872 Raadsvoorstel beleidsplan inburgering LV
Tekst van het document
Aan de raad van de gemeente LEIDSCHENDAM-VOORBURG
Datum 16 februari 2021 Nummer 872 Onderwerp Raadsvoorstel vaststellen beleidsplan inburgering 2022-2025 Portefeuillehouder Wethouder Kist Behandeld door K Verheul
1. Gevraagd raadsbesluit De raad besluit het beleidsplan inburgering 2022-2025 vast te stellen. 2. Waarom wordt de raad dit besluit voorgelegd? (In welke context, bijv. vanwege wet- en regelgeving of nieuw initiatief en wat komt hierna nog) De nieuwe Wet inburgering 2021 treedt naar verwachting op 1 januari 2022 in werking. Hierbij wordt de regie op het inburgeringstraject verlegd van de inburgeraar zelf (zoals onder de huidige wetgeving het geval is) naar de gemeente. De gemeente krijgt hiermee nieuwe taken en verantwoordelijkheden; hoe hier lokaal invulling aan wordt gegeven, is omschreven in het beleidsplan. De raad is eerder geïnformeerd over de ontwikkelingen rondom de Wet inburgering middels een presentatie in de beeldvormende raadsvergadering (15 september 2020). 3. Aan welk doel (van de doelenboom in de begroting) draagt het voorstel bij? Het voorstel draagt bij aan doelstelling 3.2: “minder inwoners ervaren belemmeringen mee te doen in de samenleving”. 4. Welke argumenten zijn er voor de raad om het besluit te nemen? (Inhoudelijke uitleg, voor- en nadelen, financieel gevolg en risico’s) Het huidige inburgeringsstelsel leidt landelijk in onvoldoende mate tot zelfredzaamheid en participatie. Statushouders blijven vaak langdurig afhankelijk van een bijstandsuitkering omdat zij de taal onvoldoende beheersen en daardoor minder kans hebben om mee te doen aan de samenleving.
Bovendien zijn zij, dankzij hun kwetsbare en veelal slechte informatiepositie, vaak slachtoffer geworden van frauduleuze taalaanbieders. De Wet inburgering is mede vanwege bovenstaande redenen herzien. Met ingang van 1 januari 2022 treedt de nieuwe wet in werking, met als doel de inburgering en
Datum 16 februari 2021 Nummer 872 Pagina 2/8
integratie van nieuwkomers in de Nederlandse maatschappij te versterken. Participatie (op de arbeidsmarkt) heeft hierin een centrale rol. Waar gemeenten eerst weinig tot geen invloed hadden op de inburgering, krijgen zij nu de wettelijke verantwoordelijkheid hiervoor alsook de regie over het inburgeringstraject. Dit biedt de gemeente de kans om inburgering stevig te positioneren in het sociaal domein en het maatschappelijk veld. Zowel de voorbereiding als de uitvoering van de nieuwe Wet inburgering wordt gezamenlijk opgepakt met de gemeenten Voorschoten en Wassenaar, waarbij de gemeente Leidschendam-Voorburg optreedt als uitvoeringsorganisatie. De nieuwe wet Het nieuwe inburgeringsstelsel wordt opgeknipt in drie taalleerroutes die ieder rekening houden met de capaciteiten en mogelijkheden van de inburgeraars. Deze drie leerroutes zijn de onderwijsroute (gericht op de doorstroom naar MBO, HBO of WO), de B1-route (gericht op een combinatie van taalonderwijs en participatie) en de zelfredzaamheidsroute (ook wel Z-route, gericht op taalonderwijs en participatie). Het verschil tussen de B1- en Z-route is dat inburgeraars die de Z-route volgen, geen inburgeringsexamen hoeven te doen. In plaats daarvan sluiten zij het traject af met een eindgesprek.
De Z-route is met name bedoeld voor inburgeraars voor wie de B1route en de onderwijsroute niet tot de mogelijkheden behoren, bijvoorbeeld vanwege een lagere leerbaarheid. Daarnaast dienen alle inburgeraars vanaf de start van hun traject kennis op te doen over de Nederlandse kernwaarden, maatschappij en arbeidsmarkt, in combinatie met gerichte inspanningen op participeren naar vermogen. Doelgroep De doelgroep van de nieuwe wet wordt gevormd door inburgeringsplichtigen die ná 1 januari 2022 inburgeringsplichtig worden. Onder inburgeringsplichtigen zijn twee subdoelgroepen te onderscheiden: statushouders en gezinsmigranten (partners uit het buitenland welke tevens inburgeringsplichtig zijn). De enige beschikbare indicatie van het te verwachten aantal inburgeringsplichtigen is af te leiden van de halfjaarlijkse taakstelling voor de huisvesting van statushouders. Niet al deze nieuwkomers zijn echter inburgeringsplichtig; ook minderjarigen en AOWgerechtigden vallen onder de taakstelling. Zij vormen circa 33% van de taakstelling. In 2020 was de taakstelling voor het hele jaar 52 te huisvesten statushouders; voor 2021 is dit 118. De taakstelling voor 2022 wordt naar verwachting in oktober 2021 bekend gemaakt door het Rijk. Visie Het beleidsplan inburgering omschrijft de lokale visie op onder andere de positionering van inburgering en de regierol van de gemeente en schetst de kaders
Datum 16 februari 2021 Nummer 872 Pagina 3/8
waarbinnen de verdere lokale uitwerking van het inburgeringsstelsel plaats zal vinden. Daarbij zijn de volgende doelstellingen geformuleerd: 1. Inburgeraars behalen hun hoogst haalbare taalniveau en ontwikkelen en ontdekken hun talenten en vaardigheden. 2. Inburgeraars doen naar vermogen mee aan activiteiten en voelen zich sociaal verbonden met de samenleving. 3. Inburgeraars zijn zo snel mogelijk financieel en maatschappelijk zelfredzaam. De regierol van de gemeente betekent concreet dat de gemeente verantwoordelijk is voor de begeleiding van het inburgeringsproces. Hieraan liggen vijf strategieën ten grondslag die het college ter aanvulling op de wet heeft geformuleerd. Deze strategieën staan centraal binnen de lokale vormgeving van de dienstverlening: 1. Maatwerk: door inburgeraars centraal te stellen, te leren kennen en een traject op maat te bieden, wordt de kans op slagen vergroot. 2. Effectief: de gemeente voert de regie over het inburgeringstraject en stimuleert, coacht en begeleidt de inburgeraar. Inburgeraars nemen niet onnodig lang deel aan een traject, maar bereiken zo snel mogelijk het hoogst haalbare niveau en participeren op de voor hen best passende manier. De inburgeraar is uiteindelijk zelf verantwoordelijk voor het succesvol afronden van het inburgeringstraject. De gemeente verwacht dan ook optimale deelname en aantoonbare inzet van de inburgeraar. 3.
Lokaal: activiteiten worden zoveel als mogelijk lokaal georganiseerd. Zo kan de verbondenheid met de woonomgeving vergroot worden en wordt de samenwerking met de lokale welzijnsorganisaties verstevigd. 4. Transparant: de gemeente biedt de inburgeraar duidelijkheid en transparantie met betrekking tot zijn of haar eigen traject, onder andere middels communicatie en passende dienstverlening. Tevens handhaaft de gemeente op het nakomen van afspraken. 5. Kwaliteit: middels inkoopafspraken, toezicht en handhaving waarborgt de gemeente de kwaliteit van het inburgeringstraject Met bovenstaande doelstellingen en strategieën, wordt de inburgering zo lokaal mogelijk georganiseerd. De gemeente staat dicht bij de inburgeraar, neemt de tijd om hem of haar te leren kennen en stimuleert diegene om het maximaal haalbare te bereiken. Daarbij is ook aandacht voor de verbinding met het sociaal domein (niet alleen Werk en Inkomen maar ook bijvoorbeeld Wmo) en voor de doelgroepen die buiten de wet vallen1. De voornaamste groep daarbij is de ‘en ondertussen’-groep: dit zijn inburgeraars die vóór 1 januari 2022 inburgeringsplichtig worden. De gemeente wil deze groep de kans bieden om ook gebruik te kunnen maken van het nieuwe aanbod aan taallessen. Omdat deze groep zelf verantwoordelijk is voor de financiën
Alleen inburgeraars die na ingang van de Wet inburgering inburgeringsplichtig worden, vallen ook daadwerkelijk onder deze nieuwe wet. 1
Datum 16 februari 2021 Nummer 872 Pagina 4/8
zijn zij echter vrij om zelf keuzes te maken waar zij hun inburgeringsaanbod inkopen. Volgend op het uitstel van de wet naar 1 januari 2022, wordt door het Ministerie van SZW bezien welke mogelijkheden er zijn om deze doelgroep alsnog te kunnen ondersteunen2. Risico’s Als voornaamste risico geldt dat de instroom van inburgeraars in de gemeente bijzonder sterk onderhevig is aan exogene ontwikkelingen. De gemeente heeft hier zelf geen invloed op. De taakstelling met betrekking tot de te huisvesten statushouders wordt door het Rijk opgelegd en is afhankelijk van het aantal inwoners per gemeente. Gemeenten kunnen in beperkte mate op een verhoogde instroom anticiperen; asielmigranten moeten eerst hun vergunningprocedure doorlopen alvorens zij aan een gemeente gekoppeld worden. Daarmee ontstaat tussen het moment van het bekend maken van de taakstelling en de daadwerkelijke huisvesting van statushouders tijd voor een gemeente om bijvoorbeeld afspraken te maken met opdrachtnemers om de verhoogde instroom op te vangen. Het is echter niet mogelijk om op de samenstelling van de instroom te anticiperen. Een tweede risico betreft de beperkte sturingsmogelijkheden van de gemeente wanneer het om resultaten gaat.
De kwaliteit van het inburgeringsstelsel en de ingekochte trajecten wordt gewaarborgd door bij de inkoop duidelijke kwaliteitseisen en –criteria te stellen en goede werkafspraken met samenwerkingspartners te maken. Ook door het nemen van een duidelijke regierol richting de inburgeraar en deze te motiveren (en indien nodig, te sanctioneren), kan de gemeente bijdragen aan de kwaliteit van het stelsel en de wens voor de inburgeraar om het hoogst haalbare resultaat te bereiken. Dit laatste is echter ook afhankelijk van de inburgeraar zelf; de invloed van de gemeente blijft beperkt. Dit heeft mogelijk gevolgen voor het te ontvangen budget, daar het Rijk voornemens is om per 2026 een prestatiebekostiging in te voeren. Financiën Binnen het nieuwe inburgeringsstelsel wordt onderscheid gemaakt tussen een aantal verschillende budgetten, te weten de uitvoeringskosten en de kosten voor de inburgeringsvoorzieningen. Ook krijgen de gemeenten een budget ten behoeve van de invoering van het nieuwe inburgeringsstelsel (voorbereidende werkzaamheden). Hieronder volgt een schatting van de inkomsten en uitgaven per budget; in de Kadernota/-brief wordt meer inzicht geboden in de uitgaven.
Kamerbrief “Volop koersen op inwerkingtreding wet Inburgering per 1 januari 2022”, Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, 17 december 2020 2
Datum 16 februari 2021 Nummer 872 Pagina 5/8
Invoeringskosten De gemeenten ontvangen de volgende bedragen ten behoeve van de invoering van het nieuwe inburgeringsstelsel. Dit jaar is te besteden: Invoeringskosten Gemeente Leidschendam-Voorburg Voorschoten Wassenaar Totaal
Budget € 274.000 € 83.473 € 84.721 € 442.194
Een deel van dit budget wordt ingezet voor personeel (zoals de inhuur van een projectleider en een beleidsmedewerker). Tevens is een deel gereserveerd voor bijvoorbeeld het opleiden en werven van toekomstige consulenten. Daarnaast wordt een deel ingezet voor de organisatie van activiteiten, zoals een pilot brugklas (zie beleidsplan) en het ontwikkelen van communicatiemiddelen. Uitvoeringskosten Onder uitvoeringskosten valt de inzet van personeel ten behoeve van het uitvoeren van onder andere de brede intake en het opstellen van het PIP, de voortgangsgesprekken, handhaving, ontzorging, de begeleiding naar financiële zelfredzaamheid (welke niet per definitie zelf uitgevoerd hoeft te worden, maar welke wel onderdeel vormt van dit budget) inkoop en de vormgeving van het beleid en ondersteunende processen. Uitvoeringskosten Inkomsten (Integratie-uitkering SZW; op basis van de
Uitgaven (inschatting)
decembercirculaire 2020) Wat
Gemeente
2022
2023
Vast (per
Variabel 2022
Variabel 2023
Variabel 2023
(groep die in 2022
(nieuwe
instroomde)
instroom)
€ 2.190 per
€ 1.140 per
€ 2.190 per
statushouder;
statushouder;
statushouder;
€ 1.105 per
€ 935 per
€ 1.105 per
gezinsmigrant
gezinsmigrant
gezinsmigrant
-
-
-
jaar)
Uitkering SZW
Leidschendam-
€ 281.027
€ 309.164
Voorburg Uitkering SZW
Voorschoten
€ 81.525
€ 89.688
Uitkering SZW
Wassenaar
€ 88.199
€ 97.029
€ 450.751
€ 495.881
TOTAAL
€ 57.550
-
Bovenstaand vast bedrag is de capaciteit die niet direct onderhevig is aan exogene ontwikkelingen (i.e. niet afhankelijk van de instroom). De variabele kosten zijn dit wel, waardoor deze zich lastig laten berekenen. De genoemde bedragen zijn gemiddelden, op basis van het kostenonderzoek van AEF. Per statushouder of gezinsmigrant kunnen deze bedragen dus nog wijzigen. Ook is de ondersteuning voor de doelgroep die in 2022 instroomt mogelijk intensiever dan die in de jaren erna. Voor de doelgroep die in 2023 instroomt, geldt naar verwachting hetzelfde. De
Datum 16 februari 2021 Nummer 872 Pagina 6/8
gemeente is tevens wettelijk verplicht statushouders meer ondersteuning te bieden dan gezinsmigranten, waardoor de gemiddelde bedragen per doelgroep verschillen. Een rekenvoorbeeld: Een fictieve taakstelling in 2022 van 200 statushouders (gelijk aan 2021) voor de drie gemeenten samen betekent dat er naar verwachting 140 inburgeringsplichtige statushouders instromen (70%, de overige 30% is minderjarig of AOW-gerechtigd en dus niet inburgeringsplichtig). Daarnaast vestigen zich jaarlijks circa 70 gezinsmigranten in de drie gemeenten samen. Dit leidt tot een verwachte uitgave van € 384.078 in 2022. Stel, deze taakstelling geldt eveneens voor 2023. Dan worden de verwachte uitgaven dat jaar circa € 454.000. In beide gevallen blijven de gemeenten binnen budget. Inburgeringsvoorzieningen Gemeenten krijgen ook budget voor de inburgeringsvoorzieningen binnen het inburgeringstraject. Het budget voor inburgeringsvoorzieningen is voor een groot deel afhankelijk van het aantal inburgeraars in de gemeente. Het budget is bedoeld om de verschillende onderdelen en modules te financieren. De hoogte van het budget moet nog bekend worden gemaakt. Onderstaande bedragen zijn gebaseerd op het kostenonderzoek van AEF wat ook door het Rijk gebruikt zal worden en dienen uitsluitend als richtlijn.
Gemeenten hebben de mogelijkheid om binnen het budget andere bedragen te hanteren voor de diverse onderdelen en modules. In de verdere inrichting van het inburgeringsstelsel kan de gemeente er dan ook voor kiezen van deze richtlijn af te wijken. Inburgeringsvoorzieningen Onderdeel Leerroute MAP Maatschappelijke begeleiding PVT Tolkvoorziening Totaal
Statushouder € 10.000 € 136 € 1.944 € 216 € 417 € 12.713
Gezinsmigrant € 195 € 216 € 179 € 590
Ook ten aanzien van bovenstaande tabel geldt dat gemeenten wettelijk verplicht zijn statushouders meer ondersteuning te bieden dan gezinsmigranten, waardoor zij voor gezinsmigranten minder budget ontvangen. Deze doelgroep blijft bijvoorbeeld zelf verantwoordelijk voor de inkoop en financiering van een leerroute. Overig Tot slot ontvangen gemeenten ook een nader te bepalen budget voor ICTvoorzieningen. De hoogte van dit budget is nog niet bekend gemaakt.
Datum 16 februari 2021 Nummer 872 Pagina 7/8
Participatie Bij de totstandkoming van het beleidsplan zijn verscheidene stakeholders betrokken. Er zijn diepte-interviews gehouden met nieuwkomers om te achterhalen hoe zij hun inburgeringstraject hebben ervaren en hoe deze ervaringen betrokken kunnen worden in de inrichting van het nieuw stelsel. Ook zijn er bijeenkomsten georganiseerd met maatschappelijke partners, de adviesraad en de gemeenteraad. Het beleidsplan inburgering 2022-2025 is tevens besproken met de Adviesraad Sociaal Domein Leidschendam-Voorburg. Zij hebben een formeel advies uitgebracht, wat als bijlage toegevoegd is. Ook heeft het college hierop een reactie geformuleerd welke eveneens als bijlage is toegevoegd. Conform de Inspraakverordening Leidschendam-Voorburg 2006 dient voor beleidsnota’s van de raad een inspraakprocedure te worden gevolgd. Gezien het hiervoor beschreven interactieve beleidvormingsproces (een in de toelichting van de Inspraakverordening genoemd alternatief voor inspraak), waarbij middels de Adviesraad Sociaal Domein ook ingezetenen al betrokken zijn geweest, stelt het college echter voor de inspraakprocedure in dit geval achterwege te laten. Vervolg Een gedetailleerde uitwerking van de dienstverlening zoals omschreven in het inburgeringsbeleid, wordt opgenomen in het uitvoerings- en implementatieplan dat volgend op het beleid wordt opgesteld.
Naar verwachting is dit in het eerste kwartaal van 2021 gereed. Tevens wordt een geactualiseerde verordening opgesteld, waarin onder meer de hoogte van boetes (in het kader van handhaving en sanctionering) worden opgenomen. Deze verordening wordt in de loop van 2021 separaat ter vaststelling aan de raad voorgelegd.
burgemeester en wethouders van Leidschendam-Voorburg,
A. van Mazijk secretaris
K. Tigelaar burgemeester
Datum 16 februari 2021 Nummer 872 Pagina 8/8
Bijlage bestemd voor de raad: Nummer Onderwerp 872 Beleidsplan inburgering 2022-2025 872 Advies Adviesraad Sociaal Domein Leidschendam-Voorburg 872 Reactie advies Adviesraad Sociaal Domein Leidschendam Voorburg