Brief platform raden regiovisie jeugdhulp sessie 210510.pdf
Tekst van het document
Aan
Wethouder Parbhudayal Wethouder Bouw Wethouder Groeneveld Wethouder Harpe Wethouder ten Have Wethouder Woudstra Wethouder De Bruijn Wethouder Zweerts de Jong Wethouder Bentvelzen Wethouder Vreugdenhil
Afzender
Platform H10-gemeenteraden
Datum
6 mei 2021
Onderwerp
Regiovisie Jeugdzorg/ bijeenkomst 10 mei
Wethouders Jeugdzorg van de H10, Begin 2019 hebben de H10 gemeenteraden, respectievelijk 29 politieke partijen/ 78 woordvoerders Sociaal Domein, het platform H10-raden Jeugd opgericht. Steeds vaker merkten we dat er niet alleen regionale afstemming op (partij)lijn nodig was, maar ook afstemming in proces tussen de verschillende raden. Een reactie op de ontwikkeling dat stukken niet te amenderen waren omdat het al bij enkele raden was goedgekeurd. Ook was er grote behoefte om de participatie van de raden vooraan in het proces te verstevigen. Dit laatste is gelukt. Middels deze brief willen wij onze dank uitspreken dat we als raden een stevige positie in de totstandkoming van de regiovisie hebben gekregen. Zowel wethouders als gemeenteraadsleden willen het beste voor onze kinderen en gezinnen en op deze manier kunnen we hopelijk na de zomer komen tot een mooie basis waar we gezamenlijk de komende jaren mee aan de slag kunnen. Wel zien we nog steeds onbedoeld een groot kennisgat tussen wethouders en raadsleden. In hoofdstuk 7 van de regiovisie schrijft u al dat het sociaal domein continu in beweging is. De functie van raadslid is echter een parttimebaan, daarnaast beslaan raadsbrieven vaak één onderdeel van de keten of het veld. Als raadsleden ontberen we de tijd, technische kennis of het overzicht om een dergelijke brief in het grotere geheel te kunnen zien.
De Webinars die de afgelopen tijd zijn gegeven zijn volgens onze raadsleden dan ook een goede ontwikkeling. Graag zien wij de Webinars en regiosessies, en daarmee de kennisontwikkeling mét gemeenteraden, een vaste plek in de regiovisie krijgen zodat we deze samenwerking vast kunnen houden. Leren en Verbeteren is niet alleen tussen gemeenten en/of zorgaanbieders maar ook mét de raden. Verdiepingssessie Mei In mei volgt er een laatste verdiepingssessie. Doel van de bijeenkomst is een aantal onderwerpen samen uit te diepen. In de uitnodiging schrijft u dat deze onderwerpen voortkomen uit de digitale bijeenkomst op 11 maart jl. De aangegeven thema’s zijn echter dezelfde thema’s die reeds centraal stonden tijdens de bijeenkomst in maart en zijn volgens ons niet volledig. In aanloop naar de bijeenkomst op 10 mei hebben we de vraag naar behoefte voor uitdieping van thema’s voorgelegd aan onze leden en daar de volgende onderdelen opgehaald. 1.Waar zijn we nu precies van? Wanneer we spreken van de uitgangspunten normaliseren of kwetsbaarste kinderen/gezinnen eerst dan missen wij duidelijkheid over wat wel en wat niet onder de jeugdhulplicht valt. De jeugdwet zet breed in, maar de memorie van toelichting alsook de ontwikkelde jurisprudentie over de afgelopen jaren biedt een goed antwoord op de vraag waar we als gemeente wel en niet verantwoordelijk voor zijn. Duidelijkheid over de
verplichte jeugdhulpplicht biedt ons daarnaast als gemeenteraden ook meer inzicht in - én handvatten voor hetgeen we lokaal met de partners in het maatschappelijk middenveld moeten organiseren. Is dit reeds onderzocht, kunnen we dit voor de regiovisie in regionaal verband onderzoeken dan wel kunnen we dit binnen de kaders van de huidige regiovisie als individuele gemeente bepalen? 2. Samenhang lokaal/regionaal In hoofdstuk 1 wordt in de regiovisie het lokale beleid en de toegang gedefinieerd als het fundament van de regiovisie. Eerder is beschreven dat de nieuwe manier van inkoop met de sturing op resultaat ook kwaliteitseisen aan de lokale toegang gaat stellen. Benoemde uitgangspunten als normalisering of kwetsbaarste kinderen/gezinnen eerst hebben ook gevolgen voor het lokale vangnet. Momenteel hebben de H10- gemeenten ieder de toegang op een andere manier ingevuld. Graag krijgen we meer inzicht in wat de regiovisie gaat betekenen voor het lokale beleid en toegang en/of hoe kostenbeheersing- en reductie concreet (kunnen) worden gemaakt. 3. Kwaliteitsslag Jeugdigen krijgen soms niet (direct) de juiste hulp doordat de kwaliteit die nodig is niet geboden kan worden. In hoofdstuk 8 wordt aangegeven dat één van de sturingsinstrumenten de sturing op kwaliteit is: ‘Via sturing op kwaliteit, bepalen gemeenten wie voor hen de juiste samenwerkingspartners zijn.
Dit leidt op termijn tot een beperking van het aantal aanbieders, met als randvoorwaarde het behoud van een dekkend zorglandschap (p. 38)’. De afgelopen jaren lag de focus op kwantiteit met veel gecontracteerde aanbieders waarbij beperkte kwaliteitseisen gesteld werden bij toetreding. Die eisen hadden bovendien vooral betrekking op organisatie en minder op de kwaliteit van de zorg. Hoe wordt ‘kwaliteit’ nu gedefinieerd dan wel gecontroleerd? Hoe bevorderen we kwaliteitsontwikkeling met onze partners? De kwantiteit van de vele aanbieders gaf ook een onduidelijk beeld van de kwaliteit en noodzaak. Is het mogelijk niet te wachten op termijn maar aan de voorkant reeds te kiezen voor een inperking in het aantal aanbieders en met hen de kwaliteitsslag te maken die de transformatie nodig heeft? 4. Governance Programmabureau De regiovisie en het daarvoor opgerichte programmabureau is een breuk met de tot nu toe gevolgde lijn van een beleidsarme regionale samenwerking. Laten we als platform vooropstellen dat we dit niet meteen als een slechte ontwikkeling zien, maar we missen hierover in de concept-regiovisie duidelijkheid.
Blijft het programmabureau na de oplevering van de regiovisie bestaan dan wel wat is haar juridische en bestuurlijke status? Hoe verhoudt het beleidsinhoudelijke dan wel kaderstellend programmabureau zich tot de democratisch gekozen raden? Maar ook hoe gaat de informatieplicht (tijdig, gelijktijdig en volledig) richting de raden eruitzien? Als we het programma voor 10 mei bekijken dan kunnen er een aantal vraagstukken geborgd worden binnen de reeds vastgestelde deelsessies. Voor andere onderdelen zien wij graag tijd ingebouwd worden dan wel op een andere manier het gesprek gefaciliteerd. Tot slot, er wordt op dit moment een H10 breed rekenkameronderzoek uitgevoerd, waarvan de uitkomsten in juni 2021 worden verwacht. Wij gaan ervan uit dat aanbevelingen uit dit rapport worden meegenomen in de definitieve versie in september en dat alle raden tegelijkertijd (ongeacht het exacte besluitvormingsschema) de definitieve versie zullen ontvangen. Graag ontvangen we een reactie op bovenstaande. Indien gewenst zijn we graag bereid een en ander te verduidelijken.
Met vriendelijke groet, Namens Platform H10-raden Martine Koopman Sabrina van den Heuvel