Bijlage - GS brief - Reactie naar aanleiding van raadsbrief 3094 met betrekking tot het voorstel van het Burgerinitiatief Vlietland
Tekst van het document
Gedeputeerde Staten Contact F. de Vogel T 06 - 42394700 fl.de.vogel@pzh.nl Provinciehuis Postbus 90602 2509 LP Den Haag T 070 - 441 66 11 www.zuid-holland.nl/contact Datum Zie verzenddatum linksonder
College Burgemeester en Wethouders Gemeente Leidschendam-Voorburg Postbus 1005 2260 BA LEIDSCHENDAM
Ons kenmerk PZH-2023-824364431 DOS-2020-0000162 Uw kenmerk Raadsbrief 3094 Bijlagen
Onderwerp: Reactie naar aanleiding van raadsbrief 3094 met betrekking tot het voorstel van het Burgerinitiatief Vlietland Geacht College, Met verbazing heeft het College van Gedeputeerde Staten kennis genomen van uw brief aan uw raad d.d. 6 december jl. met als onderwerp “Raadsbrief Reageren op voorstel Burgerinitiatief Vlietland”. Deze presenteert een aantal punten die gebaseerd lijken op aannames met betrekking tot de positie en handelwijze van de Provincie Zuid-Holland. Afstemming hierover had onduidelijkheden die naar aanleiding hiervan zijn gerezen en kunnen rijzen, voorkomen kunnen worden. U stelt dat het ontwerpbestemmingsplan past binnen het bestaande provinciale beleid. Dat is vooralsnog niet correct. De komst van recreatiewoningen past weliswaar in het provinciale beleid maar op het ontwerpbestemmingsplan heeft de Provincie Zuid-Holland een zienswijze ingediend. De punten die hierin zijn benoemd zullen beantwoord moeten worden, waarna de Provincie kan bepalen of het plan met de aanpassingen in het ontwerp past binnen het vigerende provinciale beleid. Ook wekt u in uw brief de indruk dat er een verwachting is dat er provinciale dwang komt richting uw gemeenteraad waar het gaat om het vaststellen van dit bestemmingsplan. Wij weten niet waar u dat op baseert.
Het klopt dat de provincie in theorie kan besluiten om een inpassingsplan te maken als er provinciale belangen in het geding zijn. Een besluit daartoe moet dan gelegitimeerd zijn in het provinciale omgevingsbeleid en vraagt een besluit van Provinciale Staten. Op dit moment zien wij geen aanleiding in het provinciale omgevingsbeleid dat een dergelijke stap rechtvaardigt, want het beleidsmatig niet uitsluiten van de ontwikkeling van een verblijfsrecreatiepark op deze locatie is iets anders dan het actief voorstaan van een dergelijke ontwikkeling. Uw brief verbindt de erfpachtovereenkomst die de Provincie Zuid-Holland in 2006 heeft gesloten met Recreatiecentrum Vlietland B.V. (RCV) met goedkeuring van het bestemmingsplan. In de erfpachtovereenkomst is vastgelegd dat de provincie toestemming geeft voor de ontwikkeling van de
Verzonden op 23-01-2023
PZH-2023-824364431 dd. 17-01-2023
Ons kenmerk PZH-2023-824364431 DOS-2020-0000162
recreatiewoningen op de gronden die in erfpacht (en in ondererfpacht in 2019) zijn uitgegeven. Het vigerende bestemmingsplan maakt dit nu al mogelijk. Daarbij is expliciet aangegeven dat RCV verantwoordelijk is voor de realisatie van de recreatiewoningen en het verkrijgen van de publiekrechtelijke vergunning(en) die daarvoor nodig zijn. Het gebruik van instrumenten als een inpassingsplan (publiekrechtelijk) om de privaatrechtelijke afspraken uit de erfpachtovereenkomst te bevorderen is niet aan de orde. De privaatrechtelijke rol van de Provincie Zuid-Holland is strikt gescheiden van de publiekrechtelijke. Vanuit de private rol heeft de provincie als eigenaar van Vlietland de gronden in erfpacht gegeven en toegestemd met het gebruik van de gronden voor de ontwikkeling en exploitatie van recreatiewoningen. Dit staat los van de publieke rol voor de ruimtelijke ordening en de eventuele vergunningverlening. Daarbij wordt de ontwikkeling getoetst aan het vigerende provinciale beleid wat o.a. geleid heeft tot de eerder genoemde zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan. Er zijn geen afspraken gemaakt indien RCV niet tot ontwikkeling van de recreatiewoningen besluit c.q. indien deze vanwege het ontbreken van publiekrechtelijke toestemming niet tot ontwikkeling kunnen komen.
Ten aanzien van wijzigen van het bestemmingsplan is in de erfpachtovereenkomst opgenomen dat indien de gemeente hiermee publiekrechtelijk akkoord gaat, de provincie in beginsel bereid is privaatrechtelijk in te stemmen. Naast het feit dat er verschil van interpretatie is over toepassing van instrumentarium, kan de brief de indruk wekken dat de Provincie Zuid-Holland voornemens is zich publiekrechtelijk tot het uiterste in te spannen om deze ontwikkeling mogelijk te maken. Ons College hecht er aan u erop te wijzen dat hier geen sprake van is. Hoogachtend, Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, secretaris,
voorzitter,
drs. M.J.A. van Bijnen MBA
drs. J. Smit
Afschrift aan - Gemeenteraad Leidschendam-Voorburg - Provinciale Staten
2/2
PZH-2023-824364431 dd. 17-01-2023