CConstaterende datLeidschendam-Voorburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1947-33 Bijlage 20 toelichting Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling d.d. 7 december 2020

Raadsvergadering 9 maart 2021, gemeente Leidschendam-VoorburgBij agendapunt: Raadsvoorstel: vaststellen bestemmingsplan "Schakenbosch" (1947).6.591 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aanmeldnotitie (vormvrije) m.e.r.-beoordeling Landgoed Schakenbosch

Aveco de Bondt bezoekadres

Burgemeester van der Borchstraat 2

postbus

64

postcode

7450 AB Holten

telefoon

(0)548 85 33 33

telefax

(0)548 85 33 99

e-mail

holten@avecodebondt.nl

internet

www.avecodebondt.nl

projectnaam Landgoed Schakenbosch projectnummer 170200 referentie RAN/170200 opdrachtgever Meijer Bergman Erfgoed Ontwikkeling KonderWessels Projecten contactpersoon De heer A. Mulder status Definitief versie 03 datum 7 december 2020 auteur R. Arendsen

gecontroleerd J.W. Hendriks

datum 7 december 2020

Landgoed Schakenbosch

pagina

1 van 21

INHOUDSOPGAVE 1

2

3

INLEIDING

3

1.1

Aanleiding

3

1.2

Toetsingskader

3

1.3

Leeswijzer

3

M.E.R.-PLICHT

4

2.1

Wet en regelgeving

4

2.2

Toetsing aan de m.e.r.-verplichtingen

6

2.3

Procedure en betrokken partijen

8

DE (VORMVRIJE) M.E.R.-BEOORDELING

9

3.1

De kenmerken van de activiteit

9

3.2

Plaats van het project

12

3.3

Kenmerken van het potentiële effect

13

3.4

Cumulatie van effecten

18

3.5

Beoordeling van de effecten

19

datum 7 december 2020

Landgoed Schakenbosch

pagina

2 van 21

1

INLEIDING

1.1

Aanleiding

Meijer Bergman Erfgoed Ontwikkeling en KondorWessels Projecten hebben het voornemen om Landgoed Schakenbosch te herontwikkelen en op een hoogwaardige en duurzame wijze een aantrekkelijke woonomgeving in het groen te realiseren. Om dit voornemen mogelijk te maken wordt momenteel een bestemmingsplan voorbereid. In deze notitie is de toetsing aan het Besluit milieueffectrapportage (m.e.r.) opgenomen. Het Besluit m.e.r. is essentieel om te kunnen bepalen of bij de voorbereiding van een plan of een besluit (in dit geval het bestemmingsplan) een m.e.r.-procedure moet worden doorlopen.

1.2

Toetsingskader

Uit de eerste toetsing is gebleken dat sprake is van een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling (zie hoofdstuk 2). Het bevoegd gezag dient te besluiten of het mogelijk maken van een woonomgeving op Landgoed Schakenbosch al dan niet leidt tot belangrijke negatieve milieueffecten die noodzaken tot het doorlopen van een m.e.r.-procedure (opstellen milieueffectrapportage). Onderhavige rapportage betreft de aanmeldnotitie (vormvrije) m.e.r.-beoordeling op basis waarvan het bevoegd gezag kan besluiten.

1.3

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 wordt in de eerste plaats in gegaan op de huidige wet- en regelgeving omtrent milieueffectrapportages. Vervolgens wordt beoogde plan, de activiteit, getoetst aan deze wetgeving. Hoofdstuk 3 bevat de (vormvrije) m.e.r.-beoordeling.

datum 7 december 2020

Landgoed Schakenbosch

pagina

3 van 21

2

M.E.R.-PLICHT

2.1

Wet en regelgeving

Het voorkomen van aantasting van het milieu is van groot maatschappelijk belang. De m.e.r.-procedure is bedoeld om het milieubelang volwaardig en vroegtijdig in de plan- en besluitvorming in te brengen om belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te voorkomen. Een m.e.r. is altijd gekoppeld aan een plan of besluit, bijvoorbeeld een structuurvisie, bestemmingsplan of omgevingsvergunning. De wettelijke eisen ten aanzien van de m.e.r. zijn vastgelegd in de Wet Milieubeheer en in het Besluit m.e.r.. Voor plannen en besluiten die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu (kunnen) hebben wordt de m.e.r.-toets doorlopen. Er zijn drie gradaties in de zwaarte van de m.e.r.toets. Figuur 1.1 geeft schematisch twee drempelwaarden weer die van belang zijn waarmee wordt beoordeeld of sprake is van: • een directe m.e.r.-plicht of • een (formele) m.e.r.-beoordelingsplicht of • een (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsplicht

Figuur 1.1: schema m.e.r.-toets en drempelwaarden

Onderstaand zijn deze drie vormen nader toegelicht. 2.1.1 De directe m.e.r.-plicht: milieueffectrapportage De Europese Unie heeft in de richtlijn m.e.r. (2011/92/EU) aangegeven bij welke activiteiten er zeer waarschijnlijk sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen. Deze activiteiten zijn door de Nederlandse regering overgenomen en verwerkt in onderdeel C van het Besluit m.e.r. Indien de drempelwaarde van de (omvang van de) activiteit op de C-lijst wordt overschreden geldt de directe m.e.r.-plicht. Naast de C-lijst zijn ook plannen waarvoor een passende beoordeling opgesteld moet worden m.e.r.-plichtig en kunnen provincies in een provinciale verordening m.e.r.-plichtige activiteiten aanwijzen. Voor deze activiteiten moet een milieueffectrapportage worden opgesteld om de milieugevolgen van de activiteit op de leefomgeving in beeld te brengen zodat het bevoegd gezag in staat wordt gesteld om de milieugevolgen bij haar afwegingen te betrekken. Voor een zorgvuldige afweging bevat het rapport bovendien alternatieve oplossingen met bijbehorende milieueffecten.

datum 7 december 2020

Landgoed Schakenbosch

pagina

4 van 21

2.1.2 De m.e.r.-beoordelingplicht: de (formele) m.e.r.-beoordeling De wetgever heeft activiteiten aangewezen waarvan de gevolgen van de activiteit op het milieu niet bij voorbaat bekend is. Deze activiteiten zijn opgenomen op de D-lijst in de bijlage van het Besluit m.e.r.. Indien de drempelwaarde van de (omvang van de) activiteit op de D-lijst wordt overschreden, geldt de (formele) m.e.r.-beoordelingsplicht. In de (formele) m.e.r.-beoordeling wordt middels het opstellen van een aanmeldingsnotitie beoordeeld of mogelijk sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen. Er kunnen twee uitkomsten zijn: • Belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen niet uitgesloten worden; er dient een m.e.r.-procedure doorlopen worden. • Belangrijke nadelige milieugevolgen treden niet op; er wordt gemotiveerd aangegeven dat geen m.e.r.-procedure wordt doorlopen. Bij een m.e.r.-beoordeling is het vaak niet noodzakelijk om een diepgaand (en kostbaar) onderzoek uit te voeren om goede uitspraken te kunnen doen of de voorgenomen activiteit leidt tot belangrijke nadelige milieugevolgen. Een m.e.r.-beoordeling geldt uitsluitend voor besluiten (kolom 4). Indien de activiteit waarvan de drempelwaarde op de D-lijst wordt overschreden mogelijk wordt gemaakt door middel van een plan (kolom 3), dan geldt altijd en direct de m.e.r.-plicht.

De m.e.r.-beoordeling dient te worden uitgevoerd aan de hand van een aantal vaste criteria. Deze criteria zijn vastgelegd in Bijlage III van de Europese richtlijn m.e.r.. In hoofdstuk 3 wordt hier nader op ingegaan. Daarnaast dient een formele procedure te worden gevolgd. 2.1.3 De m.e.r.-beoordelingplicht: de (vormvrije) m.e.r.-beoordeling De Nederlandse wetgever had (kleine) projecten die de drempelwaarden van de D-lijst van het Besluit m.e.r. niet overschrijden, als gevolg van de beperkte invloed op de omgeving, oorspronkelijk vrijgesteld van de m.e.r.-plicht. Het Besluit m.e.r. is echter door - hoofdzakelijk - twee Europese uitspraken gewijzigd. Als gevolg van de eerste uitspraak is in 2011 ook voor ‘kleine’ activiteiten de ‘vormvrije m.e.r.- beoordeling’ geïntroduceerd. De inhoud en procedure van deze ‘vormvrije m.e.r.-beoordeling’ waren daadwerkelijk vormvrij. Als gevolg van de tweede uitspraak is het Besluit m.e.r. in 2017 nogmaals aangepast en is de procedure en inhoud van de ‘vormvrije’ versie nagenoeg gelijk getrokken aan de m.e.r.-beoordeling. Dat betekent dat voorafgaand aan de activiteit een besluit genomen moet worden of het doorlopen van een m.e.r.-procedure (opstellen milieueffectrapportage) al dan niet noodzakelijk is.

Dit besluit moet worden onderbouwd door middel van een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling die aantoont dat de activiteit geen belangrijke nadelige gevolgen kan hebben voor het milieu c.q. leefomgeving. De inhoud van de beoordeling dient te voldoen aan de criteria zoals opgenomen in ‘bijlage III van de Europese MER richtlijn’. In feite bestaat er nu slechts één m.e.r.-beoordeling en is het verschil tussen de ‘vormvrije’ en de ‘formele’ variant verdwenen.

datum 7 december 2020

Landgoed Schakenbosch

pagina

5 van 21

2.2

Toetsing aan de m.e.r.-verplichtingen

2.2.1 Is er sprake van een directe m.e.r.-plicht? De eerste vraag die beantwoord moet worden is of voor het project activiteiten plaats vinden waarvoor sprake is van een directe m.e.r.-plicht. Dit zijn projecten met een dusdanige impact op de omgeving waarvan duidelijk is dat nadelige gevolgen voor het milieu niet bij voorbaat uitgesloten kunnen worden. Als er sprake is van m.e.r.-plicht dient een milieueffectrapportage te worden opgesteld en gelden de bijbehorende procedurele vereisten (kennisgeving doen met zienswijzetermijn, milieueffectrapportage ter visie leggen en toetsing door de Commissie voor de m.e.r.). Er kunnen drie oorzaken zijn, van waaruit direct een m.e.r.-plicht ontstaat. Voorwaarde 1: C-lijst Besluit m.e.r. De bijlage van het Besluit m.e.r. bevat twee lijsten (bijlagen C en D) waarin categorieën van activiteiten zijn opgenomen (kolom 1). Daarnaast wordt in de lijst de omvang beschreven in de vorm van de zgn. drempelwaarden (kolom 2). Kom je boven de drempelwaarde van de C-lijst, dan dient gelijk een m.e.r.-procedure (opstellen milieueffectrapportage) doorlopen te worden. Onderhavige activiteit behoort niet tot één van de activiteiten op de C-lijst. Op basis van de bijlage is derhalve geen m.e.r.-procedure noodzakelijk.

Voorwaarde 2: Passende Beoordeling Natuurbeschermingswet Wettelijke plannen, waarvoor een Passende Beoordeling op grond van de Wet natuurbescherming nodig is, zijn m.e.r.-plichtig (artikel 7.2a Wet milieubeheer eerste lid). Uit de ecologische onderzoeken, met name de stikstofdepositieberekeningen is gebleken dat voor het onderhavige plan het opstellen van een Passende Beoordeling niet nodig is. Op basis van artikel 7.2.a lid 1 Wet milieubeheer is er derhalve geen sprake van een m.e.r.plicht. Voorwaarde 3: Provinciale milieuverordening Door Provinciale Staten kunnen aanvullend op het Besluit m.e.r. activiteiten worden aangewezen die kunnen leiden tot m.e.r.-plicht. De provincie Zuid-Holland heeft een dergelijke aanvulling niet ingevuld. Het provinciaal beleid leidt niet tot m.e.r.-plicht. 2.2.2 Er is sprake van een (formele) m.e.r.-beoordelingsplicht? Er is geen sprake van een directe m.e.r.-plicht, maar mogelijk wel van (formele) m.e.r.beoordelingsplicht. Hiervoor is de D-lijst van het Besluit m.e.r. het toetsingskader. Het onderhavige plan komt voor als activiteit in kolom 1 van de D-lijst van het Besluit m.e.r. (zie tabel 1.1). De drempelwaarden in kolom 2 worden echter niet overschreden. Er is derhalve geen sprake van een (formele) m.e.r.-beoordelingsplicht.

datum 7 december 2020

Landgoed Schakenbosch

pagina

6 van 21

Tabel 1.1: D-lijst, bijlage, Besluit Milieueffectrapportage Kolom 1

Kolom 2

Kolom 3

Kolom 4

Activiteiten

Gevallen

Plannen

Besluiten

D11.2 De aanleg, wijziging In gevallen waarin de De structuurvisie, of uitbreiding van activiteit betrekking heeft bedoeld in de een stedelijk op: artikelen 2.1, 2.2 ontwikkelingsproje 1°. een oppervlakte van en 2.3 van de Wet ct met inbegrip van 100 hectare of meer, ruimtelijke de bouw van 2°. een aaneengesloten ordening, en het winkelcentra of gebied en 2000 of meer plan, bedoeld in parkeerterreinen. woningen omvat, of artikel 3.1, eerste 3°. een lid, van die wet. bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2²of meer.

De vaststelling van het plan, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van de Wet ruimtelijke ordening dan wel bij het ontbreken daarvan van het plan, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van die wet.

2.2.3 Er is sprake van een (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsplicht? Omdat het onderhavige plan als activiteit voorkomt op de D-lijst, als plan en als besluit voorkomt in respectievelijk kolom 3 en 4 van de D-lijst, maar de drempelwaarden zoals opgenomen in de tweede kolom niet worden overschreden is het noodzakelijk een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling op te stellen.

datum 7 december 2020

Landgoed Schakenbosch

pagina

7 van 21

2.3

Procedure en betrokken partijen

Betrokken partijen Bij deze m.e.r.-beoordelingsprocedure zijn de volgende partijen aan te merken als initiatiefnemer en bevoegd gezag. Meijer Bergman Erfgoed Ontwikkeling en KondorWessels Projecten zijn initiatiefnemer. Bij onderhavig plan treedt de gemeente Leidschendam-Voorburg op als bevoegd gezag. De gemeente moet een bestemmingsplan vaststellen om dit plan mogelijk te maken. Procedure De initiatiefnemer deelt aan het bevoegd gezag mede dat zij voornemens is een m.e.r.beoordelingsplichtige activiteit te realiseren. Dit doet de initiatiefnemer in deze aanmeldingsnotitie waarin zij de benodigde informatie opneemt op basis waarvan het bevoegd gezag een besluit kan nemen over de noodzakelijkheid tot het doorlopen van een m.e.r.-procedure (opstellen milieueffectrapportage). Het bevoegd gezag beslist binnen zes weken na ontvangst van deze aanmeldingsnotitie of er al of niet een m.e.r.procedure doorlopen moet worden. Het (vormvrije) m.e.r.- beoordelingsbesluit vormt een bijlage bij het uiteindelijk te nemen besluit: het ontwerp en vast te stellen bestemmingsplan. Er staat bij een m.e.r.-beoordeling geen direct beroep en bezwaar open. Beroep en bezwaar vindt plaats in het kader van de procedure van het te nemen besluit (in dit geval het bestemmingsplan Schakenbosch).

datum 7 december 2020

Landgoed Schakenbosch

pagina

8 van 21

3

DE (VORMVRIJE) M.E.R.-BEOORDELING

In bijlage III van de Europese richtlijn 'betreffende de milieubeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten' staan drie hoofdcriteria centraal: • de kenmerken van het project; • de plaats van het project; • de kenmerken van de potentiële effecten.

3.1

De kenmerken van de activiteit

Bij het kenmerk van het project moet in het bijzonder in overweging worden genomen: a. de omvang van het project; b. de cumulatie met andere projecten; c. het gebruik van natuurlijke hulpbronnen; d. de productie van afvalstoffen; e. verontreiniging en hinder; f. het risico van zware ongevallen en/of rampen, waaronder rampen door klimaatverandering; g. risico’s voor de menselijke gezondheid (bijvoorbeeld als gevolg van waterverontreiniging of luchtvervuiling). Ad a. de omvang van het project Het plangebied is gelegen aan de Veursestraatweg (N447), tussen de bebouwde kom van Leidschendam en de Duivenvoordecorridor. Het plangebied heeft een grootte van 30 hectare. Het totale bouwplan beslaat ca. 26.000 m² (footprint), 325 woningen (circa 10 wo/ha, in de typologie rustig stedelijk wonen, dorps wonen en hoogwaardig wonen), een zorgcentrum en kleinschalige maatschappelijke-, bedrijfs- en horecafuncties. De aard en omvang van het project is niet van dien aard dat dit direct leidt tot de conclusie dat hiermee belangrijke milieugevolgen gepaard gaan die het uitvoeren van een milieueffectrapportage nodig maken. Ad b. cumulatie met andere projecten In de omgeving van het plangebied zijn wel verschillende op zichzelf staande ontwikkelingen (zoals Vliethaven, Vlietvoorde en Buitenvoorde) in voorbereiding.

De mogelijke samenhang in deze ontwikkelingen speelt op het gebied van de verkeersafwikkeling. Derhalve is bij het uitvoeren van het verkeerskundige onderzoek rekening gehouden met alle voorziene autonome ontwikkeling in de omgeving van het plangebied. De conclusie van het verkeerskundig onderzoek is dat in de situatie 2030 de verkeerskundige situatie in de omgeving van het plangebied nog steeds voldoet. Naast de verkeerskundige effecten, zijn mogelijk milieukundige cumulatie effecten op het gebied van geluid, luchtkwaliteit en cultuurhistorie aan de orde. In paragraaf 3.4. zullen deze aspecten aan bod komen.

datum 7 december 2020

Landgoed Schakenbosch

pagina

9 van 21

Ad c. gebruik van natuurlijke hulpbronnen Onder natuurlijke hulpbronnen worden onder andere niet vernieuwbare bronnen, zoals fossiele brandstoffen verstaan, maar ook hernieuwbare bronnen, zoals hout, zon, rubber, drinkwater en zuurstof. De woningen worden niet meer aangesloten op aardgas (fossiele brandstof) en worden ten minste energieneutraal gerealiseerd (met uitzondering van de appartementen, daarbij is EPC < 0,2 haalbaar). Het plan bevat een doordachte groeninrichting. De groene randen blijven behouden en het groen verspreid over het gehele plangebied wordt waar mogelijk versterkt. Naast het groen is ook het water een belangrijke karakteristiek van Schakenbosch. Het gebied maakt onderdeel uit van een groter watersysteem en dus blijven de sloten behouden. Daarnaast worden er op een aantal plekken nog vijvers aangelegd die de beleving van het parkachtige landschap zullen versterken en tevens als waterbuffer dienen. Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen ten behoeve van realisatie van de 325 woningen, een zorgcentrum en kleinschalige maatschappelijke-, bedrijfs- en horecafuncties geven geen aanleiding aanzienlijke gevolgen voor het milieu te veronderstellen, zodanig dat daarvoor een milieueffectrapportage dient te worden opgesteld. Ad d.

de productie van afvalstoffen De productie van afvalstoffen is beperkt tot de bouwafvalstoffen tijdens de realisatie van het bouwplan en de toekomstige huishoudelijke afvalstoffen tijdens het gebruik van de woningen, het zorgcentrum en de kleinschalige maatschappelijke-, bedrijfs- en horecafuncties. De productie van afvalstoffen vormen naar aard en omvang geen aanleiding voor het opstellen van een milieueffectrapportage. Ad e. verontreiniging en hinder Bij de woningen is geen sprake van een vergunningplichtige (milieukundige) inrichting of een inrichting waarop het activiteitenbesluit van toepassing is. Wel zullen er kleinschalige bedrijfs- en horecafuncties gerealiseerd gaan worden wat mogelijk een inrichting is waarop het activiteitenbesluit van toepassing is. Deze functies zijn kleinschalig en goed verenigbaar met wonen en vormen daarmee geen belemmering voor het wonen in en buiten het plangebied. In paragraaf 3.3. wordt nader ingegaan op de potentiële milieukundige effecten van de voorgenomen ontwikkeling. Hieruit blijkt dat de voorgenomen ontwikkeling geen significant negatieve milieu-effecten veroorzaakt. Relevante verontreiniging en hinder als gevolg van het toekomstig gebruik van het plangebied, door maximaal 325 huishoudens en door kleinschalige bedrijfs- en horecafuncties is niet aan de orde.

datum 7 december 2020

Landgoed Schakenbosch

pagina

10 van 21

Ad f. het risico van zware ongevallen en/of rampen, waaronder rampen door klimaatverandering De realisatie en ingebruikname van 325 woningen, een zorgcentrum en kleinschalige maatschappelijke-, bedrijfs- en horecafuncties betreft geen risicovolle inrichting. Er liggen geen risicovolle inrichtingen in de directe nabijheid van het plangebied. Extreme weersomstandigheden zoals extreme temperaturen en veel neerslag komen steeds vaker voor door de klimaatverandering. Dit geeft aanleiding tot o.a. meer overstromingen op meer verschillende plaatsen, een hoger waterpeil van oppervlaktewateren en aanhoudende periodes van extreme droogte. Ten opzichte van het watersysteem in de huidige situatie worden een aantal watergangen en de waterpartij in het noordelijk deel gedempt. Gedempt oppervlaktewater moet 1 op 1 worden gecompenseerd. Daarnaast worden ten opzichte van de huidige situatie een aantal panden en wegen gesloopt. Hiervoor in de plaats komen nieuwe bebouwing en wegen. De toename van verhard oppervlak dient te worden gecompenseerd. Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen de toename van verhard oppervlak in het boezemgebied en de toename van verhard oppervlak in het poldergebied. Uit berekening welke is opgenomen in het waterstructuurplan volgt dat de inrichting voldoet aan de gestelde eisen voor water binnen het plangebied.

De watergangen en waterpartijen in het plan worden zoveel mogelijk met elkaar verbonden. Hierdoor ontstaan geen doodlopende watergangen, wordt de doorstroming verbeterd en wordt stagnant water voorkomen. Dit heeft een positief effect op de waterkwaliteit. Door het nieuwe verhard oppervlak af te laten voeren naar het oppervlaktewater wordt relatief schoon hemelwater aangevoerd. Dit heeft een positief effect op doorstroming en waterkwaliteit. In het gebied worden geen uitlogende materialen toegepast, welke schadelijk kunnen zijn voor de waterkwaliteit. Op basis van het waterstructuurplan is een positief wateradvies gegeven. Ad g. risico’s voor menselijke gezondheid Onderhavig plan zorgt niet voor een relevante emissie van gevaarlijke/verontreinigende stoffen die schadelijk zijn voor de menselijke gezondheid. De aspecten bodem, luchtkwaliteit en geluid kunnen schadelijk zijn voor de menselijke gezondheid. In paragraaf 3.3. wordt verder ingegaan op deze aspecten. Daaruit blijkt dat deze aspecten geen risico vormen voor de menselijke gezondheid.

datum 7 december 2020

Landgoed Schakenbosch

pagina

11 van 21

3.2

Plaats van het project

Bij de mate van kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop het project van invloed kan zijn moet in het bijzonder in overweging worden genomen: a. het bestaande grondgebruik, b. relatieve rijkdom aan en beschikbaarheid, kwaliteit en regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen (met inbegrip van bodem, land, water en biodiversiteit) van het gebied, c. het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor de volgende typen gebieden: - wetlands, oeverformaties, riviermondingen - kustgebieden - berg- en bosgebieden - natuurreservaten en -parken - gebieden die in de nationale wetgeving zijn aangeduid of door die wetgeving worden beschermd; Natura 2000-gebieden die door de lidstaten zijn aangewezen krachtens Richtlijn 92/43/EEG en Richtlijn 2009/147/EG; - gebieden waar de milieukwaliteitsnormen al niet worden nagekomen - gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid - landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang Ad a. het bestaande grondgebruik Het plangebied heeft een grote van 30 hectare en valt binnen de bebouwde ruimte. In de jaren '40 nam een zorginstelling voor psychiatrie zijn intrek in het plangebied. Sinds 2010 is het plangebied niet meer als inrichting in gebruik. De afgelopen jaren zijn al meerdere zorggebouwen binnen het plangebied gesloopt.

Het plangebied heeft daarnaast een recreatieve functie voor omwonenden, geregeld wordt er een wandeling gemaakt door het parkachtige plangebied. Het plangebied wordt gekenmerkt door het vele groen begeleid door water. De randen van het plangebied kenmerken zich door dichtere bosstroken. Het plangebied is in de huidige situatie bestemmend als ‘Bijzondere doeleinden’ waarbinnen reeds stedelijke functies en bebouwing (gezondheidszorg) is toegestaan. Het

datum 7 december 2020

Landgoed Schakenbosch

pagina

12 van 21

bestaande grondgebruik levert geen bijzonderheden op in het kader van potentiële effecten op het milieu. Ad b. relatieve rijkdom aan en beschikbaarheid, kwaliteit en regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen (met inbegrip van bodem, land, water en biodiversiteit) van het gebied In de loop van de jaren is een parkachtige omgeving ontstaan met een grote variatie in boombeplantingen waarbij aangemerkt moet worden dat van een totaalontwerp nooit sprake is geweest. Langs de randen van het gebied liggen dichtere bosstroken, verspreid over het terrein staan solitaire parkbomen. Door het wisselende beheer en de leegstand heeft het groen nogal wat achterstallig onderhoud. Het terrein maakt waardoor een wat sleetse en onsamenhangende indruk. De groene randen blijven behouden en het groen verspreid over het gehele plangebied wordt waar mogelijk versterkt. De drie grote vijvers leveren geen van allen een aantrekkelijk beeld op in samenhang met de bebouwing en beplanting. Langs de randen van het terrein en langs de historische Frekeweg/Lijtweg liggen waterlopen die deel uitmaken van het boezemstelsel en daarmee het terrein in het landschap verankeren. De aanwezig watergangen in het gebied blijven behouden en worden versterkt. In paragraaf 3.3.1 wordt ingegaan op de aanwezigheid van flora en fauna binnen het plangebied (biodiversiteit). Ad c.

het opnamevermogen van het natuurlijke milieu In de omgeving van het plangebied bevinden zich enkele van de in de opsomming genoemde (potentieel) waardevolle gebieden. Dit betreffen gebieden in het kader van Natura-2000, het Natuurnetwerk Nederland en een gebied met een hoge bevolkingsdichtheid in de vorm van de Haagse agglomeratie. In paragraaf 3.3 wordt nader ingegaan op de effecten van de voorgenomen ontwikkeling op deze gebieden. De activiteit is gelegen binnen een gebied wat aangewezen is voor het behoud en de bescherming van archeologische waarden. In paragraaf 3.3.6 wordt ingegaan op de archeologische waarden en cultuurhistorische erfgoed binnen het plangebied.

3.3

Kenmerken van het potentiële effect

Bij de potentiële aanzienlijke effecten van het project moeten in samenhang met de criteria van de punten 1 en 2 (de kenmerken van het project en de plaats van het project) in het bijzonder in overweging worden genomen: a. de orde van grootte en het ruimtelijk bereik van de effecten (bijvoorbeeld geografisch gebied en omvang van de bevolking die getroffen kan worden) b. de aard van het effect c. het grensoverschrijdend karakter van het effect d. de intensiteit en de complexiteit van het effect e. de waarschijnlijkheid van het effect

datum 7 december 2020

Landgoed Schakenbosch

pagina

13 van 21

f. de verwachte aanvang, de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect g. de cumulatie van effecten met de effecten van andere projecten h. de mogelijkheid om de effecten doeltreffend te verminderen Het potentiële effect van de activiteit is vanwege de omvang zeer beperkt, voor wat betreft het fysieke bereik en de grootte van de getroffen bevolking. Om een beeld te schetsen van de specifieke effecten wordt in de navolgende paragrafen per deelaspect het effect weergegeven en wordt vanwege de verwaarloosbare effecten niet specifiek stilgestaan bij de bovenstaande punten. 3.3.1

Flora en fauna

Soortenbescherming Op basis van de uitgevoerde ecologische onderzoeken is gebleken dat de voorgenomen ontwikkeling mogelijk nadelige effecten heeft voor vleermuizen. Voor fase 1 (renoveren en/of slopen van de complexen Vlietzicht', 'Duivenhof' en 'Kerkgebouw’) van de geplande werkzaamheden is door het bevoegd gezag reeds een ontheffing verleend. Voor vervolgfases dient nog een ontheffing aangevraagd te worden. Uit nadien aanvullend uitgevoerd onderzoek naar de aanwezigheid van nesten en holtes in te kappen bomen is gebleken dat er geen jaarrond beschermde nesten aanwezig zijn. Wel zijn enkele holtes in bomen aangetroffen. Deze bomen zijn onderzocht op de aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen. Verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen in de te kappen bomen zijn naar aanleiding van dit onderzoek uitgesloten. Gebiedsbescherming Het plangebied ligt niet in een gebied dat beschermd is in het kader van de Wet natuurbescherming of het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Voor het NNN is geen externe werking van toepassing binnen de provincie Zuid-Holland. Gezien het plangebied niet binnen de grenzen van de NNN valt, zijn aanvullende toetsingen aan de kernkwaliteiten van het NNN niet noodzakelijk. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van de begrenzing van een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is Meijendel & Berkheide op circa 4 km afstand.

Door de beperkte impact van de voorgenomen ontwikkelingen en de afstand van circa 4 kilometer tot Natura 2000-gebied Meijendel & Berkheide worden directe effecten uitgesloten. Indirecte effecten van de werkzaamheden op Natura 2000-gebied Meijendel & Berkheide worden niet verwacht op basis van de afstand, tussenliggende elementen en de aard en omvang van de beoogde ontwikkeling. Vanwege de uitspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 dient ook voor gebiedsontwikkelingen op enige afstand tot Natura 2000-gebieden de stikstofdepositie middels een AERIUS-berekening aangetoond te worden. Uit het door Aveco de Bondt uitgevoerde onderzoek blijkt dat de stikstofdepositie onder de thans geldende norm van 0,00 mol/ha/j. blijft. De berekende stikstofdepositie leidt derhalve niet tot verlies aan kwaliteit van de Natura 2000 gebieden.

datum 7 december 2020

Landgoed Schakenbosch

pagina

14 van 21

Het onderhavige plan leidt niet tot een overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming ten aanzien van Natura 2000. Verdere toetsing in de vorm van een verslechteringstoets of een passende beoordeling of het aanvragen van een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming is niet aan de orde. 3.3.2 Geluid In het onderhavige plan worden woningen gerealiseerd, wonen is een functie wat geen geluidsoverlast veroorzaakt. Wel zullen er kleinschalige bedrijfs- en horecafuncties gerealiseerd gaan worden. Deze functies zijn kleinschalig en qua geluid goed verenigbaar met wonen. Met onderhavig plan treedt er geen hinder wat betreft geluid op voor de omgeving. De heersende geluidbelasting ter plaatse van het plangebied vanwege het wegverkeer en het spoor levert voor de toekomstige bewoners en gebruikers van het plangebied geen belemmeringen qua gezondheid. Ondanks dat er in enkele delen van het plangebied een lichte overschrijding is van de voorkeursgrenswaarden, kan gesteld worden dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Voorgenomen ontwikkeling zorgt wel voor extra verkeersgeneratie. Deze extra verkeersgeneratie kan geluidsoverlast veroorzaken op omliggende woningen. Middels een akoestisch onderzoek is dit in beeld gebracht.

Hieruit is naar voren gekomen dat het extra verkeer van het plan niet leidt tot een onaanvaardbare geluidtoename bij de bestaande woningen langs de Veursestraatweg. 3.3.3 Luchtkwaliteit In het plangebied worden 325 grondgebonden woningen en appartementen gerealiseerd en kleinschalige maatschappelijke-, bedrijfs-, en horecafuncties. De realisatie van woningen, appartementen, kleinschalige maatschappelijke- bedrijfs- en horecafuncties an sich en de daaraan gepaard gaande verkeersgeneratie heeft een zeer beperkte invloed op de luchtkwaliteit in de directe omgeving. Een onderzoek is echter niet noodzakelijk omdat het plan valt onder één van de categorieën (minder dan 1.500 woningen) die automatisch niet in betekenende mate bijdragen aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Het effect van het onderhavige plan op de luchtkwaliteit is derhalve verwaarloosbaar. Het plan heeft geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu tot gevolg. Naast de effecten van de voorgenomen ontwikkeling van het plan op de luchtkwaliteit is het ook van belang om na te gaan of de bestaande luchtkwaliteit voldoet aan de normen in het kader van een goed woon- en leefklimaat. Op basis van beschikbare informatie (o.a. de NSL-monitoring) blijkt dat de bestaande luchtkwaliteit ter plaatse van Schakenbosch ruimschoots voldoen aan de geldende normen.

3.3.4 Externe veiligheid In het onderhavige plan worden geen risicovolle bronnen gerealiseerd. Daarnaast liggen er geen risicovolle bronnen in de omgeving welke een belemmering kunnen vormen voor voorgenomen ontwikkeling.

datum 7 december 2020

Landgoed Schakenbosch

pagina

15 van 21

3.3.5 Bodem In het onderhavige plan worden woningen en kleinschalige maatschappelijke- bedrijfs- en horecafuncties gerealiseerd. Deze functies zijn geen potentiële verontreinigingsbronnen voor de bodem. Wel is het noodzakelijk om te beoordelen of de grond geschikt is voor de functies. Er mogen namelijk geen nieuwe gevoelige functies op een zodanig verontreinigd terrein worden gerealiseerd, dat schadelijk kan zijn voor de gezondheid van de gebruikers of het milieu. Er zijn meerder bodemonderzoek uitgevoerd. Uit geen van de uitgevoerde bodemonderzoeken zijn verontreinigingen aangetoond, welke op basis van de Wet bodembeschermingen als een geval van ernstige bodemverontreiniging worden aangemerkt. In de grond worden overwegend geen tot licht verhoogde gehalten (max. kwaliteitsklasse industrie) en in het grondwater overwegend geen tot lichte verhoogde concentraties aangetoond. De bodem is geschikt voor de realisatie van onderhavig plan. 3.3.6 Archeologie en cultuurhistorie Archeologie Voor het plangebied is een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd. Op basis van het bureauonderzoek is vastgesteld dat de onverstoorde en niet reeds-onderzochte delen van het plangebied een hoge archeologische verwachting hebben op de aanwezigheid van resten uit de periode Neolithicum-Vroege Middeleeuwen en/of de periode Late Middeleeuwen-Nieuwe tijd.

Volgend op het bureauonderzoek is er door Transect een inventariserend veldonderzoek uitgevoerd. De resultaten van het veldonderzoek zijn: Uit het onderzoek blijkt dat het plangebied bestaat uit meerdere aaneengeschakelde strandwallen, waartussen in het noordwesten lagergelegen gebieden aanwezig zijn. De laagtes zijn opgevuld met veen, dat zich vermoedelijk sinds de Bronstijd heeft kunnen vormen. De grote strandwal in het zuidoosten van het plangebied lijkt op grond van het onderzoek te bestaan uit meerdere kleine strandwallen. De laagtes die hiertussen aanwezig zijn, zijn opgevuld geraakt met duinzand. Tegenwoordig is het reliëf in het plangebied niet meer te zien. Uit het veldonderzoek is namelijk gebleken dat de hogere toppen van de strandwallen zijn geëgaliseerd, aangezien hier strandafzettingen direct onder de bouwvoor aanwezig zijn. Op basis van het uitgevoerde onderzoek geldt de volgende archeologische verwachting: • Op basis van onderzoeken in de omgeving valt af te leiden dat binnen het plangebied in principe zowel in de lagere als ook op hogere delen archeologische resten aanwezig kunnen zijn in het Neolithicum-Vroege Bronstijd. Hiervoor geldt een hoge archeologische verwachting; • Vanaf de Midden-Bronstijd zijn de lagere delen van het plangebied als gevolg van een voortdurende grondwaterspiegelstijging vernat. Daardoor trad hier veenvorming op.

Het veen wordt soms te drassig voor bewoning geïnterpreteerd,

datum 7 december 2020

Landgoed Schakenbosch

pagina

16 van 21

•

waardoor voor deze periode hier geen archeologische (nederzettings)resten worden verwacht. Bewoning in een veengebied kon echter wel plaatsvinden wanneer veen lokaal ontwaterd wordt door de aanwezigheid van een geul. Hiervan kan met name sprake zijn in de IJzertijd en Romeinse tijd. Ook op de plekken waar de strandwallen en duinen hoog genoeg waren dat ze boven het veen uitstaken bestonden bewoningsmogelijkheden. Voorbeelden van sporen van nederzetting uit die tijd zijn bijvoorbeeld tijdens het proefsleuvenonderzoek ten oosten van het plangebied gevonden (Vlietvoorde aan de Veursestraatweg). Dit geldt voor zowel resten op de strandwal als in de top van het veen. Voor de periode Midden-Bronstijd-Vroege Middeleeuwen geldt zodoende een hoge archeologische verwachting; Vanaf de Vroege Middeleeuwen vernat het gebied verder. Daardoor vernatten ook oudere, lager gelegen strandwallen en duinen, zoals die ter hoogte van het plangebied. Theoretisch kunnen op de strandwal archeologische resten aanwezig zijn uit de Late Middeleeuwen. De kans dat dit nederzettingsresten betreffen is echter kleiner, aangezien er zonder ingrepen in het landschap over het algemeen sprake was van relatief natte omstandigheden. Nederzettingen uit de Late Middeleeuwen kunnen ook aanwezig zijn in het plangebied, Op kaarten vanaf de 17de eeuw zijn vier historische boerderij locaties aan te wijzen.

Uit de onderzoeken blijkt tevens dat in het gebied verschillende negatieve effecten op de aanwezigheid van archeologische resten heeft plaatsgevonden. Er zijn verschillende panden gebouwd en gesloopt, leidingen aangelegd, sloten ingegraven en gedempt en er heeft in delen reeds archeologisch onderzoek plaatsgevonden. Hiervan geeft Nales (2019a) een zo goed mogelijk overzicht op basis van bekende of beschikbare informatie. De kans is groot dat op die plekken alle archeologische resten verstoord zijn geraakt, ondanks dat in niet alle gevallen de mate van verstoring precies te kwantificeren viel. Dit geldt eveneens voor de resultaten van het veldonderzoek. Er zijn tijdens dit onderzoek aanwijzingen van verstoringen gevonden getuige het voorkomen van kalkhoudend (strand)zand onder de bouwvoor, diepreikende bodemverstoringen en enkele ontgraven kuilen in het veld. Op basis van het onderzoek wordt vastgesteld dat er archeologische resten in het plangebied aanwezig kunnen zijn, met name wanneer de top van de duinafzettingen intact is gebleven. Gelet op de resultaten van het vooronderzoek en de bovenvermelde toelichting wordt in het bestemmingsplan aan het plangebied de dubbelbestemming "Waarde - Archeologie 3" toegekend. In het bestemmingsplan worden regels opgenomen ter bescherming van deze mogelijk in het gebied aanwezige of te verwachten archeologische waarden.

Voor bodem verstorende activiteiten met een oppervlakte groter dan 100 m2 en die dieper reiken dan 30 cm beneden maaiveld kan in het belang van de archeologische monumentenzorg worden bepaald dat de aanvrager van een omgevingsvergunning een rapport dient over te leggen waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van het

datum 7 december 2020

Landgoed Schakenbosch

pagina

17 van 21

bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld. Het is mogelijk dat de omgevingsvergunning in het belang van de archeologie niet wordt verleend, of dat deze wordt verleend onder voorwaarden, zoals het treffen van maatregelen om de archeologische resten in de bodem te behouden, of de verplichting tot het verrichten van archeologisch onderzoek. Negatieve effecten ten aanzien van archeologische waarden worden hiermee uitgesloten. Cultuurhistorie Beschermd stads- en dorpsgezicht Een klein gedeelte van het plangebied is aangewezen als beschermd stads- en dorpsgezicht. Het doel van deze status is om de cultuurhistorische en landschappelijke kwaliteiten van het gebied dat ook wel bekend staat als de ‘Duivenvoordecorridor’ te behouden. Bij het toestaan van de huidige ontwikkeling zijn geen cultuurhistorische waarden in gevaar. De huidige bebouwing vertegenwoordigt geen zeldzame monumentale waarde en het huidige bouwplan sluit qua formaat en oriëntatie aan bij de omringende bebouwing aan de Noortheylaan. Wel zal het nieuwbouwplan moeten worden getoetst aan de bijzondere welstandscriteria die gelden voor dit gebied, alsook een aansluiting moeten vormen op de bestaande historische bebouwing en landschappelijk inrichting. Dit zal door de welstands- en monumentencommissie worden getoetst.

Monumenten De Hulp en Heilkerk gelegen in het zuiden van het plangebied is (voorlopig) aangewezen als gemeentelijk monument, deze kerk blijft met onderhavige plan behouden en wordt beschermd middels een opgenomen bouwaanduiding 'monument' in de regels van het bestemmingsplan. 3.3.7 Water Er is een waterstructuurplan opgesteld. Op basis van het waterstructuurplan is een positief wateradvies gegeven. Voorgenomen ontwikkeling heeft geen negatieve gevolgen voor het watersysteem in en in de omgeving van het plangebied.

3.4

Cumulatie van effecten

3.4.1 Verkeer In de omgeving van het plangebied zijn verschillende gebiedsontwikkelingen (zoals Vliethaven, Vlietvoorde en Buitenvoorde) in verschillende fases van planvoorbereiding. Deze ontwikkelingen hebben een uitwerking op de verkeersintensiteiten op met name de Veursestraatweg. Dit kan zowel een toename als een afname (bijvoorbeeld ontwikkeling Vliethaven) van het verkeer veroorzaken. Uit het verkeerskundig onderzoek blijk dat wanneer rekening gehouden wordt met de verkeersgeneratie van alle voorziene ontwikkelingen, inclusief de voorziene verkeerskundige projecten (Rijnlandroute), de verkeersintensiteiten in de toekomstige situatie niet grootschalig zullen wijzigen.

datum 7 december 2020

Landgoed Schakenbosch

pagina

18 van 21

Verkeerskundige problemen vanwege de cumulatieve effecten zijn dan ook niet te verwachten. 3.4.2 Geluid De geluidbelasting in de omgeving van Schakenbosch wordt met name bepaald door het wegverkeer. Zoals in paragraaf 3.4.1. reeds is vermeld, zorgen de verschillende ontwikkelingen in de omgeving van het plangebied niet tot een grootschalige groei van de verkeersintensiteiten. Gelet hierop kan gesteld worden dat er geen significant nadelige geluidseffecten te verwachten zijn. 3.4.3 Luchtkwaliteit De luchtkwaliteit in de omgeving van Schakenbosch wordt met name bepaald door de uitstoot van verschillende stoffen door het wegverkeer. Zoals in paragraaf 3.4.1. reeds is vermeld, zorgen de verschillende ontwikkelingen in de omgeving van het plangebied niet tot een grootschalige groei van de verkeersintensiteiten. Daarbij de huidige achtergrondconcentraties van de verschillende stoffen, die ver onder de geldende normen blijven, mede in ogenschouw genomen, kan gesteld worden dat er geen significant nadelige cumulatieve luchtkwaliteit effecten te verwachten zijn. 3.4.4 Cultuurhistorie Schakenbosch is in de nabijheid van de Duivenvoordecorridor gelegen. De Duivenvoordecorridor is het landelijk gebied tussen Leidschendam-Voorburg en Voorschoten.

Het is een unieke locatie door de cultuurhistorische en landschappelijke kwaliteiten en de centrale ligging nabij het stedelijk gebied van Den Haag en Leiden. De verschillende ontwikkelingen in de omgeving, met name de ontwikkelingen van Noorthey en Vlietvoorde, kunnen een effect hebben op de cultuurhistorische en landschappelijke waarde van de Duivenvoordecorridor. De verschillende gebiedsontwikkelingen hebben juist tot doel om de landschappelijke en cultuurhistorische waarden te versterken middels o.a. het saneren van de aanwezige glastuinbouw die door de gebiedsontwikkelingen (financieel) mede mogelijk wordt gemaakt. De cumulatieve effecten van de verschillende gebiedsontwikkelingen zijn dan ook positief wanneer gekeken worden naar de cultuurhistorische en landschappelijke waarden van het gebied.

3.5

Beoordeling van de effecten

3.5.1 Conclusie t.a.v. mogelijke aanzienlijke milieueffecten Onderhavig plan leidt slechts in beperkte mate tot effecten voor de omgeving. Beperkte effecten zijn te verwachten ten aanzien van beschermde soorten binnen het plangebied. Deze effecten worden beperkt door het treffen van maatregelen, zodat wordt voldaan aan de geldende wet- en regelgeving. Ter onderbouwing van de milieukundige haalbaarheid van het bestemmingsplan is naar alle milieukundige aspecten onderzoek verricht. Op grond van deze onderzoeken is

datum 7 december 2020

Landgoed Schakenbosch

pagina

19 van 21

aangetoond dat voor alle milieukundige aspecten geldt dat het niet gaat om aanzienlijke milieueffecten. 3.5.2 Conclusie (vormvrije) m.e.r.-beoordeling De activiteiten die mogelijk worden gemaakt in het (ontwerp)bestemmingsplan ‘Schakenbosch’ zijn, gelet op de kenmerken en de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten, niet zodanig van invloed op het milieu dat een milieueffectrapportage moet worden doorlopen. Het voorstel is om het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Leidschendam-Voorburg op basis van deze notitie te laten besluiten dat geen milieueffectrapportage nodig is.

datum 7 december 2020

Landgoed Schakenbosch

pagina

20 van 21

Bronnen: Bij onderhavige aanmeldnotitie onderzoeksrapportages: • • • • • • • • • • • • • •

is

gebruik

gemaakt

van

de

volgende

Verkeerstudie, Bonotraffics, d.d. 8 oktober 2019; Memo bodemkwaliteit, Aveco de Bondt, d.d. 10 februari 2017 Waterstructuurplan, Aveco de Bondt, d.d. 8 oktober 2019; Akoestisch onderzoek, Aveco de Bondt, d.d. 23 januari 2020; Quickscan flora en fauna, Aveco de Bondt, d.d. 17 mei 2019; Aanvullend vleermuizenonderzoek, E.C.O. Logisch, d.d. 24 november 2017; Aanvullend ecologisch onderzoek bomenkap, Primum, d.d. 2 december 2020; Onderzoek nesten en boomholtes, Boomtotaalzorg, d.d. 28 mei 2020; Aanvullend ecologisch onderzoek, E.C.O. Logisch, d.d. 3 augustus 2020; Onderzoek stikstofdepositie gebruiksfase, Aveco de Bondt, d.d. 27 november 2020; Onderzoek stikstofdepositie realisatiefase, Aveco de Bondt, d.d. 30 november 2020; Vooronderzoek explosieven; AVG, d.d. 4 februari 2016; Archeologisch bureauonderzoek, Transect, d.d. 14 mei 2019; Archeologisch veldonderzoek, Transect, d.d. 15 augustus 2019.

datum 7 december 2020

Landgoed Schakenbosch

pagina

21 van 21

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leidschendam&id=06edb995-bae6-443a-9107-e16637ea6c79