Initiatiefvoorstel Verkorting beslistermijnen (def).docx
Tekst van het document
Initiatiefvoorstel: Verkorting beslistermijnen Datum: Nummer: Onderwerp: Initiatiefnemer:
11 mei 2021 3b Verkorting beslistermijnen Van Maldegem (D66)
Gevraagd raadsbesluit De gemeenteraad Leidschendam-Voorburg stemt in met verkorting van de beslistermijn binnen de algemene plaatselijke verordening (apv) gelden van acht weken naar zes weken, en voor complexe zaken van zestien naar tien weken, met uitzondering van de procedure bij de Wet bibob en bij complexe evenementenaanvragen (categorie B- en C-evenementen). Waarom wordt de raad dit besluit voorgelegd? Tijdens de behandeling van de wijzigingen in de algemene plaatselijke verordening in de gemeenteraad van 3 maart 2020 bleek een groot deel van de gemeenteraad positief te staan ten opzichte van verkorting van de beslistermijnen die gelden nadat een burger, een bedrijf of een instelling een aanvraag heeft ingediend voor ontheffing of toestemming op grond van een van de bepalingen binnen de algemene plaatselijke verordening. Het college wierp tegen dat bijvoorbeeld in de Wet bibob een maximale termijn van tien weken te kort is om tot een afgewogen besluit te komen, omdat de doorlooptijd mede afhankelijk is van derde partijen zoals het Regionale Informatie- en Expertisecentrum (RIEC). Met dit initiatiefvoorstel stelt de D66-fractie voor de beslistermijnen alsnog te verkorten tot zes weken en maximaal tot tien weken voor complexe zaken, uitgezonderd de procedures uit hoofde van de Wet bibob.
En uitgezonderd complexe evenementenaanvragen (categorie B- en Cevenementen), zoals bijvoorbeeld bij de Stompwijkse Paardendagen, waarvoor (meerdere) externe adviezen ingewonnen moeten worden. Aan welk doel (van de doelenboom in de begroting) draagt het voorstel bij? 5. De gemeente is er voor inwoners, ondernemers en organisaties. Welke argumenten zijn er voor de raad om het besluit te nemen? De gemeente is er voor de inwoner, en de gemeente moet zich richting inwoners dienstverlenend opstellen. Dat past bij een gemeente die openstaat voor initiatieven van inwoners, instellingen, en bedrijven. Daarbij past een overheid die meedenkt, drempels wegneemt en dingen mogelijk maakt. Dat vraagt om minder administratieve lasten en minder bureaucratie.
Dit initiatiefvoorstel draagt bij aan een gemeente die mensen de ruimte geeft door de termijn waarbinnen de gemeente een beslissing dient te nemen over een aanvraag die ziet op de bepalingen in de algemene plaatselijke verordening te versnellen van acht tot zes weken, en de maximale termijn inclusief verlenging ingeval van ingewikkelde aanvragen te verkorten van zestien tot tien weken. Dit initiatiefvoorstel past binnen de bepalingen uit de Algemene Wet Bestuursrecht (artikel 4:13) die louter een maximale termijn van acht weken voorschrijft en stelt dat individuele gemeenten kunnen kiezen voor een kortere beslistermijn. Tevens past dit initiatiefvoorstel bij de adviezen van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), die stelt de individuele gemeenten een andere termijn kan vastleggen voor de verlengde beslistermijn. Juridische verwerking Dit voorstel wordt meegenomen in de wijziging van de Algemene plaatselijke verordening (APV) met de inwerkingtreding van de Omgevingswet, doch uiterlijk in de eerste helft van 2022. Meer specifiek stelt dit initiatiefvoorstel voor om in artikel 1:2 Beslistermijn binnen de Algemene plaatselijke verordening (APV) van de gemeente Leidschendam-Voorburg in lid 1 het woord ‘acht’ te vervangen door woord ‘zes’ en in lid 2 het woord ‘acht’ te vervangen door het woord ‘vier’.
Delen van de APV zullen bij inwerkingtreding van de Omgevingswet worden overgenomen in het Omgevingsplan. Waar de Omgevingswet van toepassing is zal de wettelijk bepaalde termijn van acht weken gelden. De overgebleven bepalingen in de APV zullen een termijn kennen van zes weken, met uitzondering van de procedure bij de Wet bibob en complexe evenementenaanvragen waarbij (meerdere) externe adviezen ingewonnen moeten worden (categorie B- en Cevenementen). Financiële gevolgen Dit initiatiefvoorstel heeft geen directe financiële gevolgen voor de begroting van de gemeente Leidschendam-Voorburg. Het budget voor dwangsommen in het kader van artikel 4:17 Algemene wet Bestuursrecht moet mogelijk opgehoogd worden. Die (indirecte) financiële gevolgen kan het college op dit moment niet inschatten.