heeft deze namelijk niet geleid tot een RES die voor het grondgebied van LV afwijkt van de LES en de TVW. Daarnaast bemerken wij dat deelnemers en inwoners zijn bevraagd die actief aan de participatie hebben deelgenomen.

Naar onze mening was het beeld completer geweest als er ook andere inwoners en spelers vanuit de gemeente bevraagd zouden zijn. Immers, het streven is om een zo breed mogelijk draagvlak te creëren voor de energiestrategie, mede gezien de doelstelling van lokaal eigenaarschap. Voorts lezen wij in uw concept-aanbiedingsbrief dat u aanbeveelt de participatietrajecten van toekomstige regionale energiestrategieën zorgvuldiger uit te voeren en voldoende te bemensen (kwantitatief en kwalitatief). Wij missen een feitelijke, onderzoeksmatige onderbouwing voor deze stelling en willen aangeven dat door onze organisatie met passie en professionaliteit werd en wordt gewerkt.”

Aspect 1: ontbreken van analyse van getrapte aanpak in de gemeente Reactie van Rekenkamercommissie op aspect 1: De bedoelde analyse komt op meerdere plaatsen terug in de onderzoeksrapportage. Bijvoorbeeld op pagina 51:

“Participatie door Leidschendam-Voorburg is dus niet direct ingezet om een bijdrage te leveren aan de RES, maar wel indirect via een lokale tussenstap met de ontwikkeling van de uitgangspuntennotitie voor de Lokale Energiestrategie. Het is echter niet goed navolgbaar wat de opbrengst is geweest van participatie in het kader van de LES en hoe dat precies heeft doorgewerkt in de zienswijze van de raad op de RES. Voor de raad van Leidschendam-Voorburg vormt de LES het belangrijkste kader voor de gemeente, en niet de RES. In een gesprek met een afvaardiging van de raad geven raadsleden ook aan geen grote betrokkenheid te voelen bij de totstandkoming van de RES en op de inhoud daarvan geen grip te hebben. Ook geven zij aan dat de RES niet leeft bij de gemiddelde inwoner van de gemeente maar hoogstens bij specifieke belangengroepen.”

Aspect 2: completer beeld als andere inwoners en spelers bevraagd zouden zijn Reactie van Rekenkamercommissie op aspect 2: Dit paste niet in het beschikbare budget voor het onderzoek. Aspect 3: ontbreken van onderbouwing voor stelling dat participatietraject onvoldoende bemensd (kwantitatief en kwalitatief) zou zijn Reactie van Rekenkamercommissie op aspect 3: Door de toevoeging "(kwantitatief en kwalitatief)" kan bij nader inzien de indruk ontstaan dat de Rekenkamercommissie kritiek uit op de kwaliteit van de medewerkers van de gemeente. Deze indruk wilde zij niet wekken. De Rekenkamercommissie wilde erop wijzen dat participatietrajecten erbij gebaat zijn als ze met voldoende menskracht worden uitgevoerd ("kwantitatief") en dat participatietrajecten altijd zorgvuldig moeten worden doorlopen ("kwalitatief"). Namens de Rekenkamercommissie WVOLV, Gerard Lappee (secretaris)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leidschendam&id=e012e268-922b-4675-859a-9df3dbddc194