CConstaterende datLeidschendam-Voorburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1947-26 Bijlage 13 toelichting Aanvullend ecologisch onderzoek d.d. 3 augustus 2020

Raadsvergadering 9 maart 2021, gemeente Leidschendam-VoorburgBij agendapunt: Raadsvoorstel: vaststellen bestemmingsplan "Schakenbosch" (1947).2.037 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

NATUURONDERZOEK SCHAKENBOSCH TE LEIDSCHENDAM Huismus en vleermuizen Conceptrapport

Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V. Leimuiden, 3-8-2020

VERANTWOORDING

Opdrachtgever: Contactpersoon: Adres: Tel: E-mail:

Uitvoering: Adres:

Aveco de Bondt D. Boonstra Postbus 2674 3800 GE Amersfoort

+31 88 1866010 dboonstra@avecodebondt.nl

Tel: E-mail:

Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V. Waaier 64 2451 VW Leimuiden 0172 576072 algemeen@eco-logisch.com

Auteur: Kwaliteitscontrole:

J.I. Andringa, MSc. ing. J. Koorevaar

Projectcode: Status: Datum:

AVVL2001 Concept 3-8-2020

Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V. werkt volgens de kwaliteitsnormen van het Netwerk Groene Bureaus. Dit netwerk werkt aan de kwaliteit van advisering gericht op natuur, landschap, water, milieu en ruimte. De deskundigen werkende bij Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V. voldoen hierdoor aan de volgens het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit gestelde eisen. Het kwaliteitsmanagementsysteem van Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V. is ISO 9001:2015 gecertificeerd.

Adviesbureau E.C.O Logisch B.V. is aangesloten op de Nationale Databank Flora en Fauna en heeft daarmee toegang tot de meest volledige natuurgegevens in Nederland. 2

INHOUDSOPGAVE

1 1.1 1.2

Inleiding............................................................................................................................................. 4 Aanleiding en doel ......................................................................................................................... 4 Wettelijk kader ............................................................................................................................... 4

2 Onderzoeksmethodiek ..................................................................................................................... 5 2.1 Huismus ......................................................................................................................................... 5 2.2 Vleermuizen ................................................................................................................................... 5 2.2.1 Paarverblijfplaatsen en zwermplaatsen ...................................................................................... 5 2.2.2 Winterverblijfplaatsen ................................................................................................................. 5 2.2.3 Zomer- en kraamverblijfplaatsen ................................................................................................ 5 2.2.4 Vliegroutes en foerageergebieden.............................................................................................. 5 2.3 Overzicht inventarisaties ................................................................................................................ 6 3 Resultaten .........................................................................................................................................

7 3.1 Huismus ......................................................................................................................................... 7 3.2 Vleermuizen ................................................................................................................................... 7 3.2.1 Zomer- en kraamverblijfplaatsen ................................................................................................ 7 3.2.2 Paarverblijfplaatsen en zwermplaatsen ...................................................................................... 7 3.2.3 Winterverblijfplaatsen ................................................................................................................. 7 3.2.4 Vliegroutes en foerageergebieden.............................................................................................. 7 3.3 Beschermde functies projectgebied ............................................................................................... 7 4 4.1

Conclusie en aanbevelingen ........................................................................................................... 8 Conclusie ....................................................................................................................................... 8

Bijlage 1: Kaart resultaten huismusonderzoek ........................................................................................... 9 Bijlage 2: Kaart resultaten vleermuisonderzoek ....................................................................................... 10

3

1

INLEIDING

1.1

AANLEIDING EN DOEL De initiatiefnemer is voornemens de bebouwing in het projectgebied te amoveren. Deze ingreep wordt gezien als een ruimtelijke ontwikkeling. Uit verkennend onderzoek is gebleken dat het projectgebied mogelijk functies herbergt voor de huismus en vleermuizen. In opdracht van de initiatiefnemer is derhalve een aanvullend onderzoek uitgevoerd naar het gebruik van het projectgebied door de huismus en vleermuizen. Dit rapport bevat de resultaten van het onderzoek.

1.2

WETTELIJK KADER Voor wat betreft de soortbescherming in de Wet natuurbescherming zijn er verschillende beschermingsregimes. Het gaat om soorten die op basis van Europese wetgeving beschermd zijn vanuit de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn en soorten die nationaal als beschermde soort zijn aangewezen. Middels een provinciale verordening kunnen deze nationaal beschermde soorten worden vrijgesteld van de verbodsbepalingen uit de wet. De vrijgestelde soorten kunnen verschillen per provincie. Wanneer er door uitvoering van werkzaamheden sprake is van een overtreding van de verbodsbepalingen uit artikel 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wet natuurbescherming, is een ontheffing noodzakelijk. Een ontheffing wordt uitsluitend verleend, indien is voldaan aan elk van de volgende voorwaarden: 1. Er bestaat geen andere bevredigende oplossing. 2. Er is sprake van een in de wet genoemd belang voor de betreffende soort of soortgroep. 3. De ingreep heeft geen wezenlijk negatief effect op de staat van instandhouding van de betreffende soort. Ook kan er mogelijk middels een door het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit goedgekeurde gedragscode worden gewerkt. Dit is enkel mogelijk indien de handelingen niet van wezenlijke invloed zijn op de aanwezige beschermde soorten. Nestlocaties van de huismus zijn jaarrond beschermd. Alle vleermuizen zijn op Europees niveau beschermd.

De verbodsbepalingen voor Europees beschermde soorten zijn opgenomen in artikel 3.1 (vogels) en 3.5 (overige soortgroepen) van de Wet natuurbescherming. Europees beschermde soorten – Vogels (Artikel 3.1 Wet natuurbescherming) 1. Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. 2. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. 3. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. 4. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. 5. Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Europees beschermde soorten - Overige soortgroepen (Artikel 3.5 Wet natuurbescherming) 1. Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. 2. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. 3.

Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. 4. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. 5. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

4

2

ONDERZOEKSMETHODIEK

2.1

HUISMUS De aanwezigheid van broedlocaties van de huismus is onderzocht middels een inventarisatie die is gebaseerd op het Kennisdocument huismus 1. In de periode 1 april tot en met 15 mei 2020 zijn twee bezoeken aan de onderzoekslocatie gebracht om broedlocaties van de huismus in het projectgebied vast te stellen dan wel uit te sluiten. De bezoeken zijn vanaf minimaal één uur na zonsopkomst en één uur voor zonsondergang uitgevoerd met een minimale periode van 10 dagen tussen de bezoeken. Bij de overige inventarisaties is tevens aandacht aan de huismus besteed. In paragraaf 2.3 is een overzicht gegeven van de uitgevoerde inventarisaties en de weersomstandigheden. 2.2

VLEERMUIZEN Onderzoek naar vleermuizen is te verdelen in het inventariseren van zomer- en kraamverblijfplaatsen, paarverblijfplaatsen, zwermplaatsen, winterverblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebied. Per mogelijke functie is er onderzoek verricht conform het Vleermuisprotocol 2017 2. De inventarisaties met betrekking tot vleermuizen zijn met behulp van een zogenaamde batdetector uitgevoerd. Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V. werkt standaard met de Pettersson D240X of een vergelijkbare detector. Dit apparaat vangt de ultrasone geluiden van vleermuizen op en maakt deze hoorbaar voor het menselijk gehoor. Daarnaast biedt het apparaat de mogelijkheid geluiden op te nemen voor analyse achteraf. Enkele soorten zijn namelijk zeer moeilijk te determineren in het veld en vereisen een controle met behulp van analyse-software. In paragraaf 2.3 is een overzicht gegeven van de uitgevoerde inventarisaties en de weersomstandigheden. De toegepaste methodiek wordt hier per functie nader toegelicht.

2.2.1

PAARVERBLIJFPLAATSEN EN ZWERMPLAATSEN

In de periode 15 augustus - 15 september 2019 zijn twee inventarisaties van twee uur uitgevoerd, teneinde paarverblijfplaatsen en zwermplaatsen vast te stellen dan wel uit te sluiten. Hiervan is één ronde gecombineerd uitgevoerd met het onderzoek naar zwermende dieren in het kader van winterverblijfplaatsen van vleermuizen.

2.2.2

WINTERVERBLIJFPLAATSEN

In de periode 1 augustus – 10 september 2019 is het projectgebied onderzocht op zwermende dieren in het kader van winterverblijfplaatsen van vleermuizen. Deze inventarisatie bestaat uit twee ronden van twee uur vanaf middernacht. Hiervan is één ronde gecombineerd uitgevoerd met het onderzoek naar paarverblijven van vleermuizen. Tussen de twee inventarisaties naar zwermplaatsen is een minimum tussenperiode van tien dagen gehanteerd.

2.2.3

ZOMER- EN KRAAMVERBLIJFPLAATSEN

In de periode 15 mei - 15 juli 2020 is het projectgebied onderzocht op de aanwezigheid van zomer- en kraamverblijfplaatsen van vleermuizen. Deze inventarisatie bestaat uit drie rondes, waarvan er één in de vroege ochtend vanaf circa twee uur voor zonsopkomst is uitgevoerd. De overige twee rondes hebben 's avonds plaatsgevonden vanaf zonsondergang.

2.2.4

VLIEGROUTES EN FOERAGEERGEBIEDEN

De inventarisaties naar vliegroutes en foerageergebieden van vleermuizen zijn simultaan met de overige vleermuisinventarisaties uitgevoerd. Hierbij zijn de aanwezige vliegroutes en/of foerageergebieden op kaart ingetekend.

1

BIJ12, 2017. Kennisdocument Huismus, versie 1.0, BIJ12 juli 2017

2 Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging (2017). Vleermuisprotocol 2017, maart 2017.

5

2.3

OVERZICHT INVENTARISATIES In tabel 1 is een overzicht gegeven van de data en weersomstandigheden van het onderzoek. De inventarisaties zijn uitgevoerd door ing. B. Albers, ing. M. Bouma, ing. C.J.M Groenevelt, ing. P.J. Schep en ing. E. Vinke. Tabel 1: Overzicht inventarisaties Datum Tijd Hoofdgroep

Activiteit

13-08-2019

00:00 – 02:00

Vleermuizen

Winterverblijven (zwermgedrag) Zwaar bewolkt, windkracht 3, 12 °C

16-08-2019

04:27 – 06:27

Vleermuizen

Paarverblijven en zwermplaatsen

Geheel bewolkt, windkracht 3, 12 °C

05-09-2019

00:00 – 02:00

Vleermuizen

Paarverblijven en zwermplaatsen

Half tot zwaar bewolkt, windkracht 4, 10 °C

01-04-2020

10:00 – 11:00

Vogels

Huismus

Half tot zwaar bewolkt, windkracht 2, 7 °C

29-04-2020

10:30 – 11:30

Vogels

Huismus

Geheel bewolkt, windkracht 3, 13 °C

12-05-2020

21:25 – 23:25

Vleermuizen

Zomer- en kraamverblijven

Half tot zwaar bewolkt, windkracht 2, 10 °C

01-07-2020

22:06 – 00:06

Vleermuizen

Zomer- en kraamverblijven

Vrijwel geheel bewolkt, windkracht 4, 17 °C

02-07-2020

03:27 – 05:27

Vleermuizen

Zomer- en kraamverblijven

Zwaar bewolkt, windkracht 4, 17 °C

Weersomstandigheden

6

3

RESULTATEN

3.1

HUISMUS In het projectgebied zijn geen nestlocaties van de huismus vastgesteld. In de bebouwing aan de Leitweg en Veursestraatweg zijn meerdere nestlocaties van de huismus waargenomen, zie bijlage 1. Alle groenstructuren in het projectgebied betreffen essentieel leefgebied van de huismus. De struiken, zoals de vuurdoorn langs de gevel en de braamstruiken rond de bebouwing bieden dekking en worden door de huismus als foerageergebied gebruikt. Daarnaast maken de individuen van de huismus veelvuldig gebruik van de voersilo’s met zaden die in het projectgebied hangen. Bij de voerplek zijn maximaal vijf individuen van de huismus gelijktijdig waargenomen. 3.2

VLEERMUIZEN Binnen het projectgebied zijn de gewone dwergvleermuis en de rosse vleermuis waargenomen. Per onderzochte functie wordt het gebruik van het projectgebied nader toegelicht. In bijlage 2 zijn de resultaten van het onderzoek op kaart weergegeven. 3.2.1

PAARVERBLIJFPLAATSEN EN ZWERMPLAATSEN

In het projectgebied zijn geen paarverblijfplaatsen waargenomen. In het projectgebied zijn enkele baltsende individuen van de gewone dwergvleermuis waargenomen. Deze individuen toonde geen binding met de bebouwing in het projectgebied. Tijdens de inventarisaties zijn in het projectgebied enkele foeragerende en baltsende individuen van de gewone dwergvleermuis en twee passerende individuen van de rosse vleermuis waargenomen.

3.2.2

WINTERVERBLIJFPLAATSEN

Gedurende de middernachtrondes is er geen zwermactiviteit van vleermuis waargenomen dat kan duiden op de aanwezigheid van een winterverblijfplaats.

3.2.3

ZOMER- EN KRAAMVERBLIJFPLAATSEN

Er zijn in het projectgebied geen zomer- en kraamverblijfplaatsen aangetroffen. Tijdens de inventarisaties zijn er meerdere foeragerende en passerende individuen van de gewone dwergvleermuis en één foeragerend en één passerend individu van de rosse vleermuis waargenomen.

3.2.4

VLIEGROUTES EN FOERAGEERGEBIEDEN

In het projectgebied is geen vaste vliegroutes van vleermuizen vastgesteld. De waargenomen passerende individuen van de gewone dwergvleermuis en de rosse vleermuis vlogen in verschillende richtingen over het projectgebied heen. De groenstructuren en watergang worden door maximaal drie individuen van de gewone dwergvleermuis als foerageergebied gebruikt. Het projectgebied betreft geen essentieel foerageergebied van vleermuizen, aangezien er in de omgeving meerdere vergelijkbare groenstructuren en watergangen aanwezig zijn die door vleermuizen als foerageergebied kunnen worden benut.

3.3

BESCHERMDE FUNCTIES PROJECTGEBIED Het projectgebied bevat elementen welke worden benut door beschermde soorten. In tabel 2 is weergegeven welke beschermde functies zijn aangetroffen in het projectgebied. Tabel 2: Beschermde functies Wet natuurbescherming

Nederlandse naam

Wetenschappelijke naam

Functie

Artikel 3.1, VR

Huismus

Passer domesticus

Essentieel foerageergebied

Artikel 3.5, HR IV

Gewone dwergvleermuis

Pipistrellus pipistrellus

Niet essentieel foerageergebied

7

4

CONCLUSIE

4.1

CONCLUSIE Alle groenstructuren in het projectgebied maken deel uit van essentieel leefgebied van de huismus. Er zijn geen nestlocaties van de huismus in het projectgebied waargenomen. De gewone dwergvleermuis en de rosse vleermuis maken gebruik van het projectgebied. Binnen het projectgebied zijn geen verblijfplaatsen van vleermuizen aangetroffen. Het aanwezige foerageergebied is niet van essentieel belang voor de gewone dwergvleermuis.

8

Bijlage 1: Kaart resultaten huismusonderzoek

9

Bijlage 2: Kaart resultaten vleermuisonderzoek

10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leidschendam&id=10bacb7c-21c5-448b-9fd7-6a9e065ef954