Notitie reikwijdte en detailniveau bereikbaarheid CID Binckhorst.pdf
Tekst van het document
NOTITIE REIKWIJDTE EN DETAILNIVEAU VERKENNING BEREIKBAARHEID CID - BINCKHORST Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat Ministerie van Binnenlandse Zaken Provincie Zuid-Holland Metropoolregio Rotterdam Den Haag Gemeente Den Haag Gemeente Leidschendam-Voorburg
25 JUNI 2020
Definitief
NOTITIE REIKWIJDTE EN DETAILNIVEAU VERKENNING BEREIKBAARHEID CID - BINCKHORST
INHOUDSOPGAVE 1
2
3
4
INLEIDING
5
1.1
Aanleiding en doel
5
1.2
De opgave: bereikbaarheid CID en Binckhorst
5
1.3
Waarom nu een Plan-MER?
9
1.4
M.e.r.-procedure
10
1.5
Participatie
12
1.6
Indienen zienswijze op de NRD
12
ANALYSE EN OPGAVEN VOOR VERKENNING
13
2.1
Stedelijke verdichting CID en Binckhorst als uitgangspunt
13
2.2
Analyse toekomstige bereikbaarheid
15
2.3
De opgave voor de verkenning
19
DE ALTERNATIEVEN
21
3.1
Referentiesituatie
21
3.2
Onderzochte oplossingsrichtingen analytische fase verkenning (2019)
22
3.3
Te onderzoeken alternatieven beoordelingsfase verkenning (huidige fase)
23
3.3.1
Alternatief 1: HOV Tram
26
3.3.2
Alternatief 2: Lightrail
27
3.3.3
Alternatief 3: HOV Bus-ART
29
MILIEUONDERZOEK EN BEOORDELINGSMETHODIEK
31
4.1
Kern van de aanpak
31
4.2
Wijze van beoordelen
32
4.3
Afweegkader: te onderzoeken aspecten en criteria
33
BIJLAGE 1 BEGRIPPEN- EN AFKORTINGENLIJST
37
BIJLAGE 2 REALISATIEPLAN NO-REGRETPAKKET (JULI 2019)
39
BIJLAGE 3 OVERZICHT BEOORDELING ANALYTISCHE FASE
41
Onze referentie: D10009104 - Datum: 25 juni 2020
3 van 43
NOTITIE REIKWIJDTE EN DETAILNIVEAU VERKENNING BEREIKBAARHEID CID - BINCKHORST
Onze referentie: D10009104 - Datum: 25 juni 2020
4 van 43
NOTITIE REIKWIJDTE EN DETAILNIVEAU VERKENNING BEREIKBAARHEID CID - BINCKHORST
1
INLEIDING
1.1
Aanleiding en doel
Voor u ligt de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) voor de verkenning Bereikbaarheid CID - Binckhorst. De NRD vormt de eerste stap in de procedure van de milieueffectrapportage (m.e.r.). De gemeenten Den Haag en Leidschendam Voorburg doorlopen deze m.e.r.-procedure ter ondersteuning van de besluitvorming over het treffen van mobiliteitsmaatregelen voor het gebied CID-Binckhorst en de bredere regio. De NRD beschrijft de achtergronden van het op te stellen plan voor de mobiliteitsmaatregelen in het gebied CID-Binckhorst, in dit geval het Masterplan Mobiliteit CID Binckhorst. De NRD beschrijft ook waarom voor dit masterplan de m.e.r.-procedure wordt doorlopen, hoe deze procedure eruit ziet en welke onderzoeken voor het op te stellen milieueffectrapport (Plan-MER) worden uitgevoerd. De NRD beschrijft welke alternatieven voor de bereikbaarheidsopgave worden onderzocht en welke criteria en methoden worden gebruikt om de effecten van de planalternatieven in beeld te brengen. De gemeenten stellen iedereen in de gelegenheid om binnen de aangegeven periode een reactie te geven op deze NRD. Meer informatie over de inhoud, achtergronden en reactie mogelijkheden leest u in het vervolg van deze rapportage: • • • •
In het vervolg van dit hoofdstuk wordt ingegaan op de aanleiding van de verkenning, de m.e.r.-procedure en op welke manier u een zienswijze kunt indienen. In hoofdstuk 2 is beschreven waarom er maatregelen op het gebied van mobiliteit nodig zijn in het CID en de Binckhorst en welke opgaven er zijn voor deze verkenning. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de alternatieven die later dit jaar in het Plan-MER worden uitgewerkt en die op hun effecten worden onderzocht. Hoofdstuk 4 bevat ten slotte een toelichting op de werkwijze om in het Plan-MER de (milieu)effecten te onderzoeken en de daarbij te hanteren beoordelingscriteria.
De gebruikte afkortingen en begrippen kunt u terugvinden in de verklarende woordenlijst in bijlage 1.
Foto bovenaanzicht CID-Binckhorst (bron: Posad)
1.2
De opgave: bereikbaarheid CID en Binckhorst
Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties, de Provincie Zuid-Holland, de Metropoolregio Rotterdam - Den Haag en de gemeenten Den Haag en Leidschendam-Voorburg werken samen als initiatiefnemers om kansrijke mogelijkheden voor een pakket aan mobiliteitsmaatregelen, inclusief hoogwaardig openbaar vervoer (HOV) in de vorm van bus, tram en lightrail, te onderzoeken. In het Central Innovation District (CID) en de Binckhorst in Den Haag wordt met de Structuurvisie CID en het Omgevingsplan Binckhorst tot 2040 een forse groei van woon- en werklocaties mogelijk gemaakt. Er zijn grenzen aan wat haalbaar is binnen het gebied. Door op huidige voet door te gaan met mobiliteit kunnen de hoge ontwikkelambities niet worden gerealiseerd. Er ontstaan problemen rond uitgeefbare ruimte, leefbaarheid en aantrekkelijkheid, bereikbaarheid en milieu. Deze knelpunten worden grotendeels veroorzaakt door (de toename van) verkeersbewegingen van het verkeer en de hieraan relaterende verkeers- en parkeerruimte. De forse verdichtingsopgave vraagt daarom om een andere benadering van stedelijke mobiliteit. Onze referentie: D10009104 - Datum: 25 juni 2020
5 van 43
NOTITIE REIKWIJDTE EN DETAILNIVEAU VERKENNING BEREIKBAARHEID CID - BINCKHORST
Het is daarom nodig dat er ook maatregelen op het gebied van bereikbaarheid worden getroffen om hierop in te kunnen spelen. Daarbij wordt ingezet op het verbeteren van de leefbaarheid, minder ruimte voor de auto, ruimte voor fietsers en voetgangers en HOV. Door in bereikbaarheid te investeren wordt de ‘modal shift’ van de auto naar andere vormen van vervoer gestimuleerd. Het mobiliteitspakket wordt uitgewerkt in een (Ontwerp) Masterplan Mobiliteit CID Binckhorst. De gebieden CID en Binckhorst liggen in het hart van de stad Den Haag en de regio rondom Den Haag (zie figuur 1-1): • •
Het CID is het gebied tussen de stations Laan van Nieuw Oost Indië (NOI), Hollands Spoor (HS) en Den Haag Centraal De Binckhorst ligt ten zuiden van het CID en grenst aan Rijswijk en Leidschendam-Voorburg.
CID-Binckhorst kent verschillende ruimtelijke plannen waarin de gebiedsontwikkeling is vastgelegd, zoals de Structuurvisie CID1 en het Omgevingsplan Binckhorst2. Tot 2040 worden in dit gebied 25.500 woningen (waarvan 5.000 in de Binckhorst) en 30.000 arbeidsplaatsen gerealiseerd door binnenstedelijke verdichting. Daarnaast geldt dat de ambitie voor verdere stedelijke verdichting in de Binckhorst hoger is, zoals beschreven in Agenda Ruimte voor de stad en het collegeakkoord 2018-2022.
Figuur 1-1 Plangebied voor te onderzoeken pakket aan (lokale) mobiliteitsmaatregelen en aangrenzend gebied (de exacte begrenzing vindt plaats in het Plan-MER tijdens de uitwerking van de alternatieven tot een schetsontwerp)
1 2
Gemeente Den Haag, Structuurvisie CID Den Haag, Ontwerp, definitief 21 april 2020. Gemeente Den Haag, Omgevingsplan Binckhorst, vastgesteld 29 november 2018 & Ontwerp gewijzigde vaststelling, 2020.
Onze referentie: D10009104 - Datum: 25 juni 2020
6 van 43
NOTITIE REIKWIJDTE EN DETAILNIVEAU VERKENNING BEREIKBAARHEID CID - BINCKHORST
Duurzame bereikbaarheid als drager voor verstedelijking Door de voorziene verdichting van de verstedelijking in CID en Binckhorst is het van belang dat de bereikbaarheid van dit gebied wordt versterkt, waarbij ook rekening wordt gehouden met de mogelijkheid dat in de toekomst verdere uitbreiding van het OV-netwerk nodig is richting de regio (‘doorkoppeling’). Het is de insteek dat het ruimte- en milieubeslag door individueel autogebruik niet mag groeien, (potentiële) knelpunten in en om het gebied moeten worden voorkomen of opgelost en vormen van mobiliteit die ruimte-efficiënt en schoon zijn (o.a. lopen, fietsen, OV en smart mobility 3), moeten worden doorontwikkeld. Deze gebundelde maatregelen moeten leiden tot een mobiliteitstransitie in het gebied passend bij het hoogstedelijke karakter van dit gebied. De samenwerkende overheden zien het als noodzakelijk om te investeren in duurzame bereikbaarheid omdat het gebied CID-Binckhorst, zonder ingrepen die het gebruik van lopen, fiets en OV vergroten, vanwege de invloed van autogebruik op de milieucontouren niet kan worden ontwikkeld tot een leefbaar hoogstedelijke gebied zoals in de Structuurvisie CID en het Omgevingsplan Binckhorst opgenomen en voornemens zoals in de Agenda Ruimte voor de Stad en het collegeakkoord van de gemeente Den Haag opgenomen.
Tot en met 2023 wordt met een basispakket aan mobiliteitsmaatregelen (het zogenoemde No-regretpakket4) 137,7 miljoen euro geïnvesteerd in de Binckhorst. Omdat verstedelijking en bereikbaarheid nauw met elkaar samen hangen (‘adaptief’ aan elkaar) zijn Rijk en regio reeds in 2018 de uitdaging aangegaan om de bereikbaarheidsopgaven en de grote verstedelijkingsopgave in samenhang op te pakken 5. In 2019 is gestart met een (pre)verkenning voor de regionale bereikbaarheid van CID-Binckhorst waarbij diverse oplossingsrichtingen op het gebied van bereikbaarheid (als pakket aan maatregelen) zijn onderzocht en zijn afgewogen tot drie kansrijke oplossingsrichtingen (alternatieven). De ambities uit de gebiedsontwikkeling in CID-Binckhorst vormden daarbij input voor de onderzochte mobiliteitsmaatregelen. Stedelijke verdichting langs HOV draagt het meest bij aan een verbinding met de regio (‘agglomeratiekracht’), mits de bereikbaarheid en de doorstroming op de weg ook op peil blijft. In dit onderzoek zijn drie kansrijke oplossingsrichtingen (‘alternatieven’) vastgesteld die nu verder onderzocht gaan worden in deze verkenning. De drie alternatieven bestaan uit een pakket aan mobiliteitsmaatregelen inclusief hoogwaardig openbaar vervoer (HOV).
Het HOV betreft een nieuwe (apart) tracé tussen Den Haag Centraal en station Voorburg en een aansluiting met bestaande rails naar Delft voor respectievelijk een tram, een lightrail en een HOV-bus. Daarnaast zal ook worden gekeken naar de situatie waarin sprake is van een verdere aansluiting op de regio als deze HOV wordt doorgekoppeld richting Scheveningen en Zoetermeer6. In hoofdstuk 3 is ingegaan op de drie alternatieven. Ruimtelijk spoor: MIRT-verkenning Omdat het Ministerie van I&W mede opdrachtgever is van de verkenning wordt deze uitgevoerd volgens (maatwerk)spelregels7 van het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT). De stappen uit het MIRT-traject, waartoe ook een verkenning behoort, is schematisch weergegeven in figuur 1-2.
Figuur 1-2 De stappen in een MIRT-traject
3
4
5
6
7
Smart Mobility is een verzamelnaam voor alle slimme ontwikkelingen in het mobiliteitssysteem. Het gaat om innovatieve ontwikkelingen in dataverwerking (big data), zelfrijdende auto's, automatisering in verkeers- en mobiliteitsmanagement en nieuwe mobiliteitsdiensten Het No-regretpakket bestaat uit een aantal voorbereidende maatregelen die zijn voorzien in de periode tot 2023 om het gebruik van de fiets en OV te stimuleren. De Verkenning Bereikbaarheid CID-Binckhorst is één van de projecten uit het gebiedsgerichte MIRT-bereikbaarheidsprogramma ‘Mobiliteit en Verstedelijking’ (kortweg MoVe) Rotterdam Den Haag. In het programma MoVe werken rijk en regio samen aan belangrijke mobiliteitsopgaven die gerelateerd zijn aan economie en verstedelijking. Voor HOV bus wordt dan uitgegaan van de opwaardering van het tracé in CID-Binckhorst tot een Autonomous Rail Rapid Transit (ART). ART is een kruising tussen een tram en een bus zonder machinist. De spelregels voor de MIRT-Verkenning zijn van toepassing op projecten die (mede) worden gefinancierd uit het Infrafonds. Dit fonds is met name gericht op infrastructurele projecten. In de Verkenning Bereikbaarheid CID-Binckhorst ligt de focus op sterk samenhangende gebiedsgerichte opgaven rond mobiliteit en verstedelijking.
Hierdoor zijn de spelregels voor de MIRT-Verkenning niet goed één op één toe te passen en zijn de regels in overleg met Rijk en regio afgestemd op het project. In 2019 zijn door de Programmaraad MoVe (maatwerk-)Spelregels voor deze Verkenning vastgesteld.
Onze referentie: D10009104 - Datum: 25 juni 2020
7 van 43
NOTITIE REIKWIJDTE EN DETAILNIVEAU VERKENNING BEREIKBAARHEID CID - BINCKHORST
Een verkenning bestaat uit vier fasen (zie figuur 1-3): de startfase, de analytische fase, de beoordelingsfase en de besluitvormingsfase. Momenteel bevindt het project zich in de beoordelingsfase.
Figuur 1-3 De stappen in de verkenning nader bekeken
Startfase & analytische fase - afgerond (2017-2019) In december 2017 hebben Rijk en regio besloten om te starten met een preverkenning (afbakening initiatief) gericht op het realiseren van slimme combinaties van verschillende mobiliteitsmaatregelen die samen zorgen voor een mobiliteitstransitie in CID-Binckhorst. De Startfase liep vervolgens één jaar en is afgerond in het Bestuurlijk Overleg (BO) MIRT8 van november 2018 met het vaststellen van het Startdocument CIDBinckhorst9. In het Startdocument zijn door de betrokken partijen o.a. de ambities, de opgaven, een afweegkader en de te onderzoeken oplossingsrichtingen (alternatieven) vastgelegd. Met het Startdocument hebben Rijk en Regio besloten om te starten met de analytische fase van de verkenning voor CID-Binckhorst. Ook besloten partijen om gezamenlijk € 137,7 miljoen te investeren in mobiliteitsmaatregelen in CID-Binckhorst op de korte termijn: 2019-2023 (het No-regretpakket). In paragraaf 3.1 wordt nader ingegaan op dit No-regretpakket. In 2019 zijn vervolgens tien samenhangende pakketten van maatregelen (alternatieven) onderzocht, waarover deze verkenning loopt. Dit heeft ertoe geleid dan in het BO MIRT van november 2019 de rapportage Notitie Kansrijke Alternatieven10 is vastgesteld. De Analytische fase is daarmee afgerond. In paragraaf 3.2 is ingegaan op de in de analytische fase onderzochte oplossingsrichtingen.
Beoordelingsfase & besluitvormingsfase – gestart (2020) Dit is de thans lopende fase, waarvan het voorliggende NRD het eerste product is. De beoordelingsfase bestaat uit het opstellen van schetsontwerpen (inclusief kostenraming) van drie kansrijke alternatieven, het doorlopen van de m.e.r-procedure (met als producten deze NRD en het nog op te stellen Plan-MER) en het opstellen van een maatschappelijke kosten-batenanalyse (MKBA). Het verwachte resultaat van de beoordelingsfase is dat uit drie te onderzoeken alternatieven één voorkeursalternatief gekozen kan worden. Deze afweging (de tweede zeef) legt daarmee de basis voor het alternatief dat wordt opgenomen in het Ontwerp Masterplan Mobiliteit CID Binckhorst. Na terinzagelegging van het Ontwerp Masterplan (en Plan-MER) worden de resultaten van de inspraak verwerkt tot een definitief Masterplan. Dit Masterplan vormt de basis voor de Voorkeursbeslissing in het BO MIRT (deze beslissing zelf is de besluitvormingsfase).
8
9 10
Het MIRT gaat uit van een intensieve samenwerking tussen het Rijk en decentrale overheden. Om dit bestuurlijk te faciliteren vindt er elk najaar een bestuurlijk overleg MIRT (BO MIRT) plaats. MIRT-Verkenning Schaalsprong regionale bereikbaarheid CID-Binckhorst, Startdocument, definitief, 30 oktober 2018. Vinu. Notitie Kansrijke Oplossingsrichtingen, Verkenning CID-Binckhorst, definitief, 1 november 2019.
Onze referentie: D10009104 - Datum: 25 juni 2020
8 van 43
NOTITIE REIKWIJDTE EN DETAILNIVEAU VERKENNING BEREIKBAARHEID CID - BINCKHORST
1.3
Waarom nu een Plan-MER?
Grondslag voor de m.e.r.-procedure Gedurende de beoordelingsfase van deze verkenning wordt een voorkeursalternatief vastgesteld. Dit voorkeursalternatief bestaat uit een pakket aan mobiliteitsmaatregelen inclusief een nieuw HOV tracé in het CID en de Binckhorst. Dit voorkeursalternatief wordt opgenomen in een (Ontwerp) Masterplan. Dit Masterplan bevat daarmee op hoofdlijnen de ontwikkelingen op het gebied van mobiliteit in CID-Binckhorst. Daarmee is het Masterplan juridisch gezien aan te merken als ‘kaderstellende Structuurvisie’ voor het toekomstig vast te stellen bestemmingsplan of omgevingsplan. Op basis van het Besluit milieueffectrapportage kan er een sprake zijn van een Plan-MER.-plicht als een (op te stellen) Structuurvisie ‘kaderstellend’ is voor toekomstige m.e.r.-(beoordelings)plichtige activiteiten. Daarnaast kan er ook sprake zijn van een Plan-MER-plicht als er een passende beoordeling nodig is in het kader van de Natuurbeschermingswet11. In tabel 1-1 is aangegeven welke m.e.r.-(beoordelings)plichtige activiteiten uit het Besluit milieueffectrapportage relevant kunnen zijn bij het opstellen van het Masterplan. In onderdeel D van de bijlage bij dit Besluit is alleen categorie D2.2 relevant. In deze categorie gaat het om activiteiten (kolom 1) waarin sprake is van de aanleg van tramrails en/of bovengrondse spoorwegen.
Er worden in de verkenning drie alternatieven onderzocht, waaronder twee HOV rail-oplossingen (tram en lightrail). Dat valt onder de genoemde Activiteit van categorie D2.2. In kolom 2 Gevallen zijn drempels opgenomen. Ook als de activiteit onder deze drempels blijft, zal er toch een beoordeling van de milieugevolgen moeten plaatsvinden. De voorwaarden uit kolom 2 zijn namelijk indicatief en geven niet de zekerheid dat de activiteit daadwerkelijk geen aanzienlijke milieugevolgen heeft. Voor een tram en lightrail geldt in ieder geval een (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsplicht. Omdat het Masterplan kaderstellend zal zijn en één van de rail-oplossingen uit de te onderzoeken alternatieven deel kan uitmaken van het vast te leggen voorkeursalternatief, wordt een Plan-MER opgesteld. Tabel 1-1 Categorie D2.2 uit de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage
Kolom 1
D 2.2
Kolom 2
Kolom 3
Kolom 4
Activiteiten
Gevallen
Plannen
Besluiten
Aanleg, wijziging of uitbreiding van een tramrails, boven- en ondergrondse spoorwegen, zweefspoor en dergelijke bijzondere constructies.
In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: a. de aanleg van een nieuwe trambaan, boven- of ondergrondse spoorweg, zweefspoor of andere bijzondere constructie die over een lengte van 500 meter of meer op een afstand van 25 meter of meer is gelegen van de grens van de voor tram- of spoorwegdoeleinden aangewezen bestemming, voor zover deze is gelegen in een gevoelig gebied als bedoeld onder a of b van onderdeel A van deze bijlage*;
De structuurvisie, bedoeld in de artikelen 2.1, 2.2 en 2.3 van de Wet ruimtelijke ordening en het plan, bedoeld in de artikelen 3.1, eerste lid, 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van die wet.
De vaststelling van het tracé door de Minister van Infrastructuur en Waterstaat dan wel van het plan, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van de Wet ruimtelijke ordening dan wel bij het ontbreken daarvan van het plan, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van die wet.
b. de wijziging of uitbreiding van een trambaan, boven- of ondergrondse spoorweg, zweefspoor of andere bijzondere constructie indien deze bestaat uit een uitbreiding van de tram- of spoorweg met één of meer sporen met een aaneengesloten tracélengte van 5 kilometer of meer en voor zover deze is gelegen in een gevoelig gebied als bedoeld onder a of b van onderdeel A van deze bijlage*. * Onderdeel A van deze bijlage ‘Gevoelig gebied’: a. een gebied dat krachtens artikel 2.1, eerste lid, van de Wet natuurbescherming is aangewezen als Natura 2000-gebied; b. een kerngebied, begrensd natuurontwikkelingsgebied of begrensde verbindingszone, dat deel uitmaakt van de ecologische hoofdstructuur, zoals die structuur is vastgelegd in een geldend bestemmingsplan of, bij het ontbreken daarvan, in een geldende structuurvisie als bedoeld in artikel 2.2 van de Wet ruimtelijke ordening, of, bij het ontbreken daarvan, zoals die structuur voorkomt op de kaart Ecologische Hoofdstructuur, behorend bij deel 4 van het Structuurschema Groene Ruimte (LNV-kenmerk GRR-95194).
11
Indien de Structuurvisie kaderstellend is voor activiteiten waarvan op voorhand niet direct uitgesloten kan worden dat ontwikkelingen een negatief effect hebben op Natura 2000 gebieden.
Onze referentie: D10009104 - Datum: 25 juni 2020
9 van 43
NOTITIE REIKWIJDTE EN DETAILNIVEAU VERKENNING BEREIKBAARHEID CID - BINCKHORST
Doel van het Plan-MER De gemeenten Den Haag en Leidschendam-Voorburg zijn als bevoegd gezag voornemens om een Masterplan Mobiliteit CID Binckhorst op te stellen. Het Masterplan bevat op hoofdlijnen het ruimtelijke beleid voor CID-Binckhorst op het gebied van mobiliteit. In dit plan wordt een pakket aan maatregelen voor de bereikbaarheid (inclusief een HOV-verbinding) in CID-Binckhorst vastgelegd. De m.e.r.-procedure dient ter onderbouwing van de besluitvorming over de aanpassing van het vervoersnetwerk in het gebied CIDBinckhorst. Doel van de Notitie Reikwijdte en Detailniveau Deze NRD is bedoeld om bovenstaande voorgenomen activiteit aan te kondigen en de reikwijdte en het detailniveau van het onderzoek voor het nog op te stellen Plan-MER te beschrijven. De NRD beschrijft welke alternatieven onderzocht worden en welke criteria en methoden de onderzoekers gebruiken om de milieueffecten in beeld te brengen. Het doel van de NRD is: • • •
het informeren en betrekken van de omgeving; het afbakenen van de te beschouwen alternatieven; het afbakenen van de inhoud van het milieuonderzoek dat in het kader van de milieueffectrapportage (m.e.r.-procedure) wordt uitgevoerd.
In paragraaf 1.6 is aangegeven hoe u een zienswijze kunt indienen.
1.4
M.e.r.-procedure
Gekoppeld aan het Masterplan Mobiliteit CID Binckhorst wordt de zogenaamde uitgebreide m.e.r -procedure doorlopen. Het doel van de m.e.r.-procedure is het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming over het Masterplan. Het Ontwerp Masterplan en het bijbehorende Plan-MER worden voorbereid aan de hand van wettelijk voorgeschreven procedures. Figuur 1-4 geeft een overzicht van de procedurele stappen en geeft de samenhang tussen de m.e.r.- procedure en het Masterplan aan.
Figuur 1-4 M.e.r.-procedure en koppeling aan het Masterplan Onze referentie: D10009104 - Datum: 25 juni 2020
10 van 43
NOTITIE REIKWIJDTE EN DETAILNIVEAU VERKENNING BEREIKBAARHEID CID - BINCKHORST
Kennisgeving van het voornemen De eerste stap in de m.e.r.-procedure is de kennisgeving van het voornemen een m.e.r.-procedure te starten voor de Verkenning Bereikbaarheid CID-Binckhorst en de terinzagelegging van de NRD. Met de m.e.r.procedure worden de milieueffecten in het op te stellen Plan-MER in beeld gebracht waarna deze gebruikt worden voor de te maken afwegingen over het in het Masterplan Mobiliteit CID Binckhorst op te nemen voorkeuralternatief voor een mobiliteitspakket12 inclusief een HOV-oplossing in het gebied CID-Binckhorst. Zienswijzen en advies over reikwijdte en detailniveau (NRD) In voorliggende NRD zijn in hoofdstuk 2 de hoofdopgaven van het Masterplan toegelicht. Ook zijn de te onderzoeken alternatieven (hoofdstuk 3) en de te onderzoeken effecten (hoofdstuk 4) beschreven. De NRD wordt gebruikt voor de raadpleging van belanghebbenden, wettelijke adviseurs en andere bestuursorganen die bij de voorbereiding van het Masterplan een rol hebben. De NRD wordt voor een periode van 6 weken ter inzage gelegd. Tijdens deze periode kan iedereen reageren op de voorgestelde aanpak. Tegelijkertijd zal de onafhankelijke Commissie voor de m.e.r. een advies uitbrengen over de reikwijdte en het detailniveau van het onderzoek.
De zienswijzen en adviezen worden beantwoord en gebruikt om het Plan-MER waar nodig aan te vullen en het Masterplan Mobiliteit CID Binckhorst aan te scherpen. Opstellen Plan-MER Op basis van de NRD, het advies van de Commissie voor de m.e.r. over de NRD, de Nota van Antwoord en de wettelijke vereisten voor het Plan-MER zoals vastgelegd in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer, stellen de initiatiefnemers een plan-m.e.r. op. Het plan-MER beschrijft de (milieu)effecten (in de gebruiksfase en realisatiefase) van drie alternatieven (een mobiliteitspakket inclusief HOV) en vergelijkt deze met de situatie waarin er geen mobiliteitspakket inclusief HOV wordt aangelegd (de referentiesituatie). Een toelichting op deze drie alternatieven kunt u vinden in paragraaf 3.3. Ook worden maatregelen voorgesteld waarmee eventuele negatieve effecten kunnen worden voorkomen of beperkt (mitigerende en compenserende maatregelen). Daarnaast wordt aangegeven of er kennisleemten zijn in het onderzoek door het ontbreken van gegevens en welke invloed deze kennisleemten hebben op het te nemen besluit. Keuze voorkeursalternatief en uitwerking Ontwerp Masterplan Mede op basis van de effectvergelijking tussen de alternatieven in het Plan-MER wordt één voorkeursalternatief gekozen en bestuurlijk vastgelegd. Hierbij weegt ook mee in hoeverre het alternatief robuust is voor verdere doorontwikkeling.
Het ontwerp van dit voorkeursalternatief wordt daarna nader uitgewerkt in het Ontwerp Masterplan Mobiliteit CID Binckhorst. Het Ontwerp Masterplan met daarin het voorkeursalternatief wordt samen met het Plan-MER ter inzage gelegd voor een periode van 6 weken. Tijdens deze periode kan eenieder reageren op de inhoud van het Ontwerp Masterplan en het Plan-MER door het indienen van een zienswijze. Ook de bestuursorganen van de betrokken overheden adviseren over het Ontwerp Masterplan en het Plan-MER. Verder brengt de Commissie voor de m.e.r. een advies uit over de inhoud van het MER. De commissie toetst daarbij of het Plan-MER de juiste informatie bevat om het milieu volwaardig mee te kunnen nemen in de besluitvorming over het voorkeursalternatief. Vaststelling Masterplan De resultaten van de inspraak en adviezen op het Ontwerp Masterplan Mobiliteit CID Binckhorst (en PlanMER) worden verwerkt tot het definitieve Masterplan. Na afweging van alle binnengekomen adviezen en zienswijzen op het Ontwerp Masterplan (en Plan-MER) stellen de gemeenten als bevoegd gezag het definitieve Masterplan vast. Op basis van het Masterplan zal de Voorkeursbeslissing (bestuurlijk besluit) in het BO MIRT worden genomen. Hierna start de volgende fase: de Planuitwerking.
12
Het mobiliteitspakket bestaat uit een combinatie van elkaar versterkende mobiliteitsmaatregelen vanuit de thema’s Smart Mobility (inzet van bv deelauto’s, apps e.d.), langzaam verkeer (fiets- en voetgangersnetwerk), ruimtegebruik, stationsomgeving (geschikt maken voor OV-fiets-voetgangersvoorzieningen), Logistiek en een HOV verbinding tussen Den Haag Centraal en station Voorburg door CID en Binckhorst. Vanaf de stations is dan doorkoppeling naar de regio mogelijk.
Onze referentie: D10009104 - Datum: 25 juni 2020
11 van 43
NOTITIE REIKWIJDTE EN DETAILNIVEAU VERKENNING BEREIKBAARHEID CID - BINCKHORST
1.5
Participatie
Burgers, bedrijven en overheden worden op verschillende formele en informele momenten tijdens de verkenning Bereikbaarheid CID - Binckhorst bij de voorbereiding van het Masterplan Mobiliteit CID Binckhorst betrokken. Formele momenten De momenten waarop belanghebbenden betrokken worden, zijn gekoppeld aan de procedures die worden doorlopen. Voor de plan-MER procedure is dat tijdens de terinzagelegging van deze NRD en het Plan-MER / Ontwerp Masterplan. Belanghebbenden hebben op deze momenten de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen. Bij de NRD en het Plan-MER / Ontwerp Masterplan worden ook (digitale) informatiebijeenkomsten voor buurtbewoners en andere geïnteresseerden georganiseerd waarin een toelichting wordt gegeven. De data en wijze waarop dit wordt georganiseerd, is in de kennisgeving opgenomen. Informele momenten Naast deze momenten hechten de gemeenten waarde aan informeel contact met bewoners en (belangen)organisaties. Zo is er in de Binckhorst een door de raad in 2019 vastgestelde Participatieleidraad Binckhorst van kracht. Voor CID geldt het Participatie- en communicatieplan CID dat in 2019 door de raad is vastgesteld.
1.6
Indienen zienswijze op de NRD
De colleges van de gemeenten Den Haag en Leidschendam-Voorburg geven als bevoegd gezag eenieder de mogelijkheid om een zienswijze op de NRD in te dienen bij de gemeenten. Hoe kunt u reageren? Per post: Gemeente Den Haag Dienst Stadsbeheer t.a.v. dhr. J. Majoor Postbus 12651 2500 DP Den Haag
Per post: College van burgemeester en wethouders Gemeente Leidschendam-Voorburg Postbus 1005 2260 BA Leidschendam
Per e-mail: jeroen.majoor@denhaag.nl Wat gebeurt er met uw reactie? De binnengekomen reacties worden gebruikt bij het bepalen van de inhoud en aanpak van het Plan-MER en het Ontwerp Masterplan. De gemeenten raadplegen ook de wettelijke adviseurs, betrokken bestuursorganen en de onafhankelijke Commissie voor de milieueffectrapportage over de reikwijdte en het detailniveau van het Plan-MER. In een nota van antwoord bij het Ontwerp Masterplan en Plan-MER krijgt u van de gemeenten een terugkoppeling op uw reactie. De nota wordt bij de vaststelling van het Masterplan vastgesteld door de gemeenteraden.
Onze referentie: D10009104 - Datum: 25 juni 2020
12 van 43
NOTITIE REIKWIJDTE EN DETAILNIVEAU VERKENNING BEREIKBAARHEID CID - BINCKHORST
2
ANALYSE EN OPGAVEN VOOR VERKENNING
Zoals in hoofdstuk 1 aangegeven is er een grote verstedelijkingsopgave in CID en Binckhorst voorzien. Dit gebied ligt in Den Haag en heeft relaties met omliggend gebied, met name Leidschendam-Voorburg. Door de invulling van deze verstedelijking wordt voorzien dat er op termijn problemen ontstaan rond uitgeefbare ruimte, leefbaarheid en aantrekkelijkheid, bereikbaarheid en milieu. Deze knelpunten worden grotendeels veroorzaakt door (de toename van) verkeersbewegingen van het verkeer en de hieraan relaterende verkeers- en parkeerruimte13. De verdichtingsopgave vraagt daarom om een andere benadering van stedelijke mobiliteit. Om te bepalen welke vervoersstrategie nodig is om de bereikbaarheid op de verstedelijkingsopgave (adaptief14) in te richten wordt in de verkenning Bereikbaarheid CID-Binckhorst een pakket van mobiliteitsmaatregelen onderzocht om te bepalen met welk pakket de groei van woon- en werklocaties in CID-Binckhorst tot 2040 ook daadwerkelijk mogelijk is. Paragraaf 2.1 gaat in op de verstedelijkingsopgave in CID en Binckhorst zoals nu vastgelegd in plannen en gelden als randvoorwaardelijk voor deze verkenning. Paragraaf 2.2 gaat in op de analyse van de bereikbaarheid die in 2019 in de analytische fase van de verkenning is uitgevoerd15.
Daarbij zijn ook effecten bepaald voor de situatie met bereikbaarheidsmaatregelen (lokaal en regionaal HOV).Dit resulteert in de drieledige opgave voor de verkenning zoals opgenomen in paragraaf 2.3.
2.1
Stedelijke verdichting CID en Binckhorst als uitgangspunt
Den Haag trekt veel bewoners en bezoekers aan vanwege haar grote diversiteit aan functies en haar ligging in de Randstad in combinatie met de nabijheid van de zee. Het gebied CID-Binckhorst vormt een belangrijk economisch centrum voor zowel de regio Den Haag als het land. Dit gebied is tevens door het Rijk aangemerkt als REOS-toplocatie (Ruimtelijke Economische Ontwikkelstrategie) door de hoge dichtheid aan kennisinstellingen, onderwijs, zakencentra en instituten voor (inter)nationale governance. Veel bewoners en bezoekers trekken dagelijks door het CID vanwege de goede verbinding met de regio (3 IC-stations, 3 inprikkers16, aanknopingen regionaal fietsnetwerk), werkplekken, woningen en handel. Het CID en de Binckhorst tezamen beslaan in de huidige situatie (2019) ongeveer 37.000 woningen en 85.000 arbeidsplaatsen. De Binckhorst bevindt zich in een transitie naar een hoogwaardig gemengd stedelijk gebied. Het gebied de Binckhorst verschilt qua huidige ruimtelijke karakteristieken van het CID. Dit gebied is namelijk dunner bevolkt en fungeerde in het verleden primair als vestigingslocatie voor bedrijvenpanden en industrie.
Er zijn verschillende ruimtelijke plannen waarin de gebiedsontwikkeling tot 2040 is vastgelegd voor CID en Binckhorst, zoals de Ontwerp Structuurvisie CID (inclusief Plan-MER CID17) van april 2020 en het Omgevingsplan Binckhorst dat is vastgesteld in november 2018 en in maart 2019 in werking is getreden18. De gemeente Den Haag heeft de lead over de gebiedsontwikkeling. De woningbouwprogramma’s in het CID bouwen voort op de ambities uit de CID-agenda 2040. De programma’s commerciële voorzieningen en kantoren bouwen voort op het economisch programma zoals opgenomen in gebiedsagenda’s 19. Voor de verkenning wordt uitgegaan van de totale vastgelegde verstedelijkingsopgave in het gebied CID-Binckhorst: tot 2040 worden maximaal 25.500 extra woningen (waarvan 5.000 in Binckhorst) en 30.000 arbeidsplaatsen gerealiseerd in een hoogstedelijk gevarieerd woon- en werkmilieu. In navolgende tabel en figuur is dit toegelicht.
13
14
15 16
17
18
19
Met separate m.e.r.-procedures is de verstedelijkingopgave in zowel CID en Binckhorst onderzocht, gekoppeld aan de Structuurvisie CID en het Omgevingsplan Binckhorst. Op elkaar aangepast zodat er een passende mix van mobiliteit is voor de ontwikkeling van CID Binckhorst, om zo de stedelijke verdichting en economische kracht van CID-Binckhorst te faciliteren. Witteveen+Bos, Verkenning CID-Binckhorst Effectenstudies en kansrijke alternatieven, 2019. De wegenstructuur in Den Haag is dusdanig vormgegeven dat de stad bereikt kan worden met zogenaamde ‘inprikkers’: grote wegen die direct van de regionale/nationale hoofdwegen de stad in lopen. In het Plan-MER CID zijn zes alternatieven onderzocht die zijn samengesteld uit een bouwprogramma en mobiliteitstransitie. Voor het bouwprogramma is een minimaal en maximaal programma aangehouden en voor de mobiliteitsstrategie is rekening gehouden met een vraagvolgende mobiliteitsstrategie, vraagsturende of sterk vraagsturende mobiliteitsstrategie. De sterk vraagsturende strategie hangt nauw samen met de oplossingsrichtingen die in het kader van deze MIRT-verkenning worden onderzocht. Voor wat betreft de Binckhorst geldt dat bij recht (binnen de hoofdverkeersbestemming danwel reservering op de plankaart) een HOV-verbinding is toegestaan. Dit betreft niet het gehele tracé door de Binckhorst.
Waar de HOV verbinding is toegestaan is vanuit juridisch oogpunt geen nadere afweging nodig, maar daar waar bijvoorbeeld wordt afgeweken van het omgevingsplan zal wel een nadere afweging nodig zijn. Een gebiedsagenda is de visie van rijk en regio, deze geeft kansen en opgaven weer.
Onze referentie: D10009104 - Datum: 25 juni 2020
13 van 43
NOTITIE REIKWIJDTE EN DETAILNIVEAU VERKENNING BEREIKBAARHEID CID - BINCKHORST
In het Plan-MER CID zijn ook 4000 woningen in de kop van Binckhorst onderzocht. De mogelijke komst van extra woningen in Binckhorst- Noordwest is echter niet meegenomen in de Structuurvisie CID, maar zal onderdeel zijn van de verdere planuitwerking en bijhorende procedures voor de Binckhorst. Tabel 2-1 Groeiambitie CID-Binckhorst
Locatie
Wonen (aantal woningen)
Maatschappelijke voorzieningen (in m2)
Commerciële voorzieningen (in m2)
Werken (in m2)
Kantoren (in m2)
CID* Omgeving CS, Beatrixkwartier en Bezuidenhout-West
5.500
27.700
82.000
400.000
Omgeving Den Haag Hollands Spoor / Laakhavens
9.000
45.300
33.200
140.000
Omgeving Den Haag Laan van NOI
3.000
17.100
32.000
100.000
Overig: Rivierenbuurt, Stationsbuurt
3.000
17.100
Binckhorst** Binckhorst
5.000
TOTAAL
25.500
Bedrijfsruimte: 250.000 Horeca en detailhandel: 26.000 107.200
147.200
276.000
64.000 704.000
* In CID zijn in de Structuurvisie 20.500 woningen voorzien en 30.000 arbeidsplaatsen. ** In Binckhorst zijn in het Omgevingsplan 5.000 woningen voorzien.
Figuur 2-1 Ligging CID en Binckhorst en groeiambitie en tracé HOV zoals onderzocht wordt in verkenning (Bron: Posad Maxwan, 2020)
Onze referentie: D10009104 - Datum: 25 juni 2020
14 van 43
NOTITIE REIKWIJDTE EN DETAILNIVEAU VERKENNING BEREIKBAARHEID CID - BINCKHORST
Voor de toekomst zijn er mogelijk ambitieuzere (of minder ambitieuze) plannen in relatie tot de mobiliteitstransitie, dit is echter nog niet formeel vastgelegd. Bijvoorbeeld op het gebied van parkeernormen. Specifiek voor de woningbouw geldt wellicht nog een doorontwikkeling van de Binckhorst met meer woningen en meer m2 bvo voor werken en voorzieningen als hogere ambitie. Verdere doorgroei naar meer dan 5.000 woningen in de Binckhorst past echter niet binnen de huidige milieurandvoorwaarden zonder een mobiliteitstransitie. Paragraaf 2,2 gaat verder in op de analyse van de bereikbaarheid en het effect van mobiliteitsmaatregelen.
2.2
Analyse toekomstige bereikbaarheid
In 2018 zijn in het Startdocument MIRT-Verkenning Schaalsprong Regionale bereikbaarheid CID-Binckhorst de knelpunten op de bereikbaarheid op de lange termijn met een Nationale Markt- en Capaciteitsanalyse (NMCA) onderzocht. Uit deze NMCA volgden knelpunten op het hoofdwegennet (A4, A12), het spoor (stations Den Haag Centraal, Den Haag Hollands Spoor, Oude Lijn Leiden-Den Haag en potentieel knelpunt Den Haag-Delft) en regionaal openbaar vervoer (Rijswijkseplein, Den Haag Centraal-Madurodam, Binckhorstlaan, samenloopdeel RandstadRail Leidschenveen, RandstadRail naar Zoetermeer). In 2019 zijn vervolgens in de analytische fase van de verkenning door Goudappel verkeersberekeningen uitgevoerd met het regionale verkeersmodel V-MRDH20 om de huidige situatie (2019) en de toekomstige situatie in 2040 waarin is uitgegaan van een maximale verstedelijkingsopgave 21. Er zijn ook berekeningen uitgevoerd voor de situatie in 2040 met mogelijke mobiliteitsmaatregelen om een beeld te krijgen van het effect hiervan op bereikbaarheid in CID-Binckhorst. Hierbij is een maximaal fietsprogramma en de situaties met een HOV-verbinding ‘tram lokaal’ en ‘lightrail regionaal’ in 2040 berekend. Hierna wordt ingegaan op de resultaten van deze bereikbaarheidsanalyse. CID en Binckhorst Op het oog is de bereikbaarheid van het CID goed geregeld.
Er zijn verschillende opties voor openbaar vervoer in de vorm van drie treinstations en diverse tram-, metro- en busverbindingen. Auto’s rijden via de Utrechtsebaan direct het CID binnen. In het gebied zijn voorzieningen voor fietsers en voetgangers aanwezig. De fietsinfrastructuur binnen het gebied is voornamelijk aangelegd langs de Binckhorstlaan. Deze voorzieningen lopen echter tegen hun grenzen aan. Tijdens en rond de spits slibben de wegen dicht en zijn de trams, metro’s en bussen overbezet. Daarnaast zijn vanuit het kerngebied van het CID de stations slecht bereikbaar door tal van doorsnijdingen (spoor, Utrechtsebaan). De Binckhorst heeft nu vooral een industriële functie en is dunner bevolkt waardoor het gebied voornamelijk een goede autobereikbaarheid kent. Auto’s van en naar de Binckhorst verplaatsen zich voornamelijk over de Utrechtsebaan, Schenkviaduct en de Neherkade en de Rotterdamsebaan (na openstelling). Station Voorburg en station Hollands Spoor zorgen samen met buslijnen 26 en 28 voor de bestaande OVverbindingen in de Binckhorst. De belangrijkste busverbinding is op dit moment die in een hoge frequentie tussen station Hollands Spoor en Voorburg. De busdienst tussen station Voorburg en Den Haag Centraal wordt sinds eind 2018 de gehele dag bediend met elektrische bussen.
Vanwege het ontbreken van een vrije baan hebben de buslijnen regelmatig last van de congestie in het gebied. De dichtstbijzijnde tramhaltes zijn bij het Schenkviaduct en op de Rijswijkseweg. De Mercuriusweg en Supernovaweg/Regulusweg zijn stedelijke hoofdroutes voor autoverkeer en belangrijke fietsroutes. De fietsinfrastructuur binnen het gebied is voornamelijk aangelegd langs de Binckhorstlaan. Langs de Trekvlietweg en Cromvlietkade is een fietsstraat als onderdeel van het Trekfietstracé aangelegd. Langs de Mercuriusweg ligt een vrijliggend twee richtingen fietspad die aansluit op de fietsroute langs het watertje de Laak. Voor de fietsroutes geldt dat deze lopen langs drukke wegen met veel (doorgaand) autoverkeer. Het beleid is erop gericht om juist fietsroutes te realiseren langs of via rustige straten met weinig oponthoud door ander verkeer. Afhankelijk van de bestemming moet nog een grote afstand te voet of per fiets worden afgelegd, maar een goed openbaar vervoer netwerk is er nog niet in de Binckhorst. Het gebied is ‘hard afgebakend’ doordat het omringd is door spoor en water. Dit maakt dat er een beperkt aantal plaatsen is om het gebied te betreden of te verlaten. Bij deze in- en uitgangen ontmoeten langzaam en snel verkeer elkaar. Dit is niet optimaal voor de doorstroming, veiligheid en aansluiting op netwerken buiten het gebied.
20
21
Het verkeermodel V-MRDH is een statisch verkeersmodel. In een statisch verkeersmode wordt op basis van een sociaaleconomische vulling en een netwerk in 4 stappen bepaald hoe verkeer wordt toegedeeld aan een netwerk. Deze stappen zijn: ritgeneratie, toedeling herkomst/bestemmingsrelaties, toedeling modaliteiten en tijd, en toedeling op het netwerk. In het model is rekening gehouden met 30.500 woningen en 38.000 banen op basis van groeiscenario 2040HOOG.
Onze referentie: D10009104 - Datum: 25 juni 2020
15 van 43
NOTITIE REIKWIJDTE EN DETAILNIVEAU VERKENNING BEREIKBAARHEID CID - BINCKHORST
Auto Momenteel wordt al stevig geïnvesteerd in het versterken van de bereikbaarheid van Den Haag per auto. Voorbeelden zijn de aanleg van de Rotterdamsebaan en de realisatie van Passage A4 / Poorten en Inprikkers. Figuur 2-2 geeft het generieke effect weer van de voorziene verstedelijkingsopgave als onderdeel van de toekomstige situatie op bekende NMCA-knelpunten uit de preverkenning. De figuur laat de effecten zien tussen de NMCA-kwalificatie voor de referentiesituatie met het maximaal bouwprogramma (NMCA 2040HOOG), de referentiesituatie met het maximale bouwprogramma inclusief huidig parkeerbeleid, en (plan)situatie met een combinatiepakket van maatregelen inclusief lokaal HOV, en de (plan)situatie waarbij tevens regionaal HOV is toegepast. De figuur laat zien dat bestaande (auto)knelpunten blijven bestaan. Op de A4 tussen het Prins Clausplein en knooppunt Ypenburg slinkt het knelpunt niet naar het oorspronkelijke formaat, waarschijnlijk omdat verkeer door het verkeerscirculatieplan22 naar andere aansluitingen wordt geleid dan eerst. Een opvallend positief punt is de Rotterdamsebaan die na het toevoegen van het bouwprogramma een potentieel knelpunt wordt, maar sterk afneemt na het toepassen van een HOV.
Figuur 2-2 (Veranderingen in) NMCA-knelpunten op het wegennet (Bron: Verkenning CID-Binckhorst, Effectenstudies en kansrijke alternatieven, 2019)
22
Het verkeerscirculatieplan zorgt voor een herverdeling van het autoverkeer met grotere concentratie op de centrumring en minder op onderliggende wegen en door verblijfsgebieden. Door ‘knips in de weg’ kan niet door het centrum worden gereden maar alleen er om heen, afwaarderingen en éénrichtingsverkeer, waardoor autoverkeer wordt gedwongen om gebruik te maken van hoofdwegen (met name de centrumring);
Onze referentie: D10009104 - Datum: 25 juni 2020
16 van 43
NOTITIE REIKWIJDTE EN DETAILNIVEAU VERKENNING BEREIKBAARHEID CID - BINCKHORST
OV Vooral het hoofdspoor (met name de Oude Lijn23), de tramtunnel, het samenloopdeel van de RandstadRail en de tramlijnen die het Rijswijkseplein kruisen zijn drukbezet. Deze trajecten zijn ook allemaal aangemerkt als NMCA-knelpunt. Door de Binckhorst lopen momenteel enkel 2 buslijnen die een vrij lage bezetting hebben. Navolgende figuren geven de NMCA-knelpunten in de omgeving van CID-Binckhorst weer op het gebied van OV. Op het hoofdspoor vallen alleen de IC Den Haag - Rijswijk en de IC Den Haag - Leiden op die eerst door het (autonome) bouwprogramma verergeren en vervolgens na het toepassen van de HOV maatregelen slinken naar oorspronkelijk formaat.
Figuur 2-3 (Veranderingen in) NMCA-knelpunten voor het hoofdspoor (Bron: Verkenning CID-Binckhorst, Effectenstudies en kansrijke alternatieven, 2019)
Figuur 2-4 (Veranderingen in) (NMCA-)knelpunten voor bus, tram en metro (Bron: Verkenning CID-Binckhorst, Effectenstudies en kansrijke alternatieven, 2019).
23
De Oude Lijn is een spoorweg in Nederland over de route Amsterdam Centraal – Haarlem – Leiden Centraal – Den Haag HS – Rotterdam Centraal.
Onze referentie: D10009104 - Datum: 25 juni 2020
17 van 43
NOTITIE REIKWIJDTE EN DETAILNIVEAU VERKENNING BEREIKBAARHEID CID - BINCKHORST
Fiets in de Binckhorst Het huidige aandeel van de fietsverplaatsingen in Den Haag bedraagt circa 20%. De afgelopen jaren is het fietsgebruik met circa 3% per jaar gegroeid. In de nota Ruim baan voor de fiets zet de gemeente in op een verdere groei van het fietsgebruik, met 50% in 2040 waarbij het aandeel van de fiets in de verplaatsingen toeneemt tot circa 25%. In 2040 moet de fiets het belangrijkste vervoermiddel voor de verplaatsingen in de stad zijn. In de nota wordt ingezet op een breed pakket van maatregelen om het gebruik van de fiets te stimuleren; investeringen in sterfietsroutes en hoofdnet, goede fietsparkeervoorzieningen bij woningen, in de binnenstad en bij het OV, aandacht voor verbetering van de verkeersveiligheid en het bereiken van nieuwe doelgroepen. Met betrekking tot de ontwikkeling van de Binckhorst zijn er een aantal specifieke opgaven voor een betere positie voor de fiets: •
• •
Fijnmazige verbindingen met de omgeving. Op dit moment wordt de Binckhorst omgeven door grote barrières van weginfrastructuur (Utrechtsebaan, Binckhorstlaan, Mercuriusweg), water (Trekvliet) en spoorlijnen. Het gebied is de daarmee relatief slecht met de omgeving verbonden en de aanwezige fietsverbindingen zijn weinig aantrekkelijk. Daarmee vormt het gebied ook een barrière voor doorgaande regionale fietsverbindingen. Er ligt een opgave om het gebied veel beter en fijnmaziger met de omgeving te verbinden, zodat een aantrekkelijk en samenhangend fietsnetwerk ontstaat. Met nieuwe fietsverbindingen over de barrières en het opwaarderen van bestaande fietsverbindingen die barrières passeren. De zwaarste regionale fietsrelaties in de Binckhorst lopen langs de Trekvliet, Velostrada en langs de Supernovaweg. Maar er is ook aandacht nodig voor de lokale fietsverbindingen met Voorburg, centrum en het Laakkwartier. Een grote kans is de ontwikkeling van een aantrekkelijke fietsroute langs het water van de Trekvliet. Openbare ruimte. Bij de inrichting van de openbare ruimte van de Binckhorst moeten fietsers en voetgangers centraal komen te staan. Dat betekent goede gescheiden fietsvoorzieningen langs 50 km/uur wegen of een 30 km/uur inrichting op wegen met een lagere verkeersintensiteit. Fietsparkeren.
Een belangrijke voorwaarde voor fietsgebruik is de aanwezigheid van voldoende en kwalitatief hoogwaardige fietsparkeervoorzieningen voor (toekomstige)bewoners, bezoekers en werknemers van de Binckhorst. Bij nieuwbouw/renovatie in de Binckhorst moet worden voorzien in goede en voldoende inpandige fietsparkeervoorzieningen. De realisatie van deze fietsparkeervoorzieningen voor bewoners, bezoekers en werknemers is een integraal onderdeel van de bouw- en ontwikkelopgave. Bij de toekomstige OV-haltes in de Binckhorst moet worden voorzien in voldoende fietsparkeerplaatsen, zodat de (deel-)fiets een rol kan spelen in voor- en natransport. Daarnaast zal de ontwikkeling van de Binckhorst ook leiden tot meer vraag voor fietsparkeren bij de 3 IC-stations in de directe omgeving. Dat vereist blijvende aandacht voor voldoende fietsparkeercapaciteit bij deze stations.
Verwachte effecten van mobiliteitsmaatregelen en HOV-verbinding Uit de analyse in 2019 naar mogelijke oplossingsrichtingen voor de bereikbaarheid24 in CID-Binckhorst blijkt dat met een combinatie van maatregelen op het gebied van HOV, langzaam verkeer, ruimtegebruik, smart mobility, stationsomgevingen en logistiek tot 2030 de meeste lokale bus/tram/metro knelpunten verminderen. In een vervolgfase - met de opwaardering naar een regionale HOV-verbinding richting Delft, Zoetermeer en Scheveningen - verminderen daar bovenop ook regionale knelpunten. Hiermee zullen naar verwachting de knelpunten op het hoofdwegennet en hoofdspoor, ondanks de extra woningen en arbeidsplaatsen, grotendeels niet verder toenemen. In enkele gevallen is sprake van een lichte verbetering.
24
Verkenning CID-Binckhorst, Notitie kansrijke oplossingsrichtingen, november 2019. Verkenning CID-Binckhorst, Effectenstudies en kansrijke alternatieven, november 2019.
Onze referentie: D10009104 - Datum: 25 juni 2020
18 van 43
NOTITIE REIKWIJDTE EN DETAILNIVEAU VERKENNING BEREIKBAARHEID CID - BINCKHORST
2.3
De opgave voor de verkenning
Op basis van eerdere analyses naar de bereikbaarheid van de regio Rotterdam-Den Haag en mobiliteitsopgaven van regio en rijk is een gezamenlijke opgave vastgesteld voor de verkenning Bereikbaarheid CID-Binckhorst. De opgave is drieledig: 1. Het mogelijk maken van verstedelijking en het versterken van de economische kracht van de (inter)nationale toplocaties CID en Binckhorst, door in iedere ontwikkelfase een passende duurzame mobiliteit aan te bieden. 2. Het bijdragen aan de bereikbaarheid van de Zuidelijke Randstad door het wegnemen van de NMCA OVknelpunten Rijswijkseplein en Binckhorstlaan en het voorkomen van extra belasting van het hoofdwegennet door de verstedelijking van CID/Binckhorst. 3. Het bijdragen aan regionale ambities rond OV en fiets. Volgend uit de opgaven worden adaptieve en samenhangende pakketten van mobiliteitsmaatregelen uitgewerkt: de alternatieven. Deze alternatieven onderscheiden zich van elkaar door de keuze voor een vorm van HOV (bus, tram, lightrail) met een eventuele regionale doorkoppeling. Alle alternatieven bevatten bovendien een basispakket van maatregelen voor de thema’s langzaam verkeer, slim ruimtegebruik, smart mobility, stations(omgevingen). In hoofdstuk 3 wordt nader ingegaan op de ontwikkeling van de alternatieven en de wijze waarop binnen de verkenning wordt getrechterd om te komen tot een voorkeursalternatief.
Onze referentie: D10009104 - Datum: 25 juni 2020
19 van 43
NOTITIE REIKWIJDTE EN DETAILNIVEAU VERKENNING BEREIKBAARHEID CID - BINCKHORST
Onze referentie: D10009104 - Datum: 25 juni 2020
20 van 43
NOTITIE REIKWIJDTE EN DETAILNIVEAU VERKENNING BEREIKBAARHEID CID - BINCKHORST
3
DE ALTERNATIEVEN
In hoofdstuk 2 is duidelijk geworden dat er voor het gebied de komende jaren een bereikbaarheidsopgave ligt. Om deze opgave op te lossen is in de analytische fase van de verkenning (2019) een pakket aan maatregelen ontwikkeld waarvan de HOV-verbinding de meest prominente is. Dit heeft geleid tot in totaal drie kansrijke alternatieven die verder onderzocht gaan worden in een Plan-MER. De drie alternatieven zullen worden afgewogen om een voorkeursalternatief (inclusief een HOV-verbinding) te kunnen bepalen. De drie alternatieven zijn: 1. Alternatief 1. HOV Tram 2. Alternatief 2. Lightrail 3. Alternatief 3. HOV-bus-ART In paragraaf 3.1 wordt eerst ingegaan op de referentiesituatie waarmee de alternatieven in het Plan-MER worden vergeleken. Daarbij wordt ook ingegaan op bereikbaarheidsmaatregelen waarover reeds besluitvorming heeft plaatsgevonden (het No-regretpakket). In paragraaf 3.2 wordt ingegaan op het proces hoe in de vorige fase van de verkenning – de analytische fase (2019) - tien alternatieven zijn teruggebracht naar drie kansrijke alternatieven (zeef 1). Deze drie alternatieven zijn het vertrekpunt voor de beoordelingsfase van de verkenning en het Plan-MER. In paragraaf 3.3 wordt ingegaan op de drie alternatieven die in het Plan-MER worden uitgewerkt en beoordeeld en afgewogen (zeef 2) om te komen tot één voorkeursalternatief.
Per alternatief is op hoofdlijnen ingegaan op voornaamste kenmerken van de alternatieven.
3.1
Referentiesituatie
Het gebied CID-Binckhorst wordt gefaseerd ontwikkeld, dit geldt zowel voor de stedelijke verdichting (zie hoofdstuk 2) als voor de maatregelen op het gebied van mobiliteit. In het Plan-MER worden drie alternatieven vergeleken met een referentiesituatie. De verschillen tussen de referentiesituatie enerzijds en de drie afzonderlijke alternatieven anderzijds zijn de projecteffecten. De referentiesituatie is de situatie in 2040 als er géén (mobiliteits)alternatief is gerealiseerd, maar overige vastgestelde projecten en ontwikkelingen wel worden uitgevoerd. Dit zijn projecten of ontwikkelingen waarvoor de ruimtelijke procedures zijn doorlopen en/of recent zijn gerealiseerd en daarmee autonoom gerealiseerd kunnen worden. Belangrijke ontwikkelingen die onderdeel zijn van de referentiesituatie, zijn de vastgelegde verstedelijkingsopgave in het CID en de Binckhorst 25 (zie paragraaf 2.1) en de mobiliteitsmaatregelen uit het in 2019 vastgestelde No-regretpakket CID-Binckhorst. No-regretpakket CID-Binckhorst Het No-regretpakket26 bestaat uit een aantal voorbereidende maatregelen die zijn voorzien in de periode tot en met 2023 om het gebruik van de fiets en OV te stimuleren. Dit pakket heeft ook betrekking op de voetganger in de Binckhorst omdat deze een wezenlijk onderdeel uitmaakt van de mobiliteitstransitie en de leefkwaliteit.
Het No-regretpakket is feitelijk de eerste fase 27 van de verkenning naar de regionale bereikbaarheid in 2040 van het gebied CID-Binckhorst waarover reeds een besluit is genomen en dat zal worden gerealiseerd. Het No-regretpakket bestaat uit zes thema’s met daaronder meerdere maatregelen. Tabel 3-1 geeft een overzicht van deze maatregelen. In bijlage 2 is een schematische weergave opgenomen van deze maatregelen.
25
26
27
Er is een ambitie voor verdere verstelijking van Binckhorst, maar dit is nog niet verankerd in formele plannen. In het Plan-MER zal hier wel rekening mee worden gehouden. No-regretpakket CID-Binckhorst Realisatieplan t.b.v. besluitvorming Programmaraad MOVE, 16 juli 2019. Vastgesteld door gemeente Den Haag op 16 juli (DSO/2019.520 RIS303062). In de preverkenning naar de Bereikbaarheid CID-Binckhorst is onderscheid gemaakt in drie fasen: 2018-2023 (fase 1), 2023-2030 (fase 2) en 2031-2040 (fase 3).
Onze referentie: D10009104 - Datum: 25 juni 2020
21 van 43
NOTITIE REIKWIJDTE EN DETAILNIVEAU VERKENNING BEREIKBAARHEID CID - BINCKHORST
Tabel 3-1 No-regretpakket (Bron: Realisatieplan No-regretpakket CID Binckhorst, juli 2019)
Thema
Maatregelen
Hoogwaardig Openbaar Vervoer (HOV)
▪ ▪ ▪ ▪
Langzaam verkeer
▪ Realisatie Verlengde Velostrada Delft - Leiden. ▪ Realisatie Trekvlietfietstracé Den Haag - Ypenburg/Leidschendam (3 knelpunten). ▪ Stallingsvoorzieningen langzaam verkeer nabij OV(haltes).
Ruimtegebruik
▪ Dubbel ruimtegebruik CID-Binckhorst. ▪ Inrichting boulevard Waldorpstraat t.b.v. langzaam verkeer.
Smart Mobility
▪ ▪ ▪ ▪
Spoor en stations
▪ Uitbreiding capaciteit fietsenstallingen station Laan van NOI. ▪ Fietsvoorzieningen westzijde Den Haag Centraal.
Logistiek
▪ Subsidiering slimme en innovatieve concepten bouwlogistiek. ▪ Subsidiering innovatieve bezorg-, pakketdiensten en bevoorrading.
3.2
Ombouw viaducten CID-Binckhorst t.b.v. HOV. Realisatie vrije HOV-baan Binckhorst op maaiveldniveau. Verbetering doorstroming HOV en langzaam verkeer (iVRI's28). Opwaarderen OV-haltes CID-Binckhorst.
Smart Mobility, ruimte ontwikkeling inzichtkaarten regionaal samenwerkingsplatform en marketingstrategie. Pilots AVLM, proeftuin en gedragsexperimenten. Realisatie & subsidiering mobility hubs & platform CID-Binckhorst. Ontwikkelen smart city handleiding (ontwerpeisen infra en data).
Onderzochte oplossingsrichtingen analytische fase verkenning (2019)
Zoals beschreven in paragraaf 1.2 bestaat een verkenning uit meerdere fasen. In de analytische fase was het doel om diverse oplossingsrichtingen met mobiliteitsmaatregelen af te wegen tot kansrijke oplossingsrichtingen waarmee kan worden voldaan aan de gestelde opgaven voor de verkenning (zie paragraaf 2.3). De focus lag hierbij op doelbereik, de haalbaarheid en de betaalbaarheid. De tien oplossingsrichtingen in deze fase waren: 1. 2. 3. 4. 5.
Fiets maximaal Reguliere tram HOV bus lokaal HOV bus regionaal HOV tram lokaal
6. HOV tram regionaal 7. Lightrail lokaal 8. Lightrail regionaal 9. ART lokaal29 10. ART regionaal
Daarnaast is er bij alle oplossingsrichtingen een zogenaamd basispakket (No-regretpakket) toegepast zoals beschreven in paragraaf 3.1. Voor de definitie van een kansrijke oplossingsrichting is met behulp van de volgende uitgangspunten getrechterd (‘zeef 1’): • Invulling geven aan de geconstateerde opgaven (zie paragraaf 2.3) – per opgave moet sprake zijn van duidelijke verbetering; • Onderscheidend – de alternatieven moeten onderscheidend zijn; • De kosten en baten van de alternatieven moeten in verhouding met elkaar staan; • De kansrijke oplossingsrichtingen moeten gefaseerd realiseerbaar zijn. In dit proces voor de bepaling van de kansrijke alternatieven hebben destijds de zes opdrachtgevende partijen alsook andere betrokken partijen (NS, ProRail, Rijkswaterstaat, gemeente Rijswijk en MoVe) meegedacht. De belangrijkste conclusies in de selectie van de kansrijke oplossingsrichtingen waren: • Combinatie van fiets en OV is nodig; • Combinatie van lokaal en regionaal is nodig;
28
29
Een intelligente verkeersregelinstallatie, iVRI, is een regelinstallatie die kan communiceren met voertuigen en fietsers. Op basis van de ontvangen voertuigdata kunnen kruispunten efficiënter worden geregeld. ART – Autonomous Rail Rapid Transit. De ART is een innovatieve vorm van openbaar vervoer: een zelfrijdende tram zonder chauffeur. Deze techniek moet zich de komende jaren nog bewijzen.
Onze referentie: D10009104 - Datum: 25 juni 2020
22 van 43
NOTITIE REIKWIJDTE EN DETAILNIVEAU VERKENNING BEREIKBAARHEID CID - BINCKHORST
• • •
Een reguliere tram voldoet niet aan gebiedsambities; Een regionale HOV bus kent te weinig capaciteit in relatie tot de opgave; Voor een lokale ART is de technologie op korte termijn nog te onzeker.
Zeef 1 heeft geleid tot drie kansrijke alternatieven. Een aantal oplossingsrichtingen zijn samengevoegd tot één alternatief, rekening houden met een fasering richting de toekomst (2040) met op korte termijn een lokale HOV oplossing en op lange termijn een regionale HOV oplossing. Elk alternatief bestaat daarnaast uit het basispakket (No-regretpakket), een uitgebreid pakket aan fietsmaatregelen, een lokaal HOV alternatief (korte termijn tot 2030) en een HOV regionaal alternatief voor de langere termijn (2040). In bijlage 2 geeft tabel B2-1 een samenvatting van de uitkomsten van de trechtering (zeef 1), waarbij in de laatste kolom is aangeven of de oplossingsrichting in een kansrijk alternatief is opgenomen. Tabel B2-2 geeft weer welke oplossingsrichtingen zijn afgevallen omdat ze niet kansrijk zijn en waarom deze zijn afgevallen.
3.3
Te onderzoeken alternatieven beoordelingsfase verkenning (huidige fase)
Het uiteindelijke doel van de verkenning is om te komen tot één voorkeursalternatief. In het kader van de beoordelingsfase van de verkenning worden drie (kansrijke) alternatieven uitgewerkt tot een schetsontwerp zodat inzicht wordt verkregen over de mogelijke invulling van de alternatieven en het benodigde ruimtebeslag. Ook worden kostenramingen opgesteld. Door het toepassen van een afweegkader wordt vervolgens bepaald hoe de alternatieven bijdragen aan de opgaven en welke dominante milieueffecten er zijn. Hierbij ligt de focus op het onderscheidend vermogen van alternatieven. Hierbij worden van de alternatieven de kansen en risico’s in beeld gebracht, alsook de financiële haalbaarheid van alternatieven. Hiermee wordt de beslisinformatie geleverd om vervolgens een voorkeursalternatief te kunnen bepalen. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de methodiek en het te hanteren afweegkader (zeef 2). Tabel 3-2 geeft een overzicht van de kenmerken van de drie alternatieven die in het Plan-MER worden onderzocht. Het betreft kenmerken van de drie alternatieven en geen ontwerpcriteria. In het kader van het Plan-MER zal per alternatief van het (lokale) HOV tracé in CID Binckhorst een schetsontwerp worden opgesteld om de benodigde ruimte (en de exacte begrenzing van het plangebied) in beeld te brengen. Hiermee worden dan de effecten en ook kosten beoordeeld (zie hoofdstuk 4).
Tabel 3-2 Kenmerken van de alternatieven die Plan-MER worden onderzocht
30
Kenmerk
Alternatief 1: HOV Tram
Alternatief 2: Lightrail
Alternatief 3: HOV bus + ART/tram
Ligging
Maaiveld, veelal eigen baan, Ongelijkvloers waar dat moet en maaiveld Eigen busbaan, grote cirkelbogen. niet mengen met overig verkeer. waar dat kan. Afgescheiden van overig verkeer t.b.v. snelheid.
Kruisingen
Gelijkvloers
Ongelijkvloers
Gelijkvloers
Halte afstanden indicatief
750-1000m
1000-2000m
750-1000m
Gemiddelde operationele Snelheid
25 km/u
30 km/u
20 km/u
Bandbreedte aantal reizigers
10.000-20.000
20.000-60.000
20.000
Doorkoppelen HOV met andere OV-lijnen
Koppelen mogelijk, maar aanpassen haltes op lijn Delft
Koppelen mogelijk, maar aanpassen haltes op lijn Delft
Lage capaciteit, maar uitvoering voertuigen geleed30 of dubbelgeleed mogelijk