Initiatiefvoorstel wijkontwikkeling 3715
Tekst van het document
Datum: 8 December 2023 Indiener: R. van Duffelen (CDA) Onderwerp: Initiatiefvoorstel pilots wijkontwikkeling
Gevraagd raadsbesluit De raad besluit om: 1. Het college opdracht te geven om voor twee wijken een vierjarige pilot te starten voor wijkontwikkeling, waarbij: a. Per wijk het oprichten van een inwonersplatform wordt gestimuleerd en ondersteund; b. Gemeente en inwonersplatform per wijk een wijkagenda opstellen voor het verbeteren van de sociale cohesie en leefbaarheid van de wijk; c. Een jaarlijks wijkbudget ter beschikking wordt gesteld op basis van 25 euro per woning, 2. Hiervoor gedurende de pilotperiode van 4 jaar een budget van 757.000 euro uit de reserve vrij besteedbaar ter beschikking te stellen, waarbij het college ook onderzoekt of er gebruik gemaakt kan worden van subsidies van het Rijk, Provincie of andere instanties. 3. Een plan van aanpak voor de gehele pilot voor te leggen aan de gemeenteraad, inclusief een evaluatieaanpak en voorstel voor het tussentijds informeren van de gemeenteraad over de voortgang.
Waarom wordt de raad dit besluit voorgelegd? Op grond van art 147a lid 1 van de gemeentewet kan de raad een inhoudelijk voorstel doen ter behandeling in de raad. Met dit voorstel maakt de fractie CDA gebruik van deze bevoegdheid. Aan welk doel (van de doelenboom in de begroting) draagt het voorstel bij? De gemeente is er voor inwoners, ondernemers en organisaties Welke argumenten zijn er voor de raad om het besluit te nemen? Algemeen kader In de gemeente Leidschendam-Voorburg praten we al langere tijd over participatie op wijkniveau. De gemeente heeft in voorgaande jaren veel ambities uitgesproken over burgerparticipatie en ook in het coalitieakkoord neemt burgerparticipatie een prominente positie in. Daarnaast is recentelijk de participatieverordening vastgesteld door de Raad. Dit initiatiefvoorstel heeft tot doel om verder te bouwen binnen dit thema op een voor de gemeente gedeeltelijk nieuwe manier. De gemeente Leidschendam-Voorburg heeft een onvoldoende solide wijkinfrastructuur door een gebrekkige sociale cohesie binnen wijken waarbij inwoners het gevoel hebben elkaar niet te kennen en er niet voor elkaar te zijn. Op de ranglijst van beste gemeenten in EW-magazine van juni 2023 scoort onze gemeente een lage 222ste plaats als het gaat om sociale cohesie. Dit blijkt ook uit de wijkatlas 2021: samenhorigheid in wijken en sociale cohesie is laag. De score is immers een 6,2.
In onze gemeente heeft slechts 60% van de inwoners het idee dat buurtgenoten altijd voor ze klaar staan. Slechts 40% lijkt zich te herkennen in de stelling dat ze in een prettige buurt wonen met veel saamhorigheid. Maar liefst 60% is het er mee eens dat inwoners elkaar niet kennen. Ook blijkt uit de database van de gemeente dat er nauwelijks verandering in deze cijfers zit. Huidig beleid zorgt er niet voor dat inwoners elkaar meer tegenkomen en de sociale cohesie versterkt wordt. Het is daarom noodzakelijk om nieuwe oplossingen te zoeken om een impuls te geven tot sociale cohesie en wijk-/buurtvorming te bevorderen. Dit voorstel dient daartoe.
Voorstel op hoofdlijnen Het voorstel is om als pilot in twee wijken een inwonersplatform te realiseren dat inwoners, maatschappelijke organisaties en ondernemers samenbrengt, dat als aanspreekpunt voor de wijk en de gemeente fungeert om initiatieven van bewoners die de leefbaarheid van de wijk vergroten te beoordelen en te financieren vanuit een door de gemeente beschikbaar gesteld wijkbudget. Dit voorstel kent een viertal kernelementen. Hieronder zullen die kernelementen worden toegelicht. In het kort zijn dit: 1. In twee pilotwijken een wijkagenda formuleren 2. In die twee wijken een inwonersplatform oprichten 3. In die twee wijken een wijkbudget op te zetten 4. Een nieuwe rol van de gemeente met focus op integrale beleidsambities Kernelementen 1 t/m 3 zullen volledig uitgewerkt worden als losse onderdelen onder paragraaf 2. Bij de uitwerking van deze drie kernelementen zal telkens ook het vierde kernelement aan bod komen: een nieuwe rol van de gemeente in deze pilotwijken. De kern van deze nieuwe rol is dat met een wijkagenda de gemeente op een integrale manier naar beleid kan kijken in de wijk. Het biedt een kans aan de gemeente om bij verschillende vraagstukken te kijken naar hoe die zich verhouden tot andere onderwerpen en de ambities in de wijkagenda.
Het vraagt van de gemeente om onderwerp overstijgend te kijken: de wijkagenda’s zullen dit immers, zoals hieronder zal blijken, ook zijn. Dit sluit aan bij het advies van Urban Villagers in het rapport “Beter samenwerken met Bewoners” dat de gemeente in 2018 ontving. In het rapport geeft Urban Villagers de gemeente het advies meer integraal te gaan werken binnen beleid. Dit is dan ook het vierde kernelement van dit initiatief, een cultuurverandering: van beleidseilanden naar integrale samenwerking, georganiseerd rondom het anker van een wijk. Hieronder volgt de uitwerking van de andere drie pilaren.
Besluit A: Pilots Wijkagenda’s Er wordt al veel geëxperimenteerd met wijkagenda’s. Zo heeft de gemeente Den Haag al voor veel wijken een wijkagenda, zoals bijvoorbeeld voor Duindorp3, opgesteld. De gemeente Maastricht is momenteel bezig met een wijkaanpak. Dit voorstel komt deels overeen met de uitvoering in Den Haag bij het opstellen van wijkagenda's. De gemeente Den Haag benoemt in haar eigen reflectie op hun wijkaanpak dat de wijkagenda’s en het proces eromheen positief zijn. De wijkagenda's worden gedragen door de samenleving. De evaluatie benoemt verder dat het direct betrekken van stakeholders het duiden van cijfers over de wijk uit de wijkatlas verbetert en daarbij bestaande kennis uitbreidt. In onze gemeente zou dit bijvoorbeeld kunnen bijdragen aan het verduidelijken van de vitaliteitsprofielen bij de gemeenteatlas. Wijkagenda’s kunnen verder de informatiepositie over de wijk voor bewoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties verbeteren. Een duidelijke agenda op het gebied van voorzieningen, veiligheid, meedoen, zorg en wonen in wijken biedt een nieuw integraal handvat om wijken in de gemeente leefbaarder te maken. Het geeft bewoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties duidelijkheid in de ontwikkelrichting van de wijk gedurende een vaste periode en geeft ruimte voor inzicht in de rol die ze kunnen spelen in die ontwikkeling.
Ook geeft het de gemeente inzicht binnen de verschillende beleidsterreinen, welke wensen en behoeftes er in grote lijnen in de wijken leven en stelt het de gemeente in staat responsief en integraal beleid te maken dat er op gericht is de wensen van inwoners beter na te komen. En inwoners kunnen bij het opstellen van de wijkagenda’s zelf kiezen welke indicatoren zij belangrijk vinden voor hun wijk en waar ze verbeteringen willen zien in hun wijk. Hier wordt dus aan de rol van de responsieve overheid, zoals geformuleerd in de Participatie Leidraad, voldaan. En doordat de gemeente dit samen met de wijk opstelt, komt er een intensieve co-creatie tot stand waardoor de rol van samenwerkende gemeente zich voordoet. De wijkagenda berust dan ook op informeren, ondersteunen en samenspel tussen gemeente en inwoners. Het draagt hiermee uiteindelijk bij aan een versterkte band met inwoners zelf en kan vertrouwen scheppen bij inwoners. Dit draagt bij aan de door de Raad vaak uitgesproken wens om het vertrouwen terug te winnen van haar inwoners. Secundair kunnen de wijkagenda’s eigenaarschap realiseren binnen de gemeenschappen in de wijken doordat er een gezamenlijke agenda bestaat, die door de wijk zelf wordt opgesteld. Rekening houdend ook met de inwonersplatforms en de wijkbudgetten wordt nog meer ruimte gecreëerd voor eigenaarschap.
Uitvoering Na de vorming van de wijkagenda’s komt het aan op de uitvoering. Hierop rusten voor de gemeente twee verantwoordelijkheden. De eerste verantwoordelijkheid is een betere ondersteunende rol bij lokale initiatieven van bewoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties. De wijkagenda in combinatie met het wijkbudget biedt inwoners immers een duidelijk kader voor verbeteringen in de wijk. Door de wijk van de juiste ondersteuning te voorzien kan de agenda een grote impuls zijn om gezamenlijk de doelen in de agenda te behalen. Dit draagt weer bij aan de ambities van de gemeente over overheidsparticipatie in de participatieverordening. De andere verantwoordelijkheid van de gemeente bij het uitvoeren van de wijkagenda's is de inzet op wijkgerichter werken. Hiermee kan dit ook een aanzet zijn voor de gemeente om meer integraal te werken. De meerwaarde van zulke verbindingen werd door Movisie, Landelijk Kennisinstituut voor samenhangende aanpak sociale vraagstukken, uitgelegd: “Je kunt de klant beter helpen als er sprake is van een samenhangende aanpak waarbij aandacht is voor alle problemen van de klant, de samenhang daartussen en waarbij de behoeften van de klant leidend zijn.
Op organisatorisch vlak kun je ervoor zorgen dat bureaucratische verkokering wordt tegengegaan en dat instellingen, hulpverleners en overheden met elkaar samenwerken in plaats van langs elkaar heen. Doel daarvan is dat klanten beter geholpen worden. De verwachting is dat integraal werken de dienstverlening op de lange termijn niet alleen effectiever, maar ook goedkoper maakt.”. De wijkagenda’s zouden als springplank voor meer integraal beleid binnen de gemeente kunnen gelden, een secundair maar niet onbelangrijk voordeel van dit voorstel. Ook de rol en positie van de gebiedsregisseurs binnen het ambtelijk apparaat zal hiermee versterkt worden. Daarnaast versterkt de gemeente zichtzelf als aanjager van sociale cohesie door een stimulans te zijn in de vorming van de inwonersplatforms en het zichtbaar vormgeven van de wijkagenda’s. Vanzelfsprekend zal een toegankelijk digitale omgeving nodig zijn voor alle informatie rondom de inwonersplatforms, wijkagenda’s, wijkbudgetten en de activiteiten en initiatieven die daaruit voort komen.
Besluit B: Wijkbudget Een wijkbudget kan op meerdere manieren ingevuld worden, maar in de basis is het een bepaalde hoeveelheid geld dat vooraf beschikbaar gesteld wordt voor inwoners in een specifieke wijk waarover zij zelf beslissen bij het uitgeven. Uit evaluatie van wijkbudgetten in de gemeente Enschede komt duidelijk naar voren dat wijkbudgetten actief werden gebruikt en zeker bijdragen leverden aan de gestelde doelen5. Specifiek werd het budget daar door inwoners overmatig ingezet om sociale samenhang en leefbaarheid te bevorderen. Dit effect is in onze gemeente zeer wenselijk gezien de lagere scoren op sociale cohesie. Ook kan het mensen die normaal niet meedoen in bestuurlijke processen juist weer mee laten doen7. Ook kan een wijkbudget bijdragen aan betere uitvoeringspraktijken door samenwerking tussen inwoners en beleidsmakers op een flexibele manier8. Het biedt kansen duurzame wijkontwikkeling, waar nodig9 , te realiseren. Uit de aanpak van andere gemeenten blijkt dat de hoogte van het budget op verschillende manieren kan worden vastgesteld: van een eenvoudig vast bedrag per woning tot complexe berekeningen waarin rekening gehouden wordt met factoren zoals het voorzieningenniveau, of de mate van diversiteit van de wijkbewoners.
Omdat dit voorstel een pilot betreft, is het voorstel om eenvoudig te beginnen en gedurende de uitvoering te monitoren of ook andere factoren in ogenschouw genomen moeten worden voor het bepalen van de hoogte van het wijkbudget. Het bedrag per woning dient te leiden tot een relevant budget waaruit voldoende initiatieven betaald kunnen worden, maar ook van een dusdanig omvang dat een keuzeproces door de wijkbewoners doorlopen dient te worden. Samen keuzes maken is hiermee een aspect van het bevorderen van de sociale cohesie. Daarom is het voorstel om een bedrag van 25 euro per woning te hanteren, wat neerkomt op gemiddeld (37.000 woningen gedeeld door 13 wijken) circa 70.000 euro per wijk. Op gemeentelijk niveau wordt budget beschikbaar gesteld voor Maatschappelijk Verantwoord Verenigen (circa 80.000 euro) en Vlietwensen (circa 90.000 euro) voor wijkactiviteiten. Dit voorstel onderscheidt zich hiervan door de koppeling die gelegd wordt tussen budget, agenda en inwonersplatform. Ook onderscheidt dit voorstel zich doordat de wijkbudgetten een wijkgerichte meerjarige investering zijn. Het is aan het college om te bepalen hoe deze verschillende aanpakken zich tot elkaar verhouden. Lokale context binnen het voorstel Binnen dit plan dient het wijkbudget als een facilitator in de uitvoering van de wijkagenda’s door inwoners zelf.
Het is een stimulans om bewoners, ondernemers en organisaties te stimuleren betrokken te raken in hun wijk en samen te werken aan de versterking van de wijkinfrastructuur en verbetering van de wijk in het algemeen. Daarom wordt duidelijk een koppeling gelegd tussen de wijkagenda en het wijkbudget. Het gaat er specifiek om dat inwoners het budget inzetten op een manier die de ambities van de wijkagenda tegemoet komt. Afhankelijk van welke prioriteiten inwoners in de wijkagenda’s stellen, kan het wijkbudget een versterking bieden voor bijvoorbeeld sociale cohesie, de leefbaarheid, de groenvoorziening of recreatiekansen. Daarnaast is het zeer kansrijk dat het invoeren van de
wijkbudgetten participatie verhoogt en daarmee publiek vertrouwen en legitimiteit zal verhogen in het gemeentelijk bestuur. Besluit C: Inwonersplatform Door een inwonersplatform op te richten in de wijk waar de pilot wordt uitgevoerd kan er in die wijk een extra impuls komen voor wijkcohesie. Inwonersplatforms zullen faciliteren in het samenbrengen van inwoners en zullen openstaan voor alle inwoners. Voor de gemeente kan het inwonersplatform gelden als een algemeen aanspreekpunt voor de wijk. Het inwonersplatform heeft als hoofddoel om de inwoners van de wijk uit te nodigen om te komen met initiatieven, het keuzeproces te organiseren, en, waar dat kan, in de realisatie van de wijkagenda. Hierbij moet de gemeente beoordelen of er in de pilotwijk al soortgelijke initiatieven zijn die betrokken kunnen worden bij het vormen van een inwonersplatform. De vorming van een levendig en representatief netwerk van inwoners staat hier voorop. Uitvoering wijkagenda Door inwoners te laten samenwerken in een inwonersplatform kan het inwonersplatform een belangrijke schakel zijn bij het vormen, het dragen en het uitvoeren van de agenda. Het platform moet dan eigenaarschap tonen bij de vorming van de wijkagenda om zo eigenaarschap te vergroten voor de agenda en de daaromheen hangende ambities.
En door de collectieve kracht van de vereniging van de inwoners kan het platform een belangrijke rol spelen in de wijk. Het biedt een oplossing voor het collectieve actieprobleem van individuele inwoners. Iedereen wil dat de wijk leefbaarder wordt en dat daartoe wijkbewoners actie ondernemen, maar voor individuele inwoners zijn er barrières om dit te doen. Door het inwonersplatform kunnen individuele inwoners collectief optreden en dus uitvoering geven aan de individuele interesses van inwoners. Versterken contact gemeente en inwoners Inwonersplatforms zijn ook een uitstekende route om inwoners en de gemeente beter te laten samenwerken en in contact te laten komen. Ook de rol van de gebiedsregisseur wordt hiermee versterkt. Door een vast aanspreekpunt te hebben voor inwoners in de wijk kan de gemeente bij haar eigen uitvoering het inwonersplatform gebruiken als collectief aanspreekpunt om samen de betrokkenheid van en draagvlak bij die inwoners te vergroten. Burgerparticipatie gaat vaak om inspraak of participatie rondom een project. Deze platforms bieden juist een kans op een continue dialoog, los van individuele projecten. De inwonersplatforms zijn voor de gemeente een uitstekende mogelijkheid om inwoners uit de wijk te informeren en beter te betrekken. Hiermee versterkt de gemeente haar informerende rol.
Eerdere pogingen tot het opzetten van zulke platforms mislukten door een gebrekkig eigenaarschap van de inwoners zelf. Door de koppeling te leggen met een
wijkbudget en een gezamenlijk opgestelde wijkagenda zou dit eigenaarschap gevormd kunnen worden. Wel is hiervoor nog steeds de inzet van inwoners nodig. Besluit D: Financiële dekking De gedetailleerde financiële uitwerking kan het college verwerken in het plan van aanpak voor de uitvoering van dit plan. Om de Raad toch een indicatie van de orde van grote te verschaffen, zodat zij op een degelijke manier haar budgettaire taken kan uitvoeren, hebben de indieners een inschatting gemaakt: • Extra ambtelijke inzet (€ 480.000,-): o Voor dit plan zal ongeveer € 120.000,- (1 fte) aan ambtelijke kracht nodig zijn voor elk jaar dat deze pilot loopt. o Bij een verwachte duur van de pilot van 4 jaar (1e jaar voorbereiden en opstarten, 2e t/m 4e jaar uitvoeren, 4e jaar ook evalueren) gaat dit om € 480.000,-. • Wijkbudgetten (€ 252.000,-): o Met een wijkbudget gerelateerd aan de hoeveelheid woningen in de wijk, waarbij € 25,- per woning vooralsnog reëel lijkt en neerkomt op € 70.000,- per jaar per wijk. o Gedurende de pilot is dit circa € 420.000,-. De wijkbudgetten zullen beschikbaar komen na formulering van de wijkagenda, die een jaar zal duren. Dit budget zal dus 3 jaar nodig zijn. o Een deel van dit budget zal uit bestaande budgetten worden gedekt. Denk daarbij aan budgetten van stadsbeheer, cultuur en sociaal domein.
Uitgaande van 40% dekking, resulteert dit in € 252.000,- over een periode van 3 jaar aan benodigde extra budgettaire middelen. Het college wordt verzocht bij het opstellen van het plan van aanpak te onderzoeken welke bestaande budgetten hiervoor kunnen worden aangewend. • Evaluatie (€ 25.000) o Om een goede beleidsevaluatie uit te voeren zal € 25.000 nodig zijn in het laatste jaar van de pilot. Met de bovenstaande inschattingen wordt verwacht dat de totale extra kosten gedurende de pilotduur in totaal € 757.000,- zal zijn. Bij de exacte invulling van het plan van aanpak kan dit bedrag nog wijzigen. Voorgesteld wordt om dit bedrag te dekken door een onttrekking uit de algemene reserve vrij besteedbaar. Dit bedrag is draagbaar gezien de huidige reservepositie. Ook wordt gewezen op het feit dat er nog meerdere fondsen zijn op rijksniveau waaruit een aanvraag gedaan zou kunnen worden ter financiering van dit plan. Het college wordt verzocht de mogelijkheden hiertoe te verkennen en te gebruiken ter dekking van dit voorstel.
Hieronder een overzicht van de kosten en dekking Aannames: • De ambtelijke kosten in de pilotfase zijn 0,5 fte per wijk (= € 60.000,-). • 40% van het wijkbudget kan uit andere budgetten komen omdat hierin soortgelijke initiatieven worden bekostigd. • Ongeveer 2.850 woningen in een wijk. Overzichtelijk weergegeven: Jaar 1 Wijkbudget Ondersteuning Evaluatie Dekking uit bestaande budgetten
€ 120.000
Jaar 2 € 140.000 € 120.000
Jaar 3 € 140.000 € 120.000
Jaar 4 € 140.000 € 120.000 € 25.000
Totaal € 420.000 € 480.000 € 25.000
€ 56.000
€ 56.000
€ 56.000
€ 168.000
Totale onttrekking aan de algemene reserve vrij besteedbaar
€ 757.000
Besluit E: Evaluatie Als laatste stap van de beleidscyclus is een solide evaluatie essentieel. Bij de start van de pilot worden als deel van het plan van aanpak de evaluatiecriteria en de evaluatieaanpak door het college voorgelegd aan de raad. Met dit besluit borgt de Raad dat na de uitvoering van dit plan duidelijk inzicht komt in hoeverre het gevoerde beleid succesvol is geweest en stelt het de Raad in staat om hier een vervolg aan te geven zoals de Raad wenst. Zoals in de inleiding beschreven zouden de volgende indicatoren uit de wijkatlas een goede startpunt kunnen zijn in de monitoring richting de evaluatie: 1. Sociale cohesie 2. In hoeverre staan buurtgenoten voor elkaar klaar 3. Ik woon in een prettige buurt met veel samenhorigheid 4. Inwoners kennen elkaar niet Het college kan deze indicatoren meenemen in hun voorgestelde evaluatiecriteria en evaluatieaanpak. Ook staat het het College vrij indien dat gewenst bij de doorvertaling van dit voorstel om andere inidactoren te kiezen. Dit kan zij bepalen bij het opstellen van het plan van aanpak