CConstaterende datLeidschendam-Voorburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1947-34 Bijlage 21 toelichting Reactienotitie second opinion milieuonderzoeken

Raadsvergadering 9 maart 2021, gemeente Leidschendam-VoorburgBij agendapunt: Raadsvoorstel: vaststellen bestemmingsplan "Schakenbosch" (1947).1.001 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Memo onderwerp

Oplegnotitie milieu-aspecten Bestemmingsplan Schakenbosch

ter attentie van

Gemeente Leidschendam-Voorburg

datum referentie projectnummer

3 december 2020 17020001_M_JHS_0372 17020001

Schakenbosch bv opgesteld door

Jeroen Hendriks

Aanleiding De gemeente Leidschendam-Voorburg is bezig met de voorbereiding van een bestemmingsplan voor de transformatie van het voormalige GGZ-terrein Schakenbosch tot een aantrekkelijke groene woonomgeving met ruimte voor maatschappelijke – en overige functies. Het ontwerpbestemmingsplan heeft van 15 november tot en met 27 december 2019 ter inzage gelegen. Gedurende deze periode is een aantal zienswijzen ingediend. Daarin zijn twijfels geuit over de uitkomsten van de uitgevoerde milieuonderzoeken. Aangezien het college van B&W van Leidschendam-Voorburg het belangrijk vindt om elke mogelijke twijfel over de juistheid, volledigheid en betrouwbaarheid van de uitgevoerde milieuonderzoeken weg te nemen, heeft het college besloten tot een second opinion van een onafhankelijke partij. Dit heeft geresulteerd in een notitie van de heer W. Fikken d.d. 27 oktober 2020. In deze notitie wordt ingegaan op de in de second opinion beschreven opmerkingen en op welke wijze hiermee is omgegaan. De second opinion heeft betrekking op ‘alle omgevingsgerelateerde milieuparagrafen in het ontwerp-bestemmingsplan en de daaraan ten grondslag liggende onderzoeken en rapporten’. De focus ligt op de onderwerpen geluid, luchtkwaliteit, flora en fauna (incl. stikstofdepositie) en de wijze waarop is omgegaan met de bepalingen t.a.v.

milieueffectrapportage (Besluit m.e.r., aanmeldnotitie en m.e.r.-beoordelingsbesluit). Onderstaand wordt per aspect ingegaan op de second opinion (opmerkingen in tekstkader opgenomen) en navolgend voorzien van een reactie op welke wijze hiermee is omgegaan. Geluid Het onderzoek is op een navolgbare wijze met de juiste rekenmethode uitgevoerd. Bij de verkeersberekeningen die ten grondslag liggen aan de geluidberekeningen is ten onrechte niet uitgegaan van de maximale planologische mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt. In het onderzoek en bij het hogere waardenbesluit is de optie om binnen de bouwkavel afstand aan te houden ten onrechte niet behandeld. De verplichting om bij nieuwe woningen tenminste een geluidluwe zijde en een geluidluwe buitenruimte te hebben is niet verankerd in de regels van het ontwerp-bestemmingsplan.

P 1/3

Reactie: • Bij het akoestisch onderzoek is voor de uitgangspunten qua verkeersgeneratie uitgegaan van de input uit het verkeerskundig onderzoek. Hierbij is uitgegaan van een realistische maximale invulling van het plangebied. • In de toelichting van het bestemmingsplan is nu aanvullend ingegaan op de optie om binnen het plangebied voldoende afstand te houden om daarmee te voldoen aan de voorkeursgrenswaarden. • In de planregels is nu in artikel 15 (Algemene gebruiksregels) opgenomen dat het gebruiken of laten van gebruiken van gebouwen voor geluidgevoelige functies enkel is toegestaan indien bij overschrijding van de voorkeursgrenswaarde conform de Wet geluidhinder voldaan wordt aan de voorwaarden uit het hogere waardenbesluit. Luchtkwaliteit Met een kanttekening t.a.v. PM2,5 is de uitgevoerde luchtkwaliteitstoets van voldoende kwaliteit om een besluit (de vaststelling van het bestemmingsplan) op te baseren.

Reactie: In de toelichting van het bestemmingsplan is aanvullend ook ingegaan op de achtergrondconcentratie van zeer fijn stof (PM2,5). Ook voor deze stof wordt in de huidige en toekomstige situatie de norm in het kader van een goed woon- en leefklimaat niet overschreden. Flora en fauna (incl. stikstofdepositie) Het onderzoek naar de aanwezigheid van beschermde soorten is op een gebruikelijke wijze uitgevoerd. Voor broedvogels is nog aanvullend onderzoek (in het broedseizoen) nodig. Voor vleermuizen dient voor de vervolgfase (na fase 1) nog een ontheffing aangevraagd te worden. Bij de stikstofdepositieberekening voor de gebruiksfase is alleen gerekend met het verkeer binnen het plangebied. Het verkeer op de Veursestraatweg is ten onrechte niet meegenomen in de berekening. Voor stikstofdepositie is sowieso nog een herberekening nodig met de nieuwe versie van AERIUS Calculator. Reactie: • Afgelopen broedseizoen (2020) heeft er ecologisch onderzoek plaatsgevonden naar broedvogels. Uit dit onderzoek is gebleken dat er in de te kappen bomen geen nesten van broedvogels aanwezig zijn. Aangezien er wel enkele holtes zijn aangetroffen die geschikt kunnen zijn als verblijfplaats voor vleermuizen is er in 2020 tevens een aanvullend vleermuisonderzoek uitgevoerd. Hieruit is gebleken dat er in de te kappen bomen geen verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn.

De rapportages van de aanvullend uitgevoerde onderzoeken zijn als bijlagen bij de toelichting van het bestemmingsplan bijgevoegd. • Aangezien op 15 oktober 2020 een nieuwe versie van de aerius-rekentool gelanceerd is, zijn actuele berekeningen uitgevoerd voor zowel de gebruiks- als de realisatiefase. Ondanks dat wij van mening zijn dat verkeer vanuit het plangebied op de Veursestraatweg reeds opgegaan is in het heersende verkeersbeeld, is in de nieuwe berekeningen het effect van de verkeersgeneratie op een deel van de Veursestraatweg meegenomen in de berekeningen.

datum referentie

3 december 2020 17020001_M_JHS_0372

P 2/3

Milieueffectrapportage Conform de bepalingen in de Wet milieubeheer wordt in de aanmeldnotitie ingegaan op de kenmerken, locatie en effecten van het plan. Hierbij kunnen de volgende kanttekeningen worden geplaatst: • De beoordeling t.a.v. verontreiniging en hinder is uitsluitend gericht op hinder vanwege bedrijven. Een verwijzing naar de paragraaf over effecten, waarin ook wordt ingegaan op hinder van verkeer zou op zijn plaats zijn. • Aandacht voor de ligging ten opzichte van hoge bevolkingsdichtheden ontbreekt. Met vermelding van de ligging t.o.v. het naastgelegen woongebied aan de rand van de Haagse agglomeratie zou een verwijzing naar de paragraaf over effecten afdoende zijn. Daarin wordt namelijk ondermeer ingegaan op de milieugevolgen voor de omgeving van het plangebied. • De aandacht voor cumulatie blijft beperkt tot een verkeerskundige beoordeling. De milieukundige effecten van de toename van verkeer en de cumulatieve effecten van de bouwplannen in de directe omgeving op de landschappelijke en cultuurhistorische waarden van o.a. de Duivenoordecorridor ontbreken. • Referenties (verwijzing naar uitgevoerde onderzoeken) ontbreken. Reactie: • Bij de boordeling t.a.v. verontreiniging en hinder is een verwijzing opgenomen naar de paragraaf over effecten. • Aanvullend is ingegaan op de ligging ten opzichte van hoge bevolkingsdichtheden.

• De paragraaf over cumulatie-effecten is aangevuld. • In de aangepaste/aangevulde aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling zijn de referenties naar de uitgevoerde onderzoeken toegevoegd.

datum referentie

3 december 2020 17020001_M_JHS_0372

P 3/3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leidschendam&id=7130c318-9248-4b8e-b9ee-1cbd4421f53f