LER Commissie Omgeving 30 januari 2024
Tekst van het document
Aan de leden van de Commissie Omgeving van de gemeenteraad LV Geachte commissieleden, In uw vergadering d.d. 30 januari 2024 wordt de raadsbrief ‘Wensen en bedenkingen college over burgerinitiatief verplichte Leefbaarheidseffectrapportage’ (hierna te noemen de LER) besproken. Deze brief is de zienswijze van het College op het burgerinitiatief van de BurgerKrachtCentrale om bij ruimtelijke projecten een verplichting voor een LER in te voeren. De zienswijze van het College is het antwoord op een door de raad gestelde vraag. Graag willen wij over het vraagstuk van een al dan niet verplichte LER een aantal overwegingen met u delen ter voorbereiding op een door uw fractie in te nemen standpunt. Vanwege het lange tijdsverloop tussen de indiening van het initiatief en de eerste bespreking geven wij in bijlage 1 een overzicht van de feiten. Zienswijze van het College De BKC spreekt haar waardering uit voor de grondigheid en uitgebreidheid van de zienswijze van het College. De BKC acht het niet zinvol om op alle argumenten afzonderlijk in te gaan. LER als participatieinstrument De BKC heeft in maart 2022 het initiatief ingediend omdat zij een meerwaarde ziet in het gebruik van een leefbaarheidseffectrapportage. Het is, zo blijkt ook uit de door het College genoemde rapporten en voorbeelden, een zinvol participatie-instrument.
Het draagt, mits gebruik wordt gemaakt van objectieve, gevalideerde en actuele data bij aan een objectivering van de discussie in plaats van een discussie gebaseerd op emoties. Door het gebruik van het instrument wordt ook voor bewoners op een objectieve manier duidelijk wat de impact is van een ruimtelijk project in hun omgeving. Terecht stelt het College dat het instrument niet in alle opzichten perfect is. Het aangehaalde rapport echter dateert uit 2019 en is door aanpassingen van de LER niet meer actueel. LER niet per definitie van bedrijf StrateGis Wat ook opvalt in de zienswijze van het College is dat zij zich volledig richt op het door StrateGis ontwikkelde softwarepakket. Wellicht hebben wij daar als BKC zelf aan bijgedragen, maar dat is niet onze intentie. Uit de brief van het College wordt duidelijk dat er meer instrumenten zijn om de leefbaarheid op een objectieve manier in kaart te brengen. Dat is goed nieuws! Het gaat de BKC namelijk niet om de door StrateGis ontwikkelde LER, maar om een instrument an sich waarmee voor alle betrokken partijen op een inzichtelijke en geobjectiveerde manier helder wordt gemaakt wat de effecten van een ruimtelijk project op de leefbaarheid zijn. Welk instrument dat is, is wat de BKC betreft een volgende vraag.
LER en te gebruiken data Wél van belang voor de BKC is, dat voor alle betrokken partijen duidelijk is welke data worden gebruikt. Daarom heeft de BKC in haar initiatief voorgesteld een leefbaarheidseffectrapportage uit te laten voeren onder de regie van een tripartite commissie waarin gemeente, de betrokken projectontwikkelaar en vertegenwoordiger van het betrokken project zitting hebben en waarin zij het eens worden over de te gebruiken data. LER en kleinschalige projecten Het College merkt naar ons oordeel terecht op dat het waarschijnlijk niet zinvol is een LER in te zetten bij kleinschalige projecten. Dan rest alleen de vraag hoe er inzage verkregen wordt
in de effecten op de leefbaarheid van alle kleinschalige projecten tezamen. Een antwoord op deze vraag is in onze ogen nodig om een verantwoord besluit te nemen over in welke gevallen een verplichting moet gelden. LER en woningbouwopgave Het College geeft voorts aan te vrezen voor het vertragende effect van een LER en wijst daarbij op de woningbouwopgave. De BKC zet vraagtekens bij dat argument, het College of liever gezegd de gemeente is inderdaad verantwoordelijk voor de woningbouwopgave, maar is óók verantwoordelijk voor het welzijn van de inwoners van Leidschendam-Voorburg en voor een leefbare omgeving voor haar (toekomstige) inwoners. Tussen die twee belangen moet een evenwicht worden gevonden. Het tijdig inzetten van een LER of vergelijkbaar instrument kan helpen dat evenwicht te vinden door een objectivering van de discussie tussen de betrokken partijen. De verwachting is dat het inzetten van een LER de draagkracht voor bouwprojecten en het vertrouwen in de gemeente en projectontwikkelaars zal vergroten. Tot slot, in de praktijk is gebleken dat de geïnvesteerde tijd en inzet aan het begin van een project opweegt tegen gedoe later in het proces. Advies De raadsbrief van het College en onze overwegingen maken naar ons oordeel helder dat een antwoord op de vraag hoe je het beste de leefbaarheid in kaart kan brengen niet zo eenvoudig is.
Wij willen uw Commissie twee voorstellen doen: 1) Laat de raad in deze fase het besluit nemen dat een LER een zinvol (participatie) instrument is om leefbaarheidseffecten in kaart te brengen 2) Laat de Raad een gemengde werkgroep in het leven roepen om te kijken welk instrument het meest geschikt is om het leefbaarheidseffect in kaart te brengen en in welke gevallen. De werkgroep zou naar ons oordeel kunnen bestaan uit ambtenaren en raads- en of commissieleden en inwoners, ook leden van de BKC zouden daar graag zitting in nemen. Vanzelfsprekend zijn wij bereid het gestelde in deze brief verder toe te lichten. Met vriendelijke groet, Namens de BurgerKrachtCentrale Marion Langendonk 0621392550 marion@burgerkrachtcentrale.nl
Januari 2024
Bijlage 1 Overzicht ingediende Burgerinitiatief LER Omdat er lange tijd verstreken is tussen de indiening van het burgerinitiatief in maart 2022 en de eerste bespreking in januari 2024, hierbij een overzicht van wat er voorafging. -
-
-
-
De BurgerKrachtCentrale (hierna te noemen de BKC) heeft in maart 2022 op grond van de verordening op het burgerinitiatief, een burgerinitiatief ingediend om bij ruimtelijke projecten binnen onze gemeente het maken van een leefbaarheidseffectrapportage verplicht te stellen. Het burgerinitiatief is door de raad ontvankelijk verklaard. De BKC heeft op 19 april 2022 op uitnodiging van de gemeenteraad haar initiatief toegelicht. De toen aanwezige raadsleden reageerden enthousiast op het instrument en spraken de wens uit in een volgende bijeenkomst dieper op het onderwerp in te gaan. De raad heeft op 10 mei 2022 het College om een zienswijze op dit burgerinitiatief gevraagd met het verzoek om een reactie binnen 30 dagen. Het College heeft zijn zienswijze op 19 december 2023 kenbaar gemaakt. Het presidium heeft vervolgens besloten de raadsbrief te agenderen voor deze vergadering van uw commissie. Het presidium heeft besloten geen beeldvorming te organiseren. Dit laatste is opmerkelijk omdat de raad zelf in de eerder genoemde brief van 10 mei 2022 had aangegeven een beeldvorming te willen organiseren na de ontvangst van de zienswijze om aldus dieper op het instrument van de LER in te kunnen gaan. Deze beeldvorming is zoals uit dit overzicht blijkt nog niet geweest.