CConstaterende datLeidschendam-Voorburg
Koppel je AI →
Document · PDF

NIEUW bijlage 2-2601_visueel verslag tussenevaluatie experimenteerprogramma

Commissie Samenleving 22 juni 2026, gemeente Leidschendam-VoorburgBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststellen eerste wijziging participatieverordening na eerste evaluatie participatie4.921 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

1 alinea's met “gecombineerde”: 137

Tussenevaluatie Experimenteerprogramma participatie Visueel verslag

Januari 2026

Inhoud 1. Evaluatieproces in het kort 2. Achtergrond en aanpak tussenevaluatie 2.1 Kader evaluatie Experimenteerprogramma 2.2 ACTIE kader 2.3 Onderzoeksmethoden 3. Resultaten tussenevaluatie 3.1 Tuinkamer 3.2 Voorburg Noord 3.3 Parkeerregulering The Mall 3.4 Uitdaagrecht en kleine ruimtelijke initiatieven 3.5 Wijkveiligheidsscans 3.6 Jongerenparticipatie 3.7 Resultaten interviews 4. Conclusie 5. Advies

Voorwoord De gemeente Leidschendam-Voorburg hecht waarde aan een open, transparante en betrokken bestuurscultuur. In dat kader heeft de gemeenteraad op 26 september 2023 de Participatieverordening Leidschendam-Voorburg 2023 vastgesteld. Deze verordening vormt het formele kader voor de wijze waarop participatie door inwoners, organisaties en andere belanghebbenden wordt georganiseerd bij beleidsontwikkeling, programma’s, projecten en besluiten van de gemeente. Het Experimenteerprogramma Participatie is opgenomen in art. 3.7 van de participatieverordening. Het college stelt 2-jaarlijks een Experimenteerprogramma vast met drie elementen: - een keuze van de te beproeven nieuwe vormen van participatie, - de uitvoeringscondities in de sfeer van middelen, capaciteit en bekwaamheid en - de toetsingscriteria voor de evaluatie na het experiment. Zo kan er aan het einde van de 2-jaarlijkse periode van het Experimenteerprogramma een evaluatie plaatsvinden. Deze tussenevaluatie geeft de eerste (opzet van de) evaluatie van het Experimenteerprogramma. Dit is een eerste peiling, nadat het programma eind 2024 is opgestart. Deze tussenevaluatie geeft weer hoe het vordert met de evaluatie van de experimenten. Het geeft een eerste indruk over hoe de experimenten uitwerken en hoe ze worden ervaren. De eindevaluatie vindt plaats na de periode van 2 jaar en wordt in Q1 2027 aangeboden.

Evaluatieproces in het kort

Q4 2025: Gesprekken collegeleden en Informeel college (25-11)

2023: vaststelling Participatieverordening

2024: vaststelling EPP

Q3 2025: start evaluatie Participatieverordening en Tussenevaluatie EPP

Q3+4 2025: Enquête mw. Verdiepende interviews mw. Interviews externe stakeholders

Q2/3 2026: Raadsvoorstel wijzigen participatieverordening

Q1 2026: Eindverslag Evaluatie Participatieverordening & Tussenevaluatie EPP Collegevoorstel

Q1-Q3 2026: Uitwerking aanbevelingen evaluaties

Q2/3 2026: Communicatie intern en extern

5

2. Achtergrond en aanpak tussenevaluatie

2. Achtergrond en aanpak tussenevaluatie 2.1 Kader evaluatie Experimenteerprogramma

9/3/26

7

Het Experimenteerprogramma in de participatieverordening • In de Participatieverordening Leidschendam-Voorburg 2023 is het onderdeel ‘Experimenteerprogramma participatie’ (2024-2027) opgenomen: • Artikel 3 lid 7 bepaalt dat de gemeente periodiek experimenteert met nieuwe vormen van participatie • Tweejaarlijks stelt het college een experimenteerprogramma (EPP) vast waarbij is aangegeven welke vernieuwende vormen van participatie beoogd te worden ingezet bij welke projecten / opgaven. • Voor de periode ’24-’26 bestaat het Experimenteerprogramma Participatie uit de volgende 6 geselecteerde projecten / opgaven: • Voorburg Noord-Noord • Jongerenparticipatie • Wijkveiligheidsscans • Parkeerregulering The Mall • Uitdaagrecht / Kleine ruimtelijke initiatieven • Tuinkamer 8

Doel Experimenteerprogramma Participatie Met het Experimenteerprogramma wil de gemeente bereiken dat: •

de experimenten met (nieuwe) instrumenten voor inwonerparticipatie zijn uitgevoerd eind 2026, i.s.m. inwoners e.a.;

•

de evaluatie van het Experimenteerprogramma is opgesteld (eind 2026/ begin 2027): welke geteste instrumenten bevorderen de ontwikkeling van inwonerparticipatie wel/niet, wat zijn de ervaringen van de inwoners en andere betrokkenen en welke mogelijkheden zijn er om de inwonerparticipatie binnen Leidschendam-Voorburg nog verder te ontwikkelen;

•

de ambtelijke organisatie nagaat welke vervolgstappen gezet moeten worden voor de implementatie van succesvolle instrumenten van inwonerparticipatie;

•

het gemeentebestuur na afloop inzicht heeft in nieuwe succesvolle instrumenten van inwonerparticipatie en kan deze ervaringen benutten in het beleid van de gemeente;

•

en de resultaten van het Experimenteerprogramma doorwerken in de wijze van afstemming en samenwerking tussen samenleving en de gemeente Leidschendam-Voorburg. 9

2. Achtergrond en aanpak tussenevaluatie 2.2 ACTIE Kader

9/3/26

10

Evaluatie aanpak Experimenteerprogramma Participatie volgens het ACTIE-kader Het Experimenteerprogramma geeft de mogelijkheid om te experimenteren met vernieuwende vormen van participatie. Met experimenteren wordt bedoeld: het oefenen met en leren van deze vernieuwende vormen van participatie. De 6 projecten / opgaven worden gedurende 2 jaar geëvalueerd volgens de daarvoor geselecteerde methode ‘het ACTIE-kader’. Het ACTIE-kader is een evaluatiemethode gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek. Het ACTIE-kader helpt om participatieprocessen te ontwerpen en evalueren op systeemniveau. Om het als instrument te kunnen hanteren, dat direct inzicht geeft in hoe organisatoren en deelnemers zelf het proces hebben ervaren, is het ACTIEkader doorvertaald in verschillende evaluatie-instrumenten.

Het evaluatiekader benadrukt het belang van reflectie vanuit de burger zelf. Er is daarvoor een vragenlijst ontwikkeld voor deelnemers aan participatietrajecten/-momenten. Dit sluit goed aan bij de wens om participatie mensgericht te evalueren. Daarnaast is er een ‘topic list’ gemaakt waarmee ook het perspectief van organisatoren kan worden achterhaald over hoe het participatietraject is verlopen. De 6 geselecteerde projecten / opgaven zijn reeds lopende projecten waarbij het Experimenteerprogramma op aansluit met het experimenteren en evalueren. Via de methodiek van het ACTIE-kader wordt informatie verkregen over het evalueren van de vernieuwende vormen van participatie en hoe de participatie wordt ervaren. Dit wordt opgepakt binnen de organisatie én met de participanten. Verder biedt het programma een verbindende en ondersteunende rol in de participatieprocessen van de experimenten; door als sparringpartner te fungeren, mee te denken in opzet en organisatie van het participatieproces en het stimuleren van kennisdeling wat de doorontwikkeling bevordert. 11

Evaluatie aanpak Experimenteerprogramma Participatie volgens het ACTIE-kader Door deze consistente lijn in de evaluatie te hanteren, wordt bevorderd dat de geselecteerde projecten steeds op dezelfde wijze worden geëvalueerd. Het is daarmee een generiek meetinstrument. Door steeds dezelfde vragenlijst te gebruiken kunnen niet alleen conclusies worden getrokken op het niveau van de trajecten zelf maar is het ook mogelijk om overkoepelende conclusies te formuleren. Door de participatie in deze trajecten op deze wijze te evalueren geeft dit inzicht in de resultaten van de participatie en welke vormen beter of minder goed werken in de context van het project. Met het uitgewerkte ACTIE-kader kan deze eerste keer van evalueren daarmee ook gezien worden als een ‘0-meting’. Volgende jaren kunnen we deze evaluatie gebruiken om te bekijken of en op welke elementen er een ontwikkeling is geweest.

=

12

Evaluatie aanpak Experimenteerprogramma Participatie volgens het ACTIE-kader De evaluatiemethode bestaat uit een 5-tal onderdelen. Animo

Hoe gemotiveerd zijn deelnemers? Vinden ze het onderwerp relevant?

Contacten

Worden sociale en institutionele netwerken benut?

Talenten en tijd

Kunnen deelnemers meedoen? Worden hun vaardigheden benut?

Institutionalisering

Is participatie ingebed in ambtelijke processen?

Empathie en responsiviteit

Wordt de inbreng van inwoners serieus genomen?

Evaluatie

Opgedane ervaringen meenemen om te leren en (door) te ontwikkelen.

13

Evaluatie aanpak ACTIE-kader ACTIE-kader vertalen: van theorie …

naar implementatie in de praktijk

De evaluatiemethode conform het ACTIE-kader is uitgewerkt naar een meer toegankelijke vorm die in de te houden enquêtes op de participatiebijeenkomsten is opgenomen. De enquêtes worden zowel digitaal (via een QR-code) als op papier verstrekt en worden op de bijeenkomst zelf ingevuld door de aanwezigen. Zo kunnen zij hun mening over het participatieproces aan de gemeente meegeven. Daarbij wordt uitdrukkelijk vermeld dat het dan gaat over het proces van de participatie (en dus niet over de inhoud van het project / de opgave zelf).

Animo

Uw betrokkenheid

Contacten

De deelnemers

Talenten en tijd

De opzet

Institutionalisering

De resultaten

Empathie en responsiviteit

Uw ervaringen 14

Elementen evaluatie ACTIE-kader De evaluatie volgens het ACTIE-kader is opgebouwd uit 4 elementen: 1. Factsheets 2. Tijdlijn 3. Enquête (vragenlijst voor deelnemers participatie en één specifiek voor de jongerenparticipatie (verkorte versie) en/of Topic lijst

4. Toelichting 15

Elementen evaluatie ACTIE-kader Factsheets • Bevat een korte introductie op het traject binnen het experimenteerprogramma (waarom, wanneer, kader). • De factsheet toont feitelijke informatie over het traject (en is dus geen evaluatie) • Blok met kerngegevens over: o Status en looptijd o Betrokken partijen o Financiering/budget (indien bekend)

• Structuur bestaat uit vier vaste inhoudsblokken: o Context en aanleiding – Wat is de aanleiding en hoe sluit het traject aan bij gemeentelijke doelen? o Doelen – Wat wil de gemeente bereiken, voor wie, en welke opgave ligt eraan ten grondslag?

o Aanpak – Hoe is het traject georganiseerd, welke methode is gekozen, en hoe zijn inwoners betrokken? o Inbedding – In hoeverre is het traject ingebed in de organisatie en bestuurlijke structuur?

• Vormgeving ondersteunt scanbaarheid: korte paragrafen, vaste volgorde, informatief maar toegankelijk.

16

Elementen evaluatie ACTIE-kader Tijdlijn

Het doel van een tijdlijn is om te achterhalen hoe het proces daadwerkelijk is verlopen en om te begrijpen wat werkt en wat niet. Dit kan dienen als basis voor de factsheets en/of als middel om lessen te trekken.

• Voorbereiden Bepaal de periode, verzamel relevante documenten en breng de formele stappen in kaart.

• Leerpunten markeren Gebruik kleuren of postits om aan te geven wat goed werkte, wat lastig was en wat anders had gekund.

• Tijdlijn opzetten Bepaald de belangrijke momenten zoals start, bijeenkomsten, besluitvorming en terugkoppeling.

• Samen reflecteren Bespreek de tijdlijn in een groepje om inzichten en lessen te benoemen voor toekomstige trajecten.

• Informele momenten toevoegen Breng onverwachte gebeurtenissen, keuzes en keerpunten in beeld samen met betrokkenen. 17

Elementen evaluatie ACTIE-kader Enquête De enquête wordt afgenomen bij participatiebijeenkomsten. Aanwezigen kunnen met een QR-code of op papier de enquête invullen.

De uitkomsten worden verzameld en geanalyseerd in een programma-tool en verwerkt in een evaluatierapport.

18

Elementen evaluatie ACTIE-kader Topic-lijst

19

Toelichting Actiekader Topic-lijst Vragen topic-lijst; reflectie van betrokken projectleiders/medewerkers

Animo:

Empathie en responsiviteit:

•

Hoe is het doel van de participatie geformuleerd en vervolgens gecommuniceerd?

•

Welke overwegingen speelden bij het kiezen van dit onderwerp voor participatie?

• Hoe hebben jullie ruimte geboden aan verschillende perspectieven?

•

Wat was jullie verwachting over de motivatie van deelnemers?

•

Wat hebben jullie gedaan om deelname aan het traject als relevant of aantrekkelijk neer te zetten?

Contacten: •

Welke groepen zijn wel/niet bereikt – en waarom?

•

Zou je de volgende keer dezelfde keuzes hebben gemaakt als het gaat om diversiteit en hoe netwerken zijn ingezet?

Talenten en tijd: •

Hoe is het tijdspad van het traject bepaald? Was het haalbaar voor verschillende doelgroepen?

•

Op welke manier is rekening gehouden met verschillen in vaardigheden of voorkennis bij het kiezen van werkvormen?

•

Welke overwegingen speelden bij het vormgeven van de informatievoorziening?

•

Hoe is omgegaan met digitale of fysieke toegankelijkheid?

•

Welke praktische obstakels zijn er ervaren (door jullie of deelnemers)?

•

Zou je de volgende keer dezelfde keuzes hebben gemaakt als het gaat om de toegankelijkheid en uitvoerbaarheid van het traject?

• Hoe zijn deelnemers ondersteund of begeleid tijdens het traject? • Hoe is geborgd dat mensen zich vrij voelden om hun mening te geven? • Op welke momenten was er sprake van echt luisteren? En hoe werd daar vorm aan gegeven? • Zou je de volgende keer dezelfde keuzes hebben gemaakt als het gaat om de manier waarop mensen zijn gehoord?

Institutionalisering en evaluatie: • Wat zou je volgende keer anders doen in termen van borging of doorwerking? • Hoe hebben jullie je eigen rol in het participatietraject geëvalueerd? • Wat was daarvan de uitkomst en waren er blinde vlekken in de houding? 20

Elementen evaluatie ACTIE-kader Toelichting Met achtergrondinformatie voor de projectleiders over het ACTIE-kader, hoe deze toe te passen, zodanig dat in het Experimenteerprogramma steeds sprake is van eenzelfde opbouw en evaluatieopzet /-instrumenten.

21

Doorwerking Experimenteerprogramma in de organisatie Leren & Ontwikkelen Van uitvoering van participatie naar leren en ontwikkelen vanuit het Experimenteerprogramma In de verschillende participatietrajecten worden ervaringen opgedaan met de participatie; wat werkt goed en wat minder goed. De evaluatie-elementen uit het ACTIE-kader bieden inzicht in de ontworpen participatieprocessen. De opgedane ervaringen kunnen input geven die breder in de organisatie gedeeld kunnen worden. Daar wordt ook in de voortgangs-gesprekken met de projectleiders van de Experimenten gesproken; welke aspecten kunnen doorontwikkeld worden en zijn geschikt voor bredere toepassing. Of juist zijn geschikt om in specifieke situaties toe te passen. Ook onderdeel van het programma is om samen met de Sijtwende Academy een aantal bijeenkomsten / trainingen te organiseren die medewerkers kunnen volgen om hun kennis en kunde nog verder door te ontwikkelen.

De ontwikkelingen in de samenleving staan niet stil. We volgen vanuit het Experimenteerprogramma ook de trends & ontwikkelingen op participatievlak. Juist vanuit het Experimenteerprogramma zoeken we het toepassen van naar vernieuwende processen en instrumenten en ook de daarmee opgedane ervaringen. Dat doen we niet alleen binnen onze eigen organisatie, maar ook buiten onze organisatie. Zo breiden we onze kennis en kunde uit en ook ons in te zetten instrumentarium. We bouwen daarbij voort op wat we ‘al weten’ en stimuleren de doorontwikkeling op participatievlak.

Van lineair proces

Naar iteratief proces 22

Doorwerking Experimenteerprogramma in de organisatie Leren & Ontwikkelen Van uitvoering van participatie naar leren en ontwikkelen vanuit het Experimenteerprogramma

Evaluatie toegepaste op participatievormen (Actiekader / 6 projecten)

Visie: ‘Participatie 2.0’ In L-V doen we dat zo! Op te stellen in overleg met in- en externe organisaties Samen met interne organisatie oefenen en leren door de Participatie 2.0 toe te passen in verschillende projecten.

Eindevaluatie 2027 leidende tot ‘Participatie 2.0’ In L-V doen we dat zo!

2. Achtergrond en aanpak tussenevaluatie 2.3 Onderzoeksmethoden

9/3/26

24

Onderzoeksmethoden tussenevaluatie Deskresearch Vragenlijsten projecten/beleid/verordeningen + enquêtes participanten EPP

Groeps-interview met projectleiders Interview-gesprekken met externe stakeholders: Adviesraden, Vlietwensen en BKC Interviews collegeleden en Informeel college

25

Onderzoeksmethoden tussenevaluatie •

Periodiek overleg met projectleiders EPP.

•

Op de verschillende bijeenkomsten zijn, waar dat mogelijk was qua setting van het participatiemoment, enquêtes gehouden onder de participanten.

•

Topicvragenlijst besproken.

•

Gecombineerde vragen over participatie onder projecten EPP in de vragenlijst voor de evaluatie van de participatieverordening.

•

Interviews externe stakeholders: Commissie Vlietwensen, Adviesraden en BKC.

•

Interviews en informeel college voor ervaringen en ophalen vernieuwende vormen participatie.

•

Verdiepende interviews gericht op reflectie met een aantal projectleiders elementen ACTIE-kader

3. Voorlopige

resultaten tussenevaluatie

Resultaten tussenevaluatie per geselecteerd project •

Per project wordt gedurende de 2-jarige looptijd van de te volgen projecten onder het Experimenteerprogramma geëvalueerd volgens het ACTIE-kader.

•

De tussenevaluatie is per project opgezet vanuit: o

een korte introductie van het project,

o

het niveau van de participatie op de participatieladder,

o

resultaten tussenevaluatie en doorkijk naar het vervolg van het traject.

3. Resultaten

tussenevaluatie 3.1 De Tuinkamer

9/3/26

29

De Tuinkamer

Niveau van participatie

Eén van de onderdelen van het programma Sterk voor Noord is om inwoners in het gebied te activeren en de gelegenheid te bieden om zelf invulling te geven aan (kleine) voorzieningen en activiteiten in de kantine van de sporthal De Fluit en op andere locaties in hun wijk. Dit wordt ‘De Tuinkamer’ genoemd. De inwoners worden op een actieve manier betrokken bij hun eigen ontwikkeling en die van de gemeenschap. Dit bevordert de sociale samenhang en vergroot het gevoel van eigenwaarde en betrokkenheid. De participatie draagt bij aan het versterken van persoonlijke vaardigheden, het uitbreiden van het sociale netwerk en het bevorderen van zelfstandigheid. Het activiteitenaanbod is uitgebreid op verzoek van de inwoners/bezoekers. De inbreng van de stakeholders heeft geleid tot een betere samenwerking en afstemming binnen de organisatie.

De investering in het promoten van de Tuinkamer met al zijn mogelijkheden heeft geleid tot wat er nu georganiseerd wordt en draait. Al werkenderwijs komen er activiteiten bij en vallen er activiteiten af. Het spanningsveld ligt er soms in dat de Tuinkamer voor iedereen open moet staan. Er mogen geen ‘besloten activiteiten’ worden georganiseerd. Soms lijkt die behoefte er wel te zijn en dan moet voor die activiteit uitgeweken worden naar een andere locatie/plek omdat het concept dan niet past binnen de doelstelling van de Tuinkamer.

Bij de start ontstonden er problemen met de continuïteit van de catering. Doordat iedereen zijn schouders eronder zette is het toch gelukt om de catering te continueren en is deze nu gewaarborgd. Juist de laagdrempeligheid en het drinken van een kopje koffie zijn elementen die bijdragen aan de openheid en het ontmoeten. Op het programma staan leerbezoeken aan voorbeelden van vergelijkbare initiatieven bij andere gemeenten. Hoe hebben zij dit soort initiatieven georganiseerd, gepromoot etcetera. Dit wordt in de eindevaluatie meegenomen.

3. Resultaten

tussenevaluatie 3.2 Voorburg Noord

9/3/26

32

Herinrichten Voorburg-Noord noord Kaart herinrichting: gebied binnen de rode stippellijn

Niveau van participatie

In het project herinrichten Voorburg-Noord noord is er een participatietraject gedaan voor het opzetten van het Dromenboek. Dit proces bestond uit straatgesprekken, bijeenkomsten en een enquête en vond plaats voor het ACTIEkader was uitgewerkt. In het Dromenboek zijn wel factoren opgenomen zoals: hoe inwoners zijn benaderd, hoeveel deelnemers het Dromenlab heeft gehad, hoeveel respondenten er waren op de enquête en hoeveel views de oproepen voor het Dromenlab hebben gehad op social media. ​

Tijdens het opzetten van het Dromenboek (gepresenteerd in februari 2025) is er ook in de buurt een kentekenonderzoek gedaan. Vervolgens zijn deze onderzoeken in de Buurtvisie verder uitgewerkt. In deze visie staan de kaders en uitgangspunten voor een toekomstbestendige inrichting. De belangrijkste punten die in de Buurtvisie zijn benoemd die in het ontwerp terug moeten komen zijn vergroening, wandel- en fietsvriendelijke straten, parkeren, speel-, ontmoetings- en beweegplekken en een veilige, overzichtelijke en obstakelvrije inrichting.

In het ontwerpproces worden bewoners betrokken deze fase gaat begin 2026 van start. Het ontwerp wordt gemaakt op basis van de Buurtvisie. In deze fase worden ook de reacties op de buurtvisie en de straatexperimenten meegenomen.​ In juni is een informatieavond georganiseerd om de Buurtvisie te presenteren en een aankondiging te doen over de straatexperimenten. Alle bewoners waren uitgenodigd voor deze informatieavond. De terugkoppeling van de Buurtvisie werd gepresenteerd door middel van een presentatie en de aanwezigen konden vragen stellen en hun mening geven. Bij deze bijeenkomst is door middel van een enquête (gebaseerd op het​ ACTIEkader) aan de aanwezigen gevraagd om deze avond te beoordelen. Onderstaand zijn de conclusies op hoofdlijnen te lezen. Het evaluatierapport geeft gedetailleerdere informatie.

3. Resultaten

tussenevaluatie 3.3 Parkeerregulering The Mall

9/3/26

35

Parkeerregulering The Mall In de startnotitie voor de participatie voor het tegengaan van parkeeroverlast rondom The Mall is opgenomen dat er in fase 2 een raadpleging over parkeermaatregelen zou plaatsvin-den. Voorafgaand aan de besluitvorming (fase 3) over beleidsregels, verkeers-/aanwijzingsbesluit. De gekozen vorm van de participatie daarvoor was de ‘Participatieve Waarde Evaluatie methode’ (PWE); een online raadpleging in de 8 deelgebieden rondom de Mall. Daarmee zouden enerzijds de deelnemers worden meegenomen in de bestuurlijke afwegingen die moeten worden gemaakt voor een zorgvuldige besluitvorming. Inzicht geven aan welke doelstellingen parkeerregulering een bijdrage levert is daarbij nodig. Anderzijds zou deze methode de gemeente meer inzicht geven in de afwegingen en motieven die inwoners, bedrijven en instellingen hanteren bij het maken van hun keuzes of het uitspreken van hun voorkeuren. De essentie van PWE is inwoners een keuze van de gemeente te laten doorleven door het zo goed mogelijk nabootsen van de keuzesituatie. Dit gebeurt door inwoners een overzicht te geven van de gevolgen van de beleidsopties en de relevante beperkingen. Vervolgens geven inwoners hun mening en daarbij hun onderbouwing.

Dit levert een scherp(er) beeld op van hun voorkeuren/ gemeenschappelijke waarden/hoe waarden moeten worden vertaald in beleid/welke zorgen er achter eventuele weerstand zitten. De uitkomsten van een PWE kan het college als wegingsfactor meenemen in de besluitvorming om zijn keuze. Qua inwoners zou het gaan om circa 5.000 huishoudens in de deelgebieden rondom de Mall, die zijn verdeeld in 8 deelgebieden. Niet-inwoners zijn bijv. sportparken, scholen, buurthuizen, buurtwinkels, religieuze instellingen of een ziekenhuis.

Onderdeel van de PWE was dat o.a. de klankbordgroep mee zou kunnen bepalen welke elementen in de PWE raadpleging zouden worden opgenomen. Uiteindelijk is besloten om niet een (volwaardige) PWE te doen, maar een draagvlakmeting. Draagvlakmetingen geven vooral inzicht geven in steun en voorkeuren. Een draagvlakmeting geeft een lage participatiedruk. Het geeft geen/beperktere inzichten in waarden, motivaties en acceptatievoorwaarden. Er heeft dan ook geen volwaardige PWE plaatsgevonden, het ACTIE-kader als evaluatiemethode is hierin dan ook niet (in zijn geheel) toegepast. In de draagvlakmeting is aan de deelnemers gevraagd de raadpleging te waarderen als participatievorm. Juist het uiteindelijk niet inzetten van het instrument van de (volwaardige) PWE geeft ook waardevolle informatie voor een evaluatie. Deze evaluatie is nog niet afgerond. Interviews met externe stakeholders / de topic-list met de projectleider/overige nauw betrokken medewerkers kunnen waardevolle informatie geven om de toepassing van de PWE, in de context van the Mall verder te evalueren. Dit proces loopt nog.

3. Resultaten

tussenevaluatie 3.4 Uitdaagrecht / kleine ruimtelijke initiatieven

9/3/26

38

Uitdaagrecht/kleine ruimtelijke initiatieven Het uitdaagrecht is een nieuw instrument dat is opgenomen in de Participatieverordening 2023 van Leidschendam-Voorburg (artikel 9). Inwoners en maatschappelijke organisaties kunnen een voorstel doen om taken van de gemeente over te nemen. De gemeente staat hiervoor open wanneer de indieners kunnen aantonen hoe zij de taak beter, slimmer, goedkoper en/of met meer draagvlak kunnen uitvoeren. Ook de reactie op een ‘Uitdaging’ is altijd maatwerk Het uitdaagrecht-initiatief moet worden ingediend bij het college. Per initiatief zal zij hierin een afweging maken. De vraag of er sprake is van sociaal ondernemerschap zal door het bestuursorgaan worden meegewogen in de afweging. Het uitdaagrecht is in het kader van het Experimenteer-programma een specifiek onderdeel, dit gaat namelijk over overheidsparticipatie (de overheid neemt deel aan een initiatief van een derde) in tegenstelling tot de andere experimenten die allemaal inwonersparticipatie betreffen. In 2025 is het 1e uitdaagrecht binnen de gemeente een feit. Door WGNL is er een uitdaagrecht-initiatief ingediend bij het college. Het betreft het initiatief voor het overnemen van het knotwilgbeheer in polder Essesteijn. Het college heeft ingestemd met het initiatief. De afspraken en voorwaarden zijn vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst. Dit is een voorbeeld over hoe inwoners/

maatschappelijke organisaties soms graag zelf invulling willen geven aan hun leefomgeving. Voor de gemeente is het een voorbeeld van hoe zij meer, vaker en beter kan samenwerken met haar inwoners. Om ook te leren van andere gemeenten is deelgenomen aan sessies die werden georganiseerd over het uitdaagrecht. Deelnemers waren afkomstig uit diverse gemeenten, VNG, LSA (Landelijk Samenwerkingsverband Actieve bewoners) en inwonersinitiatieven. Trainees hebben een onderzoek gedaan om inzicht te krijgen naar de ervaringen van gemeenten, inwoners initiatieven en het rijk, hoe het uitdaagrecht in de praktijk werkt, wat de kansen én de uitdagingen zijn en hoe het uitdaagrecht meer kan zijn dan ‘slechts een vinkje in de participatieverordening’. Succesfactoren die uit dit onderzoek naar voren kwamen: • • • •

cultuur & houding (bijv. lef & flexibiliteit en een open/betrokken houding), organisatie en processen (bijv. participatie verankeren, duidelijke aanspreekpunten, heldere afspraken en voorwaarden), middelen en ondersteuning (bijv. beschikbaar budget, maatwerk per initiatief, netwerken benutten), communicatie en zichtbaarheid (bijv. ruimte voor ideeën, eigenaarschap bij inwoners, samenwerking en afstemming (gelijkwaardig samenwerken).

Binnen de gemeente was het voor deze eerste keer zoeken en puzzelen om dit eerste uitdaagrecht vorm te geven. Vanuit het Experimenteerprogramma wordt gewerkt om dit verder vorm te geven en te faciliteren. De opgedane ervaringen vanuit gemeente en initiatiefnemer en de succesfactoren uit het bovengenoemde onderzoek worden daarin meegenomen. Een ‘klantreis’ geeft de stappen en interacties die een initiatiefnemer doorloopt binnen de gemeente voor een uitdaagrecht-initiatief. Ook wordt gewerkt aan de in/externe communicatie hierover. Ten aanzien van het Initiatievenproces (kleine ruimtelijke initiatieven); dit is in 2025 geëvalueerd door middel van een onderzoek. De aanbevelingen uit dit onderzoek worden momenteel uitgewerkt/uitgevoerd. In 2026 wordt dit proces verder uitgelicht qua uitvoering van de processen rondom kleine ruimtelijke initiatieven. Daarmee is ruimte gegeven om de uitwerking van de aanbevelingen te kunnen implementeren en vervolgens de evaluatie volgens het ACTIE-kader te kunnen opzetten.

3. Resultaten

tussenevaluatie 3.5 Wijkveiligheidsscans

9/3/26

41

Wijkveiligheidsscans Er zijn een 2-tal bijeenkomsten georganiseerd voor het informeren van de genodigden van de wijkveiligheidsscans. Dit is een vorm van gebiedsgericht werken op het vlak van leefbaarheid en veiligheid.

Niveau van participatie

De wijkveiligheidsscan geeft een basis voor een ‘data-gedreven’ aanpak. En is tegelijkertijd een middel voor inspraak; door het delen van de informatie en het met elkaar in gesprek gaan per thema. Door een begeleidende werkvorm wordt het echte gesprek gevoerd; hoe wordt dit beleeft, wat speelt er bij de inwoners, wat kunnen de inwoners er mogelijk zelf aan doen, welke initiatieven lopen er al. Waarvoor hebben de bewoners andere partijen nodig (waaronder de gemeente). Met deze input wordt toegewerkt naar een integraal actieplan in nauwe samenwerking met de interne, externe ketenpartners en buurtbewoners.

Bij de 2e bijeenkomst voor de Wijkveiligheidsscan is door middel van de enquête (gebaseerd op het ACTIE-kader) aan de aanwezigen gevraagd om de bijeenkomst te beoordelen. Onderstaand zijn de conclusies op hoofdlijnen te zien. De 1e bijeenkomst was al georganiseerd voordat het ACTIE-kader was uitgewerkt. In deelbijeenkomsten met buurtbewoners die verder willen mee denken en werken wordt een actieplan opgesteld. Er vloeien concrete acties voort die met vrijwilligers en partners worden besproken en gerealiseerd ter bevordering van leefbaarheid en veiligheid. Er volgen meerdere bijeenkomsten in het kader van de Wijkveiligheidsscans. Om zo per wijk samen met de bewoners te werken aan een sociale en veilige wijk.

3. Resultaten

tussenevaluatie 3.6 Jongerenparticipatie

9/3/26

44

Jongerenparticipatie - Tienskipdagen

Niveau van participatie

Op 19 december 2024 en 11 november 2025 zijn er 2 ‘Tienskipdagen’ georganiseerd in de gemeente (in Leidschendam respectievelijk Voorburg). In deze projectdagen konden jongeren (MBO/VO), na een eerder gevolgd lesprogramma op school, hun ideeën uitwerken voor vraagstukken die zij zien in hun eigen leefomgeving. Ze maken een ‘democratisch paspoort’ op basis waarvan zij op thema worden ingedeeld in groepen. Op de projectdag proberen ze gezamenlijk, door middel van brainstormsessies, een concrete oplossing te bedenken voor deze problemen. Dit doen zij onder begeleiding van een groepsbegeleider. De projectdag wordt afgesloten met ‘de markt van ideeën’ waar de jongeren hun ideeën en oplossingen presenteren. Met een stemronde worden het beste idee gekozen. Jongeren die verder willen met de verdere uitwerking van hun idee worden door de Tienskiporganisatie daarbij ondersteund.

De uitkomsten van de 1e sessie zijn globaal ook via het ACTIE-kader geëvalueerd (in een iets andere vorm/vraagstelling). De uitkomsten staan linksonder. De uitkomsten van de 2e sessie (2025) zijn geëvalueerd via het ACTIE-kader; deze staan rechtsonder. Bij de evaluatie wordt ook bekeken in hoeverre de geleerde lessen uit de evaluatie van de Tienskipdagen bij de uitwerking van de motie voor het oprichten van een Jongerenadviesraad kunnen worden betrokken.

3. Resultaten tussenevaluatie 3.7 Resultaten interviews

9/3/26

47

Interviews Externen en College • Externen • Commissie Vlietwensen, de BKC en de Adviesraden zijn beperkt betrokken bij de participatieprocessen binnen de 6 projecten. • Zij geven aan graag mee te denken over vernieuwende vormen van participatie die kunnen worden onderzocht in het experimenteerprogramma. • Een experiment/experimenteervorm zou ook aangedragen moeten kunnen worden door inwoners e.a., besluitvorming hierover is aan het college. • College • Het college ziet veel potentie in het betrekken van jongeren bij de gemeentelijke processen in de vorm van een jongerenadviesraad. • Daarnaast zijn ideeën en wensen aangedragen voor toekomstige experimenten. In afweging met de doorloop en afronding van de huidige experimenten kan besloten worden een nieuwe experiment/experimenteervorm toe te voegen aan het programma tijdens de looptijd, danwel na de eerste experimenteerperiode. 48

Diepte interview projectleiders Met een aantal projectleiders zijn nog verdiepende interviews gehouden. Daarin is specifiek aandacht besteed aan de elementen uit het ACTIE-kader. Gekozen is voor het begeleiden van de vragen met een werkvorm die gericht was op reflectie ten aanzien van de reeds doorlopen en/of lopende participatieprocessen. Het ‘in de schoenen gaan staan’ van de participanten in het ‘eigen participatieproces’ creëert een stukje extra bewustzijn vanuit de elementen van het ACTIE-kader.

Diepte interview projectleiders

4. Conclusie

Belang van evalueren •

De evaluatie van de Participatieverordening en het Experimenteerprogramma laten zien hoe belangrijk evaluatie is én scheidt proces van inhoud. Evalueren op het proces wordt niet altijd gedaan, maar levert duidelijk toegevoegde waarde. Blijven evalueren op proces en inhoud levert meer inzicht op over de participatietrajecten en draagt bij aan het leren en ontwikkelen van participatie in de projecten/opgaven en in de organisatie.

• •

Proces

P a

r

r

e

t

s

i

u

c i

l

p

t

a

a

t i e

Inhoud

Inhoud

Inhoud

a

t

Participatieverordening

Experimente erprogramma participatie

Wat moet erbij?

Wat moet eruit?

5. Advies

Advies •

Het college staat open om experimenten toe te voegen aan het Experimenteerprogramma. Het moet dan gaan om een specifiek(e) project/opgave waarin een nieuw experiment kan worden uitgevoerd met een vernieuwende vorm van participatie.

•

De uitwerking van de motie voor het onderzoeken van de mogelijkheid om een Jongerenadviesraad op te richten kan dienen als opvolging van de projectdagen voor jongeren onder leiding van Tienskip.

•

Het ACTIE-kader kan breder worden ingezet als evaluatiemethode. Ook op doorlopende participatie met bewoners kan dit als evaluatie-instrument worden meegenomen.

•

Het experimenteren en evalueren van participatie draagt bij aan kennisontwikkeling en -deling in de organisatie. Waardoor de ‘lessons learned’ benut kunnen worden in volgende participatietrajecten en ook in een lopend participatietraject tussentijds bijgestuurd kan worden. Participatie blijft maatwerk, inzetten van specifieke participatie-instrumenten moet zorgvuldig worden afgewogen. Met het experimenteren wordt ook een basis gelegd om te proberen, te oefenen en te reflecteren, uiteraard binnen zorgvuldig vormgegeven kaders. Het bewustzijn van onderscheid in inzet van instrumenten en het bewust bereiken van doelgroepen behoort daar ook toe. Dit inzichtelijk maken en met elkaar te delen geeft een goede basis om te durven experimenteren. Hiermee kan verder invulling worden gegeven aan het iteratief werken en leren.

55

Doorwerking Experimenteerprogramma in de organisatie Leren & Ontwikkelen Van uitvoering van participatie naar leren en ontwikkelen vanuit het Experimenteerprogramma 2027

Evaluatie toegepaste op participatievormen (Actiekader / 6 projecten)

Visie: ‘Participatie 2.0’ In L-V doen we dat zo! Op te stellen in overleg met in- en externe organisaties Samen met interne organisatie oefenen en leren door de Participatie 2.0 toe te passen in verschillende projecten.

Eindevaluatie 2027 leidende tot ‘Participatie 2.0’ In L-V doen we dat zo!

Op weg naar participatie 2.0 “Zo doen we dat in LV!’’

57

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leidschendam&id=10077294-d1b9-478b-81d2-172d340e995d