Reactie op voorkeursvariant verplaatsing afvalcluster Binckhorst_geanonimiseerd
Tekst van het document
From: Sent: To: Cc: Subject:
" "< @gmail.com> 4/7/2026 11:40:49 AM +00:00 < @denhaag.nl>, "Griffie Algemeen" < @denhaag.nl>, " < @denhaag.nl> < @pzh.nl>, "Statengriffie" < @pzh.nl>, "Griffie" < voorburg.nl>, " "< @leidschendam-voorburg.nl> Reactie op voorkeursvariant verplaatsing afvalcluster Binckhorst
" @leidschendam-
Geacht College van B&W en Commissie Ruimte van Den Haag, Namens de Vlietzoom Alliantie en mede ondertekenaars van de het Haags Cultuurlandschapspark doe ik u hierbij onze reactie op het besluit 17 maart 2026 (RIS325005) en de Commissie brief 20 maart 2020 (RIS325011), betreffende voorkeursvariant voor de verplaatsing en transformatie van het afvalcluster Binckhorst, als bijlage .pdf toekomen. Graag u bevestiging dat dit bericht en de bijlage in goede orde heeft mogen ontvangen. Met vriendelijke groet, Voorzitter Vlietzoom Alliantie
Per e-mail Aan:
College van B&W Den Haag Gemeenteraad van Den Haag Commissie Ruimte Den Haag
Kopie:
GS en PS van de Provincie Zuid-Holland B&W en Gemeenteraad van Leidschendam-Voorburg Van: Vlietzoom Alliantie Datum: 7 april 2026 Onderwerp: RIS325011 Voorkeursvariant voor de verplaatsing en transformatie van het afvalcluster Binckhorst en RIS325005 Locatiereservering … ten behoeve van verplaatsing en doorontwikkeling afvalcluster Binckhorst
Als deelnemers aan de klankbordgroep van het Gebiedsprogramma Vlietzone zijn wij onaangenaam verrast door de werkwijze van het College, zoals blijkt uit besluit RIS325005 van 17 maart 2026 en de toelichtende commissiebrief RIS325011 van 20 maart 2026. Procedurele bezwaren De timing van dit besluit verbaast ons: het is genomen vlak vóór de verkiezingen én middenin een lopend gebiedsprogramma. Daarmee loopt het vooruit op het proces van de Omgevingsvisie, die op 18 september 2025 is vastgesteld. Een goedgekeurde gebiedsvisie en een integraal gebiedsplan hadden vooraf vastgesteld moeten worden, vóórdat dergelijke ruimteclaims worden gedaan. Bovendien druist dit besluit in tegen twee eerder aangenomen moties van de gemeenteraad: a) Motie van 18 september 2025 (M.1 CU-SGP, RIS 323290) over het ‘Haags Cultuurlandschapspark’ als basis voor het gebiedsprogramma. b) Motie van 26 februari 2026 (F.1.1 CU-SGP, RIS 324802): ‘geen onomkeerbare stappen in de Vlietzoom.’ Daarnaast laat de reactie van het College op het kritische advies van de MER-commissie (23 januari 2026) over de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) Vlietzone nog op zich wachten. Ook zijn de 23 ingediende zienswijzen op de NRD tot op heden niet beantwoord.
Inhoudelijke bezwaren: de locatiekeuze De onderbouwing voor de grondreservering in de Vlietzoom lijkt vooral een doelredenering om ‘doorbraaklocaties’ voor woningbouw in de Binckhorst, samen met de Vlietlijn, te versnellen. Hiervoor moeten delen van het afvalcluster verdwijnen om aan subsidie-eisen te voldoen. Concreet wil men het Groot Afvalbrengstation (Groot ABS) dat nu centraal en goed bereikbaar is voor alle inwoners verplaatsen naar een voor hen slecht bereikbare locatie in de Vlietzone. Dit legt een onevenredige druk op de infrastructuur van buurgemeenten. Dit is te meer onbegrijpelijk omdat de plannen voor de Binckhorst en het CID nauwelijks ruimte bieden voor recreatie, sport en natuur, terwijl juist zorgvuldig omgaan met de Haagse Vlietzone het uitgangspunt was. De urgentie van de grondreservering in de Vlietzone is verrassend en verwarrend. Het gaat om een stedelijke nutsvoorziening waarvoor de GAVI-kavel (Geïntegreerde AfvalVerwerkingsInstallatie) juist bedoeld was. De GAVI-kavel is volledig eigendom van de gemeente Den Haag en heeft al de bestemming hoog milieucategorie bedrijventerrein. Toch wordt deze locatie nu ineens, vanwege de zogenaamd ‘geïsoleerde ligging’, niet meer geschikt geacht zelfs niet voor delen van het afvalcluster.
Bovendien wordt gesteld dat er al 1,6 hectare te weinig ruimte is, zonder enige onderbouwing. Dit terwijl de voorbereiding op een uitgiftestrategie (RIS323295) voor de GAVI-kavel pas voor de zomer van 2026 wordt verwacht. In de bestuursovereenkomst Binckhorst (RIS314758) is afgesproken; het opheffen van 4,6 hectare bedrijventerrein met een hoge milieucategorie in de Binckhorst te compenseren op de GAVI-kavel. Den Haag kan deze ruimte dus benutten, ook voor (delen van) het afvalcluster. Waarom het College nu, met een onduidelijke onderbouwing, kiest voor een grondreservering als uitbreiding van Westvlietweg III, is onbegrijpelijk. In het WoonWerkAkkoord is Westvlietweg III slechts aangewezen als mógelijke uitbreidingslocatie. Het gaat bovendien om agrarische grond in particulier bezit, in tegenstelling tot de GAVIkavel, die al in eigendom van de gemeente is. Westvlietweg III ligt ook nog geïsoleerder dan de GAVI-kavel, die al wel direct is aangesloten op het Haagse (snel)wegennet. Volgens vervolgonderzoek van Antea zou Westvlietweg III niet verbonden kunnen worden met de GAVI-kavel onder de A4 bij het Prins Clausplein. Dit is merkwaardig, omdat de weg er al is (de Spoorlaan) en nu al frequent wordt gebruikt voor zwaar bouwverkeer richting ENECO / WKC gelegen op de GAVI-kavel en het naastliggende TNO complex.
Toch concludeert Antea, op grond van de brief, dat een aparte parallelweg langs de A4 nodig is om Westvlietweg III te ontsluiten. Dit zou een buitenproportioneel kostbare oplossing zijn, financieel, ecologisch en recreatief, voor een relatief klein bedrijventerrein. Veelzeggend is dat dit gebaseerd is op een nog niet openbaar gemaakt Antea-rapport. Het ‘Ecopark’: framing versus werkelijkheid Het College stelt in de brief dat de uitbreiding van Westvlietweg III, samen met een parallelweg, kansen biedt voor een moderne circulaire grondstoffenhub, ook wel ‘Ecopark’ genoemd. Dit zou aansluiten bij initiatieven van zittende circulaire ondernemers. Deze voorstelling van zaken gaat echter in tegen de eerdergenoemde motie (M.1 CU-SGP, RIS323290), waarin juist wordt gevraagd om in de eerste fase van Westvlietweg III ‘het mogelijk maken van verplaatsing van (deze) HMC- en zwaartransportbedrijven’. De term ‘grondstoffenhub’ of ‘Ecopark’ klinkt positief, maar in de praktijk gaat het om een groot cluster voor het sorteren van (bouw)afval. Ook in de toekomst blijft dit feitelijk een afvalcluster, waarbij ‘eco’ vooral als marketing dekmantel wordt ingezet. Deze bouwafval verwerkende activiteit vraagt veel opslagruimte, is milieu- en omgevingsbelastend, levert betrekkelijk weinig werkgelegenheid op en belast de infrastructuur zwaar.
Daarmee draagt het beperkt bij aan de Haagse economie, die juist behoefte heeft aan activiteiten met meer toegevoegde waarde en meer banen. Bestuurlijke integriteit en publiek-private vermenging Het is zorgelijk dat bij het creëren van een groot afvalcluster op Westvlietweg III publieke middelen en private belangen door elkaar lopen. Onder toezicht van het IPP Haaglanden en Haagse ambtenaren is een projectteam gevormd waarin ook een private projectontwikkelaar deelneemt. Deze ontwikkelaar financiert mee aan onderzoeken die de richting van het project onderbouwen. Met die voorkennis heeft de ontwikkelaar inmiddels de agrarische gronden verworven die nu voor uitbreiding van het bedrijventerrein worden aangewezen. Het IPP Haaglanden was juist aangesteld omdat het geacht werd zelfstandig gronden te kunnen verwerven. “We kopen strategisch grond en vastgoed op, ondersteunen…” staat op IPP website geschreven. Bovendien had, op voorstel van betrokken DSO-ambtenaren, de Wet voorkeursrecht gemeenten (WvG) kunnen worden toegepast. Het heeft er alle schijn van dat de gemeente zich heeft laten leiden door de projectontwikkelaar. Dit ondermijnt het vertrouwen in de gesuggereerde voordelen en duurzame doelen van de publiek-private samenwerking. De
naam ‘Ecopark’ zegt daarmee genoeg: ‘eco’ lijkt hier eerder te staan voor de economie van de initiatiefnemers dan voor ecologie of de bredere Haagse economie. Regionale samenhang en infrastructuur De agglomeratie Haaglanden functioneert als een metropool, met Den Haag en omliggende gemeenten. Deze samenhang is erkend bij de vorming van de veiligheidsregio, maar niet bij de stedelijke afvalverwerking. Zo rijden HMS en Avalex grotendeels over dezelfde wegen, maar met gescheiden systemen en afvalbrengstations. Gemeenten als Delft, LeidschendamVoorburg, Midden-Delfland, Pijnacker-Nootdorp, Rijswijk en Wassenaar werken al samen als aandeelhouders van Avalex. Gezien de gedeelde ruimte en infrastructuur zou verdere samenwerking logisch zijn. Veelzeggend is dat er in de Vlietzone al een Avalex-ABS aan de Laan van ’s-Gravenmade 9 in Den Haag is, met directe aansluiting op knooppunt Hoornwijck slechts één kilometer van de plek waarvoor nu het besluit tot grondreservering is genomen. Het is opmerkelijk dat wordt aangestuurd op twee voorzieningen zo dicht bij elkaar in de Vlietzone. Dit roept de vraag op of dit past binnen de eigen Haagse Omgevingsvisie op verstedelijking: “Thuis in een groene metropool aan zee”. Sociaaleconomische context en gemiste kansen In de collegebrief ontbreekt een afweging of de schaarse ruimte in Den Haag optimaal wordt ingezet voor de precaire Haagse economie.
Dit is opmerkelijk, aangezien rapporten van de OESO, adviezen van de Economic Board of The Hague, studies over de Kennisregio aan Zee en het recente rapport van het The Hague Center for Strategic Studies (HCSS) allemaal stellen dat de economie van westelijk Zuid-Holland structureel moet veranderen. Den Haag wordt geprezen voor het Central Innovation District (CID) en de samenwerking met universiteiten in Leiden, Delft en Rotterdam. Tegelijk wordt dringend aandacht gevraagd om de economie toekomstbestendig in te richten met waardevermeerderende maakindustrie, die ook meer werkgelegenheid biedt. Volgens het HCSS-rapport ligt er juist potentie in het stadsdeel Leidschenveen-Ypenburg, onder andere door de goede bereikbaarheid vanuit de regio. Technology Park Ypenburg wordt daarbij als voorbeeld genoemd. De ligging tussen de kennisclusters van Leiden en de TU Delft maakt dit gebied, inclusief de Vlietzoom, zeer geschikt voor verdere ontwikkeling van innovatieve maakindustrie met vele kansen voor praktisch opgeleide Haagse MBO’ers. Het Haags Cultuurlandschapspark als integraal alternatief Onze voorgestelde integrale gebiedsaanpak, leidend tot het Haags Cultuurlandschapspark, brengt vrijwel alle gemeentelijke doelen samen en heeft alle stakeholders betrokken. Ook het BIZ-bestuur Westvlietweg III heeft de gelegenheid gehad het voorstel te steunen.
De voorwaarde die zij daaraan verbonden, de uitbreiding met 10 hectare hard op te nemen achtten wij ongepast: niet wij, maar de gemeenteraad is bevoegd over bestemmingsaanpassingen te beslissen. De 10 hectare voor uitbreiding hebben wij in ons voorstel echter wel mogelijk gemaakt. Wij en de medeondertekenaars zijn van mening dat de economische potentie van het gebied binnen het stadsdeel en de regio evident is, en dat de bestemming ervan moet worden bepaald op basis van politieke keuzes in het licht van de sociaaleconomische uitdagingen van Den Haag en omgeving. Ons Haags Cultuurlandschapspark heeft al een ongekend brede politieke steun ontvangen. Het is dan ook verbijsterend dat het College dit burgerinitiatief volledig negeert en de ordentelijke politieke behandeling ervan blokkeert. Bovendien verstoort het College het door de gemeente zelf georganiseerde proces voor een gebiedsvisie voor de Haagse Vlietzone
door halverwege al besluiten te nemen. Het besluit mist een deugdelijke motivering en een toets aan de sociaaleconomische uitdagingen waarvoor Den Haag en omgeving voor staan. Conclusie en verzoek De kernvraag is of voor de ruimte in het stadsdeel Leidschenveen-Ypenburg de juiste prioriteiten voor de Haagse regio worden gesteld. Volgens de indieners van het Haags Cultuurlandschapspark heeft het College met deze interventie zijn taak voor het algemeen belang en voor de economie in het bijzonder verzaakt. Wij verzoeken de gemeenteraad en de commissie Ruimte daarom uitdrukkelijk: • Besluit RIS325005 te herroepen totdat een integrale gebiedsvisie voor de Haagse Vlietzone is vastgesteld. • •
Een onafhankelijk onderzoek in te stellen naar de onderbouwing van de locatiekeuze en de rol van de betrokken projectontwikkelaar. Het burgerinitiatief Haags Cultuurlandschapspark alsnog volwaardig in het democratisch proces te betrekken.
Namens De Vlietzoom Alliantie, Voorzitter Bijlage: Het Haags Cultuurlandschapspark kaart overzicht
Vlietzoom Alliantie / Bosch & Slabbers
Haags Cultuurlandschapspark